Andrei Zvyagintsev over Leviathan: “Het is een universeel verhaal”

leviathan

“Dat is een lang verhaal”, antwoordt de Russische regisseur Andrei Zvyagintsev op de vraag of zijn meesterlijke Leviathan gezien moet worden als metafoor voor de Russische samenleving. “Toen ik in 2008 een korte film opnam, vertelde een vriend me het verhaal van een tot op het bot gefrustreerde garagehouder uit Granby, Colorado die in opstand was gekomen tegen the powers that be. Marvin John Heemeyer heette hij, je moet zijn naam maar even googelen. Hij was een slachtoffer van het systeem, net als Nikolai, de hoofdpersoon in mijn film. Alleen handelde hij nog veel radicaler.”

Zvyagintsev kijkt met een vragende blik naar het groepje journalisten uit de hele wereld; niemand lijkt bekend met het verhaal van Heemeyer. “Hij vocht om zijn bedrijf en land te behouden, waar van de overheid een enorme betonfabriek moest verrijzen. Toen al zijn inspanningen vergeefs bleken – de burgemeester en de raad waren volgens Heemeyer volslagen corrupt – veranderde zijn wanhoop in gramschap. Hij verbouwde zijn bulldozer tot killdozer, een soort tank waarmee hij een spoor van verwoesting trok. Toen de opgetrommelde politiemacht te langen leste het gepantserde ding kon binnendringen, had hij zichzelf van het leven benomen.”

IMG_3293

IMG_3297

Geen Russisch verhaal dus, wil Zvyagintsev maar zeggen, en geen kritiek op de huidige machthebber, maar een Amerikaanse tragedie. Maar, zo voegt hij er onmiddellijk aan toe, “het is vooral een universeel verhaal”. In overleg met zijn vaste scenarioschrijver Oleg Negin – op het festival van Cannes, waar dit gesprek plaatsvond, werden de twee onderscheiden voor hun script – besloot Zvyagintsev het verhaal naar Rusland te verplaatsen. “Rusland ligt me nu eenmaal na aan het hart. En het is productioneel een stuk eenvoudiger om in eigen land te filmen.”

Op een site van een amateurfotograaf vond hij foto’s van een geïsoleerd dorp aan de Barentszzee, in het noorden van Rusland. “We zijn er een kijkje gaan nemen en wisten direct dat het de perfecte locatie was: omdat het het einde van de wereld is en we de macht van de staat én de nietigheid van de mens er mooi konden afzetten tegen de overweldigende kracht van de natuur. En omdat de bewoners ons meevoerden naar de baai waar van tijd tot tijd enorme walvissen opduiken. De filmtitel had ik al, naar Thomas Hobbes, en toen zag ik die machtige beesten. Ik dacht: dit kan geen toeval zijn. Dit is de plek.”

299867837

leviathan_51000068_st_4_s-low

Daar, aan de fotogenieke Barentszzee ondergaat de rouwdouw Nikolai een reeks beproevingen die doen denken aan het Bijbelboek Job, dat ook al leidend was in Zvyagintsevs eerdere films. “Dat was geen vooropgezet plan. Ik ontdekte de overeenkomst al schrijvende. Ik vind het een prachtig thema; door Nikolai in gesprek te laten gaan met een priester kan ik het verhaal van Job vertellen. De priester is een simpel, puur en diepgelovig mens, die oprecht probeert om Nicolai te helpen. Hij is geen farizeeër, zoals de bisschop die tegen de macht aanschurkt en met heel andere dingen bezig is.”

Op de vraag of zijn film dan toch moet worden opgevat als maatschappijkritiek, schudt Zvyagintsev het hoofd. “Nee. Ja en nee. Ik klaag de huidige machthebbers niet aan met mijn film; Leviathan gaat over een eenvoudige man die wordt vermorzeld in een enorm krachtenveld. Ik heb geld gekregen van het Russische ministerie van cultuur. Voor het festival van Cannes hebben we de film laten zien aan minister Vladimir Medinsky en er heel open over gesproken. Hij begreep wel wat ik wilde zeggen, maar hij denkt er anders over. Dat hoort bij zijn functie; het zou vreemd zijn als het anders was. Ik maak kunstwerken, zijn werk is politiek, hij gaat over kunst in brede zin.”

leviathan_51000068_st_3_s-low

leviathan_51000068_st_2_s-low

De minister meende onder meer dat er teveel wordt gedronken in Leviathan. “Ach, dat drinken, dat is een beetje een cliché. Ik denk dat er veel landen zijn waar net zoveel wordt gedronken, maar wij hebben een drinkspelletje waarmee je kunt aantonen dat je een echte man bent… Het heeft een humoristisch effect, vind ik, die mannen die wodka als limonade drinken. Dat is nodig; anders wordt het drama ondraaglijk.”

Zvyagintsev zegt zich ook niet druk te maken om een nieuwe wet die godslasterlijke taal verbiedt in door de staat gesubsidieerde films. “Toen de wet werd getekend was mijn film al klaar, dus het zou geen gevolgen moeten hebben. Ik vind overigens niet dat er teveel wordt gevloekt in mijn film. Iedere vloek is zorgvuldig, afgewogen, zoals ieder ander woord ook zorgvuldig is afgewogen. Vloeken is ook gewoon een levendige manier om je uit te drukken. Of het gevolgen heeft voor mijn volgende films? Ik hoop het niet. Ik heb ook gehoord dat de minister van cultuur vindt dat alle bloemen mogen bloeien, maar dat hij alleen de bloemen water geeft die hij mooi vindt. Maar toen ik hem vertelde dat ik met twee nieuwe projecten bezig was, zei hij dat hij benieuwd was. We zullen wel zien, het heeft geen enkele zin me daar nu druk om te maken.”

Leviathan van Andrei Zvyagintsev draait nu in de Nederlandse bioscoop. Dit interview verscheen eerder in Het Parool.

