Archive for March, 2012

Beyond Imagination: het Stedelijk gaat na 9 jaar weer open!

Zondag 23 september, klokslag 10 uur, opent het Stedelijk Museum zijn deuren voor het publiek. Dat hebben museumdirecteur Ann Goldstein en wethouder Kunst en Cultuur Carolien Gehrels woensdagmiddag bekendgemaakt. “Iets waar heel Amsterdam al jaren reikhalzend naar uitkijkt en alle kunstliefhebbers naar verlangen”, aldus Gehrels. “Ik ben blij en trots dat ik eindelijk het woord ‘open’ in de mond kan nemen”, vervolgde Goldstein. “‘Open’ is one of my favourite words in Dutch!”

Het museum aan de Paulus Potterstraat was sinds 31 december 2003 gesloten. “Helaas heeft het langer geduurd. Helaas heeft het meer gekost. Maar het resultaat mag er zijn. We kunnen weer vijftig jaar vooruit”, aldus Gehrels. De totale kosten zijn volgens de wethouder opgelopen tot 127 miljoen euro, 20 miljoen meer dan was gepland. Het Stedelijk rekent in zijn nieuwe behuizing op 500 duizend bezoeken per jaar, 100 duizend meer dan voor de sluiting.

De grondig gerenoveerde oudbouw gaat onderdak bieden aan een permanente opstelling van werken uit de vaste collectie (onder meer van Malevich, Kirchner en Chagall) en topstukken uit de omvangrijke collectie design, grafische vormgeving en toegepaste kunst. In de futuristische nieuwbouw van Benthem Crouwel Architekten zal allereerst de tentoonstelling Beyond Imagination te zien zijn, met nieuw werk van twintig in Nederland wonende of opgeleide kunstenaars, onder wie Fiona Tan, Sara van der Heide, Julika Rudelius en Rory Pilgrim. Goldstein: “Met Beyond Imagination laten we zien dat Amsterdam nog altijd een belangrijk proefterrein is voor kunstenaars uit de hele wereld.”

Read the rest of this entry →

29

03 2012

Chinese films en filmmakers op het HAFF zijn niet in één hokje te plaatsen

De blik van het HAFF is al langer gericht op het Verre Oosten; sinds jaar en dag worden er films vertoond uit Japan, Korea en China. In 2010 was de Chinese kunstenaar Xun Sun artist in residence van het HAFF en werd Freud, Fish and Butterfly van Haiyang Wang en Liu Zengyin bekroond met de Grand Prix ian de categorie ‘Non-narratief Short’. Deze editie besteedt het Holland Animation Film uitgebreid aandacht aan een nieuwe generatie eigenzinnige Chinese animatiefilmmaker in het programma ‘Independent China’.

De beeldend kunstenaar Haiyang Wang (1982) kreeg net als de andere Grand Prix-winnaars Carte Blanche om als curator van het HAFF een programma met zijn favorieten samen te stellen. Zo is te zien wat hem drijft (veel Chinese underground) en wat hem heeft beïnvloed als filmmaker. Ook gaat Haiyangs Double Fikret in wereldpremière, een associatieve, non-lineaire film waarin de meest wonderlijke transformaties elkaar in een razend tempo afwisselen.

Ook Xun Sun is weer van de partij, en ook hij maakt wederom gebruik van verschillende media en materialen – het lijkt exemplarisch voor de opwindende richting waarin de Chinese kunst zich begeeft. Xuns inktzwarte Some Actions Which Haven’t Been Devined Yet in a Revolution, eerder dit jaar in wereldpremière op het festival van Berlijn, bestaat uit achter elkaar geplaatste beelden van houtsneden. Het verhaal over de revolutie, identiteit en vervreemding is niet altijd even eenvoudig te duiden, verbluffend mooi is het in ieder geval wel.

Ook bij Shaoxion Chen zou discussie kunnen ontstaan of het nu al dan niet animatie is; zijn films (onder meer Ink City, Ink Diary, Ink Things), die ook een verhaal over de (culturele) revolutie lijken te vertellen, bestaan uit achter elkaar gefotografeerde inkttekeningen. Maar er zit wel degelijk ritme in; omdat de tekeningen niet allemaal even lang blijven staan en er hier en daar, uiterst effectief wordt in- en uitgezoomd.

