Archive for January, 2012

“Het gedrag van gewone mensen onder extreme omstandigheden”

Vijf in legergroen geklede, zwaar bewapende donkere mannen sjorren en trekken aan een bijna naakte, mooie jonge donkere vrouw die op haar rug ligt. Een van hen zet een mes op haar buik. Dan loopt een blanke man het beeld binnen; hij aanschouwt het tafereel even aandachtig en manoeuvreert de hand met het mes dan in een net iets andere positie.

Zo begint Catherine van Campens fraaie, indringende documentaire Painting Painful over Ronald Ophuis, die opzien baarde met aangrijpende, onontkoombare schilderijen van verkrachtingen in het concentratiekamp Birkenau en executies in Srebrenica. De in Amsterdam woonachtige Van Campen, die radiomaker is voor VPRO’s De Avonden en korte documentaires maakte over vergeten groente (Eeuwige moes), een autistische jongen (Drona & ik) en een meisje met Gilles de la Tourette (Anne vliegt), introduceert de omstreden Nederlandse schilder tijdens een enorme kunstbeurs in New York, waar tienduizenden dollars worden betaald voor zijn enorme doeken (“Niet bepaald het formaat van een New Yorks appartement”, aldus een verzamelaar). Vervolgens zoomt ze in de totstandkoming voor een van zijn schilderijen.

Het begint, zoals zo vaak bij Ophuis, in een ver, door oorlog geteisterd oord, in dit geval Sierra Leone. Daar vertelde een groep jongens Ophuis over ‘Boy or Girl’, een gruwelijk spelletje dat tijdens de burgeroorlog werd gespeeld door kindsoldaten. Als ze een zwangere vrouw zagen, sloten de mannen een weddenschap af: was ze in verwachting van een jongen of een meisje? Om erachter te komen, sneden ze haar buik open.

Ophuis laat de taferelen die hij tijdens zijn reizen in zijn hoofd heeft opgeslagen in zijn atelier naspelen door acteurs, en maakt vervolgens foto’s die als uitgangspunt dienen voor zijn schilderijen. “Wat ik nodig heb zijn vier à vijf jongens…” zegt hij tijdens een luchtige castingsessie tegen Hans Kemna. “Voor elk been één, een jongen voor de armen, een jongen die het mes vasthoudt en een die toeschouwt.”

Van Campen, die overal bij mocht zijn en alles mocht filmen, volgt Ophuis ook in Sierra Leone, waar hij rondloopt als een journalist, om zich heen kijkt, vragen stelt en fotografeert, en bij de kennismaking met de acteurs in zijn atelier. Daar vraagt ze hem op de man af waar zijn werk nu eigenlijk over gaat. Wat volgt is een lange stilte. Dan, weifelend: “Het gedrag van gewone mensen onder extreme omstandigheden”.

Waar die fascinatie voor lijden en geweld precies vandaan komt, vertelt de film niet. Althans, het antwoord is niet eenduidig. Gelukkig maar; het dwingt de kijker zelf een standpunt in te nemen over het confronterende geweld en Ophuis’ onderwerpskeuze en beweegredenen.

De schilder zelf was volgens Van Campen overigens “ontroerd” over het eindresultaat.

Painful Painting van Catherine van Campen wordt dinsdag 31 januari uitgezonden in NTR’s Het uur van de wolf, 23.00 uur, Nederland 2.

31

01 2012

IFFR-aanraders

The Invader – Nicolas Provost

Springtime – Jeroen Eisinga

La voyage dans la lune – Georges Meliès

Shame – Steve McQueen

Play – Ruben Östlund

It looks pretty from a distance – Anka & Wilhelm Sasnal

Nick – Fow Pyng Hu

So sorry – Ai Weiwei

Corta – Felipe Guerrero

Among others – Pilvi Takala

L’estate di Giacomo – Alessandro Comodin

29

01 2012

Onverschrokken kunst in comfortabele lounge. Met gratis koffie

Een auto zoekt een weg door het kruipdoorsluipdoor verkeer van Beijing. Hij stopt voor een rood licht, wijkt uit voor een overstekende voetganger en stopt als de taxi voor hem een klant laat uitstappen. Zo gaat het maar door, straat na straat na straat, kaal in beeld gebracht met een achter de voorruit bevestigde, vaste camera.

De procedure is bekend van het eertijds vooral rond de randen van de nacht goed bekeken tv-programma Die schönsten Bahnstrecken Deutschlands en wat meer recent Google Street View. Alleen wappert er hier een rode talisman aan de achteruitkijkspiegel.

