Posts Tagged ‘Iep’

Zoek de 10 verschillen

Rechts de poster van Dolfje Weerwolfje, Joram Lürsens film naar de bestsellende kinderboekenreeks van Paul van Loon, Links het voorbeeldaffiche: Iep! van, ja van wie eigenlijk? Een knalsucces was de film niet, heel frai evenmin. Waarom hij als uitgangsput is genomen is een raadsel.

20

06 2011

Er wordt veel te weinig getest in Nederland

Over testscreenings doen veel indianenverhalen de rondte. Dat Iep! is verminkt naar aanleiding van de vertoning van een halfaffe versie bijvoorbeeld. Of dat De vliegenierster van Kazbek keer op keer naar de montagekamer is terugverwezen door een kritsisch testpubliek – ook niet waar.

In Amerika zijn testscreenings de gewoonste zaak van de wereld. Een film is duur, dus hij moet zijn weg naar het publiek vinden. De scènes die niet bevallen, of niet worden begrepen, en grappen waarom niet wordt gelachen, worden na peilingen onder de doelgroep rigoureus verwijderd. Als het publiek aangeeft dat het einde te somber is, wordt het vervangen door een zonniger slot.

Ook in Nederland, waar de regisseur in bijna alle gevallen bepaalde hoe zijn film eruit ging zien, is de invloed van producenten en subsidiënten op het eindresultaat toegenomen. Aanvankelijk kregen vooral bekenden, relaties en bevriende regisseurs daarvoor een uitnodiging. In 2003 werden zogenoemde ‘recruited audience screenings’ (RAS) echter verplicht gesteld voor door het Filmfonds ondersteunde publieksfilms. ‘Vijfentwintig of vijfhonderd mensen maakt een enorm verschil’ wist marketingdeskundige Paul Verstraeten destijd al. ‘Het is bovendien belangrijk dat je het juiste publiek binnenhaalt. En dan nog: ook als de beoogde doelgroep de film geslaagd vindt, wil dat nog niet zeggen dat ze een kaartje gaan kopen.’

De screenings zijn zo laat mogelijk in het productieproces, desalniettemin ontbreken de visual effects vaak en is ook de muziek meestal nog niet afgewerkt. Dat zou geen bezwaar moeten zijn, stelt Verstraeten. ‘Daar houden we natuurlijk rekening mee. De resultaten worden met bepaalde ogen bekeken.’

Wat de uitkomsten ook zijn, al te ingrijpend kunnen de veranderingen niet zijn. Er kunnen aanpassingen worden gemaakt in de montage, maar anders dan in Hollywood is herschieten in Nederland in bijna alle gevallen uitgesloten, en als het al kan, dan toch niet veel langer dan een enkele dag, met één zeer vastomlijnd doel.

De testresultaten kunnen echter wel een belangrijke rol spelen bij de positionering van een film: een familiefilm wordt net weer anders in de markt gezet dan een kinderfilm, een komedie vraagt een andere aanpak dan een romantische komedie. Een enkele keer wordt een testscreening gebruikt om na te gaan of een film überhaupt in de bioscoop moet worden uitgebracht. Het Schitzelparadijs, bijvoorbeeld, gemaakt voor televisie dankt zijn bioscooprelease aan een uiterst succesvolle testscreening. Zoals de makers van Het wapen van Geldrop na een testscreening eigenlijk beter hadden moeten weten en de film helemaal niet in de bioscoop hadden hoeven uitbrengen.

Sinds 2009 zijn testscreenings niet meer verplicht bij het Filmfonds, ook niet voor publieksfilms. Maar producenten die een RAS willen houden, kunnen daar nog steeds geld voor krijgen; tot 75% van de kosten, met een maximum van 10.000 euro.

Voor zijn kaskraker Oorlogswinter vond regisseur Martin Koolhoven het niet nodig testscreenings te organiseren: ‘Ik twijfelde niet. Als iemand anders de film wel had willen laten zien, was ik er niet tegen geweest, maar we hadden gewoon niet het idee dat het nodig was.’

Verstraeten in van mening dat er veel te weinig wordt getest in Nederland. ‘In een ideale situatie test je op meerdere momenten, eerst een of twee keer voor een klein publiek, als je nog ruim de tijd hebt om wijzigingen aan te brengen. En als de film zo goed als klaar is, voor een groter publiek, om te kijken of je ideeën over de uitbreng kloppen. Zo is het gedaan met Alles is liefde en met De Storm. Tot ieders tevredenheid.’