Van Chen Xi  en An Xu – die sinds 2008 samen films maken en samen ook het vrolijke festivalaffiche maakten – worden onder meer A Clockwork Clock (2009) en in wereldpremière Grain Coupon vertoond, een esthetisch, niet stichtelijk maar zeer politiek pamflet tegen het consumentisme (met graancoupons kon van de jaren vijftig tot negentig graan op rantsoen worden gekocht).

En van Linghan Ye staat Last Experimental Flying Object op het programma, een hypnotiserend zwart-witfilmpje waarin potvissen en zeppelins zij aan zij door een verlaten hal zweven. In ieder geval in de bioscoop, maar het kan maar zo dat de film ook in de openbare ruimte of als installatie wordt vertoond. De Chinese films en filmmakers zijn niet in één hokje te plaatsen.

29

03 2012

7 vragen aan HAFF-directeur Gerben Schermer

Het HAFF is van het najaar verhuisd naar het voorjaar. Hoe dat zo?
“Het is een wat rustiger periode. In het najaar zaten we ingeklemd tussen het Nederlands Film Festival en het IDFA. We hebben nu een veel betere afstemming met het NFF. Het scheelt bovendien enorm in de publiciteit. Ook de buitenlandse concurrentie was groot in het najaar; het lijkt erop dat we nu wat gemakkelijker premières kunnen krijgen.”

Op de vorige editie was een retrospectief gewijd aan de Chinees Xun Sun; deze editie richt het HAFF opnieuw de blik op China. Toeval?
“Nee, er gebeurt daar zo ontzettend veel. Er is een nieuwe generatie aan het werk, die commentaar levert op het China van nu, met name op de verloochening van de eigen culturele geschiedenis. Ja, dat wordt oogluikend toegestaan, zo lang het allemaal maar niet té expliciet wordt.”

Veel van de films zijn gemaakt door beeldend kunstenaars en worden (ook) vertoond in galeries.
“Ze zijn wat minder narratief dan wij gewend zijn, het zijn een soort statements, maar het werkt heel goed op het grote doek. Je moet de makers leren kennen en hun films leren kijken en leren begrijpen. Als je dat doet, als je je er voor openstelt, is het een fantastisch mooie beleving.”

Het HAFF zet ook de spotlights op games; zo lijken jullie beide de uitersten van het spectrum, van underground tot commercieel, te beslaan.
“De games die wij vertonen zijn minder commercieel dan je misschien zou denken. Het is waar dat er vandaag de dag in de game-industrie meer wordt omgezet dan in de filmindustrie, maar ook hier geldt dat de grootste winsten worden behaald met een klein percentage games. De meeste games brengen maar weinig op, maar daar zitten wel hele bijzondere werkjes tussen. Er worden geweldige, volstrekt eigen werelden gecreëerd. Alles kan. Dat willen we met name laten zien.”

Ook niet al te commercieel dus. Zijn er ook grote titels te zien op het HAFF?
“Ja hoor. We draaien bijvoorbeeld Rango, een liefdevolle ode aan de western van Gore Verbinski, die eerder dit jaar werd bekroond met de Oscar voor Beste Animatiefilm. En ook Tin Tin van Peter Jackson en Steven Spielberg gaat bij ons in de herkansing. Dat vind ik een ondergewaardeerde film.”

En Hans Walther’s Sprookjesboom De film, de eerste avondvullende Nederlandse animatiefilm sinds de Bommelfilm Als je begrijpt wat ik bedoel in 1983?
“Die draait op dit moment nog met veel succes in de reguliere bioscoop. Met alle respect, maar het is precies wat je van een opdrachtfilm voor De Efteling mag verwachten. Daarbij komt dat wij verder niets voor de doelgroep ‘3+’ programmeren. Als we De Sprookjesboom op het HAFF zouden vertonen, zou de zaal waarschijnlijk leeg zijn, en dat is nu net niet de bedoeling”