Beijing 2003, zoals het project heet, komt uit de koker van de veelzijdige Chinese kunstenaar, ontwerper en activist Ai Weiwei (Peking, 1957). In zestien dagen werden alle straten binnen de vierde ringweg van Beijing aangedaan, ongeveer 2400 kilometer. De film duurt 150 uur. Als je dag en nacht in en rond het Ai Weiwei Café aan de Rotterdamse Karel Doormanstraat zou blijven hangen, kun je de kunstvideo anderhalf keer zien, heeft IFFR-programmeur Gertjan Zuilhof berekend. “Dat doet geen mens, natuurlijk, maar toch draaien we het scherm ’s nachts zo dat je de film vanaf de straat kunt bekijken. Het gaat om het idee dat het maar door blijft gaan, om het eindeloos verstrijken van de tijd.”

Zuilhof ontmoette Ai Weiwei, volgens het kunsttijdschrift Art Review ’s werelds invloedrijkste eigentijdse kunstenaar, toen hij in Beijing was voor research voor een ander programmaonderdeel. Via via belandde hij in Ai Weiwei’s enorme, zelf ontworpen huis annex studio in een kunstenaarsdorp aan de rand van Beijing, waar hij huisarrest heeft in de aanloop naar zijn proces wegens vermeende belastingontduiking.

Omdat Ai zo wereldberoemd is, dacht Zuilhof dat het onmogelijk zou zijn een programma met onbekend werk samen te stellen. Maar tijdens hun eerste ontmoeting kreeg hij direct al een stapeltje dvd’s in handen geduwd, die niet ondertiteld bleken te zijn, en buiten China dus nog onbekend. Het Rotterdams filmfestival mocht ze vertonen, gratis en voor niets. Na afloop mogen ze ook op het YouTube-kanaal van het festival worden geplaatst. Ook gratis. Zuilhof: “Hij deelt zijn films bij bosjes uit. Hij ziet ze als pamfletten. Over geld spreekt hij nooit. Ik heb geen idee waarvan hij leeft.”

Het Ai Weiwei Café (foto's Gerwin Tamsma)

Tijdens het festival zijn de kunstenaarsvideo’s te zien in het Ai Weiwei Café, een tijdelijke lounge opgetrokken in een leegstaand hamburgerrestaurant, waar gratis koffie wordt geserveerd. Er staan vier platte monitors, waarop naast Beijing 2003 nog drie soortgelijke video’s kunnen worden bekeken vanuit comfortabele banken en stoelen. Op een groot scherm wordt iedere dag een film vertoond die niet in het officiële programma is opgenomen – wan de favoriete films van regisseurs die te gast zijn op het festival, tot werken die door alle festivals zijn afgewezen.

In de Rotterdamse bioscopen zijn daarnaast vijf recente documentaires van Ai Weiwei te zien, waaronder de spiksplinternieuwe So sorry. Daarin gaat Ai op de hem zo typerende, onverschrokken wijze de confrontatie aan met ambtenaren en corrupte bouwers die hij verantwoordelijk houdt voor het hoge aantal slachtoffers onder scholieren na de zware aardbeving in Sichuan, in mei 2008. Het behoeft nauwelijks verbazing dat de kritische films China uit gesmokkeld moesten worden in een grote houten kist, vermomd als kunstwerk.

Bij hun derde ontmoeting vroeg Zuilhof Ai Weiwei of het mogelijk was dat hij ook zelf naar Nederland zou komen. Uitgesloten, luidde het afgemeten antwoord. Eerst moet hij voor de rechtbank verschijnen. “Ai weiwei is een weg ingeslagen, waarvan hij niet meer kan terugkeren. In het begin van zijn carrière was hij een beetje plagerig, Provo-achtig. Nu is het veel serieuzer, veel echter. Daarom heeft hij alle exposure ook hard nodig. Het biedt hem een soort van bescherming.”

Het Ai Weiwei Café is dagelijks geopend van 12.00 tot 20.00 uur. Het IFFR duurt nog t/m 5 februari. Dit artikel is geschreven voor Het Parool.

28

01 2012

Posterpraat: Blackout

Soms denken distributeurs dat het nodig is om de hele film op de poster samen te vatten. Voor in het beeld staan dan de hoofdrolspelers, vaak een man en een vrouw in innige omhelzing (denk aan De Storm of, al wat langer geleden, Gone with the wind), of een heel zwikkie personages onhandig tegen en naast elkaar gephotoshopt, waarbij perspectief en verhoudingen er vaak niet toe lijken te doen (denk The lord of the rings). Op de achtergrond sukkelt een stoomtrein voorbij (Hugo), bevaart een driemaster de woeste golven (Tintin/Kuifje) of is plek ingeruimd voor een enorme explosie (Black Book).

