“Ik zend golven van positiviteit naar Cannes”

“Ik houd absoluut niet van dit soort films. Dat expliciete geweld, daar kan ik nauwelijks naar kijken. Wat mij aansprak, was om met Nicolas samen te werken. Voor we afspraken om over Only God Forgives te praten, heb ik zijn misdaadfilm Bronson gekeken, en daar was ik, ondanks al dat verontrustende geweld, enorm door geroerd. Er zat iets diep-emotioneels in en dat sprak me enorm aan.”

In de neo-noir Only God Forgives van de Deense regisseur Nicolas Winding Refn speelt Kristin Scott Thomas een moeder from hell; Lady Macbeth gekruist met Donatella Versace. Als de oudste van haar twee zonen – Billy, een drugshandelaar annex kinderverkrachter – is vermoord, reist ze naar Bangkok om de jongste, Julian tot wraak aan te zetten.

In een ijzingwekkend onderonsje verwijt ze Julian dat de dood van zijn broer hem niks kan schelen, en vertelt ze zijn minnares Mai dat Julian zijn hele leven jaloers is geweest op Billy. “Je weet hoe jongens zijn, May. Competitief… Billy is ouder en hij heeft een grotere pik. Die van Julian is ook niet klein, maar die van Billy… die van Billy was enorm. Hoe kun je daar nu tegenop?”

Julian gaat op pad; als een slaapwandelaar trekt hij ten strijde tegen een politieagent die over leven en dood beschikt als ware hij God zelf. Onverschrokken mannen worden neergemaaid, hun kinderen ook. Er worden ogen uitgestoken, handen en knieën doorboord en ledematen afgehakt; een moordenaar krijgt kokende olie in zijn gezicht gegooid.

Oog om oog, tand om tand. Aan het einde van zijn reis, bevindt Julian zich weer in de baarmoeder van zijn dode moeder, deels in iedere geval. Een deel van het publiek zag er een mystiek, existentieel drama in; een groter deel had naar een nihilistische, archetypische en pretentieuze wraakfilm gekeken.

“De sfeer van de film is mede bepaald door dingen die zijn gebeurd toen we in Bangkok waren,” aldus Refn. “Mijn jongste dochter – ze is twee – ziet geesten. Iedere nacht werd ze wakker,wees ze naar dezelfde hoek van het appartement en riep ze ‘nee’ – soms wel vijf keer per nacht. Ik accepteer dat mijn dochter een gave heeft. Ik belde de Thaise productieleider; die kwam direct langs met een sjamaan. In Bangkok zijn de spirituele wereld en de echte wereld nauw verbonden, als ik in Los Angeles house keeping zou hebben gebeld, en had verteld dat mijn dochter geesten ziet, zou ik worden opgesloten.”

Hoofdrolspeler Ryan Gosling, die ook al te zien was in Refns Drive, schitterde door afwezigheid in Cannes. Voor aanvang van de persconferentie las festivaldirecteur Thierry Frémaux een briefje voor, waarin Gosling uitlegde dat hij onmogelijk weg kon van de set van zijn regiedebuut How to catch a Monster. “Maar ik zend golven van positiviteit naar Cannes en in gedachten ben ik bij jullie.”

Toen Winding Refn, die twee jaar geleden in Cannes de prijs voor de beste regie won, werd gevraagd waar al dat geweld nu voor nodig is, antwoordde hij dat zijn moeder hem dat ook altijd vraagt. “Kunst is nu eenmaal gewelddadig. Kunst gaat over penetratie, kunst spreekt ons onderbewuste aan, onze diepste behoeftes. Ik denk er eigenlijk niet zo vaak over na waarom ik doe wat ik doe. Ik benader de zaken als een pornograaf; ik doe wat me opwindt.”

23

05 2013

Cannes Dag 8: woensdag 22 mei

Toen ik gisteravond laat op mijn kamer zat te tikken werd ik gebeld. Een onbekend Frans nummer. ‘Spreekt u Frans?’ zei een vrouwenstem in het Frans, nadat ik aarzelend mijn naam had gezegd. Ze was van de beveiliging van het festival; of ik mijn portemonnee kwijt was? Hij was gevonden onder de stoel waar ik eerder die avond Grigris had zitten kijken.

Poeh, nu stop ik tijdens evenementen als dit alleen het hoognodige in mijn portemonnee, maar het was toch vervelend geweest als ik er de volgende dag zelf achter was gekomen, als ik ergens stond af te rekenen. Ik pakte de fles wijn die ik ’s middags na afloop van het interview met Guillaume Canet en Clive Owen had gekregen en sprong op mijn fiets, een kwartier later zat ik weer te tikken. Cannes onveilig?

