jpekker

Cannes 2024

De 77ste editie van het festival van Cannes was – als ik goed heb geteld – mijn vijfentwintigste. Ik hield een dagelijks dagboek bij voor Het Parool.

Dag 1, dinsdag 14 mei: alles wat soepel gaat, is dit jaar meegenomen

Gisteravond laat in Cannes aangekomen. Verblijf weer op dezelfde plek waar ik al jaren verblijf, dus ik was snel geïnstalleerd en ook niet onbelangrijk: de wifi werkte direct. 

Alles wat soepel gaat, is deze editie meegenomen, want er is een grote handicap te overwinnen: 47 dagen geleden (ik heb een app die dat precies voor me bijhoudt) ben ik geopereerd aan mijn rechterheup. Mijn herstel gaat voorspoedig, maar ik heb lang getwijfeld of ik wel moest gaan, want Cannes is topsport en voor topsport moet je topfit zijn. En dat ben ik nog niet.

Ik ben volgens mijn app in de vierde en laatste fase van het ‘revalidatieprotocol’ beland. Dat houdt onder meer in dat ik ‘een goede balans moet houden tussen belasting en belastbaarheid’; buiten fietsen is toegestaan ‘zodra pijn afwezig is en er voldoende kracht en reactievermogen in het been zit’.

Ik had graag met mijn orthopeed willen bespreken of het raadzaam is om naar Cannes te gaan, maar de controle-afspraak stond gepland voor 23 mei – en kon niet eerder, alleen maar later. Dus ik heb zelf maar besloten om te gaan. Ik ben vast van plan om het iets rustiger aan te doen – maar dat ben ik al jaren en het lukt nooit.

Mijn handicap heeft overigens ook een voordeel: mijn persbadge is voorzien van ‘een specifiek pictogram, zodat de festivalteams u door de verschillende gebieden van het paleis kunnen leiden.’ Hoera! Ik ben officieel invalide.

Vanochtend eerst een duik genomen – de Middellandse Zee is minder koud dan het water bij de Borneosteiger in Amsterdam – en om 8 uur direct mijn badge opgehaald (roze met stip, fijn!). Daarna door naar de persafdeling om te informeren hoe dat precies werkt met die festivalteams die me door de verschillende gebieden van het paleis kunnen leiden. Ben bijgepraat door twee ontzettend aardige, behulpzame dames: Thelma en Louise – ja, daar worden de hele dag grappen over gemaakt. Als het werkt is het geweldig. Nadeel: ik zie nu al op tegen volgend jaar, als ik weer ‘gewoon’ in de rij moet staan.

Om 9 uur naar de eerste persscreening: Le deuxième acte van de Franse filmmaker, muzikant en humoristisch surrealist Quentin Dupieux, waarmee de 77ste editie van het festival van Cannes – mijn 25ste, ja ik ben oud – vanavond officieel van start gaat. Zag jaren geleden in Cannes Dupieux’ Rubber, zijn doorbraakfilm over een moordzuchtige autoband, en die vond ik heel vermakelijk. Maar Le deuxième acte – zijn zesde film in vier jaar! – is een tikje flauwe film over het maken van een film. Over het maken van een slechte romkom om precies te zijn. Maar wel met fijne Franse topacteurs – Léa Seydoux, Vincent Lindon en Louis Garrel – die voortdurend uit hun rol vallen, zich tot de camera richten en het vak en het huidige tijdsgewricht waarin je zo maar gecanceld kan worden becommentariëren – ‘net zoals Mel Gibson toen ie wat over de Joden zei’.

Festivaldirecteur Thierry Frémaux verdedigde zijn keuze voor Le deuxième acte door te stellen dat Dupieux zowel een auteur met zijn eigen verbeeldingskracht is, als een kunstenaar die naar het grote publiek kijkt. “En het is een komedie, die, omdat het over cinema gaat, de perfecte film is om je daarna twee weken onder te dompelen in de bioscoop. En het is een Franse film, ook omdat we geen internationale films aangeboden hebben gekregen. Dat is niet voor niets, want de openingsfilm moet op dezelfde dag ook in de Franse bioscopen uit.”

Dupieux liet voor aanvang van het festival al weten dat hij geen (groeps)interviews wilde doen, omdat hij de afgelopen jaren meer gepraat heeft dan zijn twaalf films bij elkaar duren. En alles wat hij over de film te zeggen heeft, zit al in de film. “Naar mijn mening zou het zinloos zijn om naar een regisseur en zijn acteurs te luisteren die een film parafraseren waarin alles in realtime wordt gezegd en becommentarieerd. De Tweede Akte verbergt absoluut niets! (…) The floor is yours. We kijken er erg naar uit om uw kritiek, opmerkingen of beledigingen te lezen.”

Goed dan, de komende twaalf dagen kunt u hier niet alleen al mijn kritiek, opmerkingen en beledigingen lezen, maar hopelijk ook tal van lofuitingen. Ik heb er zin in!

Dag 2, woensdag 15 mei: ‘Ce matin was a little rocky parce que I didn’t go to bed before three’

Zo’n eerste dag is toch altijd wel weer gedoe. Hoe vaak ik hier nu al ben geweest, ik moet er toch altijd weer inkomen. Dat begon al direct: toen ik me moest legitimeren, toen ik mijn badge ging ophalen, kon ik mijn portemonnee nergens vinden. Die vond ik in de loop van de middag pas weer in mijn appartementje; hij zat nog in mijn zwemtas, want na mijn ochtendduik loop ik langs de bakker voor verse croissants. Daar kwam de volgende schok: de bakker was overgenomen. Andere mensen, andere producten, maar gelukkig nog best oké.

Waar ik ook nog heel erg aan moest wennen, waren de embargo’s. Om het feestje niet te verpesten, mag er pas over (competitie)films worden geschreven nà de officiële première. Dus je moet door allerlei lijsten met persvoorstellingen, marktvoorstellingen en de officiële premières om te kijken waar wel en waar niet over geschreven mag worden.

Ik geloof dat ik mag zeggen dat ik An Unfinished Film van de Chinese regisseur Lou Ye, die is opgenomen in de Officiële Selectie maar niet meedingt naar de Gouden Palm, heel bijzonder vind. Deels fictie, deels documentair, deels re-enactment, met de filmmakers die zichzelf spelen terwijl ze een film waar ze tien jaar geleden aan begonnen waren proberen af te maken. Plaats van handeling: Wuhan. Het jaar 2020. En dan breekt covid uit.

Vanochtend ook de eerste competitiefilms gezien: The Girl With the Needle van de Zweedse regisseur Magnus von Horn en Diamant Brut van de Franse Agathe Riedinger (het enige debuut in de competitie), maar daar mag ik volgens mij nog niks over zeggen. Morgen meer.

‘s Middags naar de ‘Rendez-Vous’ met Meryl Streep, die gisteren tijdens de openingsceremonie een ere-Palm voor haar formidabele bijdrage aan de filmindustrie had gekregen. Er stond een enorme rij voor Salle Debussy, maar ik mocht via de zijingang naar binnen nadat ik het piepklein rolstoel-icoontje op mijn badge had laten zien. Samen met een aantal mensen die er een stuk minder valide uitzagen dan ik. Ik heb geen krukken meegenomen, want dat leek me zo’n gedoe, maar ik heb nu soms de neiging om maar een beetje met mijn been te gaan trekken om te laten zien dat ik echt iets mankeer.

Afijn. De 74-jarige Meryl Streep – die pas één keer eerder in Cannes was geweest, in 1989 met Evil Angels, waarvoor ze meteen de prijs voor de beste actrice won – had er zin in. “Kan ik de vragen van tevoren krijgen?,” grapte ze nadat ze, na een minutenlange ovatie, in het zitje op het podium had plaatsgenomen. 

