Archive for August, 2011

‘Als ik twee vrouwen in een open auto film, is het onvermijdelijk dat mensen aan Thelma & Louise denken’

My Blueberry Nights is de eerste Engelstalige film van de Hongkongse meester Wong Kar-wai (Happy Together, Chunking Express, In the Mood for Love). De hoofdrollen in de liefdesgeschiedenis annex roadmovie worden nu eens niet gespeeld door de Aziatische sterren Tony Leung en Maggie Cheung, maar door de Brit Jude Law en de Amerikaanse jazz-zangeres Norah Jones.

Jones speelt Elizabeth, die, na een relatie van vijf jaar, overheerlijke bessentaart én een luisterend oor vindt in het New Yorkse café van de Brit Jeremy (Law). Hoewel de twee wel wat voor elkaar lijken te voelen, neemt zij de benen en begint ze aan een lange reis door de Verenigde Staten. Onderweg ontmoet ze mensen door wie ze, zoals dat hoort in een roadmovie, zichzelf en de liefde beter leert kennen.

Het verhaal is zo eenvoudig en banaal als een countryliedje, en in voice over wordt vaak nog eens herhaald wat er te zien is. Het beeld van Amerika is overbekend: Route 66, casino’s, bungelende stoplichten boven verlaten wegen. Darius Khondji (se7en, Panic Room) doet een krampachtige poging het ruwe, ritmische camerawerk van Christopher Doyle te imiteren.

My Blueberry Nights is zeker niet de beste van Wong Kar-wai, desalniettemin was de ontvangst in Cannes indertijd zeer welwillend. Omdat de regisseur geen trek had in dagenlange interviewsessies stond er daags na de première een ‘intieme conversatie’ op het programma, een eufemisme voor een persconferentie waarvoor een stuk of zestig internationale journalisten waren uitgenodigd.

Wong, zoals altijd met een zwarte zonnebril, een sigaret en een zwart jasje, en zijn hoofdrolspelers Norah Jones (heel erg klein) en Jude Law (T-shirt, ongeschoren) zaten in de luxe strandtent La Plage achter een tafel op een verhoging. Er waren vijfenveertig minuten uitgetrokken voor het gesprek, werd van tevoren gemeld.

Jones zei dat ze er behoorlijk van uit haar dak ging om zichzelf bij de première te zien met zoveel mensen om zich heen. Wong vertelde dat hij een film wilde maken met de zangeres nadat hij haar had horen zingen; hij drukte haar op het hart vooral geen acteerlessen te nemen. Law zei dat het hem weinig moeite kostte om aan een stuk door te poetsen en op te ruimen in het New Yorkse café (‘Ik heb drie kleine kinderen’).

Volgens Wong is het logisch dat My Blueberry Nights aan zijn eerdere films doet denken. ‘Bepaalde shots komen in al mijn films terug, dat gaat vanzelf. Omdat ik ben wie ik ben.’ Dat het beeld van Amerika niet al te opzienbarend is, is volgens Wong ook logisch. ‘Amerika is het meest gefotografeerde en gefilmde land van de wereld. Waar je ook kijkt, in New York, Nevada of in Memphis, je ziet overal beelden die je al kent. Als ik twee vrouwen in een open auto film, is het onvermijdelijk dat mensen aan Thelma & Louise denken. Maar dat is voor mij geen reden om het niet te doen.’

My Blueberry Nights van Wong Kar-wai, dinsdag 30 augustus, 20.15 uur, ARTE.

30

08 2011

“Vijf jaar geleden was ik echt bang geweest. Nu ging het bijna vanzelf”

“De eerste keer dat we elkaar spraken blies Lars me van mijn sokken. Het was in de Zentropa studio in Kopenhagen, waar hij zijn eigen kantoortje heeft. Lars vertelde me heel erg persoonlijke dingen. Over zichzelf en over zijn familie; dingen die ontzaglijk veel voor hem betekenen. Ik wist direct dat ik veilig bij hem was. Als iemand zich zo kwetsbaar durft op te stellen, is het niet moeilijk om hetzelfde te doen”

Op de een-na-laatste dag van het afgelopen festival van Cannes geeft de Amerikaanse actrice Kirsten Dunst (Point Pleasant, New Jersey, 1982) een klein aantal groepsinterviews. Aan het strand. Ze draagt een zwart hemdje, een lange crèmekleurige broek, zwarte hakjes en een zwarte zonnebril. Ze is koket en voorkomend, fragiel en sterk, openhartig én op haar hoede.

