Archive for the ‘Film’Category

“Nu zijn jullie natuurlijk benieuwd hoe het was om met Michael Douglas in bed te liggen”

“Ik heb hem één keer ontmoet toen ik een jaar of twaalf was, tijdens een bezoek aan mijn vader die een huis had in Palm Springs, Californië. Lee, zoals zijn vrienden hem noemden, had een huis aan de overkant van de straat. Zijn auto stopte; een Rolls Royce Convertible. Het was een zonovergoten dag, herinner ik me nog, en er stapte een man uit die met zo veel goud en juwelen was omhangen dat het licht weerkaatste. Hij had een brede lach, zijn haar zat vreemd – nu weet ik waarom. Hij praatte even met mijn vader Kirk, die hem goed kende. Het was een bijzonder figuur, heel charmant en extravagant. Je zou hem de voorvader kunnen noemen van Elton John en Lady Gaga.”

De Amerikaanse filmster Michael Douglas is in Cannes voor de wereldpremière van Behind the Candelabra, Steven Soderberghs verfilming van het gelijknamige boek van Scott Thorson over zijn onstuimige, geheime liefdesrelatie met de legendarische showpianist Liberace.

Het is een treurige geschiedenis; al was het maar omdat Liberace tot hij in 1987 overleed aan de gevolgen van aids is blijven ontkennen dat hij homoseksueel was. De film is veel minder treurig, omdat de ruzies over seks, plastische chirurgie, dieetpillen en coke veel minder indruk maken dan de glitter, glamour en virtuoze optredens achter de gepimpte vleugel, waarop steevast een goudkleurige kandelaar prijkte. “Ik heb gefocust op hun relatie”, vertelde Soderbergh desalniettemin op een persconferentie. “Ik wilde die zo geloofwaardig en intiem mogelijk laten zien.”

Matt Damon vertelde dat hij direct enthousiast was toen hij werd gevraagd voor de rol van Scott Thorson. “Beide rollen zijn fenomenaal geschreven. Ik heb geen moment getwijfeld. En nu zijn jullie natuurlijk benieuwd hoe het was om met Michael Douglas in bed te liggen… Tsja, ik heb nu iets gemeen met Sharon Stone, Glenn Close en Demi Moore; we kunnen gezellig ervaringen met elkaar uitwisselen.”

Douglas werd jaren geleden al eens voor de rol van Liberace gevraagd toen hij met Soderbergh werkte aan het drugsdrama Traffic. “Ik dacht eerst dat hij een grapje maakte; wat had Liberace nou te maken met de drugsbaron die ik speelde?”

Het duurde nog jaren voordat de financiering rond was; geen Hollywoodstudio zag brood in de film omdat het onderwerp ‘way too gay’ was. Toen Soderbergh de film met steun van de betaalzender HBO dan eindelijk kon maken, moesten de opnames worden uitgesteld omdat er keelkanker bij Douglas was geconstateerd.

Pas toen Douglas twee jaar geleden volledig genezen werd verklaard, kon Behind the Candelabra worden gedraaid. “Het was een prachtig cadeau; ik ben iedereen oneindig veel dank verschuldigd dat jullie op mij hebben gewacht”, zei Douglas met een snik in zijn stem. Zijn ogen kleurden rood.

Hoewel het niet zijn insteek was, vindt Soderbergh het prima als Behind the Candelabra wordt opgevat als pleidooi voor het homohuwelijk. “Als mensen het zo opvatten is dat mooi meegenomen. Vijftig jaar geleden kenden we nog geen gelijke rechten voor Afro-Amerikanen in de VS. Ik hoop dat we over vijftig jaar met even veel verbazing terugkijken, en ons afvragen waarom het zo lang geduurd heeft voordat homoseksuelen in alle landen gelijke rechten kregen.”

22

05 2013

Alex in Wonderland

‘Zo’n première heeft een grote mate van onhandigheid. Maar het is onhandigheid met allure. We stonden 20 minuten te vroeg op de rode loper, maar daar maakt niemand zich zorgen om. Ze raken niet in paniek, ook de fotografen niet, terwijl alles zo’n beetje fout ging. Het was alsof de choreograaf geen greep kreeg op zijn dansers. We waren natuurlijk ook met een extreem grote groep. En dan schuifel je met zijn allen naar voren en zie je bovenaan de trap Thierry Frémaux staan zwaaien, de festivaldirecteur. Dat is absurd, alsof je je in een arena bevindt in een Romeins spektakel. Ik heb natuurlijk wel vaker op de rode loper gelopen, maar dit was echt een heel bizar ritueel.’

Zondagavond beleefde Alex van Warmerdams Borgman zijn wereldpremière op het festival van Cannes. De film is er opgenomen in de competitie om de Gouden Palm, met slechts 19 andere titels, van makers als Roman Polanski, Steven Soderbergh, Joel en Ethan Coen en Jim Jarmusch. Het is voor het eerst in 38 jaar dat een Nederlander meedingt naar de Palm; Jos Stelling was in 1975 de laatste met Mariken van Nieumeghen.

Een flink aantal leden van de cast en crew was present in Grand Théâtre Lumière, onder wie de acteurs Jan Bijvoet, Hadewych Minis, Eva van de Wijdeven en Annet Malherbe; producent Marc van Warmerdam en componist Vincent van Warmerdam. Regisseur Thomas Vinterberg was erbij, net als de Nederlandse Palestijn Hany Abu Assad en de cast en crew van zijn nieuwe, eveneens voor Cannes geselecteerde Omar. Er waren hotemetoten van fondsen, omroepen en sales agent Fortissimo en coproductiepartners uit België en Denemarken. Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap was er ook, met in haar kielzog Filmfonds-directeur Doreen Boonekamp en Gerlach Cerfontaine, de voorzitter van de raad van toezicht van het fonds.

‘Welkom bij Borgman, de nieuwe film van Alèks van Waaarmerdaaam’, zei de speaker, die memoreerde dat de Nederlander geen totale onbekende was in Cannes: in 1998 was Kleine Teun geselecteerd voor het onderdeel Un certain regard. Van Warmerdam moest nog even naar het toilet, de laatste mensen namen plaats, en toen ging het licht uit – drie minuten te laat, wat zelden of nooit gebeurt in Cannes. Vervolgens ontrolde een donkere, boosaardige vertelling, waarin een sinistere Catweazle-achtige figuur, nadat hij uit zijn ondergrondse onderkomen is verjaagd, zijn intrek neemt in de enorme villa van een welgestelde familie.