Tot slot: het HAFF is uit de landelijke culturele basisinfrastructuur (BIS) geknikkerd. Hoe ziet de toekomst er nu uit?
“Uitermate optimistisch. Ja echt. We hebben net een aanvraag gedaan bij het Filmfonds; daarnaast hebben we subsidie aangevraagd bij de Gemeente Utrecht en de Provincie. Ik heb er een heel goed gevoel over. Dat moet ook wel; wij zijn de enige instelling die de ontwikkeling van de animatie in al zijn facetten laat zien. Alles komt hier samen, lang en kort, experimenteel en mainstream, vertoning en discussies. Het is belangrijk dat die continuïteit wordt gewaarborgd.”

Holland Animation Film Festival. Van 28/3 t/m 1/4 in Utrecht.

27

03 2012

“It’s like a Greek tragedy, only I’m the subject”

In de documentaire Tyson vertelt de bokser Mike Tyson over zijn jeugd in Brooklyn, zijn allereerste gevecht met een jongen die het had gewaagd de kop van een van zijn duiven te trekken, zijn carrière én zijn vele ontsporingen. De meeste worden afgedaan als ‘black-out’. De Amerikaanse regisseur James Toback spreekt de bokser niet tegen.

Even voor het plaatje: Mike Tyson, dat is toch die bokser die Evander Holyfield tijdens een titelgevecht tot twee keer toe in zijn oor beet en drie jaar in de gevangenis zat wegens verkrachting?
Klopt. Maar dat was in zijn nadagen. Aan het begin van zijn carrière sloeg hij de ene na de andere tegenstander tot moes. In 1986 werd hij de jongste wereldkampioen zwaargewicht; tegenstander Trevor Berbick ging binnen de kortste keren knock-out.

En wat is de connectie tussen de bokser en regisseur Toback
Ze kennen elkaar al twintig jaar. Toen Tyson weer eens in rehab zat, vroeg Toback of hij een documentaire over hem mocht maken. Een documentaire over een leven waarop je niet trots kunt zijn. Tyson stemde toch toe; omdat hij toch geen kant op kon en omdat hij Toback vertrouwde.

Wat is er te zien in Tyson?
Toback zet de toon met een aantal knock-outs, en er is archiefmateriaal van de legendarische bokscoach Cus D’Amato, die de 12-jarge Tyson onder zijn hoede neemt. Maar meestentijds is Tyson aan het woord. In razendsnel gesneden scènes, soms in splitscreen, geregeld voorzien van een stevige beat. Hij zit op een witleren bank met kussens met tijgerprint. Op zijn gezicht heeft hij een enorme Maori-tatoeage. En hij slist een beetje.

Wat heeft hij te zeggen over zijn ontsporingen?
Tyson vertelt onomwonden dat hij tijdens het legendarische gevecht met de Jamaicaanse zwaargewicht Trevor Berbick aan gonorroe leed, opgelopen bij ‘een goedkope hoer’. Zijn eerste verliespartij, in 1990 tegen Buster Douglas in Japan, was een rechtstreeks gevolg van ‘ongebreidelde seks met vreselijk veel vrouwen, in combinatie met veel te weinig trainingen’.

En wat zegt hij over het grootste dieptepunt in zijn leven: de veroordeling na een rechtszaak die voormalig miss Black America Desiree Washington tegen hem had aangespannen?
Tyson spreekt nog altijd van een ‘pertinente leugen’; hij heeft Washington niet verkracht. ‘Ik heb mezelf heel slecht gedragen, en veel vrouwen misbruikt, maar haar absoluut niet.’ Tyson verdween drie jaar achter de tralies. Sindsdien is zijn geloof in de mensen weg, aldus Tyson.

De documentaire is niet in de Nederlandse bioscopen te zien geweest en ook niet op het Rotterdamse filmfestival of op het documentairefestival IDFA. Is het eigenlijk wel wat?
Hij was goed genoeg voor Cannes, het meest prestigieuze filmfestival van de wereld. De film werd er onderscheiden met een speciaal in het leven geroepen ‘Knock-Out’ Award.

