Posts Tagged ‘Lex Reitsma’

De stijl van het Stedelijk en de allesbepalende rol van de museumdirecteur

“Heb je het gezien? Het Stedelijk heeft een brief doen uitgaan waarin staat dat Ann Goldstein het hartgrondig oneens is met de manier waarop oud-directeur Rudi Fuchs in mijn documentaire wordt geportretteerd. Terwijl ze De Hartslag van het Stedelijk niet eens heeft gezien.” Regisseur Roel van Dalen kan er met zijn verstand niet bij. “Alsof een directeur van het Stedelijk boven iedere kritiek verheven is. Dat is toch bizar?!”

Al in 2008, Gijs van Tuyl was destijds nog directeur, bedacht Van Dalen het plan voor een documentaire bij de opening van het Stedelijk Museum. Aanvankelijk wilde Van Dalen, die veel geroemde documentaires maakte over uiteenlopende onderwerpen als Ajax, het Concertgebouw Orkest en observatiecentrum De Hondsberg, het hele proces van de verbouwing volgen. Al snel kwam hij uit op de allesbepalende rol van de museumdirecteur; aan de hand van één ultieme aankoop wordt de rol van vijf naoorlogse directeuren geschetst, van Willem Sandberg, Edy de Wilde en Wim Beeren tot Rudi Fuchs en Gijs van Tuyl. Drie kunstcritici (onder wie Jhim Lamoree, die de geschiedenis van het Stedelijk tevens vastlegde in het boek Stedelijk Museum Amsterdam – Het hart van de tijd, dat woensdag verschijnt) reflecteren op hun aankoop en vertellen voor welke ontwikkelingen de directeuren gevoelig waren en welke trends ze misten.

Eind 2008 begon ook Lex Reitsma aan een documentaire over het Stedelijk. Het museum had een competitie uitgeschreven voor een nieuwe huisstijl, en Reitsma, die niet alleen films maakt maar zelf ook grafisch ontwerper is, mocht het proces op zijn verzoek volgen – hij moest alleen beloven dat hij de winnaar niet voortijdig bekend zou maken. Het had een voorbeeld-pitch moeten worden; het Stedelijk was vast van plan een standaard te zetten. Het traject, van de eerste aanzet tot en met de implementatie, moest niet alleen leiden tot een film, maar zou ook worden vereeuwigd middels een expositie, een seminar en een publicatie.

Het pakte anders uit: ruim voordat het museum weer open ging, werd Van Tuyl opgevolgd door Ann Goldstein. Zij bedankte de winnaar van de pitch, de Franse (letter)ontwerper Pierre di Sciullo, vriendelijk doch beslist voor zijn diensten en liet Mevis & Van Deursen (die ook hadden meegepitcht) een nieuwe huisstijl ontwikkelen. Reitsma: “Deze documentaire is een vorm van ramptoerisme, maar als het wel een succesverhaal was geworden, had ik het natuurlijk ook laten zien.”

Ann Goldstein komt in beide documentaires kort aan het woord; in Van Dalens spectaculair vormgegeven kunstcollege vertelt ze over de rol die het museum naar haar mening zou moeten hebben; in Reitsma’s ontluisterende kijk achter de schermen legt ze uit waarom zij voor Mevis & Van Deursen als huisstijlontwerpers heeft gekozen.

Van Dalen: “De communicatie was moeizaam. Uiteindelijk heeft het Stedelijk goed meegewerkt, Ann ook, maar de weg was bumpy. Net als voor de andere directeuren hadden we ook een kunstwerk voor haar uitgezocht, Rineke Dijkstra’s video Ruth Drawing Picasso, maar we hebben ervoor gekozen de critici daar niet op te laten reflecteren. Of het zo’n ultiem kunstwerk is, valt namelijk nog niet te zeggen. Daar moet tijd overheen gaan. Toen Beeren Ushering in Banality van Jeff Koons kocht, kon je ook niet weten wat voor impact dat zou hebben.”

Reitsma: “Toen Ann in beeld kwam bij het Stedelijk mocht ik haar alleen op afstand volgen. Dichtbij, dat vindt ze niet prettig. Ach, je kunt over haar zeggen wat je wilt, maar Goldstein kiest wel. Ze volgt, trouw aan Sandberg, haar eigen smaak en drukt haar stempel. Die huisstijl-S had wel eleganter gekund, maar valt door zijn onbeholpenheid ook wel op, omdat het schuurt en irriteert. Over twee jaar weet iedereen waarschijnlijk niet beter.”

