Posts Tagged ‘Stedelijk Museum’

Doolhof vol intense beelden

Op het eerste gezicht is het een typische ‘Aernout Mik-situatie’: in een conferentiezaal zijn honderden mensen bijeengekomen voor een soort kerkdienst. Er wordt gebeden en gejoeld, handen met enveloppen gaan de lucht in. De gulle giften worden opgehaald door assistenten in keurige pakken; intense spiritualiteit en zakelijke rituelen gaan naadloos in elkaar over.

De tweekanaals videoprojectie is te zien in een intiem zaaltje, met een verlaagd plafond en een zandkleurige tapijt waarop kriskras witte plastic stoelen staan, waardoor conferentiezaal als het ware doorloopt in het museum. Met dien verstande dat de kerkgangers geëxalteerd meeleven en de museumbezoekers bedaard toekijken. Je vraagt je dan ook af waarom er maar liefst drie suppoosten in het zaaltje rondhangen.

Tongues and Assistants, zoals het werk heet, maakt deel uit van Communitas, een overzicht van de video-installaties die Aernout Mik maakte sinds 1999. Het is de eerste solo-expositie van een Nederlandse kunstenaar in het Stedelijk Museum van directeur Ann Goldstein.

Mik (Groningen 1962), die is opgeleid als beeldhouwer en als filmmaker autodidact is, mocht de gehele ondergrondse zaal in de nieuwbouw onder handen nemen, ruim 1000 m2. Hij creëerde er een doolhof van witte gangen, zalen, doorkijkjes, nissen en splitsingen, die de bezoeker tekens weer tot nieuwe keuzes dwingt en maakt dat hij zich steeds bewuster tot de ruimte én de werken gaat verhouden.

Een centrale plaats is ingeruimd voor de driekanaals video-installatie Communitas uit 2010, waarnaar de expositie is vernoemd. De drie manshoge schermen staan naast elkaar op de grond in een soort houten arena. Als je op de hoogste trede staat, kun je de gehele ruimte overzien. En steekt je hoofd uit boven de witte muur van de ruimte waarin Shifting Sitting (2011) wordt vertoond, waarin een look-a-like van Silvio Berlusconi in de beklaagdenbank staat. In Shifting Sitting veranderen de rollen van rechters en publiek, aangeklaagden en getuigen, machthebbers en ondergeschikten beetje bij beetje. De titel verwijst in deze nieuwe context ook naar de veranderende rol van de museumbezoeker zelf: de beschouwer wordt zelf beschouwd.

Zo grijpt álles in elkaar: de dertien werken, de ruimte en de bezoekers, en steeds weer op een andere manier. Omdat de films geen duidelijk begin en einde hebben en niet staat aangegeven hoe lang ze duren, moet de bezoeker zelf bepalen wanneer hij genoeg gezien heeft. Nog belangrijker: omdat geluid en letterlijke referenties ontbreken, moet de bezoeker zelf bepalen waar hij naar kijkt.

Werken veranderen daardoor voortdurend van betekenis. Communitas, waarin een menigte samenkomt in een sfeer van revolutionaire onrust in een pompeus gebouw, herinnert aan Solidarność, doet dan weer denken aan de gijzeling het Dubrovkatheater in Moskou in 2002, maar zou ook kunnen refereren aan de Arabische lente.

Dat is geen teken van vaagheid of onbeduidendheid, het is de kracht van Miks werk, waarin het niet gaat om de gelegenheid zelf, maar om de situatie waarin mensen terechtkomen. Om algemene motieven en rituelen; om groepsdynamiek en peer pressure.

Dat geldt ook voor Tongues and Assistants. Alleen is die film niet door Mik in scène gezet, maar zijn het pure documentairebeelden die hij schoot bij de Pinkstergemeenschap in Brazilië. De suppoosten zijn dan weer niet echt. Zij fungeren als een soort intermediairs tussen het werk en de museumbezoeker. Ze staren voor zich uit en schuiven wat met stoelen. Dat is het zo een beetje, en toch zorgt het ervoor dat je nog geconcentreerder naar het gedrag van de gefilmde assistenten gaat kijken. En ondertussen word je onderdeel van een totaalkunstwerk.

