Posts Tagged ‘Stedelijk Museum Amsterdam’

Uitputtende reis van het hart naar het lichaam van Chopin

In het overrompelende Nummer veertien, home zwemt beeldend kunstenaar 26,6 km, fietst hij 1388,12 km en loopt hij 289,13 km hard, en overbrugt daarmee de afstand tussen het hart en het lichaam van zijn favoriete componist Frédéric Chopin.

‘Ik ben nergens héél goed in; ik ben niet geweldig in filmmaken, ik ben niet de beste componist van Nederland en ik ben ook geen topatleet. Maar door het allemaal samen te brengen, kan ik toch iets maken wat uniek is.’

Beeldend kunstenaar Guido van der Werve (Papendrecht, 1977) maakte furore met virtuoze videowerken waarin hij zelf de hoofdrol speelt. Geïnspireerd door de performancekunst uit de jaren ’70 liet hij zich door een auto van zijn sokken rijden (Nummer twee), wandelde hij over het ijs op de Botnische Golf terwijl een gigantische ijsbreker hem op de hielen zat (Nummer acht) en draaide hij 24 uur lang rondjes tegen de aardrotatie in op de Noordpool (Nummer negen).

In zijn nieuwste, het overrompelende Nummer veertien, home, vervlecht Van der Werve geabstraheerde jeugdherinneringen aan zijn saaie jeugd in Papendrecht, de levens van zijn jeugdheld Alexander de Grote en zijn favoriete componist Frédéric Chopin, en een nauwelijks voorstelbare atletische prestatie: een zevenvoudige triatlon, ofwel ruim 1700 km.

Van der Werve overbrugt hiermee de afstand tussen het lichaam van Chopin, dat op de Parijse begraafplaats Père Lachaise begraven ligt, en diens hart, dat na zijn dood door zijn zus naar Polen werd gesmokkeld en sindsdien op sterk water wordt bewaard in de Heilig Kruiskerk in Warschau.

De structuur van Nummer veertien, home is gebaseerd op een door Van der Werve zelf geschreven requiem: drie delen in twaalf aktes. Die drie delen lopen weer parallel met de triatlon-disciplines, zwemmen, fietsen en hardlopen. Elk deel bestaat uit vier aktes: een autobiografische, een over Alexander de Grote, een over Chopin en een die ingaat op het betreffende onderdeel van de triatlon.

‘Alles valt op een vreemde manier op zijn plek. Nummer veertien, home gaat wat mij betreft over de vraag in hoeverre je afkomst de rest van je leven bepaalt. Chopin en Alexander de Grote zijn allebei uit hun geboortedorp weggegaan toen ze 19 waren en nooit meer teruggekeerd. Alexander de Grote was onoverwinnelijk zolang hij een doel had. Maar toen er een einde kwam aan zijn schier eindeloze veldtocht en hij zich settelde is hij niet veel later overleden. De laatste woorden van Chopin waren “Ik voel de pijn niet meer”. Dat sluit mooi aan bij het gevoel dat een sporter aan een einde van een triatlon heeft. Mijn tocht staat natuurlijk niet in verhouding tot wat Alexander de Grote heeft gedaan, maar ik merk wel dat ik zelf ook steeds op zoek ben naar nieuwe uitdagingen. De finishlijn is de start van de volgende race.’

Wat zijn volgende ‘race’ wordt, weet Van der Werve nog niet precies; voordat hij over Nummer vijftien gaat nadenken, werkt hij eerst aan wat ‘kleine dingen’. ‘Ik ben een van de drie kunstenaars die gevraagd zijn na te denken over kunst in de vertrekhal van de Noord/Zuidlijn. Ik ben bezig om muziek te schrijven, en ik probeer me te classificeren voor de WK Iron Man in mijn leeftijdscategorie.’

Een speelfilm ziet Van der Werve zichzelf nog niet een-twee-drie maken. ‘Ik ga heel vaak naar de bioscoop. Naar artfilms én James Bond, maar ik heb altijd moeite met acteurs en het feit dat het niet echt is. Het is niet voor niets dat ik films maak zonder acteurs. Dat vind ik het leuke aan muziek en aan dansers: dat vind ik wat integerder. Hetzelfde geldt voor sport: dat is een hele integere expressie, zeker als je heel diep gaat.’