In een ietwat modernere variant wordt het contour van de hoofdrolspeler gevuld met een ander spectaculair beeld of sleutelscène. Of wordt het stramien onderverdeeld in honderdeen vakjes die plaats bieden aan even zoveel portretje of scènebeelden. Michael Jacksons This is it is een sterk voorbeeld, met het karakteristieke silhouet van de betreurde king of pop, tegen een lichte, rokerige achtergrond, gevuld met nog meer beelden van de voorbereidingen op zijn This is it-tour.

De poster van Arne Toonen’s zwarte komedie Black out lijkt dan weer als twee druppels water op die van de misdaadfilm Vantage point (die ook al als inspiratie diende voor de Zweedse misdaadfilm Snabba cash/Easy money)– maar dan net iets minder fraai gestileerd. In het contour van Raymond Thiry (in zijn rechterhand heeft hij net als een Dennis Quaid in het origineel een pistool geklemd; ook de pose is vrijwel identiek) zijn onder meer (het décolleté van) Katja en Birgit Schuurman verwerkt, Kim van Kooten en Alex van Warmerdam, een kus, een pistool en een vuistslag.

Voor elk wat wils, zo gezegd.

27

01 2012

‘God? Ik ben een gewone sterveling’

Foto Xander Remkes. www.xanderremkes.nl

Theo Angelopoulos is dinsdag overleden nadat hij werd aangereden door een motorfiets. Ik sprak de Griekse filmregisseur één keer, eind 1999, toen hij naar Nederland was gehaald voor het jubileum van het Nijmeegse Filmtheater Cinemariënburg. Hieronder het artikel dat destijds in de Volkskrant verscheen.

Hij staat te boek als arrogant, een man die festivalorganisatoren met zijn slechte humeur tot wanhoop brengt, maar zelfs een vertraagde vlucht en een hongerige maag kunnen de stemming van Theo Angelopoulos niet bederven.

Vierentwintig jaar geleden was hij voor het laatst in Nederland, als gast op het Rotterdamse filmfestival waar De komedianten werd vertoond. Nu is hij terug voor het jubileum van het Nijmeegse Filmtheater Cinemariënburg, dat ter gelegenheid van het 25-jarig bestaan een retrospectief aan de Griekse regisseur wijdt.

‘Theo Angelopoulos: God van de Griekse cinema’ toont zijn hele oeuvre van elf speelfilms. Van zijn debuut Reconstruction uit 1970, en O megalexandres, winnaar van de Gouden Leeuw in Venetië in 1980, tot Landschap in de mist uit 1988 en zijn meest recente, de Gouden Palm-winnaar L’éternité et un jour uit 1998.

In het Sheraton Hotel op Schiphol vertelt de Griek over De jagers uit 1977, die nooit eerder in Nederland te zien was. Het is niet zijn beste film, maar wel een waar oprechte woede uit spreekt. ‘De jagers was het slot van een drieluik over de Griekse geschiedenis. Die films kwamen voort uit teleurstelling. Uit onmacht. Ik heb in de jaren zestig gezien hoe de dictatuur van de kolonels ontstond en heb geprobeerd daar via mijn films grip op te krijgen.

‘Filmmakers als Bertolucci en Oshima dachten toen na over de geschiedenis van hun land, namen stelling. Wij hadden nog de illusie dat we dingen konden veranderen. Wij droomden, vonden dat we belangrijke motieven hadden om films te maken. Dat is veranderd. De wereld is veranderd, de mensen zijn veranderd, de dialoog met de samenleving en het publiek is veranderd.’

Hij zegt het met spijt. ‘Het idee van de auteurscinema is aan het verdwijnen. De Europese film is in gevaar. Het publiek van nu wil Amerikaans geweld, eenheidsworst, omdat dat de enige films zijn die ze krijgen aangeboden. Alles wordt hetzelfde, terwijl juist de verschillen tussen mensen een enorme rijkdom bieden.’

Angelopoulos heeft nooit de behoefte gehad om naar Amerika te gaan. Hij noemt zichzelf ‘Griek en Europeaan’, zegt ‘Europese’ films te willen maken, ‘zonder concessies, zonder invloed van grote studio’s.’

