De posters van Theo van Gogh

Looslr

EYE organiseert een retrospectief met de films van Theo van Gogh. Ook de posters worden geëxposeerd, helaas achter glinsterend glas, waardoor ze niet heel goed te zien zijn. Maar er zitten een paar hele mooie tussen, waaronder 0605, die in 2005 werd bekroond met de Cinema.nl Afficheprijs, en de stijlvolle, provocerende affiches van 06 en Loos (die ongetwijfeld als inspiratie heeft gediend voor de poster van Secretary).

06_05lr

06lr

Lugerlr

Dagje naar het strandlr

20

10 2014

Drie keer is scheepsrecht

IMG_5989

Twee jaar geleden ben ik veel te hard van stapel gelopen en kon ik na 37,6 km (!) letterlijk geen stap meer zetten. Vorig jaar ben ik gestart ondanks een achillespeesblessure en moest ik na 35 km uitstappen (en kon ik vervolgens ruim twee maanden niet lopen). Maar afgelopen zondag is het dan toch gelukt: ik heb de TCS Marathon van Amsterdam uitgelopen. In mijn streeftijd van 3.40 (3.40.31 om precies te zijn). Tot 25 km ging het echt heel erg lekker, hoewel mijn hardloophorloge er na 22 km mee ophield (zocht alleen nog satellieten en was leeg aan de finish…). Vanaf 35 km – waar het natuurlijk pas echt begint – was het harken. De regenbui deed me ook geen goed; ik kreeg het koud. Maar goed, ik heb het gehaald, mede dankzij alle fijne aanmoedigingen, van bekenden en wildvreemden, waarvoor veel dank!

Uitslag2

IMG_5990

IMG_5993

IMG_5994

IMG_5988

20

10 2014

De bespiegelmuziek van Arvo Pärt

1800343_401958786625138_5081071885692053303_n-940x626

De Estse componist Arvo Pärt heeft woensdag in Tokio uit handen van prinses Hitachi de prestigieuze Praemium Imperiale ontvangen. Ik schreef een aantal jaar geleden onderstaand stuk over Pärts minimalistische muziek, die is gebruikt in talloze films en documentaires.

banishment

Een donkere man en een blonde moeder reizen met hun kindertjes per trein uit een grauwe industriestad naar het groene, lyrische platteland. Het is nacht. Het hoofd van de slapende zoon rust op de schoot van zijn vader. Die slaapt ook, maar zijn grote hand zorgt ervoor dat de jongen niet van de smalle bank kan rollen. Het hoofd van het dochtertje rust op de schoot van haar moeder, die tegenover haar man zit. De vrouw is in gepeins verzonken. Werktuiglijk strijkt ze met haar hand door het haar van het kleine meisje. De camera blijft een paar tellen op haar trouwring gefocust.

Op de geluidsband zet een hypnotiserend, sereen pianospel in. Boven het gestommel van de trein uit klinkt eerst één lang aangehouden lage noot, daarna een aantal repetitieve ijle noten. De vrouw kijkt naar haar slapende man. Op haar gezicht verschijnt een flauwe lach. Als de vier de volgende ochtend zwijgend van het verder lege perron een uitgestrekt, paradijselijk landschap in lopen, richting het geboortehuis van de man, sterft de hemelse muziek langzaam weg.

De weemoedig stemmende, mysterieuze pianomuziek is de vreemde eend in de bijt in de score van The Banishment (‘de verbanning’), na The Return de tweede speelfilm van de Rus Andrej Zvjagintsev (volgende week komt zijn Leviathan uit in de Nederlandse bioscoop, met muziek van Philip Glass). Die brommerige muziek werd, net als die voor The Return, speciaal voor de film gecomponeerd door Andrej Dergatsjov. Alleen het pianogepingel is niet van zijn hand; dat is Für Alina van Arvo Pärt.

2007banishment01

De muziek van de diepgelovige, Russisch-orthodoxe Pärt (Paide, 1935; met zijn kalende hoofd en woeste baard lijkt hij zo uit een film van Andrej Tarkovski weggelopen) is al gebruikt in tientallen korte animatiefilms en lange documentaires, in docudrama’s en speelfilms. Door regisseurs uit alle windstreken: uit Europa en Azië, uit Australië, Zuid-Amerika en de Verenigde Staten.

Toch wist Zvjagintsev direct dat hij de muziek wilde gebruiken, toen hij het net twee minuten durende Für Alina hoorde. Dat vele filmmakers hem voor gingen – de Sovjet-Rus Heino Pars gebruikte in 1962 als eerste een score muziek van Pärt in zijn korte animatiefilm Väike motorolie – en dat Pärts muziek als filmmuziek sindsdien allang een cliché is geworden, was geen bezwaar.

Pärts niet speciaal voor film gecomponeerde muziek is religieus en verstild, minimalistisch en zachtzinnig, sober en hypnotiserend, maar hij schuwt het grote gebaar niet en is op zijn tijd niet wars van enig bombast en effectbejag. In het korte filmpje Auftakt, als extra toegevoegd aan de dvd Arvo Pärt: 24 Preludes For a Fugue  (2005) waarin Dorian Supin hem van dichtbij volgt, zegt Pärt zelf: ‘Ik heb ontdekt dat het genoeg is wanneer een enkele noot mooi wordt gespeeld. Deze ene noot, of een enkel geluid, of een moment van stilte, biedt mij troost. Ik werk met zeer weinig elementen – met één stem, twee stemmen. Ik bouw met primitieve materialen – met de drieklank, met één specifieke tonaliteit. De drie noten van de drieklank lijken op bellen en daarom noem ik het tintinnabuli.’ Na Für Alina bleef hij de techniek toepassen in werken als Fratres, Cantus in Memoriam Benjamin Britten en Tabula Rasa. Pärt groeide uit tot een van de best verkochte moderne ‘klassieke’ componisten.