Er werd gelachen om de absurde situaties, er werd gehuiverd bij het grove geweld en er werd gegniffeld om de gevatte dialogen. En na afloop was er een ovationeel applaus. Nog voor de aftiteling goed en wel was afgelopen, gingen de zaallichten weer aan, werd er een camera gericht op Van Warmerdam, Minis en Bijvoet, en verschenen hun gezichten op het enorme scherm.

Van Warmerdam pakte een arm van Hinis en stak die in de hoogte. Daarna moest ook Bijvoet eraan geloven. Er werd gejoeld, het applaus zwol aan. “Goodbye”, zei Van Warmerdam toen. Malherbe zei “thank you” en Minis “merci bien”. Daarna stroomde de zaal leeg, richting het premièrefeest dat een paar honderd meter verderop al lang en breed was begonnen in een strandpaviljoen. Thierry Frémaux was er ook. ‘Hij is zeer vereerd met mijn aanwezigheid hier. Dat zegt hij waarschijnlijk tegen iedere regisseur, hoewel… ik neem toch aan dat die man geen kletspraat uitkraamt’, vertelde de 60-jarige Van Warmerdam tegen het einde van de avond. ‘Mensen denken altijd dat er dan van alles door je heen gaat op zo’n moment, maar Kees Verkerk wist ook pas veertig jaar later wat hem precies was overkomen. Dat dringt pas later tot je door.’

Eerder op de dag was Borgman in dezelfde zaal al vertoond aan 2300 journalisten van over de hele wereld. Direct daarna stonden de eerste mini-recensies al op twitter. Ze waren opvallend lovend. ‘Insidious, nastily funny Dutch thriller Borgman is one of my favourite films at Cannes so far’, schreef Guy Lodge van het invloedrijke Amerikaanse vakblad Variety. ‘Borgman was first film at #Cannes2013 to WOW me. One of best & darkest black comedies I’ve ever seen. Elaborately sinister & outrageous’ schreef een journalist. ‘Borgman is a macabre Dutch home invasion comedy; a bit like Funny Games, but actually funny’ wist een ander.

‘Dutch comp movie Borgman played like a comedic Funny Games. Absurd, surreal and – extended run time aside – delicious’ meldde het Britse blad Total Film in 144 tekens. Nick James, hoofdredacteur van het filmblad Sight & Sound schreef: ‘Borgman is a sharp and devious home invasion satire that only loses momentum towards the end’. Als er al kritiek was, was dat het: naar het einde toe wordt Borgman iets minder strak en onontkoombaar.

Na afloop van de persvoorstelling was er een photo call, een interview voor de website van het festival en een goed bezochte persconferentie. Vlak voor aanvang werd het bordje met de naam van Annet Malherbe van de tafel verwijderd; alleen de hoofdrolspelers mogen in Cannes achter de tafel plaatsnemen.

Van Warmerdam was op dreef. Op zijn geheel eigen wijze beantwoordde hij alle vragen. Soms kortaf, altijd uitgesproken, soms met wat Nederlands ertussendoor. ‘In a certain sense I am a bit disappointed about how nasty this film, uh, hoe zeg je dat, is geworden? has become, yes.’ Na afloop was Van Warmerdam tevreden. ‘Het was goed. Het was levendig.’

Na afloop stonden er voor de deuren van het festivalpaleis frisse jongens en meisjes, die in smoking of avondjurk op zoek waren naar kaartjes voor de Borgman-première. Een Franse jongen had de filmtitel verkeerd gespeld: Bogman stond er op het A4-tje dat hij voor zijn borst hield. Toen het hem werd verteld, zette hij de r gewoon boven de o en de r. Hij wilde trouwens ook best een kaartje voor de nieuwe film van de gebroeders Coen, Inside Llewyn Davis.

Na een snelle lunch begonnen de gebroeders Van Warmerdam aan hun mediatour, in goede banen geleid door vertegenwoordigers van de Nederlandse distributeur Cinéart (die Borgman eind augustus in de Nederlandse bioscopen uitbrengt) en het grote Britse publiciteitsbureau DDA. Met de Côte d’Azur op de achtergrond stonden ze Ron Linker te woord, de correspondent van het NOS-journaal die vanuit Parijs naar Nice was gevlogen. Ondertussen maakte de cameraman van het VRT-journaal een shot van de enorme Borgman-banier, op de gevel van een winkeltje aan de Croisette.

Toen de NOS klaar was, liep een man van middelbare leeftijd op een van de publiciteitsmedewerkers af. ‘Wie is dat? Wat gebeurt hier?’, wilde hij weten. Nadat hem was uitgelegd dat het om een filmregisseur ging, schoof hij zijn dochtertjes naar voren: ze wilden graag een handtekening. Dat kon. Even later, Van Warmerdam was alweer vertrokken voor een afspraak met de Franse distributeur, wilde de man graag weten van wie de handtekening precies is. Toen hij Borgman in het programma had teruggevonden, en hem was verteld dat de film kans maakt op de Gouden Palm, lachte hij tevreden. Ze waren niet voor niets met de hele familie vanuit Antibes naar het festival gekomen…

Maandag was het vervolg van het mediacircus. ’s Ochtend stonden er interviews met de Nederlandse journalisten op het programma, ’s middags met de internationale pers. De interesse voor de junkets was groot, volgens de DDA-publiciteitsmedewerker: ‘I think the film deserves it, I really liked it’.

Er heerste tevredenheid over de recensies in de vakbladen, die grote invloed hebben op de internationale verkoop. Niet alleen Variety is positief, ook The Hollywood Reporter (‘an original work that should find an international niche’) en Screen International (‘elegantly intriguing and often outrageously funny’) hebben goede woorden over voor Borgman. Alex van Warmerdam: ‘Misschien helpt het als ik een Amerikaanse acteur in mijn film wil. Ik weet daar weinig van, maar ik heb wel gehoord dat als een dure Amerikaanse acteur meewerkt aan een off-beat underground-film, hij dat vaak voor weinig geld wil doen. Misschien moet ik eens met Christopher Walken bellen.’

Dinsdag aan het eind van de middag vliegt Alex van Warmerdam terug naar Noord-Spanje, waar hij werkt aan een nieuw scenario. Broer Marc vliegt ’s avonds weer naar Amsterdam. Over de kans dat hij zondag weer terug moet komen voor de prijsuitreiking, is Alex van Warmerdam terughoudend. ‘Ik beleef alles hier vanuit mijn eigen perspectief. Maar vandaag is er misschien weer een andere regisseur met een prachtige film die bejubeld wordt. Misschien komen er nog wel vijf meesterwerken, we zijn pas op de helft.’

