Archive for August, 2010

Actie! – Dinsdag 15 juni 2010, 11.37 uur. Prinsengracht 756, Amsterdam

Regisseur Antoinette Beumer overlegt met cameraman Danny Elsen. Foto Bob Bronshoff

Terwijl regisseur Antoinette Beumer met de Vlaamse cameraman Danny Elsen staat te overleggen over de ‘casino-scène’, spreekt een productiemedewerker zijn tevredenheid uit over het enorme aantal figuranten. ‘Dat is ook wel eens fijn. Dan hoeven we niet de hele tijd te dubbelen’.

Het monumentale pand De Duif aan de Prinsengracht in Amsterdam is voor de gelegenheid omgebouwd tot gokpaleis, compleet met rood tapijt, speeltafels, roulette, luxe zitjes, croupiers, serveersters in sexy outfits en beveiligers. En een kleine tweehonderd figuranten.

Ze zijn ‘goodlooking’ en ‘verzorgd’, tussen de 28 en de 60 jaar, precies zoals in de oproep van het castingbureau was gevraagd. En ze dragen avondkleding – ook een vereiste. Voor 40 euro en een overdadige lunch doen de tiptop geklede dames en heren een dag lang wat er van ze wordt gevraagd. En kunnen ze zich aan de échte sterren vergapen: Barry Atsma, Kim van Kooten, Katja Herbers, Lies Visschedijk, Jeroen van Koningsbrugge, Hadewych Minis, Fedja van Huêt, Anna Drijver, Rick Launspach…

Die sterrencast is precies de reden van de remake, anders had distributeur Independent Films ook gewoon het geslaagde Vlaamse origineel in de Nederlandse bioscopen kunnen uitbrengen. Die film, geregisseerd door Erik Van Looy, trok in Vlaanderen 1.186.071 bezoekers (Loft verbrak het 19 jaar oude record van het Urbanus-vehikel Koko Flanel). Omdat het een spannende, goed gemaakte thriller is natuurlijk én omdat de hoofdrollen worden gespeeld door tal van Bekende Vlamingen.

In Loft (naar een scenario van Bart de Pauw, de Nederlandse adaptatie is van thrillerauteur Saskia Noort) schaffen vijf getrouwde vrienden in het geheim een luxueus appartement aan waar ze hun scharrels mee naartoe kunnen nemen. Op een kwade dag vindt een van hen er het lichaam van een dood meisje, in bloed gedrenkt en met handboeien vastgeketend aan het bed.

Van Looy zou aanvankelijk ook de Nederlandse remake regisseren, maar toen er sprake was van een Hollywood-remake, werd Beumer (De gelukkige huisvrouw) gevraagd. Na een ongeluk op de set – bij opnamen in Brussel stortte een stelling naar beneden – waarbij Beumer en Elsen ernstig gewond raakten, werd Van Looy alsnog ingeschakeld.

Van Looy, wiens Hollywood-remake alweer uit zicht was geraakt, regisseerde een aantal scènes met Toneelgroep Amsterdam-acteur Chico Kenzari, die niet konden worden uitgesteld omdat hij weer andere verplichtingen had. (Kenzari, overigens, had zijn rol overgenomen van Gijs Naber, die weer de rol van Marcel Hensema had gekregen toen Beumer de regie overnam van Van Looy; bent u daar nog?)

Beumer en Elsen keerden overigens snel terug op de set. Omdat hij zijn hiel verbrijzelde moest Elsen echter vanuit een rolstoel aanwijzingen geven aan een tweede cameraman.

Loft Scenario: Bart de Pauw, Nederlandse adaptatie Saskia Noort / Regie: Antoinette Beumer / Camera: Danny Elsen / Montage: Annelien van Wijnbergen, Philippe Ravoet / Productie: Rachel van Bommel, Sander van Meurs, Hilde de Laere / Uitvoerend producent: Lisette Kelder / Production Design: Kurt Loyens / Muziek: Wolfram de Marco / Met: Barry Atsma, Fedja van Huet, Jeroen van Koningsbrugge, Gijs Naber, Chico Kenzari, Anna Drijver, Kim van Kooten, Hadewych Minis, Lies Visschedijk, Sallie Harmsen, Katja Herbers, Raymond Thiry, Rene Fokker / Omroep: BNN / Distributie: Independent Films / Te zien: 16 december 2010

30

08 2010

Zoek de 10 verschillen

Op de subtiele Franse poster van Piranha 3D heeft de dobberende jongevrouw eigenlijk helemaal niet zo veel reden tot ongerustheid – in ieder geval niet in vergelijking met de Amerikaanse en de Nederlandse…