Wat vond Tyson er zelf van?
‘Ik ben overweldigd’, fluisterde de kolossale Tyson terwijl hij in een drie maten te grote smoking zenuwachtig van zijn ene op zijn andere voet stond te hupsen. Hij leek het nog te menen ook. ‘Ik dacht dat ik op een bootleg terecht zou komen, die voor een dollar op de hoek van de straat te koop zou zijn. Nu sta ik hier in Cannes. Ik had geen idee van de omvang van dit evenement. Ik voel me kwetsbaar.’

En de documentaire, had hij daar nog iets over te zeggen?
‘Ik heb helemaal niet nagedacht over de vragen die mij in de film gesteld zouden worden. Ik heb er eigenlijk helemaal niet over nagedacht. Toen ik de film voor het eerst zag, schaamde ik me voor sommige antwoorden. It’s like a Greek tragedy, only I’m the subject.’

Tyson van James Toback. Maandag 26 maart, 23.40 uur, Canvas.

26

03 2012

Bakvissenromantiek in een veel te ruim jasje

“De grootste romance van de 20e eeuw”, klinkt het aan het begin van W.E. in voice-over, opdat de argeloze bioscoopbezoeker weet waar hij naar kijkt. Meteen erachteraan, ter verduidelijking: “Koning Edward VIII van Engeland deed in 1936 afstand van de troon zodat hij kon trouwen met een burgermeisje.”

Niet eens een gewoon burgermeisje, maar de flamboyante, al twee keer gescheiden Amerikaanse Wallis Simpson. Het land was in rep en roer; Wallis werd een berekenende vrouw genoemd die koningin wilde worden of uit was op geld. De knappe Edward trok zich er niets van aan en volgde zijn hart.

W.E., naar de initialen van Wallis en Edward, is na het niet in de Nederlandse bioscopen uitgebrachte Filth and Wisdom uit 2008 de tweede speelfilm van popster Madonna Louise Veronica Ciccone. Het is niet moeilijk te begrijpen wat ze zag in de beladen verhouding.

In haar ‘director’s statement’ van Filth and Wisdom liet Madonna weten geïnspireerd te zijn door Visconti, Fellini, Godard en Pasolini, ook bij W.E. legt ze de lat hoog. Madonna spiegelt de infame geschiedenis met het in het heden gesitueerde verhaal van de mooie Wally Winthrop, die gevangen zit in een ongelukkig huwelijk met een steenrijke arts.

De mooie, door haar moeder naar Wallis vernoemde Wally (Abbie Cornish) slijt haar dagen in het veilinghuis Sotheby’s, waar ze een fijn baantje had voordat ze trouwde en waar nu de boedel van Edward en Wallis wordt aangeboden. Iedere keer als Wally staat te dagdromen bij een van de snuisterijen, beginnen heden en verleden door elkaar te lopen.

Een enkele keer richt Wallis zelfs rechtsreeks tot haar: “Get a life” snauwt ze haar toe. Dat doet Wally, samen met een bewaker van het veilinghuis. Niet zomaar een arme dommekracht, overigens, maar een bloedmooie, uit Rusland gevluchte intellectueel, die virtuoos piano blijkt te kunnen spelen.

W.E., geschreven door Madonna en Alek Keshishian, die in 1991 de geslaagde documentaire Madonna: Truth or Dare maakte, is een onevenwichtig rommelpotje. De (liefdes)geschiedenis van Wallis en Edward komt nauwelijks uit de verf; de zoektocht van Wally is tenenkrommend. De boodschap – geluk zit in kleine dingen; het lot dient in eigen hand genomen te worden – ligt er dik bovenop.

Alle emoties worden keer op keer onderstreept – met (lachwekkende) dialogen, die voor alle duidelijkheid worden herhaald in voice-overs; met violen die maar aan blijven zwellen; met veelbetekenende blikken en door het gebruik van slow-motion. De camera beweegt alle kanten op, een idee lijkt er niet achter te zitten. En dat bijna twee uur lang – het maakt W.E. tot een beproeving. Bakvissenromantiek in een veel te ruim jasje.

Deze recensie is geschreven voor Cinema.nl

26

03 2012

Galerie – Beeldende kunst in Amsterdam

Davina Semo, Pacing Like a Tiger. T/m 7/4 in Galerie Gabriel Rolt, Elandsgracht 34.