Marc is uitgesprokener: ‘Lang voor aanvang van Cannes heb ik gezegd dat alleen de Gouden Palm-competitie telde. Nu we dit eenmaal hebben bereikt, moet je niet kinderachtig gaan zitten doen dat je geen prijs gaat winnen. Ik vind het zonder prijs ook geweldig, maar ik denk dat we een serieuze kans maken. In het begin dacht ik: er zijn 20 films, dus we hebben 5 procent kans. Inmiddels – niet op basis van wat ik heb gezien, maar van wat ik lees en heb gehoord – zijn er zeker al een paar afgevallen. De kans is nu misschien al wel 10 procent. En er zijn meerdere prijzen, die ze niet allemaal aan dezelfde film mogen geven. Onze kansen worden eigenlijk steeds groter, als ik er zo over nadenk.’

21

05 2013

“Mijn film is hier bijzonder goed op zijn plek”

“Het is altijd een eer én een feest om naar Cannes te komen. Maar deze film is hier volgens mij bijzonder goed op zijn plek.”

Sofia Coppola is terug in Cannes, waar alles draait om zien en gezien worden, waar dagelijks reuring ontstaat rond peperdure winkels als Miu Miu, Louboutins, Dior en Prada, omdat er binnen een ster zou zijn gesignaleerd. In 1999 was haar debuut The Virgin Suicides in Cannes te zien, in 2006 draaide haar Marie-Antoinette in competitie, gisteren presenteerde ze The Bling Ring, een vermakelijke zedenschets over vijf door glamour en roem geobsedeerde tieners uit Hollywood.

Als zij op internet ontdekken dat Paris Hilton in Vegas aan het feesten is, achterhalen ze met een enkele muisklik haar adres. Ze vinden haar huissleutel onder de deurmat, gaan haar kast van een huis binnen, en stelen merkkleding, schoenen, sierraden en andere persoonlijke bezittingen. Tijdens een van hun vele bezoeken willen ze zelfs haar chihuahua meenemen. Andere slachtoffers van de bling-bende waren Lindsay Lohan, Megan Fox, Rachel Bilson, Audrina Patridge en Orlando Bloom. De totale buit bedroeg meer dan 3 miljoen dollar.

De film is gebaseerd op ware gebeurtenissen, door Vanity Fair-redacteur Nancy Jo Sales beschreven in een artikel getiteld The Suspects Wore Louboutins. “Ik kende de zaak wel uit het nieuws, maar toen ik in het vliegtuig dat stuk las, was ik direct verkocht. We hebben de rechten geregeld, ik heb de schrijfster gesproken, haar research-tapes beluisterd, noem maar op, en nu zijn we hier.”

Coppola is een jaar bezig geweest de juiste acteurs te vinden voor de hoofdrollen. De jonge hoofdrolspelers bereidden zich vervolgens voor door het kijken naar Keeping up with the Kardashians en andere reality soaps. Emma Watson, die furore maakte in de Harry Potter-films vertelde hoe ze Israel Broussard, die de enige jongen in de bling-bende speelt, hebben geholpen met de uitspraak van alle modemerken. “Israel dacht dat het Dwáár was in plaats van Dior.”

Coppola grootste angst was dat haar film cartoonesk of ongeloofwaardig zou worden. “Sommige dingen waren ook zo bizar. Geen van de celebrities had een normaal werkend alarmsysteem. De kinderen braken in zonder handschoenen of maskers. Het bewijs zetten ze op Facebook, zonder ook maar één moment over de consequenties na te denken. Het ging ze ook niet om de kraak; in de huizen van de sterren konden ze een paar uur doen alsof ze zelf sterren waren. Soms gingen ze alleen maar om een feestje te vieren.”

Nog voor de film te zien was, heeft een aantal van de echte ‘Bling Ringers’ bezwaar gemaakt tegen de manier waarop ze worden geportretteerd. “Het heeft me niet verrast. Het maakt me ook niks uit. Ik heb geen documentaire gemaakt, het is een speelfilm. Ik heb ook niet voor niets hun namen veranderd. Ze wilden net zo beroemd worden als de sterren bij wie ze hebben ingebroken, ik wilde voorkomen dat mijn film daaraan zou bijdragen.”

Paris Hilton is even te zien in de film, ze stelde ook haar onvoorstelbare huis beschikbaar voor de opnamen. Aan de muren hangen ontelbare portretten en tijdschriftcovers met haar beeltenis. Op de zijden bank in de nachtclubkamer (met paaldanspaal) liggen kussens met haar portret. “Die kussens zijn gemaakt door een vriend. Ze heeft wel gevoel voor humor, anders had ze natuurlijk ook niet meegewerkt. De rondleiding door haar huis was een hoogtepunt, ik heb echt nog nooit zoiets gezien. Ze heeft ons trouwens niks in rekening gebracht.”

17

05 2013

Actie! – Tweede Doodweg 15, 2114 AP Vogelenzang. 14 september 2012, 20.47 uur

“Ik ben op mijn best als de mise-en-scène de indeling van het huis bepaalt en niet andersom. Draaien in een bestaand huis betekent voor mij een aaneenschakeling van concessies. Een lange gang is te kort, de kamers zijn altijd te klein en vooral ook te laag. Om nog maar te zwijgen van de indeling, die zelden overeenkomt met wat ik in mijn hoofd heb.”

Voor zijn film Borgman heeft Alex van Warmerdam in de bossen rond Bloemendaal een moderne villa laten verreizen. Je zou het niet zeggen, maar het is voor het grootste deel van multiplex. Met een (niet werkend) kookblok en een (echte) vleugel, een houten vloer, behang met Escher-achtige patronen en kunst aan de muur van de schilder Ysbrant. En buitenmuren waarop ‘de tijd is aangebracht’ in de vorm van roest, mos, vlekjes en lekwater.

In de villa woont een welgesteld Westers gezin, bestaand uit een hardwerkende vader, een schilderende moeder en drie kindertjes, samen met een Deense au-pair. “Alles is nep,” zegt Van Warmerdam terwijl ‘de set’ in gereedheid wordt gebracht voor opnames. “Er is geen wc in het huis en er is geen stromend water.”