Het was twee dagen vóórdat ze verrassend maar verdiend de prijs voor de beste actrice kreeg voor haar fenomenale rol in Melancholia. Het was een paar dagen nadat Lars von Trier de Franse badplaats op zijn kop zette met een aantal misplaatste, grappig bedoelde opmerkingen over zijn vermeende Joodse achtergrond, Hitler en zijn nazi-sympathieën.

“Lars wilde grappig zijn, maar hij moet beseffen dat je over sommige dingen nu eenmaal geen grappen maakt. Dat hij op de persconferentie vertelde dat hij een pornofilm wil draaien met mij en Charlotte Gainsbourg: dat is nog tot daaraantoe, daar kan ik wel om lachen. Maar jezelf een nazi noemen, dat is erg ongepast. Een van ons had hem de mond moeten snoeren, maar we waren te verbijsterd. Wij allemaal. Maar echt, het was sarcastisch bedoeld, dat weet ik zeker. Ik heb Lars op een hel andere manier leren kennen.”

In Melancholia, een kruising tussen een romantisch drama en sciencefiction, beziet Von Trier het einde van de wereld door de ogen van twee getroebleerde zussen. Charlotte Gainsbourg speelt de dominante, ogenschijnlijk stabiele Claire, die zich niet kan neerleggen bij het onvermijdelijke. Dunst is de jongere, wispelturige Justine, die al in een diepe depressie verkeert, en een soort van rust vindt in de momenten voor de fatale confrontatie met de losgeslagen maan Melancholia.

Dunsts rol was door Von Trier op het lijf geschreven van Penélope Cruz. Vlak voor de opnames liet de Spaanse actrice echter weten dat ze voor Pirates of the Caribbean: On Stranger Tides koos, en moest Von Trier op zoek naar een vervangster. “Aan de rol veranderde niet veel, aan de film wel”, aldus Dunst. “Er zaten paardrij-scènes in, die had Lars op speciaal verzoek van Penélope Cruz geschreven. Maar ik kan niet paardrijden. Verder is er weinig aangepast… Oja, de vader is veranderd: eerst was er sprake van een Spaanse vader. Nu is hij Engels en wordt hij gespeeld door John Hurt.”

Dunst was “een prettige verrassing”, aldus Von Trier; “een veel genuanceerdere actrice dan hij van tevoren dacht”. Het was volgens de excentrieke Deen bovendien een voordeel dat Dunst zelf ook ervaring had met depressies, zo vertelde hij de verzamelde pers in Cannes. Wat heet. In 2008 liet de actrice zich een tijdlang opnemen.

“De filmindustrie is enorm veeleisend: je moet er altijd goed uitzien , en gevat uit de hoek komen als er onverwacht een microfoon onder je neus wordt geduwd. Je moet gevoelig zijn en tegelijkertijd een olifantenhuid hebben. Er zijn zoveel verschillende, vaak tegengestelde opvattingen over waar een acteur aan moet voldoen. Als je daar teveel over gaat nadenken, word je gek.”

Dat Von Trier tijdens de persconferentie haar opname noemde, vindt Dunst niet erg. “Het is geen geheim. En het klopt: omdat ik weet wat het is en hoe het voelt, wist ik hoe het eruit moet zien. Maar het is zíjn depressie. Mijn personage maakt door wat Lars heeft doorgemaakt. Ik vind dat knap, dat je een depressie kunt omzetten in kunst. Het script bevat zo veel poëzie.”

Bang is ze niet geweest, zegt ze stellig. “Ik heb het script goed gelezen en ja, ik had Antichrist ook gezien. Ik wist heel goed waar ik aan begon. Lars creëerde een heel erg veilige atmosfeer op de set. Het was een soort zomerkamp… Hij weet zo goed wat hij wil, maar laat het je zelf ontdekken. Dat is heel bevrijdend. In Hollywood weet je altijd precies wat je moet doen; alles ligt vast. Bij Lars niet. Je kunt gaan en staan waar je maar wilt; over de camera hoef je je niet druk te maken, die volgt je wel. Maar of die op jou is gericht of op iemand anders, dat weet je dan weer niet.”

