“Het was tijd voor een nieuwe stap”
Half januari kreeg Ron Amir bezoek van de Amsterdamse galeriehouder Rob Malasch – de Israëlische schilder had voor de gelegenheid koekjes gebakken. Langs de muren en op de vloer van zijn enorme Rotterdamse atelier, een voormalige voetbalkantine, had hij het werk uitgestald dat hij geschikt achtte voor zijn eerste overzichtstentoonstelling: metersgrote houtskooltekening en olieverfschilderijen, met overdonderende, Jeroen Bosch-achtige taferelen vol bizarre details – van bloedende lichaamsdelen, aangevreten en aan mootjes gehakte dieren tot mensen die als insecten door elkaar heen krioelen.
Malasch liep er langs en sprak geen woord. Pas na een toiletbezoek verbrak hij de stilte. Dat kleine, simpele portretje dat daar hing, had hij dat ook gemaakt?, wilde Malasch weten. En zo ja, of Amir nog meer van dat soort werk had. “Dat is écht heel goed! Bij je grote doeken word je bijna gedwongen om geïmponeerd te raken. Dat wil ik niet, dat maak ik zelf wel uit”, zei hij.
Veel van dat soort werk, veel minder gedetailleerd en op een kleiner formaat dan waarmee hij bezig was, had Amir niet. Maar hij kon het wel maken, antwoordde de schilder. Het was geen grootspraak. Op zijn expositie in Serieuze Zaken Studioos zijn naast een aantal van de grote, oude werken dertig spiksplinternieuwe tekeningen en schilderijen te zien.