COMMUNITAS van Aernout Mik. T/m 25/8 in het Stedelijk Museum, Museumplein 10. N.B.: In Het Parool stonden 4 sterren bij deze recensie; dat hadden er 5 moeten zijn.

06

05 2013

Tocht door het hoofd van een getormenteerde ziel

Op de poster van de lang verwachte Mike Kelley-expositie van het Stedelijk Museum staat een knuffel. Het is niet voor niets, de Amerikaanse kunstenaar werd bekend door zijn samengebonden knuffelseen uitdrukking van zijn ongelukkige jeugd.

Figure II (Hair) heet de knuffeltekening. Als je niet goed kijkt, lijkt het een vrolijk ding, met zwarte piekharen van wollendraden en een olijke, ronde mond. Maar als je er met andere ogen naar kijkt, zie je dat Figure II ook wel wat weg heeft van een anatomisch-correcte pop, die gebruikt wordt bij onderzoek naar seksueel misbruik. Heel vrolijk is-ie sowieso niet: de ogen zijn dichtgeknepen en uitgelopen, alsof het levenloze ding heeft gehuild. Of zijn eigenaar het al te lang tegen zijn betraande gezicht heeft gedrukt.

Mike Kelley is de eerste grote solotentoonstelling in het heropende Stedelijk. De expositie staat al gepland sinds december 2009 en komt nog uit de koker van de eertijdse directeur Gijs van Tuyl. Zijn tentoonstellingsconcept werd zo goed bevonden dat het Stedelijk 450.000 euro kreeg van de Turing Foundation, om kunst naar Nederland te halen die normaal alleen in het buitenland te zien is.

Omdat de verbouwing van het museum sindsdien keer op keer vertraging opliep, werd de expositie drie keer uitgesteld. Maar hij was dan weer niet op tijd klaar voor de grote opening, omdat die – volgens de museumleiding – een paar maanden eerder viel dan kon worden voorzien toen er afspraken moesten worden gemaakt met de internationale musea waarmee wordt samengewerkt (de expositie reist door naar het Center Pompidou in Parijs, MoMA PS1 in New York en het Museum of Contemporary Art in Los Angeles, de vorige werkgever van Stedelijk-directeur Ann Goldstein).

Nóg ingrijpender dan de verbouwvertragingsperikelen was de zelfgekozen dood van de Amerikaanse kunstenaar, popmuzikant en zelfbevlekker; Kelley werd 31 januari 2012 dood aangetroffen in zijn woning in South Pasadena bij Los Angeles. Hij werd slechts 57 jaar. Van een overzicht van het werk van een vooraanstaande levende kunstenaar veranderde de Kelley-expositie in een terugblik die recht moet doen aan een voltooid oeuvre.

De titel werd veranderd van Themes and Variations from 35 years in MIKE KELLEY. Eva Meijer-Hermann, die eerder verantwoordelijk was voor de schitterende Andy Warhol-tentoonstelling in het Stedelijk Museum CS, werd bedankt voor haar diensten en de expositie werd naar de inzichten van Goldstein zelf ingericht.

Bijna 200 werken zijn er te zien in de nieuwbouw. In ieder denkbaar medium – van schilderijen, tekeningen en foto’s, video’s en installaties, tot performances, muziek en geluidswerken, beeldhouwwerken en textielwerken. Zó divers is het werk dat het wel een groepstentoonstelling lijkt. Zelfs het zaaltje met Kelley’s vroegste kunstacademiewerk is een tombola. Daar wordt al wel direct duidelijk dat Kelley bepaald geen vrolijke Frans was.

Slachtofferschap, perversiteit, klassenverhoudingen en psychologische repressie zijn de belangrijkste thema’s in zijn werk. En toch is het niet wrang en duister – in ieder geval niet alléén. Het is ook fantasierijk, kleurrijk en vrolijk. En kinderachtig soms; Kelley lijkt geobsedeerd door poep.