Ook bij haar naaktscène had Dunst geen idee hoe close ze in beeld was. “Ik had er sowieso geen probleem mee. Die scène was nodig, omdat hij duidelijk maakt hoe intiem de relatie is tussen mijn personage en de planeet. Twee jaar geleden zou ik het met een bonzend hart hebben gedaan. Vijf jaar geleden was ik echt bang geweest. Nu ging het bijna vanzelf. Lars en Charlotte hebben me enorm geïnspireerd om dapper te zijn.”

Dat de regisseur meer dan eens is beschuldigd van vrouwenhaat, vindt Dunst maar vreemd. “Wie anders geeft vrouwen zulke uitdagende rollen? Vrouwen die raar, sterk, lelijk en verward mogen zijn. Emily Watson in Breaking the Waves, Nicole Kidman in Dogville, Charlotte in Antichrist, Bjork in Dancer in the Dark… Ik weet het, het heeft een zware wissel getrokken op hun relatie, maar wat is het een fantastische rol! Als je twee genieën samen in een kamer zet, is de kans nu eenmaal groot dat het gaat botsen. Ik snap het wel, maar voor mij was Lars een zegen…  Nooit eerder heb ik de kans gehad om te laten zien wat ik in deze film laat zien. Ik zou zo weer met hem in zee gaan. Met liefde. Maar plannen zijn er niet. Ook niet voor een pornofilm, zoals Lars vertelde…”

Kirsten Caroline Dunst staat al sinds haar derde voor de camera, en speelde haar eerste filmrol toen ze amper zeven was: in Woody Allens part van de omnibusfilm New York Stories is ze de dochter van Mia Farrow. Op haar elfde stond ze tegenover Brad Pitt, Tom Cruise en Antonio Banderas in Interview with the Vampire – haar doorbraak. Vervolgens speelde ze in The Virgin Suicides en de titelrol in Marie Antoinette, beide geregisseerd door Sofia Coppola; in Eternal Sunshine of the Spotless Mind én in een enorme trits romcoms. En ze was Mary Jane Watson in Sam Raimi’s fantastische Spider-Man trilogie.

“Ik zou zo weer zo’n grote productie doen, maar niet per se een superheldenfilm; daar ben ik wel klaar mee. Ik houd van Hollywood en van de Europese cinema; van blockbusters én van arthouse. Ik kies niet voor groot of klein, noch voor het geld. Ik doe niet aan carrièreplanning, en acteer ook niet om aan de Hollywood-standaard te voldoen. Ik kijk alleen maar naar de rol. Een rol moet aansluiten bij mijn eigen leven. En met een rol moet ik aansluiting kunnen vinden bij een publiek – of dat nu groot is of klein.”

Werken met Von Trier heeft haar leven veranderd, meent Dunst, die vorig jaar haar eerste korte film regisseerde en binnenkort te zien is in Walter Salles’ Kerouac-verfilming On the road. “Ik heb meer zelfvertrouwen gekregen. In mijn persoonlijke leven en als actrice. We zullen we zien waar het toe leidt. Nogmaals, aan carrièreplanning doe ik niet, maar ik heb wel een lijstje regisseurs met wie ik graag nog eens zou werken. Met Quentin Tarantino, dolgraag, en met Michael Haneke – het lijkt me sowieso een uitdaging om eens in een andere taal te acteren. Ik zou graag een periode in Europa leven. Ik ben van Italië naar Denemarken gereisd, en na de opnames van Melancholia ben ik met mijn vader naar Duitsland geweest, op de plek waar Wagner de muziek schreef die Lars in de film heeft gebruikt.”

Plannen te over; met de vraag wat ze zelf zou doen als het einde der tijden nabij is, houdt ze zich dan ook niet bezig. “Ik heb werkelijk geen idee! Wat zou je zelf doen? Pffff…. Ik denk dat ik totaal in paniek zou raken. Ik ben pas 29. Het ligt in de menselijke natuur om dan nog niet aan het einde te denken. Maar het zou jammer zijn. Het gaat nu net zo goed.”

Melancholia draait nu in de Nederlandse bioscopen.