Het lijkt een gewone stoeptegel, zo’n grote grijze. Hij is schuin tegen een witte muur geposteerd. Niet zomaar een muur, maar een muur van een galerie, dus er zal wel wat mee zijn. Maar wat dan? Dan zie je het, het is heel subtiel: er komt een zacht oranje schijnsel achter de tegel vandaan. Als je door je knieën gaat, kun je het zien wat het licht veroorzaakt: de achterkant is bewerkt met felle oranje verf.

De stoeptegel maakt deel uit van de solo-expositie ‘Pacing Like a Tiger’ van de Amerikaanse kunstenaar Davina Semo (Washington, 1981) in Galerie Gabriel Rolt. Gewapend beton, enorme stalen kettingen, veiligheidsglas en one-way mirrors, spiegels die van één kant doorzichtig zijn, vormen het basismateriaal van Semo’s industriële, fysieke én hoogstpersoonlijke werken. Geïnspireerd door haar woonomgeving Brooklyn bewerkte ze het beton met verf en graffitispuitbussen tot fresco’s; roestige stalen kettingen dompelde ze in chemicaliën en heeft ze vervolgens met enorme spijkers aan de muur bevestigd, tientallen naast elkaar, waardoor ze op een zacht wandkleedje zijn gaan lijken. Gewelddadigheid en schoonheid gaan hand in hand. Kracht en souplesse doen nauwelijks voor elkaar onder. Sommige werken hebben een onmiskenbaar seksuele connotatie, zoals de wonderschone, vlijmscherpe, roestvrijstalen inkeping die naadloos in een galeriemuur is verwerkt.

Titels zijn belangrijk in het oeuvre van Semo. Soms zijn ze misleidend poëtisch (My eyes were closed and yet they did not fully bring me darkness is de naam van een van een vierluik van verweerde spiegels. Een andere heet I haven’t a secret left and you’re still not happy); vaker vormen ze een verhaal op zichzelf. De dikke, ter plekke aan gruzelementen geslagen glasplaat die met twee kettingen aan het plafond hangt, bijvoorbeeld, noemde Semo I insist on addressing you not as the humble erotic substitute of bygone days, but as your conqueror.

Georg Küttinger, Landscapes: remixed. T/m 22/4 in Galerie Roger Katwijk, Lange Leidsedwarsstraat 198-200. www.galerierogerkatwijk.nl.

Georg Küttinger fotografeert landschappen. Of preciezer: hij voegt fragmenten uit tientallen, soms zelfs honderden eigen opnames samen tot één enkel beeld. Galeriehouder Roger Katwijk, die tien enorme panorama’s exposeert, vergelijkt het monnikenwerk van de Duitse fotograaf met dat van een dj die samples van oude nummers tot een nieuwe creatie mixt.

Aldus maakte Küttinger een wonderlijke foto waarop de Aletsch te herkennen is. Maar in werkelijkheid zul je de gletscher zo nooit zien; de witte ijsmassa’s zijn naadloos samengesteld uit foto’s die vanuit alle richtingen zijn genomen; steeds dezelfde bergwanden keren terug op de voor- én achtergrond.

Voor de gelegenheid maakte Küttinger ook twee foto’s in Nederland. Op het strand van Domburg fotografeerde hij golfbrekers, die hij samenbracht in een hallucinerend panorama: honderden naast en boven elkaar, in een waanzinnig ritme. De polders rond Amsterdam vormden de inspiratie voor een lappendeken in oneindig veel tinten groen, kriskras doorsneden door onzichtbare sloten. Een ijkpunt ontbreekt, omdat er oneindig veel ijkpunten zijn. Erboven is niks; op al Küttinger foto’s is de lucht verwijderd, waardoor ze abstracter en bovenal nóg mysterieuzer worden.

Ursula Mayer, Gonda. T/m 11/4 in Galerie Juliètte Jongma, Gerard Doustraat 128a. www.juliettejongma.com.