24

10 2014

EYE presenteert Anthony McCalls wervelende films van massief licht

IMG_5835

In het duister klinkt gegiechel. Twee dames op leeftijd zitten als kleine meisjes in, wat in hun hoofden zal doorgaan voor een zelfgebouwde tent. Maar ze zitten niet onder een warme wollen deken, het dak bestaat uit een transparante lichtbundel. Toch voelen ze zich geborgen, wanen ze zich onbespied en lijken ze de wereld om zich heen totaal te vergeten. Welkom in EYE, welkom in de wereld van de Britse kunstenaar Anthony McCall.

Sinds het begin van de jaren ’70 heeft McCall (1940) een buitenissig oeuvre opgebouwd, bestaande uit tekeningen, performances en grote lichtinstallaties. Solid light films noemt hij die sculpturale, langzaam van vorm veranderende lichtprojecties; films van massief licht.  Daarin draait het niet om wat er op het scherm wordt geprojecteerd, maar om de projectie zelf. Een scherm is niet eens noodzakelijk.

IMG_5833

Solid Light Films and Other Works (1971-2014), zoals de formidabele expositie in EYE heet, McCalls eerste solotentoonstelling in Nederland, is onderverdeeld in drie ruimtes. In het eerste, lichte zaaltje zijn schetsen, studies en maquettes te zien, en Landscape for Fire II, een registratie van een performance met echt vuur. Ze dateren uit het begin van de jaren ’70 – de hoogtijdagen van de conceptuele kunst. McCall, en met hem vele andere filmmakers en kunstenaars, zocht naar een alternatief voor de verhalende film en experimenteerde volop met de basis-ingrediënten van het medium: de projector, het celluloid, het doek en de vertoningsruimte.

McCall zette het uitgangspunt van de filmindustrie op zijn kop; hij verplaatste de aandacht van de kijker van het geprojecteerde beeld naar de lichtbundel zelf. “De toeschouwer bekijkt de film met z’n rug naar wat normaal gesproken het doek is, de blik gericht langs de lichtbundel, op de projector zelf”, aldus McCall. “De film begint als een strakke streep licht, als een laserstraal, en ontwikkelt zich langzaam tot een volledige, holle kegel van licht. Het publiek moet daarbij op en neer bewegen, in en uit de lichtstraal. Wie stilstaat, ondergaat de ervaring niet ten volle.”

IMG_5824

IMG_5829

De bezoeker wordt aldus uitgedaagd zich in de tentoonstellingsruimte tot de bewegende lichtsculpturen te verhouden. Moeilijk is dat niet, zo blijkt in de grote, donkere zaal van EYE; McCalls werken mogen in essentie zeer theoretisch zijn, ze vormen bovenal een overweldigende lichamelijk ervaring.

Vijf lichtwerken zijn er te zien in EYE, waaronder het iconische Line Describing a Cone (1973). In de loop van een uur trekt een witte stip langzaam een volmaakte cirkel op het zwarte doek. Mooi, daar niet van, maar ook een beetje alsof je gras ziet groeien; het eigenlijke werk ontstaat tussen de projector en het doek: de lichtstralen in kegelvorm. Aanraken moet, er kan niks stuk.

Toen McCall het werk in de jaren ’70 toonde, bestond zijn publiek voornamelijk uit andere kunstenaars en vrienden. Men kwam bijeen in oude fabriekshallen, waar lekker veel stof in de lucht hing en nog mocht worden gerookt. In het rookvrije EYE doen onzichtbare rookmachines hun werk. 16mm is er vervangen door digitale projectie. Het is wat serener, maar het effect is hetzelfde: McCalls lijnen van licht zijn kaarsrecht en zijdezacht tegelijk, minimalistisch en complex, subtiel en sensueel.

IMG_5825

IMG_5823

Al even ongrijpbaar is zijn atypische geluidswerk in het laatste, lichte zaaltje. Op de vloer staan vijf bolvormige speakers in lijn, waaruit het donderend geraas van een vloedgolf op je af komt. Sluit je ogen en je voelt het water over je voeten stromen en je voeten bij elke golf een paar centimeter verder wegzakken in het natte zand.

Het is pure magie. Als je op de goede plek staat ten minste; als je een voorbeeld neemt aan de twee dames op leeftijd en McCalls werken ‘betreedt’.

Anthony McCall – Solid Light Films and Other Works (1971-2014), t/m 30/11 in EYE, IJpromenade 1.

22

10 2014

“Vanaf nu zullen we aan elkaar verbonden zijn”

onbekend

Ik kreeg mail uit De Zone. “Hoe gaat het met je?”, wilden ze weten, en ik dacht: “wat attent!”. “Het was bijzonder je ontmoet te hebben”, vervolgende ‘ze’. “Je foto hangt nog altijd bij ons. Vanaf nu zullen we aan elkaar verbonden zijn en zal je De Zone altijd bij je blijven dragen.”

De Zone hoopt dat ik deze verbintenis wil uitdragen en het verhaal van De Zone wil door vertellen aan anderen die er, volgens mij, geschikt voor zijn of het nodig kunnen hebben. Dat kan door de ‘underground informatiestroom’ van het Zone-systeem door te geven en mensen naar de site te verwijzen. Bij dezen: als je deze link meestuurt krijg je 5 euro korting op een kaartje voor De Zone! Maar wees er snel bij, in Amsterdam is De Zone nog maar enkele dagen te bezoeken…

22

10 2014

De posters van Theo van Gogh

Looslr

EYE organiseert een retrospectief met de films van Theo van Gogh. Ook de posters worden geëxposeerd, helaas achter glinsterend glas, waardoor ze niet heel goed te zien zijn. Maar er zitten een paar hele mooie tussen, waaronder 0605, die in 2005 werd bekroond met de Cinema.nl Afficheprijs, en de stijlvolle, provocerende affiches van 06 en Loos (die ongetwijfeld als inspiratie heeft gediend voor de poster van Secretary).