27

08 2011

‘Ik leef nu van mijn afwijking’

Dat de hoofdrolspelers Frans, Spaans en Engels spreken, zorgt in The Science of Sleep voor een Babylonische spraakverwarring. Tijdens een interview met regisseur Michel Gondry is het niet anders. De Fransman, die al jaren om beurten in New York en Parijs woont, spreekt Engels zoals in Allo Allo. Hij heeft het over ‘Freuittt’, en hij zegt ‘bic ‘ants’. Als je de film niet gezien had, zou je denken dat Gondry als klein jongetje over grote insecten droomde, en niet dat hij enorme handen had.

‘Toen ik klein was had ik steeds dezelfde nachtmerrie, waarin ik gigantische handen had. Ook als ik wakker werd, was ik er het eerste uur van overtuigd dat het echt zo was. Ik geloofde dat mijn droom een echte herinnering was. Mijn moeder moest me met een ijskoud washandje uit de droom helpen.’

Gondry wilde zijn herinnering niet gebruiken als instrument om het verhaal op gang te brengen, zoals in de meeste films gebeurt. ‘Ik heb mijn droom niet geanalyseerd voordat ik mijn film maakte. Ik wilde mijn dromen laten zien in de context van de gebeurtenissen die mij destijds overkwamen, zodat ik, als de film klaar was, misschien beter zou begrijpen waarom gebeurd is wat er is gebeurd.’

Dat klinkt ingewikkelder dan het is in The Science of Sleep. Gondry moet er zelf ook om lachen. ‘Mijn werkwijze is allesbehalve wetenschappelijk, maar ik houd wel erg van wetenschap. Ik verslind wetenschappelijke verhalen over planeten, het ontstaan van de aarde en de evolutietheorie, of de hersenen. Met fictie heb ik veel minder; daar word ik heel ongeduldig van.’

Read the rest of this entry →

25

08 2011

Gezien – Uitmarkt

Op de 34e Uitmarkt, dé landelijke opening van het culturele seizoen, zijn meer dan 450 optredens te zien van ruim 2.000 artiesten. Van klassiek tot jeugd, van hiphop tot dans, van toneel tot jazz: elk genre is vertegenwoordigd.

Dat is veel te veel om op één poster te zetten. Dat doet het Amsterdams Uitburo dan ook niet. De eerste jaren stond alleen het logo van de Uitmarkt op de poster; de laatste jaren wordt de ontvanger van al het moois in beeld gebracht.

Het culturele publiek dus; mannen die culturele stormen proberen te doorstaan, vrouwen die ogen te kort komen. De poster voor de editie van 2006 (gemaakt door KesselsKramer), met een middels entreekaartjes onherkenbaar gemaakte man, zou je misschien eerder verwachten bij de KunstRai…

Voor deze editie maakte Studio Jona drie posters rond het thema ‘Laat je raken’. Een man krijgt een denkbeeldige vuistslag, een vrouw wordt onder haar kin gekieteld, een andere vrouw wordt lieflijk gemasseerd – zo ontregelend, plezant en weldadig kan kunst zijn, is de gedachte.

Ervaar het zelf! Vrijdag, zaterdag en zondag op het Museumplein, het Leidseplein en in het Vondelpark. En het hele jaar erna, natuurlijk!

25

08 2011

Gezien – Teasers en character posters

Teaserposters zijn bedoeld om het publiek (ver) voor de première al bewust te maken van het moois dat op komst is. Het roodblauwe spidermanpak en de pay-off ‘Summer 2012’ maken in een oogopslag duidelijk dat The Amazing Spider-Man volgend jaar zomer de bioscopen in slingert; een van onderaf gefotografeerd, apocalyptisch beeld van instortende wolkenkrabbers, met een streepje lucht in de vorm van het batmanlogo kondigt The Dark Knight Rises aan.

Hoe minder erop staat, hoe mooier én prikkelender de teasers vaak zijn. Maar daarin schuilt ook een probleem: als er té weinig opstaat en de kijker geen idee heeft, schiet de distributeur zijn doel voorbij.

