Art Sells

sexsells

Zaterdag is het Museumnacht in 50 Amsterdamse musea, waaronder het Anne Frank Huis, NEMO, het Verzetsmuseum en het Allard Pierson Museum. Het kan geen mens zijn ontgaan, Amsterdam hangt al weken vol prikkelende posters met glanzende lijven en vurige monden (fotografie Govert de Roos).

Ik vind deze variatie op Sex Sells goedkoop en makkelijk, de organisatie denkt daar anders over. “Wij vinden dat kunst en erfgoed even veel aandacht verdienen als seksualisering en porno. Daarom: Art Sells”. “Wij stellen ons de vraag, wat moeten musea in de huidige beeldcultuur nog doen om op te vallen?” De ontwerpers doen ook een duit in het zakje: “We hopen dat er veel over gediscussieerd gaat worden, anders is het geen goede campagne.”

Tsja, zo lust ik er nog wel een paar. Het zou toch niet over de campagne moeten gaan, maar over de musea en hun inhoud? Volgens de organisatie krijgt de programmering nu óók meer aandacht: “bezoekersstromen van google analytics zijn hele fijne dingen. De harde cijfers zult u zoals ieder jaar terugvinden in ons jaarverslag”.

Wat moet de HEMA in de huidige beeldcultuur nog doen om op te vallen? Of broccoli?

sex sells2

30

10 2014

Staatsprijs voor de kunsten voor Irma Boom

Boek SHV-LECTURIS

De Amsterdamse grafisch ontwerpster Irma Boom heeft maandag de Johannes Vermeer Prijs 2014 ontvangen uit handen van minister Bussemaker. De jury heeft Boom unaniem voorgedragen vanwege haar ongeëvenaarde verdiensten op het gebied van grafisch ontwerp. De prijs bestaat uit een bedrag van 100.000 euro, bestemd voor de realisatie van een speciaal project. Eerdere winnaars van deze staatsprijs voor de kunsten zijn architect Rem Koolhaas, beeldend kunstenaar Marlene Dumas, fotograaf Erwin Olaf, filmmaker en schrijver Alex van Warmerdam en operaregisseur Pierre Audi.

De jury onder voorzitterschap van Ernst Hirsch Ballin prijst Boom voor de artistiek opvallende en inhoudelijke manier waarmee zij boeken ontwerpt. “Door haar redactionele inbreng is elk boek uniek. Ze experimenteert en zoekt de grenzen op van het boek. Daardoor ontstijgen haar boeken stuk voor stuk het niveau van louter informatiedragers.  (…) Voor haar is het boek een fundamenteel onderdeel van onze traditie en drager van cultuur. Zij bewijst zich met haar werk als een overtuigende pleitbezorger van het gedrukte boek.”

IrmaBoom_SheilaHicks_ZonderSchaduw

Het is terechte lof: Booms boeken zijn ware kunstwerken, vrij van elk compromis, waarmee ze keer op keer de begrenzingen van de gemiddelde drukpers opzoekt én overschrijdt. Ze won tientallen onderscheidingen voor haar werk – van de Gutenbergprijs en de Amsterdamprijs tot de titel ‘Best verzorgde boek’ en een gouden medaille voor het mooiste boek ter wereld. Haar boeken zijn overal ter wereld geëxposeerd en bevinden zich in de collecties van talloze andere gerenommeerde instellingen, van het MoMA in New York tot het Centre Pompidou in Parijs.

En toch is Boom uitermate kritisch over het gros van haar boeken. ‘Ik ben zelf mijn grootste criticus’, zei ze toen in 2010 zestig van haar ontwerpen te zien waren op de expositie ‘Irma Boom: Biography in Books’ in Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, dat sinds 2003 werkt aan een ‘living archive project’. ‘Ik beschouw mezelf helemaal niet als een goede ontwerper. Ik denk altijd: wanneer doorziet iemand mijn gebrek?’

Wim van Krimpen_004

IrmaBoom_TheSkyDiary4_ZonderSchaduw

Boom (Lochem, 1960) volgde de AKI in Enschede. Ze wilde kunstschilder worden, ontdekte dat anderen daar veel beter in waren, en werd gegrepen door een docent die enthousiast over boeken vertelde. Direct na haar studie ging ze aan het werk bij de Staatsdrukkerij in Den Haag, waarvoor ze in 1988 een schitterend, zo goed als onleesbaar jaarverslag voor de Raad voor de Kunst ontwierp en in 1987 en 1988 de Nederlandse postzegelboekjes – ze zijn vermaard onder ontwerpers en worden verguisd onder postzegelverzamelaars. In 1991 begon ze voor zichzelf; met haar Irma Boom Office maakte ze sindsdien honderden boeken.