Er hangen oude wandkleden gemaakt van tientallen zachte knuffelbeesten, nieuwe panelen die bestaan uit duizenden ‘bling-bling’ sierraden, en bedrukte zijden shawls die eind jaren ’80 zijn gebruikt in een namaakmodeshow op muziek van Motörhead. Zijn subversieve anti-highschoolmusical Day is Done is te zien, er staan houten martelwerktuigen en driedimensionale schaalmodellen van de fictieve hoofdstad van krypton, de thuisplaneet van superheld Superman. Een wandeling door de tentoonstelling is een tocht door het hoofd van een getormenteerde ziel.

Een van de meest indrukwekkende werken is de installatie Pay for your Pleasure uit 1988, die eind 2001 al eens in het Stedelijk te zien was in de expositie Eye Infection. Het bestaat uit 42 levensgrote portretten van politici, filosofen, dichters, schrijvers en kunstenaars – van Goethe, Plato en De Sade tot Bakoenin, Dostojevski en Sartre. Ze gaan vergezeld van uitspraken over creativiteit en criminaliteit: ‘Ik vind dat het element van de destructie te vaak wordt genegeerd in de kunst’, staat er bij het portret van Mondriaan.

De portretten in alle kleuren van de regenboog hangen aan weerszijden van een lange gang, die uitloopt op een zuil waaraan een al even kleurrijk, nogal kinderlijk schilderij hangt. Het is in 2001 gemaakt door Jan-Willem van E., die destijds al 28 jaar gevangen zat, in opdracht van Kelley. Overal waar Pay for your Pleasure werd tentoongesteld, moest de installatie worden uitgebreid met een kunstwerk van een beruchte moordenaar of gewelddadige misdadiger uit de omgeving, plus een collectebus om geld in te zamelen voor lokale groeperingen die opkomen voor de rechten van de slachtoffers.

Zo wil Pay for your Pleasure veresthetiseerd wangedrag en kwaad laten botsen met de vaak schuldige of ongemakkelijke reactie van het publiek op kunst die is gemaakt door een afschuwelijke misdadiger. Het werkje van Van E. kan echter ook gemakkelijk voor een echte Mike Kelley worden gehouden. Terwijl die door het Stedelijk toch consequent-ronkend ‘één van de meest invloedrijke kunstenaars van onze tijd’ wordt genoemd.

MIKE KELLEY. T/m 1/4/2013 in het Stedelijk Museum, Museumplein 10. De catalogus is niet eerder beschikbaar dan begin februari. (foto’s G.J. van Rooij)

18

12 2012

Wat is een boek?

De leukste van de Best Verzorgde Boeken uit 2011? Het handzame, vrolijke boekje met een tekstloze, kunststoffen band met folkloristische motieven in rood, roze, paars en blauw, afgezet met kant, en een omvouwsluiting met magneetclip en een rood met wit gestippeld hartje. Het lijkt een poeziealbum. Of een meisjesdagboek.

Het is een ‘meidenbijbel’, een speciaal voor meisjes en jonge vrouwen gemaakte uitgave van Uitgeversgroep Jongbloed, in samenwerking met het Nederlands Bijbelgenootschap. Zo bijzonder als het omslag (van Studio Vrolijk) is, zo standaard-klassiek en rechttoe-rechtaan is het binnenwerk: een plechtig lettertje op dundrukpapier. Had de ‘meidenbijbel’ niet beter genomineerd kunnen worden voor Het Beste Boekomslag?

De vierkoppige jury van De Best Verzorgde Boeken, bestaande uit een drukker, een uitgever, een designhistoricus en een ontwerper, was verdeeld. Zij spreekt van “een verpakking die de Bijbelse inhoud maskeert en de suggestie wekt dat het lezen van de bijbel in het openbaar een heimelijke activiteit is of kan zijn”, anderzijds is de hippe, vrolijke stoffencollage “heel toepasselijk voor deze doelgroep”. Na veel wikken en wegen werd de vorm zo ongebruikelijk en uitzinnig bevonden dat het juryoordeel naar een plus kantelde.