Ook Nederlandse (publieks)films, die met een oneindig veel kleiner budget worden gemaakt dan de meeste Hollywoodproducties, worden bij tijd en wijle aangekondigd met een teaser. Ontwerper Gijs Kuijper maakte voor All Stars 2: Old Stars, de lang verwachte opvolger van Jean van de Velde’s All Stars uit 1997, een exacte kopie van zijn eigen teaserposter voor Gooische vrouwen. Maar dan met groen gras in plaats van een rode loper, en noppen in plaats van hoge hakken.

Ook Maarten Treurniets De Heineken Ontvoering wordt nu al onder de aandacht van potentiële bezoekers gebracht. Niet met teasers, maar met vijf zogenaamde character posters, waarop de vier ontvoerders én het slachtoffer worden geïntroduceerd.

Die posters (vormgeving Brat Ljatifi, fotografie Carli Hermès) doen dan weer denken aan The Godfather Part II. Volgens de distributeur is het toeval; de doelstelling was om een kwalitatieve misdaadthrillerposter te maken…

Gezien – Wereldvoetballers

“I hate soccer, but I love what you made with it!”, luidt een van de vele enthousiaste reacties. “This is the best set of football posters I’ve ever seen”, is een andere. Weer iemand anders verwoordt het zo: “Outstanding work Zoran, football and typography is a perfect combination.” Wie de posters ziet op de website van Zoran Lucić, een voetbalgekke grafisch ontwerper uit Bosnië Herzegovina, moet het wel eens zijn met alle lof: voetbal en typografie is inderdaad een perfecte combinatie.

Maar de praktijk is anders: hoewel Jack van Gelder iedere zondag weer uit zijn bol gaat vanwege allerhande “prachtige affiches” in binnen- en buitenland zijn fraai vormgegeven voetbalposters schaars. De posters in bladen als Voetbal International zijn standaard elftal-  of actiefoto’s; voetbalplaatjes zijn vaak wél aardig vormgegeven, maar dat zijn plaatjes, geen posters.

Lucić maakte een stuk of zestig ware kunststukjes, met mooie, vale kleuren en schitterende typografie, van oude en nog actieve voetbalsterren van over de hele wereld, in karakteristieke poses. Van Diego Maradona en Pele, Zico en Eusébio, Zinedine Zidane en Michel Platini, tot Eric Cantona, Lothar Matthäus en David Beckham. Van Xavi en – ere wie ere toekomt – twee van Lionel Messi.

De posterverzameling omvat opmerkelijk veel Nederlanders. Van nog altijd actieve, zoals Clarence Seedorf en Ruud van Nistelrooij. En van voormalige wereldvoetballers, zoals Marco van Basten, Ruud Gullit en Johan Neeskens. Ook van Johan Cruijff maakte Lucić er twee: een met het logo van Barcelona en een in het tenue van het Nederlands elftal.
Misschien wel de mooiste posters zijn overigens van twee Nederlandse kwelgeesten: Gerd ‘der Bomber’ Müller en Franz ‘der Kaiser’ Beckenbauer…

25

08 2011

Gezien – De Parade

Een paar weken nadat directeur Terts Brinkhoff vormgever Marten Jongema de opdracht had gegeven het affiche voor de eerste Boulevard of Broken Dreams te ontwerpen, belde hij hem om te vragen hoe ver hij was. “Het is wel goed”, antwoordde Jongema. “Wat bedoel je?” riposteerde Brinkhoff, een tikje in paniek. “Wanneer kan ik wat zien?” “Hij is al gedrukt”, zei Jongema.

Toen brak de paniek pas echt goed uit bij Brinkhoff. Maar even een pdfje mailen kon destijds nog niet – het was 1984 – dus Jongema beloofde een paar posters opsturen. Toen Brinkhoff een paar dagen later dan eindelijk een koker met de post ontving, schrok hij opnieuw. Hij snapte niets van het ontwerp. Alle anderen op kantoor waren wildenthousiast, maar hij zag het domweg niet.

Er was echter geen weg terug, de posters waren al gedrukt. Gelukkig maar: toen ze een paar weken later in de stad werden opgehangen, vroegen de cafés om meer. Ze werden van de muren getrokken en ze werden zelfs verkocht. Toen geloofde hij pas dat ze echt goed waren. Jongema bleef posters maken voor de Boulevard of Broken Dreams en later ook voor de Parade. Het affiche voor de editie die vrijdag begint is zijn laatste; Jongema overleed eerder dit jaar.

