Archive for the ‘Illustraties’Category

Gezien – Getekende (en geborduurde) filmposters

Tot en met de jaren ’70 werden bijna alle affiches geschilderd of getekend, maar sinds de opkomst van de fotografie en vooral de computer en Photoshop zijn filmposters verworden tot (standaard) combinaties van tekst en fotografie. Van filmstills vooral, wat natuurlijk logisch is, maar ook een beetje jammer. Want met pen en kwast kunnen dingen die met fotografie niet kunnen.

Dat blijkt bijvoorbeeld uit de geweldige affiches die Drew Struzan maakte voor Star Wars en Indiana Jones, of de tekeningen van Phil Roberts voor tientallen (highschool) komedies. Dat blijkt bijvoorbeeld uit de prachtige affiches waarmee Todd Solondz zijn films aan de man brengt.

In Nederland zijn getekende filmaffiches een zeldzaamheid. Striptekenaar Martin Lodewijk maakte op verzoek van Dick Maas de leuke posters van Flodder en de vervolgen: Flodder in Amerika en Flodder 3. Dezelfde heldere stijl paste hij ook toe voor de poster van De zeemeerman. Illustrator, grafisch kunstenaar en tekenaar Joost Veerkamp maakte in een heldere lijn de poster voor De Avonden. Dick Tuinder maakte zelf de leuke poster voor zijn al even eigenzinnige Winterland. En meer recent tekende Erik Kriek geweldige posters voor de rerelease van Paul Verhoevens Spetters en de coming of age-film My Life on Planet B. (die de Nederlandse bioscopen overigens nog niet heeft gehaald).

Het zal toeval zijn, maar op het IFFR gaan twee Nederlandse films in première die worden gepromoot met fraaie, eigenwijze, (totaal verschillend) getekende posters: Toegetakeld door de liefde van Ari Deelder en De ontmaagding van Eva van End van Michiel ten Horn. De openingsfilm De wederopstanding van een klootzak van striptekenaar annex filmmaker Guido van Driel, gebaseerd op diens eigen ‘graphic novel’ Om mekaar in Dokkum, maakt – enigszins teleurstellend – dan weer gebruik van een gestileerd beeld uit de film…

Ps: het wachten is op de eerste geborduurde poster voor een Nederlandse (speel)film. Na Fargo is er nu een geweldige gehandwerkte (Duitse) poster voor Sightseers, eveneens te zien op het IFFR. De kortfilm Het Verzameld Breiwerk van Loes Veenstra leent zich bijvoorbeeld geweldig voor een gebreide filmposter!

23

01 2013

Het beeld van de 21e eeuw: van een Louis Vuitton-tas tot handbeschilderde zonnebloemzaadjes

Gastcurator Joost Zwagerman vroeg 121 ‘prominente Nederlanders’ een beeld te kiezen dat symbool staat voor de pas begonnen 21ste eeuw. Een beeld dat kenmerkend, fascinerend of veelzeggend is voor de tijd waarin we leven en/of verband houdt met iemands persoonlijke leven. Het resultaat is Rollercoaster – Het Beeld in de 21e Eeuw, nu te zien in drie overvolle zalen van het MOTI uit Breda, het Museum of the Image (voorheen Graphic Design Museum).

De beelden zijn zeer divers, van snapshots tot doorwrochte kunstwerken, van films en boeken tot spotprenten en een (imitatie) Louis Vuitton-tas. Het maakt Rollercoaster een expositie als een magazine, een beeldenstorm die recht doet aan de stortvloed aan beelden die we dagelijks over ons uitgestort krijgen. Belangrijk en triviaal en beeldschoon en foeilelijk wisselen elkaar af.

Omdat er niets gestuurd of gemanipuleerd werd, kon het gebeuren dat drie van de ‘prominente Nederlanders uit de cultuurwereld’ hetzelfde beeld kozen: de iconische foto Richard Drew, van een man die van het brandende World Trade Center is gesprongen, en ondersteboven, bijna ontspannen naast de noordelijke toren hangt.