Inzage in de vragen was natuurlijk niet nodig, de Franse interviewer van dienst maakte het wel erg bont. Eerste vraag: hoe gaat het? Het leuke antwoord: “Très, très bien, but ce matin was a little rocky parce que I didn’t go to bed before 3”.

Vervolgens begon werkelijk iedere vraag met lofuitingen, ik werd er plaatsvervangend ongemakkelijk van. Het ging kriskras door haar carrière, van film naar acteur naar regisseur. Van Kramer vs. Kramer (“Voor iedereen onder de 70: dat is een film over een scheiding”) tot Steven Spielberg en van Clint Eastwood tot Out of Africa (Streep deed op het podium voor hoe Robert Redford met trillende handen haar haar waste, omdat hij een stukje verderop een nijlpaard had zien staan).

“Hoe komt het dat u zo goed bent?,” wilde de interviewer ook nog weten. “U bent de beste ter wereld in accenten; hoe doet u dat?,” kreeg hij ook nog uit zijn mond. “Als ik alleen maar vrouwen uit Central New Jersey had gespeeld, had ik hier niet gezeten,” was Streeps gevatte antwoord.

Na een dik uur was het in één keer voorbij. Streep zwaaide nog even, en voor het applaus goed en wel voorbij was, was ze weg. Het was blijkbaar toch wel een heel zware avond geweest. 

Dag 3, donderdag 16 mei: Pas drie dagen onderweg en nu al een geweldige kandidaat voor de Palm

Cannes is echt veel leuker als de zon schijnt. Toen ik vanochtend om 10 over 7 een duik ging nemen miezerde het nog, maar toen ik een paar uur later uit mijn eerste film kwam, scheen eindelijk de zon. 

Lang getwijfeld wat die eerste film moest worden: Furiosa: A Mad Max Saga van George Miller of Francis Ford Coppola’s Megalopolis. Voor die eerste had ik een kaartje gereserveerd, maar dat had ik weer afbesteld, omdat ik toch meer zin had in Megalopolis. Maar die was in een IMAX-theater buiten het stadje, en daar gingen bussen naartoe vanaf het festivalpaleis, en dat leek me nogal mijl op zeven. Bovendien kon ik Megalopolis ‘s middags alsnog in mijn schema inpassen, dus had ik fluks een nieuw kaartje besteld voor Furiosa. Een plek in een uithoek op het balkon, maar toen ik in drie tellen door de mindervalide ingang was, zei een aardige mevrouw dat ik de trap niet op hoefde en een plek in de zaal mocht uitzoeken.

In Furiosa wordt de jonge Furiosa (Anya Taylor-Joy) ontvoerd uit de Green Place of Many Mothers en komt ze in handen van motorbende onder leiding van Warlord Dementus (Chris Hemsworth). Op hun tocht door de woestijn bereiken ze de Citadel, waar Immortan Joe (Hugh Keays-Byrne) de baas is. Terwijl de twee tirannen om de macht strijden, moet Furiosa vele beproevingen doorstaan en een manier vinden om terug te kunnen keren naar huis.

Dit is de samenvatting van de distributeur, want ik kon al die plekken, gedrochten en halfmensen nauwelijks uit elkaar houden. Furiosa is een monotone, bombastische testosteronbom vol beestachtige wreedheden, waarin de muziek van Tom Holkenborg nauwelijks over het motorgeronk uitkomt.

Nee, dan Bird van de Britse regisseur Andrea Arnold, die in 2006, 2009 en 2016 in Cannes de Juryprijs (de derde prijs na de Gouden Palm en de Grote Prijs) won met respectievelijk Red RoadFish Tank en American Honey en gisteren de Carrosse d’or in ontvangst mocht nemen, een oeuvreprijs van het zijprogramma Quinzaine des Cinéastes. 

In Bird draait het om de 12-jarige Bailey, die met haar zusje bij haar werkloze, piepjonge vader woont. Die vertelt op een dag doodleuk dat hij gaat trouwen met zijn vriendin die hij net drie maanden kent. Bailey loopt weg en ontmoet Bird, een vreemde vogel in een paarse rok.

Wat volgt is een diepgravend drama over gebroken gezinnen en verwaarloosde kinderen, bittere armoede en jeugdbendes. Met hiphop en ‘dad music’ van The Verve en Coldplay. Soms snoeihard, soms bitterzoet, maar geen moment larmoyant. En tot slot hartverscheurend; ik moest een keer of honderd met mijn ogen knipperen tegen de opkomende tranen. Poeh, de magie van film in optima forma.

‘s Middags alsnog naar Megalopolis en dat was ook heel bijzonder. Het is het droomproject van de 85-jarige Francis Ford Coppola; hij deed niet alleen de regie, maar schreef ook het scenario, produceerde de film en legde een groot deel van het budget op tafel (120 miljoen dollar, hij kon het leien, want hij heeft zijn wijnplantage verkocht).

Megalopolis (‘Een fabel’ is de ondertitel) is een variatie op de ‘Catilinarische samenzwering’, het complot waarmee de Romeinse senator Lucius Sergius Catilina (108-62 v. Chr.) consul Marcus Tullius Cicero (106-43 v. Chr.) wilde afzetten, en speelt zich af in een stad die veel weg heeft van hedendaags New York. Een theatrale, zeg maar gerust bombastische, overvolle, maar zeer vermakelijke ideeënfilm over Caesar Catalina, een Nobelprijswinnende wetenschapper die werk maakt van een nieuw Utopia. Hij wordt prima gespeeld door Adam Driver, andere (hoofd)rollen zijn er voor Nathalie Emmanuel, Giancarlo Esposito, Jon Voight, Laurence Fishburne, Shia LaBeouf, Jason Schwartzman, Dustin Hoffman, Jessica Lange, Michelle Pfeiffer, Zendaya en Grace VanderWaal.

Na anderhalf uur kwam er een man met een lampje en een microfoon het podium oplopen en ging het zaallicht aan. Het was geen protestactie, maar is onderdeel van de film: hij begon een gesprekje met Caesar Catalina over de manier waarop we willen leven. 

Na afloop van de persvoorstelling werd er door één iemand ‘boe’ geroepen, precies op het moment dat er in beeld verscheen dat de film is opgedragen aan Eleanor Coppola, zijn vrouw die vorige maand is overleden. Tsja. in de hal werd me voor een draaiende camera gevraagd wat ik van de film vond. Prima, als ik ergens mijn mening mag geven doe ik dat graag.

Megalopolis zou Coppola als eerste een derde Gouden Palm kunnen opleveren. Precies vijftig jaar geleden won hij de prestigieuze prijs met The Conversation (1974); vijf jaar later won hij opnieuw met Apocalypse Now (1979). Ik zou mijn geld toch eerder op Bird zetten – nu al een geweldige kandidaat voor de Palm en we zijn pas drie dagen onderweg.

Dag 4, vrijdag 17 mei: Ik had graag meer gehoord over die lange, magere man met een lange penis, staand op een dak…

De dag die je wist dat zou komen.

Gister aan het begin van de avond nog even naar een borrel ter ere van Lou Ye geweest, daarna snel naar mijn appartement. Eten gemaakt, blogje geschreven, Smaakmatrix afgemaakt, stukje over een setbezoek voor de Filmkrant geschreven, oefeningen gedaan en ruim voor 12-en naar bed.

Vandaag begon standaard: half 7 weer op, naar de bakker en een duik genomen – nog even en er is ‘s ochtends zon op het strand. Koffie en ontbijt in mijn appartement, en ondertussen wat vragen voor Andrea Arnold op papier gezet.

Bij mijn tweede kopje nog eens goed naar mijn schema gekeken: tot 4 uur stonden er drie competitiefilms op het programma: Kinds of Kindness van Yorgos Lanthimos (2.45u), Trei kilometri pana la capatul lumii (ofwel Three Kilometres to the End of the World; 1.45u) van de Roemeense regisseur Emanuel Parvu en Oh Canada van Paul Schrader (1.35u).