Haar meesterproef is het zogenaamde SHV Think Book uit 1996, dat een bijkans mythische status heeft. Het bedrijfsboek werd gemaakt ter gelegenheid van het tweehonderdjarig bestaan van de Steenkolen Handels-Vereeniging, in opdracht van Paul Fentener van Vlissingen, de voormalige, zeer vermogende president van het familiebedrijf. Op het budget is niet beknibbeld: Boom kon vijf jaar onafgebroken aan het boek werken aan het SHV Boek, dat 2136 ongenummerde bladzijden telt, ruim 11 centimeter dik is en 3,5 kilo weegt.

SHV-SPREAD-02

Het SHV Boek werd meermaals onderscheiden en bracht Boom weer nieuwe internationale opdrachtgevers zoals Vitra, Zumtobel en Ferrari, waarvoor ze een prachtig boek maakte waarin alle motoren van de Italiaanse autofabrikant zijn opgenomen.

Boom maakt overigens niet alleen boeken; ze ontwerpt ook postzegels, herdenkingsmunten, jaarverslagen, affiches, behang, logo’s en complete huisstijlen, waaronder die van het Rijksmuseum (zowel het logo met de bekritiseerde spatie als de huisstijl met een eigen kleurenpalet, gebaseerd op de topstukken uit de collectie van het museum – een variatie op een ontwerp dat ze eerder pitchte voor het Stedelijk). Ook ontwerpt Boom voor de openbare ruimte: in de fietstunnel onder het Centraal Station, waaraan op dit moment de laatste hand wordt gelegd, komt een tegeltableau van 75.000 tegels van haar hand.

Maar boeken maken is wat ze het allerliefste doet. “En ik denk ook dat dat is wat ik het beste kan…’

Ter gelegenheid van de uitreiking van de Vermeer Prijs verscheen bij de Boekmanstichting de publicatie Irma Boom: autonoom in opdracht, vormgegeven door Sonja Haller (van het vormgeversbureau HallerBrun uit Amsterdam), die als stagiair bij Irma Boom het vak heft geleerd.

boom

Best verzorgde boeken

Irma Boom is, zoals bijna ieder jaar, weer goed vertegenwoordigd in de ‘Best verzorgde boeken 2013’, die t/m 14/1/2015 te zien zijn in het Stedelijk: 3 van de 33 door een vakjury uitverkoren boeken zijn van haar hand. Boom deed de vormgeving van het fotoboek Rijks museum, waarin Wijnanda Deroo de verbouwing van het museum vastlegde (de jury prijst de ‘beheerste eigenzinnigheid’), van het naslagwerk  1001 vrouwen uit de Nederlandse geschiedenis (‘een wonder van proportionering’) en van Irma Boom. The architecture of the book (‘biedt volop stof tot nadenken over het boek en zijn proporties’).

Chanel#3_RGB

Die laatste keuze is opmerkelijk; het betreft een licht gewijzigde herdruk én een een XXL-versie van een catalogus uit 2010, die destijds door de jury werd genegeerd. De jury van 2013 ging voorbij aan twee nóg bijzondere boeken: noch Booms Rijksmuseumgids, noch haar boek over Chanel No. 5 werd uitverkoren. In dat laatste, binnen een mum uitverkochte, spierwitte boek is helemaal geen inkt gebruikt: alle tekst en afbeeldingen zijn aangebracht door middel van een blindpreeg.

28

10 2014

Zoek de 10 verschillen: scheidingen/snorretjes/volksmenners

 

snorren

Links de cover van de gebundelde columns van voetbalcriticaster Johan Derksen. Rechts het omslag van de Nederlandse vertaling van Daar is hij weer, waarin Timur Vermes beschrijft wat er zou kunnen gebeuren als Hitler nu zou leven.

28

10 2014

Zoek de 10 verschillen: Theo van Gogh

gogh

Links de cover van VPRO Gids 44, gemaakt door Frederik Vorderhake, naar aanleiding van de tv-uitzending van 2/11 Het spel van de wolf. Rechts de met de Cinema.nl Afficheprijs bekroonde 0605-poster van Frank Kampes.