Hij werkt aan een volgende film, naar een boek van Stendhal. Het moet een Grieks-Amerikaanse co-productie worden met een budget van 20 miljoen dollar, meer dan vier keer zoveel als zijn duurste film. Harvey Keitel is co-producent en zal net als in Ulysses’ Gaze de hoofdrol spelen. De film voert Keitel en Angelopoulos van Europa, via Rusland en Oezbekistan, naar Amerika.

‘Het is anders dan Ulysses’ Gaze, en zeker geen herhalingsoefening. Ik varieer op een thema, zoals Bach deed in zijn cantates. Als ik twintig jaar jonger was, zou ik nu een film over Kosovo maken. Maar ik heb geen motief meer. Ik treur over de Balkan, en ben boos als Clinton in Griekenland op bezoek komt en zich gedraagt als de grote keizer die even de landjes aandoet waarover hij de scepter zwaait. Maar ik kan er niks meer mee als kunstenaar.’

Aan stoppen denkt de 64-jarige Angelopoulos nog niet. ‘Ik behoor dan wel tot een uitstervend soort, maar ben erg taai. Ik geniet nog altijd van de dialoog met mijn publiek, met de mensen die zich aangetrokken voelen tot mijn werk. Gepassioneerde gesprekken op festivals, na vertoningen, die maken regisseren de moeite waard.’

Hij is dan ook blij met het retrospectief, hoewel de titel ‘God van de Griekse cinema’ hem weinig zegt. ‘God? Ik ben een gewone sterveling, gevormd door de ervaringen in mijn jeugd. Door de Duitsers die Athene binnenvielen. Door de burgeroorlog tussen links en rechts, die Griekenland vlak na de Tweede Wereldoorlog verscheurde. Door het bewind van de kolonels. Ik wil vertellen wat mij is overkomen, het verhaal van mijn generatie en van mijn land doorgeven. Maar ik ben een normaal mens. Een gewone huisvader die zijn drie dochters lang niet altijd begrijpt.’

25

01 2012

Galerie: Beeldende kunst in Amsterdam

Femke Schaap, Models & Demonstrations. T/m 12 februari in Metis-nl, Lijnbaansgracht 316.

In een hoek van een schaarsverlichte ruimte hangt een enorm werk van wit-piepschuimen cirkels, vierkanten, rechthoeken en balken aan dunne, bijna onzichtbare nylondraadjes. Met twee beamers wordt er licht op geprojecteerd, waardoor het lijkt alsof alle elementen in beweging worden gezet. De cirkel blijft maar draaien; telkens weer volgen je ogen het patroon naar het middelpunt, alsof een illusionist je onder hypnose brengt. Op de langwerpige balken bewegen strepen monotoon van rechts naar links; in het hart van een vierkant doemen om en om zwarte en witte vierkanten op, die steeds verder uitdijen en over de rand van het object in het niets verdwijnen. Alles draait en alles beweegt. Tegelijkertijd blijken de objecten toch echt roerloos aan het plafond te hangen.

Femke Schaap (Woerden, 1972) studeerde in 1995 af aan de Rietveld Academie in de richting Voorheen Audiovisueel, en won in 1997 de Prix de Rome Beeldhouwen. Sindsdien combineert ze beide disciplines; ze beeldhouwt met licht, zou je kunnen zeggen. Abstracte filmbeelden of lichtschakeringen worden geprojecteerd op zelfgemaakte panelen in allerlei vormen, die zorgvuldig in de ruimte zijn geplaatst, zodat de toeschouwer zich ín het werk kan begeven; zich ín de film kan onderdompelen.

De overweldigende, maar tegelijk ragfijne video-installatie ‘Proposal for Lunapark #19’ was vorig jaar in een iets andere vorm kort te zien in een afgesloten kubus op Art Amsterdam. In de achterste ruimte van galerie Metis-nl (aan de voorkant hangen grandioze schilderijen van David Bade), waar nog net wat daglicht binnendringt, is het nu gecombineerd met twee kleinere nieuwe werken, die staan uitgestald op tafeltjes als fotolijstjes op een dressoir.

‘Model’ is een uit piepschuim opgetrokken ruïne van een kerncentrale, met in het midden een fier omhoog rijzende ‘schoorsteen’. Daarop beweegt telkens weer een gifgroen licht omhoog – als een alarm waar geen mens acht op slaat. De tweede energiecentrale (‘Powerplant’) lijkt in een betere staat te verkeren. Maar daar gutsen dan opeens enorme hoeveelheden water overheen. Of preciezer: daarop wordt licht geprojecteerd dat suggereert dat de centrale in het kolkende water ten onder gaat.