Maar om kwart over 12 was ook de persconferentie van Francis Ford Coppola, en hoewel ik er al weken mee bezig ben, ben ik niet genomineerd voor een interview. De film heeft vooralsnog ook nog geen Nederlandse distributeur. En om half 4 stond mijn interview met Andrea Arnold gepland. En tussen de persconferentie en mijn interview moest ik mijn stuk voor de zaterdagkrant nog afschrijven.

Afijn, eerst maar naar Kinds of Kindness. Lanthimos is geen onbekende in Cannes – in 2009 won hij de hoofdprijs van tweede competitie Un certain regard met Dogtooth, in 2015 de Juryprijs met The Lobster en in 2017 de prijs voor het beste scenario met The Killing of a Sacred Deer –, maar zijn grootste succes boekte hij in Venetië, waar Poor Things afgelopen najaar werd onderscheiden met de Gouden Leeuw.

Kinds of Kindness is een drieluik met telkens dezelfde formidabele acteurs in de hoofdrol: Emma Stone, Margaret Qualley en Willem Dafoe (die alledrie ook in Poor Things te zien waren), Jesse Plemons en nog een handvol anderen. Er zitten een aantal fantastische scènes in, de fotografie en de artdirection zijn geweldig, maar je zit al met al drie keer 55 minuten naar een traag verteld fantastisch verhaal te kijken. Ergo: Kinds of Kindness is een superieur gemaakt tussendoortje.

Daarna weer een half uur zitten tikken aan mijn stuk voor de zaterdagkrant en fluks een plek ingenomen in het persconferentiezaaltje (had ik het al gezegd, het rolstoelicoontje op mijn badge is een zegen) en nog maar even doorgetikt, want Coppola liet lang op zicht wachten. Heel lang. Toen hij er dan eindelijk was, en zijn kleindochter op een stoel achter hem plaats nam, vertelde Coppola dat hij toen hij 45 jaar geleden met Apocalypse Now in Cannes was, ook ‘an army of kids’ bij zich had en zat dat Sofia toen bij hem op schoot zat.

Na de persconferentie direct terug naar mijn appartement, waar mijn computer per se wilde restarten en de wifi het opeens niet meer deed. Terwijl ik aan het pielen was, kwam op mijn telefoon het bericht binnen dat het interview met Andrea Arnold niet doorging. ‘I am very sorry to say that Andrea Arnold is not feeling at all well and is having to cancel her interviews set this afternoon on the 6th. I do apologize for this but I am confident she will be available to you as your release dates approach.’

Jammer, net als bij de uitreiking van de Carrosse d’or was ze goed op dreef tijdens de persconferentie. Gevraagd naar het eerste idee voor Bird, antwoordde ze dat ze lang geleden opeens een beeld zag van een lange, magere man met een lange penis, staand op een dak. Ik had er graag meer over gehoord, maar dat komt hopelijk later nog wel.

Omdat het interview niet doorging, kon ik toch naar Trei kilometri pana la capatul lumii, een schitterend Roemeens kleinood over een 17-jarige jongen die in het benepen gat waar hij toevallig geboren is in elkaar wordt geslagen omdat hij met een toerist uit de stad heeft staan zoenen. Nu moet ik vanavond om 22.00 uur alleen Oh Canada nog inhalen. Die duurt gelukkig nog geen anderhalf uur.

Dag 5, zaterdag 18 mei: Waar gaan de verloren voorwerpen van het festival van Cannes eigenlijk naartoe?

Cannes is een bubbel; het draait hier om films en schema’s. De buitenwereld dringt hier maar mondjesmaat binnen. Dat wordt nog versterkt doordat ik in de tweede week na mijn operatie X en Facebook van mijn telefoon heb verwijderd. Dat dat kabinet heel verschrikkelijk wordt voor de kunstsector en de media heb ik natuurlijk wel meegekregen, maar nadenken over de diepere implicaties was er nog niet van gekomen – totdat ik eind van de middag op een borrel belandde van SEE.NL, de organisatie die de Nederlandse film in het buitenland promoot, en aan de praat raakte met Eye-directeur Bregtje van der Haak en Filmfonds-directeur Sandra den Hamer. Werden we allemaal niet vrolijk van. Zij waren overigens op pad met staatssecretaris van cultuur Gräper-van Koolwijk en haar Luxemburgse collega Eric Thill. Het zal een van haar allerlaatste dienstreizen geweest zijn – heel benieuwd of er volgend jaar iemand wordt afgevaardigd…

Afijn. Volle dag. Begonnen met Emilia Perez van de Franse regisseur Jacques Audiard, die in 2015 de Gouden Palm won met Dheepan, bij lange na niet zijn beste film, maar zo gaat dat soms. Emilia Perez is véél beter; het is een in Mexico gesitueerde ‘misdaad-musical’ over een kartelbaas die een geslachtsveranderende operatie ondergaat – niet om aan zijn vijanden of de politie te ontkomen, maar omdat hij het echt zo voelt. Met geweldige liedjes en choreografieën, die het verhaal niet onderbreken maar juist voortstuwen. Audiard balanceert op een dun koord, met een musical over iets tragisch als 100.000 vermiste en vermoorde Mexicanen, maar hij haalt het einde wonderwel, mede door de geweldige vertolkingen van de Amerikaanse Zoë Saldana, de Spaanse trans actrice Karla Sofia Gascon en de Amerikaans zangeres en actrice Selena Gomez.

Daarna naar Caught by the Tides van Jia Zhangke. Daarin keert de chroniqueur van hedendaags China terug naar Still Life, zijn meesterwerk uit 2005, over de keerzijde van de economische groei van China. De eerste driekwartier zijn een beetje rommelig (het hielp ook niet dat ik opeens mijn huissleutel niet meer kon vinden en ik vooral bezig was te bedenken waar de verloren voorwerpen van het festival van Cannes naartoe zouden gaan), maar hoe langer de film duurt hoe meer er op zijn plek valt.

Mijn derde film van de dag was Julie zwijgt, het fraaie speelfilmdebuut van de Belgische regisseur Leonardo van Dijl (33), over de jonge beloftevolle tennisspeelster Julie (mooie rol van nieuwkomer Tessa Van den Broeck), wier coach wordt verdacht wordt van grensoverschrijdend gedrag. De enige Belgische film deze editie, opgenomen in de Semaine de la Critique, de oudste nevensectie van het festival.

Tot slot nog naar Oh Canada van New Hollywoodveteraan Paul Schrader, die ik gisteravond toch niet heb gehaald. Daarin speelt Richard Gere een geëngageerde Canadees-Amerikaanse documentairemaker, die voor de camera terugkijkt op zijn leven. Was er niet kapot van, maar ben toch maar tot het einde blijven zitten. 

Toen ik de bioscoop uitliep kreeg ik een bericht doorgestuurd dat de ingang van het paleis was afgesloten; er was een verdacht pakketje aangetroffen. Dit keer hielp het rolstoelicoontje op mijn pas me niet; ik moest ook wachten voordat ik de bubbel uit kon.

Dag 6, zondag 19 mei: Een mannenfantasie bij uitstek en surfers met Andrew Tate-achtige denkbeelden

Het festival is halverwege en ik weet nog steeds wat voor en achter is. Het is het grote voordeel van de late screenings en de borrels skippen en bijtijds naar bed – maar het is ook wel een beetje saai. Gisteravond ook niet naar de Julie zwijgt-borrel geweest, maar die was ook best op een onmogelijke plek, in een villa richting La Bocca.