Als hij aan het einde van Nummer veertien, home uitgeput tegen het hekwerk voor de Madeleine Kerk in Parijs neerzijgt, acteert hij zeker niet, aldus Van der Werve. ‘Ik was echt uitgeteld, omdat ik mijn laatste marathon expres iets harder gelopen heb. Als je stopt met lopen, begin je heel erg te zweten. Daardoor liep de zonnebrandcrème die ik op mijn hoofd had gesmeerd in mijn ogen. Daardoor ziet het er nog beter uit.’

Meer beeldende kunst op het IFFR

Guido van der Werve’s Nummer veertien, home is gelijktijdig te zien op een witte muur in het Stedelijk Museum in Amsterdam (ieder uur) en op het witte doek tijdens het IFFR. In Rotterdam is de film geselecteerd voor de Tiger Awards Competitie voor Korte Films. Daarin zijn nog veel meer werken opgenomen van beeldend kunstenaars, zoals het geweldige Janus van Erik van Lieshout (eerder te zien in Annet Gelink Gallery) en het hypnotiserende Tokyo Giants, na Plot Point en Stardust het afsluitende deel van de Plot Point Trilogy van de Vlaming Nicolas Provost, wiens speelfilmdebuut The Invader vorig jaar in Rotterdam te zien was. Ook de nieuwe kortfilms van gerenommeerde beeldend kunstenaars als Yuri Ancarani, Claire Hooper, Omar Fast, Willie Doherty, Beatrice Gibson en Zachary Formwalt dingen mee naar de drie Tiger Awards.

In andere secties zijn films te zien van onder anderen Broersen & Lukács, Marina Abramovic, Ursula Mayer, Mika Taanila, Johan Grimonprez en Keren Cytter. Ook de Rotterdamse CineMart brengt film en beeldende kunst samen, met het initiatief Art:Film, waarop nieuwe projecten van vijf filmende kunstenaars (waaronder één Nederlandse: Future Histories van Fiona Tan) worden gepresenteerd aan potentiële financiers, coproducenten en andere experts uit de kunst- en filmindustrie.

27

01 2013

Zoek de 10 verschillen

Boven een recente foto van het Stedelijk Museum, met links de enorme, zwarte trucklift waarmee grote kunstwerken het museum binnen gereden kunnen worden. Onder de artist’s impression… Op de andere hoek heb je overigens ook geen vrij zicht op de badkuip; daar staat een torentje dat als ingang fungeert van de parkeergarage…

04

04 2012

Geshredde iPad-kunst

Reuring in het Stedelijk! Eindelijk! Cartoonist annex beeldend kunstenaar Kamagurka hield er een 24-uurs-performance, waarin hij onafgebroken schilderijen op zijn iPad maakte. Het evenement was live te volgen voor het publiek, in het museum en thuis, achter de computer.

Kamagurka maakte een stuk of zestig, zeventig iPad-werken die hij zelf goed genoeg vond om aan de museummuren bevestigd te worden. Maar voor eventjes, overigens. Na 24 uur werden alle werken, hupsakee, door de shredder gehaald. Ook een fraaie bewerking van een foto van Cruijff – op oorlogspad, met rood-witte verf op zijn junbeenderen – moest er aan geloven. Het spektakel werd afgesloten met een ‘Shredder Afterparty’, met met drankjes en geshredde hapjes.

Kunst? Waarom niet? Leuk was het in ieder geval wel.

De stoffelijke resten worden voor crematie overgedragen over aan het Glasmuseum in Leerdam, waar Kamagurka vanaf 16 april exposeert.

Read the rest of this entry →

01

04 2011

De fotografe kan ook filmen

Rineke Dijkstra The Krazy House, 2009. 4 kanaals HD videoprojectie. 32 minuten. Courtesy Marian Goodman Gallery, New York/Parijs, Max Hetzler, Berlijn en de kunstenaar

Ze heeft lange blonde haren, zwaar opgemaakte wimpers en lipgloss op, en draagt een net te kort, net te strak jurkje met open décolleté. Op de elektronische beats van Reflekts Need to feel loved wiebelt ze met haar heupen. Aanvankelijk schoorvoetend, maar al snel gaat haar linker arm de lucht in. ‘Come and touch me baby / I need to belong.’ Ze zingt de woorden binnensmonds mee. ‘Come and hold me baby / I need to feel loved.’

