Archive for the ‘Internet’Category
Solderen aan de toekomst; in gesprek met vijf Nederlandse medialabs
Voor de publicatie Nederland Labland sprak ik met vertegenwoordigers van vijf Nederlandse medialabs: Anne Helmond (Digital Methods Initiative, Amsterdam), Wilja Jurg (TETEM Kunstruimte, Enschede), Koen Martens (Revelation Space, Den Haag), Marleen Stikker (Waag Society, Amsterdam) en Tijmen Schep (SETUP, Utrecht en programmamanager van Virtueel Platform).
Zoveel medialabs zoveel definities, bleek tijdens het rondetafelgesprek. Al snel was sprake van een Babylonische spraakverwarring, met termen als educatielab en fablab, tijdelijk lab en virtueel lab, community, hackerspace en labaliker. Maar over één ding waren alle betrokkenen het roerend eens: het belang van het “geknutsel” in de verschillende soorten labs is groot. Het beïnvloedt de wetenschap en sectoren als zorg en onderwijs. Het beïnvloedt het leven van iedereen. Iedere dag opnieuw.
Klik hier voor het volledige artikel en hier voor een recensie in Metropolis M.
04
06 2012
Een aangename, associatieve beeldenstorm
In het overrompelende werk van de Vlaamse multimediakunstenaar annex documentairemaker annex politiek pamflettist annex remixfilmer Johan Grimonprez draait het om de invloed van de massamedia, en dan met name van televisie en internet. In het S.M.A.K. in Gent staat nu een fantastische overzichtstentoonstelling; Grimonprez’ almaar uitdijende media-archief WE-tube-o-theek is te zien op het Impakt festival in Utrecht.
Met de op internet gegrasduinde, uiterst prikkelende beeldenstorm WE-tube-o-theek (‘You Tube Me & I Tube You’) laat Grimonprez nog maar eens zien hoe (visuele) informatie wordt verdraaid; dat de waarheid, wat dat ook moge zijn, wordt gestuurd met een vooropgezet doel.
Grimonprez toont de manipulatie van de media door precies dezelfde trucs te hanteren; hij isoleert en dramatiseert, verdubbelt en ironiseert al dan niet ware gebeurtenissen, waardoor hij vaak een tegenovergestelde betekenis aan de ‘geleende’ beelden geeft dan de makers voor ogen hadden. Soms treden dubbelgangers van de hoofdpersonages op, ook worden fragmenten uit Hollywood-films ingezet en beelden getoond die niet bedoeld waren om uitgezonden te worden, geschoten rond de tv-toespraken van politici.
Het schminken van het gezicht van George Bush jr., voorafgaand aan een vraaggsprek met CNN’s Larry King, is bij Grimonprez een metafoor voor het inpakken van een boodschap over massavernietigingswapens die door de strot van het volk moet worden geduwd. Die beelden zijn dan weer gecombineerd met het hilarische interview waarin Sacha Baron Cohens alter ego Ali G. Amerika’s voormalige minister van Buitenlandse Zaken James Baker aan de tand voelt over de inval in Irak. Scènes uit The Simpsons en Beavis and Butt-head botsen met een hilarische Teleshop-parodie waarin AK-47’s worden aangeprezen (met een jaar gratis munitie!). De trailer van Independence Day plaatst Grimonprez tussen zelfgemaakte beelden en een filmpje waarin Tony Blair en George Bush een duet lijken aan te gaan op Endless Love van Diana Ross en Lionel Ritchie.
Zo manoeuvreert Grimonprez even schrander als soepel tussen documentaire en fictie, tussen archeologie en antropologie, en tussen kunst en cinema, en geeft hij (nieuwe) betekenis aan de ravage die de media en de geschiedenis aanrichten.
03
11 2011
Ook de toekomst van de filmbladen is digitaal
“Leuk dat er telkens weer filmgekken zijn die het proberen, maar het klinkt op voorhand als moeilijk”, oordeelt Wally Cartigny, de laatste hoofdredacteur van het inmiddels ter ziele filmblad Skrien. “Ik zeg niet dat het niet kan, maar ik denk dat het heel moeilijk is. Eigenlijk wijzen alle tekenen erop dat het niet kan – en zeker niet op dit moment”, denkt Jan Doense, zakelijk leider van de Filmkrant. “Het is een businessmodel waaraan ik mijn vingers niet zou durven branden, maar het is wel een initiatief dat ik bewonder”, aldus Olivier Wegloop, creative director van Preview.