Ben vandaag overigens wel in La Bocca geweest, in Cineum Cannes, een multiplex ontworpen door de Franse sterarchitect Rudy Ricciotti. (Het ruikt er naar popcorn) Ommelandse tocht, maar toen ik ‘s middags in mijn appartement naar Vitesse-Ajax zat te kijken (met afstand het slechtste wat ik tot nu toe heb gezien in Cannes), werd ik zo treurig dat ik toch maar ben gaan kijken naar welke films ik nog kon. De beste keuze leek me The Surfer van de Ierse regisseur Lorcan Finnegan (een van de ‘Midnight Screenings’ in Cannes). Ik ben namelijk dol op surffilms. Maar The Surfer is helemaal geen surffilm. “Je kan een golf niet stoppen,” zegt Cage nog wel in de openingsscène tegen zijn filmzoon. “Het is pure energie.” Daarna ontpopt Cage zich als een obstinate dommerik, die alles wat hem lief is kwijtraakt als hij de strijd aangaat met een groepje locals dat er Andrew Tate-achtige denkbeelden op nahoudt.

Ik zag meer pulp vandaag, te weten de bodyhorrorfilm The Substance van de Franse Coralie Fargeat, die eerder indruk maakte met de bloederige genrefilm Revenge (2018). Festivaldirecteur Thierry Frémaux had al gewaarschuwd toen hij de selectie bekendmaakte: “Leg een zeildoek neer, want er zal veel bloed vloeien”.

In The Substance draait het om Elizabeth Sparkle, een goed geconserveerde Oscar-winnende actrice op leeftijd. Als zij wordt ontslagen als voordanser van een aerobics-ochtendprogramma neemt ze haar toevlucht tot ‘the substance’. ‘Jij, maar in elk opzicht beter,’ luidt de belofte van het revolutionaire product gebaseerd op celdeling, dat een alter ego creëert dat jonger, mooier en perfecter is. Maar dat alter ego dient zich wel aan de spelregels te houden. 

Demi Moore (61; 27 jaar geleden vergezelde ze haar echtgenoot Bruce Willis op de rode loper in Cannes bij de première van The Fifth Eelement) is goed gecast als Elizabeth Sparkle; Margaret Qualley, die in Cannes ook te zien is in Yorgos Lanthimos’ Kinds of Kindness, is perfect als haar jongere ik, een mannenfantasie bij uitstek. En Dennis Quaid speelt een parodie op een seksistische netwerkbaas die alleen maar geïnteresseerd is in kijkcijfers.

Bloederig wordt het, en smerig ook, maar het duurt allemaal erg lang en de moraal ligt er wel heel dik bovenop in deze Dorian Gray-variatie met vleugjes Kubrick, De Palma, Peter Jackson (nee, niet The Lord of the Rings, maar Bad Taste), Carpenter en Cronenberg. The Substance haalt het niet haalt bij Titane, de bizarre Gouden Palmwinnaar van 2021 van Fargeats landgenote Julia Ducournau, maar is ook wel weer op zijn plek in Cannes, waar het nog altijd draait om uiterlijk vertoon.

Ook in Diamant brut van de Franse regisseur Agathe Riedinger – de enige debuutfilm in de Gouden Palm-competitie – draait het om opgelegde, verwrongen schoonheidsidealen. Influencer Malou Khebizi speelt de 19-jarige Liane, die geobsedeerd is door de maakbaarheid van haar lichaam. Haar boobjob heeft ze gefinancierd met de verkoop van gestolen goederen, haar lippen heeft ze door een vriendin laten doen, haar tatoeages zet ze zelf. Het doel van alle ingrepen: de Franse Kim Kardashian worden, meer volgers op TikTok en meedoen aan de (fictieve) realitysoap Miracle Island. Haar adagium: Als je mooi bent, bewonderen mensen je en hoe meer mensen je bewonderen hoe meer macht je hebt.

Diamant brut is een charmant portret van een vrouw die weet wat ze wil. De 19-jarige Malou Khebizi overtuigt als Liane. Riedinger vond haar tijdens een straatcasting, maar twijfelde aanvankelijk omdat ze heel erg op haar personage lijkt, ‘dus we moesten eraan werken om de twee persoonlijkheden van elkaar te scheiden’.

De derde en laatste film van mijn dag was Limonov: The Ballad of Eddie van de dissidente Russische film-, theater en operaregisseur Kiriil Serebrennikov, wiens Tchaikovsky’s Wife in 2022 meedong naar de Gouden Palm en die intussen ook al een film klaar heeft over nazi-arts Josef Mengele: Disappearance

Limonov: The Ballad of Eddie is een biografische film over de controversiële Russische dichter en politicus Eduard Limonov. Limonov wordt gespeeld door de Engelse acteur Ben Whishaw, met een irritant Oostblok-Engels accent. Wat ook niet helpt is dat hij op Jakhals Erik Dijkstra lijkt, maar mijn voornaamste bezwaar is dat de interessantste aspecten uit Limonovs krankzinnige leven (om maar wat te noemen: hij was eerst extreem-links, later extreem-rechts – een beetje zoals Plasterk…) niet in de 2 uur en een kwartier durende film zitten, maar voor de aftiteling staan vermeld. 

Dag 7, maandag 20 mei: De jonge jaren van Donald Trump en een ere-Palm voor Studio Ghibli

Het wordt misschien eentonig, maar toen ik gisteravond klaar was met schrijven heb ik toch maar besloten om niet in te gaan op de vriendelijke uitnodiging van distributeur Independent Films, die elk jaar een borrel geeft in Cannes. Nog wat geappt over mijn eclatante overwinning in mijn Coach van het Jaar-subgroep Vak 120 (note to myself: ondanks alles niet vergeten om mijn seizoenkaart te verlengen als mijn salaris binnen is), vervolgens redelijk op tijd naar bed, met als vooruitzicht dat ik kon uitslapen. Want Marcello Mio had ik met dank aan distributeur Cinéart al in Amsterdam gezien, en Horizon: An American Saga, de nieuwe, 3 uur 1 minuut durende western van en met Kevin Costner, zou een te grote hap uit mijn ochtend nemen. Er draaien hier overigens weer erg veel (te) lange films.

Wekker stond op 8.23 uur, maar ik werd vanochtend toch om 7.10 uur wakker. Had mijn zwembroek al aan toen ik nog een blik op mijn schema wierp en zag dat ik wél een film had om 8.30 uur: The Apprentice. Zwembroek weer uit, razendsnel gedoucht en ontbeten en op mijn fietsje gesprongen. Vlak bij het paleis maakte ik een ongelukkige bocht toen ik een stoepje op probeerde te rijden, waardoor ik bijna viel en op de weg vlak voor een langzaam rijdende auto terechtkwam. Ik viel gelukkig niet, de bestuurder stak een duimpje op of alles goed was. Dat was het, op een draf door naar Bazin, waar op het moment dat ik mijn vaste plek (had ik al gezegd dat ik een man van gewoontes ben?) had ingenomen, mijn wekker ging.

Afijn, The Apprentice is een biografische film van de Iraans-Deense filmmaker Ali Abbasi (zijn Holy Spider draaide in 2022 in de Gouden Palmcompetitie) over de jonge jaren van Donald Trump. De film is vernoemd naar de NBC-serie waarin Trump op zoek ging naar een troonopvolger, maar in dit geval is hij zelf ‘de stagiair’, die door een Faustiaanse deal met de invloedrijke, überfoute, zéér rechtse en conservatieve advocaat en politieke fixer Roy Cohn een greep naar de macht doet. 

Cohn leert zijn pupil drie lessen: 1) Val aan, val aan, val aan!; 2) Ontken altijd alles; en 3) Wat er ook gebeurt, je zegt altijd dat je hebt gewonnen. De waarheid is buigzaam, creëer je eigen werkelijkheid. Dat hebben we geweten. Veel nieuwe inzichten biedt The Apprentice niet en wat Abbasi van hem vindt blijft onduidelijk, maar zijn film zal Trump ook geen kiezers kosten. De grootste troeven zijn de Roemeens-Amerikaans acteur Sebastian Stan, die eng veel op de jonge Trump lijkt, en Jeremy Strong (Kendall Roy in de HBO-serie Succession) als Roy Cohn (de Bulgaarse Maria Bakalova, die voor een Oscar werd genomineerd voor haar bijrol in Borat Subsequent Moviefilm, speelt Trumps eerste vrouw, de Tsjechische Ivana).