Filmmuziek is vaak de rode loper waarover de emotie van het doek bij de kijker binnendringt. Niet voor niets is het afdekken van de oren bij een horrorfilm vaak effectiever dan het sluiten van de ogen. En niet voor niets gebruiken puristen als de Belgische gebroeders Dardenne (bijna) geen muziek in hun films.

japon_07

De meeste regisseurs gebruiken muziek om een bepaalde sfeer aan de beelden toe te voegen – negen van de tien keer om de beelden te ondersteunen, te versterken. Bij romantische scènes klinken lieflijke, zoetgevooisde melodieën; bij spannende scènes zetten snerpende, ijzingwekkende violen en tromgeroffel de toon, bij een nachtelijke shoot-out klinken pompende akkoorden.

De kijker kan door muziek ook op het verkeerde been worden gezet. Maar de muziek van Pärt zet de kijker eigenlijk nooit op het verkeerde been. Zijn composities zijn nooit te horen bij luchtige, laat staan lollige scènes, maar worden steevast ingezet bij onheilszwangere beelden van uitgestrekte landschappen en woeste wolkenluchten, bij shots van peinzende en turende blikken, en bij beladen beelden van oorlogen en de dood, van rampspoed en natuurgeweld. En bij combinaties van deze categorieën.

There-Will-Be-Blood-2

Jonny Greenwood, de gitarist van Radiohead, kreeg op het festival van Berlijn de Zilveren Beer voor een bijzondere artistieke bijdrage voor zijn muziek van Paul Thomas Andersons There Will Be Blood. Maar bij een van de meest intense scènes, waarin de hebberige, ongelovige oliebaron Daniel Plainview voor het eerst écht de strijd aangaat met de priester die een kerk had wil bouwen op de grond waar hij een oliepomp heeft neergezet, klinkt Pärts Fratres (in de versie voor cello en piano), een compositie waarin volgens de vele Pärt-adepten alle stiltes op de juiste plek vallen. Daar valt wel wat voor te zeggen, want Pärts indringende compositie verschilt duidelijk in toon van de heftige, onheilspellende score van Greenwood. Maar het is voor de goede verstaander.

De repeterende motieven van Cantus in Memoriam Benjamin Britten drukken een zwaar stempel op het slot van Japón, het bekroonde speelfilmdebuut van de Mexicaan Carlos Reygadas (die Pärt bedankt op de aftiteling). In zijn geheel, dus ruim vijf minuten, terwijl de camera traag over een weids landschap zweeft, langs een brandende autoband, twee dode lichamen en een treinrails. De perfecte afsluiting van een mysterieus-majestueuze film voor de een; de definitieve nekslag van een toch al bombastische film voor de ander.

Gerry

Datzelfde Cantus in Memoriam Benjamin Britten werd door Michael Moore in Fahrenheit 9/11 onder beelden gezet van de instortende torens van het World Trade Center en van passanten die verbijsterd omhoog, in het niets kijken. Alsof het allemaal niet erg genoeg is. Subtiliteit is nooit het sterkste punt van Moore geweest, maar dit is op het potsierlijke af.

Pärts Spiegel im Spiegel is tenminste drie keer te horen in Guy Ritchies Swept Away (2002), onder meer bij een minutenlange sleutelscène waarin de verwende rijkeluisvrouw, gespeeld door Madonna, over de zee tuurt, een kampvuur knispert, en we de stoere zeebonk zien die ze veracht, maar van wie ze afhankelijk is omdat ze zich op een onbewoond eiland bevinden. Aan het einde van de sequentie onderwerpt zij zich toch aan hem, kust ze zijn voeten en vrijen ze woest in de branding. Het kan niet anders of de makers dachten dat de muziek van Pärt de scène, en eigenlijk de hele film, iets van klasse, van standing zou geven. Tevergeefs. Het Madonna-vehikel flopte genadeloos en kreeg vijf Golden Raspberries, de anti-Oscars.

Nog geen jaar later gebruikte de Amerikaanse regisseur Gus Van Sant, die mainstream producties afwisselt met high art, hetzelfde stuk in Gerry (2003), zijn compromisloze ode aan de metafysica van de Hongaarse regisseur Béla Tarr, waarin twee mannen eindeloos door een woestijn lopen te sloffen.

De keuze voor Pärt, wiens muziek ook tijdens de opnamen veelvuldig werd gedraaid, onderschrijft de gedachte dat Van Sant het werk van Tarr niet helemaal begrepen heeft. Bij de Hongaar zijn de statische shots, de tergend trage camerabewegingen en de spaarzame dialogen de vertaling van de diepere boodschap. Bij Van Sant is het precies andersom. De fraaie opnamen van landschappen en vergezichten, van wolkenformaties en zonsondergangen moeten een existentialistische of mythische boodschap suggereren.

MCDSWAW EC025

Als Swept Away wél een succes was geworden, en daarmee de muziek van Pärt bekender bij het grote publiek, had Van Sant overigens voor andere muziek gekozen, zei hij naderhand. Hij had niet gewild dat Gerry te boek zou komen te staan als ‘die film met dat nummer uit de Madonna-film’.