Sinds donderdag is in de App Store Filmtab te koop, het eerste digitale Nederlandse filmblad. Initiatiefnemer Filmjournalist Ruben van Eijl kan wel lachen om de sceptische reacties. “Ik word gedreven door mijn passie voor film. Een marktonderzoek heb ik niet gedaan, nee, dan was ik in één klap mijn hele budget kwijt geweest. Maar ik heb wel een eigen onderzoekje gedaan; en daaruit is me duidelijk geworden dat de belangstelling voor film, en met name de Nederlandse film enorm groeit.”
‘Who needs paper’, luidt de ludieke sneer op de voorpagina van Filmtab. Het magazine wordt niet gedrukt en Van Eijl hoeft ook geen kosten te maken om Filmtab in de boekhandels en op de schrappen van de supermarkt te krijgen. “Ik ben naar een grote tablet conventie geweest in Hilversum. Aan het einde van het jaar zijn er één miljoen tablets in Nederland, waarvan 800 duizend iPads. Als je de Vlaamse markt meetelt zijn er zelfs 1,2 miljoen iPads in het bezit van mensen met een bovengemiddelde interesse in visuele media. Ik vraag me af of de sceptici die cijfers kennen. De iPad is het snelst groeiende elektronicaproduct op aarde; de markt groeit sneller dan de dvd-spelermarkt in zijn hoogtijdagen. Volgens schattingen is er over twee jaar in ieder huishouden een tablet. Als ik nu eens een half procent bereik van die markt, word ik heel blij.”
26
09 2011
Laagdrempelige kunst op je iPhone
De vermaarde Britse kunstenaar David Hockney maakt al enige tijd schilderijen op zijn iPhone. Met behulp van de applicatie Brushes (3,99 euro in de App Store) schildert hij stillevens, landschappen, bloemen en zonsondergangen die hij naar een select aantal vrienden stuurt.
Paradiso organiseert nu een heuse kunstexpo, de Paradiso Phone Expo. Met jongere, wat onbekendere beeldend kunstenaars, dat wel. Daar staat tegenover dat deze expositie over “popcultuur, experiment en de waarde van beeldende kunst” voor iedereen vrij toegankelijk is. Curator/organisator Jeldau Kwikkel selecteerde vier kunstenaars die zich net als Paradiso bezighouden met de relatie tussen beeldende kunst en populaire cultuur. Ze komen uit alle windstreken en uit verschillende disciplines. “Sex, Phone & Rock ’n Roll” luidt het overkoepelende thema.
De projecten worden summier geïntroduceerd op de website www.phone-expo.nl. Belangstellenden kunnen een telefoonnummer achterlaten, waarna de expositie per ommegaande wordt toegestuurd. ‘Hurray’ verschijnt er op je beeldscherm nadat je je mobiele nummer hebt ingetoetst.
Ontwerper Woes van Haaften verstuurt tekeningen en persoonlijke boodschappen gemaakt door artiesten die recent in Paradiso hebben opgetreden. Het eerste “visuele aandenken” is van de Britse hiphop-ster M.I.A., gemaakt toen ze in november in Paradiso speelde. ‘I Was There’ heet de prent, een tekst opgebouwd uit blowtjes, waarin met enige moeite MIA’s naam te herkennen valt.
De Franse fotograaf, ontwerper annex artdirector Simon Wald-Lasowski maakte drie zogenaamde ‘wise cracks’. Het zijn soundtracks voor de mobiele telefoon (als je heel goed luistert hoor je een ‘bubble’stem termen prevelen als “Twitter”, “Facebook”, “Megapixels” en “Gigabytes”) met bijbehorende animaties, waarin hetzelfde oog zichtbaar is dat vorig jaar het hart vormde van Wald-Lasowski’s expositie in het fotomuseum Foam.
Het project van de Taiwanese Kai-Ting Lin, afgestudeerd aan de Rietveldacademie in de richting Grafische Vormgeving, heet ‘If I show my breast on the internet, which camera phone should I use?’. Blote borsten zijn er echter niet te zien; achter de prikkelende naam gaat een hip soort testbeeld voor de mobiele telefoon schuil, waarin plaats is ingeruimd voor een bierflesje, Rubik’s kubus en overstraalde kleurvlakken.