Nota bene: toen ik uit de film kwam, las ik dat Plasterk toch geen premier wordt: ‘Ik ben volledig integer en ze mogen alles onderzoeken maar ik doe het toch maar niet.’ De reactie van Wilders kwam ook uit het boekje van Trump en Cohn: ‘Je verdient dit niet. Je zou wat mij betreft een uitstekende MP zijn geweest.’

Koffietje op het journalistenterras (de zon was een dag weg), daarna door naar The Shrouds van David Cronenberg, naar eigen zeggen misschien wel zijn laatste film. En naar eigen zeggen zijn meest persoonlijke; de film is geïnspireerd door zijn verdriet om het verlies van zijn vrouw, die in 2017 overleed aan kanker.

De Franse acteur Vincent Cassel speelt een succesvolle zakenman, die, ontroostbaar sinds de dood van zijn vrouw, een controversieel systeem uitvindt: GraveTech, waarmee de levenden contact kunnen houden met hun geliefden die in revolutionaire lijkwaden worden begraven. Wat volgt is een heleboel geouwehoer over leven en dood, paranoia, Russische hackers en de Chinese overheid die de hele wereld in de gaten wil houden. Diane Kruger speelt de betreurde echtgenote en haar wappiezus (om het de kijker makkelijk te maken heeft de een lang haar en de ander kort); de leukste rol is voor Guy Pearce, als de sjofele, hackende ex-man van zuslief. Ik heb Carice van Houten overigens niet kunnen ontwaren op de rode loper…

Daarna terug naar appartement, stuk voor de dinsdagkrant nog een keer doorgelezen en verstuurd, snelle lunch, en door naar de uitreiking van de ere-Palm aan Studio Ghibli. Het is voor het eerst dat er een ere-Palm aan een groep makers wordt uitgereikt, en niet aan één persoon, maar het is wat mij betreft terechte lof, want Ghibli staat voor een volstrekt uniek oeuvre.

Oprichter Hayao Miyazaki (83) was er niet bij. Hij staat te boek als kluizenaar, een eigengereide man die zelden of nooit interviews geeft en met geen mogelijkheid is over te halen een overzees festival te bezoeken. Terzijde: toen Marco Müller, destijds directeur van het filmfestival van Venetië, hem in 2005 belde dat hij hem wilde eren met een Gouden Leeuw voor zijn hele oeuvre – Miyazaki was de eerste animatiefilmer die die eer te beurt viel – zegde hij direct zijn komst toe. Voor de gelegenheid was hij zelfs bereid tot een interview; met een sigaret in zijn hand en een sigaar onaangeroerd in de asbak voor hem, beantwoordde de Japanse animatiegrootheid de vragen van een piepklein groepje journalisten – het was onvergetelijk.

In Cannes sprak Hayao Miyazaki de tot de laatste stoel bezette zaal toe in een grappig filmpje, zijn zoon Goro – animatiemaker én landschapsarchitect, en de drijvende kracht achter het Ghibli Museum en het recent geopende Ghibli Park – moest de prijs maar in ontvangst nemen (“Arme Goro,” zei Hayao Miyazaki tot twee keer toe).

Goro grapte dat hij blij was dat de Palm in een kistje zat, want de Oscar die Ghibli eerder dit jaar won met The Boy and the Heron moest hij ingerold in een handdoek van het hotel meenemen naar Japan. Vervolgens droeg hij de prijs op aan alle Ghibliliefhebbers over de hele wereld en werden er vier korte films vertoond, die speciaal zijn gemaakt voor het Ghibli Museum in Mitaka, een buitenwijk van Tokio, en nog nooit buiten Japan waren vertoond. Ze waren stuk voor stuk magisch, het was een prachtige middag.

Daarna nog even naar de borrel van het International Film Festival Rotterdam, waar ik meer mensen heb gezien dan gesproken. In mijn appartement nog de persconferentie van Emilia Perez teruggekeken en een stuk van There Is No Evil van de Iraanse regisseur Mohammad Rasoulof, van wiens The Seed of the Sacred Fig ik grote verwachtingen heb.

In een indrukwekkend interview met The Guardian vertelde Rasoulof hoe hij vorige week te voet door de bergen Iran is uitgevlucht, nadat hij was veroordeeld tot acht jaar gevangenisstraf. Hij vertelde ook dat hij van plan was om ooit terug te keren naar Iran, en dat was nog voordat de Iraanse president Raisi omkwam bij een helikoptercrash (wat me erg deed denken aan het laatste seizoen van Homeland). Of Rasoulof naar Cannes komt, is nog onduidelijk. 

Dag 8, dinsdag 21 mei: Helaas, de nieuwe van Paolo Sorrentino is een oneindig lang durende oudemannenfantasie

Superslecht geslapen en wat langer gezwommen omdat ik gister had overgeslagen. De eerste film kon ik nu wel overslaan: Marcello Mio, een ode aan de honderd jaar geleden geboren Italiaanse filmster Marcello Mastroianni (1924-1996) van de Franse regisseur Christophe Honoré. 

Chiara Mastroianni – de dochter van Marcello Mastroianni en Catherine Deneuve – speelt een actrice, Deneuve speelt haar moeder. Nadat ze auditie heeft gedaan, vertelt regisseur Nicole Garcia (die in werkelijkheid ook regisseur is) dat ze had gehoopt wat minder Deneuve en wat meer Mastroianni te zien. Mastroianni belandt vervolgens in een identiteitscrisis; ze gaat zich kleden en gedragen als haar vader, in een film die doorlopend knipoogt naar de filmgeschiedenis. Ik vond er niet zoveel aan.

Moest op de een of andere manier toch nog haasten om op tijd bij Sean Bakers Anora te zijn. De Amerikaanse indieprins maakte in 2017 veel indruk met The Florida Project, maar Red Rocket (2021) vond ik dan weer veel minder geslaagd. Anora is een soort Assepoester-variatie, over Ani (Mikey Madison), een lapdancer met een Oezbeekse grootmoeder, en Ivan (Mark Eidelstein), het door en door verwende zoontje van een Russische oligarch. Hij wil haar een week exclusief voor 10.000 dollar – in een vermakelijke scène die rechtstreeks gekopieerd is uit Pretty Woman. Zij vraagt 15.000. Hij gaat akkoord. Zij zegt dat ze het ook wel voor 10.000 dollar had gedaan. Hij riposteert dat hij 30.000 dollar had gevraagd als hij haar was. Wat volgt is een doldrieste nachtelijke tocht langs casino’s in Las Vegas en clubs in Brooklyn, Manhattan en Coney Island. Met heel veel seks en drugs, rare Armeniërs en een Rus die liever is dan ie eruit ziet. Na afloop had ik zin om John Landis’ Into the Night (1985) weer eens te zien.

Bij een koffietje in zoveel mogelijk media alles gelezen over Donald Trump cum suis, die dreigt een rechtszaak aan te spannen tegen de makers van The Apprentice ‘om de flagrant valse beweringen van deze zogenaamde filmmakers aan te pakken’. “Deze rotzooi is pure fictie die leugens opblaast die allang zijn ontkracht. Net als bij de illegale Bidenprocessen is dit verkiezingsinmenging door de Hollywood-elites, die weten dat president Trump het Witte Huis zal heroveren en de kandidaat van hun keuze zal verslaan omdat niets van wat ze hebben gedaan heeft gewerkt,” aldus Steven Cheung, de hoofdwoordvoerder van de Trumpcampagne. “Deze ‘film’ is pure kwaadwillige laster, zou het daglicht niet mogen zien, en verdient niet eens een plaats in de direct-naar-dvd-afdeling van een koopjesbak in een binnenkort te sluiten discountwinkel. Hij hoort thuis in een afvalcontainer.”