De Best Verzorgde Boeken 2011 zijn te zien in het Stedelijk Museum, in de nieuwe entreehal naast de boekhandel, uitgestald op drie stellingen van blankhout en plexiglas. Het zijn er dertig, gekozen uit 338 door uitgevers, opdrachtgevers, ontwerpers en drukkers ingestuurde boeken (tegen 33 uit 376 in 2010). De jury zag heel weinig radicale boeken, meer differentiatie in de typografie, en maar weinig boeken die mooi openvallen.

Het zal best. Zoals te doen gebruikelijk valt op de dertig uitverkorenen geen peil te trekken. Er zitten weer veel kunstenaarsboeken, catalogi en fotoboeken tussen (waaronder het vuistdikke Foto Vincent Mentzel van meesterontwerper Irma Boom), en een enkel klassiek leesboek, uitgegeven door Athenaeum – Polak & Van Gennep (Exotische liefde van Jacob Haafner). Ook VPRO Gids Covers – Een kleine geschiedenis van de VPRO vormgeving aan de hand van enige honderden gidsomslagen van 1926 tot nu, vormgegeven door Piet Schreuders en Beate Wegloop, haalde de selectie, hoewel het volgens de jury “niet direct opvalt als bijzonder of bijzonder mooi”.

De jury koos een brochure waarmee de Gemeente Amsterdam leraren in het zonnetje wil zetten, een prachtig Gouden Boekje (Het kerstfeest der dieren; “een echt ‘gezellig’ boekje”, aldus de jury) en een in eigen beheer uitgegeven, uit andere boeken gegrasduinde verzameling pagina’s met de woorden ‘Part One’: Part One van Robin Waart. “Het absurdisme van deze onderneming kan de meerderheid van de jury bekoren.”

De gehanteerde criteria zijn even arbitrair als inwisselbaar. Waarom zelfgeproduceerde boeken in kleine oplagen (‘printing on demand’) wel kunnen meedingen en het digitale boek nog altijd wordt genegeerd, is een raadsel. Wat is nu eigenlijk een boek volgens de Stichting De Best Verzorgde Boeken? En wat is ‘best verzorgd’? Hoe moeten vorm en inhoud zich tot elkaar verhouden, welke eisen worden er nu precies gesteld aan typografie, beeldbehandeling en grafisch-technische productie? Of heel concreet: mag een boek worden beoordeeld op het omslag?

Tsja. De dertig Best Verzorgde Boeken van 2011 leveren meer vragen dan antwoorden op.

De Best Verzorgde Boeken 2011. T/m 25 november in het Stedelijk Museum. De Stichting De Best Verzorgde Boeken heeft een catalogus uitgegeven met daarin onder meer een juryrapport over alle geselecteerde boeken (ontwerp Meeusontwerpt, ISBN 9 789059 651845, € 27,50)

01

11 2012

Een verborgen schat in het Stedelijk

“De emoties die de manuscripten oproepen… Dat prachtige gepriegel! Dat ongelooflijk bezeten uitprikken en uitscheuren… Dat componeren op de vierkante millimeter. Elke keer als ik de manuscripten zie, vind ik ze weer ontroerend. Ik word er elke keer weer enorm door getroffen – ook omdat je je meteen een voorstelling maakt van Sandberg, geconcentreerd in de weer in zijn onderduikkamer.”

Stedelijk Museum-conservator Carolien Glazenburg raakt gepassioneerd als ze vertelt over de Experimenta Typografica, een serie cahiers waarin Willem Sandberg experimenteerde met typografie en papier. Twintig genummerde boekjes zijn het, bij elkaar nog geen 200 pagina’s, twee ongenummerde supplementen en wat losse ‘priksels’.

