Archive for the ‘Illustraties’Category

Door de herhaling wordt het grappig

Compare © Frank Schallmaier / Serieze zaken

Welke het is, dat zegt hij niet. Maar zijn eigen piemel zit er ook tussen. Meermaals zelfs. Zo is één van de 247 fotootjes in het werk ‘Compare’ van Frank Schallmaier zelf. Dat zijn snapshots waarop mannen een voorwerp naast hun geslacht houden om te laten zien hoe groot het is. De meest uiteenlopende voorwerpen – van colablikje en bierflesje tot afstandsbedieningen en meetlinten, toiletverfrisser of insectenverdelger, een pak melk, mobiele telefoons of een schaar, een pistool en – je moet er maar op komen – een piano. Een doosje tissues en een toiletrol, een bos rozen en een pijp (in de breedte), een courgette en een bus scheerschuim. Een pakje sigaretten en een reep Toblerone, een doos Pringles en een aansteker. Een man heeft twee muntjes op zijn piemel gelegd. In de breedte. Een ander heeft er een dollarbiljet naast gelegd, een donkere man heeft acht quarter dollars op zijn stijve piemel gelegd, weer een ander heeft hem nagedaan, maar heeft vals gespeeld: hij moest plakband gebruiken om de muntjes op hun plek te laten liggen. Schallmaier, lachend: ‘Het bewijs is nog maar eens geleverd: size matters!’

Schallmaier (Venray, 1977), in het dagelijks leven fotoredacteur bij de Volkskrant, struimt sinds hij zeven jaar geleden een tweedehands iMac kreeg homosites af op snapshots van mannen die zichzelf aanbieden. Meer dan 15 duizend foto’s heeft hij inmiddels, gerubriceerd in meer dan vijftig zelfbedachte categorieën: van de split (met gespreide benen boven de zelfontspanner) en homo’s in een handstand bijvoorbeeld, tot naakt voor de spiegel, onherkenbaar door het flitslicht in hun gezicht. ‘Amusante knulligheid’ noemt hij het. ‘Afzonderlijk zijn het stuntelige, soms vuige foto’s; door de veelheid en de herhaling wordt het grappig. Al die mannen denken waarschijnlijk dat ze volstrekt uniek op de foto staan, maar wat opvalt is juist de uniformiteit.’

In 2009 was Schallmaiers werk al te zien op ‘Off the Record’, een door Hans Aarsman gecureerde expositie van kunstaankopen van het Stedelijk Museum, met werk dat gemaakt was vanuit de behoefte iets vast te leggen, zonder vooropgesteld artistiek doel. Schallmaiers werk werd niet aangekocht door het Stedelijk, maar trok wel de aandacht van galeriehouder Rob Malasch, die hem een solo-expositie aanbood. Schallmaier stelde zes tableaus samen, met namen als ‘Confetti’ en ‘Silhouets’; de ingeflitste piemels en onappetijtelijke, lillende lullen zijn definitief tot kunst gepromoveerd. Toch? ‘De eerste keer dat Rob tegen een klant zei: “Dat is de kunstenaar”, verslikte ik me bijna. Het klinkt zo hoogdravend. Maar het is kunst. Kunst met een keiharde K!’ Trots wijst hij op de stippen onder zijn werken. ‘Kijk, er zijn er al zes verkocht!’

Zijn verzameling neemt nog steeds toe – ‘Waar mogelijk vraag ik om toestemming, en anders maak ik ze onherkenbaar. Tatoeages laat ik weg’ – en Schallmaier ziet nog genoeg andere mogelijkheden. Zo wil hij een kwartet samenstellen (‘Mag ik van jou uit de categorie tandpasta de uitgeknepen Prodent?’) en van de collage ‘Confetti’ echte confetti laten maken. ‘Op elk confetti-tje een piemel. En die confetti dan rondstrooien op een groot homofeest. De piemels teruggeven aan de mensen, zeg maar. Performance art. Ja, ik heb de smaak te pakken!’

NO PIC – NO POINT van Frank Schallmaier en ‘special friends’. T/m 3 oktober Serieuze Zaken, Lauriergracht 96, www.serieuzezaken.info.

06

09 2010

Ingrepen in en aan een monumentaal gebouw

Art Dubai confirms position as leading art fair in the Middle East with strong sales and record attendance - Art Dubai official sponsor of annual Rietveld Academy graduation show van Mrova (foto Dietmar Gunne)

Vlak voor de officiële opening van de Eindexamenexpositie van de Gerrit Rietveld Academie waren twee mannen in de weer om een enorme tag van de witte gevel van het monumentale gebouw te verwijderen. Met hogedrukspuiten, enorme borstels en groene zeep. Dat is dan tenminste duidelijk: de graffiti – een rokend, slordig getekend, Bart Simpson-achtig mannetje – hoort niet bij het eindexamenwerk. En het wapperende spandoek erboven dus wel, net als de gouden vlaggenhouders onder de naam van de school, en de rode lijn die over de metershoge gevel loopt.