Ook de oprijlaan met bocht is speciaal aangelegd, net als de vijver en de tuin, die in de film ingrijpende veranderingen ondergaan. Er staat een gastenverblijfje, een tuinhuis en een carport, een productiekantoor en een speciale tent waar de kinderen zich kunnen vermaken als er geen opnamen zijn.

Voor Abel en De Noorderlingen liet Van Warmerdam ook alle sets al bouwen in de studio, voor Kleine Teun liet hij een boerderij neerzetten, voor De laatste dagen van Emma Blank een huis. “Film is bouwen voor mij, dan heb je de illusie onder controle. Het is zoveel efficiënter, maar in Nederland gebeurt het zelden, omdat er natuurlijk een prijskaartje aan hangt. Maar wat dacht je van Ben Hur? Of van Hitchcock, die liet ook veel bouwen. Of Kubrick? Die filmt heel Vietnam in een buitenwijk van Londen.”

In de woonkamer wordt de flatscreen aangezet door 1st AD Willem Quarles van Ufford. Popeye verschijnt in beeld. “Ha, dat is leuk”, zegt Van Warmerdam. “Maar is het de goeie scène?” Cameraman Tom Erisman moet van de leren bak af, zodat de drie kinderen des huizes en het Deense kindermeisje voor de televisie kunnen plaatsnemen. “Moet je lachen?” vraagt Van Warmerdam aan een van de kinderen. ‘Nu mag je nog lachen, straks niet meer hoor.”

Hoofdrolspeelster Hadewych Minis – badjas, rubber laarzen – krijgt een glas wijn in handen gedrukt. “Willem, welke scène doen we eerst?” vraagt ze. “Je komt van buiten”, legt Van Warmerdam uit. “Maar waar laat ik mijn wijn dan als ik de deur dicht moet schuiven?” wil Minis weten. Van Warmerdam plaats de kinderen in de juiste positie op de bank en zegt: “Laten we het een keer grof doen, dan hebben we een idee”.

Zo geschiedt. “Stine, will you bring the children to bed?”, bitst Minis tegen het Deense kindermeisje (Borgman is een coproductie met Denemarken en België). “Yes, madam”, antwoordt de Deense actrice Sara Hjort Ditlevsen. “Maar we hebben onze ijsjes nog niet op”, protesteren de kinderen. Het helpt niet, achter elkaar marcheren ze de kamer uit. Als de Daltons. Buiten staat een windmachine te loeien. Van Warmerdam – handen in zijn zakken – kijkt stuurs naar de monitor.

“Jullie hebben het goed voor elkaar, hè”, zegt hij tussen de repetities tegen de kinderen die tevreden aan hun ijsjes likken. Dan, tegen niemand in het bijzonder: “De wind mag trouwens wel een tandje harder.” “Wie regelt de wind?”, vraagt Quarles van Ufford in zijn portofoon. Buiten het zicht wordt aan de knoppen gedraaid; met het nodige kabaal waait iets omver.

Even later is de rust in de tuin wedergekeerd. En wordt de scène razendsnel opgenomen – met Minis in een crèmekleurig jurkje en op rode hakken in plaats van een badjas en rubber laarzen, de juiste scène van Popeye op de flatscreen en precies de goeie wind achter de halfgesloten jaloezieën.

Borgman | Nederland, 2013 | Productie Graniet Film | Producent Marc van Warmerdam | Scenario en regie Alex van Warmerdam | Camera Tom Erisman | Montage Job ter Burg | Production design Geert Paredis | Muziek Vincent van Warmerdam | Sound design Peter Warnier | Kostuumontwerp Stine Gudmundsen-Holmgreen | Make-up Marike Willard-Hoogveld | Casting Annet Malherbe | Met Jan Bijvoet, Hadewych Minis, Jeroen Perceval, Sara Hjort Ditlevsen, Eva van de Wijdeven, Annet Malherbe, Tom Dewispelaere, Alex van Warmerdam | Kleur, ± 110 minuten | Distributie Cinéart | Te zien vanaf 29 augustus 2013 | Foto Bob Bronshoff

07

05 2013

Van het gijzelingsdrama tot de zwembadaffaire, alles komt voorbij

‘Ome’ Cor Coster ijsbeert door de open keuken van de Spaanse villa van Johan Cruijff en diens vrouw Danny. “Je zal de BV Cruijff failliet moeten laten verklaren,” zegt hij, “maar dan zitten jullie zelf nog steeds tot over je oren in de schuld.” “Hoe kom je daar weer vanaf?”, wil Cruijff weten. Coster schuift een VHS-band met opnamen van de Los Angeles Aztecs in zijn richting, en zegt dan: “Door te doen waar je goed in bent.”

Op een regenachtige middag worden er in een villa in Bentveld, een lommerrijk dorp onder de rook van Zandvoort en Bloemendaal, opnamen gemaakt voor JC, een vierdelige VPRO-serie over Johan Cruijff.

De hoofdrol wordt gespeeld Reinout Scholten van Aschat, die vorig jaar een Gouden Kalf won voor zijn vertolking van een naar Willem Holleeder gemodelleerde crimineel in De Heineken Ontvoering. Hoewel Scholten van Aschat een centimeter of twintig kleiner is dan Cruijff, is de gelijkenis treffend – mede dankzij de formidabele grime- en kledingafdelingen.

“Ik ben blij dat ervoor gekozen is om me niet voetballend in beeld te brengen,” zegt Scholten van Aschat, “want dan begeef je je natuurlijk op gevaarlijk terrein. Er worden archiefbeelden gebruikt, waar close-ups van mij tussen worden gezet. Ook het accent was lastig. Als je Amsterdams gaat praten, wordt het al snel een soort Jordanees. Maar het Betondorps van Cruijff klinkt heel anders; dat is een soort boeventaal. Tekketekketekke.”

Regisseur Pim van Hoeve, eerder verantwoordelijk voor series als Van Gogh; een huis voor Vincent, Bernard, schavuit van Oranje en Beatrix, Oranje onder vuur, vult aan: “Er zijn zoveel beelden van hem, en er is zoveel over Cruijff bekend dat je moet oppassen dat je niet verdwaalt in het enorme aanbod.”

JC overspant vijftig jaar; de serie combineert de hoogte- en dieptepunten uit Cruijffs carrière met zijn persoonlijke leven. “Van zijn vaderloze jeugd in Betondorp tot zijn ontslag als trainer van Barcelona, van het gijzelingsdrama tot de zwembadaffaire, alles komt voorbij,” aldus Van Hoeve.