Van Dalen: “Omdat we geen ultiem kunstwerk voor Ann konden uitkiezen, had ik haar tussen de andere directeuren willen laten zien, terwijl ze in ateliers en galeries op zoek is naar kunst. Ik had haar heel mooi, poëtisch in beeld willen brengen terwijl ze kijkt. Zodat je de last die op haar schouders rust begrijpt. Dat wilde ze niet. Helaas.” Hij lacht. “Als De Hartslag van het Stedelijk op televisie is geweest, zou hij in de Museumwinkel worden verkocht. Ik hoop dat Ann dat nu niet gaat veto-en.”

Roel van Dalen en Gemma van Zeventer, De Hartslag van het Stedelijk. 18/9, 22.55 uur, Nederland 2. Jhim Lamoree, Stedelijk Museum Amsterdam – Het hart van de tijd. Uitgeverij Bas Lubberhuizen, ISBN 978 90 5937 322 8. 34,90 euro.
Lex Reitsma,
De stijl van het Stedelijk – Ontwerpen voor een museum. Nederland 2. 22/9, 12.00, 25/9, 23.00 uur en 29/9, 17.00 uur, Nederland 2. Lex Reitsma en Frederike Huygen, De stijl van het Stedelijk – Ontwerpen voor een museum (dvd en boek). Premsela Design Story deel 2. nai010 uitgevers, ISBN 978 94 6208 019 5. 19.95 euro.

Een Mondriaan in drie dimensies

Naast de hunebedden en Willem van Oranje, Rembrandt en Vincent van Gogh, de Grondwet en Max Havelaar heeft de commissie Van Oostrom in 2007 ook een stoel opgenomen in ‘De canon van Nederland’, die in vogelvlucht 5000 jaar Nederlandse geschiedenis weergeeft. De rood-blauwe stoel ontworpen door ontwerper en architect Gerrit Rietveld (1888-1964), om precies te zijn, als pictogram van de even revolutionaire als invloedrijke kunstbeweging De Stijl.

Grafisch ontwerper en filmmaker Lex Reitsma en kunsthistorica Marijke Kuper maakten samen een film over de leunstoel, die in de jaren twintig – het icoon was nog een gewoon gebruiksvoorwerp – 25 gulden kostte en vandaag de dag een vermogen opbrengt. Wat heet. Aan het begin van de film laat de Amerikaanse kunsthandelaar Leigh Keno een bod uitbrengen op een originele stoel (“Een schitterend sculptuur” roept hij euforisch, en “een Mondriaan in drie dimensies”). Het bieden begint bij 32.000 euro, Keno zegt tot 100.000 euro te willen gaan en tikt uiteindelijk af bij 220.000 euro. Het blijkt een goede investering. Aan het einde van de film betaalt het Rijksmuseum hem 303.000 euro voor het witte exemplaar uit 1923. “’t Is moeilijk te zeggen welk een waarde een ding op den duur krijgt”, zei Rietveld zelf al in 1937.

De stoel van Rietveld bevat fraaie archiefbeelden en geluidsfragmenten van Rietveld; een professor in de ergonomie weerlegt het vermeende gebrek aan zitcomfort. Kunsthistorici en conservatoren vertellen over de geschiedenis van de stoel (niet Mondriaan, die in die tijd nog met pastellerige kleuren bezig was, maar Bart van der Leck was de belangrijkste inspiratiebron), en er zijn beelden van meubelmaker Jurjen Creman, die met een waar timmermansoog een reconstructie van het eerste exemplaar van de stoel maakt.

Daarnaast bevat de documentaire een aantal onderhoudende anekdotes. Peter Alma jr. vertelt dat hij op jeugdige leeftijd toestemming kreeg van zijn ouders om twee originele beukenhouten Rietveldstoelen te vertimmeren tot een volière, waarin hij een vogelkwekerij wilde beginnen die hem miljonair had moeten maken. Het lukt Alma echter niet ze te slopen; de constructie was te stevig.