“Hij doet mij onweerstaanbaar denken aan de Toren van Babel van Breughel”, noteerde Freek de Jonge. Voor Frits Gierstberg, curator van het Fotomuseum in Rotterdam, symboliseert dit beklemmende beeld “de vrije val waarin de wereld na de aanslagen van 9/11 gevoelsmatig terechtkwam én de grote verschuivingen die sindsdien het onzekere politieke wereldtoneel beheersen.” “Hier viel niet alleen een man, maar het optimisme van de westerse beschaving na de val van de Muur”, motiveerde filosoof Menno Lievers zijn keuze.

De foto is op groot formaat op een muur geprint, direct aan het begin van de expositie. Ernaast hangt een zogenaamd ‘tegenbeeld’, een beeld dat een gesprek aangaat met een gekozen beeld: de boekcover van Don DeLillo’s roman Vallende man uit 2007. Daarop ontbreekt de man; maar hij staat direct op je netvlies, door de combinatie van de boektitel en de foto van de gevel van het WTC. En daar weer naast hangt een tekening, Vallen 5, van Paul van Dongen, gekozen door schrijver Willem Jan Otten. “Ik ken geen overtuigender verbeelding van tuimelen uit de tijd, uit het geloof, uit het bezield verband.”

Door de hele expositie hangen kleine schermpjes met het gezicht van Zwagerman. Als je op een rode knop drukt, begint hij te praten. “Wanneer begon de 21e eeuw eigenlijk?”, vraagt Zwagerman zich af. Om direct zelf het antwoord te geven: “Op 11 september 2001, de dag dat de torens vielen.”

Dat geldt overigens niet voor iedereen. Zo koos Stedelijk Museum-curator Bart Rutten een video van Jeroen Kooijmans uit 1998, waarin een Boeing door een eenvoudige ingreep – het draaien van de camera – een looping lijkt te maken. “Daar kon toen nog hartelijk om gelachen worden.” En kunstenaar Barbara Visser koos een schoolportret van Steve Jobs uit 1972. “Om te tonen dat in iedere schijnbaar gewone tiener misschien wel een Steve Jobs verborgen zit.”

Er zijn veel kunstwerken te zien, zoals Michael Haneke’s met een Gouden Palm bekroonde meesterwerk Das weisse band, Ronald Ophuis naargeestige schilderij Birkenau 1 en Ai Weiwei’s Sun Flower Seeds, volgens journaliste Bianca Stigter “hét kunstwerk van de 21e eeuw.” Dat is overigens niet in Breda, in een piepkleine vitrine liggen drie handbeschilderde zaadjes.

Maar niet alles is kunst. Jan Mulder koos een ‘echt kwakende eend’, als symbool voor de toestand in de wereld in de 21e eeuw, Frits Barend selecteerde een foto van de foute wissel van Sven Kramer, tijdens zijn 10 km-rit op de Olympische Spelen van Vancouver in 2010. “En zeg dan nooit: ach, het is maar schaatsen.” En Albert Verlinde – die samen met oud-museumdirecteur Rudi Fuchs op de Rollercoaster-poster staat; bien étonnés de se trouver ensemble – koos een fragment over de zelfgekozen dood van acteur-zanger Antonie Kamerling uit zijn eigen programma RTL Boulevard. De uitzending geeft volgens de musicalproducent annex presentator goed weer “hoe we in de 21e eeuw rouwverwerking een plek hebben gegeven in de media.”

Zo kun je het ook bekijken.

Rollercoaster – Het Beeld in de 21e Eeuw. T/m tot 2/9 in MOTI, Boschstraat 22 Breda

Gezien – tatoeages

Het thema van de ‘havenfotowedstrijd’ van Haven Amsterdam is dit jaar ‘levende haven’: “de haven is een gebied vol leven en energie”. De mooiste foto’s zijn nu te zien aan de oostkant van het Vondelpark, tussen de PC Hooftstraat en de Van Eeghenstraat, op groot formaat afgedrukt op canvas.

De mooiste foto’s staan niet op de poster van de foto-expositie; die wordt onder de aandacht gebracht met een getatoeëerde rug. De afbeelding – een fotocamera en een enorm schip, de woorden Mokum en fotowedstrijd – is gemaakt door Nederlands bekendste tattoo-artiest en kunstenaar Henk Schiffmacher.