Opnieuw de uitnodiging van sponsor Electrolux moeten afzeggen, die iedere middag sterrenkoks een lunch laat bereiden. Het lukt me ook niet om in te gaan op de traditionele uitnodiging van de burgemeester van Cannes, voor een Provençaalse lunch op het grote plein. Interviews (onder anderen met Hany Abu Assad, Paolo Sorrentino) en persconferenties (Only God Forgives) slurpen namelijk nog steeds veel tijd op.

Mooiste films van het festival gezien: het zinderende La vie d’Adèle – Chapitre 1 & 2 van de Frans-Tunesisch acteur, filmregisseur en scenarioschrijver Abdellatif Kechiche (La Graine et le Mulet), over de coming of age en coming to terms van een jong meisje. Opgenomen toen het homohuwelijk in Frankrijk nog niet bestond, met minutenlange, expliciete seksscènes tussen de formidabele hoofdrolspeelsters Adèle Exarchopoulos en Léa Seydoux.

Dit is andere koek dan Michael Douglas en Matt Damon in Behind the Candelabra, zal ook jurylid Nicole Kidman moeten bekennen, die vorig jaar nog zo werd bejubeld vanwege haar dappere optreden in The Paperboy (ook andere koek).

Het zijn overigens niet alleen de expliciete scenes waarin Adèle Exarchopoulos indruk maakt, elke oogopslag, elk beweginkje klopt; zij ís Adèle, en dat drie uur lang. Adèle Exarchopoulos is net zo’n ontdekking als eertijds Émilie Dequenne in Rosetta.

Voor aanvang van de voorstelling brak er overigens nog een klein volksoproer uit. Toen het opeens steeds harder begon te regenen, en er gejoeld en geschreeuwd werd dat de deuren van Salle Debussy open moesten, maakten de bewakers zich uit de voeten. Twintig minuten duurde het; wie geen paraplu had en niet bij iemand anders mocht schuilen was doorweekt. Toen de bewaking eindelijk terugkeerde, werd er flink gescholden, ook op de vrouw die mij de avond ervoor mijn portemonnee had terugbezorgd.

23

05 2013

“Nu zijn jullie natuurlijk benieuwd hoe het was om met Michael Douglas in bed te liggen”

“Ik heb hem één keer ontmoet toen ik een jaar of twaalf was, tijdens een bezoek aan mijn vader die een huis had in Palm Springs, Californië. Lee, zoals zijn vrienden hem noemden, had een huis aan de overkant van de straat. Zijn auto stopte; een Rolls Royce Convertible. Het was een zonovergoten dag, herinner ik me nog, en er stapte een man uit die met zo veel goud en juwelen was omhangen dat het licht weerkaatste. Hij had een brede lach, zijn haar zat vreemd – nu weet ik waarom. Hij praatte even met mijn vader Kirk, die hem goed kende. Het was een bijzonder figuur, heel charmant en extravagant. Je zou hem de voorvader kunnen noemen van Elton John en Lady Gaga.”

De Amerikaanse filmster Michael Douglas is in Cannes voor de wereldpremière van Behind the Candelabra, Steven Soderberghs verfilming van het gelijknamige boek van Scott Thorson over zijn onstuimige, geheime liefdesrelatie met de legendarische showpianist Liberace.

Het is een treurige geschiedenis; al was het maar omdat Liberace tot hij in 1987 overleed aan de gevolgen van aids is blijven ontkennen dat hij homoseksueel was. De film is veel minder treurig, omdat de ruzies over seks, plastische chirurgie, dieetpillen en coke veel minder indruk maken dan de glitter, glamour en virtuoze optredens achter de gepimpte vleugel, waarop steevast een goudkleurige kandelaar prijkte. “Ik heb gefocust op hun relatie”, vertelde Soderbergh desalniettemin op een persconferentie. “Ik wilde die zo geloofwaardig en intiem mogelijk laten zien.”

Matt Damon vertelde dat hij direct enthousiast was toen hij werd gevraagd voor de rol van Scott Thorson. “Beide rollen zijn fenomenaal geschreven. Ik heb geen moment getwijfeld. En nu zijn jullie natuurlijk benieuwd hoe het was om met Michael Douglas in bed te liggen… Tsja, ik heb nu iets gemeen met Sharon Stone, Glenn Close en Demi Moore; we kunnen gezellig ervaringen met elkaar uitwisselen.”

Douglas werd jaren geleden al eens voor de rol van Liberace gevraagd toen hij met Soderbergh werkte aan het drugsdrama Traffic. “Ik dacht eerst dat hij een grapje maakte; wat had Liberace nou te maken met de drugsbaron die ik speelde?”

Het duurde nog jaren voordat de financiering rond was; geen Hollywoodstudio zag brood in de film omdat het onderwerp ‘way too gay’ was. Toen Soderbergh de film met steun van de betaalzender HBO dan eindelijk kon maken, moesten de opnames worden uitgesteld omdat er keelkanker bij Douglas was geconstateerd.