Ter nagedachtenis is een selectie uit zijn getekende, geschilderde en geknipte, volstrekt eigen theateraffiches te zien op de omheining van het festivalterrein op het Martin Luther Kingpark. De expositie, een samenwerking met het Theater Instituut Nederland, wordt vrijdag geopend door zijn zus Sara Broekhuis en zijn zoon Mees, en loopt tot het einde van de Parade, op 21 augustus.

25

08 2011

Stil verdriet

Een man met een treurige oogopslag arriveert per boot in het stadje Fengjie, achter de Drieklovendam. Hij draagt een te groot, wit hemd. Zijn schamele bezittingen passen in een weekendtas. Een brommertaxi brengt hem naar het adres dat op de achterkant van een verfomfaaid sigarettenpakje staat geschreven. Plotseling wijst de sjacheraar, na een kort ritje, naar de brede rivier. ‘Daar. Bij dat kleine eilandje. Dat was jouw straat. En waar die veerboot ligt, daar ongeveer stond mijn huis.’

Regisseur Jia Zhangke, die zich met films als Unknown Pleasures en The World ontpopte tot een van de belangrijkste chroniqueurs van het hedendaagse China, toog voor zijn vijfde speelfilm Still Life naar het gebied rond de Drieklovendam in de Blauwe Rivier, de grootste waterkrachtcentrale en dam ter wereld.

De bouw van de 185 meter hoge, 2,3 kilometer lange dam begon in 1993; het reservoir achter de dam is vanaf 2003 aan het vollopen. In 2009, als het project is voltooid, zal het waterpeil stijgen naar 175 meter. 1,2 Miljoen mensen werden gedwongen te verhuizen.

In een sobere documentairestijl legt Jia het leven rond de dam vast. Hij filmt (gebruikmakend van een digitale videocamera) de administratieve rompslomp rond de gedwongen migratie, en hij laat de werkmannen met ontblote bovenlijven zien, die monotoon inhakken op grauwe, oude gebouwen. Op huizen worden enorme tekens aangebracht, als op zieke bomen die zonder pardon zo snel mogelijk moeten worden omgehakt.

Ergens staat een eenzame groene laars; even verderop tussen het puin ligt een handschoen. De rokende bakstenen worden door mannen in witte pakken gedesinfecteerd. De sjacheraar imiteert het stoere filmidool Chow Yun Fat – zo wil hij het liefst zijn. Fengjie, een tweeduizend jaar oude stad, ligt voor het grootste deel onder water. De laatste huizen worden in ijltempo afgebroken. De meeste mensen zijn er al vertrokken.

Han Sanming, zoals de man in het grote, witte hemd heet, bewandelt de omgekeerde weg. Hij is vanuit de Noord-Chinese stad Shanxi gekomen om zijn vrouw en dochter te zoeken. Hij heeft ze zestien jaar niet gezien. Ook de verpleegster Shen Hong gaat in Fengjie op zoek naar haar geliefde. Ze heeft niets meer van haar man gehoord sinds hij twee jaar geleden een kaderfunctie kreeg bij de bouw van de reusachtige dam.

Aan de hand van de parallelle zoektochten toont Jia de schaduwzijde van de spectaculaire groei van de supermacht China; de offers die de gewone man als vanzelfsprekend moet brengen om de megalomane droom van de politieke leiders tot een werkelijkheid te maken.

Zonder enige nadruk zet de fijngevoelige neo-realist Jia traditie tegenover moderniteit, nostalgie tegenover vooruitgang. De cameravoering is traag, de spaarzame muziek werkt hypnotiserend. De man in het witte hemd en met de treurige oogopslag wordt gespeeld door een mijnwerker uit Shanxi, waar regisseur Jia ook vandaan komt. Alle anderen komen uit het gebied rond de dam en doen zichzelf na.

Ondanks het stille verdriet en de machteloosheid is er ook volop ruimte voor poëzie en optimisme. En zelfs voor een vleugje magie, als het karkas van een gestript gebouw plotseling opstijgt, zoals een raket van een lanceerplatform.