In en rond de Rietveld is dezer dagen het werk te zien van 189 studenten, afkomstig uit alle windstreken, afstuderend in disciplines als Textiel, Mode, Beeld & Taal, Keramiek, Fotografie, Beeldende Kunst, Grafisch Ontwerp en Audiovisueel. Zij doen dat met foto’s, fröbelwerkjes en haarfijne tekeningen, enorme abstracte doeken, maquettes en installaties, glaswerk, films en performances. En ingrepen in en aan het gebouw.

Read the rest of this entry →

Van de Big Bang tot Bo, het hondje van de Obama’s

‘Nee, het is geen kunst. Pertinent niet. Voor mij is het visual journalism. Ik heb materiaal verzameld, interviews gedaan, en vervolgens een systeem bedacht om mijn verhaal te vertellen. Net zoals journalisten dat doen, toch? Alleen is mijn verhaal altijd en beeldverslag.’

In het Graphic Design Museum in Breda én op de museumwebsite toont informatieontwerpster Gerlinde Schuller de ontwikkeling van informatiedesign en datavisualisatie door de eeuwen heen. Het adagium ‘kennis is macht’ vormt daarbij haar uitgangspunt. Betekent dit dat iemand of een organisatie die de universele kennis van de hele wereld bezit dus ook de ultieme macht heeft? Als dat zo is, stelt Schuller, is Google een van de machtigste organisaties ter wereld. ‘Google neemt het ene na het andere bedrijf over, en verzamelt op die manier kennis. En macht: ze hebben zoveel macht dat zelfs de Chinese overheid met ze rond de tafel moet gaan zitten om te overleggen.’

In 2009 maakte Schuller het fascinerende boek Designing Universal Knowledge, een zoektocht naar de grootste kennisverzamelingen ter wereld. Ze vroeg 50 mensen wat volgens hen de meest universele beelden, gebeurtenissen en personen in de wereldgeschiedenis zijn. Die historische data verwerkte ze in een tijdlijn van 16 pagina’s, waarin ze tevens plaats inruimde voor de mijlpalen in de geschiedenis van het informatiedesign. Schuller, die na haar studie visuele communicatie in Offenbach, Duitsland naar Amsterdam kwam, een aantal jaar voor Irma Boom werkte, het telefoonboek onder handen nam, en nu infographics maakt voor kranten en bladen: ‘Het systeem van het boek is enigszins vergelijkbaar met Wikipedia, maar ik heb de saaie begrippen weggelaten. Ik heb mijn eigen keuzes gemaakt en mijn eigen interesses onderzocht; het is een heel persoonlijk onderzoek.’

Het Graphic Design Museum vroeg Schuller haar papieren onderzoek in een expositie te vertalen. Het resultaat is een tijdlijn op een 26 meter lange wand, die begint bij de ‘Big Bang’, en via grottekeningen, het wiel, de piramides en het Paard van Troje; de uitvinding van de boekdrukkunst; de Tweede Wereldoorlog en, de millenniumbug (‘No computer crash’) eindigt met Bo, het nieuwe hondje van de Obama’s, en het hoogste gebouw in de wereld: de Burj Khalifa in Dubai (828 meter).

‘Het paard van Troje komt er twee keer op voor. Aan het begin van de tijdlijn en tegen het einde, maar dan in de vorm van een computervirus. Hetzelfde geldt voor de Bibliotheek van Alexandrië. Die komt terug in 2004, omdat er een nieuwe bibliotheek is gebouwd in Egypte: de Bibliotheca Alexandrina.’

De eerste informatieontwerper is Johannes Gutenberg, de uitvinder van de drukpers. ‘Er is natuurlijk discussie wie de ware uitvinder is, maar het gaat mij om de boekdrukkunst zelf. Na Gutenberg werd de drukpers wereldwijd bekend. Het werd mogelijk grote hoeveelheden informatie wereldwijd te verspreiden.’