Schiffmacher is verantwoordelijk voor de gehele ‘tatoeagecampagne’ van Haven Amsterdam; voor de tags voor de havenrondvaart, het havenfietsen, de havensafari, de havenquiz en het havenlied. Ook de fraaie poster waarop een van boven tot onder getatoeëerde Ellen ten Damme Amsterdammers oproept een nieuw havenlied te componeren is van zijn hand.

Hetzelfde trucje met een immense nep-tattoo paste Schiffmacher in 2007 ook al toe op een ‘toekomstig staatsportret’ van Willem-Alexander; de kroonprins in krap oranje zwembroek, met tatoeages van onder meer de namen van prinses Maxima en hun kroost, ziet eruit als een Japanse yakuza.

Tattoos en neptattoos worden vaker gebruikt in campagnes, zowel voor films (Eastern Promises van David Cronenberg, Cargo 200 van Alexei Balabanov), als series (Gangland) en toneelstukken (When the shis hits the fan van Young Gangsters / Het Huis van Bourgondië).

Maar zeelui, white trash en Hells Angels hebben niet het alleenrecht op tatoeages. Voor de SIRE-campagne ‘Kinderen in een scheiding’ werden ruggen, borsten en armen van kindertjes voorzien van bijtende, verwijtende zinnen als ‘Denk maar niet dat papa je nog wil zien’ en ‘Ik wou dat we nooit kinderen hadden gekregen’. De geportretteerde kinderen zijn getatoeëerd door de woorden van hun ouders, letterlijk. Wat je zegt in een scheiding kan een kind voor altijd tekenen, is de boodschap.

Heldere, geometrische popcultuur-ikonen met zo min mogelijk detail

“De meest eenvoudige bestaat uit slechts drie elementen: Barbapapa is opgebouwd uit een roze ei en twee iets donkerder balkjes. Ik gebruik zo min mogelijk details, maar ik ben wel op zoek naar directe herkenbaarheid. Soms heb je daar wat meer vormen en kleuren voor nodig. Mijn Transformer, bijvoorbeeld, heeft behoorlijk veel detail. Maar als je het origineel bekijkt, zie je dat die nog veel meer detail heeft.”

De Amsterdamse grafisch ontwerper Dennis de Groot (Waalwijk 1982) bracht met behulp van het computerprogramma Illustrator een aantal karakters uit de popcultuur terug tot geometrische, veelkleurige vormen. In eerste instantie plaatste hij ze op zijn blog, maar door tussenkomst van zijn vriend Nalden, die de illustraties “tof” vond, ze doorplaatste op zijn site en contact legde met uitgeverij Lebowski, zijn ze nu ook in gedrukte vorm verschenen: Bare Essentials.

Vijftig losse illustraties bevat de fraai vormgegeven cassette. Het zijn stuk voor stuk figuren uit de Amerikaanse popcultuur die hem in zijn jeugd “op de een of andere manier hebben geïnspireerd” – van Alf en de Pink Panther, B.A. Baracus en SpongeBob, tot Bert en Ernie, Calimero en Donatello, de Teenage Mutant Ninja Turtle met de paarse bandana en een bō als wapen.

De selectie maakte De Groot – hij verdient zijn geld niet alleen als freelance grafisch ontwerper en illustrator, maar ook als dj, vj en fotograaf – samen met zijn (Amerikaanse) echtgenote en met Nalden. Sommige figuurtjes vielen af omdat ze hier te lande te onbekend, en dus te moeilijk te herkennen zijn, zoals de robot Twiki uit Buck Rogers en Grimmace, een van de vrienden van Ronald McDonald, die het in Nederland niet verder schopte dan de verpakking van een happy meal. De ‘All Terrain Armored Transport Walker’ uit Star Wars, kortweg AT-AT, kwam niet door de selectie omdat hij liggend is en alle andere staand. “En Dora the Explorer viel af omdat ze van na mijn tijd is”, aldus De Groot (zwarte lange haren, zwart vlassig baardje; hij draagt een wit T-shirt met het coverbeeld van Bare Essentials: de groene Ninja Turtle Donatello).