Het kan nog gekker: verzamelaar Paul Smit verhaalt hoe hij de twee originele stoelen die hij van een vriendin van zijn ouders kreeg eigenhandig rood, blauw en geel schilderde, later weer kaal liet schuren, en ze vervolgens op de overloop twee hoog stalde. “Rietveld werd in zijn eenvoud armoedig.”

De AVRO zendt de breed meanderende De stoel van Rietveld zaterdagochtend uit. De documentaire is ook op dvd verschenen, samen met een mooi vormgegeven, rijk geïllustreerd, tweetalig boek als eerste deel in de reeks Premsela Design Stories.

AVRO Close Up, zaterdag 19 maart, 10.30 uur, Nederland 1.

18

03 2011

Gezien – Het sluwe vosje

Voor Het sluwe vosje, een opera van Leoš Janácek uit 1924,wordt reclame gemaakt met een affiche waarop een prominente plek is ingeruimd voor een voorstellingsfoto Een vrolijke foto, daar niet van, maar als je niet goed kijkt zou het ook een poster voor het Chinees Staatscircus kunnen zijn.

Toen De Nederlandse Opera het stuk eerder opvoerde, in januari 2006, werd een veel prikkelender beeld gebruikt, van een loop van een geweer waaruit een vossenstaart opstijgt bij wijze van rookpluim. De typografie is wél vrijwel hetzelfde; beide affiches zijn dan ook gemaakt door een en dezelfde ontwerper: Lex Reitsma.

Reitsma bepaalt al meer dan twintig jaar de grafische identiteit van De Nederlandse Opera; van posters en programmaboekjes tot de website. Met zijn DNO-posters werd hij vijftien (!) keer genomineerd voor de TheaterAffichePrijs. In 1994 won hij de prijs met zijn affiche voor Orfeo ed Euridice; in 2004 kreeg hij de publieksprijs voor La Bohème Reitsma’s ontwerpen voor DNO werden in 2001 gebundeld in het fraaie, bekroonde 10 jaar ontwerpen voor De Nederlandse Opera + ander werk.

Sindsdien zijn de tijden veranderd. De afdelingen marketing denken dezer dagen meer kaartjes te verkopen met productiefoto’s; ook Reitsma lijkt met dit nieuwe affiche niet te ontkomen aan de heersende trend dat eigenzinnige beelden en gewaagde ontwerpen moeten  plaatsmaken voor reclamefoto’s.

(Deze serie verschijnt iedere woensdag in PS Kunst van Het Parool)

25

01 2011

‘Meer dan de hand van de marketingafdeling’

TIN

‘We hebben eigenzinnige affiches geselecteerd waaruit meer dan de hand van de marketingafdeling, de hand van de ontwerper spreekt’, aldus ontwerper/filmmaker/columnist Erik Kessels, de juryvoorzitter van de TheaterAffichePrijs 2009, die woensdag 11 november wordt uitgereikt in Utrecht.

Het klinkt ferm, maar het is eigenlijk een diskwalificatie van de jury. De prijs is niet bedoeld voor het eigenzinnigste of mooiste affiche, maar voor het béste affiche. En het beste theateraffiche zou ook een commerciële functie moeten hebben.

De eenzijdige blik van de jury – die naast Kessels bestaat uit de grafisch ontwerpers Martin Pyper en Hugo Puttaert, theatermaker Ragnhild Rikkelman en Thomas Smit, zakelijk leider Conny Jansen Danst – blijkt uit een groot aantal van de 25 posters van de 10 genomineerden, grotendeels gemaakt door een handvol ontwerpers van naam en faam onder wie de nominaties en bekroningen al jarenlang worden verdeeld.

Esther Noyons bijvoorbeeld, vorig jaar winnaar van de TheaterAffichePrijs met haar posters voor de Nederlandse Dansdagen, is nu genomineerd met 3 affiches voor Toneelgroep Oostpool (Die voor Zomergasten kreeg eerder al de eerste prijs van het ‘Concours International d’Affiches’ op het Festival International de l’Affiche et des Arts Graphiques in het Franse Chaumont). Mevis & Van Deursen, recent winnaar van de Amsterdamprijs van het AFK, zijn genomineerd voor drie posters voor de Gastprogrammering van het Muziektheater (ook wonderlijk: Herman van Bostelen – die deTheaterAffichePrijs al eens won in 2005 – is dan weer twee keer genomineerd, voor zijn posters voor ’t Barre Land).