28

10 2014

Actie! – Reguliersdwarsstraat 108 1017 BN Amsterdam. Zaterdag 13 september 2014, 13.47 uur.

Railmovie 02

“Stilte voor opname… en actie!”

Aan de woorden ligt het niet, die zijn al duizenden keren uitgesproken op filmsets. Het is de opnameleider die maakt dat er even wordt gegniffeld. De opnameleider is namelijk San Fu Maltha, de producent van films als Zwartboek, Tirza, Oorlogswinter, Alles is liefde, Süskind en Costa!. En de trotse eigenaar van een Bentley.

Maar vandaag is hij opnameleider. Bij een lowbudgetfilm van Eddy Terstall. Ten kantore van One Big Agency / Bureau Pindakaas Advertising Agency aan de Regulierbreestraat in Amsterdam, waar ooit AT5 was gehuisvest, vinden opnamen plaats van Railmovie. Dat is, zoals de naam al aangeeft, een variatie op een roadmovie, die in zijn geheel op locatie is opgenomen in Europa – op en langs het spoor in Italië, Slovenië, Kroatië, Servië, Bulgarije en Turkije om precies te zijn. “Ik wilde een keer een visuele film maken”, aldus Terstall tussen twee takes. “Uitpakken met Europese cultuur en muziek. Dat krijg je er langs het spoor gratis bij.”

Railmovie wordt Terstalls elfde speelfilm, en zijn tiende lowbudgetfilm. “De enige met een normaal budget was VOX Populi, die kostte 1,6 miljoen. Bij elkaar kostten al mijn films nog geen 3 miljoen.” Zijn gage voor Railmovie bedraagt 4.000 euro; hij moest er acht maanden voor werken. Terstall deed dat met liefde: “Het is de moeite waard om te maken.” Maltha is dezelfde mening toegedaan. “Het is waarschijnlijk niet het soort film waarmee je veel geld verdient, maar ik vond het script heel mooi.”

Terstall schreef het Railmovie-scenario samen met Erik Wünsch, een veel bekroonde reclamemaker van onder andere Centraal Beheer-commercials. Daarin draait het om Liza (gespeeld door performancekunstenaar Roberta Petzoldt, die debuteerde in Terstalls Deal), die op haar derde is verlaten door haar vader Mauro (de Italiaanse, al jaren in Nederland wonende muzikant, acteur, dichter en componist Beppe Costa). Als ze een kind verwacht, zoekt ze contact met hem, maar tevergeefs. Dan benadert Mauro Liza: hij nodigt haar uit in Venetië en neemt haar vandaar mee op een treinreis. Het wordt een emotionele roadtrip door de Balkan, waarin Liza zichzelf leert kennen en ontdekt waarom Mauro alsnog contact met haar zocht.

Er staat een restaurant-scène op het programma die eigenlijk in Venetië gedraaid had moeten worden. Wegens tijdgebrek konden echter alleen de exterieurs worden opgenomen, daarna moesten cast en crew rennen om hun trein te halen.

In de hoek van een grote verduisterde studioruimte is een Venetiaans restaurantje nagebouwd. De borden, glazen en het bestek zijn geleend van twee Italiaanse restaurants in de buurt, co-producente Peggy Stein heeft de spaghetti met pesto gemaakt die Mauro en Liza bestellen. “Moet de karaf rode wijn halfvol of halfleeg?”, vraagt iemand. Er wordt gelachen, terwijl de sfeer aan tafel nochtans een tikje nerveus, onwennig moet zijn; het is de eerste ontmoeting tussen vader en dochter.

“Stilte op de set, mensen!” De opnameleider verheft zijn stem een beetje. “En actie!”

Railmovie Nederland 2014 | Scenario Erik Wünsch en Eddy Terstall | regie Eddy Terstall | Productie Bruno Felix en Femke Wolting (Submarine) | In coproductie met San Fu Maltha (Fu Works) en Peggy Stein (OneBigAgency) | Uitvoerend producent Denis Mujovic | Camera Gabor Deak | Montage Ben Isaacs | Make up Merle Holterman | Muziek Michel Banabila, Beppe Costa en Richard Jansen | Met Beppe Costa en Roberta Petzoldt en Nikola Rakocevic | kleur/100’ | Distributie Paradiso films | Te zien in de loop van 2015

Railmovie 01

V.l.n.r. producente Peggy Stein, clapper Coen de Haan, hoofdrolspeelster Roberta Petzoldt, hoofdrolspeler Beppe Costa, co-auteur Erik Wünsch, regisseur co-auteur Eddy Terstall, grip Roel Janssen, geluidsman Gaby de Haan, DoP Gabor Deak en producent en inval-opnameleider San Fu Maltha. Foto Bob Bronshoff.