Pas toen Douglas twee jaar geleden volledig genezen werd verklaard, kon Behind the Candelabra worden gedraaid. “Het was een prachtig cadeau; ik ben iedereen oneindig veel dank verschuldigd dat jullie op mij hebben gewacht”, zei Douglas met een snik in zijn stem. Zijn ogen kleurden rood.

Hoewel het niet zijn insteek was, vindt Soderbergh het prima als Behind the Candelabra wordt opgevat als pleidooi voor het homohuwelijk. “Als mensen het zo opvatten is dat mooi meegenomen. Vijftig jaar geleden kenden we nog geen gelijke rechten voor Afro-Amerikanen in de VS. Ik hoop dat we over vijftig jaar met even veel verbazing terugkijken, en ons afvragen waarom het zo lang geduurd heeft voordat homoseksuelen in alle landen gelijke rechten kregen.”

22

05 2013

Cannes Dag 6 en 7: maandag 20 en dinsdag 21 mei

Een week Cannes gaat een mens sowieso niet in de koude kleren zitten, Borgman maakte het echter extra zwaar. Omdat ik Alex en Marc van Warmerdam gedurende twee dagen op en af moest volgen voor een reportage in Het Parool bleef er maar weinig tijd over voor de rest.

En de interviews blijven ook maar schuiven. Toen ik 10 uur ‘s ochtends op de afgesproken locatie arriveerde voor mijn junket met de Chinese regisseur Jia Zhangke was er nog geen mens te bekennen in of rond de strandtent. Nummer van de persagent zat niet in mijn telefoon, veel later bleek dat de locatie was veranderd en dat hij de halve groep was vergeten te waarschuwen.

Een andere persagent opperde een college die een interview aan zijn neus voorbij had zien gaan, of hij geen ‘material’ kon delen met een Nederlandse collega; hij kon zo nodig wel een lijstje namen leveren van landgenoten die het interview wel hadden gedaan. Waar gaat dat heen, waar gaat dat heen!?

Toen ik later die dag, na een wandeling van 20 minuten, bij het appartement aankwam waar mijn interview met Matthieu Amalric zou plaatsvinden, stond een jongen van het pr-bureau met een bezweet hoofd voor de deur te wachten. “Sorry, sorry, sorry,” zei hij. “Matthieu heeft zojuist al zijn interviews afgezegd.” Hij had andere verplichtingen. Of zoiets. Zo gaat dat soms in Cannes. Nu vond ik Jimmy P. toch een van de minste films tot zover, maar Amalric had me wel een keertje leuk geleken.

Interviews met T Bone Burnett en hoofdrolspeler Oscar Isaac over de geweldige nieuwe Coen-film Inside Llewyn Davis maakten dan weer veel goed. Ook nog een van de mooiste films van het festival gezien: L’image manquante van de Franse Combadiaan Rithy Panh (S21, The Khmer Rouge Killing Machine), een aangrijpende persoonlijke geschiedenis afgezet tegen de gruweldaden van Pol Pot’s Rode Khmer. De gebeurtenissen waar geen beelden (meer) van zijn, filmde Panh met honderden uit hout gesneden poppetjes. Gesprek bewaar ik voor het komende IDFA, waarop Panh zijn top-10 van beste documentaires zal samenstellen.

Ook Omar, de nieuwe film van de Nederlandse Palestijn Hany Abu-Assad, is zeer de moeite waard. Daarin draait het om drie vrienden, die de strijd aan gaan met de Israëlische bezetters. Met geweldige grappen, bloedstollende achtervolgingen, ijzingwekkende martelingen en misschien net wat te veel ingenieuze plot twists. “Wat fijn dat jullie er allemaal zijn”, zei Hany voor aanvang met een schorre stem. “Jullie zouden op het strand moeten zitten.”

Als zijn film niet zo goed was geweest, zou hij een punt hebben gehad; de zon is gelukkig weer gaan schijnen in Cannes.

21

05 2013

Alex in Wonderland

‘Zo’n première heeft een grote mate van onhandigheid. Maar het is onhandigheid met allure. We stonden 20 minuten te vroeg op de rode loper, maar daar maakt niemand zich zorgen om. Ze raken niet in paniek, ook de fotografen niet, terwijl alles zo’n beetje fout ging. Het was alsof de choreograaf geen greep kreeg op zijn dansers. We waren natuurlijk ook met een extreem grote groep. En dan schuifel je met zijn allen naar voren en zie je bovenaan de trap Thierry Frémaux staan zwaaien, de festivaldirecteur. Dat is absurd, alsof je je in een arena bevindt in een Romeins spektakel. Ik heb natuurlijk wel vaker op de rode loper gelopen, maar dit was echt een heel bizar ritueel.’