De winnaar zou overigens Die Frau ohne Schatten moeten worden van Lex Reitsma, die al jaren geweldige posters maakt voor de Nederlandse Opera, in 1994 winnaar was van de TheaterAfficheprijs met Orfeo ed Euridice en ook al vele malen werd genomineerd. Een beeld dat op je netvlies brandt, geniaal in al zijn eenvoud.

De genomineerden

Esther Noyons (fotografie Annaleen Louwes): Toneelgroep Oostpool, Affiches: Zomergasten, Wat het lichaam niet vergeet, Go East

Hotelworldwide design: Serie affiches Tweetakt festival 2009

Mevis & Van Deursen: Gastprogrammering Muziektheater o.a. Entity, Kagemi, Good morning Mr. Gershwin

Lex Reitsma: De Nederlandse Opera, Die Frau ohne Schatten

Sybren Kuiper (SYB): Serie affiches Julidans 2009

Herman van Bostelen: ’t Barre Land, De laatste dagen der mensheid

Herman van Bostelen: ‘t Barre Land, I think we are in Rat’s Alley

Jelle Post: Serie affiches Jonge Harten Festival 2009

Designarbeid i.s.m. Urlie Verduyn Lunel: De la Mar Poppentheater, Keetje

Design DBXL (fotografie Kalil Z’hiri): ISH Stichting, L.O.U.D. Legends of Urban Dance

05

11 2009

Ontwerpen in vrijheid

Vrijheid

Zaterdagochtend om 10.30 uur – wie bedenkt zo’n tijdstip?! – zendt de AVRO op Nederland 1 het fraaie, liefdevolle portret uit dat grafisch ontwerper/filmmaker Lex Reitsma maakte van Jans Bons: Jan Bons – Ontwerpen in vrijheid.

Reitsma, zelf ontwerper voor onder meer de Nederlandse Opera, en de 90-jarige Bons (bekend vanwege zijn opvallende affiches voor toneelgroep De Appel en het IDFA, zijn gescheurde en getekende letters en figuren en heldere kleuren) kennen elkaar omdat ze hun posters bij dezelfde Amsterdamse drukkerij lieten drukken.

In 2005 maakte Reitsma al een kort portret van Bons – ter gelegenheid van een expositie (Blikvangers) over 60 jaar filmaffiches in Nederland. Eerder dit jaar verzorgde hij een schitterende expositie in de Kunsthal in Bons’ geboortestad Rotterdam, met een bredere selectie uit de ruim 230 die Bons ontwierp: van de allereerste – een gouache van de aardbol die overgaat in een doodshoofd (Bons won er in 1947 de tweede prijs mee van een affichewedstrijd van de UNO, zoals de Verenigde Naties destijds nog heetten) – tot de meest recente voor het Nieuw Ensemble, waar zijn zoon Joël de scepter zwaait als artistiek leider.

Op de expositie waren op een beamer al fragmenten te zien uit Ontwerpen in vrijheid, met Bons aan het werk, en grasduinend in de vele archiefkasten in zijn Amsterdamse huis. ‘Ik rommel maar wat’, zegt hij, met de schaar in zijn hand. ‘Ik denk dat ik in plaats van die grote, gele driehoek, hier maar een kleintje neerleg.’

De tentoonstelling én de film doen verlangen naar een complete monografie van Bons’ werk, dus niet alleen de fraaie posters, maar ook Bons’ postzegels, kalenders en boekomslagen; zijn talrijke schetsen en zijn grafiek. Nu kan het nog.

AVRO Close Up, 12 september 2009, 10.30 uur, Nederland 1.
Bij uitgeverij De Buitenkant verscheen de publicatie Jan Bons – Ontwerpen in vrijheid, een DVD (57 minuten) en een boek met een korte biografie van Paul Hefting. zie www.lexreitsma.nl.

Meer over Jan Bons:

‘Vul de ‘n’ in en het wordt een nonnenkap’ (de Volkskrant, 10 maart 2008)

Altijd in een goed humeur (de Volkskrant, 7 april 2005)

11

09 2009