Een klein, maar zeer fijn deel van de Experimenta Typografica is nu ondergebracht in de gerestaureerde ‘oudbouw’ van het Stedelijk, in een zaal gewijd aan ‘het Stedelijk en het Modernisme’. Daarin draait het om de vriendschap tussen Gerrit Rietveld en Sandberg, die niet alleen als directeur het modernisme propageerde maar ook als grafisch vormgever. Er hangt een vitrinekast met de ontwerpen die Sandberg voor het museum maakte – catalogi, uitnodigingen, briefpapier, et cetera – en er is een wand met zijn fabelachtige tentoonstellingsaffiches. Er staan Rietveld-stoelen, zijn Elling-buffet en maquettes en midden in de zaal staat een enorme witte kubus met de slaapkamer die Rietveld ontwierp voor de Amsterdamse kinderarts R.J. Harrenstein.

Naar de vitrinekast met de Experimenta Typografica is het even zoeken. Glazenburg spreekt dan ook van een ‘verborgen schat’. “De Experimenta Typografica is iets wat je niet altijd even makkelijk kunt laten zien. Je legt de schriftjes en priksels niet zo maar los in een vitrine in een hoek van een museum. Dat heb ik overigens wél gedaan in het SMCS en tijdens Temporary Stedelijk 2 in een geconditioneerde vitrine. Dat wilde Ann Goldstein ook graag; onze directeur is ook erg geporteerd van Sandbergs Experimenta Typografica.” Read the rest of this entry →

22

09 2012

Muurschildering in de herkansing

“Je verkrijgt een diagram en een certificaat, verder niets. Het museum heeft dus eigenlijk het idee in plaats van het werk zelf in zijn bezit. Wij hebben ervoor gekozen het idee weer zichtbaar te maken.”

Op een zonnige julidag is kunstenaar Wim Starkenburg in een bovenzaal van het Stedelijk Museum bezig met het aanbrengen van een heuse Sol LeWitt. Diens Wall Drawing #1084 om precies te zijn, bestaand uit vier uit intens-veelkleurige, parallelle banen opgebouwde vierkanten. Metersgroot, van muur tot muur.

Op een elektrische lift is de Chinese Hao Jingfang bezig met de zwarte contouren. Met haar vlakke hand streelt ze de zorgvuldig afgeplakte banen; iedere oneffenheid wordt weggeschuurd. De Japanner Tak Arita ziet vanaf de grond dat het goed is. Starkenburg: “Zij gaan echt tot het gaatje. Daar heb ik veel van geleerd. Ik had vroeger een zekere nonchalance. Dan dacht ik: dat ziet toch niemand. Dat zag je ook niet van deze afstand, en toch denk ik dat nu niet meer.”

Starkenburg bracht Wall Drawing #1084 al eens eerder aan in het Stedelijk Museum, in 2003, op dezelfde muur. “Toen zijn we er achttien dagen mee bezig geweest. Nu negentien. We zijn iets preciezer geworden. Dit is ook niet meer precies dezelfde muur als waar hij destijds op is gemaakt. Na de renovatie hebben alle zalen voorzetwanden gekregen en een andere plint aan de onderkant. Het verschil is slechts twee centimeter, maar het luistert heel nauw, want het werk is gebaseerd op vierkanten en het moet wandvullend zijn.”

Het betrof destijds een gezamenlijk schenking aan het Stedelijk van directeur Rudi Fuchs door LeWitt en de Amerikaanse minimal art-kunstenaar en dichter Carl Andre. “Ik herinner me nog dat er destijds drie horizontale banen misten. Hoe dat kan? Sommige tekeningen zijn erg complex en de kleurennotatie is niet altijd even duidelijk. Ik heb Sol LeWitt toen gebeld en hij heeft gezegd hoe we het moesten oplossen. Nu is alles keurig vastgelegd. Je kunt zeggen dat de werken steeds beter in hun vorm worden gegoten. Esthetische overwegingen zijn een rol gaan spelen, terwijl in het verleden het idee belangrijker was dan de uitvoering. Dat is natuurlijk ook het uitgangspunt van conceptuele kunst, maar het heeft zich geëvalueerd…”

Read the rest of this entry →

27

08 2012

Beyond Imagination: het Stedelijk gaat na 9 jaar weer open!