Achter het keukenraam zijn twee enorme palmen geplaatst; een felle lamp fungeert als de Spaanse zon. Scholten van Aschat – spijkerbroek, grijs jasje – is weer aan de glazen tafel gaan zitten. Naast hem wordt de make-up bijgewerkt van Bracha van Doesburgh (stijlvol crèmekleurig jurkje, hoge bruine laarzen), die zijn ega Danny speelt. Als de cameraman heeft bepaald waar Maarten Wansink – beige pak, gebruind gezicht – precies moet ijsberen, kunnen de opnamen worden vervolgd.

Het is 1978. Nadat Cruijff is gestopt met voetbal is hij met Michel Basilevitsj in zaken gegaan. Dat is uitgelopen op een fiasco; Basilevitsj heeft een vermogen weggesluisd en Cruijff achtergelaten met een schuld van zes miljoen gulden.

“Moet ik niet roken?” vraagt Scholten van Aschat. Uit een goed gevulde trommel wordt snel een pakje Roxy gevist. Scholten van Aschat steekt er een op, en leunt bedachtzaam achterover. De gelijkenis met Cruijff is treffend, en niet alleen door zijn spitse gezicht. “Je vindt het vooral vervelend voor haar,” instrueert Van Hoeve zijn hoofdrolspeler. En tegen Van Doesburgh: “Jij reageert vanuit een soort basis-chagrijn.” Buiten is het nog wat harder gaan regenen.

“Er is wel het een en ander bekend over hun onderlinge relatie,” expliceert Van Hoeve nadat de scène naar tevredenheid is opgenomen. “Maar het blijft natuurlijk gissen wat zich precies in de huiskamer heeft afgespeeld. We maken geen heilige van Cruijff, maar sparen hem ook niet. Ik heb me laten leiden door zijn humor, onnavolgbaarheid en tegendraadsheid. Maar die eigenschappen hebben ook een schaduwzijde. Vrij naar Cruijff: ieder voordeel heb zijn nadeel. Als dat goed uit de verf komt, doen we hem het meeste recht.”

De vierdelige serie JC wordt in het voorjaar van 2014 uitgezonden door de VPRO. Foto’s Bob Bronshoff.

02

05 2013

“Ik ben de trait-d’union”

Met de vertoning van Soldaat van Oranje en Het Grootste van het Grootste brengt EYE op 3 mei een hommage aan producent Rob Houwer. Voorafgaand aan Soldaat van Oranje, om ca. 20.30 uur, wordt Houwer geïnterviewd door Martin Koolhoven. Samen met Ronald Ockhuysen sprak ik Houwer een aantal jaar geleden, bij de voltooiing van ‘De Rob Houwer Film Collectie’. Houwer nam destijds bepaald geen blad voor de mond.

Een prijs voor een flop. Zo noemt Rob Houwer de Gouden Film, de prijs van het Filmfonds en het Nederlands Film Festival die wordt uitgereikt wanneer 100 duizend bezoekers naar een Nederlandse film zijn geweest. ‘Dat is echt helemaal niks. Een mislukking. Pas vanaf zo’n 350 duizend verkochte bioscoopkaartjes begint het voor de producent ergens op te lijken. Het is onbegrijpelijk dat de media over die prijs berichten. Waarom slikt iedereen deze ongein voor zoete koek?’

Bij binnenkomst had hij het al gezegd: hij heeft niet meer zo’n zin in de Nederlandse filmwereld. En daarmee bedoelt hij niet het productievak, maar het rumoer erom heen. ‘Ik bevind me in een teruggetrokken positie. Ik houd niet van de show. De mooiste film, daar gaat het om. En niet om mijn eigen ego.’ Houwer heeft weinig collega’s in Nederland voor wie hij professioneel waardering kan opbrengen. Eigenlijk kan hij er nauwelijks een noemen. ‘Het is zaak hard te werken en verder niet al te hoog van de toren te blazen, vind ik. Hier is de praktijk andersom.’

Aanleiding voor het gesprek is de verschijning van ‘De Rob Houwer Film Collectie’, een dvdbox met veertien speelfilms die hij produceerde. Het is, vindt Houwer, niet vreemd dat films als Turks fruit (Paul Verhoeven, 1973), Soldaat van Oranje (Paul Verhoeven, 1977) en Als je begrijpt wat ik bedoel (artistieke supervisie: Rob Houwer & Marten Toonder, 1983) onder de naam van de producent op dvd verschijnen. ‘Ik ben van al die films de trait-d’union. Dan moet je dat ook zo doen.’

Hij heeft er geen seconde over gedacht De gulle minnaar (Mady Saks, 1990) en De zeemeerman uit de verzameling weg te laten. ‘Ik blijf altijd eindverantwoordelijk. Ook als ik een enkele keer een regisseur op een project zette die een miskleun was.’ Hoe dergelijke fouten gebeuren? ‘Ik had van Mady Saks Iris gezien, en dacht: die past bij De gulle minnaar. Ik wist toen niet dat cameraman Frans Bromet Iris eigenlijk had gemaakt.’ Een verkeerde inschatting. ‘Mady heeft tijdens het draaien van De gulle minnaar haar volgende huwelijk voorbereid. Kun je nagaan met wat voor instelling ze op de set heeft gestaan. En Herrebout bleek bij nader inzien een bluffende kwebbelaar. Hij kreeg zojuist voor zijn tweede speelfilm de prijs voor de slechtste regie en de slechtste Nederlandse film [Joy-Ride, 2005] en haalde die nog trots zelf op ook, de ijdele ezel’.

Hoewel de dvd-serie zijn naam draagt, wil Houwer van chique kwalificaties niets weten. ‘Persoonlijke geschiedschrijving? Zo zie ik dat niet. Het is een moment om het verleden vast te zetten. Meer niet. Ik ben niet zo’n terugkijker.’ Hij is door het Nederlands Film Festival wel eens benaderd om Gast van het Jaar te zijn. ‘Gast, of een cultuurprijs. Ik denk dan aan Bert Haanstra of Johan van der Keuken. Niet aan iemand die nog leeft.’