Het leukste project is van de grafisch ontwerpers/filmmakers/kunstenaars Rogier Klomp, Bart-Jan Kazemier en Teun Castelein (laatstgenoemde viel drie jaar geleden ook al op toen hij de gevel van het Amsterdamse Sandberg Instituut verkocht als advertentieruimte. Voor Paradiso Phone Expo maakten de drie “Paris Hitler”, een beeldverhaal over de uitvinding van de opblaassekspop.
De Paradiso Phone Expo is geschikt voor alle toestellen met internet en kan eenvoudig worden doorgestuurd. Paradiso wil aldus op een “eigentijdse manier” beeldende kunst exposeren en zijn bezoekers op een “laagdrempelige manier met deze kunst in aanraking brengen”.
Kwikkel, die in de toekomst meer ‘mobiele exposities’ hoopt te organiseren met andere kunstenaars, spreekt tevens van een “interessant experiment”. “Het is de vraag hoe beeldend kunstenaars reageren op dit nieuwe medium, en welke invloed het gebruik van de mobiele telefoon als drager van kunstwerken heeft op de waarde van de getoonde kunst. Misschien ontstaan er wel nieuwe kunstvormen door de beperking van het telefoonscherm.”
Paradiso Phone Expo. T/m 17 februari via www.phone-expo.nl.
18
01 2011
Herinvesteren
Ik kreeg mail van Cinemareloaded, het crowfundingproject van het IFFR: ik moet vóór 31 december mijn geld herinvesteren. Een jaar geleden had ik voor 50 euro muntjes gekocht, en geïnvesteerd in Pipilotti Rist. De Zwitsere videokunstenares gaf er echter al snel de brui aan, geen tijd. Als vervanger werd Harmony Korine gestrikt, in wiens film ik ook ook wel wilde investeren, maar Korine staakte zijn medewerking nog sneller dan Rist.
En nu moet ik mijn centen verdelen over de twee andere projecten: Random Strangers van Alexis Dos Santos en de nog altijd naamloze film van Ho Yuhang. De eerste staat sinds het begin van het Cinemareloaded-project op 4.100 euro, de tweede op 2.460 euro. Voor beide films is tenminste 15.000 euro nodig – volkomen kansloos dus.
Het gaat mij niet eens om die 50 euro, maar ik ben het er niet mee eens. Ik wil gewoon geen coproducent zijn van Alexis Dos Santos of Ho Yuhang! Wie weet raad?
Op 29-dec-2010, om 15:51 heeft Cinemareloaded (IFFR) het volgende geschreven:
Dear co-producer,
This is a reminder: as a former co-producer of Pipilotti Rist and Harmony Korine you have returned coins in your virtual wallet that are not yet allocated.
Pipilotti Rist and Harmony Korine said goodbye to Cinema Reloaded. Every coin invested in their projects returned to the virtual wallets of their co-producers. These coins can be re-allocated to another Cinema Reloaded project.
Our Cinema Reloaded directors Alexis Dos Santos and Ho Yuhang are still in the game, so choose one or both projects and spend your coins before 31 December 2010. Please note that all coins that are not allocated after this day will be equally divided between the two projects on Cinema Reloaded. Also don’t forget that by spending your coins you get the exclusive right to watch the online premiere in VOD, or maybe even an invitation to the live premiere during this coming edition of the International Film Festival Rotterdam. Moreover, if you donate 5 coins to one particular project, your name will be included in the end credits.
As soon as you have spent your coins, we urge you to mobilize your friends and family. Support creativity and art and help the directors to make it happen. You can also give coins to your friends and family as a voucher. Now that’s an original present!
Best wishes,
The Cinema Reloaded Team
The International Film Festival Rotterdam
30
12 2010
‘Vroeger was iedereen er bang voor. Nu is iedereen bang iets te missen’
Submarine en SubmarineChannel bestaan tien jaar en dat wordt gevierd, zondagavond met een feestje voor opdrachtgevers, relaties van de omroepen, fondsen en financiers, distributeurs, sales agents, personeel en oud personeel, en vrienden in Sociëteit De Kring op het Leidseplein.