27

10 2014

Andrei Zvyagintsev over Leviathan: “Het is een universeel verhaal”

leviathan

“Dat is een lang verhaal”, antwoordt de Russische regisseur Andrei Zvyagintsev op de vraag of zijn meesterlijke Leviathan gezien moet worden als metafoor voor de Russische samenleving. “Toen ik in 2008 een korte film opnam, vertelde een vriend me het verhaal van een tot op het bot gefrustreerde garagehouder uit Granby, Colorado die in opstand was gekomen tegen the powers that be. Marvin John Heemeyer heette hij, je moet zijn naam maar even googelen. Hij was een slachtoffer van het systeem, net als Nikolai, de hoofdpersoon in mijn film. Alleen handelde hij nog veel radicaler.”

Zvyagintsev kijkt met een vragende blik naar het groepje journalisten uit de hele wereld; niemand lijkt bekend met het verhaal van Heemeyer. “Hij vocht om zijn bedrijf en land te behouden, waar van de overheid een enorme betonfabriek moest verrijzen. Toen al zijn inspanningen vergeefs bleken – de burgemeester en de raad waren volgens Heemeyer volslagen corrupt – veranderde zijn wanhoop in gramschap. Hij verbouwde zijn bulldozer tot killdozer, een soort tank waarmee hij een spoor van verwoesting trok. Toen de opgetrommelde politiemacht te langen leste het gepantserde ding kon binnendringen, had hij zichzelf van het leven benomen.”

IMG_3293

IMG_3297

Geen Russisch verhaal dus, wil Zvyagintsev maar zeggen, en geen kritiek op de huidige machthebber, maar een Amerikaanse tragedie. Maar, zo voegt hij er onmiddellijk aan toe, “het is vooral een universeel verhaal”. In overleg met zijn vaste scenarioschrijver Oleg Negin – op het festival van Cannes, waar dit gesprek plaatsvond, werden de twee onderscheiden voor hun script – besloot Zvyagintsev het verhaal naar Rusland te verplaatsen. “Rusland ligt me nu eenmaal na aan het hart. En het is productioneel een stuk eenvoudiger om in eigen land te filmen.”

Op een site van een amateurfotograaf vond hij foto’s van een geïsoleerd dorp aan de Barentszzee, in het noorden van Rusland. “We zijn er een kijkje gaan nemen en wisten direct dat het de perfecte locatie was: omdat het het einde van de wereld is en we de macht van de staat én de nietigheid van de mens er mooi konden afzetten tegen de overweldigende kracht van de natuur. En omdat de bewoners ons meevoerden naar de baai waar van tijd tot tijd enorme walvissen opduiken. De filmtitel had ik al, naar Thomas Hobbes, en toen zag ik die machtige beesten. Ik dacht: dit kan geen toeval zijn. Dit is de plek.”

299867837

leviathan_51000068_st_4_s-low

Daar, aan de fotogenieke Barentszzee ondergaat de rouwdouw Nikolai een reeks beproevingen die doen denken aan het Bijbelboek Job, dat ook al leidend was in Zvyagintsevs eerdere films. “Dat was geen vooropgezet plan. Ik ontdekte de overeenkomst al schrijvende. Ik vind het een prachtig thema; door Nikolai in gesprek te laten gaan met een priester kan ik het verhaal van Job vertellen. De priester is een simpel, puur en diepgelovig mens, die oprecht probeert om Nicolai te helpen. Hij is geen farizeeër, zoals de bisschop die tegen de macht aanschurkt en met heel andere dingen bezig is.”

Op de vraag of zijn film dan toch moet worden opgevat als maatschappijkritiek, schudt Zvyagintsev het hoofd. “Nee. Ja en nee. Ik klaag de huidige machthebbers niet aan met mijn film; Leviathan gaat over een eenvoudige man die wordt vermorzeld in een enorm krachtenveld. Ik heb geld gekregen van het Russische ministerie van cultuur. Voor het festival van Cannes hebben we de film laten zien aan minister Vladimir Medinsky en er heel open over gesproken. Hij begreep wel wat ik wilde zeggen, maar hij denkt er anders over. Dat hoort bij zijn functie; het zou vreemd zijn als het anders was. Ik maak kunstwerken, zijn werk is politiek, hij gaat over kunst in brede zin.”

leviathan_51000068_st_3_s-low

leviathan_51000068_st_2_s-low

De minister meende onder meer dat er teveel wordt gedronken in Leviathan. “Ach, dat drinken, dat is een beetje een cliché. Ik denk dat er veel landen zijn waar net zoveel wordt gedronken, maar wij hebben een drinkspelletje waarmee je kunt aantonen dat je een echte man bent… Het heeft een humoristisch effect, vind ik, die mannen die wodka als limonade drinken. Dat is nodig; anders wordt het drama ondraaglijk.”