Bij Iep! dacht regisseur Rita Horst een ‘mensenfilm’ gemaakt te hebben, geschikt voor 6- tot 60-jarigen. Uit de testscreenings bleek dat de film vooral goed scoorde bij kinderen. Bij De vliegenierster van Kazbek was editor Menno Boerema al vervangen voordat er een testscreening was gehouden, halverwege de montage, omdat het niet goed ging en wegens tijdgebrek. De films is vervolgens afgemonteerd door Catherine Turner en getoond aan de coproducenten, distributeur en fondsen, die volgens Smits zeer tevreden waren. ‘Het zou een cross-over film worden.’

Vervolgens werd de film vertoond voor de theatereigenaren en ontstonden er problemen. ‘De arthouses vonden ’m te commercieel en uitleggerig. Pathé vond ‘m te artistiek voor hun publiek.’ Besloten werd de release een half jaar uit te stellen, waardoor Smits de mogelijkheid kreeg nog eens goed naar haar materiaal te kijken. Vóórdat ze aan de slag ging, organiseerde producente Els Vandevorst zelf een testscreening. Zonder geld van het Fonds, voor een ‘mannetje of dertig, via via bij elkaar gehaald, in verschillende leeftijden en met verschillende achtergronden’. De uitkomst van het vragenlijstje? Vandevorst: ‘Heel divers. Maar het bevestigde onze vermoedens: dat de film teveel eindes had en dat we wat meer op de emotie van de hoofdrolspeelster moesten zitten. Dat hadden we zelf ook al bedacht.’

30

03 2010

Iep!: een Ellen Smit-film

De Nederlandse jeugdfilm Iep! is geselecteerd voor het Generation Kplus-programma, een van de competitieonderdelen van het Kinderfestival van de Berlinale. De Nederlands-Belgische coproductie, gebaseerd op het meermaals bekroonde kinderboek van Joke van Leeuwen over het vogelmeisje Viegeltje, werd geregisseerd door Rita Horst. Haar naam verdween echter van de aftiteling nadat ze een kort geding verloor van producent Lemming, die een veel kortere versie wilde uitbrengen. Nu staat Ellen Smit vermeld als regisseur, een oudbakken pseudoniem dat verwijst naar Alan Smithee.

Alan Smithee staat te boek als regisseur van films als Stiches (1985), Ghost Fever (1987), Appointment with Fear (1987), Bloodsucking Pharaohs in Pittsburgh (1991) en Le Zombi de Cap-Rouge (1997). Het zijn naar alle waarschijnlijk geen titels die een belletje doen rinkelen; de meeste hebben de Nederlandse bioscopen nooit gehaald, want het betreft hier danig mislukte, met ruzie omgeven producties. En de regisseur Alan Smithee bestaat helemaal niet. Alan Smithee was jarenlang het enige door het Directors Guild of America erkende pseudoniem voor regisseurs die om wat voor reden dan ook hun eigen naam niet op de aftiteling wilden hebben.

De naam ontstond in 1967, toen Don Siegel na 25 opnamedagen scenarioschrijver Robert Totten verving als regisseur van de western Death of a Gunfighter. Geen van beiden was tevreden met het uiteindelijke resultaat, en geen van beiden wilde zijn naam aan de film verbinden. Toen Death of a Gunfighter in 1969 alsnog werd uitgebracht, was de The New York Times overigens enthousiast, met name over de onbekende Smithee. ‘Knap geregisseerd’, schreef de krant.

In 2000 ‘overleed’ Alan Smithee. Op de aftiteling van Supernova – een mislukte film over een paramedisch ruimteschip, dimensiesprongen en plasmaversnellingen – staat voor het eerst de naam van zijn opvolger: Thomas Lee. Het Directors Guild of America had voor dit nieuwe pseudoniem gekozen omdat Alan Smithee na An Alan Smithee Film: Burn Hollywood Burn (1997) te bekend was geworden.

An Alan Smithee Film: Burn Hollywood Burn, geschreven door Joe Eszterhas (Basic Instinct, Showgirls), is bedoeld als Hollywood-satire, waarin de strijd tussen producenten en regisseurs het moet ontgelden. Eric Idle speelt een onbeduidende editor die zijn regiedebuut mag maken met een 220 miljoen dollar kostend spektakelstuk met Whoopi Goldberg, Sylvester Stallone en Jackie Chan in de hoofdrollen. Na ruzie met de producent wil hij zijn naam van de credits. Er is echter een probleem: de regisseur heet écht Alan Smithee.

Toen Arthur Hiller, de regisseur van An Alan Smithee Film: Burn Hollywood Burn, eveneens besloot zijn naam van de credits te verwijderen, werd gedacht aan een goedkope publiciteitsstunt. Burn Hollywood Burn is echter zo bar en boos dat moeilijk aan Hillers oprechte bedoelingen kan worden getwijfeld. Niet voor niets werd Burn Hollywood Burn bekroond met een Golden Raspberry, de prijs voor de slechtste film van het jaar, en scoorde de film hoge ogen in de verkiezing van slechtste film van het decennium.