Femke Wolting (Ouderkerk aan de Amstel, 1970) zette ruim vóór de eerste internethype het grensverleggende programmaonderdeel Exploding Cinema op poten voor het International Film Festival Rotterdam. Met Bruno Felix (Haarlem, 1967) werkte ze vervolgens voor VPRO Digitaal en reisde ze een half jaar door Amerika voor de documentaire It’s the end of TV as we know it. ‘We spraken met allemaal sleutelfiguren uit de internet-, film- en uitgeverijwereld over de toekomst van de digitale media. Iedereen had een andere insteek, viel ons op. Het leek ons een goed idee alles te combineren. Dat doen we eigenlijk nog steeds.’
In 2000 begonnen ze aan de keukentafel het crossmediale productiebedrijf Submarine; KPN en de VARA waren al snel hun eerste klanten. Inmiddels werken er 25 man op anderhalve verdieping in een enorm pand aan de Rapenburgerstraat. Ze maken lange films, documentaires en state-of-the-art videoclips, iPad- en iPhone-applicaties, animaties en commercials, interactieve graphic novels, webgames, data visualisaties en alle mogelijke mengvormen. Wolting: ‘Het verhaal, dát is altijd ons uitgangspunt geweest.’ Felix: ‘Het gaat om het goede idee. Daarna gaan we pas op zoek naar het meest gepaste kanaal.’ Wolting: ‘Er komen steeds weer nieuwe middelen bij, met als meest recente loot de social networks.’ Felix: ‘We zitten niet de hele dag te scannen of er nog iets nieuws is, hoor. Maar als er nieuwe middelen zijn, zijn wij zijn niet bang ermee aan de slag te gaan.’
‘Your periscope in unknown territories’, luidt sinds de eerste dag de pay off van het ‘crossmediale’ bedrijf. Dat geldt nog steeds, alleen is de term crossmediaal inmiddels vervangen door ‘transmediaal’. Felix: ‘Het gaat niet zo zeer om de woorden als wel om wat je maakt.’ Wolting: ‘Dat een verhaal langer bij je blijft of op verschillende manieren tot je komt. SpongeBob, bijvoorbeeld, die kom je op allerlei plekken tegen. Maar het kan ook met betekenisvollere boodschappen.’ Felix: ‘Een goed voorbeeld is de game die we hebben gemaakt voor Kruistocht in Spijkerbroek. Daarvoor hebben we geput uit een kruistochttentoonstelling in het Utrechtse Museum Catharijneconvent, toch niet het meest hippe museum van Nederland. De game lag in de schappen van de Intertoys en Bart Smit, en er zijn er een stuk of 30 duizend van verkocht. Daar zijn we best trots op, dat we een stukje van de Catharijneconvent boodschap in een nieuwe verpakking bij nieuwe, potentiële bezoekers hebben gebracht.’
Het grootste verschil met tien jaar geleden is volgens Wolting en Felix dat het publiek voor internet enorm is gegroeid. ‘In het begin moesten we soms wel drie dagen vechten om een url aan het einde van een televisieprogramma te krijgen’, zegt Wolting. ‘Internet bestond nog nauwelijks, en de traditionele media dachten, nee wisten zeker dat het zou verdwijnen.’ Felix: ‘Vroeger was iedereen er bang voor. Nu is iedereen bang iets te missen.’
Submarine is niet bang, stelt Wolting; het bedrijf biedt bijvoorbeeld online speelfilms aan. ‘Je kunt beter zelf proberen nieuwe distributiemanieren te vinden en daar geld mee te verdienen, dan toezien hoe jongeren alles wat los en vast zit downloaden.’ Felix: ‘Je kunt het toch niet tegenhouden. De stroom is veel te sterk. Het is niet zo dat wij alle antwoorden paraat hebben, maar wij zijn niet bang om te experimenteren. En daar weer van te leren.’
Een van de fijnste onderdelen van het online platform SubmarineChannel is Forget the Film, Watch the Titles, een immer uitdijend project met titelsequenties van films, televisieprogramma’s en games, én interviews met de makers. Dat project leidde tot een speciaal programma dat nog steeds met veel succes langs bioscopen in het land toert, en binnenkort tot een dvd. En er wordt gewerkt aan een documentaire over ontwerper Kyle Cooper, die onder meer de titelsequentie van Se7en maakte.
