jpekker

De Amsterdamse knutselkunstenaar Jos Houweling maakte drie boeken met fotocollages van portretten, afval en voetballers.

‘In 2015 kreeg ik de Artimedaille. Daar hoorde een tentoonstelling bij, maar voor die tentoonstelling had ik te weinig werk. Daarom ben ik na dertig jaar opnieuw gaan fotograferen – ik was gestopt wegens een allergie voor chemicaliën. Na de tentoonstelling in Arti et Amicitiae ben ik bezig gebleven met fotografie. Na verloop van tijd leek het me mooi er een boek van te maken, maar het liep alle kanten op. Toen heb ik er drie boeken van gemaakt.”

In de sociëteit van Arti et Amicitiae op het Rokin haalt fotograaf, schrijver en (ex-)leraar Jos Houweling (75) drie boeken tevoorschijn, elk tweehonderd pagina’s dik: Portretcatalogus, met duizenden geplakte en gefotoshopte portretten, Afvalstillevens, met de meest uiteenlopende, zelf gefotografeerde verzamelingen en collecties, en Bal&Voet, boordevol geknutselde voetbalfoto’s.

“Ik was niet van plan iets met voetbal te doen, ik wilde een groene foto maken,” zegt Houweling bijna verontschuldigend. “Simpele kunst: een groene foto. Maar dat groen moest niet egaal zijn; er moesten golfen en bewegingen in zitten. Ik ben voor de televisie gaan zitten en heb stukken voetbalveld gefotografeerd, op het moment dat er net geen speler op het groen stond. Dat was althans de bedoeling, maar het mislukte; toen ik ze printte, zag ik toch een been, of een onderlijf. Ik dacht: dan kan ik er net zo goed een mannetje van maken. Of het been wat langer maken. Dat was eigenlijk veel leuker dan groen. Het groen was alleen bedoeld om op een idee te komen. Als je op een idee wilt komen, moet je gewoon beginnen en onderweg je ogen openhouden.”

Vroeger maakte hij ook al dit soort boeken, vertelt Houweling. Hij duikt weer in zijn tas en haalt het 700 centenboek tevoorschijn: 180 pagina’s met zwart-witfoto’s van wonderlijke series en verzamelingen – van stadswapens en huisnummers; amsterdammertjes, taxipalen en palen, krullen en urinoirs, mensen die uit hun raam hangen, waterhappertjes en klokken. “Dat heb ik in 1975 gemaakt ter gelegenheid van het 700-jarig bestaan van de stad Amsterdam. Nee, er staan geen centen in; het boek kostte 700 cent. Er zijn 66.000 exemplaren van verkocht.”

De tweehonderd originele collages zijn twee jaar geleden aangekocht door het vermaarde Centre Georges Pompidou in Parijs. “Aan een expositie wordt gewerkt,” zegt hij trots. “In 2025 bestaat Amsterdam 750 jaar, dan zou ik graag een vervolg maken op het 700 centenboek.”

In 1975 ging Houweling lesgeven, eerst aan de Gerrit Rietveld Academie (hij was onder veel meer de grondlegger van de fameuze afdeling Voorheen Audiovisueel), later werd hij directeur van het Sandberg Instituut, de masteropleiding van de Rietveld.

Ook bedacht bij de alternatieve kunstbeurs KunstVlaai en de ‘eenminuten’, kunstvideo’s van exact één minuut. Een wereldsucces in China; Houweling kreeg er de Sjanghai Televisie Award voor. Maar hoe druk hij ook was, hij is nooit helemaal gestopt met het maken van kunst. “Ik deed er alleen niet zo veel mee. Het ging me om de lol van het maken.”

Hij gaat nooit de deur uit zonder zijn kleine Canon; onderweg naar Arti et Amicitiae heeft hij ook weer foto’s gemaakt. “Ik ben bezig met grachtenpanden voor de toeristen. Dus ben ik door de Leidsestraat gelopen en in souvenirwinkels minipanden met karakteristieke gevels gefotografeerd. Wil je ze zien?”

Houweling pakt zijn fototoestel erbij, even later kapt hij ook zijn laptop open, en toont hij de inhoud van een aantal mappen. “Als ik vind dat iets afval is, is het afval,” zegt hij beslist. “Ik maak de regels. Dus kan ik ze ook veranderen.”

Maar Houweling maakt niet álle regels. Toen hij zijn voetbalboek liet zien aan zijn uitgever Voetnoot, wilden ze het aanvankelijk niet uitgeven. “Ze hadden er lang over gepraat, ook met advocaten. Voetballers hebben zo’n geweldig portretrechtsysteem; ze waren bang dat ze voor elk portret een paar duizend euro zouden moeten betalen en er failliet aan zouden gaan. Jammer Jos!”

Achteraf was dat een gelukje. “Ik heb alle spelers andere ogen en andere neuzen gegeven. Het zijn betere voetballers geworden. Alhoewel sommige voetballers ook monsters zijn geworden.”

Hij slaat Bal&Voet open. “Kijk, dit is Johan Cruijff. Dat zie je nog door zijn haar maar ik ontken het natuurlijk. Kluivert zit ook erin, en Messi, Iniesta en Frenkie de Jong. Allemaal onherkenbaar. Die met die enorme borsten is Stefan Pettersson, die oud-Ajacied. Die met dat kleinere hoofd dan de andere spelers ben ik zelf. En daar, Ronaldo…”

Hij bladert maar vindt niet wat hij zoekt. Lachend: “Sommige spelers staan op verschillende collages. Andere herken ik zelf ook niet meer.”

De boeken van Jos Hermeling zijn te koop bij Athenaeum en via uitgeverij Voernoot.