Zondag 23 september, klokslag 10 uur, opent het Stedelijk Museum zijn deuren voor het publiek. Dat hebben museumdirecteur Ann Goldstein en wethouder Kunst en Cultuur Carolien Gehrels woensdagmiddag bekendgemaakt. “Iets waar heel Amsterdam al jaren reikhalzend naar uitkijkt en alle kunstliefhebbers naar verlangen”, aldus Gehrels. “Ik ben blij en trots dat ik eindelijk het woord ‘open’ in de mond kan nemen”, vervolgde Goldstein. “‘Open’ is one of my favourite words in Dutch!”

Het museum aan de Paulus Potterstraat was sinds 31 december 2003 gesloten. “Helaas heeft het langer geduurd. Helaas heeft het meer gekost. Maar het resultaat mag er zijn. We kunnen weer vijftig jaar vooruit”, aldus Gehrels. De totale kosten zijn volgens de wethouder opgelopen tot 127 miljoen euro, 20 miljoen meer dan was gepland. Het Stedelijk rekent in zijn nieuwe behuizing op 500 duizend bezoeken per jaar, 100 duizend meer dan voor de sluiting.

De grondig gerenoveerde oudbouw gaat onderdak bieden aan een permanente opstelling van werken uit de vaste collectie (onder meer van Malevich, Kirchner en Chagall) en topstukken uit de omvangrijke collectie design, grafische vormgeving en toegepaste kunst. In de futuristische nieuwbouw van Benthem Crouwel Architekten zal allereerst de tentoonstelling Beyond Imagination te zien zijn, met nieuw werk van twintig in Nederland wonende of opgeleide kunstenaars, onder wie Fiona Tan, Sara van der Heide, Julika Rudelius en Rory Pilgrim. Goldstein: “Met Beyond Imagination laten we zien dat Amsterdam nog altijd een belangrijk proefterrein is voor kunstenaars uit de hele wereld.”

Read the rest of this entry →

29

03 2012

No More Blues After Sunrise

Als het aan kunstenaar Steve McQueen en het Stedelijk Museum had gelegen, hadden de 275 straatlantarens in het Vondelpark nog tot en met 25 maart blauw in plaats van wit licht gegeven. Vandaag is het kunstproject Stedelijk @ Vondelpark – Blues Before Sunrise op last van de politie echter vroegtijdig stopgezet; de verkeersveiligheid kon niet worden gegarandeerd. Sinds de aftrap op 7 maart waren er meerdere botsingen tussen fietsers, wandelaars en joggers; één fietser moest zelfs met een hersenschudding naar het ziekenhuis.

Het project in het kader van Temporary Stedelijk 3 was van tevoren getest, maar op kleine schaal: met twee lantarens op het pad achter de Vondelkerk. “het is donkerder in het park dan was verwacht”, zegt stadsdeelvoorzitter Paul Slettenhaar vandaag in Het Parool. Vertegenwoordigers van Stadsdeel Zuid én van de politie proostten bij de officiële opening nog gezellig mee op het welslagen van het project. Toen was het bijna volle maan…

21

03 2012

Blues Before Sunrise

I have the blues before sunrise,
Tears standing in my eyes.
I have the blues before sunrise,
Tears standing in my eyes.
It was a miserable feeling,
Now babe, a feeling I do despise.

De blues-klassieker Blues Before Sunrise van Leroy Carr (tekst, zang en piano) en Scrapper Blackwall (gitaar) vormt de inspiratiebron voor het gelijknamige, even simpele als ingrijpende ‘landschapsproject’ in het Vondelpark van de Britse, parttime in Amsterdam woonachtige kunstenaar en regisseur (Hunger, Shame) Steve McQueen. Zoals Daan van Golden ooit alle paden in de Hortus Botanicus bedekte met blauwe kiezelstenen, zo heeft McQueen ervoor gezorgd dat alle 275 straatlantarens in het park niet het gebruikelijke warme witte licht afgeven, maar een ingetogen kleur blauw: 075 om precies te zijn, ofwel ‘evening blue’.