Met Paul Verhoeven, met wie hij vijf producties van de grond tilde die nu als ijkpunten binnen de Nedelandse film gelden, vormt Houwer nog altijd een ‘een congeniaal paar’, ondanks Verhoevens gewoonte de budgetten ‘soms halverwege al helemaal te hebben opgesoupeerd’. Aanvankelijk zou Houwer ook Verhoevens nieuwe film Zwartboek produceren. De samenwerking ketste af toen Houwer aangaf dat hij drie jaar nodig had om de financiering rond te krijgen. ‘Dat was op dat moment nog 12 miljoen. Paul had weinig geduld. Ik zei: ”dan moet je hiermee maar naar een ander”.’

Tijdens de topjaren, tussen 1971 en 1983, waren de films van Houwer en Verhoeven nationale gebeurtenissen waarop miljoenen mensen af kwamen. ‘Van dat succes is niets over. We zitten in Nederland tussen het servet en het tafellaken. De Denen, die altijd als voorbeeld worden genoemd van hoe het wél moet, kunnen niets anders dan samenwerken. Die vormen een kleine, homogene samenleving. Wij zijn net iets groter, ontberen daardoor de saamhorigheid. Erger: we concurreren elkaar de tent uit.’

Hij heeft nooit de ambitie gehad net als Verhoeven naar Amerika te gaan. Dat komt vooral doordat hij altijd in Duitsland werk heeft gehad, al vanaf het begin van zijn loopbaan eind jaren vijftig toen hij aan de Filmacademie in München studeerde. Eerst als regisseur, en daarna als producent; Houwer maakte in Duitsland al zo’n 120 producties, waarvan vijftien speelfilms ‘die hier nauwelijks iemand kent ofschoon er vette prijswinnaars tussen zitten’.

Duitsland is meer dan genoeg, internationaal gezien. ‘Door de jaren heen is mijn naam in Nederland en Duitsland de mensen iets gaan zeggen. Het is een soort trademark. Dan is het niet aantrekkelijk om in Los Angeles weer bij nul te beginnen. Ik zou ook echt gestoord raken van het intercontinentale heen en weer vliegen.’

Houwer is doordrenkt van cinefilie, zegt hij. Die passie dwingt hem te blijven streven naar de ultieme film. ‘Het kan altijd beter. Een goede film. Een goed script. Dat is zo moeilijk. Vooral het script. Dat is de pijler. Een slechte regisseur kan een goed script verknoeien, maar van een slecht script is geen goede film te maken.’

Zijn imago is niet bepaald dat van een benaderbare, vriendelijke man – om het zacht uit te drukken. Aan Houwer kleven verhalen over knalharde contracten, en dictatoriaal gezag op de set. Zo zou hij van zijn acteurs eisen dat ze 24 uur per dag oproepbaar zijn.

Onzin, oordeelt hij. ‘Ik ben niemand ook maar een cent schuldig.’ Wel is hij ‘zakelijk nogal precies ingesteld’, en daar hebben Nederlanders het moeilijk mee. Houwer wil dat ook acteurs zich aan de letter van het contract houden. Net zoals hij dat zelf doet. Dat is niet te veel gevraagd, toch? ‘Tegenwoordig zijn acteurs niet meer zoals vroeger. Ze kunnen lezen, hebben advocaten, managers. Achteraf zeuren vind ik volstrekte flauwekul.’

Zijn reputatie van Einzelgänger is niet iets waar hij zich druk om maakt, al noemt hij zichzelf liever ‘professioneel’. ‘Dan horen dit soort verhalen er blijkbaar bij. Dat moet dan maar. Ik ben geen voorstander van gezelligheid op de set. Een goede film maak je niet met kletspraat.’

En de kapitalen die hij met films vergaarde? Ook overdreven? ‘Ik heb een zakelijke rust gecreëerd met de verkoop van FilmNet Abonnee-TV, de eerste commerciële omroep in Nederland, die heb ik bedacht en groot gemaakt. Dat kwam me op de jaloezie van de meeste collega-filmproducenten te staan. Sindsdien worden er kwaadaardige roddels in de branche over me verspreid. Maar het raakt me niet en armer ben ik er niet van geworden.’ En ja: hij rijdt in een Jaguar, inderdaad. ‘Die is tien jaar oud, en net opnieuw gespoten. Dus hij kan nog wel tien jaar mee.’ Wat pas echt iets is om opgewonden over te raken, vindt Houwer, zijn producenten die hun contracten niet nakomen en hun mensen niet betalen en die intussen zelf wel een dik inkomen uit een film halen. ‘Dát zou bij mij nooit gebeuren.’

28

04 2013

Ontroerend kleinood over eenzaamheid en (onvervulde) verlangens

“Wat zie je?” vraagt de stokoude vader aan zijn zoon Helmer, nadat die hem op zolder op een oud matras zonder overtrek heeft gelegd. Helmer kijkt uit het zolderraam naar buiten, in de boom op het erf zit een kraai. “Niks”, antwoordt hij kortaf.

Vader verbijdt zijn tijd door naar het zolderplafond te staren. Zonder hulp van zijn zoon kan hij niets; niet naar het toilet, niet douchen, niet eten, niet opstaan. En zoon Helmer negeert hem grote delen van de dag. Vaders plek beneden wordt ingenomen door een jonge boerenknecht. Het huis, waaraan in geen honderd jaar iets veranderd lijkt, krijgt een opknapbeurt.

Boven is het stil – naar de bestseller van Gerbrand Bakker – is na Iles flottantes, Guernsey en Brownian Movement de vierde speelfilm van Nanouk Leopold. Het is een flinke stap, en niet alleen omdat de hoofdrol nu eens niet door een vrouw maar door vier fantastische mannen wordt gespeeld. Het is een veel minder strenge film; het camerawerk is uit de losse pols, de scènes zijn korter, de montage is minder hoekig. En er is (piano)muziek, de toon is sowieso veel lichter.

Leopold zette het boek naar haar hand, en legt prachtige accenten. Jeroen Willems is geweldig en ook Martijn Lakemeier, Henri Garcin en Wim Opbrouck – hij vooral – overtuigen. Het maakt Boven is het stil tot een ontroerend kleinood over vaders en zonen; over bloedbanden en afhankelijk; over eenzaamheid en (onvervulde) verlangens; over een verdwijnende manier van leven; en over de dood en het leven voor de dood, dat je moet durven leven voordat jij aan de beurt bent.

Boven is het stil van Nanouk Leopold draait nu in de bioscopen.