Daarna krijg je kettingreacties op het gebied van informatiedesign, stelt Schuller. ‘Zonder Gutenberg was de Belgische bibliograaf Paul Otlet er niet geweest. Die heeft in 1910 het idee opgevat om de complete kennis van de wereld in een ‘Universele Bibliotheek’ te verzamelen en daarvoor een classificeringssysteem  te bedenken. Hij was de eerste die termen gebruikte die je zou kunnen vergelijken met ‘hyperlinks’. Geïnspireerd door Otlet filosofeerde Ted Nelson in de jaren ’60, toen er nog geen sprake was van het internet, over hypertekst: tekst met direct activeerbare verwijzingen. Tim Berners-Lee, de bedenker en grondlegger van het World Wide Web, werd dan weer geïnspireerd door Nelsons Xanadu Project.

In haar tijdlijn maakt Schuller onderscheid tussen zwarte begrippen (de wereldgeschiedenis) en blauwe (de ontwikkeling van de informatiemaatschappij en de belangrijkste informatieontwerpers). Met een edding stift kunnen de bezoekers van het museum hun eigen highlights toevoegen op de muur. ‘De meeste mensen schrijven hun naam op, en natuurlijk zijn er op heel veel afbeeldingen brilletjes getekend. Maar ook de val van het kabinet is toegevoegd, en andere mensen leveren echt commentaar. “Coca Cola is evil; bought Santa Claus” schreef iemand, en een ander “Quite an eye-opener”. Dat is een soort minirecensie  – dat vind ik wel leuk. En als iemand anders het daar niet mee eens is, kan hij dat ook opschrijven. Er wordt geen redactie gevoerd door het museum. Alleen als het té vol wordt, dan moeten de stiften weg.’

Volgens Schuller is de volgende échte belangrijke stap voor de informatiemaatschappij de uitvinding van een goed vertaalprogramma. ‘Daar wordt aan gewerkt, Google, Yahoo en SDL plc. zijn ermee bezig. De huidige vertaalprogramma’s geven nog hele grappige verhaspelingen, maar stel dat het wordt geperfectioneerd, dan zijn er wereldwijd geen taalbarrières meer. Iedereen begrijpt iedereen. Dat is net zo’n revolutie als de drukpers.’

Infodecodata. T/m 2 september in het Graphic Design Museum Breda. De ‘Designing Universal Knowledge-Tijdlijn’ is ook te zien op www.graphicdesignmuseum.nl. The World as Flatland – Report 1: Designing Universal Knowledge van Gerlinde Schuller is verschenen bij Lars Müller Publishers, ISBN 978-3-03778-149-4.

Een filmkader, origineel!

Ik ben best vaak op een filmset geweest, maar ik heb nog nooit, en ik herhaal nooit, een regisseur met zijn twee handen een kader zien maken. Toch wordt dit gebaar te pas en te onpas van stal gehaald om festivals te visualiseren. Nu ook weer: links de poster voor het Cinestud Festival, dat dit voorjaar zijn 50ste verjaardag viert (ontwerp Lex Reitsma); rechts de omslag van de speciale VPRO IFFR-bijlage (illustratie Mokerontwerp) .

20

01 2010

Inktspotprijs voor Jos Collignon, niet de originaliteitsprijs

Jos Collignon heeft de Inktspotprijs 2009 gewonnen, de prijs voor de beste politieke spotprent die het afgelopen jaar is gepubliceerd in de landelijke of regionale pers. Hij kreeg de prijs voor een spotprent over de gevallen DSB Bank, verschenen in de Volkskrant van 3 oktober.

‘In één oogopslag is duidelijk waar het over gaat, de prent is cynisch en in vorm alleszeggend’ aldus de jury onder voorzitterschap van D66-lijsttrekker Alexander Pechtold. ‘De naam, het logo en de gevel van het bankgebouw zijn direct herkenbaar. Met de val van de schaatser wordt de naderende ondergang van de bank duidelijk gemaakt. En niet alleen van de bank zelf, maar ook van het hele concern: de schaatsploeg, AZ, het voetbalstadion en het museum.’

De jury was onder de indruk van de uitvoering, waarbij het omvallen van de bank ‘letterlijk wordt verbeeld door de gevel die schuin uit het kader zakt. Tot slot maakt de impact die deze affaire in Nederland heeft gehad op de financiële sector, de politiek en de maatschappij deze prent zeer bepalend voor het jaar 2009.’

Dat kan allemaal wel wezen, de originaliteitsprijs verdient Collignon niet; de schaatster uit het foeilelijke DSB-logo dook op in talrijke cartoons en op tijdschriftcovers.

De expositie Politiek in Prent 2009 zal te zien zijn in de openbare bibliotheek in Den Haag, het Persmuseum in Amsterdam, het provinciehuis in Groningen en in café Dudok in Arnhem.