In je hoofd wordt het intrigerende schouwspel direct verbonden met nieuwsbeelden en krantenfoto’s van Tsjernobyl en Fukushima; feiten worden soepel vermengd met fictie, kunst wordt effectief gecombineerd met wetenschap, verbluffende schoonheid met gruwel.

24

01 2012

Reis naar het einde van de nacht

De zon is net achter de heuvels verdwenen als vanuit de verte drie auto’s aan komen rijden. Het licht van de koplampen vormt een goudgele streep, achter de wielen stuift zand op. In een flauwe bocht van de weg houdt de colonne halt, en stapt een enorme hoeveelheid mannen uit.

“Izzet, neem jij hem mee?!”, zegt politiecommissaris Naci tegen een van zijn ondergeschikten. Die troont een geboeide man mee van de achterbank, langs een ranke boom via een waterbron, naar het heuvelachtige veld. “Is het hier?” wil de politiecommissaris weten. “Nee, niet hier”, antwoordt de geboeide man. “Er stond een ander soort boom. Ronder. Het zag er anders uit.” “Neem hem maar weer mee, Izzet”, gebiedt Naci. Hij doet geen moeite zijn irritatie te onderdrukken. Iedereen stapt weer in. De colonne trekt verder de nacht in.

Once Upon a Time in Anatolia is de zesde film van de Turkse cineast Nuri Bilge Ceylan, die naam maakte in het internationale arthouse-circuit met Kasaba (1999) en Wolken in mei (1999), en vervolgens een karrenvracht aan prijzen won met Uzak (2002), Iklimler (2006) en Three Monkeys (2008).

Ook Once Upon a Time in Anatolia oogstte al veel roem; op het festival van Cannes kreeg Ceylan vorig jaar de Grote Prijs, de op een na belangrijkste prijs van het festival (ex aeque met het fraaie sprookje Le gamin au vélo van Jean-Pierre en Luc Dardenne).

Het is terecht lof voor een filmer die met ieder nieuw werk zijn meesterschap bewijst. Ook het ruim tweeënhalf uur durende Once Upon a Time in Anatolia – een subtiele combinatie van een roadmovie, misdaadfilm en karakterstudie; een vleugje Tsjechov en pure poëzie – is weer schitterend gefotografeerd, uitgekiend gekadreerd en even spectaculair als ingetogen geacteerd. De droogkomische dialogen klinken zo langzamerhand vertrouwd, net als de vervreemdende filosofische reflecties.

Gaandeweg leert de kijker de mannen – allen van middelbare leeftijd – steeds beter kennen. Hoe ze praten over yoghurt en over hun werk, over collega’s het failliete land en de toelatingseisen van de Europese Gemeenschap; hoe ze slijmen met hun superieuren en blaffen naar hun ondergeschikten. Maar het is Ceylan om meer te doen; middels hun onderlinge (machts)verhoudingen en de tragische relaties met hun vrouwen die veelal buiten beeld blijven, wordt een indringend beeld geschetst van een land in transitie.

“Alles heeft een reden”, zegt de in het leven teleurgestelde commissaris, “alsof het is voorbestemd.” Ceylan illustreert zijn woorden met een weergaloze scène waarin een politieman aan een boom schudt, een paar appels naar beneden vallen, doorrollen naar een watertje, met de stroom worden meegevoerd, en ten slotte allemaal op zelfde plek vast komen te liggen.

De mannen willen wel maar het zijn krabbelaars. We willen wel maar we zijn krabbelaars.

Once Upon a Time in Anatolia van Nuri Bilge Ceylan draait nu in de filmhuizen. Deze recensie verscheen eerder op Cinema.nl.

20

01 2012

Galerie – Beeldende kunst in Amsterdam

Hour House. T/m 29 januari in De Service Garage, Cruquiusweg 79.

Een half ingestort kaartenhuis – een metafoor voor de (kunst)wereld? – herbergt schilderijen, tekeningen, sculpturen en videoproducties, gemaakt door zeven kunstenaars die in de periode 2001-2004 studeerden aan het wereldvermaarde, maar bedreigde kunstenaarsinstituut De Ateliers.

Waar je ook rondloopt, overal zijn de glijdende, soms licht vervormde arrangementen hoorbaar van het Amerikaans pianoduo Ferrante & Teicher. Ze zijn afkomstig uit Keren Cytters bitterzoete Hollywood-pastiche Four Seasons, die in een van de kaartenkamertjes wordt geprojecteerd. In het prikkelende melodrama zijn belangrijke rollen weggelegd voor een badende man, een klagende buurvrouw, een brandende platenspeler en liters nepbloed, dat mooi kleurt bij het rood van de metersgrote speelkaarten.