06_05lr

06lr

Lugerlr

Dagje naar het strandlr

20

10 2014

Drie keer is scheepsrecht

IMG_5989

Twee jaar geleden ben ik veel te hard van stapel gelopen en kon ik na 37,6 km (!) letterlijk geen stap meer zetten. Vorig jaar ben ik gestart ondanks een achillespeesblessure en moest ik na 35 km uitstappen (en kon ik vervolgens ruim twee maanden niet lopen). Maar afgelopen zondag is het dan toch gelukt: ik heb de TCS Marathon van Amsterdam uitgelopen. In mijn streeftijd van 3.40 (3.40.31 om precies te zijn). Tot 25 km ging het echt heel erg lekker, hoewel mijn hardloophorloge er na 22 km mee ophield (zocht alleen nog satellieten en was leeg aan de finish…). Vanaf 35 km – waar het natuurlijk pas echt begint – was het harken. De regenbui deed me ook geen goed; ik kreeg het koud. Maar goed, ik heb het gehaald, mede dankzij alle fijne aanmoedigingen, van bekenden en wildvreemden, waarvoor veel dank!

Uitslag2

IMG_5990

IMG_5993

IMG_5994

IMG_5988

20

10 2014

De bespiegelmuziek van Arvo Pärt

1800343_401958786625138_5081071885692053303_n-940x626

De Estse componist Arvo Pärt heeft woensdag in Tokio uit handen van prinses Hitachi de prestigieuze Praemium Imperiale ontvangen. Ik schreef een aantal jaar geleden onderstaand stuk over Pärts minimalistische muziek, die is gebruikt in talloze films en documentaires.

banishment

Een donkere man en een blonde moeder reizen met hun kindertjes per trein uit een grauwe industriestad naar het groene, lyrische platteland. Het is nacht. Het hoofd van de slapende zoon rust op de schoot van zijn vader. Die slaapt ook, maar zijn grote hand zorgt ervoor dat de jongen niet van de smalle bank kan rollen. Het hoofd van het dochtertje rust op de schoot van haar moeder, die tegenover haar man zit. De vrouw is in gepeins verzonken. Werktuiglijk strijkt ze met haar hand door het haar van het kleine meisje. De camera blijft een paar tellen op haar trouwring gefocust.

Op de geluidsband zet een hypnotiserend, sereen pianospel in. Boven het gestommel van de trein uit klinkt eerst één lang aangehouden lage noot, daarna een aantal repetitieve ijle noten. De vrouw kijkt naar haar slapende man. Op haar gezicht verschijnt een flauwe lach. Als de vier de volgende ochtend zwijgend van het verder lege perron een uitgestrekt, paradijselijk landschap in lopen, richting het geboortehuis van de man, sterft de hemelse muziek langzaam weg.

De weemoedig stemmende, mysterieuze pianomuziek is de vreemde eend in de bijt in de score van The Banishment (‘de verbanning’), na The Return de tweede speelfilm van de Rus Andrej Zvjagintsev (volgende week komt zijn Leviathan uit in de Nederlandse bioscoop, met muziek van Philip Glass). Die brommerige muziek werd, net als die voor The Return, speciaal voor de film gecomponeerd door Andrej Dergatsjov. Alleen het pianogepingel is niet van zijn hand; dat is Für Alina van Arvo Pärt.

2007banishment01

De muziek van de diepgelovige, Russisch-orthodoxe Pärt (Paide, 1935; met zijn kalende hoofd en woeste baard lijkt hij zo uit een film van Andrej Tarkovski weggelopen) is al gebruikt in tientallen korte animatiefilms en lange documentaires, in docudrama’s en speelfilms. Door regisseurs uit alle windstreken: uit Europa en Azië, uit Australië, Zuid-Amerika en de Verenigde Staten.

Toch wist Zvjagintsev direct dat hij de muziek wilde gebruiken, toen hij het net twee minuten durende Für Alina hoorde. Dat vele filmmakers hem voor gingen – de Sovjet-Rus Heino Pars gebruikte in 1962 als eerste een score muziek van Pärt in zijn korte animatiefilm Väike motorolie – en dat Pärts muziek als filmmuziek sindsdien allang een cliché is geworden, was geen bezwaar.

Pärts niet speciaal voor film gecomponeerde muziek is religieus en verstild, minimalistisch en zachtzinnig, sober en hypnotiserend, maar hij schuwt het grote gebaar niet en is op zijn tijd niet wars van enig bombast en effectbejag. In het korte filmpje Auftakt, als extra toegevoegd aan de dvd Arvo Pärt: 24 Preludes For a Fugue  (2005) waarin Dorian Supin hem van dichtbij volgt, zegt Pärt zelf: ‘Ik heb ontdekt dat het genoeg is wanneer een enkele noot mooi wordt gespeeld. Deze ene noot, of een enkel geluid, of een moment van stilte, biedt mij troost. Ik werk met zeer weinig elementen – met één stem, twee stemmen. Ik bouw met primitieve materialen – met de drieklank, met één specifieke tonaliteit. De drie noten van de drieklank lijken op bellen en daarom noem ik het tintinnabuli.’ Na Für Alina bleef hij de techniek toepassen in werken als Fratres, Cantus in Memoriam Benjamin Britten en Tabula Rasa. Pärt groeide uit tot een van de best verkochte moderne ‘klassieke’ componisten.

Filmmuziek is vaak de rode loper waarover de emotie van het doek bij de kijker binnendringt. Niet voor niets is het afdekken van de oren bij een horrorfilm vaak effectiever dan het sluiten van de ogen. En niet voor niets gebruiken puristen als de Belgische gebroeders Dardenne (bijna) geen muziek in hun films.

japon_07

De meeste regisseurs gebruiken muziek om een bepaalde sfeer aan de beelden toe te voegen – negen van de tien keer om de beelden te ondersteunen, te versterken. Bij romantische scènes klinken lieflijke, zoetgevooisde melodieën; bij spannende scènes zetten snerpende, ijzingwekkende violen en tromgeroffel de toon, bij een nachtelijke shoot-out klinken pompende akkoorden.