Zvyagintsev zegt zich ook niet druk te maken om een nieuwe wet die godslasterlijke taal verbiedt in door de staat gesubsidieerde films. “Toen de wet werd getekend was mijn film al klaar, dus het zou geen gevolgen moeten hebben. Ik vind overigens niet dat er teveel wordt gevloekt in mijn film. Iedere vloek is zorgvuldig, afgewogen, zoals ieder ander woord ook zorgvuldig is afgewogen. Vloeken is ook gewoon een levendige manier om je uit te drukken. Of het gevolgen heeft voor mijn volgende films? Ik hoop het niet. Ik heb ook gehoord dat de minister van cultuur vindt dat alle bloemen mogen bloeien, maar dat hij alleen de bloemen water geeft die hij mooi vindt. Maar toen ik hem vertelde dat ik met twee nieuwe projecten bezig was, zei hij dat hij benieuwd was. We zullen wel zien, het heeft geen enkele zin me daar nu druk om te maken.”

Leviathan van Andrei Zvyagintsev draait nu in de Nederlandse bioscoop. Dit interview verscheen eerder in Het Parool.

24

10 2014

EYE presenteert Anthony McCalls wervelende films van massief licht

IMG_5835

In het duister klinkt gegiechel. Twee dames op leeftijd zitten als kleine meisjes in, wat in hun hoofden zal doorgaan voor een zelfgebouwde tent. Maar ze zitten niet onder een warme wollen deken, het dak bestaat uit een transparante lichtbundel. Toch voelen ze zich geborgen, wanen ze zich onbespied en lijken ze de wereld om zich heen totaal te vergeten. Welkom in EYE, welkom in de wereld van de Britse kunstenaar Anthony McCall.

Sinds het begin van de jaren ’70 heeft McCall (1940) een buitenissig oeuvre opgebouwd, bestaande uit tekeningen, performances en grote lichtinstallaties. Solid light films noemt hij die sculpturale, langzaam van vorm veranderende lichtprojecties; films van massief licht.  Daarin draait het niet om wat er op het scherm wordt geprojecteerd, maar om de projectie zelf. Een scherm is niet eens noodzakelijk.

IMG_5833

Solid Light Films and Other Works (1971-2014), zoals de formidabele expositie in EYE heet, McCalls eerste solotentoonstelling in Nederland, is onderverdeeld in drie ruimtes. In het eerste, lichte zaaltje zijn schetsen, studies en maquettes te zien, en Landscape for Fire II, een registratie van een performance met echt vuur. Ze dateren uit het begin van de jaren ’70 – de hoogtijdagen van de conceptuele kunst. McCall, en met hem vele andere filmmakers en kunstenaars, zocht naar een alternatief voor de verhalende film en experimenteerde volop met de basis-ingrediënten van het medium: de projector, het celluloid, het doek en de vertoningsruimte.

McCall zette het uitgangspunt van de filmindustrie op zijn kop; hij verplaatste de aandacht van de kijker van het geprojecteerde beeld naar de lichtbundel zelf. “De toeschouwer bekijkt de film met z’n rug naar wat normaal gesproken het doek is, de blik gericht langs de lichtbundel, op de projector zelf”, aldus McCall. “De film begint als een strakke streep licht, als een laserstraal, en ontwikkelt zich langzaam tot een volledige, holle kegel van licht. Het publiek moet daarbij op en neer bewegen, in en uit de lichtstraal. Wie stilstaat, ondergaat de ervaring niet ten volle.”

IMG_5824

IMG_5829

De bezoeker wordt aldus uitgedaagd zich in de tentoonstellingsruimte tot de bewegende lichtsculpturen te verhouden. Moeilijk is dat niet, zo blijkt in de grote, donkere zaal van EYE; McCalls werken mogen in essentie zeer theoretisch zijn, ze vormen bovenal een overweldigende lichamelijk ervaring.