Dat is nog lang niet alles: terwijl Submarine bezig is vaste voet aan de grond te krijgen in Los Angeles ontwikkelt het bedrijf met Han Hoogerbrugge een interactieve game voor het Stedelijk Museum, werkt het aan een hybride speelfilm met Peter Greenaway, een animatieserie en een iPhone- en iPad-applicatie gebaseerd op de Waar is de taart-kinderboeken van Thé Tjong-Khing, en een lange, half geanimeerde documentaire over piraten in Somalië.
Wolting: ‘Die verscheidenheid, dat maakt het zo interessant,’ Felix: ‘Onze kracht? We zijn nog net zo nieuwsgierig als tien jaar geleden.’
Twitter-felicitaties aan Submarine kunnen worden voorzien van de hashtag #sub10yr. www.SubmarineChannel.com
21
11 2010
Door de herhaling wordt het grappig
Welke het is, dat zegt hij niet. Maar zijn eigen piemel zit er ook tussen. Meermaals zelfs. Zo is één van de 247 fotootjes in het werk ‘Compare’ van Frank Schallmaier zelf. Dat zijn snapshots waarop mannen een voorwerp naast hun geslacht houden om te laten zien hoe groot het is. De meest uiteenlopende voorwerpen – van colablikje en bierflesje tot afstandsbedieningen en meetlinten, toiletverfrisser of insectenverdelger, een pak melk, mobiele telefoons of een schaar, een pistool en – je moet er maar op komen – een piano. Een doosje tissues en een toiletrol, een bos rozen en een pijp (in de breedte), een courgette en een bus scheerschuim. Een pakje sigaretten en een reep Toblerone, een doos Pringles en een aansteker. Een man heeft twee muntjes op zijn piemel gelegd. In de breedte. Een ander heeft er een dollarbiljet naast gelegd, een donkere man heeft acht quarter dollars op zijn stijve piemel gelegd, weer een ander heeft hem nagedaan, maar heeft vals gespeeld: hij moest plakband gebruiken om de muntjes op hun plek te laten liggen. Schallmaier, lachend: ‘Het bewijs is nog maar eens geleverd: size matters!’
Schallmaier (Venray, 1977), in het dagelijks leven fotoredacteur bij de Volkskrant, struimt sinds hij zeven jaar geleden een tweedehands iMac kreeg homosites af op snapshots van mannen die zichzelf aanbieden. Meer dan 15 duizend foto’s heeft hij inmiddels, gerubriceerd in meer dan vijftig zelfbedachte categorieën: van de split (met gespreide benen boven de zelfontspanner) en homo’s in een handstand bijvoorbeeld, tot naakt voor de spiegel, onherkenbaar door het flitslicht in hun gezicht. ‘Amusante knulligheid’ noemt hij het. ‘Afzonderlijk zijn het stuntelige, soms vuige foto’s; door de veelheid en de herhaling wordt het grappig. Al die mannen denken waarschijnlijk dat ze volstrekt uniek op de foto staan, maar wat opvalt is juist de uniformiteit.’
In 2009 was Schallmaiers werk al te zien op ‘Off the Record’, een door Hans Aarsman gecureerde expositie van kunstaankopen van het Stedelijk Museum, met werk dat gemaakt was vanuit de behoefte iets vast te leggen, zonder vooropgesteld artistiek doel. Schallmaiers werk werd niet aangekocht door het Stedelijk, maar trok wel de aandacht van galeriehouder Rob Malasch, die hem een solo-expositie aanbood. Schallmaier stelde zes tableaus samen, met namen als ‘Confetti’ en ‘Silhouets’; de ingeflitste piemels en onappetijtelijke, lillende lullen zijn definitief tot kunst gepromoveerd. Toch? ‘De eerste keer dat Rob tegen een klant zei: “Dat is de kunstenaar”, verslikte ik me bijna. Het klinkt zo hoogdravend. Maar het is kunst. Kunst met een keiharde K!’ Trots wijst hij op de stippen onder zijn werken. ‘Kijk, er zijn er al zes verkocht!’