De kijker kan door muziek ook op het verkeerde been worden gezet. Maar de muziek van Pärt zet de kijker eigenlijk nooit op het verkeerde been. Zijn composities zijn nooit te horen bij luchtige, laat staan lollige scènes, maar worden steevast ingezet bij onheilszwangere beelden van uitgestrekte landschappen en woeste wolkenluchten, bij shots van peinzende en turende blikken, en bij beladen beelden van oorlogen en de dood, van rampspoed en natuurgeweld. En bij combinaties van deze categorieën.

There-Will-Be-Blood-2

Jonny Greenwood, de gitarist van Radiohead, kreeg op het festival van Berlijn de Zilveren Beer voor een bijzondere artistieke bijdrage voor zijn muziek van Paul Thomas Andersons There Will Be Blood. Maar bij een van de meest intense scènes, waarin de hebberige, ongelovige oliebaron Daniel Plainview voor het eerst écht de strijd aangaat met de priester die een kerk had wil bouwen op de grond waar hij een oliepomp heeft neergezet, klinkt Pärts Fratres (in de versie voor cello en piano), een compositie waarin volgens de vele Pärt-adepten alle stiltes op de juiste plek vallen. Daar valt wel wat voor te zeggen, want Pärts indringende compositie verschilt duidelijk in toon van de heftige, onheilspellende score van Greenwood. Maar het is voor de goede verstaander.

De repeterende motieven van Cantus in Memoriam Benjamin Britten drukken een zwaar stempel op het slot van Japón, het bekroonde speelfilmdebuut van de Mexicaan Carlos Reygadas (die Pärt bedankt op de aftiteling). In zijn geheel, dus ruim vijf minuten, terwijl de camera traag over een weids landschap zweeft, langs een brandende autoband, twee dode lichamen en een treinrails. De perfecte afsluiting van een mysterieus-majestueuze film voor de een; de definitieve nekslag van een toch al bombastische film voor de ander.

Gerry

Datzelfde Cantus in Memoriam Benjamin Britten werd door Michael Moore in Fahrenheit 9/11 onder beelden gezet van de instortende torens van het World Trade Center en van passanten die verbijsterd omhoog, in het niets kijken. Alsof het allemaal niet erg genoeg is. Subtiliteit is nooit het sterkste punt van Moore geweest, maar dit is op het potsierlijke af.

Pärts Spiegel im Spiegel is tenminste drie keer te horen in Guy Ritchies Swept Away (2002), onder meer bij een minutenlange sleutelscène waarin de verwende rijkeluisvrouw, gespeeld door Madonna, over de zee tuurt, een kampvuur knispert, en we de stoere zeebonk zien die ze veracht, maar van wie ze afhankelijk is omdat ze zich op een onbewoond eiland bevinden. Aan het einde van de sequentie onderwerpt zij zich toch aan hem, kust ze zijn voeten en vrijen ze woest in de branding. Het kan niet anders of de makers dachten dat de muziek van Pärt de scène, en eigenlijk de hele film, iets van klasse, van standing zou geven. Tevergeefs. Het Madonna-vehikel flopte genadeloos en kreeg vijf Golden Raspberries, de anti-Oscars.

Nog geen jaar later gebruikte de Amerikaanse regisseur Gus Van Sant, die mainstream producties afwisselt met high art, hetzelfde stuk in Gerry (2003), zijn compromisloze ode aan de metafysica van de Hongaarse regisseur Béla Tarr, waarin twee mannen eindeloos door een woestijn lopen te sloffen.

De keuze voor Pärt, wiens muziek ook tijdens de opnamen veelvuldig werd gedraaid, onderschrijft de gedachte dat Van Sant het werk van Tarr niet helemaal begrepen heeft. Bij de Hongaar zijn de statische shots, de tergend trage camerabewegingen en de spaarzame dialogen de vertaling van de diepere boodschap. Bij Van Sant is het precies andersom. De fraaie opnamen van landschappen en vergezichten, van wolkenformaties en zonsondergangen moeten een existentialistische of mythische boodschap suggereren.

MCDSWAW EC025

Als Swept Away wél een succes was geworden, en daarmee de muziek van Pärt bekender bij het grote publiek, had Van Sant overigens voor andere muziek gekozen, zei hij naderhand. Hij had niet gewild dat Gerry te boek zou komen te staan als ‘die film met dat nummer uit de Madonna-film’.

Behalve Spiegel im Spiegel is Für Alina nadrukkelijk aanwezig op de soundtrack van Gerry. Het korte, tweestemmige pianowerk, geschreven in 1976 na een lange periode van contemplatieve stilte, is door Pärt zelf vergeleken met een witte lichtstraal die door een prisma valt. Voor iedere luisteraar heeft de muziek een andere betekenis, waardoor een bonte verzameling van betekenissen ontstaat, als de kleuren van een regenboog.

winterschlafer

Bij regisseurs, van documentaires én van speelfilms, lijkt ook dit stuk echter altijd weer dezelfde connotatie op te roepen. De Duitser Tom Tykwer, die de verzamelde werken van Pärt eerder al onder Winterschläfer (1997) zette, laat Für Alina een keer of vier horen in Heaven (2002), onder meer bij een aantal topshots, waardoor de indruk wordt versterkt dat de camera zo’n beetje naast de hemelpoort moet hebben gestaan.

In The Banishment komt Für Alina nog een tweede keer terug. De vrouw heeft haar man verteld dat zij zwanger is. Maar dat hij niet de vader is. Als het gezinnetje, schijnbaar in perfecte harmonie, een wandeling maakt naar het kerkhof waar grootvader begraven ligt, klinken de hypnotiserende noten van Für Alina opnieuw. ‘Waaraan is opa gestorven?’ vraagt de zoon. ‘Iedereen gaat dood’, luidt het norse antwoord van zijn vader.

Naar de precieze betekenis van de scène kan alleen maar worden gegist; regisseur Zvjagintsev weigert zijn films te duiden. De kijker moet het zelf maar uitvinden, en de esoterische muziek van Arvo Pärt helpt daar tegelijkertijd wél en niet bij. Die versterkt het idee dat het geen toeval kan zijn dat The Banishment vol zit met christelijke symboliek (de man wast het bloed van zijn broer van zijn handen, de vrouw biedt haar dochter Eva een appel aan. De camera zoomt nadrukkelijk in op het houten kruis op een deur; de kinderen maken een puzzel van De annunciatie van Leonardo da Vinci).