Frank Koolen en Sjoerd Tim tekenden voor het fraaie staketsel, waarin ook de opgeruimde schilderijen van Morgan Betz in het oog springen. Het passende decor van het gesamtkunstwerk is De Service Garage, een enorme, kale loods aan de rafelranden van Oost.

Jan Pieter Ekker

Pierre Bismuth, An ocean of lemonade. Or the trouble with living in times of fulfilled utopias. T/m 5/2 in Smart Project Space, Arie Biemondstraat 105-113,

De Franse utopist Charles Fourier (1772-1837) droomde van een ideale wereld, waarop het klimaat op de Noordpool milder zou zijn dan aan de Middellandse Zee, iedere vrouw vier geliefden of echtgenoten tegelijk zou hebben, en de zeeën niet langer zout zijn, maar in enorme plassen, destijds zeer kostbare limonade zijn veranderd.

An ocean of lemonade is ook de naam van een overweldigende expositie van de Franse kunstenaar Pierre Bismuth, buiten kunstkringen waarschijnlijk het bekendst vanwege zijn basisidee voor Michel Gondry’s krankjoreme Eternal sunshine of the spotless mind.

Bismuth vraagt zich af welke beloftes zijn ingelost en wat er vandaag de dag nog te wensen valt. Voor kunstenaars en gewone mensen. Zo heeft hij onder meer honderdeen gebruiksartikelen uitgestald die je leven kunnen veranderen of zouden hebben veranderd als je maar had gekocht – van een zonnebank tot een glimmende basgitaar. Ook vraagt hij het publiek alvast op zoek te gaan naar de opvolgers van kunstenaars als Damien Hirst en Bruce Nauman.

Tala Madani, The Jinn. T/m 5/2 in SMBA, Rozenstraat 59.

Een kriebelig mannetje met een sikje, een roze trui en blote voeten komt het beeld in wandelen, draait zich naar de toeschouwer en begint te dansen. Als een balletdanser fladdert hij door het zwartblauwe kader, dan weer beweegt hij als Michael Jackson of maakt hij ‘moves like Jagger’. Tot slot van zijn overrompelende performance verdwijnt hij rechtstandig onder uit het beeld. Zijn handen als laatst; het lijkt alsof hij nog even zwaait.

Het sprankelende animatiefilmpje is gemaakt door Tala Madani, een jonge Iraanse kunstenares die in 2007 artist in residence was bij de Rijksakademie en nu woont en werkt in Amsterdam en New York. Het mannetje is een djinn. Of een mens die is bezeten door een djinn.

Volgens de Arabische folklore zijn djinns schepselen uit het rookloze vuur van Allah; mythologische wezens met magische krachten, die een andere wereld bewonen dan wij, maar zich vrijelijk mengen in de onze. Meestentijds blijven djinns onzichtbaar voor mensen; slechte djinns kwellen mensen.

In een prikkelend essay dat bij Madani’s expositie in Stedelijk Museum Bureau Amsterdam verschijnt, brengt curator Kerstin Winking haar fascinatie voor jinns en irrationaliteit in verband met de hitserie Breaking Bad én de machtsstrijd tussen de Iraanse president Mahmoud Ahmadinejad en grootayatollah Ali Khamenei. Ook stelt hij dat Madani zelf werkte als een demon, ‘in de letterlijke betekenis van het woord’.

Hoe het ook zij; haar bezetenheid is vertaald in drie fraaie animatiefilmpjes en talrijke, al evenzo fantasierijke tekeningen en schilderijen, allemaal gemaakt in dezelfde stijl, die meandert tussen de heldere lijn van de striptekening en expressionistisch schilderkunst.

Op een prachtig doek zit een dik mannetje in een comfortabele stoel, slechts gekleed in een zwart broekje. Zijn blik is gekweld; het zal het gapende, zwarte gat in zijn enorme buik zijn. Een gat dat wellicht is veroorzaakt door het zwarte wezentje dat hij in zijn rechter knuist geklemd houdt. Of heeft hij het eigenhandig uit zijn buik verwijderd?

Waar mens begint en djinn eindigt valt maar moeilijk te zeggen.

15

01 2012

Schitterend sprookje over de schepping van een meesterwerk

In John Maddens Shakespeare in Love worstelt de jonge dichter en toneelschrijver Will (Joseph Fiennes) met een writers block; hij krijgt zelfs geen handtekening meer op papier. Dat treft slecht, want hij heeft het Londense Rose Theater een nieuw stuk beloofd met de welluidende werktitel Romeo en Ethel, de zeeroversdochter.