Zondagavond beleefde Alex van Warmerdams Borgman zijn wereldpremière op het festival van Cannes. De film is er opgenomen in de competitie om de Gouden Palm, met slechts 19 andere titels, van makers als Roman Polanski, Steven Soderbergh, Joel en Ethan Coen en Jim Jarmusch. Het is voor het eerst in 38 jaar dat een Nederlander meedingt naar de Palm; Jos Stelling was in 1975 de laatste met Mariken van Nieumeghen.

Een flink aantal leden van de cast en crew was present in Grand Théâtre Lumière, onder wie de acteurs Jan Bijvoet, Hadewych Minis, Eva van de Wijdeven en Annet Malherbe; producent Marc van Warmerdam en componist Vincent van Warmerdam. Regisseur Thomas Vinterberg was erbij, net als de Nederlandse Palestijn Hany Abu Assad en de cast en crew van zijn nieuwe, eveneens voor Cannes geselecteerde Omar. Er waren hotemetoten van fondsen, omroepen en sales agent Fortissimo en coproductiepartners uit België en Denemarken. Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap was er ook, met in haar kielzog Filmfonds-directeur Doreen Boonekamp en Gerlach Cerfontaine, de voorzitter van de raad van toezicht van het fonds.

‘Welkom bij Borgman, de nieuwe film van Alèks van Waaarmerdaaam’, zei de speaker, die memoreerde dat de Nederlander geen totale onbekende was in Cannes: in 1998 was Kleine Teun geselecteerd voor het onderdeel Un certain regard. Van Warmerdam moest nog even naar het toilet, de laatste mensen namen plaats, en toen ging het licht uit – drie minuten te laat, wat zelden of nooit gebeurt in Cannes. Vervolgens ontrolde een donkere, boosaardige vertelling, waarin een sinistere Catweazle-achtige figuur, nadat hij uit zijn ondergrondse onderkomen is verjaagd, zijn intrek neemt in de enorme villa van een welgestelde familie.

Er werd gelachen om de absurde situaties, er werd gehuiverd bij het grove geweld en er werd gegniffeld om de gevatte dialogen. En na afloop was er een ovationeel applaus. Nog voor de aftiteling goed en wel was afgelopen, gingen de zaallichten weer aan, werd er een camera gericht op Van Warmerdam, Minis en Bijvoet, en verschenen hun gezichten op het enorme scherm.

Van Warmerdam pakte een arm van Hinis en stak die in de hoogte. Daarna moest ook Bijvoet eraan geloven. Er werd gejoeld, het applaus zwol aan. “Goodbye”, zei Van Warmerdam toen. Malherbe zei “thank you” en Minis “merci bien”. Daarna stroomde de zaal leeg, richting het premièrefeest dat een paar honderd meter verderop al lang en breed was begonnen in een strandpaviljoen. Thierry Frémaux was er ook. ‘Hij is zeer vereerd met mijn aanwezigheid hier. Dat zegt hij waarschijnlijk tegen iedere regisseur, hoewel… ik neem toch aan dat die man geen kletspraat uitkraamt’, vertelde de 60-jarige Van Warmerdam tegen het einde van de avond. ‘Mensen denken altijd dat er dan van alles door je heen gaat op zo’n moment, maar Kees Verkerk wist ook pas veertig jaar later wat hem precies was overkomen. Dat dringt pas later tot je door.’

Eerder op de dag was Borgman in dezelfde zaal al vertoond aan 2300 journalisten van over de hele wereld. Direct daarna stonden de eerste mini-recensies al op twitter. Ze waren opvallend lovend. ‘Insidious, nastily funny Dutch thriller Borgman is one of my favourite films at Cannes so far’, schreef Guy Lodge van het invloedrijke Amerikaanse vakblad Variety. ‘Borgman was first film at #Cannes2013 to WOW me. One of best & darkest black comedies I’ve ever seen. Elaborately sinister & outrageous’ schreef een journalist. ‘Borgman is a macabre Dutch home invasion comedy; a bit like Funny Games, but actually funny’ wist een ander.

‘Dutch comp movie Borgman played like a comedic Funny Games. Absurd, surreal and – extended run time aside – delicious’ meldde het Britse blad Total Film in 144 tekens. Nick James, hoofdredacteur van het filmblad Sight & Sound schreef: ‘Borgman is a sharp and devious home invasion satire that only loses momentum towards the end’. Als er al kritiek was, was dat het: naar het einde toe wordt Borgman iets minder strak en onontkoombaar.

Na afloop van de persvoorstelling was er een photo call, een interview voor de website van het festival en een goed bezochte persconferentie. Vlak voor aanvang werd het bordje met de naam van Annet Malherbe van de tafel verwijderd; alleen de hoofdrolspelers mogen in Cannes achter de tafel plaatsnemen.