Het afgezakte bandje van haar bh doet ze met een nonchalante beweging terug. Als het nummer is afgelopen, verschijnt er een lachje op haar gezicht. “Was het zo goed?” lijkt ze te vragen. Tegelijkertijd verraadt haar blik een soort trots: ja, het was goed, zo. Dat heb ik toch maar mooi even gedaan.

Het koket dansende meisje maakt deel uit van de wervelende 4-kanaals videoprojectie The Krazy House, die nu te zien is in een donker zaaltje op de eerste verdieping van De Hallen in Haarlem. Hij is gemaakt door Rineke Dijkstra, die wereldfaam verwierf met foto’s van onzekere meisjes op het strand, pas bevallen vrouwen met hun baby en gekwetste stierenvechters. De fotografe kan ook filmen, zo viel al op te maken uit Ik zie een vrouw huilen (waarin een groep schoolkinderen praat over Picasso’s schilderij De wenende vrouw) en Ruth tekent Picasso (een meisje tekent, gezeten op de museumvloer, Picasso’s De wenende vrouw na), videoproducties uit 2009 die op dit moment te zien zijn in het Stedelijk Museum Amsterdam.

Vijftien jaar geleden maakte Dijkstra haar eerste video: The Buzzclub/Mysteryworld, ook met dansende jongeren, ook in Liverpool. Fotografie voldeed namelijk niet, vond ze, om alles wat ze in de club zo bijzonder vond te vangen. Voor The Krazy House keerde Dijkstra terug naar Liverpool, dit keer niet naar The Buzzclub, maar naar de mega-nachtclub The Krazyhouse (‘three floors, each with it’s own DJ and musical influenceer, offering a variety of rock, alternative and dance nights!). Ze keek er rond op de dansvloer en vroeg twee jongemannen en drie jongedames of ze in dezelfde kleding wilden terugkomen om in een speciaal gebouwd studiootje hun ding te doen. Read the rest of this entry →

28

12 2010

‘I need support’

Voormalig directeur Gijs van Tuyl en Pierre di Scillo (foto Lex Reitsma)

Pierre di Sciullo is boos. Vorige week verbrak het Amsterdamse Stedelijk Museum, bij monde van directeur Ann Goldstein, de samenwerking met de Franse grafisch ontwerper en typograaf, die sinds begin 2009 aan een nieuwe huisstijl voor het Stedelijk werkte. Di Sciullo heeft nu het volgende statement doen uitgaan:

Dear friends,

The new director of the Stedelijk Museum, Ann Goldstein, announced officially that she broke the contract which binds me to the museum, without the possibility of dialogue. Independently of the legal proceedings that I am going to give to this affair, ‘I need support. Not only this rough decision is a waste and a considerable damage for me and my studio, but also it symbolically attacks the graphic designer profession. All the design community and the adjoining professions should express themself on this case. That is why I propose you to sign the press release below, which will be relayed by the press. Thanks for all. Best regards.

Pierre di Sciullo – amelie@quiresiste.com

Scandal at the Stedelijk Museum
The new director of the Stedelijk museum, Ann Goldstein, announced officially that she broke the contract which binds the french graphic designer Pierre di Sciullo to the museum. One year before, at the conclusion of an international competition of 4 months, the independent jury appointed this graphic designer among 5 candidates. Since, he worked intensely with the museum on the visual identity, on the publishing, on the website, etc… Mrs Goldstein refused every exchange with P. di Sciullo on the made or futur work. Without advancing any reason, she made her decision in a rough and unacceptable way. In this way, she scoffs at the jury’s decision, the work already undertaken with the Stedelijk Museum’s teams, and the graphic designer and his team, in a particularly humiliating and incomprehensible way. This decision doesn’t care about public money already invested. Through this case, sadly exemplary, we can wonder what is the coherence of the big cultural institutions’ policy. And the trust? Because, now, who can still trust the Stedelijk Museum?