Een komedie moet het worden, met zeerovers, een schipbreuk en mysterieuze eilanden. En met een hond, want dat vindt het volk leuk, weet Philip Henslowe (Geoffrey Rush), de eigenaar van The Rose. Een anachronistisch bezoek aan de psychiater biedt uitkomst: Will moet op zoek naar een nieuwe muze; mevrouw Shakespeare en de kinderen zijn immers ver weg, in zijn geboorteplaats Stratford-upon-Avon.

Will ontmoet de rijke, beeldschone koopmansdochter Viola de Lesseps (Gwyneth Paltrow), die maar drie dingen wil in het leven: liefde, avontuur en poëzie. Zij is verzot op Shakespeares stukken, kent ze woord voor woord, maar in het zestiende-eeuwse Engeland is het podium verboden terrein voor vrouwen. Alle rollen, ook de vrouwenrollen, worden door mannen vertolkt.

Dus verkleedt Viola zich als man, meldt ze zich als Thomas Kent voor de audities en krijgt ze de rol van Romeo. Als zichzelf wordt Viola ondertussen verliefd op Shakespeare. Het is een onmogelijke liefde, want Viola is uitgehuwelijkt aan een vermogend en jaloers heerschap.

De heimelijke ontmoetingen tussen Will en Viola blijven niet zonder gevolgen: ze veranderen de toon en de loop van het stuk. De komedie verandert langzaam in een liefdesgeschiedenis. De nieuwe titel krijgt Shakespeare ingefluisterd door Christopher Marlowe, van het concurrerende Curtains Theater: het stuk zal Romeo en Julia gaan heten.

Shakespeare in Love is een sprookje over de schepping van een meesterwerk; van de eerste krabbels op papier tot en met de première, waar arm en rijk en jong en oud voor uitlopen. De film is, net als Shakespeares komedies, een fijnzinnig allegaartje, met slaande deuren, zwaardgevechten, verkleedpartijen, seks en romantiek. Een liefdesverhaal vermomd als kostuumdrama, een toneelstuk verpakt als soap. Feiten over Shakespeares leven en het Londen ten tijde van koningin Elisabeth I worden afgewisseld met fictie, vette grappen met subtiele Shakespeare-verwijzingen.

Volgens Maddens film is er weinig veranderd in de manier waarop vierhonderd jaar geleden een toneelstuk tot stand kwam en tegenwoordig veel films. De eigenaar van het Rose Theater zit op zwart zaad en belooft zijn acteurs een deel van de winst (dus niks), de ijdele financier staat zelf ook graag in de schijnwerpers en krijgt een rolletje, de veerman is eigenlijk toneelschrijver en de schrijver is, in Henslowes woorden, niemand.

Die stelling wordt door Maddens film weerlegd. Het ingenieuze script van Marc Norman en Tom Stoppard werd achtereenvolgens bekroond met een Golden Globe, een Zilveren Beer in Berlijn en de Oscar. Shakespeare in Love won ook Oscars voor Beste Film, Beste Art Direction, Beste Kostuums en Beste Muziek. Gwyneth Paltrow werd bekroond als Beste Bijrolactrice; Judi Dench als Beste Actrice in een Bijrol.

Veel tijd krijgt Dench (die eerder koningin Victoria speelde in Mrs. Brown) niet, maar haar pragmatische koningin Elizabeth maakt indruk, net als veel andere bijrollen (Ben Affleck als de steracteur Ned Alleyn, Tom Wilkinson als geldschieter). Ze zorgen ervoor dat het slapstick-achtige begin en wat mal gedoe met Will als vrouwelijke chaperonne van Viola snel vergeten zijn.

‘Dat zal ze doen bulderen’, zegt Philip Henslow als Shakespeare hem vertelt hoe hij het einde van zijn stuk voor zich ziet, met Romeo die gif inneemt en Julia die daarop zelfmoord pleegt met Romeo’s dolk. Zijn cynisme is niet terecht. Er mag dan geen hond in het stuk voorkomen, de première is een groot succes. Zelfs een stotterende acteur verandert in een spraakwaterval, en het publiek is dolenthousiast. Bij Shakespeare in Love was het – terecht – niet anders.

Shakespeare in Love van John Madden. Zondag 15 januari, 22.00 uur, RTL8.