Behalve Spiegel im Spiegel is Für Alina nadrukkelijk aanwezig op de soundtrack van Gerry. Het korte, tweestemmige pianowerk, geschreven in 1976 na een lange periode van contemplatieve stilte, is door Pärt zelf vergeleken met een witte lichtstraal die door een prisma valt. Voor iedere luisteraar heeft de muziek een andere betekenis, waardoor een bonte verzameling van betekenissen ontstaat, als de kleuren van een regenboog.

winterschlafer

Bij regisseurs, van documentaires én van speelfilms, lijkt ook dit stuk echter altijd weer dezelfde connotatie op te roepen. De Duitser Tom Tykwer, die de verzamelde werken van Pärt eerder al onder Winterschläfer (1997) zette, laat Für Alina een keer of vier horen in Heaven (2002), onder meer bij een aantal topshots, waardoor de indruk wordt versterkt dat de camera zo’n beetje naast de hemelpoort moet hebben gestaan.

In The Banishment komt Für Alina nog een tweede keer terug. De vrouw heeft haar man verteld dat zij zwanger is. Maar dat hij niet de vader is. Als het gezinnetje, schijnbaar in perfecte harmonie, een wandeling maakt naar het kerkhof waar grootvader begraven ligt, klinken de hypnotiserende noten van Für Alina opnieuw. ‘Waaraan is opa gestorven?’ vraagt de zoon. ‘Iedereen gaat dood’, luidt het norse antwoord van zijn vader.

Naar de precieze betekenis van de scène kan alleen maar worden gegist; regisseur Zvjagintsev weigert zijn films te duiden. De kijker moet het zelf maar uitvinden, en de esoterische muziek van Arvo Pärt helpt daar tegelijkertijd wél en niet bij. Die versterkt het idee dat het geen toeval kan zijn dat The Banishment vol zit met christelijke symboliek (de man wast het bloed van zijn broer van zijn handen, de vrouw biedt haar dochter Eva een appel aan. De camera zoomt nadrukkelijk in op het houten kruis op een deur; de kinderen maken een puzzel van De annunciatie van Leonardo da Vinci).

Maar de muziek legt tegelijkertijd ook een rookgordijn aan. Pärts ‘avant-garde music for the millions’ is een soort duizenddingendoekje: inzetbaar voor contemplatie, weldadige rust, (bijna) doodervaringen en hoogoplopende emoties, voor vertrouwdheid en geborgenheid en het leven uit balans. Zijn muziek – tegelijkertijd boordevol betekenis en zo leeg als maar kan – is inmiddels net zo’n cliché als sentimentele strijkers bij een liefdesscène. Toch werkt het, vooral bij een romanticus als Tom Tykwer en mystici als Andrej Zvjagintsev en Carlos Reygadas. En het klinkt lang niet zo goedkoop.

Muziek van Arvo Pärt in films:


Für Alina (1976)
The Letter (Jay Anania, 2012)
In memoria di me (Saverio Costanzo, 2007)
The Banishment (Andrei Zvyagintsev, 2007)
Le temps qui reste (François Ozon, 2005)
The Giant Buddhas (Christian Frei, 2005)
La petite Lili (Claude Miller, 2004)
Feux rouges (Cédric Kahn, 2004)
Gerry (Gus Van Sant, 2003)
À hauteur d’homme (Jean-Claude Labrecque, 2003)
Heaven (Tom Tykwer, 2002)
C’est la vie (Jean-Pierre Améris, 2001)
Bella Martha (Sandra Nettelbeck, 2001)
La chambre des officiers (François Dupeyron, 2001)
Tiengemeten – Deel 1 (Digna Sinke, 2001)
Uprising (Jon Avnet, 2001)
Cantus in Memoriam Benjamin Britten (1977)
Candy (Neil Armfield, 2006)
Fahrenheit 9/11 (Michael Moore, 2004)
Dag och natt (Simon Staho, 2004)
Japón (Carlos Reygadas, 2002)
Uprising (Jon Avnet, 2001)
A Kind of Hush (Brian Stirner, 1999)
Winterschläfer (Tom Tykwer, 1997)
Loved (Erin Dignam, 1997)
Mother Night (Keith Gordon, 1996)
Les amants du Pont-Neuf (Léos Carax, 1991)
Testament (John Akomfrah, 1988)
Rachel River (Sandy Smolan, 1987)

Fratres (1977)
There Will Be Blood (Paul Thomas Anderson, 2007)
Winterschläfer (Tom Tykwer, 1997)
Mother Night (Keith Gordon, 1996)
Hamsun (Jan Troell 1996)
Elossa (Jukka-Pekka Siili, 1990)
Testament (John Akomfrah, 1988)

Spiegel im Spiegel (1978)
Gravity (trailer) (Alfonso Cuarón, 2013)
About Time (Richard Curtis, 2013)
The East (Zal Batmanglij, 2013)
Movie 43 (div. Regisseurs, 2013)
The Letter (Jay Anania, 2012)
This Must Be the Place (Paolo Sorrentino, 2011)
Elegy (Isabel Coixet, 2008)
Dear Frankie (Shona Auerbach, 2004)
Depuis qu’Otar est parti (Julie Bertucelli, 2003)
Gerry (Gus Van Sant, 2003)
Touching the Void (Kevin Macdonald, 2003)
Soldados de Salamina (David Trueba, 2003)
Turning Gate (Hong Sang-soo, 2002)
Swept Away (Guy Ritchie, 2002)
Heaven (Tom Tykwer, 2002)
Dans le noir du temps (Jean-Luc Godard, 2002)
Wit (Mike Nichols, 2001)
Mother Night (Keith Gordon, 1996)