In Gonda, de nieuwste film van de Oostenrijke mediakunstenares Ursula Mayer, poseren vijf transgenders en androgyne modellen (onder wie de Nederlandse Valentijn de Hingh) voor een fotowandje, dan weer hangen ze verveeld op een bank.

De theatrale, zeg maar gerust artificiële scènes worden afgewisseld met felle kleurvlakken en opnames van De Hingh die met een stuk hout als een amazone door een mistig landschap rent. Van een clapperboard en een mannenmond die in een vrouwenarm bijt. Van stenen en mineralen.

Zo gaat het 30 minuten door, in een bijkans gekmakende montage. Soms klinkt een pompende beat, dan weer worden in voice over begrippen als ‘Madness’, ‘Love’, Vertigo’ en ‘Nausea’ opgedreund. En leestekens – ‘Comma’, ‘Full Stop!’ –, met evenveel nadruk.

De overweldigende beeldenstroom is gebaseerd op een toneelstuk van de radicale Russisch-Amerikaanse schrijfster en filosoof Ayn Rand uit de jaren ’30 van de vorige eeuw. Je zou het op basis van Mayers associatieve, über-esthetische Gonda niet zeggen, maar daarin draait het om een filmster, Kay Gonda, en haar hypocriete fans.

24

03 2012

Meesterproef over álles

Tijdens een routinebezoek aan de huisarts – een schram op het voorhoofd, opgelopen bij een poging een kapotte kraan te repareren – wordt theaterregisseur Caden Cotard doorverwezen naar een oftalmoloog. Die stuurt hem weer door naar een neuroloog, die hem vertelt dat hij ernstig ziek is.

Tegelijkertijd wordt Cotard (een fijne rol van Philip Seymour Hoffman), die druk is met zijn interpretatie van Dood van een handelsreiziger waarin hij de hoofdrollen laat spelen door jonge acteurs, verlaten door zijn vrouw Hazel, een miniatuurschilderes. Zij neemt de wijk naar Berlijn; hun dochtertje Olive neemt ze mee.

Dan krijgt Cotard onverwacht een belangrijke beurs, en besluit hij een groots stuk te regisseren, waarachtig en realistisch, over dingen die er écht toe doen. Hij verlaat zijn huis in het provençaalse Schenecdity en huurt een appartement in hartje New York. In een enorme loods begint hij met de repetities; zeventien jaar later zijn die nog steeds niet afgerond.

Synecdoche, New York is het regiedebuut van Charlie Kaufman, die naam maakte met zijn schrandere, gelaagde scenario’s voor films als Being John Malkovich, Adaptation. en Eternal Sunshine of the Spotless Mind. Synecdoche, New York is  meer van hetzelfde. Veel meer. Regisseurs als Spike Jonze en Michel Gondry trapten in de beste Kaufman-verfilmingen nog wel eens op de rem; de gekkigheid werd ingekaderd. In Synecdoche, New York (een synecdoche is een stijlfiguur waarbij een deel voor het geheel kan gelden, bijvoorbeeld ‘zielen’ waar ‘mensen’ wordt bedoeld) gebeurt dat niet. Integendeel: Kaufman geeft zijn ongebreidelde hersenspinsels, obsessies en neuroses alle ruimte, meer dan twee uur lang.

Het begin doet nog enigszins conventioneel aan, maar wie goed oplet, ontdekt dat ook dan de tijdsaanduidingen op kranten en melkpakken al malle sprongen maken, en dat Cotard wordt bespied door een grijze gestalte. Het wordt alleen maar erger.

Gaandeweg gaat de neurotische regisseur ten onder, aan zichzelf en aan zijn meesterwerk waarin hij zichzelf laat spelen door de man die hem al twintig jaar volgt en alles over hem weet, soms zelfs beter dan hij zelf. Hij gaat relaties aan met de actrices die zijn voormalige geliefden spelen, terwijl die ook nog op de set rondlopen. De grens tussen waan en (film)werkelijkheid is steeds moeilijker te trekken. De vierde wand wordt doorbroken. De realiteit blijkt een illusie, het ‘echte’ leven wordt een toneelstuk, de wereld een podium.