Van Warmerdam was op dreef. Op zijn geheel eigen wijze beantwoordde hij alle vragen. Soms kortaf, altijd uitgesproken, soms met wat Nederlands ertussendoor. ‘In a certain sense I am a bit disappointed about how nasty this film, uh, hoe zeg je dat, is geworden? has become, yes.’ Na afloop was Van Warmerdam tevreden. ‘Het was goed. Het was levendig.’

Na afloop stonden er voor de deuren van het festivalpaleis frisse jongens en meisjes, die in smoking of avondjurk op zoek waren naar kaartjes voor de Borgman-première. Een Franse jongen had de filmtitel verkeerd gespeld: Bogman stond er op het A4-tje dat hij voor zijn borst hield. Toen het hem werd verteld, zette hij de r gewoon boven de o en de r. Hij wilde trouwens ook best een kaartje voor de nieuwe film van de gebroeders Coen, Inside Llewyn Davis.

Na een snelle lunch begonnen de gebroeders Van Warmerdam aan hun mediatour, in goede banen geleid door vertegenwoordigers van de Nederlandse distributeur Cinéart (die Borgman eind augustus in de Nederlandse bioscopen uitbrengt) en het grote Britse publiciteitsbureau DDA. Met de Côte d’Azur op de achtergrond stonden ze Ron Linker te woord, de correspondent van het NOS-journaal die vanuit Parijs naar Nice was gevlogen. Ondertussen maakte de cameraman van het VRT-journaal een shot van de enorme Borgman-banier, op de gevel van een winkeltje aan de Croisette.

Toen de NOS klaar was, liep een man van middelbare leeftijd op een van de publiciteitsmedewerkers af. ‘Wie is dat? Wat gebeurt hier?’, wilde hij weten. Nadat hem was uitgelegd dat het om een filmregisseur ging, schoof hij zijn dochtertjes naar voren: ze wilden graag een handtekening. Dat kon. Even later, Van Warmerdam was alweer vertrokken voor een afspraak met de Franse distributeur, wilde de man graag weten van wie de handtekening precies is. Toen hij Borgman in het programma had teruggevonden, en hem was verteld dat de film kans maakt op de Gouden Palm, lachte hij tevreden. Ze waren niet voor niets met de hele familie vanuit Antibes naar het festival gekomen…

Maandag was het vervolg van het mediacircus. ’s Ochtend stonden er interviews met de Nederlandse journalisten op het programma, ’s middags met de internationale pers. De interesse voor de junkets was groot, volgens de DDA-publiciteitsmedewerker: ‘I think the film deserves it, I really liked it’.

Er heerste tevredenheid over de recensies in de vakbladen, die grote invloed hebben op de internationale verkoop. Niet alleen Variety is positief, ook The Hollywood Reporter (‘an original work that should find an international niche’) en Screen International (‘elegantly intriguing and often outrageously funny’) hebben goede woorden over voor Borgman. Alex van Warmerdam: ‘Misschien helpt het als ik een Amerikaanse acteur in mijn film wil. Ik weet daar weinig van, maar ik heb wel gehoord dat als een dure Amerikaanse acteur meewerkt aan een off-beat underground-film, hij dat vaak voor weinig geld wil doen. Misschien moet ik eens met Christopher Walken bellen.’

Dinsdag aan het eind van de middag vliegt Alex van Warmerdam terug naar Noord-Spanje, waar hij werkt aan een nieuw scenario. Broer Marc vliegt ’s avonds weer naar Amsterdam. Over de kans dat hij zondag weer terug moet komen voor de prijsuitreiking, is Alex van Warmerdam terughoudend. ‘Ik beleef alles hier vanuit mijn eigen perspectief. Maar vandaag is er misschien weer een andere regisseur met een prachtige film die bejubeld wordt. Misschien komen er nog wel vijf meesterwerken, we zijn pas op de helft.’

Marc is uitgesprokener: ‘Lang voor aanvang van Cannes heb ik gezegd dat alleen de Gouden Palm-competitie telde. Nu we dit eenmaal hebben bereikt, moet je niet kinderachtig gaan zitten doen dat je geen prijs gaat winnen. Ik vind het zonder prijs ook geweldig, maar ik denk dat we een serieuze kans maken. In het begin dacht ik: er zijn 20 films, dus we hebben 5 procent kans. Inmiddels – niet op basis van wat ik heb gezien, maar van wat ik lees en heb gehoord – zijn er zeker al een paar afgevallen. De kans is nu misschien al wel 10 procent. En er zijn meerdere prijzen, die ze niet allemaal aan dezelfde film mogen geven. Onze kansen worden eigenlijk steeds groter, als ik er zo over nadenk.’