Volgens Ann Goldstein, directeur van het Stedelijk Museum, dat de ingreep mede mogelijk maakte, zal McQueen’s Blues Before Sunrise niet alleen onze perceptie van het Vondelpark veranderen, maar zal het ook “de dagelijkse routine van mensen in een ander licht zetten en een openbare plek veranderen in een mooie en geheimzinnige ervaring, die zeer aanwezig is en tegelijkertijd ook ongrijpbaar”.

Well now goodbye, goodbye baby,
I’ll see you on some rainy day.
Well now goodbye baby,
I’ll see you on some rainy day.
You can go ahead now little darling,
‘Cause I want you to have your way.

Blues Before Sunrise van Steve McQueen. T/m 25 maart in het Vondelpark. Het moment dat de straatverlichting aangaat wisselt, afhankelijk van een zonnecel in het centrale kantoor van de Amsterdamse stadverlichting.

07

03 2012

De jury lust er wel pap van

Intuïtie en onderbuikgevoelens bepaalden de keuze van de jury van het best verzorgde boek 2010, nu te zien in het Stedelijk Museum: “Ik word er nieuwsgierig van, ik wil meteen gaan lezen, ik word er hebberig van.” Maar omdat de jury – zoals het een jury betaamt – natuurlijk wilde laten zien dat ze niet van de straat is, werden er met terugwerkende kracht ook nog wat minder arbitraire criteria op schrift gesteld.

Aspirant-Best verzorgde boeken bevatten beeldreeksen zonder bijschriften, concludeerde de jury. Er worden minimaal twee verschillende papiersoorten in het binnenwerk gebruikt, en minstens een van de papiersoorten is een licht, soepel papier, om maar een aantal van de tamelijk malle kenmerken te noemen.

De jury, bestaande uit twee ontwerpers, een drukker een drukker en een docent grafische vormgeving, laveerde tussen boeken waarin te weinig gebeurt en te weinig risico is genomen, en boeken waarin te veel gebeurt. Waar de talloze mogelijkheden van state of the art ontwerpen, beeldbehandeling en typografie niet beheerst zijn gebruikt.

Tussen te veel en te weinig bevindt zich een smalle marge, stelt de jury. Toch selecteerde zij het maximum aantal van 33 boeken, uit 376 door uitgevers, opdrachtgevers, ontwerpers en drukkers ingezonden boeken (tegen 30 in 2009 toen er nog 415 boeken werden ingezonden).

Op die 33 valt geen peil te trekken. Er zitten bedrijfsbrochures tussen, cahiers, een bundeltje van 72 pagina’s printerpapier, een kunstenaarsbiografie met een foeilelijk omslag, een handleiding voor de omgang met moeilijke patiënten, en heel veel fotoboeken, monografieën en kunstcatalogi – onder meer over mode-illustrator Piet Paris, tekenaar Leo Vroman, kledingontwerper Alexander van Slobbe, fotograaf Koos Breukel en schilder Stevan Aalders. Het laatstgenoemde boek, vormgegeven door meesterontwerpster Irma Boom valt vooral op door de enorme slagschaduwen achter de afgebeelde werken. Terwijl de jury expliciet stelt dat andere boeken zijn afgevallen omdat ze worden vertroebeld door een te gretig gebruik van schaduwen.

Er zijn wel meer aanwijzingen dat de jury zich hier en daar heeft laten verblinden door de inhoud. Net niet verschenen boeken van tekenaar Gummbah, bijvoorbeeld, kun je leuk en aardig vinden, maar de keuze om het onder ‘het goede, het ware en het schone’ te scharen valt nauwelijks te verdedigen. Dat gebeurt dan ook niet: “De jury verwelkomde het boek met instemmend gegrinnik”.