Afijn, Cheung doet zoals te verwachten viel precies wat Trump heeft geleerd en gekopieerd van Cohn: Attack, attack, attack! Het is trouwens al de tweede rechtszaak; miljardair Dan Snyder, die 1,1 miljoen dollar in de film had geïnvesteerd omdat hij de indruk had dat het een vleiend portret van de 45e president zou worden, wil zijn geld terug.

Denk niet dat de rechtszaken de film kwaad doen; er bestaat immers niet zoiets als slechte publiciteit. Volgens Abbasi is The Apprentice overigens geen film over Trump, maar over een door en door verrot systeem. “Er bestaat geen mooie, metaforische manier om met de opkomende golf van fascisme om te gaan.” Hij vermoedt dat Trump de film niet eens zo erg zou vinden, als hij hem gezien heeft: “Hij gaat er misschien niet van houden, maar hij zal zeker verrast zijn over de manier waarop we het verhaal vertellen. We nodigen hem graag uit om de film te komen kijken. Ik wil naderhand graag met hem praten wat hij ervan vond.” Tsja.

Mijn volgende film was Parthenope van Paolo Sorrentino (La grande bellezza), een oudemannenfantasie over een prachtig mooi meisje dat in de oneindig lang durende film rondloopt in bikini of niemendalletje en wordt begeerd door alles en iedereen: jong en oud, man en vrouw, arm en rijk, ster en voetveeg, heilige en zondaar. Ik dacht dat het ging over de jeugd die jammer genoeg voorbij gaat, maar achteraf las ik dat het iets van doen had met een legende over het ontstaan van Napels. Met tegetjeswijsheden zoals ‘Desire Is a Mystery and Sex Is Its Funeral’.

Broodje gegeten, half uur in de zon, en door naar Théâtre Croisette, het onderkomen van de Quinzaine des Cinéastes (voorheen Quinzaine des Réalisateurs), de parallelsectie met de mooiste poster (ontworpen door de Japanse acteur, regisseur en kunstenaar Kitano Takeshi) en trailer. Daar ging East of Noon in wereldpremière, de enige ‘Nederlandse’ film in Cannes. Hij is geregisseerd door Hala Elkoussy. 

Zij is geboren in Caïro, en rondde in 2006 een residentie aan Rijksakademie van Beeldende Kunsten in Amsterdam af en woont en werkt inmiddels afwisselend in Caïro en Amsterdam. East of Noon – een charmante, ritmische, komische zwart-witfilm over het wonderkind Abdo die muziek gebruikt om in opstand te komen tegen zijn voorouders, nam ze met een geheel Egyptische crew op in Egypte. Voor aanvang stonden ze allemaal op het podium, terwijl de Nederlandse producent Lonnie van Brummelen in de zaal zat.

Vakblad Screen International noemde de film Egyptisch, maar het is wel degelijk een Nederlandse productie, ondersteund vanuit De Verbeelding, het fantastische samenwerkingsverband tussen het Mondriaan Fonds en het Filmfonds voor films op het grensvlak van cinema en beeldende kunst.

De dag afgesloten met de documentaire Olympiques! La France des Jeux van Mickaël Gamrasni vertoond. Dat viel niet mee; het is een gelikte, tikje bombastische productie, waarin oude en nieuwe kampioenen vertellen over hun Olympische droom. Ik was vooral benieuwd naar de Olympische vlam, maar die was niet in Salle Agnès Varda, maar bevond zich op hetzelfde moment op de rode loper van Marcello Mio. Mooie boel.

Dag 9, woensdag 22 mei: Een schriftje met een slappe kaft voor
15 euro en een uurtje naar het strand

Vanochtend zat ik ruim voor 08.30 uur in Salle Bazin klaar voor mijn eerste film. Er waren geen nieuwe trades om de tijd mee te doden; VarietyThe Hollywood Reporter en Screen Daily houden na een dag of acht op te verschijnen. De meeste deals zijn dan gesloten, de markt biedt intussen ook een troosteloze aanblik.

Kort voordat de film begon kwam ik erachter dat ik mijn schrift vergeten was; een paar losse blaadjes van een collega boden uitkomst. Een schrift met harde kaft schrijft niet lekker, losse blaadjes al helemaal niet. Je schrijft min op meer op de gok, en denkt voldoende witruimte open te laten, zodat er later nog iets leesbaar is. Bijschijnen doe ik liever niet; ik heb een bloedhekel aan journalisten die de godganse film op hun telefoon zitten en laat niet na daar iets van te zeggen, dus dan moet ik het zelf ook niet doen.

Mijn eerste film was Grand Tour van de Portugese regisseur Miguel Gomes. Die gaat over Edward, een ambtenaar voor het Britse Rijk in Rangoon anno 1917, die wegvlucht voor zijn verloofde Molly op de dag dat ze arriveert om te trouwen. Dat klinkt als Runaway Bride, maar dat is het niet. Grand Tour is een film als een droom én een aanklacht tegen het Europese kolonialisme ineen. Gomes mengt heden en verleden, kleur en zwart-wit, gebruikt meerdere voice-overs en zijn beelden van de Oriënt zijn betoverend mooi. Ook deze film had alleen wel iets korter gekund.

Na de film even naar de ‘Boutique Officielle’ op de Croisette gelopen om een schrift te kopen. Ik koos de dunste, met een slappe kaft, en kocht ook twee doosjes met pepermuntjes. Bij de kassa bleek het samen 22 euro te kosten. Maar er staat wel een mooie palm op.

Daarna terug naar Bazin voor Motel Destino, een erotische thriller van de Braziliaanse regisseur Karim Aïnouz, over de 20-jarige Heraldo, die, op zijn vlucht uit een gat aan de noordoostelijke kust van Brazilië, terechtkomt in een sekshotel dat wordt gerund door de heethoofdige Elias en zijn rusteloze jongere vrouw Dayana. Het is best vermakelijk, maar ik wilde ook heel graag dat het vermakelijk zou zijn, want de competitie is – na een veelbelovende start – niet om over naar huis te schrijven. Sterker: het is een van de matigste Cannes-edities die ik me kan herinneren.

‘s Middags in mijn appartement een paar (stukken van) films op mijn laptop gekeken. Ik houd daar niet van, ik ben er niet goed in, maar in de zalen is de laatste paar dagen weinig (in te) halen voor journalisten, helaas – of je moet naar Cineum in La Bocca, maar ik heb nog niet over films gehoord die die tocht waard zijn.

Daarna nog een uur naar het strand (ja, ik had me van onder tot boven ingesmeerd), waar ik de paper die Ajax’ toekomstige trainer Francesco Farioli heeft geschreven voor zijn bachelor filosofie heb gelezen: Voetbal als wedergeboorte: de esthetiek van het spel en de rol van de doelman. Volgend seizoen worden we weer kampioen!

En ‘s avonds toch maar niet naar het Dîner de la Presse, maar wat gaan eten met Volkskrant-collega Bor Beekman. Zoals de oude Grieken al zeiden: de boog kan niet altijd gespannen staan.

Tot slot nog het laatste nieuws: de Iraanse filmmaker Mohammad Rasoulof, die vorige week uit Iran is gevlucht en onderdak heeft gevonden in Duitsland, zal vrijdag de wereldpremière van The Seed of the Sacred Fig bijwonen. Ik kan de film, waarvan ik zeer hoge verwachtingen heb, gelukkig nog net zien voordat ik vrijdagmiddag weer naar huis vlieg.