Het persbericht van het Stedelijk Museum d.d.3 maart 2010
Het Stedelijk Museum kondigt hierbij aan dat het de huidige plannen met betrekking tot de visuele identiteit niet zal voortzetten. Dit is een besluit genomen door Ann Goldstein, directeur van het Stedelijk Museum, met instemming van de Raad van Toezicht. Het besluit is weloverwogen genomen na zorgvuldig beraad en met diep respect voor de ontwerper Pierre di Sciullo, en voor het proces dat tot de selectie heeft geleid. Rekenschap gevend aan het feit dat het proces in 2006 werd gestart tegen de achtergrond van een heropening van het museum in 2009, heeft Ann Goldstein als nieuwe directeur van het Stedelijk Museum een andere visie op de visuele identiteit en de branding van het Stedelijk.
Het Stedelijk Museum wenst zijn diepste waardering uit te drukken voor Pierre di Sciullo en aan allen die aan dit proces hebben bijgedragen.
Het Stedelijk Museum overweegt zorgvuldig toekomstige plannen voor zijn visuele identiteit.

09

03 2010

‘Dit is een gevoelige kwestie’

Het Stedelijk Museum heeft de samenwerking met de Franse grafisch ontwerper en typograaf Pierre di Sciullo verbroken. Di Sciullo werkte sinds begin 2009 aan een nieuwe huisstijl voor het Stedelijk – van het logo en grafische toepassingen als briefpapier, visitekaartjes en affiches tot en met de wegbewijzering en toepassingen in de architectuur. Hij was uitverkoren na een intensieve pitch onder vijf gerenommeerde ontwerpbureaus.

Het besluit is genomen door directeur Ann Goldstein, met instemming van de Raad van Toezicht. ‘Rekenschap gevend aan het feit dat het proces in 2006 werd gestart tegen de achtergrond van een heropening van het museum in 2009, heeft Ann Goldstein als nieuwe directeur van het Stedelijk Museum een andere visie op de visuele identiteit en de branding van het Stedelijk.’

Di Sciullo – hij verwierf faam met zijn magazine Qui Résiste, won in 1995 de Charles Nypels Prijs voor zijn uitgebreide onderzoek op het gebied van typografie, en maakte de trambordjes in de stad Nice en de huisstijl van Musée Champollion – reageerde woensdagavond teleurgesteld op het nieuws. De in het persbericht herhaalde passage dat het Stedelijk zijn diepste waardering voor hem wenst uit te drukken, verleidde hem tot een schamper lachje. Omdat de partijen nog in gesprek zijn over de financiële afwikkeling, wenste Di Sciullo verder niet te reageren. ‘Dit is een gevoelige kwestie.’

Het Stedelijk had de ambitie om met de keuze voor een nieuwe huisstijl een standaard te zetten: het hele traject, van de eerste aanzet tot en met de implementatie, moest leiden tot een expositie, een seminar en een publicatie. Grafisch ontwerper Lex Reitsma legt het proces vast in een documentaire over ‘de stijl van het Stedelijk’.

Voor de ontwikkeling van een grafische identiteit voor het ‘nieuwe’ Stedelijk werd in het voorjaar van 2008 een werkgroep geformeerd, die onder leiding stond van de eertijdse directeur Gijs van Tuyl. Grafisch ontwerper Gerard Hadders werd als extern adviseur aangetrokken om de huisstijlcompetitie inhoudelijk te begeleiden, daarnaast werd een projectleider aangesteld.

Toen de keuze van een speciaal benoemde vakjury (met onder anderen Dingeman Kuilman, directeur Premsela, Dutch platform for design and fashion, Hendrik Driessen, directeur De Pont, en Mels Crouwel, architect bij bureau Benthem Crouwel, dat de renovatie en nieuwbouw van het Stedelijk Museum realiseert) op Di Sciullo was gevallen, werd hij geprezen om zijn inhoudelijke betrokkenheid bij en interpretaties van het Stedelijk, om zijn gevoel voor de relatie tussen kunst en leven, om zijn speelse, enigszins anarchistische mentaliteit, om zijn openheid en bravoure. Volgens de jury zou het Stedelijk met deze ontwerper ‘een nieuw avontuur kunnen aangaan, dat in de verte doet denken aan dat van Willem Sandberg, de voormalige directeur en grafisch ontwerper van het Stedelijk Museum, die het mede dankzij zijn unieke typografie internationaal op de kaart zette’.

Op dit moment zegt het Stedelijk Museum zorgvuldig toekomstige plannen voor zijn visuele identiteit te overwegen.

03

03 2010