Maar de muziek legt tegelijkertijd ook een rookgordijn aan. Pärts ‘avant-garde music for the millions’ is een soort duizenddingendoekje: inzetbaar voor contemplatie, weldadige rust, (bijna) doodervaringen en hoogoplopende emoties, voor vertrouwdheid en geborgenheid en het leven uit balans. Zijn muziek – tegelijkertijd boordevol betekenis en zo leeg als maar kan – is inmiddels net zo’n cliché als sentimentele strijkers bij een liefdesscène. Toch werkt het, vooral bij een romanticus als Tom Tykwer en mystici als Andrej Zvjagintsev en Carlos Reygadas. En het klinkt lang niet zo goedkoop.

Muziek van Arvo Pärt in films:


Für Alina (1976)
The Letter (Jay Anania, 2012)
In memoria di me (Saverio Costanzo, 2007)
The Banishment (Andrei Zvyagintsev, 2007)
Le temps qui reste (François Ozon, 2005)
The Giant Buddhas (Christian Frei, 2005)
La petite Lili (Claude Miller, 2004)
Feux rouges (Cédric Kahn, 2004)
Gerry (Gus Van Sant, 2003)
À hauteur d’homme (Jean-Claude Labrecque, 2003)
Heaven (Tom Tykwer, 2002)
C’est la vie (Jean-Pierre Améris, 2001)
Bella Martha (Sandra Nettelbeck, 2001)
La chambre des officiers (François Dupeyron, 2001)
Tiengemeten – Deel 1 (Digna Sinke, 2001)
Uprising (Jon Avnet, 2001)
Cantus in Memoriam Benjamin Britten (1977)
Candy (Neil Armfield, 2006)
Fahrenheit 9/11 (Michael Moore, 2004)
Dag och natt (Simon Staho, 2004)
Japón (Carlos Reygadas, 2002)
Uprising (Jon Avnet, 2001)
A Kind of Hush (Brian Stirner, 1999)
Winterschläfer (Tom Tykwer, 1997)
Loved (Erin Dignam, 1997)
Mother Night (Keith Gordon, 1996)
Les amants du Pont-Neuf (Léos Carax, 1991)
Testament (John Akomfrah, 1988)
Rachel River (Sandy Smolan, 1987)

Fratres (1977)
There Will Be Blood (Paul Thomas Anderson, 2007)
Winterschläfer (Tom Tykwer, 1997)
Mother Night (Keith Gordon, 1996)
Hamsun (Jan Troell 1996)
Elossa (Jukka-Pekka Siili, 1990)
Testament (John Akomfrah, 1988)

Spiegel im Spiegel (1978)
Gravity (trailer) (Alfonso Cuarón, 2013)
About Time (Richard Curtis, 2013)
The East (Zal Batmanglij, 2013)
Movie 43 (div. Regisseurs, 2013)
The Letter (Jay Anania, 2012)
This Must Be the Place (Paolo Sorrentino, 2011)
Elegy (Isabel Coixet, 2008)
Dear Frankie (Shona Auerbach, 2004)
Depuis qu’Otar est parti (Julie Bertucelli, 2003)
Gerry (Gus Van Sant, 2003)
Touching the Void (Kevin Macdonald, 2003)
Soldados de Salamina (David Trueba, 2003)
Turning Gate (Hong Sang-soo, 2002)
Swept Away (Guy Ritchie, 2002)
Heaven (Tom Tykwer, 2002)
Dans le noir du temps (Jean-Luc Godard, 2002)
Wit (Mike Nichols, 2001)
Mother Night (Keith Gordon, 1996)

En verder…
My Heart’s in the Highlands in La grande bellezza (Paolo Sorrentino, 2013)
Fratres in The Place Beyond the Pines (Derek Cianfrance, 2012)
Fratres in To the Wonder (Terrence Malick, 2012)
Te deum, Silouans Song, Orient & Occident en Como cierva sedienta in Bes vakit (Reha Erdem, 2006)
Litany, Salve Regina en Silouans Song in The Good Shepherd (Robert De Niro, 2006)
De Profundis in Dead Man’s Shoes (Shane Meadows, 2004)
Ein Wallfahrtslied, Psalom, Trisagion in Les invasions barbares (Denys Arcand, 2003)
Litany in The Insider (Michael Mann, 1999)
Annum per Annum in The Thin Red Line (Terrence Malick, 1998)
Silouans Song in Little Odessa (James Gray, 1996) en in The Buried Forest (Kôhei Oguri, 2005)
Peace Upon You, Jerusalem in Promised Land (Amos Gitaï, 2004)

16

10 2014

Theatertherapie

zone

Nadat ik afgelopen maandag al de ‘Fase van inwijding’ had doorstaan, was ik vandaag daadwerkelijk in ‘De Zone’. Het was een heel bijzondere ervaring, die ik iedereen van harte kan aanraden. Alleen had ik nadat ik had gereserveerd, een stukje in Het Parool gelezen en dat vond ik achteraf jammer; hoe minder je weet, hoe bijzonderder de ervaring is. Dus ga naar de site van Frascati en reserveer zolang het nog kan! En laat me t.z.t. weten wat je ervan vond!

16

10 2014

This is the Time. This is the Record of the Time: de schijnbare orde wordt ondermijnd door inherente chaos

008.SMBA-'THIS IS THE TIME'-2014-PH.GJ.vanROOIJ

Ontelbare vinkjes op alle muren, van net boven de plint tot in de nok van de tentoonstellingsruimte; tafels met keurig uitgestalde schriften, knipsels en papierwerken; een dansfilm waarin wordt bekeken hoe een vroeg twintigste-eeuwse Duitse expressionistische dansvorm in de loop van de tijd is veranderd. Fraai en prikkelend, zeker, maar niet wat je in eerste instantie zou verwachten op een groepstentoonstelling van negen in Nederland en Libanon gevestigde kunstenaars.