En verder…
My Heart’s in the Highlands in La grande bellezza (Paolo Sorrentino, 2013)
Fratres in The Place Beyond the Pines (Derek Cianfrance, 2012)
Fratres in To the Wonder (Terrence Malick, 2012)
Te deum, Silouans Song, Orient & Occident en Como cierva sedienta in Bes vakit (Reha Erdem, 2006)
Litany, Salve Regina en Silouans Song in The Good Shepherd (Robert De Niro, 2006)
De Profundis in Dead Man’s Shoes (Shane Meadows, 2004)
Ein Wallfahrtslied, Psalom, Trisagion in Les invasions barbares (Denys Arcand, 2003)
Litany in The Insider (Michael Mann, 1999)
Annum per Annum in The Thin Red Line (Terrence Malick, 1998)
Silouans Song in Little Odessa (James Gray, 1996) en in The Buried Forest (Kôhei Oguri, 2005)
Peace Upon You, Jerusalem in Promised Land (Amos Gitaï, 2004)

16

10 2014

Theatertherapie

zone

Nadat ik afgelopen maandag al de ‘Fase van inwijding’ had doorstaan, was ik vandaag daadwerkelijk in ‘De Zone’. Het was een heel bijzondere ervaring, die ik iedereen van harte kan aanraden. Alleen had ik nadat ik had gereserveerd, een stukje in Het Parool gelezen en dat vond ik achteraf jammer; hoe minder je weet, hoe bijzonderder de ervaring is. Dus ga naar de site van Frascati en reserveer zolang het nog kan! En laat me t.z.t. weten wat je ervan vond!

16

10 2014

This is the Time. This is the Record of the Time: de schijnbare orde wordt ondermijnd door inherente chaos

008.SMBA-'THIS IS THE TIME'-2014-PH.GJ.vanROOIJ

Ontelbare vinkjes op alle muren, van net boven de plint tot in de nok van de tentoonstellingsruimte; tafels met keurig uitgestalde schriften, knipsels en papierwerken; een dansfilm waarin wordt bekeken hoe een vroeg twintigste-eeuwse Duitse expressionistische dansvorm in de loop van de tijd is veranderd. Fraai en prikkelend, zeker, maar niet wat je in eerste instantie zou verwachten op een groepstentoonstelling van negen in Nederland en Libanon gevestigde kunstenaars.

Terwijl de kranten en journaals een continue stroom nieuws brengen over beschietingen van doelen in het zuiden van Libanon door het Israëlische leger en aanvallen van de Syrische tak van al-Qaida op Hezbollah-kampen elders in Libanon, kozen de gastcuratoren Angela Harutyunyan en Nat Muller juist níet voor politieke statements of korzelige video’s van demonstraties en plat gebombardeerde huizen.

011.SMBA-'THIS IS THE TIME'-2014-PH.GJ.vanROOIJ

In This is the Time. This is the Record of the Time, zoals het samenwerkingsproject met de American University of Beirut Art Gallery in Libanon is genoemd, draait het om vastleggen van onze tijd. “Kunstenaars zijn altijd de kroniekschrijvers en commentatoren van hun tijd geweest”, aldus Nat Muller in de publicatie bij de tentoonstelling. “De tijd waarin we leven lijkt er een van voortdurende versnelling, immer groeiende en dominerende technologie, en een toenemend aantal crisissen die op mondiale schaal worden ervaren. Terwijl we dagelijkse gebeurtenissen kunnen delen op een schaal die voorheen niet mogelijk was, lijken we minder macht te hebben over de koers van de wereld. (…) Gebeurtenissen spelen zich live af, binnen handbereik, maar kunnen we de huidige stand van zaken ook echt begrijpen?”

De titel van de expositie ontleenden Harutyunyan en Muller aan From the Air, een liedje van de Amerikaanse zangeres en performancekunstenaar Laurie Anderson. This is your Captain – and we are going down / We are all going down, together”, zingzegde Anderson al in 1982, net boven de nerveuze blazers uit. “And I said: Uh oh. This is gonna be some day / Standby. This is the time / And this is the record of the time / This is the time. And this is the record of the time.”

This is the Time. This is the Record of the Time wil de bezoeker aansporen tot een pas op de plaats. Tot beschouwing, al is het maar voor even. Dat doen de negen kunstenaars door in te zoomen op registratietechnieken die onze perceptie van tijd representeren en beïnvloeden. En daarbij gaan ze er vanuit dat een ‘record of the time’ altijd onvolledig en subjectief is.

014.SMBA-'THIS IS THE TIME'-2014-PH.GJ.vanROOIJ

Mooi zijn de oneindige video’s van de jonge Argentijnse kunstenaar Sebastián Díaz Morales, die in 2002 is afgestudeerd aan de Rijksakademie. In de beste loopt een man door een eindeloos doolhof van trappen, zonder hoger te komen, zoals de monniken in Eschers houtsnede Klimmen en dalen. Al even bijzonder is Perpetuum Mobile van de Libanese componist, pianist en beeldend kunstenaar Cynthia Zaven. Het is een geluidsinstallatie met twaalf aan het plafond bevestigde speakers, waarin een monotone pianoaanslag rondzingt in het ijzeren stramien van een wijzerplaat. Langzaam maar zeker wordt het schijnbaar georganiseerde en mechanische geluid verstoord en daardoor chaotischer én mooier. De schijnbare orde wordt ondermijnd door inherente chaos – het is net het echte leven.