De inspiratie voor zijn heldere geometrische illustraties vond Groot bij de vormgever Max Kisman, van wie hij les kreeg op de Hogeschool voor de Kunsten in Utrecht; bij Ben Bos, een van de grondlegger van de grensverleggende ontwerpstudio Total Design, en bij de Amerikaanse ontwerplegende Saul Bass.

De mogelijkheden zijn schier onuitputtelijk, denkt De Groot. Met dezelfde techniek maakte hij ook al een serie Amsterdamse iconen (woonboot, grachtenpandjes, de wallen, Paradiso, FEBO, de tram). “Als ik iets opvallends zie, ga ik direct aan de slag. Zo is het ook begonnen: ik zat in de bus en zag een afbeelding van de Amerikaanse Pino. Dat was de eerste die ik op mijn blog plaatste.”

Een boodschap heeft hij niet; De Groot hoopt dat zijn illustraties voor een glimlach zorgen, zoals de tags van Keith Haring in de metro van New York ooit deden. “Het zijn karakters die vast niet alleen voor mij iets hebben betekend. Ik probeer het gevoel van toen terug te brengen. Dat zou vanzelf weer naar boven moeten komen als je door de illustraties bladert”.

De enige tekst van Bare Essentials staat op een sticker op het cellofaan, bij de figuren staat niet vermeld wie het is. De Groot schat dat iedereen er zo’n 25 herkent, maar voor degenen die ze allemaal willen thuisbrengen, heeft hij nog wel een hint: “Als je weet dat ze op alfabetische volgorde liggen, wordt het al een stuk makkelijker.”

Dennis de Groot – Bare Essentials. Uitgever: Lebowski Achievers. ISBN 9789048811489, 25 euro. Op lebowskipublishers.nl en bij The American Book Center is ook een genummerde, gesigneerde full color-print verkrijgbaar van de Ninja Turtle à 50 euro.

09

09 2011

Gezien – Mediamatic

In de discussie over de kunstbezuinigingen wordt vaak de Joint Strike Fighter van stal gehaald: 200 miljoen korten op kunst, terwijl er miljarden worden uitgegeven aan oorlogstuig dat nog lang niet vliegt. Schande!

Jos Houweling zette onlangs in een gloedvol betoog kunst en asfalt tegenover elkaar: “7,3 miljard subsidie voor snelwegen, dat is 365 maal de bezuiniging op cultuur. Het asfalt is 365 maal belangrijker dan cultuur.”

Zo worden er meer aanschouwelijke maar oneigenlijke vergelijkingen gemaakt om de waanzin van Halbe Zijlstra’s plannen te illustreren. Mediamatic, het in Amsterdam gevestigde ontwerpbureau annex podium voor nieuwe media, kunst, cultuur en maatschappij, maakte dertien posters waarop de kunstbegroting wordt afgezet tegen zaken als de Rijksbegroting en de hypotheekrenteaftrek, de HSL en de Noord/Zuidlijn, de JSF en de EU, en de feestdagen, vakanties en ‘vreten, zuipen & roken’.

Dit alles is treffend verbeeld in heldere, felgekleurde pictogrammen. Het aandeel kunst is zwart: het staartje van het spaarvarken, een van de twaalf sterren in het logo van de Europese Unie.

Dat de verhoudingen niet helemaal kloppen doet er niet toe; de infographicposters zijn zo populair dat de hele voorraad op is. Maar niet getreurd, Mediamatic biedt op zijn website nu pdf’s aan, die op posterformaat uitgeprint kunnen worden.

Niet íedereen is enthousiast. “Wat een sneue stompzinnige plaatjes”, schrijft ene Johannes op de site. “Wat ik eruit concludeer: als de kunstsector nou gewoon ophoudt met vreten, roken en zuipen en belooft om geen AOW te ontvangen, kan ze met het bespaarde geld zichzelf bedruipen.”