Terwijl de kranten en journaals een continue stroom nieuws brengen over beschietingen van doelen in het zuiden van Libanon door het Israëlische leger en aanvallen van de Syrische tak van al-Qaida op Hezbollah-kampen elders in Libanon, kozen de gastcuratoren Angela Harutyunyan en Nat Muller juist níet voor politieke statements of korzelige video’s van demonstraties en plat gebombardeerde huizen.

011.SMBA-'THIS IS THE TIME'-2014-PH.GJ.vanROOIJ

In This is the Time. This is the Record of the Time, zoals het samenwerkingsproject met de American University of Beirut Art Gallery in Libanon is genoemd, draait het om vastleggen van onze tijd. “Kunstenaars zijn altijd de kroniekschrijvers en commentatoren van hun tijd geweest”, aldus Nat Muller in de publicatie bij de tentoonstelling. “De tijd waarin we leven lijkt er een van voortdurende versnelling, immer groeiende en dominerende technologie, en een toenemend aantal crisissen die op mondiale schaal worden ervaren. Terwijl we dagelijkse gebeurtenissen kunnen delen op een schaal die voorheen niet mogelijk was, lijken we minder macht te hebben over de koers van de wereld. (…) Gebeurtenissen spelen zich live af, binnen handbereik, maar kunnen we de huidige stand van zaken ook echt begrijpen?”

De titel van de expositie ontleenden Harutyunyan en Muller aan From the Air, een liedje van de Amerikaanse zangeres en performancekunstenaar Laurie Anderson. This is your Captain – and we are going down / We are all going down, together”, zingzegde Anderson al in 1982, net boven de nerveuze blazers uit. “And I said: Uh oh. This is gonna be some day / Standby. This is the time / And this is the record of the time / This is the time. And this is the record of the time.”

This is the Time. This is the Record of the Time wil de bezoeker aansporen tot een pas op de plaats. Tot beschouwing, al is het maar voor even. Dat doen de negen kunstenaars door in te zoomen op registratietechnieken die onze perceptie van tijd representeren en beïnvloeden. En daarbij gaan ze er vanuit dat een ‘record of the time’ altijd onvolledig en subjectief is.

014.SMBA-'THIS IS THE TIME'-2014-PH.GJ.vanROOIJ

Mooi zijn de oneindige video’s van de jonge Argentijnse kunstenaar Sebastián Díaz Morales, die in 2002 is afgestudeerd aan de Rijksakademie. In de beste loopt een man door een eindeloos doolhof van trappen, zonder hoger te komen, zoals de monniken in Eschers houtsnede Klimmen en dalen. Al even bijzonder is Perpetuum Mobile van de Libanese componist, pianist en beeldend kunstenaar Cynthia Zaven. Het is een geluidsinstallatie met twaalf aan het plafond bevestigde speakers, waarin een monotone pianoaanslag rondzingt in het ijzeren stramien van een wijzerplaat. Langzaam maar zeker wordt het schijnbaar georganiseerde en mechanische geluid verstoord en daardoor chaotischer én mooier. De schijnbare orde wordt ondermijnd door inherente chaos – het is net het echte leven.

De Portugese, in Rotterdam woonachtige Priscila Fernandes maakte inkjet prints van met de hand beschilderde groot formaat negatieven, geïnspireerd door de neo-impressionistische manier van schilderen. In Study of Focus heeft de aan de Rietveld afgestudeerde Kristina Benjocki fragmenten uit geschiedenisboeken van het voormalige Joegoslavië uitvergroot en geweven tot een serie wandtapijten. Het kan bijna niet anders of deze herinterpretatie van de Joegoslavische geschiedenis moet worden gezien als politiek statement…

This is the Time. This is the Record of the Time. T/m 9/11 in SMBA, Rozenstraat 59. Zondag 14/10 om 14.00 uur is in SMBA een gesprek met een aantal deelnemende kunstenaars. De tentoonstelling reist in maart 2015 door naar AUB Art Gallery in Beiroet.

10

10 2014

Nuri Bilge Ceylan over Winter Sleep: “Ik refereer niet aan de huidige situatie in Turkije”

WS01

‘Vroeger had ik bewondering voor je. We dachten dat je grootse dingen zou gaan doen, dat je beroemd zou worden. (...) Maar die artikeltjes van jou... het is sentimentele romantiek. Er spreekt een naïeve, zwakke zelfovertuiging uit. Je neemt geen risico’s; de auteur trapt open deuren in om zich geliefd te maken. En die lyrische, naar sentimentalisme neigende dekmantel maakt het alleen maar erger.’

Zo! Die zit! Terwijl Aydin in zijn studeerkamer aan een nieuwe column over godsdienst en moraal werkt, krijgt hij de wind van voren van zijn zus Neclam, die achter hem op de bank ligt. Languit, lui. Verveeld. Maar Aydin is er de man niet naar om zich door zijn zus’ tirade uit het veld te laten slaan. ‘Zo te horen kan ik er maar beter mee ophouden,’ antwoordt hij, helemaal niet van plan ermee op te houden.‘Nee, nee,’ zegt Neclam snel. ‘Het is gewoon mijn mening.’ ‘Gelukkig denkt niet iedereen er zo over,’ riposteert Aydim, terwijl hij minzaam opkijkt van zijn laptop. ‘Ik heb je toch niet beledigd?’ vraagt Neclam. ‘Nee’, zegt Aydim beslist. ‘We mogen dan broer en zus zijn, we verschillen als dag en nacht. Ik moet er misschien blij om zijn dat jij er zo over denkt.’