23

04 2013

Op zoek naar houvast

Veertien jaar was Marie Antoinette, de dochter van de Oostenrijkse keizerin Maria Teresa, toen zij op 14 mei 1770 voor het eerst haar echtgenoot Louis Auguste ontmoette, de 15-jarige erfprins van Frankrijk. Volgens de verhalen voldeed Marie Antoinette aan de verwachtingen van de Franse koninklijke familie. Alleen haar boezem was minder vol dan Koning Louis XV, de grootvader van Louis Auguste, had gehoopt – borsten waren het eerste waar hij altijd naar keek.

Door de plotse dood van zijn vader kwam Louis XVI al snel op de troon terecht en mocht Marie Antoinette zich koningin van Frankrijk noemen; haar spilzucht zou volgens vele geschiedschrijvers vervolgens de val van het Franse koningshuis hebben ingeluid. Terwijl het volk zwoegde om de belastingen op te brengen, zou zij een diamanten collier van een miljoen hebben gekocht voor haar lievelingsgeitje. ‘Heeft het volk geen brood? Dan eten ze toch cake’, zijn de beruchtste woorden die haar worden toegeschreven.

Sofia Coppola’s Marie Antoinette is de zoveelste in een lange reeks Marie Antoinette-films – met en zonder streepje, voor de bioscoop en voor televisie, van heel los tot uiterst secuur. Van Irma Achtens Marie Antoinette is niet dood (1995) met Antje de Boeck in de hoofdrol tot Marie-Antoinette, reine d’un seul amour (1989) met Emmanuelle Béart als Marie-Antoinette.

Coppola maakte geen politieke film; zij is voor alles geïnteresseerd in de figuur van Marie Antoinette. In haar emoties en in haar privé-wereld. In achterklap en gegiechel. In een wereld van hypocrisie en glamour.

Als uitgangspunt diende de omstreden biografie Marie Antoinette: a Journey van Antonia Fraser, waarin Marie, anders dan in de meeste andere boeken over haar leven, de slachtofferrol krijgt toebedeeld. Coppola permitteert zich alle vrijheid: haar Marie Antoinette zit boordevol anachronismen. Er wordt een enkele keer op het klavecimbel gespeeld, maar verder klinkt op de soundtrack vooral jaren tachtig muziek (The Cure, Bow Wow Wow, Siouxsie and the Banshees, New Order, Adam and the Ants) en techno (Aphex Twin, Air). De felroze begintitels zijn geïnspireerd op de elpeehoes van Never mind the bollocks van The Sex Pistols.

Marie Antoinette mag in de vorm doen denken aan Baz Luhrmanns Romeo + Juliet, hij sluit ook naadloos aan in het kleine, fijne oeuvre van Sofia Coppola. Net als in The Virgin Suicides (1999) en in Lost in Translation (2003) draait het in Marie Antoinette om een jonge vrouw op zoek naar houvast in het leven.

Marie Antoinette is een meisje dat bittere tranen huilt omdat ze haar mopshond niet mag meenemen naar het Franse hof, dat een vlek maakt als ze de huwelijksakte ondertekent, en dat maar niet kan wennen aan de etiquette en de verveling die het leven aan het hof kenmerken. ‘Dit is belachelijk’, zegt ze nadat haar weer nieuwe regels zijn uitgelegd. ‘Dit is Versailles’, luidt het afgemeten antwoord van gravin de Noailles.

Marie Antoinette is speels, lief en aanhankelijk. Van politiek heeft ze geen idee, laat staan van diplomatie en intriges. Als haar raadsman haar rapport uitbrengt over de inval in Polen, vraagt zij of hij haar mouw met of zonder ruches leuker vindt. Haar man ziet haar niet staan; de passies van de koning zijn de jacht en sloten – in alle vormen en maten.

Kirsten Dunst, die eerder de hoofdrol speelde in The Virgin Suicides, is perfect gecast als de prinses die langzaam van een naïef meisje in een plichtbewuste moeder verandert. Jason Schwartzman is leuk als de onverschillige, kinderlijke koning. Maar de grootste troeven van Marie Antoinette, deels opgenomen in het Paleis van Versailles, zijn het camerawerk en de art direction. De pruiken en kapsels. De jurken en décolletés. De tafels vol feestmalen. De bonbons en de taartjes. De stapels champagneglazen en de pioenen, rozen, ranonkels of reukerwten (afkomstig van de veiling in Aalsmeer). Marie Antoinette is een feest voor het oog.

Marie Antoinette van Sofia Coppola. woensdag 24/4, 20.30 uur, RTL8.

23

04 2013

‘Twee goede vrouwenrollen in één film is een zeldzaamheid’

Natalie Portman en Scarlett Johansson, twee van de talentvolste actrices van hun generatie, spelen de hoofdrollen in de periodefilm The Other Boleyn Girl, het regiedebuut van de Britse regisseur Justin Chadwick naar de bestseller van Philippa Gregory.

Portman is de niets ontziende Anne Boleyn, Johansson haar introvertere zusje Mary. Beiden worden door hun vader misbruikt om de positie van de familie te waarborgen. Eerst dient Mary het aan te leggen met de fameuze Engelse koning Hendrik de Achtste. Als diens aandacht verslapt, wordt Anne naar voren geschoven.

Natalie Portman, begin 2008 op het festival van Berlijn: ‘Toen ik het script kreeg opgestuurd, had ik de keuze tussen de rol van Anne Boleyn en die van Mary. Het was voor mij direct duidelijk, want een rol als Anne had ik niet eerder gespeeld. Vrouwelijke personages die zo slim en ambitieus zijn, daar zijn er niet veel van. Anne is proactief. Ze reageert niet op de mannen in haar leven, maar maakt al haar keuzes zelf. Dat maakte haar heel aantrekkelijk om te spelen.’

Scarlett Johansson: ‘Ik wist al dat Natalie meedeed, dat gaf de doorslag voor mij. Ik ben al zo lang fan van haar. Natalie heeft zoveel ongelooflijke rollen gespeeld. Om met haar in een film te spelen, is heel inspirerend.’

Portman (Jeruzalem, 1981) speelde op haar twaalfde haar eerste hoofdrol als het vroegrijpe buurmeisje van huurmoordenaar Jean Reno in Luc Bessons Léon (1994). Ze speelde een presidentsdochter in Tim Burtons sciencefictionparodie Mars Attacks! (1996), in George Lucas’ Star Wars-prequel is ze koningin Padmé Amidala, en in Closer van Mike Nichols is ze een stripper annex paaldanseres die nog oprecht in de liefde gelooft.