Zijn verzameling neemt nog steeds toe en Schallmaier ziet nog genoeg andere mogelijkheden. Zo wil hij een kwartet samenstellen (‘Mag ik van jou uit de categorie tandpasta de uitgeknepen Prodent?’) en van de collage ‘Confetti’ echte confetti laten maken. ‘Op elk confetti-tje een piemel. En die confetti dan rondstrooien op een groot homofeest. De piemels teruggeven aan de mensen, zeg maar. Performance art. Ja, ik heb de smaak te pakken!’
NO PIC – NO POINT van Frank Schallmaier en ‘special friends’. T/m 3 oktober Serieuze Zaken, Lauriergracht 96, www.serieuzezaken.info.
06
09 2010
Van de Big Bang tot Bo, het hondje van de Obama’s
‘Nee, het is geen kunst. Pertinent niet. Voor mij is het visual journalism. Ik heb materiaal verzameld, interviews gedaan, en vervolgens een systeem bedacht om mijn verhaal te vertellen. Net zoals journalisten dat doen, toch? Alleen is mijn verhaal altijd en beeldverslag.’
In het Graphic Design Museum in Breda én op de museumwebsite toont informatieontwerpster Gerlinde Schuller de ontwikkeling van informatiedesign en datavisualisatie door de eeuwen heen. Het adagium ‘kennis is macht’ vormt daarbij haar uitgangspunt. Betekent dit dat iemand of een organisatie die de universele kennis van de hele wereld bezit dus ook de ultieme macht heeft? Als dat zo is, stelt Schuller, is Google een van de machtigste organisaties ter wereld. ‘Google neemt het ene na het andere bedrijf over, en verzamelt op die manier kennis. En macht: ze hebben zoveel macht dat zelfs de Chinese overheid met ze rond de tafel moet gaan zitten om te overleggen.’
In 2009 maakte Schuller het fascinerende boek Designing Universal Knowledge, een zoektocht naar de grootste kennisverzamelingen ter wereld. Ze vroeg 50 mensen wat volgens hen de meest universele beelden, gebeurtenissen en personen in de wereldgeschiedenis zijn. Die historische data verwerkte ze in een tijdlijn van 16 pagina’s, waarin ze tevens plaats inruimde voor de mijlpalen in de geschiedenis van het informatiedesign. Schuller, die na haar studie visuele communicatie in Offenbach, Duitsland naar Amsterdam kwam, een aantal jaar voor Irma Boom werkte, het telefoonboek onder handen nam, en nu infographics maakt voor kranten en bladen: ‘Het systeem van het boek is enigszins vergelijkbaar met Wikipedia, maar ik heb de saaie begrippen weggelaten. Ik heb mijn eigen keuzes gemaakt en mijn eigen interesses onderzocht; het is een heel persoonlijk onderzoek.’
Het Graphic Design Museum vroeg Schuller haar papieren onderzoek in een expositie te vertalen. Het resultaat is een tijdlijn op een 26 meter lange wand, die begint bij de ‘Big Bang’, en via grottekeningen, het wiel, de piramides en het Paard van Troje; de uitvinding van de boekdrukkunst; de Tweede Wereldoorlog en, de millenniumbug (‘No computer crash’) eindigt met Bo, het nieuwe hondje van de Obama’s, en het hoogste gebouw in de wereld: de Burj Khalifa in Dubai (828 meter).
‘Het paard van Troje komt er twee keer op voor. Aan het begin van de tijdlijn en tegen het einde, maar dan in de vorm van een computervirus. Hetzelfde geldt voor de Bibliotheek van Alexandrië. Die komt terug in 2004, omdat er een nieuwe bibliotheek is gebouwd in Egypte: de Bibliotheca Alexandrina.’
De eerste informatieontwerper is Johannes Gutenberg, de uitvinder van de drukpers. ‘Er is natuurlijk discussie wie de ware uitvinder is, maar het gaat mij om de boekdrukkunst zelf. Na Gutenberg werd de drukpers wereldwijd bekend. Het werd mogelijk grote hoeveelheden informatie wereldwijd te verspreiden.’