Iep! draait vanaf 17 februari in de Nederlandse bioscopen. Het filmfestival van Berlijn is van 11 tot 21 februari 2010.

12

01 2010

Jochies in korte broek

Petit Nicolas

Als het aan de organisatie had gelegen, had vicepremier annex minister van Jeugd en Gezin André Rouvoet vanmiddag samen met de Amsterdamse wethouder van Cultuur Carolien Gehrels de 23e editie van het Cinekid geopend, het festival dat graag en veelvuldig films programmeert waarin het eenoudergezin of de homoseksuele vader triomfeert.

Dat typeert het festival, aldus directeur Sannette Naeyé: een minister zij aan zij met een wethouder wier levenswijze hij als zondig beschouwt. Helaas; het nieuws was koud bekendgemaakt of Rouvoet had alweer afgezegd, hij is vandaag in Engeland.

Het verdere openingsprogramma komt wél in tweevoud: in de Amsterdamse bioscoop Het Ketelhuis staan Le petit Nicolas en C’est pas moi, je le jure! op het programma – beide Franstalig, beide ondertiteld en dus niet geschikt voor de allerkleinste filmliefhebbertjes.

Le petit Nicolas – op Cinekid goedgekeurd voor zeven jaar en ouder – is een live action film van Laurent Tirard gebaseerd op de befaamde prentenboeken uit de jaren ’60 van Asterix-bedenker René Goscinny en illustrator Jean-Jacques Sempé. In zijn fantasierijke filmdebuut hoort de eigenwijze, vrolijke en soms een tikje ondeugende Nicolaas (korte broek, hoog opgetrokken kousen) zijn ouders praten over gezinsuitbreiding. Vervolgens probeert hij daar uit alle macht iets aan te doen, bang als hij is dat zij hem in het donkere bos zullen achterlaten.

Léon, het tienjarige hoofdrolspelertje van C’est pas moi, je le jure! (‘Ik heb het niet gedaan, ik zweer het je’), heeft uiterlijk wel wat weg van de kleine Nicolaas en ook hij banjert in een korte broek rond in de vrolijk vormgegeven jaren zestig. Léon is echter een pathologische leugenaar. En C’est pas moi, je le jure!, die later dit jaar in Nederland wordt uitgebracht onder de internationale titel It’s Not Me, I Swear!, is bepaald geen niemendalletje; regisseur Philippe Falardeau snijdt op ingenieuze wijze zware onderwerpen aan, van echtscheiding tot zelfmoord.

Le petit Nicolas en het fraaie, al meermaals bekroonde C’est pas moi, je le jure! (11+) dingen beide mee naar de Gouden Cinekidleeuw. In de competitie zitten verder films uit Zuid-Korea, Iran en Letland, opmerkelijk weinig producties uit Scandinavië, sinds jaar en dag het Mekka van de verantwoorde jeugdfilm, en geen enkele uit Nederland. Iep van Rita Horst is in een productionele nachtmerrie terechtgekomen, Spangas op survival kon niet op tijd worden gezien, en de Sinterklaasfilms Het Sinterklaasjournaal: De Meezing Moevie en Sinterklaas en de verdwenen pakjesboot werden niet geschikt geacht. Potentiële kandidaten als Kikkerdril, De Indiaan en Oorlogswinter zijn al lang en breed te zien geweest in de vaderlandse bioscopen en werden daarom ondergebracht in de sectie Panorama (‘belangwekkende films’).

Naast het omvangrijke filmprogramma – deze editie wordt uitgebreid aandacht besteed aan animatie – worden er op Cinekid nieuwe televisieproducties gepresenteerd (onder meer de serie 13 in de oorlog en de kinderdocumentaire I love het leger), zijn er talrijke seminars en workshops en kunnen kinderen zelf aan de slag in het Medialab. De wens meer schoolkinderen te ontvangen in het Medialab is de reden dat Cinekid dit jaar eerder begint: niet in, maar een paar dagen voor de herfstvakantie. ‘Als je met je schoolklas komt, krijgt iedereen een kans’, aldus directeur Naeyé. ‘Daarbij: in Amsterdam heeft één op de vier kinderen met armoede te maken. Daar sta je vaak niet bij stil.’

Toch wel jammer dat de minister van Jeugd en Gezin er niet bij kan zijn.

Cinekid. T/m 23 oktober, Westergasfabriek en The Movies Amsterdam. Cinekid op Locatie. T/m 1 november door heel Nederland.

14

10 2009