De Portugese, in Rotterdam woonachtige Priscila Fernandes maakte inkjet prints van met de hand beschilderde groot formaat negatieven, geïnspireerd door de neo-impressionistische manier van schilderen. In Study of Focus heeft de aan de Rietveld afgestudeerde Kristina Benjocki fragmenten uit geschiedenisboeken van het voormalige Joegoslavië uitvergroot en geweven tot een serie wandtapijten. Het kan bijna niet anders of deze herinterpretatie van de Joegoslavische geschiedenis moet worden gezien als politiek statement…

This is the Time. This is the Record of the Time. T/m 9/11 in SMBA, Rozenstraat 59. Zondag 14/10 om 14.00 uur is in SMBA een gesprek met een aantal deelnemende kunstenaars. De tentoonstelling reist in maart 2015 door naar AUB Art Gallery in Beiroet.

10

10 2014

Nuri Bilge Ceylan over Winter Sleep: “Ik refereer niet aan de huidige situatie in Turkije”

WS01

‘Vroeger had ik bewondering voor je. We dachten dat je grootse dingen zou gaan doen, dat je beroemd zou worden. (...) Maar die artikeltjes van jou... het is sentimentele romantiek. Er spreekt een naïeve, zwakke zelfovertuiging uit. Je neemt geen risico’s; de auteur trapt open deuren in om zich geliefd te maken. En die lyrische, naar sentimentalisme neigende dekmantel maakt het alleen maar erger.’

Zo! Die zit! Terwijl Aydin in zijn studeerkamer aan een nieuwe column over godsdienst en moraal werkt, krijgt hij de wind van voren van zijn zus Neclam, die achter hem op de bank ligt. Languit, lui. Verveeld. Maar Aydin is er de man niet naar om zich door zijn zus’ tirade uit het veld te laten slaan. ‘Zo te horen kan ik er maar beter mee ophouden,’ antwoordt hij, helemaal niet van plan ermee op te houden.‘Nee, nee,’ zegt Neclam snel. ‘Het is gewoon mijn mening.’ ‘Gelukkig denkt niet iedereen er zo over,’ riposteert Aydim, terwijl hij minzaam opkijkt van zijn laptop. ‘Ik heb je toch niet beledigd?’ vraagt Neclam. ‘Nee’, zegt Aydim beslist. ‘We mogen dan broer en zus zijn, we verschillen als dag en nacht. Ik moet er misschien blij om zijn dat jij er zo over denkt.’

WS03

De scène gaat maar door, minutenlang. Geen van beiden gunt de ander het laatste woord. Telkens als je denkt dat het niet erger kan, doet de ander er een schepje bovenop. Zij verwijt hem hypocrisie (‘Had ik maar jouw vermogen tot zelfmisleiding’) en een gebrek aan moed: ‘Als auteur ben je vergeten jezelf te zijn. Je verandert van identiteit als van een hemd.’ En Neclam is niet de enige. Ook Aydims mooie, veel jongere wederhelft Nihal kan hem nauwelijks velen. Hun liefde is jaren geleden al verdampt. Als ze elkaar met rust zouden laten, was de situatie in huis nog net draaglijk. Maar ze laten elkaar niet met rust. Terwijl de sneeuw naar beneden dwarrelt, blijven ze elkaar opzoeken. En op elkaar inbeuken, als uitgetelde boksers.

196 minuten duurt de messcherpe karakterstudie Winter Sleep. En als het aan hem had gelegen, was de film nog veel langer geweest, vertelde regisseur Nuri Bilge Ceylan op het festival van Cannes, waar het dit voorjaar werd bekroond met de Gouden Palm, de prijs voor de beste film. Ceylan was zelf uiterst content over een vier en half uur durende versie, maar zijn omgeving wist hem ervan te overtuigen dat het publiek dat niet aan kan. Oók het arthouse publiek niet. En juryvoorzitter Jane Campion zag er zo, met 196 minuten, ook al tegenop, zei ze na de uitreiking. ‘Ik was bang. Ik zei tegen de andere juryleden dat ik vast en zeker naar het toilet zou moeten. Het was paniek om niks. De film greep me volledig. Winter Sleep is meesterlijk en meedogenloos.’

WS02

In Winter Sleep draait het om Aydim, een voormalige theater-acteur die met zijn vrouw en zus vanuit de stad naar het wonderschone, maar straatarme Cappadocië in Centraal-Anatolië is gekomen om het toeristenhotel (Othello heet het, naar Shakespeare) van zijn overleden vader te runnen. De zelfgenoegzame intellectueel – grijs, brilletje, een paar kilootjes te veel – zegt ‘De geschiedenis van het Turks theater’ te willen gaan schrijven, een alomvattende studie, maar hij komt niet verder dan persoonlijke columns voor het lokale sufferdje. De rest van zijn tijd gaat verloren aan tergende discussies met zijn Florence Nightingale-achtige vrouw Nihal, zijn lethargische zus Neclam en met ondergeschikten en buurtbewoners die hem huurpenningen schuldig zijn.