Daarna krijg je kettingreacties op het gebied van informatiedesign, stelt Schuller. ‘Zonder Gutenberg was de Belgische bibliograaf Paul Otlet er niet geweest. Die heeft in 1910 het idee opgevat om de complete kennis van de wereld in een ‘Universele Bibliotheek’ te verzamelen en daarvoor een classificeringssysteem te bedenken. Hij was de eerste die termen gebruikte die je zou kunnen vergelijken met ‘hyperlinks’. Geïnspireerd door Otlet filosofeerde Ted Nelson in de jaren ’60, toen er nog geen sprake was van het internet, over hypertekst: tekst met direct activeerbare verwijzingen. Tim Berners-Lee, de bedenker en grondlegger van het World Wide Web, werd dan weer geïnspireerd door Nelsons Xanadu Project.
In haar tijdlijn maakt Schuller onderscheid tussen zwarte begrippen (de wereldgeschiedenis) en blauwe (de ontwikkeling van de informatiemaatschappij en de belangrijkste informatieontwerpers). Met een edding stift kunnen de bezoekers van het museum hun eigen highlights toevoegen op de muur. ‘De meeste mensen schrijven hun naam op, en natuurlijk zijn er op heel veel afbeeldingen brilletjes getekend. Maar ook de val van het kabinet is toegevoegd, en andere mensen leveren echt commentaar. “Coca Cola is evil; bought Santa Claus” schreef iemand, en een ander “Quite an eye-opener”. Dat is een soort minirecensie – dat vind ik wel leuk. En als iemand anders het daar niet mee eens is, kan hij dat ook opschrijven. Er wordt geen redactie gevoerd door het museum. Alleen als het té vol wordt, dan moeten de stiften weg.’
Volgens Schuller is de volgende échte belangrijke stap voor de informatiemaatschappij de uitvinding van een goed vertaalprogramma. ‘Daar wordt aan gewerkt, Google, Yahoo en SDL plc. zijn ermee bezig. De huidige vertaalprogramma’s geven nog hele grappige verhaspelingen, maar stel dat het wordt geperfectioneerd, dan zijn er wereldwijd geen taalbarrières meer. Iedereen begrijpt iedereen. Dat is net zo’n revolutie als de drukpers.’
Infodecodata. T/m 2 september in het Graphic Design Museum Breda. De ‘Designing Universal Knowledge-Tijdlijn’ is ook te zien op www.graphicdesignmuseum.nl. The World as Flatland – Report 1: Designing Universal Knowledge van Gerlinde Schuller is verschenen bij Lars Müller Publishers, ISBN 978-3-03778-149-4.
13
04 2010
‘Een kaal stuk land met veel beton… dat is niet mijn soort fotografie’

Nikolay Felipovich. Sotsji, Rusland, 2009 © Rob Hornstra, courtesy Flatland Gallery NL/Paris, Yossi Milo Gallery NYC
‘Ik zou graag eens van de mensen van het IOC stemmen horen wat hen ertoe heeft bewogen de volgende winterspelen te organiseren in een subtropisch oord. Er groeien daar palmbomen! Sotsji wordt de Russische rivièra genoemd! Ik snap werkelijk niet dat er niet veel meer weerstand is.’
De winterspelen in Vancouver zijn nog niet voorbij, maar fotograaf Rob Hornstra heeft zijn blik al lang en breed op de volgende editie gericht: Sotsji 2014. ‘In de zomer is Sotsji een ranzig, Benidorm-achtig oord – dat vind ik ook nog wel leuk. En er staat een mooi cultuurhuis waar ik balletmeisjes heb gefotografeerd. Maar verder heeft de stad mij als fotograaf niet zo veel te bieden. Ik heb veel meer met het gebied eromheen.’
Hornstra studeerde Fotografische Vormgeving aan de Hogeschool voor de Kunsten Utrecht. Zijn eerste fotoboek Communism & Cowgirls, in 2004 verschenen in een oplage van 250 stuks, focust op de eerste generatie jongeren die opgroeide na de val van het communisme. Ook in zijn boek 101 Billionaires (De titel verwijst naar een jaarlijkse lijst met rijkste Russen) toont Hornstra de schaduwzijde van het nieuwbakken kapitalisme in de voormalige Sovjet-Unie. ‘Ik geloof niet in het kapitalisme; dat is een fout systeem. Maar hetzelfde geldt zeker ook voor het communisme. Ik was benieuwd naar de overgang. En naar het gebied. Ik sprak geen woord Russisch toen ik er voor het eerst heen ging. Sterker: ik sprak nauwelijks Engels. Maar ik had er een geweldige tijd. Enerzijds is het krankzinnig moeilijk om er te werken, anderzijds liggen de interessante verhalen er voor het opscheppen.’