Still Life, op het filmfestival van Venetië bekroond met de Gouden Leeuw, is een melancholisch en sociaal geëngageerd meesterwerk over de groeistuipen, de dwangneuroses en de identiteitscrisis van een op drift geraakte grootmacht.

Still Life van Jia Zhangke, vrijdag 19 augustus, 23:35, Nederland 2.

19

08 2011

‘Mijn films gaan niet zo snel. Misschien is de censuur in slaap gevallen’

Voor zijn vijfde speelfilm Still Life en zijn documentaire Dong toog de Chinese regisseur Jia Zhangke (Fenyang, 1970) naar het gebied rond de Drieklovendam in de Blauwe Rivier, de grootste waterkrachtcentrale en dam ter wereld. De bouw van de dam begon in 1993; het reservoir erachter is vanaf 2003 aan het vollopen. In 2009, als het project is voltooid, zal het waterpeil stijgen naar maximaal 175 meter. Ruim 1,2 miljoen Chinezen werden gedwongen te verhuizen. Hele dorpen zijn met de grond gelijk gemaakt.

Wat bracht u in eerste instantie bij de Drieklovendam, de speelfilm of de documentaire?
‘De documentaire. De schilder Liu Xiaodong is een vriend van mij; we wilden al langer samen een film maken. De eerste helft van de documentaire speelt rond de Drieklovendam, waar hij enorme doeken maakt van de mannen die gebouwen aan het slopen zijn in het gebied erachter. De tweede helft is in Bangkok, waar hij tropische modellen schilderde. Ik was er nooit geweest voordat ik aan de documentaire begon; ik kende het alleen uit de media.’

Still Life was eigenlijk de titel van de documentaire.
‘De documentaire zou over de schilder Dong gaan en over de mensen die hij schildert. Maar tijdens de opnamen bij de dam kwam een van de werkers om het leven, en dat werd toen het belangrijkste. We zagen zo veel drama om ons heen; er gebeurde van alles. Daarom wilde ik óók een fictiefilm maken. Ik heb de titel gehandhaafd; ik vind het een mooie titel.’

Sommige beelden zitten in de speelfilm én in de documentaire. Waarom?
‘Het was mijn bedoeling eerst de documentaire te monteren en daarna de speelfilm te maken. Toen ik terugkeerde, waren sommige gebouwen al verdwenen. Daarom moest ik de beelden uit mijn documentaire opnieuw gebruiken. Later heb ik nog wat gehusseld met andere scènes.’

Uw documentaire inspireerde u tot een speelfilm. Uw speelfilm lijkt op een documentaire. Ziet u zelf verschillen?
‘Nee, er zijn niet zo veel verschillen. De mensen die acteren in de film, figureren ook in de documentaire. In Still Life doet maar een echte acteur mee: Wang Hong-wei die ook in mijn vorige films speelde. De mijnwerker is een echte mijnwerker, uit de provincie Shanxi, waar ik zelf vandaan kom. Alle anderen komen uit het gebied en spelen zichzelf. Ze doen wat ze daar altijd doen. Zo ging het gewoon.’

In Still Life zitten wonderlijke special effects van gebouwen die als een raket worden gelanceerd. Waarom heeft u daarvoor gekozen?
‘Dat was mijn eerste gedachte toen ik de gebouwen in een razend tempo gesloopt zag worden. Vervolgens gingen mijn gedachten met me op de loop.’

Uw stijl doet denken aan de Italiaanse regisseur Michelangelo Antonioni. Was zijn China-documentaire Chung Kuo-Cina een inspiratiebron?
‘Ja, ik bewonder de manier waarop Antonioni de omgeving gebruikt om een verhaal te vertellen. Maar Robert Bresson is minstens zo belangrijk voor mij geweest; vooral de manier waarop hij de tijd een rol laat spelen in zijn films.’

Volgens westerse kijkers zitten uw films vol maatschappijkritiek. De meisjes in Dong zijn modellen en prostituees. Heeft u geen problemen gehad met de censors?
‘Als hij schildert, denkt Liu altijd aan seks. Als je het zo bekijkt, is Dong eigenlijk een heel kuise film. Er is wel debat geweest over beide film, is mij verteld, maar gelukkig zijn ze goedgekeurd door het Chinese filmbureau. Mijn films gaan niet snel. Misschien zijn de censors in slaap gevallen.’

19

08 2011