Nog meer nieuws: Julie zwijgt, het speelfilmdebuut van Vlaming Leonardo van Dijl dat was opgenomen in de Semaine de la Critique, heeft twee prijzen gewonnen in Cannes: de Prix SACD, uitgereikt door de gelijknamige auteursvennootschap, en de Prix Fondation Gan ter ondersteuning van de bioscooprelease in Frankrijk.

En helemaal tot slot: September Film heeft Megalopolis gekocht. Leuk voor Paff, het filmfestival dat Het Parool van 2 tot en met 6 oktober voor de achtste keer organiseert in samenwerking met September Film. Met Francis Ford Coppola op de gele loper?

Dag 10, donderdag 23 mei: Gilles Lellouche is iemand anders dan Claude Lelouch en ik zag een Ajax-shirt in een Indiase film

Toen ik 25 jaar geleden voor het eerst in Cannes kwam, waren er nog postvakjes waar elke dag schitterende persmappen en andere interessante informatie in lag, Peter van Bueren liep hier nog rond, en ik stond elke avond na de laatste film tot diep in de nacht op de stoep van bar Petit Majestic, samen met alle andere Nederlanders en heel erg veel andere festivalgangers. 

Maar het belangrijkste verschil met nu is dat ik toen veel minder films had gezien, en nog geen enkele in Cannes. Nu wel, en door films als La Pianiste en Amour, Uzak, Elephant, 4 maanden, 3 weken en 2 dagen, Uncle Boonmee Who Can Recall His Past Lives, Melancholia, Bowling for Columbine, Millennium mambo, Burning The Tree of Life, Leviathan, Personal Shopper, Cold War, Portrait de la jeune fille en feu, Parasite en The Zone of Interest (om er maar een paar te noemen, maar toen ik eenmaal begon kon ik niet meer stoppen) ben ik de lat steeds een beetje hoger gaan leggen.

Kwam gisteren de VPRO-crew tegen op straat en zij vonden mij maar kritisch toen ik zei dat ik het allemaal niet zo denderende vind (wat zeker niet betekent dat ik het hier niet naar mijn zin heb). Maar alles in ogenschouw nemend, geloof ik echt dat het geen bijzonder goede editie is. En toch kan er een mooi rijtje winnaars uit voortkomen en aan het einde van het jaar zullen er weer tal van Cannes-titels in mijn Top10 met beste films van het jaar staan.

De eerste films die ik vandaag zag, zal daar zeker niet bij staan: L’amour ouf (‘pfff, de liefde’) van de Franse regisseur Gilles Lellouche. Toen ik die naam las, dacht ik even met Claude Lelouch van doen te hebben, maar dat is dus niet zo, ontdekte ik toen ik al googelend uitkwam bij de vraag ‘Quel lien de parenté entre Claude Lelouch et Gilles Lellouche?’. Geen enkele dus, maar Gilles Lellouche heeft er naar eigen zeggen wel enorm van geprofiteerd: ‘Het is niet hetzelfde gespeld, maar de naam van mijn vader was Claude.’

Afijn. L’amour ouf is een misdaadfilm annex romcom, over de onmogelijke liefde tussen de hondsbrutale vechtersbaas/heethoofd Clotaire die nooit naar school is geweest en Jackie, een meisje uit de hogere middenklasse, dat goed kan leren (mooie rol van Adèle Exarchopoulos, die in 2013 als jongste de prijs voor de beste actrice won voor haar hoofdrol in La vie d’Adèle). Hun verhaal begint in de jaren 1980 in het noordoosten van Frankrijk en strekt zich uit over een periode van twintig jaar. De geluidsband is dichtgesmeerd met muziek uit die periode, en Lellouche trekt gedurende twee uur en drie kwartier alle registers open, maar neemt helaas nergens een verrassende afslag. Je hebt altijd een keuze, is de boodschap. Alleen heb je met meer geld wat meer keuzes…

Veel beter vind ik All We Imagine As Light, het speelfilmdebuut van de Indiase Payal Kapadia die in 2021 in Cannes met A Night of Knowing Nothing L’Oeil d’Or won, de prijs voor de beste documentaire. All We Imagine As Light is de eerste Indiase film in de Gouden Palm-competitie sinds 1994 (terwijl India toch een van de grootste filmindustrieën ter wereld heeft). En het is de enige film in de Gouden Palm-competitie met een Nederlands tintje: het Amsterdamse BALDR Film is coproducent, de film kreeg financiële bijdragen van het Filmfonds en het Rotterdamse Hubert Bals Fonds.

Het sfeerrijke, zeer beheerste filmpje gaat over twee verpleegsters die een krakkemikkige woning delen in Mumbai, waar steeds hogere woontorens verrijzen, waarvan de huur door de oorspronkelijke bewoners in geen honderd jaar is op te hoesten. Prahba, de oudste en meest zorgzame, wacht al een jaar op bericht van haar man, die voor werk naar Duitsland is vertrokken. De jongere, brutale, lichtzinnige Anu heeft in het geheim een vriendje dat moslim is. Haar ouders zijn op zoek naar een geschikte man voor haar, Anu moet daar niks van weten. “Als je denkt iemand te kennen, kan dat ook een vreemde voor je worden,” is de deprimerende reactie van Prahba.

Opvallend detail: als Anu op een avondje met haar vriendje zit te vozen op een pleintje er er op de achtergrond wordt gevoetbald, draagt een van de jongens een Ajax-shirt. Ik heb het even gecheckt bij BALDR-producent Frank Hoeve: dat is geen onderdeel van de Nederlandse inbreng, maar berust op toeval.

Het hielp me er wel aan herinneren dat ik mijn seizoenkaart nog moest verlengen. Direct gedaan. Fors bedrag, maar dan heb je wel wat. En het eigen risico voor mijn heupoperatie hoeft gelukkig pas over een maand betaald te worden. 

Dag 11, vrijdag 24 mei: Te laat bij mijn interview met Mohammad Rasoulof en 1,5 uur vertraging in Nice

Onrustig nachtje. Gisterochtend kreeg ik bericht van de Nederlandse distributeur dat ik genomineerd was om Mohammad Rasoulof te interviewen. Ik zou in de loop van de dag zou een bevestiging krijgen van de internationale publicist, maar ik hoorde helemaal niks, ondanks een continue stroom mails en apps mijnerzijds. Eind van de dag kreeg ik dan eindelijk bericht: ‘due to time constraints’ konden ze maar één round table organiseren en daar zat ik niet aan. Ik ben meteen weer gaan appen, mailen en bellen, maar hoorde weer niks. Tot ruim na middernacht. Toen werd mijn interview alsnog bevestigd.

Extra vroeg op, koffer ingepakt, de smaakmatrix afgemaakt en geslackt dat ik een nieuw stuk voor de zaterdagkrant zou maken – had na de annulering voor de zekerheid al een ander stuk geschreven… Daarna snel gaan zwemmen. De Borneosteiger in Oost is ook fijn, maar hier is het wel heel bijzonder. Geen mens gezien, het strand was iedere ochtend nog helemaal leeg, en na een meter of 50 zwom ik in de zon.

Iets na 8-en arriveerde ik bij het festivalpaleis, maar de gehandicaptenrij wordt ’s ochtends ook gebruikt door ‘gewone’ journalisten die naar de ochtendvoorstelling gaan. Toen mijn tas werd gecontroleerd, zei de vriendelijke Fransman dat hij wilde weten wat er onderin zat. Ik vroeg hem waar hij naar op zoek was. “Geen idee,” antwoordde hij. “Maar ik moet ook onderin kijken.” Ik vroeg hem of hij de afgelopen tien dagen iets onverkwikkelijk had gevonden. “Nee,” riposteerde hij. “En toch moet ik blijven zoeken.”