Niet goed voor de losse verkoop, wel fraai en tegendraads

Op de omslagen van de meeste omroepgidsen lacht week in week uit een film-, televisie- of popster of andere Bekende Nederlander de televisiekijker tegemoet. “Ik ben zachter en opener geworden” zegt Anita Witzier op de cover van de Tros Kompas, Lady Gaga onthult aan de lezers van het Veronica Magazine dat ze enorm is gepest op school, Lieke van Lexmond beweert op de Avrobode dat ze weet wat ze wil (“maar het is soms wel een battle”), Mart Smeets wordt maar weer eens van stal gehaald om een sportspecial in de Varagids aan te kondigen, en Scarlett Johansson vertelt op de Mikrogids dat ze zich voortdurend druk maakt om haar uiterlijk.

Maar er is een uitzondering: de VPRO Gids, het programmablad van het buitenbeentje onder de omroepen die zondag zijn 85e verjaardag viert. ‘85 jaar VPRO’, staat er dan ook op het door Moker Ontwerp ontworpen omslag, in een zwierig, lint-achtig lettertje. Vanwege het heuglijke feit kan de gids binnenstebuiten worden gekeerd, waardoor het omslag van de allereerste gids, d.d. 26 september 1926, zichtbaar wordt.

Vrije Geluiden heette het blad destijds, met als ondertitel ‘orgaan van den Vrijzinnig Protestantschen Radio Omroep’. Titel en ondertitel werden door Lex Barten gezet in sierlijke ‘skeletletters’ die zijn verwerkt in een aantal concentrische cirkels, radiogolven voorstellend. Het is een even fraai als gedurfd ontwerp, in de contrasterende kleuren oranje en paars, dat van de voorkant doorloopt op de achterkant van het omslag.

Opvallend: in de rechter onderhoek van het omslag staat een advertentie voor radio-onderdelen, van de N.V. Handelsvereeniging v/h L. Terwal, op de Ceintuurbaan in Amsterdam. Waarmee maar direct duidelijk is gemaakt dat (grafische) kwaliteit én commercie wel degelijk hand in hand kunnen gaan.

In de jaren die volgden veranderde de gids meerdere keren van naam, formaat en vorm. Sinds kort heeft zelfs het VPRO-logo geen vaste verschijningsvorm meer: het Amsterdamse ontwerpbureau Thonik creëerde met het nieuwe logo het uitgangspunt van een eindeloos te variëren, maar voortaan altijd herkenbare stijl in de vormgeving van alle programma’s en uitingen van de VPRO.

Het nieuwe logo past in een lange traditie van grensverleggende vormgeving, zo wordt duidelijk uit VPRO Gids Covers – Een kleine geschiedenis van de VPRO vormgeving aan de hand van enige honderden gidsomslagen van 1926 tot nu. Het fraaie jubileumboek is vormgegeven door Piet Schreuders (die verantwoordelijk is voor een aantal van de allermooiste omslagen). Beate Wegloop stelde ruim 4000 gidscovers een bloemlezing samen met de mooiste, bekroonde en meeste spraakmakende ontwerpen.

Ze zijn gemaakt door vermaarde ontwerpers, illustratoren, striptekenaars en cartoonisten, schilders, fotografen en andere kunstenaars – van Otto Treumann, Hann de Vries en Jaap Drupsteen, Karel Appel, Ruud van Empel, Sander Plug en Ron van Roon tot Peter Pontiac, Daniel Clowes en Stefan Verwey. Zij kregen de vrije hand – zo’n vrije hand dat de gids soms nauwelijks meer als VPRO Gids te herkennen is.

Er is een gids die op bladmuziek lijkt, en een variatie op het Duitse tabloid Bild. Typex zette de naam op zijn Gouden Boekje-achtige omslag bij een zomerserie over Tsjernobyl en ramptoerisme in onherkenbare cyrillische tekens. Er is een bewuste misdruk, als (al te schrander) commentaar op de millenniumbug, en een cover die is opgemaakt als een Ikea-gebruiksaanwijzing (voor de Medy, vernoemd naar de eertijdse staatssecretaris van Cultuur en Media Medy van der Laan die het omroepbestel op de schop wilde gooien).

Of het goed was voor de losse verkoop, valt te betwijfelen. Fraai en tegendraads is het in ieder geval wel.

VPRO Gids Covers is verkrijgbaar via de site van de VPRO Winkel. Prijs 24,95 (excl. verzendkosten).