In Synecdoche, New York gaat het, net als in Cotards meesterproef, over álles. Over echt en onecht, kunst en het echte leven, familierelaties en spijt, over eenzaamheid, liefde en de dood. En net als Cotard verslikt Kaufman zich. Zijn ultieme meesterwerk laat nog even op zich wachten. Maar wat geeft het; de duizelingwekkend complexe weg er naartoe is interessant en onderhoudend.

Synecdoche, New York van Charlie Kaufman. Zaterdag 24 maart, 0.40 uur, BBC.

23

03 2012

Topfotograaf blijkt een twijfelende, eenzame ziel

“Dat vind ik niks voor jou”, zegt filmmaakster Klaartje Quirijns in de openingsscène van Anton Corbijn Inside Out tegen het wereldvermaarde onderwerp van haar documentaire, die even languit op de bank is gaan liggen. Daarmee worden twee zaken in één klap duidelijk: Quirijns (wier fraaie Peace vs Justice over de wrede Oegandese rebellenleider Joseph Kony op dit moment ook te zien is) meent Corbijn goed te kennen, en ze is zelf ook aanwezig in haar film.

Dat laatste pakt niet altijd even goed uit – zo lijkt Quirijns het machtig interessant te vinden als Bono flauwe grapjes maakt voor haar camera. Het eerste zorgt voor een aantal schitterende scènes, waarin Corbijn veel van zichzelf blootgeeft. Hij mag een alom gerespecteerde (pop)fotograaf zijn die de sterren er zo cool uit laat zien als ze graag zouden zijn, hij blijkt vooral een twijfelende, eenzame ziel, van wie je je afvraagt waarom hij in hemelsnaam een speelfilm met George Clooney wilde maken. Ook daar was Quirijns bij – Corbijn lijkt doodongelukkig op de gigantische set –, zoals ze ook bij de Nederlandse première was van The American tijdens Film by the Sea.

Dat had een mooi einde van de film kunnen zijn; terwijl hij langs de Schelde banjert, vertelt Corbijn over de tol die hij moet betalen voor zijn monomane bestaan. Maar vervolgens zien we hem ook nog bij het graf van zijn vader, en tijdens een bezoekje aan zijn oude, verwarde moeder. Van mij had het niet gehoeven.

Anton Corbijn Inside Out draait vanaf 22 maart in de Nederlandse bioscopen.

22

03 2012

No More Blues After Sunrise

Als het aan kunstenaar Steve McQueen en het Stedelijk Museum had gelegen, hadden de 275 straatlantarens in het Vondelpark nog tot en met 25 maart blauw in plaats van wit licht gegeven. Vandaag is het kunstproject Stedelijk @ Vondelpark – Blues Before Sunrise op last van de politie echter vroegtijdig stopgezet; de verkeersveiligheid kon niet worden gegarandeerd. Sinds de aftrap op 7 maart waren er meerdere botsingen tussen fietsers, wandelaars en joggers; één fietser moest zelfs met een hersenschudding naar het ziekenhuis.

Het project in het kader van Temporary Stedelijk 3 was van tevoren getest, maar op kleine schaal: met twee lantarens op het pad achter de Vondelkerk. “het is donkerder in het park dan was verwacht”, zegt stadsdeelvoorzitter Paul Slettenhaar vandaag in Het Parool. Vertegenwoordigers van Stadsdeel Zuid én van de politie proostten bij de officiële opening nog gezellig mee op het welslagen van het project. Toen was het bijna volle maan…

21

03 2012

Hollandse Meesters in de 21e eeuw

In De Balie is zondag een van de beste afleveringen te zien uit Hollandse Meesters in de 21e eeuw, een fraaie, al maar uitdijende reeks korte, gefilmde portretten van Nederlandse hedendaagse beeldend kunstenaars: Pieter Verhoeff’s zo goed als commentaarloze registratie van de totstandkoming van een van Teun Hocks‘ krankzinnig gelaagde foto’s. Fotograaf en filmmaker Michiel van Nieuwkerk, de initiator van het project, ontvangt om 15:00 uur zowel de kunstenaar als de regisseur.

Hollandse Meesters in de 21e eeuw. Zondag 25 maart, 15.00 uur in De Balie.

20

03 2012