Tags:

30

08 2010

‘Vergelijk het maar met zachte of atonale muziek, daar moet je ook een beetje je best voor doen’

Vladivostok, 2006 © Alexander Gronsky

‘Ik heb nu een dag of tien een studio in de Jordaan, maar ik heb nog geen foto gemaakt. Maar het artist-in-residency is volgens mij ook bedoeld om je tijd te nemen, om musea en galeries te bezoeken. Gisteren ben ik op Sail geweest. Op een boot, er waren oude vrienden van ons uit Estland. En vanochtend heb ik met mijn vrouw en baby door de stad gewandeld. Heerlijk. Maar fotograferen? Ik houd er niet zo van om foto’s te maken in de stad. Daar kan ik niet goed uit de voeten. Er gebeurt me veel te veel, dat leidt maar af. Ik moet het gevoel hebben dat ik controle heb over het beeld. Daarom geef ik er de voorkeur aan de stad uit te gaan, de natuur in.’

Terwijl zijn foto’s Foam worden binnengedragen, zit fotograaf Alexander Gronsky (Estland, 1980) een glaasje cola te drinken in het café. Dit voorjaar won hij de Foam Paul Huf Award, bestaand uit een geldbedrag van 20 duizend euro, een artist-in-residency in Amsterdam en een tentoonstelling in Foam. ‘Gronsky vernieuwt de traditie van documentaire fotografie’ meende de internationale jury. ‘In zijn werk gebruikt hij een narratief met een intieme afstand; veraf maar niet afstandelijk, waarmee hij een hele nieuwe wereld opent met een ogenschijnlijk klassieke techniek.’

In Foam zijn twintig foto’s te zien, verdeeld over twee verwante series: ‘Less Than One’, waarvoor hij naar delen van Rusland trok waar het gemiddelde bevolkingsaantal minder dan één per persoon per vierkante kilometer is, en ‘The Edge’, waarin hij de buitenwijken van Moskou in beeld brengt. Met deze tweede serie onderzoekt Gronsky niet alleen de periferie van de stad, hij zoekt ook de grenzen van de fotografie op. De foto’s zijn gemaakt tijdens de lange wintermaanden en worden in sterke mate bepaald door het wit van de sneeuw, waardoor ze abstract en grafisch aandoen.

Een beroepsopleiding tot fotograaf heeft hij ‘niet echt’ gedaan. Na enig doorvragen: ‘echt niet’. Gronsky werkte als assistent in een fotostudio en verhuisde op zijn twintigste van Estland naar Rusland, omdat hij dacht dat hij daar makkelijker werk zou vinden. Dat bleek te kloppen: na twee afspraken kon hij aan de slag bij een groot lifestyleblad. ‘Ik maakte foto’s bij reisverhalen, portretten bij interviews, en na verloop van tijd dacht ik: als fotograaf moet je toch ook eigen projecten doen. Toen ben ik begonnen met landschappen. De eindeloze ruimte sprak me aan. Het waren bovendien foto’s waarvan ik me kon voorstellen dat ze ergens aan een muur zouden hangen.’

Het kijken naar zijn fotografie moet een emotie oproepen vergelijkbaar met het gedachteloos staren, met een onbestemd gevoel van onbehagen, naar een ongedefinieerd punt ergens in de ruimte. Afstand is daarbij cruciaal, meent Gronsky. ‘Toen ik mijn stijl ontwikkelde, had ik last van de beroemde uitspraak van Robert Capa: Zijn je foto’s niet goed genoeg? Dan was je niet dichtbij genoeg! Een van mijn beste foto’s maakte ik toen ik bezig was met een reportage voor dat lifestyleblad. Ik was in Vladiwostok, in het uiterste oosten van Rusland, aan de Japanse Zee, toen ik een meisje zag dat op een dak lag te zonnen. Toen ik die scène zag, baalde ik als een stekker dat ik geen langere lens bij me had, dat ik niet dichterbij kon komen. Maar toen ik de foto thuis zag, wist ik direct: dit is het. Die enorme ruimte, de leegte, de eenzaamheid… dat is veel sterker. Die foto stond aan de basis van ‘Less Than One’; ik had ontdekt dat ik het meest geïnteresseerd was in de ruimte om iets heen, niet om een object of persoon met een bepaalde betekenis. Als mensen ook maar een beetje herkenbaar zijn, trekken ze zo veel aandacht. Dat leidt af. Als je ergens op inzoomt, veronderstel je dat de fotograaf een bepaald idee heeft met dat ene specifieke beeld. Maar in de meeste gevallen heb ik dat helemaal niet. Ik ben er, ervaar de ruimte. Dat levert schijnbaar abstracte werken op, maar als je beter kijkt, zie je steeds meer. Vergelijk het maar met zachte of atonale muziek, daar moet je ook een beetje je best voor doen.’