21

05 2013

De crisis lijkt aan Cannes voorbij te gaan

Wraaaaaahhhhh! Een onverstaanbare oerkreet doet alle hoofden in dezelfde richting draaien. Een dikkige jongeman met rood-paarse haren, slechts gekleed in zijn onderbroek en legerkistjes, stapt met ferme passen over de Croisette. Hij wordt gevolgd door een meute zombies met slecht aangebrachte wonden. Ze dragen plastic, met nepbloed besmeurde ledematen en bordjes met teksten als ‘Occupy Cannes!’ Het is de dagelijkse optocht van Troma, een productiehuis gespecialiseerd in trashy B-horrorfilms. Er zijn nog verbazingwekkend veel dagjesmensen die met op de foto willen.

Even verderop kun je ook op de foto met een Belgisch meisje dat rondloopt in een zelfde witte jurk zoals Marilyn Monroe droeg in The Seven Year Itch. Honderd meter verder loopt een met twee luid krijsende speenvarkens. Op hun rug staat de filmtitel Redi rected. Het is‘an outrageous Hangover-meet-Guy Ritchie type criminal action comedy’ vertelt de man. Nieuwe films worden altijd vergeleken met bekende oude. Op een steenworp afstand staat een groep vrouwen te demonstreren tegen hondenvlees.

In Cannes hangen overal billboards en banieren om nieuwe films onder de aandacht te brengen. De gevel van het Majestic Hotel gaat schuil achter bewegende reclame voor Catching Fire, het tweede deel van The Hunger Games-trilogie, die dit najaar in de bioscopen wordt verwacht. Op het Carlton Hotel is een enorme digitale klok aangebracht die terugtelt naar de dag waarop World War Z in première gaat, een actiespektakel met Brad Pitt in de hoofdrol.

Read the rest of this entry →

21

05 2013

“Geweld is onze realiteit”

Een man op een brommertje wordt aangehouden door drie jongens die vervaarlijk met bijlen staan te zwaaien. “Geef ons je geld!,” zeggen ze. “Rustig!” De man beweegt zijn hand langzaam naar zijn binnenzak, trekt onverwacht zijn pistool, en schiet ze een voor een dood. Hij rijdt rustig verder en passeert een gekantelde vrachtwagen. De weg ligt bezaaid met appels; de chauffeur is dood. De man rijdt door, de camera blijft achter bij de vrachtwagen, die nog voor de begintitels in beeld verschijnen, explodeert.

In A Touch of Sin combineert regisseur Jia Zhangke, die zich met films als Unknown Pleasures, The World en Still Life ontpopte tot de belangrijkste chroniqueur van hedendaags China, losjes vier waargebeurde verhalen. Een boze mijnwerker komt in opstand tegen het corrupte regime; een jongeman die huis en haard achter zich heeft gelaten ontdekt de mogelijkheden van zijn pistool. Een receptioniste in een sauna wordt lastig gevallen door twee mannen die denken dat alles te koop is met (nieuw) geld; een jonge lopende band-werker hoopt tegen beter weten in dat een leven elders hem meer voorspoed brengt. Tussendoor toont Jia onder meer nieuwsbeelden van de ramp met de hogesnelheidstrein, waarbij in juli 2011 veertig mensen om het leven kwamen, en die voor veel ophef zorgde over het mismanagement bij het ministerie van transport.

Jia toont de schaduwzijde van de recente ontwikkelingen in China; de groeistuipen, de dwangneuroses en de identiteitscrisis van een op drift geraakte grootmacht. In zijn eerdere werk deed, hij dat afstandelijk, poëtisch. A Touch of Sin is een boze film, waarin de hoofdrolspelers niet lijdzaam toezien wat er om hen heen gebeurt, maar – tot het uiterste getergd – het heft in handen nemen. Er vallen nog veel meer doden dan de drie in de openingsscène.

“De verschillen tussen arm en rijk zijn enorm”, aldus Jia op een persconferentie. “Mensen worden depressief als ze zien dat anderen bepaalde privileges krijgen die zij niet hebben. Daarbij komt dat Chinezen niet goed kunnen communiceren, geweld is dan al snel de makkelijkste en meest efficiënte manier om een dispuut te beëindigen.” Toen Jia van deze gewelddadige incidenten hoorde, begon hij over geweld in films na te denken. “Dat is problematisch. Daar moet wat aan veranderen, anders zal de hoeveelheid geweld in ons echte leven nooit minder worden, vrees ik.”

Ook de Mexicaanse regisseur Amat Escalante, die eerder al indruk maakte met Sangre en Los Bastardos, laat zien hoe onontkoombaar het geweld in zijn thuisland inmiddels geworden is. In Heli vindt een doodgoeie jongen een partij cocaïne in de watertank op zijn huis. Hij besluit het spul weg te spoelen. De volgende dag wordt de voordeur ingebeukt door mannen die gekleed gaan in politie-uniformen. Vader wordt direct neergemaaid, de jongen en zijn twaalfjarige zusje worden afgevoerd.