‘Ik begrijp dat de ellenlange dialogen voor een niet-Turks publiek moeilijk te behappen zijn. Niet omdat een deel van de nuances verloren gaat in de vertaling, maar omdat je blik gefocust is op de ondertitels, waardoor je minder oog hebt voor alle expressies en details. Als er in hun eigen taal wordt gesproken, houden mensen juist van dialoog, en zijn het juist de stiltes die hen een ongemakkelijk gevoel geven.’

Nuri

Ceylan schreef het script en de dialogen samen met zijn vrouw Ebru; samen schreven ze ook al scripts voor Once Upon a Time in Anatolia (in 2011 in Cannes bekroond met de Grote Prijs) en Three Monkeys (in 2008 in Cannes bekroond met de prijs voor de beste regie). ‘Het eerste wat ik had bedacht waren een man en vrouw. Natuurlijk bevat de film aspecten uit mijn eigen leven, en uit dat van mijn naaste vrienden; Aydim is deels autobiografisch. Maar tegelijkertijd is hij helemaal niet zoals ik.’

De samenwerking was intens, aldus Ceylan. ‘Vechten is wat mij betreft de beste manier om een script te testen. Als ik iets voorstel, gaat Ebru er op elke denkbare manier tegenin. Als het dan overeind blijft, is het goed.’ Zijn brein werkt beter als hij onder spanning staat, aldus Ceylan. ‘Soms vond ik de juiste woorden niet in een normale conversatie. Als we dan in een discussie belandden, werd ik scherper. Dan stopte ik met denken en kwamen de juiste woorden bijna vanzelf. Wanneer we ruzie maken, doen we dat urenlang, soms tot in de vroege uurtjes, want wij willen allebei het laatste woord. Dat onderscheidt Ebru van andere coscenaristen... die kiezen eieren voor hun geld en geven mij m’n zin om er vanaf te zijn.’

WS04

Op de aftiteling staat vermeld dat Winter Sleep is geïnspireerd door de verhalen van Anton Tsjechov – zoals ál Ceylans films geïnspireerd zijn door de verhalen van Tsjechov. ‘Welke verhalen? Dat zeg ik niet, dan moet je Tsjechov maar lezen. Als je het dan al ziet. Ik maak geen directe verfilmingen van Tsjechov, het gaat om de strekking. Tsjechov schrijft niet over bepaalde onderwerpen, maar over het leven. Dat staat me aan. Ik maak films over het leven. Ik houd er niet van om films te maken over een specifiek onderwerp.’ Toch worden er in Winter Sleep tal van actuele kwesties aangesneden, zoals de kloof tussen de stad en het platteland, tussen arm en rijk, intellectuelen en arbeiders. ‘Maar ik refereer niet aan de huidige situatie in Turkije, ik vind niet dat een kunstenaar allusies moet maken op de huidige situatie in zijn land, ik ben geen journalist... Alles wat er in mijn land gebeurt en is gebeurd, kan worden verklaard uit de menselijke natuur. Met mijn films probeer ik de menselijke ziel beter te begrijpen. Ik maak misschien keer op keer dezelfde film, maar ik denk dat we nog steeds minder weten over de menselijke aard dan over Mars.’

‘Ik begrijp niet dat je het niet beu wordt altijd over hetzelfde onderwerp te schrijven,’ bijt Neclam Aydim toe in Winter Sleep. ‘Volharding is de enige manier om je te verdiepen in een onderwerp; om iets nieuws te creëren,’ antwoordt Aydim. Ceylan zou het zelf gezegd kunnen hebben.

10

10 2014

Mark Rothko in Den Haag: kiezen tussen een chronologische en een emotionele route

Rothko-en-Mondriaan

Het meest bijzondere is voor het laatst bewaard. Tegen de achterwand van de laatste zaal van het Gemeentemuseum Den Haag hangen naast elkaar Piet Mondriaans vrolijke zwanenzang Victory Boogie Woogie (1942-1944) en het bloedrode Untitled (1970), het allerlaatste schilderij dat de abstracte expressionist Mark Rothko maakte voordat hij op 25 februari 1970 in zijn atelier een overdosis antidepressiva nam en zijn polsen doorsneed.

Alhoewel Rothko het niet leuk vond dat zijn werken door een kunstcriticus ‘blurry Mondrians’ werden genoemd, was Mondriaan wel een van zijn inspiratiebronnen – hij noemde hem eens de meest sensuele schilder die hij kende. Maar hoewel Mondriaan vanaf 1940 net als Rothko in New York woonde, kenden de twee elkaar niet persoonlijk.

En toch wordt de verbinding terecht gelegd, al was het maar omdat deze overweldigende Rothko-tentoonstelling er zonder Mondriaan niet was geweest. Die is namelijk het gevolg van een in 1994 gemaakte, nooit op papier vastgelegde afspraak tussen twee conservatoren, toen een groot aantal Mondriaans van het Gemeentemuseum te zien was in de National Gallery of Art in Washington, een museum met een indrukwekkende verzameling Rothko’s. Zou het niet mooi zijn in Den Haag te tonen, bedachten de twee.