Sinds vorig jaar werkt Hornstra samen met journalist en filmmaker Arnold van Bruggen aan ‘The Sochi Project’: een reportage over de veranderingen in de regio aan de Zwarte Zee waar in 2014 de Olympische Spelen plaatsvinden. Die ‘extreme make-over’ is al aan de gang; vluchtelingenflats en armoedige resorts verdwijnen in hoog tempo, karakteristieke Sovjet-sanatoria worden omgebouwd tot viersterrenhotels. Duizenden arbeiders uit heel Rusland wonen in prefab-woningen om de stadions, hotels en moderne infrastructuur op tijd af te hebben. Helikopters vliegen af en aan met bouwmateriaal. ‘Het perscentrum wordt gebouwd in een beschermde moerassige laagvlakte. Dat mag helemaal niet. Geologen zeggen dat de stadions binnen de kortste keren zullen wegzakken. Maar ook dat lijkt vooralsnog niemand te interesseren.’
The Sochi Project is kostbaar, er is 30 duizend euro per jaar nodig schat Hornstra, terwijl kranten en tijdschriften nauwelijks nog budget hebben voor fotojournalistiek. Dus bedacht Hornstra cum suis een eigen financieringsmodel: iedereen die deze synthese van kunst en journalistiek een warm hart toedraagt, kan donateur worden.
Dat kan voor tien, honderd of duizend euro per jaar, wat respectievelijk de status oplevert van bronzen, zilveren en gouden donateur. Elke categorie heeft eigen privileges, variërend van toegang tot de website waarop alle artikelen, fotoseries, interviews en essays worden gepubliceerd tot een luxe verzamelbox met originele prints. Inmiddels hebben 274 donateurs een kleine 18 duizend euro geïnvesteerd in het project.
Recent werden de gouden en zilveren donateurs getrakteerd op de in eigen beheer gemaakte publicatie Sanatorium, bestaand uit een beeldkatern en een fictief dagboek van een sanatoriumbezoeker. ‘We zijn niet voor niets begonnen met de sanatoria; er is gen veiliger onderwerp. We hadden ook eerst iets over prostituees of iets dergelijks kunnen doen, maar dat is gewoon niet handig. Ik zou het overigens ook wel weer wat vinden, als we er na vier jaar worden uitgeknikkerd. Het is me veel waard als ik aan het eind kan zeggen dat ik het ze lastig heb gemaakt: Rob Hornstra, de paria van Sotsji.’
Of ze in Rusland in de gaten worden gehouden, weet Hornstra niet. Wel ondervindt hij momenteel veel moeite om een persvisum te bemachtigen. ‘Dat is een vrij ernstige schending van de persvrijheid, natuurlijk. Ik vind dat vreemd. Als je de spelen wilt organiseren, dan weet je toch dat er kritische journalisten komen kijken?’
Russische journalisten en fotografen, díe hebben het pas echt moeilijk, weet Hornstra. ‘Rusland staat vijfde op de lijst met landen waar de meeste journalisten omkomen tijdens hun werk. Maar volgens mij staan ze met afstand eerste wat betreft moorden op journalisten uit eigen land. Die worden gewoon afgeknald. Ik heb groot respect voor journalisten die verslag doen vanuit Tsjetsjenië. Het is daar zo ontzettend losgeslagen; ik zou best bang zijn om daar naartoe te gaan.’
Zijn komende reizen gaan naar Abchazië, óók een gebied met een omstreden status, op nog geen tien kilometer van de plek waar de Spelen moeten plaatshebben. ‘Het land is helemaal leeg, iedereen is gevlucht. Wat ik daar precies moet gaan fotograferen, weet ik nog niet. Een kaal stuk land met veel beton… dat is niet mijn soort fotografie. Ik ga dus op zoek naar mijn eigen verhaal: een foto hoeft wat mij betreft niet alleen een verhaal te illustreren. Een foto kan ook weer een ander, op zichzelf staand verhaal vertellen.’
Beelden van The Sochi Project zijn t/m 24 mei te zien op de tentoonstelling QUICKSCAN NL#01 in het Nederlands Fotomuseum. Zie ook thesochiproject.org.