Er zijn maar liefst drie kinderboeken uitverkoren (‘De jury lust er wel pap van’), een nieuwe uitgave van Homerus’ Ilias, en geen enkele roman. Wel werd de zogenaamde Dwarsligger genomineerd, de kwart slag gedraaide, op dun papier gedrukte heruitgaven van bewezen kaskrakers. ‘Een subtiele en exclusieve vorminnovatie’, aldus de jury.

Slechts in een handjevol boeken is in alle opzichten wervend, dwingend en excellent: Goede bedoelingen en modern wonen, de zeer ritmische geschiedschrijving van de Bijlmer door fotograaf Hans Eijkelboom (vormgegeven door Mevis & Van Deursen), bijvoorbeeld, en Willem, Willem Popeliers minutieuze verslag van zijn zoektocht naar zijn wortels.

Het meest bijzondere best verzorgde boek van 2010 is Atlas of the Conflict. Israel – Palestine van Malkit Shoshan, een compact en handzaam Engelstalig boek dat het Israëlisch-Palestijnse conflict in beeld brengt middels honderden kaarten en infographics. Dat boek, uitgegeven door 010 Publishers en ontworpen door de Amsterdamse vormgever Joost Grootens, werd eerder dit jaar in Leipzig ook al onderscheiden met de Gouden Letter voor ‘Schönste Bücher aus aller Welt’.

De Nederlandse jury was onder de indruk hoe helder de enorme hoeveelheid informatie is geordend, maar vindt de atlas “als object wat stug uitgevallen”. “Begin er maar eens aan.”

De Best Verzorgde Boeken 2010. T/m 17 juli in het Stedelijk Museum. De Stichting De Best Verzorgde Boeken heeft een catalogus uitgegeven met daarin onder meer een juryrapport over alle geselecteerde boeken (ontwerp Niels Schrader, ISBN 978 90 5965 144 9).

14

07 2011

Een lukrake verzameling ‘snapshots’

“We’re here. We’re open. And we’re here to stay.” Directeur Ann Goldstein liet er woensdagmiddag bij de perspresentatie van Temporary Stedelijk 2 geen misverstand over bestaan: het roer is om in het Stedelijk. Geen woord over – zelfs geen hint naar – alle gedoe met failliete aannemers, ondeugdelijke gevelconstructies of dwarse ambtenaren. De focus ligt nu op de dingen die wél goed gaan. Op het deel van het museum dat wél open is. Op Temporary Stedelijk 2. Goldstein: “Wij willen terug in uw leven. Het gebouw wordt weer een museum.”

Temporary Stedelijk 2 is, zoals de titel al aangeeft, de opvolger van Temporary Stedelijk 1, Goldsteins wat al te conceptuele “liefdesverklaring” aan het Stedelijk, die de meest negatieve kritieken ten spijt ruim 95 duizend bezoekers trok. Het is een ruime greep uit de depots; de eigen collectie in de volle breedte, van beeldende kunst en grafische vormgeving tot toegepaste kunst. Voor zover het gebouw het toelaat althans.

Want er kon slechts één ruimte worden ‘geklimatiseerd’: de Erezaal (het voelt er tropisch klam). Daar hangt een selectie iconen uit de collectie, verbonden door het ruime thema ‘abstractie in de 20e eeuw’. De centrale plek is voor La perruche et la sirène (‘de parkiet en de meermin’), het enorme ‘papier decoupé’ van Henri Matisse, ondanks de klimaatbeheersing achter glas, geflankeerd door twee schilderijen van Yves Klein. In de belendende ruimtes hangen werken van Mondriaan (waarin de overgang van figuratie naar abstractie te zien is; deels achter glas overigens) tegenover die van Malevich (geheel abstract), van Brice Marden en Barnett Newman tegenover die van Ellsworth Kelly en Jo Baer (kleur wordt vorm). Read the rest of this entry →