Portman: ‘Goede vrouwenrollen zijn schaars. Twee goede vrouwenrollen in één film, dat is helemaal een zeldzaamheid. Het was een enorme kans met Scarlett samen te spelen.’

Scarlett Johansson (New York, 1984) brak in 1998 door met The Horse Whisperer, van en met Robert Redford. Ze vond houvast bij een uitgerangeerde acteur in een hotel in Tokyo in Sofia Coppola’s Lost in Translation (2003), en in Peter Webbers Girl with a Pearl Earring overtuigde ze als Griet, de bediende van Johannes Vermeer, die volgens de gelijknamige roman van Tracy Chevalier model stond voor Het meisje met de parel.

In de roman The Other Boleyn Girl, in het Nederlands verschenen als De zusjes Boleyn, vermengt Philippa Gregory net als Chevalier historische feiten met fictie. Dat kan ook moeilijk anders: Mary wordt wel genoemd in de talrijke biografieën over haar beroemde zus, maar veel is er over haar niet bekend.

Johansson: ‘Ja, we weten dat ze tenminste een, maar misschien wel twee kinderen had van Hendrik de Achtste. Het gaf Philippa de kans om zelf de gecompliceerde relatie tussen de twee zussen te beschrijven.’

Nadat zij het script van Peter Morgan had gelezen, was Johansson meteen geïntrigeerd. ‘Het las als een soap, met gecompliceerde personages die elkaar de meest verschrikkelijke dingen aandoen. En toch blijven het zussen.’

Portman. ‘Ik wist vaaglijk dat Anne Boleyn was onthoofd, maar ik kende haar verhaal niet voordat ik het script kreeg opgestuurd. Natuurlijk is het belangrijk dat de film historisch gezien klopt; ik heb daarom veel gelezen over Anne en de tijd waarin zij leefde. Maar de relatie tussen de zussen is minstens zo belangrijk. Wat dat betreft konden we volledig vertrouwen op de personages uit de roman en het script. Die zijn levensecht.’

Johansson: ‘Mary is geen zwart-wit personage. ‘In het begin van de film is ze ambitieus. Ze is verward en geraakt als ze ontdekt dat haar vader haar als pion gebruikt in een duister machtsspel. Maar ze is ook opgewonden dat ze aandacht en liefde krijgt van de koning. Dat verandert als ze een kind van hem krijgt: dan is het gedaan met haar ambitie en kiest ze voor de liefde.’

Over de vraag of er een les valt te trekken uit de geschiedenis van Anne en Mary Boleyn, verschillen de actrices van mening. Portman vindt van wel: ‘Het is een oeroud verhaal over de gevolgen van ambitie, van een nietsontziende zucht naar macht, ten koste van alles en iedereen. Anne moet boeten voor haar ambities; ze verliest letterlijk haar hoofd. Mary luistert tenslotte naar haar hart. Zij blijft wel trouw aan zichzelf.’ Johansson heeft geen diepe bedoeling met The Other Boleyn Girl. ‘Ik hoop dat mensen het een vermakelijke film zullen vinden. Dat vind ik veel belangrijker.’

The Other Boleyn Girl van Justin Chadwick. Dinsdag 23/4, 20.30 uur, RTL8.

23

04 2013

De wereld van Kid is grauw en grijs

Een klungelig schilderijtje van een huis met bloeiende bomen ervoor. Een gettoblaster met een stapeltje cd’s ernaast. Een eenzaam koffiekopje op het aanrecht. Een speelgoedautootje dat op zijn kant op een houten kastje ligt naast een ordner die uitpuilt van de rekeningen. Met slechts vier trefzeker gekozen beelden wordt nog voor de begintitels de biotoop geschetst van het hoofdpersonage Kid. De beelden blijven seconden lang staan, de camera beweegt niet. Zeurende elektronische muziek versterkt de immens treurige sfeer.

Het subtiele Kid is de derde speelfilm van de jonge Vlaamse arthouse-regisseur Fien Troch, die indruk maakte met haar debuut Een ander zijn geluk (2005) en de even ingetogen opvolger Unspoken (2008). In beide films draaide het ook al om leegte en gemis.

In Kid, dat mede werd ontwikkeld op de Cinemart van het Rotterdams filmfestival, beziet Troch de wereld door de ogen van de 7-jarige Kid, die met zijn broer Billy en moeder op een varkensboerderij in de troosteloze streek de Kempen woont. Vader is er vandoor, met achterlaten van een torenhoge schuld; zijn schuldeisers vallen Kids lethargische moeder dagelijks lastig, niet alleen op de parkeerplaats van de supermarkt maar ook thuis.

De onmachtige moeder, een fraaie rol van Gabriella Carizzo met hoog opgetrokken schouders en een constante frons op haar voorhoofd, steekt haar kop in het zand en doet de deur gewoon niet open. Haar problemen worden er alleen maar groter door, Kid ziet zijn ‘veilige’ wereld steeds verder ontmanteld worden.

Het even onaangepaste als zelfredzame joch met korte blonde haren en trouwe lobbesogen moet het zelf maar zien te rooien. Met een bebrild, onhandig schoolvriendje struint hij rond in de supermarkt, samen met Billy brengt hij bezoekjes aan zijn oom en tante. Nonkel vertelt dan slechte moppen, tante huilt in een handdoek zodat niemand hoort van haar verdriet.

Waar geestverwanten als de gebroeders Dardenne vrijwel geen gebruik maken van muziek, wordt de toon in Kid sterk bepaald door het sound design van de Nederlander Michel Schöpping en de (bekroonde) muziek van Senjan Jansen, die op goed gekozen momenten wordt afgewisseld door al even indringende koorzang.

De cast (vooral amateurs) overtuigt – zonder al te veel woorden, maar met kleine gebaren, blikken of handelingen. De kadrering en de montage zijn zeer precies; de aankleding en de locaties zijn uiterst geloofwaardig. De wereld van Kid is grauw en grijs. Van de immense, verlaten parkeerplaats voor de supermarkt tot het klaslokaal, van de uit baksteen opgetrokken kerk tot het huis van oom en tante, met rolluiken voor de ramen.

Alleen op een plek in het bos achter de boerderij schijnt de zon. Daar, zo vraagt Kid zijn moeder tot drie keer toe op dwingende toon, zullen ze elkaar toch terugzien mochten ze elkaar kwijt raken?

Je blijft hopen, tegen beter weten in.

Kid van Fien Troch draait nu in de bioscopen. Deze recensie is geschreven voor Cinema.nl.

Tags: ,

22

04 2013