Het meisje verdwijnt uit beeld, god dank; de jongen wordt afgeleverd in een huis waar jochies voor een televisie staan te gamen. De Wii-sticks worden ingeruild voor een stuk hout, waarmee ze vervolgens inbeuken op de buik en rug van de jongen. Zijn piemel wordt in brand gestoken. “Wat heeft deze eigenlijk gedaan?”, vraagt een van de jochies. “Geen idee”, antwoordt een ander.
“Ik toon extreme situaties”, vertelde Escalante in Cannes. “In Mexico leeft iedereen met een bepaalde vorm van angst. Want geweld is onze realiteit. Op ieder moment, ook als het je niet rechtstreeks raakt.”

21

05 2013

Cannes Dag 5: zondag 19 mei

‘Wat was precies jouw aandeel in Borgman’, wilde mijn altijd opmerkzame Vlaamse collega Freddy Sartor weten voor aanvang van de persconferentie van Alex van Warmerdam cum suis. Ik vertelde hem dat Van Warmerdam om het laatste financiële gat in de begroting van Borgman te dichten de prent man met baard had gemaakt. Wie de film met 1.000 euro ondersteunde ontving een gesigneerde, genummerde en ingelijste piëzografie. Ik was een van de subsidiënten.

In het radioprogramma Kunststof vertelde Marc van Warmerdam dat ik zo slim was geweest om te participeren, zodat ik de film dan als enige journalist al eerder mocht zien. Zo was het natuurlijk niet. Ik deed het omdat ik het een mooi werk vind. Maar het was inderdaad een bijkomende voordeel dat ik de film weken geleden, lang voor de première in Cannes, al mocht bekijken in Het Ketelhuis. Te zijner tijd krijg ik ook nog de dvd…

De hele dag in de voetsporen van de Van Warmerdams. Niet omdat ik de film had ondersteund, maar voor een reportage in Het Parool. ‘s Avonds naar de rode loper-première. Oók niet omdat ik de film had ondersteund, maar met een kaartje dat ik voor aanvang van het festival al had aangevraagd bij de organisatie. Het was een bijzonder evenement; iedereen, maar dan ook echt iedereen die over de rode loper wandelt, pakt op een gegeven moment zijn mobieltje om de gebeurtenis vast te leggen.

Werd een dag later ook nog uitgenodigd voor een diner dat door festivalpresident Gilles Jacob in het Carlton organiseerde ter ere van de Borgman-première. Als entourage, samen met onder anderen René Mioch, Robbert Blokland en Claudia Landsberger. Christophe Waltz was er ook. Tot slot van de avond ging ook hier iedereen met elkaar op de foto. En vertelde Mark van Warmerdam nog dat hij ergens had gelezen dat hij en Alex geëmotioneerd waren na de première. Dat klopt dus niet; hij raakt niet geëmotioneerd van dit soort zaken, wel bij schaats- of hardloopwedstrijden. Waarvan akte.

20

05 2013

Cannes Dag 4: zaterdag 18 mei

Toen een maand voor aanvang de selectie voor het festival van Cannes werd bekendgemaakt, belde ik met Lemming Film of ze wat meer informatie hadden over Amat Escalante’s Heli, die ze coproduceerden het Amsterdamse productiehuis maakte in samenwerking met het Mexicaanse Mantarraya, het Duitse Una Film en het Franse Le Pacte, dankzij een bijdrage van het Nederlands Filmfonds.

Dat hadden ze wel. Sterker: ik kon wel even koffie drinken met Escalante. Hij zat bij Filmmore aan de grading van zijn film te werken. Er werden mailadressen uitgewisseld. Hij was nog even bezig, maar begin van de avond konden we elkaar wel even treffen. Een paar uur later mailde Lemming dat het toch niet ging lukken; Escalante was druk, de Mexicaanse producent wilde geen afleiding. Of zoiets.

Voordat ik vandaag een groepsinterview met Escalante had, herinnerde ik hem even aan ons mailcontact. Dat pakte goed uit; ik kreeg net wat meer aandacht en ruimte om al mijn vragen te stellen over het naargeestige, uiterst indringende drugsdrama.

Het groepje voor het interview met Kore-Eda Hirozaku was gelukkig ook niet groot, maar dat was dan weer met een slechte tolk, wat veel tijd kost, die ook nog eens vrij onverstaanbaar Engels sprak, wat nog meer tijd kost, omdat ze alles een paar keer moest herhalen.

Het nieuws van de dag voor de Nederlandse enclave: Alex van Warmerdam is gearriveerd. “Cannes is iets minder low key dan de andere festivals waar ik was”, liet hij met gevoel voor understatement optekenen. En weg was hij weer.