In het Graphic Design Museum in Breda opent 11 juni de tentoonstelling Omslag! 85 jaar VPRO gids, met de meest opvallende en spraakmakende covers.

TV-idee

Mijn tekening-idee heeft het nieuwe boek van Bert van der Veer gehaald. ‘Natuurlijk weer geen geld’, meldde mijn favoriete tekenaar/illustrator Bas van der Schot…

05

06 2011

Gezien – Hete vrede

Hete vrede heet de nieuwste, veel geprezen theatervoorstelling van Claudia de Breij. De show is vernoemd naar de roerige tijd waarin wij leven. De rood-blauw-beige poster is – het kan geen mens ontgaan – een variatie op Shepard Fairey’s iconische ‘Hope-poster’.

De Amerikaanse graffitikunstenaar Fairey maakte zijn portret van presidentskandidaat Barack Obama ruim voordat duidelijk was dat hij de verkiezingen zou gaan winnen. Toen de poster populair werd, benaderde Obama’s campagneteam Fairey om een paar officiële versies te maken, maar dan met ‘HOPE’ en andere trefwoorden die beter in de campagne pasten, in plaats van het woord ‘PROGRESS’ eronder.

De rest is, zoals dat heet, geschiedenis: het beeld kwam terecht op miljoenen stickers, buttons, posters, briefkaarten, T-shirts en mokken. En vervolgens werd het gekopieerd en geparodieerd – zo gaan die dingen. Op filmaffiches, posters voor televisieseries en tijdschriftcovers; door kunstenaars, fotografen, vormgevers en cartoonisten. Met andere teksten en/of met andere personen. Van Obama’s tegenstrever John McCain, bijvoorbeeld, van addict/zangeres Amy Whitehouse en Mad’s Alfred E. Neuman, met ‘NOPE’, ‘DOPE’ en ‘HOPELESS’ eronder.

De Breij koos het beeld omdat het een connotatie heeft met ‘hoop’ en ‘revolutie’ die ze ‘leuk linksig’ vindt, maar ook ‘iets machtswellustigs en licht fascistoïdes’. Dat spanningsveld, dat vindt ze mooi; dat je niet bij voorbaat kunt inschatten of ze wel of niet deugt.

Shepard Fairey gebruikte ongevraagd een foto van Associated Press-fotograaf Michael Cramer, wat tot een slepende rechtzaak leidde. De portretfoto van De Breij werd speciaal voor de gelegenheid gemaakt door Bob Bronshoff. Het verzorgde ontwerp is van Bloemendaal & Dekkers.

Het lijkt zo simpel, maar wie zichzelf al eens de ‘Obama-behandeling’ heeft gegeven (obamiconme is een veel gebruikte online ‘Obama-icon generator’), weet dat het nog niet meevalt een gezicht herkenbaar te houden.

De rubriek Gezien verschijnt iedere woensdag in PS Kunst van Het Parool

11

04 2011

Door de herhaling wordt het grappig

Compare © Frank Schallmaier / Serieze zaken

Welke het is, dat zegt hij niet. Maar zijn eigen piemel zit er ook tussen. Meermaals zelfs. Zo is één van de 247 fotootjes in het werk ‘Compare’ van Frank Schallmaier zelf. Dat zijn snapshots waarop mannen een voorwerp naast hun geslacht houden om te laten zien hoe groot het is. De meest uiteenlopende voorwerpen – van colablikje en bierflesje tot afstandsbedieningen en meetlinten, toiletverfrisser of insectenverdelger, een pak melk, mobiele telefoons of een schaar, een pistool en – je moet er maar op komen – een piano. Een doosje tissues en een toiletrol, een bos rozen en een pijp (in de breedte), een courgette en een bus scheerschuim. Een pakje sigaretten en een reep Toblerone, een doos Pringles en een aansteker. Een man heeft twee muntjes op zijn piemel gelegd. In de breedte. Een ander heeft er een dollarbiljet naast gelegd, een donkere man heeft acht quarter dollars op zijn stijve piemel gelegd, weer een ander heeft hem nagedaan, maar heeft vals gespeeld: hij moest plakband gebruiken om de muntjes op hun plek te laten liggen. Schallmaier, lachend: ‘Het bewijs is nog maar eens geleverd: size matters!’