The Seed of the Sacred Fig van de Iraanse regisseur Mohammad Rasoulof begon om 8,30 uur, duurt 2 uur en 50 minuten en de interviews stonden gepland om 11.20 uur, een verdieping hoger. Heb de heftige Instagram-filmpjes van de Iraanse opstand, waar The Seed of the Sacred Fig mee eindigt, helemaal af gekeken en ben toen naar het Terrasse du Festival op de vierde verdieping gehobbeld. Ik was er om 11.22 en toen was het groepsgesprek al begonnen; ik viel net in de vertaling van Rasoulofs eerste antwoord. Het was voor zover dat kan met zes anderen en een tolk en slechts 24 minuten tijd nog best een aardig gesprek. Als hij sprak, zat Rasoulof er verbazingwekkend ontspannen bij, tijdens de vertalingen zat hij constant op zijn iPhone.

Na het interview meteen weer terug naar Bazin, waar de allerlaatste competitiefilm werd vertoond: La plus précieuse des marchandises van de Franse regisseur Michel Hazanavicius, die één geslaagde film heeft gemaakt: de stomme zwart-witfilm The Artist, waarvoor Jean Dujardin in 2011 in Cannes de prijs voor de beste acteur won, en die – nóg veel bijzonderder – vijf Oscars won, waaronder beste film en beste regie. Das war einmal.

Lang kon ik niet blijven bij Hazanavicius’ animatie-sprookje, de masterclass van George Lucas moest ik ook overslaan, want ik moest met gezwinde spoed terug naar mijn appartement om mijn interview met Rasoulof uit te werken. Daarna snel de taxi in naar Nice, waar andere controlepoortjes staan dan op Schiphol, want mijn heup begon heel hard te piepen. Werd vervolgens AD-collega Ab Zagt meegesleept naar de VIP-room. En toen was onze vlucht ook nog 1,5 uur vertraagd… For the record: als Coppola wint, gaat Ab nooit meer naar Cannes.

Gehannes met wifi door de beveiliging op mijn Parool-laptop, blog dan maar in klad geschreven en mails weggewerkt op mijn telefoon. Lonnie van Brummelen, producent van East of Noon reageerde op mijn blog: “Jammer dat we elkaar niet in Cannes zijn tegengekomen, dan had ik je kunnen vertellen dat producenten niet op het podium mogen staan van Quinzaine. Het programma wil zich onderscheiden van de rest van Cannes door minder op de markt gericht te zijn. Daarom heeft Quinzaine als regel dat alleen personen met creatieve taken op het podium mogen staan. Hala heeft nog haar best gedaan omdat ik me 7 jaar voor de film heb ingezet en de film ook creatief geproduceerd heb, maar er kon geen uitzondering worden gemaakt.” Waarvan akte.

Dag 12, zaterdag 25 mei: Te laat bij mijn interview met Mohammad Rasoulof en 1,5 uur vertraging in Nice

Terug in Nederland, lekker 130 rijden! Gezwommen bij de Borneosteiger en naar de Bakker van Oost, waar de croissantje ook heel lekker zijn. Verkoopster Cindy vroeg hoe ik zo bruin kwam. Toen ik vertelde dat ik in Cannes was geweest, zei ze: “Oh, ben jij er ook zo een?!” Op mijn vraag wat ze daar in hemelsnaam mee bedoelde, antwoordde ze dat er nog een vaste klant was die zo gek was om in tien dagen een karrenvracht aan films te gaan kijken. Hoe hij heet, wist ze niet, maar ze zou het navragen. Ik ben heel benieuwd.

Vanavond om 18.45 uur begint de slotceremonie van de 77ste editie van het festival van Cannes en wordt bekend wie er met de Gouden Palm vandoor gaat. Dat wordt beslist door een jury onder leiding van Barbie-regisseur Greta Gerwig, en verder met de Amerikaanse actrice Lily Gladstone en de Franse actrice Eva Green, de Franse acteur-producent Omar Sy en de Italiaanse acteur Pierfrancisco Favino, de Libanese scenarist en regisseur Nadine Labaki en de Spaanse scenarist en regisseur Juan Antonio Bayona, de Turkse scenariste en fotografe Ebru Ceylan en Japanse regisseur Hirokazu Kore-eda.

Ik hoorde een Griekse journalist uitleggen dat Emilia Perez de Palm gaat winnen, want dat is een musical en Greta Gerwig houdt van musicals; ze heeft immers Barbie gemaakt. Je kan dat ook omdraaien: omdat ze zelf Barbie heeft gemaakt, gaat ze natuurlijk nooit een andere musical bekronen.

De jury heeft de keuze uit 22 films, een film mag maximaal één prijs krijgen. Er zijn (minstens) zeven prijzen te vergeven: de Gouden Palm, de Grote Prijs (de 2e prijs), de Juryprijs (3e prijs), de prijs voor de beste regie, de prijs voor het beste scenario, de prijs voor de beste actrice en de prijs voor de beste acteur.

Ik heb zelf het meest genoten van The Seed of the Sacred Fig, Bird, Emilia Perez, Grand Tour, All We Imagine As Light, Anora en Trei kilometri pana la capătul lumii en op een bepaalde manier ook wel van MegalopolisCaught By the Tides en Diamant brut en vanwege de hoofdrolspelers ook van The Substance en The Apprentice.

Het valt nog helemaal niet mee om de prijzen over deze films te verdelen, maar ik zou het als volgt doen (met een noodgreep):

Gouden Palm: The Seed of the Sacred Fig van Mohammad Rasoulof

Grote Prijs: Emilia Perez van Jacques Audiard

Juryprijs: ex aequo All We Imagine As Light van Payal Kapadia en Grand Tour van Miquel Gomez

Beste regie: Andrea Arnold voor Bird

Beste scenario: Coralie Fargeat voor The Substance

Beste actrice: Mikey Madison in Anora van Sean Baker (wel jammer voor Zoë Saldana, Demi Moore en vele, vele anderen – er waren veel sterke vrouwenrollen deze editie)

Beste acteur:  Sebastian Stan in The Apprentice van Ali Abassi

Coppola en Jia Zhang-ke overleven het ook wel zonder prijs. En Trei kilometri pana la capatul lumii (‘drie kilometer naar het einde van de wereld’) is vrijdagavond al onderscheiden met de Queer Palm door een jury onder leiding van de jonge Vlaming Lukas Dhont, die die prijs in 2018 zelf won met zijn debuutfilm Girl.

Voor alle duidelijkheid: dit is géén voorspelling, Als je je aan voorspellingen gaat wagen, moet je je verdiepen in de achtergronden van en de onderlinge verhoudingen tussen de juryleden, en weten wie welke eerdere films van de regisseurs in competitie heeft gezien (en wie het met wie doet en wie ruzie heeft met wie). Ik heb in dit geval geen idee, en ik heb het sowieso zelden goed. Nog even geduld, vanaf 18.45 uur weten we of de jury er een beetje kijk op heeft.

Samenvattend: ik zag alle 22 competitiefilms (21 helemaal, van La plus précieuse des marchandises maar een klein stukje) en verder nog The InvasionLes femmes au balconThe Surfer, Furiosa: A Mad Max Saga en An Unfinished Film (ik las ergens dat Lou Ye een nieuwe versie gaat maken…) uit de officiële selectie; Armand en L’histoire de Souleymane (Un Certain Regard); East of Noon en To a Land Unknown (Quinzaine des Cinéastes), Julie zwijgt (Semaine de la Critique) en geen enkele uit de ACID-sectie. O ja, en vier korte Studio Ghibli-filmpjes toen ze een ere-Palm kregen. 

Ergo: ruim 30 films, in 12 dagen, terwijl ik toch van plan was het rustig aan te doen. Wat hielp – ik schreef het al eerder – was het rolstoel-icoontje op mijn perspas. Ik overweeg sterk om zes weken voor het volgende festival van Cannes mijn linkerheup te laten doen (die moet toch ook een keer). En het jaar daarna dan maar weer mijn rechter…