Vijf lichtwerken zijn er te zien in EYE, waaronder het iconische Line Describing a Cone (1973). In de loop van een uur trekt een witte stip langzaam een volmaakte cirkel op het zwarte doek. Mooi, daar niet van, maar ook een beetje alsof je gras ziet groeien; het eigenlijke werk ontstaat tussen de projector en het doek: de lichtstralen in kegelvorm. Aanraken moet, er kan niks stuk.

Toen McCall het werk in de jaren ’70 toonde, bestond zijn publiek voornamelijk uit andere kunstenaars en vrienden. Men kwam bijeen in oude fabriekshallen, waar lekker veel stof in de lucht hing en nog mocht worden gerookt. In het rookvrije EYE doen onzichtbare rookmachines hun werk. 16mm is er vervangen door digitale projectie. Het is wat serener, maar het effect is hetzelfde: McCalls lijnen van licht zijn kaarsrecht en zijdezacht tegelijk, minimalistisch en complex, subtiel en sensueel.

IMG_5825

IMG_5823

Al even ongrijpbaar is zijn atypische geluidswerk in het laatste, lichte zaaltje. Op de vloer staan vijf bolvormige speakers in lijn, waaruit het donderend geraas van een vloedgolf op je af komt. Sluit je ogen en je voelt het water over je voeten stromen en je voeten bij elke golf een paar centimeter verder wegzakken in het natte zand.

Het is pure magie. Als je op de goede plek staat ten minste; als je een voorbeeld neemt aan de twee dames op leeftijd en McCalls werken ‘betreedt’.

Anthony McCall – Solid Light Films and Other Works (1971-2014), t/m 30/11 in EYE, IJpromenade 1.

22

10 2014

“Vanaf nu zullen we aan elkaar verbonden zijn”

onbekend

Ik kreeg mail uit De Zone. “Hoe gaat het met je?”, wilden ze weten, en ik dacht: “wat attent!”. “Het was bijzonder je ontmoet te hebben”, vervolgende ‘ze’. “Je foto hangt nog altijd bij ons. Vanaf nu zullen we aan elkaar verbonden zijn en zal je De Zone altijd bij je blijven dragen.”

De Zone hoopt dat ik deze verbintenis wil uitdragen en het verhaal van De Zone wil door vertellen aan anderen die er, volgens mij, geschikt voor zijn of het nodig kunnen hebben. Dat kan door de ‘underground informatiestroom’ van het Zone-systeem door te geven en mensen naar de site te verwijzen. Bij dezen: als je deze link meestuurt krijg je 5 euro korting op een kaartje voor De Zone! Maar wees er snel bij, in Amsterdam is De Zone nog maar enkele dagen te bezoeken…

22

10 2014

De posters van Theo van Gogh

Looslr

EYE organiseert een retrospectief met de films van Theo van Gogh. Ook de posters worden geëxposeerd, helaas achter glinsterend glas, waardoor ze niet heel goed te zien zijn. Maar er zitten een paar hele mooie tussen, waaronder 0605, die in 2005 werd bekroond met de Cinema.nl Afficheprijs, en de stijlvolle, provocerende affiches van 06 en Loos (die ongetwijfeld als inspiratie heeft gediend voor de poster van Secretary).

06_05lr

06lr

Lugerlr

Dagje naar het strandlr

20

10 2014

Drie keer is scheepsrecht

IMG_5989

Twee jaar geleden ben ik veel te hard van stapel gelopen en kon ik na 37,6 km (!) letterlijk geen stap meer zetten. Vorig jaar ben ik gestart ondanks een achillespeesblessure en moest ik na 35 km uitstappen (en kon ik vervolgens ruim twee maanden niet lopen). Maar afgelopen zondag is het dan toch gelukt: ik heb de TCS Marathon van Amsterdam uitgelopen. In mijn streeftijd van 3.40 (3.40.31 om precies te zijn). Tot 25 km ging het echt heel erg lekker, hoewel mijn hardloophorloge er na 22 km mee ophield (zocht alleen nog satellieten en was leeg aan de finish…). Vanaf 35 km – waar het natuurlijk pas echt begint – was het harken. De regenbui deed me ook geen goed; ik kreeg het koud. Maar goed, ik heb het gehaald, mede dankzij alle fijne aanmoedigingen, van bekenden en wildvreemden, waarvoor veel dank!

Uitslag2

IMG_5990

IMG_5993

IMG_5994

IMG_5988

20

10 2014