Ook nog films gekeken: Jimmy P. van Annaud Desplechin is een wat looiige film over een psychoanalyticus annex antropoloog (Matthieu Almaric) die een Blackfoot-indiaan (de Mexicaan -!!- Benecio Del Toro) gaat behandelen die getraumatiseerd uit de oorlog is teruggekeerd. Morgen een interview met Amalric. In Grand Central van Rebecca Zlotowski is het niet zo zeer de driehoeksverhouding die aanspreekt maar de setting: een brommende kerncentrale. En Inside Llewyn Davis is een geweldige nieuwe film van Ethan en Joel Coen, over een singer-songwriter die er maar niet in slaagt door te breken. Met geweldige bijrollen van Carey Mulligan, Justin Timberlake en John Goodman. En een kat, die Ulysses heet. Maandag spreek ik de formidabele hoofdrolspeler Oscar Isaac en T-Bone Burnett, die verantwoordelijk is voor de heerlijke soundtrack.

Ter afsluiting van de dag nog even langs op een etentje dat distributeur eOne traditiegetrouw organiseert voor de Nederlandse journalisten. Na ‘Er staat een pik in de fik’ (op de wijs van ‘Er staat een paard in de gang’) weer een paar nieuw liedjes geleerd: ‘Borgman wint de Gouden Palm’ (op de wijs van Ajax wint de wereldcup’) en ‘Ari Folmann, zeropositief, zeropositief, op de wijs van – ja waarvan eigenlijk? En waarom? Ook geen idee…

19

05 2013

Cannes Dag 3: vrijdag 17 mei

Het Heli-feest was fijn, hoewel er slechts één bar was, waarachter slechts één meisje stond, met een beperkt assortiment, waardoor bijna iedereen heel lang moest nadenken wat hij dan moest bestellen. Omdat ik er rechtstreeks uit de late film arriveerde, was ik slightly underdressed, wat de aandacht trok van de overijverige bewakers. En toch was het leuk, met veel Mexicanen en een enorm contingent Nederlanders, want Lemming Film is coproducent van Heli (Escalante was twee weken in Amsterdam om postproductie te doen bij Filmmore) en het Filmfonds droeg 75 duizend euro bij.

2 uur thuis, 7 uur op, want iedere ochtend staat om half 9 de eerste film alweer op het programma. Vandaag was dat Le passé van de Iraanse Oscar- en Gouden Beer-winnaar Asghar Farhadi (A Revolution), een mooi, maar wat mij betreft net iets te geconstrueerd drama om mij echt te ontroeren. Maar Gouden Palm-jurylid Nicole Kidman was naar verluidt na afloop wél in tranen…

Tijdens de film bedacht ik me dat het vrijdag was, en dat de deadline voor mijn volgende stuk voor Het Parool dus niet de volgende ochtend was, maar binnen een paar uur. Nog even naar de persconferentie geweest van Jia Zhangke, en fluks naar mijn kamer om te tikken. Vervolgens welgemoed naar het Carlton voor een interview met Emma Watson. “Kom maar gewoon om een uur of 2, dan zet ik je wel ergens tussen”, had de publiciteitsmedewerker gemaild, die helemaal niks meer van haar agent had gehoord. Heb drie kwartier zitten wachten, maar het was de moeite waard.

Daarna The Selfish Giant gezien, een aardig Shane Meadows-achtig filmpje in de Quinzaine, en Like father, Like Son van de Japanse meester Kore-eda Hirokazu, een ontroerend familiedrama over een stel dat er na zes jaar achter komt dan hun zoontje is verwisseld bij zijn geboorte. De compilatiefilm A Story of Children and Film van Marc Cousins (The Story of Film) dan weer gemist. Je mist in Cannes meer dan je ziet. Veel meer.

Het meest intrigerende bericht van de dag: ‘Cannes overschaduwd door grote juwelenroof’. Uit een hotelkamer in de Franse badplaats zou voor bijna een miljoen dollar aan juwelen zijn gestolen uit een kluis in de hotelkamer van een medewerker van het Zwitserse horloge- en sieradenhuis Chopard, een van de hoofdsponsors van het festival. De roof werd gepleegd op het moment dat op The Bling Ring in wereldpremière ging, over een stel tieners die inbreken in de huizen van Paris Hilton en andere celebs. En de sierraden zouden op de rode loper worden gedragen door de sterren, aldus sommige berichten… Later bleek de roof wel echt, maar de meeste details niet.

Nog een bizar bericht: de openluchtstudio van Canal+ op de Croisette is ontruimd, omdat en 42-jarige man tijdens een interview met Daniel Auteuil en Christoph Waltz vanuit het publiek twee schoten afvuurde. Met een alarmpistool, maar dat was weggemoffeld in de meeste berichten.

Er zijn al sites die melden dat het Filmfestival van Cannes een ‘bijzonder incidentrijke editie’ beleeft.

17

05 2013