WS03

De scène gaat maar door, minutenlang. Geen van beiden gunt de ander het laatste woord. Telkens als je denkt dat het niet erger kan, doet de ander er een schepje bovenop. Zij verwijt hem hypocrisie (‘Had ik maar jouw vermogen tot zelfmisleiding’) en een gebrek aan moed: ‘Als auteur ben je vergeten jezelf te zijn. Je verandert van identiteit als van een hemd.’ En Neclam is niet de enige. Ook Aydims mooie, veel jongere wederhelft Nihal kan hem nauwelijks velen. Hun liefde is jaren geleden al verdampt. Als ze elkaar met rust zouden laten, was de situatie in huis nog net draaglijk. Maar ze laten elkaar niet met rust. Terwijl de sneeuw naar beneden dwarrelt, blijven ze elkaar opzoeken. En op elkaar inbeuken, als uitgetelde boksers.

196 minuten duurt de messcherpe karakterstudie Winter Sleep. En als het aan hem had gelegen, was de film nog veel langer geweest, vertelde regisseur Nuri Bilge Ceylan op het festival van Cannes, waar het dit voorjaar werd bekroond met de Gouden Palm, de prijs voor de beste film. Ceylan was zelf uiterst content over een vier en half uur durende versie, maar zijn omgeving wist hem ervan te overtuigen dat het publiek dat niet aan kan. Oók het arthouse publiek niet. En juryvoorzitter Jane Campion zag er zo, met 196 minuten, ook al tegenop, zei ze na de uitreiking. ‘Ik was bang. Ik zei tegen de andere juryleden dat ik vast en zeker naar het toilet zou moeten. Het was paniek om niks. De film greep me volledig. Winter Sleep is meesterlijk en meedogenloos.’

WS02

In Winter Sleep draait het om Aydim, een voormalige theater-acteur die met zijn vrouw en zus vanuit de stad naar het wonderschone, maar straatarme Cappadocië in Centraal-Anatolië is gekomen om het toeristenhotel (Othello heet het, naar Shakespeare) van zijn overleden vader te runnen. De zelfgenoegzame intellectueel – grijs, brilletje, een paar kilootjes te veel – zegt ‘De geschiedenis van het Turks theater’ te willen gaan schrijven, een alomvattende studie, maar hij komt niet verder dan persoonlijke columns voor het lokale sufferdje. De rest van zijn tijd gaat verloren aan tergende discussies met zijn Florence Nightingale-achtige vrouw Nihal, zijn lethargische zus Neclam en met ondergeschikten en buurtbewoners die hem huurpenningen schuldig zijn.

‘Ik begrijp dat de ellenlange dialogen voor een niet-Turks publiek moeilijk te behappen zijn. Niet omdat een deel van de nuances verloren gaat in de vertaling, maar omdat je blik gefocust is op de ondertitels, waardoor je minder oog hebt voor alle expressies en details. Als er in hun eigen taal wordt gesproken, houden mensen juist van dialoog, en zijn het juist de stiltes die hen een ongemakkelijk gevoel geven.’

Nuri

Ceylan schreef het script en de dialogen samen met zijn vrouw Ebru; samen schreven ze ook al scripts voor Once Upon a Time in Anatolia (in 2011 in Cannes bekroond met de Grote Prijs) en Three Monkeys (in 2008 in Cannes bekroond met de prijs voor de beste regie). ‘Het eerste wat ik had bedacht waren een man en vrouw. Natuurlijk bevat de film aspecten uit mijn eigen leven, en uit dat van mijn naaste vrienden; Aydim is deels autobiografisch. Maar tegelijkertijd is hij helemaal niet zoals ik.’

De samenwerking was intens, aldus Ceylan. ‘Vechten is wat mij betreft de beste manier om een script te testen. Als ik iets voorstel, gaat Ebru er op elke denkbare manier tegenin. Als het dan overeind blijft, is het goed.’ Zijn brein werkt beter als hij onder spanning staat, aldus Ceylan. ‘Soms vond ik de juiste woorden niet in een normale conversatie. Als we dan in een discussie belandden, werd ik scherper. Dan stopte ik met denken en kwamen de juiste woorden bijna vanzelf. Wanneer we ruzie maken, doen we dat urenlang, soms tot in de vroege uurtjes, want wij willen allebei het laatste woord. Dat onderscheidt Ebru van andere coscenaristen... die kiezen eieren voor hun geld en geven mij m’n zin om er vanaf te zijn.’

WS04

Op de aftiteling staat vermeld dat Winter Sleep is geïnspireerd door de verhalen van Anton Tsjechov – zoals ál Ceylans films geïnspireerd zijn door de verhalen van Tsjechov. ‘Welke verhalen? Dat zeg ik niet, dan moet je Tsjechov maar lezen. Als je het dan al ziet. Ik maak geen directe verfilmingen van Tsjechov, het gaat om de strekking. Tsjechov schrijft niet over bepaalde onderwerpen, maar over het leven. Dat staat me aan. Ik maak films over het leven. Ik houd er niet van om films te maken over een specifiek onderwerp.’ Toch worden er in Winter Sleep tal van actuele kwesties aangesneden, zoals de kloof tussen de stad en het platteland, tussen arm en rijk, intellectuelen en arbeiders. ‘Maar ik refereer niet aan de huidige situatie in Turkije, ik vind niet dat een kunstenaar allusies moet maken op de huidige situatie in zijn land, ik ben geen journalist... Alles wat er in mijn land gebeurt en is gebeurd, kan worden verklaard uit de menselijke natuur. Met mijn films probeer ik de menselijke ziel beter te begrijpen. Ik maak misschien keer op keer dezelfde film, maar ik denk dat we nog steeds minder weten over de menselijke aard dan over Mars.’

‘Ik begrijp niet dat je het niet beu wordt altijd over hetzelfde onderwerp te schrijven,’ bijt Neclam Aydim toe in Winter Sleep. ‘Volharding is de enige manier om je te verdiepen in een onderwerp; om iets nieuws te creëren,’ antwoordt Aydim. Ceylan zou het zelf gezegd kunnen hebben.