Mark-Rothko-x-Gemeentemuseum-Den-Haag-©-Pulp-Collectors-19-870x580

In de jaren die sindsdien verstreken, stegen de prijzen die op veilingen voor Rothko’s schilderijen werden neergeteld naar astronomische hoogten. Voor sommige werken werd bijna 80 miljoen dollar betaald – nog meer dan voor tijdgenoten als Jackson Pollock, Willem De Kooning en Barnett Newman werd neergeteld. Het maakt het nóg bijzonderder dat de expositie er twintig jaar later alsnog is gekomen. “Het is waarschijnlijk ook de laatste keer”, zei museumdirecteur Benno Tempel voor de opening. “Deze tentoonstelling is extreem kostbaar en lastig te organiseren.”

62 Rothko’s zijn er in Den Haag te zien; 10 werken op papier en 52 schilderijen, waaronder ook de enige twee die zich in de collecties van de Nederlandse musea bevinden: Zonder titel (omber, blauw, omber, bruin) (1962) van het Stedelijk en Grijs, oranje op kastanjebruin, nr. 8 (1960) van Boijmans Van Beuningen. Ze hangen laag, de meeste niet achter glas, maar slechts achter een koortje, waardoor de bezoeker bijna in de doeken kan opgaan.

werk-mark-rothko

De Rothko’s kunnen op verschillende manieren worden bekeken. Er is een chronologische route, die laat zien dat Rothko een vergelijkbare ontwikkeling doormaakte als Mondriaan: van figuratief naar abstractie (De jaartallen bij de werken maken echter duidelijk dat de overgang een stuk minder geleidelijk was). Wie bij de entree linksaf slaat – en de ‘emotionele route’ neemt – komt terecht in een zaal met grijs gesausde muren met studies voor Rothko’s beroemde Seagram Murals.

In 1958 kreeg hij de opdracht een serie schilderijen te maken voor het chique restaurant Four Seasons in het nieuwe kantoor van de Seagram Company Ltd. in New York. De gage bedroeg 40 duizend dollar. Toen hij klaar was, liet hij zich ontvallen dat hij hoopte dat zijn meterhoge, bruingekleurde schilderijen de eetlust zouden bederven van iedere ‘son of a bitch’ die ooit in de zaal zou gaan schransen. Toen hij de kans kreeg, kocht hij de schilderijen terug.

1585775563

Het zal te maken hebben met zijn afkomst. Rothko werd 25 september 1903 geboren in Daugavpils, in het zuidoosten van Letland, als Marcus Rothkowitz. In 1913 emigreerde de Joods-Russische familie Rothkowitz naar Portland. Na een mislukte studie aan de Yale-universiteit trok Rothkowitz in 1925 naar New York, waar hij kunst ging studeren. In 1938 verkreeg hij de Amerikaanse nationaliteit, in 1940 veranderde hij zijn naam op aanraden van een New Yorkse kunsthandelaar in Mark Rothko. En transformeerde hij van een beperkte figuratieve schilder in een uitzonderlijke abstracte expressionist, die het menselijke van de mens op het spoor wilde komen door zijn angsten, zijn extases, zijn verrukkingen en zijn hoop te schilderen.

Tientallen variaties op een thema maakte hij: metershoge doeken met contrasterende kleurvlakken. Het zijn zinderende vlakken; uit tientallen ijle lagen opgebouwde schemergebieden, glinsterend, gloeiend, zuigend, zinderend; lucide en transparant tegelijk. Doeken als een sterrenhemel: hoe langer je er naar kijkt hoe meer je ziet. Of zoals de Zwitserse kunstverzamelaar Ernst Beyeler het formuleerde: wanneer je lang genoeg naar de vormen zoekt, doorwoel je de kleuren en vind je daarin het licht.

untitled_1969

Er zijn verschillende schilderijen die bijna alleen maar bestaan uit grijs en zwart (hoewel in de meeste een andere kleur de overgang markeert). Het zouden apocalyptische landschappen kunnen zijn of de zee bij nacht. Misschien is het een maanlandschap. Het zijn overigens geen rechte lijnen, zoals bij Mondriaan, en ook geen geometrische vlakken.

Rothko’s rood is ook anders dan dat van Mondriaan. Misschien is het bloedrood, misschien wel tomatensoep met suiker erin, zoals Nico Dijkshoorn opmerkte in DWDD. Zelf meed Rothko iedere vorm van interpretatie. “Als mensen sacrale ervaringen willen, dan zullen ze die in mijn schilderijen vinden. Als ze profane ervaringen willen, dan zullen ze die ook vinden.”

Mark Rothko. T/m 1/3/2015 in Gemeentemuseum Den Haag. Bij Meulenhoff is recent Annie Cohen-Solals Mark Rothko-biografie verschenen.

10

10 2014

De liefde tussen broer en zus

drift-200910261417

Nadat Michiel van Jaarsveld het single play Marrakech had gemaakt, werd hij door Motel Films benaderd om aan het No More Heroes-project deel te nemen. Hij was al iets aan het schrijven dat volgens hem geschikt was. ‘De Route 2000-films waren ook in alle richtingen uitgewaaierd. Ik zag het niet als een beperking.’

Zijn plan werd niet gekozen, maar Van Jaarsveld werd aan het script van Jacqueline Epskamp gekoppeld, die nog geen regisseur had. ‘In eerste instantie overheerste de teleurstelling, maar die verdween snel. Jacquelines scenario stond niet ver van me af; de liefde tussen broer en zus is een thema waar ik zelf ook mee bezig ben geweest.’

drift2

Epskamps scenario bevatte volgens Van Jaarsveld veel materiaal dat hij nooit zelf had kunnen verzinnen, maar ontbeerde ‘filmische benodigdheden’, zoals een hechte structuur en een confrontatie.