15

01 2012

Slideluck Potshow: eten en foto’s kijken

Eten en fotografie, daar draait het om op de Slideluck Potshow, die zaterdagavond zijn tweede Amsterdamse editie beleeft in Pakhuis de Zwijger. Niet om foto’s van eten, maar om foto’s én eten.

Het evenement is komen overwaaien uit Amerika. Twaalf jaar geleden organiseerde fotografieliefhebber Casey Kelbaugh in zijn achtertuin in Seattle de eerste Slideluck Potshow, een diashow gecombineerd met een barbecue (de term is een verhaspeling van ‘slideshow’ en ‘potluck’, een gezamenlijke maaltijd waarbij iedereen iets te eten meeneemt, het liefst zelfgemaakt).

Al snel verhuisde de Slideluck Potshow naar New York en werden er over de hele wereld soortgelijke evenementen georganiseerd – van Mexico City, Bogotá en Rio de Janeiro tot Barcelona, Berlijn en Parijs. En overal gelden dezelfde idealistische basisprincipes: laagdrempeligheid en ‘strengthening the community through food and art’, oftewel het gemeenschapsgevoel versterken door eten en kunst.

Vorige zomer haalden fotografe Corinne de Korver, die tijdens een verblijf in New York enthousiast was geworden, haar vriend en kunstenaar Wouter Kalis en vriendin en fotografe Nadine Maas de Slideluck Potshow naar Amsterdam. Als eerste gastcurator werd Edie Peters gestrikt, die vooral documentaire- en journalistieke fotografie liet zien.

Zaterdagavond gaat het over een andere boeg, met Paul Kooiker als curator. De meermaals bekroonde kunstfotograaf, die naam maakte met prikkelende naaktfoto’s die tegelijkertijd ongemakkelijk én nieuwsgierig stemmen, selecteerde werk van plusminus dertig fotografen uit binnen- uit buitenland, voor het grootste deel uit zijn eigen netwerk. Van Liam Tickner en Johannes Schwartz tot Gerald van der Kaap en Friso Keuris.

De nadruk ligt op conceptuele fotografie van jonge, veelbelovende kunstenaars die de randen van de (klassieke) fotografie opzoeken, vaak beelden hergebruiken, en zichzelf nadrukkelijk op de voorgrond stellen. Een deel is, zoals van Kooiker mocht worden verwacht, als ‘ondeugend’ dan wel ‘18+’ te bestempelen.

Zo zijn er smoezelige zwart-witfoto’s te zien die de Amerikaan Scot Sothern maakte rond zijn hoerenbezoek, van vrouwen die hun handelswaren de camera in lijken te willen drukken. Ook koos Kooiker werk van de Rotterdamse Hester Scheurwater, die vooral bekend is door haar expliciete zelfportretten, die aan de lopende band van Facebook worden verwijderd.

Kooiker koos ook werk dat via een wereldwijde oproep op de website is binnengekomen, van de Britse Laura Pannack, de Belg Wim Wauman (stillevens, sommige ook met voedsel!) en van Rick Hekman. Hekman gaf in eigen beheer het fraaie fotoboekje Rick, 28 jaar, vrijgezel uit, met (vakantie)kiekjes waarop de blijmoedige vrijgezel in zijn uppie of met een van zijn talrijke vriendinnen te zien is. Platonische vriendinnen welteverstaan. Als geluidstrack – alle fotografen moeten muziek of een geluidstrack bij hun beelden aanleveren – zette hij de bevindingen van een aantal van de dames achter elkaar: “Hij accepteert je gelijk. Je hoeft je niet eerst te bewijzen. Kijkt niet op je neer of tegen je op. Daarom voel ik me zo veilig bij Rick. Kan ik helemaal mezelf zijn.”

Maar voordat de lichten worden gedimd en de digitale diashow van start gaat, wordt er gegeten. Alle eigengemaakte gerechten die de bezoekers dienen mee te nemen, worden verwerkt in een spectaculair, divers buffet. Mannen maken stamppot, vrouwen bakken taarten, leerde de eerste editie.

Ook staat er, naar Amerikaans voorbeeld, een verloting op het programma. Met prijzen als etentjes, fotografietoebehoren, abonnementen en… een avondje uit met vrijgezel Rick Hekman.

Slideluck Potshow Amsterdam II. Zaterdag 14-1, 19.00 uur, Pakhuis de Zwijger. Kaarten à 5,50 euro zijn verkrijgbaar via www.dezwijger.nl.

NB Rick, 28 jaar, vrijgezel, uitgegeven in een oplage van 100, is (nog) te bestellen op de site van Rick Hekman. Ik heb nummer 48.

14

01 2012