13

01 2010

Meisjes jonger en dunner photoshoppen mag niet, presidenten ouder en grijzer wel

Obama2

Meisjes jonger en dunner photoshoppen mag niet, presidenten ouder en grijzer wel. Rond de Wereldklimaattop in Kopenhagen heeft Greenpeace posters opgehangen waarop Obama, Merkel, Sarkozy en andere wereldleiders zijn afgebeeld met grijs haar; vanuit het jaar 2020 verontschuldigen zij zich alvast voor hun falen in Kopenhagen anno nu: ‘I’m sorry. We could have stopped catastrophic climate change… we didn’t.’

Rond de top is door tekenaars en cartoonisten natuurlijk ook Shepard Fairey’s iconische ‘Obama/Hope’-poster weer van stal gehaald (zoals in bovenstaande cartoon van Lectrr). De fraaiste recente variatie op de rood-wit-blauwe poster is van de Amerikaanse cartoonist Matson, die Obama vanwege in Bush heeft veranderd, en ‘Hope’ in ‘Change’. Niet vanwege zijn milieubeleid, maar vanwege zijn Afghanistan-beleid.

15

12 2009

De werkelijkheid verzin je niet / 5

unme

Het is een vervreemdend beeld: rond de roltrappen naar de vierde verdieping van Pathé De Munt zie je in één oogopslag de posters hangen van The Time Traveler’s Wife én van Space Tourists, van Komt een vrouw bij de dokter en van Mam; van Michael Jackson’s This Is It! en van Garbo.

Filmposters zijn vaak een eerste kennismaking met een film. Ze vallen op omdat ze mooi zijn, lelijk zijn, anders dan andere zijn, of juist heel erg op een ander affiche lijken. Míjn oog viel op een witte poster met een omgekeerde helm. Kubrick, dacht ik: Full Metal Jacket. Fout, zo bleek bij nadere inspectie. De poster is van U.N. Me van Matthew Groff en Ami Horowitz.

Horowitz werkte als ‘investment banker’ op Wall Street. Toen hij op een vrije zaterdagavond naar Michael Moore’s Bowling for Columbine zat te kijken, moest hij aan de Verenigde Naties denken, en waarom er toch zoveel mis gaat op plaatsen als Rwanda en Darfur. De volgende ochtend besloot hij zijn baan op te zeggen en er een film over te maken. Ook Groff had nooit eerder een film gemaakt, maar met een uiterst ervaren crew slaagden ze in hun missie; voor U.N. Me filmden ze onder meer in het hoofdkwartier van de VN in New York en in Ivoorkust.

Dat er een hemelsblauwe VN-vredesmissiehelm op de poster is terechtgekomen, is logisch, aldus Groff. De helm is immers een icoon van de Verenigde Naties. En de verwijzing naar Kubrick? ‘Wij zijn enorme Kubrickfans en we wilden de zwarte humor uit zijn films oproepen. Door een soortgelijke droge tagline als op zijn poster staat te gebruiken, hopen we dat onze poster wordt gezien als een hommage aan de Full Metal Jacket-poster én dat tegelijkertijd duidelijk wordt dat er hetzelfde cynisme en dezelfde zwarte humor in zit.’

De poster is te bestellen op de website www.unmemovie.com (‘Get your U.N. Me posters and t-shirts today!’). Voor 12 dollar. Met handtekening van beide makers kost de U.N. Me-poster 25 dollar. Een koopje als de makers straks net zo beroemd zijn als hun grote voorbeeld Michael Moore.

Nb: de Full Metal Jacket-poster van de Britse illustrator Philip Castle werd eerder ook al door de makers van Delta Farce gekopieerd. Onder de filmtitel staat, gezet in hetzelfde lettertype, ‘War isn’t funny… but this movie is.’. Niet dus…

24

11 2009

De val van Dirks DSB

DSB2

Het lelijke logo van DSB (en van AZ) heeft verschillende ontwerpers geïnspireerd. Links een cartoon van Gorilla uit de Adformatie, rechts de cover van de nieuwste Sportweek.

22

10 2009

Zoek de 10 verschillen

angst

Links Sander Plugs met de Cinema.nl Afficheprijs bekroonde poster voor de documentaire Angst van Michiel van Erp, met een van de ‘hoofdrolspeelsters’ achter de jaloezieën. Rechts de cover die Plug december 2007 maakte voor de VPRO Gids gids in het kader van het thema ‘Privacy’, op basis van een zelfportret.
Niet onbelangrijk: zowel de opdrachtgever De Familie als regisseur Van Erp was bekend met het eerdere, vrije werk. Tijdens de fotoshoot heeft de vrouw overigens ook een rode jurk geprobeerd, maar iedereen vond de blauwe mooier.

07

10 2009