Schallmaier (Venray, 1977), in het dagelijks leven fotoredacteur bij de Volkskrant, struimt sinds hij zeven jaar geleden een tweedehands iMac kreeg homosites af op snapshots van mannen die zichzelf aanbieden. Meer dan 15 duizend foto’s heeft hij inmiddels, gerubriceerd in meer dan vijftig zelfbedachte categorieën: van de split (met gespreide benen boven de zelfontspanner) en homo’s in een handstand bijvoorbeeld, tot naakt voor de spiegel, onherkenbaar door het flitslicht in hun gezicht. ‘Amusante knulligheid’ noemt hij het. ‘Afzonderlijk zijn het stuntelige, soms vuige foto’s; door de veelheid en de herhaling wordt het grappig. Al die mannen denken waarschijnlijk dat ze volstrekt uniek op de foto staan, maar wat opvalt is juist de uniformiteit.’

In 2009 was Schallmaiers werk al te zien op ‘Off the Record’, een door Hans Aarsman gecureerde expositie van kunstaankopen van het Stedelijk Museum, met werk dat gemaakt was vanuit de behoefte iets vast te leggen, zonder vooropgesteld artistiek doel. Schallmaiers werk werd niet aangekocht door het Stedelijk, maar trok wel de aandacht van galeriehouder Rob Malasch, die hem een solo-expositie aanbood. Schallmaier stelde zes tableaus samen, met namen als ‘Confetti’ en ‘Silhouets’; de ingeflitste piemels en onappetijtelijke, lillende lullen zijn definitief tot kunst gepromoveerd. Toch? ‘De eerste keer dat Rob tegen een klant zei: “Dat is de kunstenaar”, verslikte ik me bijna. Het klinkt zo hoogdravend. Maar het is kunst. Kunst met een keiharde K!’ Trots wijst hij op de stippen onder zijn werken. ‘Kijk, er zijn er al zes verkocht!’

Zijn verzameling neemt nog steeds toe en Schallmaier ziet nog genoeg andere mogelijkheden. Zo wil hij een kwartet samenstellen (‘Mag ik van jou uit de categorie tandpasta de uitgeknepen Prodent?’) en van de collage ‘Confetti’ echte confetti laten maken. ‘Op elk confetti-tje een piemel. En die confetti dan rondstrooien op een groot homofeest. De piemels teruggeven aan de mensen, zeg maar. Performance art. Ja, ik heb de smaak te pakken!’

NO PIC – NO POINT van Frank Schallmaier en ‘special friends’. T/m 3 oktober Serieuze Zaken, Lauriergracht 96, www.serieuzezaken.info.

06

09 2010

Ingrepen in en aan een monumentaal gebouw

Art Dubai confirms position as leading art fair in the Middle East with strong sales and record attendance - Art Dubai official sponsor of annual Rietveld Academy graduation show van Mrova (foto Dietmar Gunne)

Vlak voor de officiële opening van de Eindexamenexpositie van de Gerrit Rietveld Academie waren twee mannen in de weer om een enorme tag van de witte gevel van het monumentale gebouw te verwijderen. Met hogedrukspuiten, enorme borstels en groene zeep. Dat is dan tenminste duidelijk: de graffiti – een rokend, slordig getekend, Bart Simpson-achtig mannetje – hoort niet bij het eindexamenwerk. En het wapperende spandoek erboven dus wel, net als de gouden vlaggenhouders onder de naam van de school, en de rode lijn die over de metershoge gevel loopt.

In en rond de Rietveld is dezer dagen het werk te zien van 189 studenten, afkomstig uit alle windstreken, afstuderend in disciplines als Textiel, Mode, Beeld & Taal, Keramiek, Fotografie, Beeldende Kunst, Grafisch Ontwerp en Audiovisueel. Zij doen dat met foto’s, fröbelwerkjes en haarfijne tekeningen, enorme abstracte doeken, maquettes en installaties, glaswerk, films en performances. En ingrepen in en aan het gebouw.

Read the rest of this entry →