Op de vraag of hij met zijn foto’s iets wil zeggen over het Rusland van Poetin, kijkt Gronsky even peinzend voor zich uit. Dan: ‘Ja, dat denk ik wel. Hoewel, ik probeer de sociale context zo veel mogelijk te vermijden. Maar ik fotografeer het land op dit moment, dus het bevat informatie over het land op dit moment. Maar ik wil geen waardeoordeel uitspreken met mijn foto’s. Ze zeggen niet of het goed is, of slecht. Of dat het erg is dat het land vervuild is. Mijn werk is ook niet politiek; de Russische kunstwereld is geobsedeerd door politieke kunst, maar ik kan daar weinig mee; het zou me maar beperken. Ik ben ook geen journalist, ik voel me nog het meest senang met de term documentairefotograaf: ik documentair het land met mijn werk.’

De expositie in Foam is Gronsky’s eerste grote, eerder had hij alleen twee kleine tentoonstellingen in Moskou. ‘Ik doe nog steeds opdrachtwerk om in mijn levensonderhoud te voorzien. Mijn vrije werk is tot nu toe vooral een dure hobby; het kost me veel meer dan het oplevert. Ook als ik ze allemaal verkoop; het zijn series van een stuk of zeven, en ze doen rond de 1000 euro, zonder lijst – dat is redelijk normaal voor een beginner. Van dat bedrag gaat de helft naar de galeriehouder, en ze gaan nog niet als warme broodjes over de toonbank. Als ik er twee of drie verkoop in een maand is het veel, dus reken maar uit…’ Hij stopt en kijkt op. ‘Ik praat veel over geld, hè? Dat is niet zo goed voor een jonge kunstenaar? Begrijp me niet verkeerd, ik vind het geweldig om te doen. Maar dat concept van een straatarme artiest staat me niet echt aan… En ik heb een vrouw en een baby en een huis… Ach. ik begin natuurlijk nog maar net. Daarom is de Paul Huf Award ook zo belangrijk. Prijzen zijn goed voor je marktwaarde, zo werkt het nu eenmaal. En vanwege die 20 duizend euro, natuurlijk. Ik mag het vrij besteden, geloof ik.’

Foam Paul Huf Award: Alexander Gronsky. T/m 10 oktober 2010 in Foam_Fotografiemuseum Amsterdam. www.Foam.nl

26

08 2010

‘Als ik dan toch kan kiezen, dan kies ik de beste’

Toen de Franse actrice Juliette Binoche ruim tien jaar geleden werd gevraagd of ze niet eens naar Hollywood wilde, liet haar antwoord aan duidelijkheid niets te wensen over: Nee, zei ze, ik wil een film maken met Abbas Kiarostami (Taste of Cherry, The Wind Will Carry Us, De witte ballon). ‘Ik had zijn film gezien, en vond ze fantastisch. Als ik dan toch kan kiezen, dacht ik, dan kies ik de beste.’

Haar wens is uitgekomen. Binoche had een rolletje in Kiarostami’s Shirin (2008) en een formidabele, op het afgelopen filmfestival van Cannes onderscheiden hoofdrol in Copie conforme, de eerste film die de gelauwerde Iraanse regisseur in het Westen opnam. Maar vanzelf is het niet gegaan, aldus Binoche op het afgelopen festival van Cannes.

‘Het leven is helaas niet zo simpel. Je kunt zeggen wat je wilt, je kunt dromen wat je wilt, maar je moet een beetje geluk hebben. Toen ik zei dat ik graag met Abbas wilde werken, leek dat zo goed als onmogelijk. Hij werkte in Iran, met niet professionele acteurs, en in het Farsi. Maar iedere keer dat ik hem zag, zei ik: ik wil graag eens met je werken. Abbas zei nooit nee. Maar hij zei ook nooit ja. Wat hij wel zei? Kom naar Teheran. Maar ik was een beetje bang, door de nieuwsbulletins en de kranten: de kloof tussen het Westen en het Midden-Oosten, de nucleaire dreiging, de repressie, de burka’s… Ik heb twee kinderen, dus het was best een stap. Maar het was een feest. Ik ben nooit eerder zo hartelijk ontvangen; de mensen in Teheran zijn zo gastvrij. Naar buiten toe mogen de vrouwen misschien gesloten overkomen, binnenskamers zijn het net Italianen: sterken geesten, met een groot hart.’

Read the rest of this entry →

17

08 2010