10

10 2014

Mark Rothko in Den Haag: kiezen tussen een chronologische en een emotionele route

Rothko-en-Mondriaan

Het meest bijzondere is voor het laatst bewaard. Tegen de achterwand van de laatste zaal van het Gemeentemuseum Den Haag hangen naast elkaar Piet Mondriaans vrolijke zwanenzang Victory Boogie Woogie (1942-1944) en het bloedrode Untitled (1970), het allerlaatste schilderij dat de abstracte expressionist Mark Rothko maakte voordat hij op 25 februari 1970 in zijn atelier een overdosis antidepressiva nam en zijn polsen doorsneed.

Alhoewel Rothko het niet leuk vond dat zijn werken door een kunstcriticus ‘blurry Mondrians’ werden genoemd, was Mondriaan wel een van zijn inspiratiebronnen – hij noemde hem eens de meest sensuele schilder die hij kende. Maar hoewel Mondriaan vanaf 1940 net als Rothko in New York woonde, kenden de twee elkaar niet persoonlijk.

En toch wordt de verbinding terecht gelegd, al was het maar omdat deze overweldigende Rothko-tentoonstelling er zonder Mondriaan niet was geweest. Die is namelijk het gevolg van een in 1994 gemaakte, nooit op papier vastgelegde afspraak tussen twee conservatoren, toen een groot aantal Mondriaans van het Gemeentemuseum te zien was in de National Gallery of Art in Washington, een museum met een indrukwekkende verzameling Rothko’s. Zou het niet mooi zijn in Den Haag te tonen, bedachten de twee.

Mark-Rothko-x-Gemeentemuseum-Den-Haag-©-Pulp-Collectors-19-870x580

In de jaren die sindsdien verstreken, stegen de prijzen die op veilingen voor Rothko’s schilderijen werden neergeteld naar astronomische hoogten. Voor sommige werken werd bijna 80 miljoen dollar betaald – nog meer dan voor tijdgenoten als Jackson Pollock, Willem De Kooning en Barnett Newman werd neergeteld. Het maakt het nóg bijzonderder dat de expositie er twintig jaar later alsnog is gekomen. “Het is waarschijnlijk ook de laatste keer”, zei museumdirecteur Benno Tempel voor de opening. “Deze tentoonstelling is extreem kostbaar en lastig te organiseren.”

62 Rothko’s zijn er in Den Haag te zien; 10 werken op papier en 52 schilderijen, waaronder ook de enige twee die zich in de collecties van de Nederlandse musea bevinden: Zonder titel (omber, blauw, omber, bruin) (1962) van het Stedelijk en Grijs, oranje op kastanjebruin, nr. 8 (1960) van Boijmans Van Beuningen. Ze hangen laag, de meeste niet achter glas, maar slechts achter een koortje, waardoor de bezoeker bijna in de doeken kan opgaan.

werk-mark-rothko

De Rothko’s kunnen op verschillende manieren worden bekeken. Er is een chronologische route, die laat zien dat Rothko een vergelijkbare ontwikkeling doormaakte als Mondriaan: van figuratief naar abstractie (De jaartallen bij de werken maken echter duidelijk dat de overgang een stuk minder geleidelijk was). Wie bij de entree linksaf slaat – en de ‘emotionele route’ neemt – komt terecht in een zaal met grijs gesausde muren met studies voor Rothko’s beroemde Seagram Murals.

In 1958 kreeg hij de opdracht een serie schilderijen te maken voor het chique restaurant Four Seasons in het nieuwe kantoor van de Seagram Company Ltd. in New York. De gage bedroeg 40 duizend dollar. Toen hij klaar was, liet hij zich ontvallen dat hij hoopte dat zijn meterhoge, bruingekleurde schilderijen de eetlust zouden bederven van iedere ‘son of a bitch’ die ooit in de zaal zou gaan schransen. Toen hij de kans kreeg, kocht hij de schilderijen terug.

1585775563

Het zal te maken hebben met zijn afkomst. Rothko werd 25 september 1903 geboren in Daugavpils, in het zuidoosten van Letland, als Marcus Rothkowitz. In 1913 emigreerde de Joods-Russische familie Rothkowitz naar Portland. Na een mislukte studie aan de Yale-universiteit trok Rothkowitz in 1925 naar New York, waar hij kunst ging studeren. In 1938 verkreeg hij de Amerikaanse nationaliteit, in 1940 veranderde hij zijn naam op aanraden van een New Yorkse kunsthandelaar in Mark Rothko. En transformeerde hij van een beperkte figuratieve schilder in een uitzonderlijke abstracte expressionist, die het menselijke van de mens op het spoor wilde komen door zijn angsten, zijn extases, zijn verrukkingen en zijn hoop te schilderen.

Tientallen variaties op een thema maakte hij: metershoge doeken met contrasterende kleurvlakken. Het zijn zinderende vlakken; uit tientallen ijle lagen opgebouwde schemergebieden, glinsterend, gloeiend, zuigend, zinderend; lucide en transparant tegelijk. Doeken als een sterrenhemel: hoe langer je er naar kijkt hoe meer je ziet. Of zoals de Zwitserse kunstverzamelaar Ernst Beyeler het formuleerde: wanneer je lang genoeg naar de vormen zoekt, doorwoel je de kleuren en vind je daarin het licht.

untitled_1969

Er zijn verschillende schilderijen die bijna alleen maar bestaan uit grijs en zwart (hoewel in de meeste een andere kleur de overgang markeert). Het zouden apocalyptische landschappen kunnen zijn of de zee bij nacht. Misschien is het een maanlandschap. Het zijn overigens geen rechte lijnen, zoals bij Mondriaan, en ook geen geometrische vlakken.

Rothko’s rood is ook anders dan dat van Mondriaan. Misschien is het bloedrood, misschien wel tomatensoep met suiker erin, zoals Nico Dijkshoorn opmerkte in DWDD. Zelf meed Rothko iedere vorm van interpretatie. “Als mensen sacrale ervaringen willen, dan zullen ze die in mijn schilderijen vinden. Als ze profane ervaringen willen, dan zullen ze die ook vinden.”

Mark Rothko. T/m 1/3/2015 in Gemeentemuseum Den Haag. Bij Meulenhoff is recent Annie Cohen-Solals Mark Rothko-biografie verschenen.

10

10 2014