‘We wilden een realistische film. Sammy, het hoofdpersonage, is vijftien, dus wilde ik een actrice van vijftien. Een meisje van die leeftijd heeft nog niet de capaciteiten van een actrice die een personage neerzet.’ Van Jaarsveld, die heeft lesgegeven op de toneelschool Maastricht, testte meer dan tweehonderd meisjes. Hij koos voor Christel Oomen, evenals Dragan Bakema die haar oudere broer speelt afkomstig van de Vooropleiding Theater van de Theaterschool in Groningen. ‘Zij straalde de kracht van het personage uit. Dat had ik de eerste keer al gezien, maar ik heb haar nog zes keer laten terugkomen om de anderen te overtuigen.’

12194

Drift mocht vooral niet truttig worden. ‘In het scenario zat aanvankelijk meer romantiek, maar ik heb er in samenspraak met cameraman Joost van Gelder voor gekozen de harde, kale kant te laten zien.’

De rauw-realistische film vertoont zowel in onderwerp als in uitvoering opvallende overeenkomsten met La promesse en Rosetta van de geboeders Dardenne. Van Jaarsveld heeft het eerder gehoord, maar toen Rosetta uitkwam was zijn scenario al klaar. Hij heeft Rosetta nog steeds niet gezien, maar is niet blij met de vergelijking. ‘Zij waren eerder en hebben een Gouden Palm gewonnen. Iedereen zal denken dat wij hen hebben nageaapt, terwijl dat niet het geval is geweest. Joost heeft veel uit de hand gedraaid, maar in Drift zitten ook strakke kaders en statische shots. In de eerste versies van het script reed Sammy op een fiets, maar dat leek me te traag. Joost heeft toen die brommertjes bedacht. Dat is filmisch interessanter. En heel herkenbaar. Een brommer betekent vrijheid en vaart. Dat is precies wat ze nodig had.’

Drift van Michiel van Jaarsveld, zaterdag 11 op zondag 12 oktober, 0.30 uur, NPO2.

30d06eb

10

10 2014

Parool Premièredag

premièredag

Zondag 9 november is de traditionele Parool Premièredag in de grote zaal van het Tuschinski Theater in Amsterdam. Adjunct-hoofdredacteur Ronald Ockhuysen zal de dag presenteren; ik hielp het programma samenstellen.

09

10 2014

De Verbeelding wordt geprolongeerd


verbeelding01

Tijdens de drukbezochte NFF-bijeenkomst Van Biënnale tot Oscar, over speelfilms op de grens van beeldende kunst en cinematografie, is aangekondigd dat het Mondriaan Fonds en het Nederlands Filmfonds doorgaan met de Verbeelding, een regeling die beeldend kunstenaars samen met filmproducenten de mogelijkheid biedt om een low budget speelfilm te realiseren.

Het Nederlands Filmfonds en het Mondriaan Fonds organiseerden deze bijeenkomst in Filmtheater ‘t Hoogt om de ervaringen en mogelijkheden van de Verbeelding te bespreken. Hoe vinden beeldend kunstenaars en filmproducenten elkaar? Hoe zet je als kunstenaar de stap van galerie naar bioscoop?

De Amsterdamse Brit Steve McQueen is een beeldend kunstenaar die de overstap maakte van de Biënnale van Venetië naar het Kodak Theatre in Hollywood, waar hij eerder dit jaar de Oscar voor Beste Film in ontvangst mocht nemen voor 12 Years a Slave. Ook Pipilotti Rist (Pepperminta), Matthew Barney (Drawing Restraint 9), Miranda July (Me and You and Everyone We Know, The Future) en de Vlaming Nicolas Provost (The Invader) verbreedden de afgelopen jaren hun werkterrein. In Nederland werken Gerald van der Kaap, Fiona Tan en Erik van Lieshout op dit moment aan een speelfilm in het kader van De Verbeelding, een samenwerking tussen het Mondriaan Fonds en het Nederlands Filmfonds.

verbeelding02

Toch lijkt het huwelijk tussen regisserende beeldend kunstenaars en filmproducenten met strakke begrotingen en dito planningen nog broos. Terwijl de kruisbestuiving tussen film en kunst voor alle partijen veel kan opleveren. Dick Tuinder sprak tijdens de bijeenkomst over zijn ervaringen met betrekking tot de productie van de film Winterland, die hij in het kader van de Verbeelding maakte.

In het gesprek tussen Gerald van der Kaap, Floor Onrust (Family Affair Films), Dragan Bakema (Popov Film) en René Mendel (Interakt) kwam naar voren dat iedere samenwerking tussen kunstenaar en producent een ander karakter heeft. Het gesprek tussen Bart Rutten (curator moderne kunst Stedelijk Museum Amsterdam), Rutger Wolfson (directeur IFFR) en Jaap Guldemond (hoofd collecties Eye Filminstituut) richtte zich voornamelijk op de mogelijkheden van presentatiewijzen en publieksbereik. Barbara Visser concludeerde dat de Verbeelding een programma vol mogelijkheden is, maar dat er moet worden gekeken naar de essentie: het stimuleren van verbeeldingskracht, vrijheid en kwaliteit.

De eerstvolgende indiendatum voor de Verbeelding is 7 oktober 2014. Meer informatie is hier te vinden.

07

10 2014