Posts Tagged ‘IDFA’

“Iedereen met een camera denkt maar dat hij een film kan maken”

“Ik moet wat bekennen”, zei de stokoude Russische regisseuse Ludmila Stanukinas na afloop van de vertoning van haar documentaire The Tram Runs through the City voor een bomvolle zaal in Tuschinski. “Een van de vrouwen die in de tram stappen, is een vriendin van mij. Ik had haar speciaal gevraagd, zodat ik zeker wist dat er in ieder geval één mooie vrouw voor mijn camera zou komen…”

“Je stelt me teleur”, riposteerde haar landgenoot Victor Kossakovsky, die Stanukinas’ film opnam in zijn Top-10 met favoriete documentaires die hij op verzoek van het International Documentary Film Festival Amsterdam samenstelde. Met een lach: “Ik zal je film uit mijn lijst moeten verwijderen.”

Victor Kossakovsky is een van de troetelkinderen van het IDFA. In 1993 won hij de Joris Ivens Award én de Publieksprijs met de plattelands-tragikomedie Belovy; in 1998 won hij de Speciale Juryprijs met Pavel and Lyalya (A Jerusalem Romance); en in 2002 werd Tishe! genomineerd voor hoofdprijs van het festival.

In zijn Top-10 staan niet alleen erkende meesterwerken, zoals Man with a Movie Camera (Dziga Vertov, 1929) en Stand van de sterren (Leonard Retel Helmrich, 2010); Kossakovksy koos ook een aantal korte documentaires die zelden of nooit te zien zijn op het grote doek. “Deze films laten de kijker iets zien, in plaats van dat ze iets willen zeggen,” aldus Kossakovsky. “Als je alle vernieuwende elementen uit deze films bij elkaar optelt, kom je tot het perfecte documentaire-alfabet.”

Alle films zijn bijzonder, maar de allerbijzonderste film uit Kossakovsky’s Top-10 is Seasons of the Year van de Armeens filmmaker Artavazd Pelechian, een in gloedvol zwart-wit geschoten filmgedicht over het bikkelharde boerenbestaan in een afgelegen bergdorp. We zien boeren met hun schapen door een kolkende rivier waden, we zien boeren met hun schapen in de winter op hun billen van besneeuwde bergen afroetsjen. Altijd staat de camera op de juiste plek, de montage is verbluffend ritmisch – net als in Kossakovsky eigen films.

Ook de invloed van de verborgen camera-films Look at the Face (waarin Pavel Kogan laat zien wat Leonardo Da Vinci’s schilderij Madonna Litta teweegbrengt bij de bezoekers van de Hermitage) en The Tram Runs through the City (waarin Ludmila Stanukinas de bestuurster en passagiers van een kachelende tram in Leningrad observeert) is onmiskenbaar. Ze moeten Kossakovsky hebben geïnspireerd voor Svyato (2005), waarin hij zijn tweejarige zoontje filmde, die zichzelf voor het eerst in zijn leven in de spiegel ziet, en voor Tishe!, waarin hij vanuit het open raam van zijn appartement in hartje Sint-Petersburg een jaar lang alles filmde wat hem opviel voor zijn digitale camera.

Beide Kossakovsky-films zijn te zien op IDFA, als onderdeel van een compleet retrospectief, waarin ook zijn debuut Losev uit 1989 en zijn recente meesterwerk ¡Vivan las antipodas! zijn opgenomen.

Tijdens de opnamen van laatstgenoemde film werd Kossakovsky gevolgd door zijn oude Chileense vriend Carlos Klein Frohlich. Het resultaat is Where the Condors Fly, een documentaire, ‘making of’ en masterclass ineen.

“Iedereen met een camera denkt maar dat hij een film kan maken,” zegt Kossakovsky daarin tegen Klein Frohlich, als die hem op een stoel heeft plaats laten nemen om hem over zijn manier van werken te laten vertellen. “Ach, het maakt ook niet uit. Als je me filmt omdat je me iets wil laten zeggen, heeft het toch geen waarde. Film moet de kijker iets geven wat hij nog niet eerder hebt gezien. Dit heeft geen enkele waarde.”

Veel Top-10-films en films van Victor Kossakovsky zijn de komende dagen nog te zien op IDFA, dat duurt t/m 25/11.

24

11 2012

Geen beter vermaak dan leedvermaak

In Queen of Versailles volgt fotografe Lauren Greenfield de bijna bejaarde steenrijke zakenman David Siegel, die zijn imperium opbouwde met time-sharing – op de hebzucht van anderen, zeg maar – en die George Bush naar eigen zeggen nog aan zijn herverkiezing heeft geholpen.

Met zijn derde echtgenote Jackie, een veel jongere voormalige Miss Florida met blonde lokken en enorme siliconenborsten, is hij bezig het grootste huis van de Verenigde Staten te bouwen, in de stijl van Versailles, voorzien van sushi-bar, bowlingbaan en Louis XIV-antiek. Waarom? Gewoon, omdat het kan…

Dan breekt de kredietcrisis uit. “Ik dacht dat het geld dat door de regering in de banken is gepompt, doorgesluisd zou worden naar gewone mensen. Naar ons”, zeggen de Siegeltjes nog. En ook dat ze heel gewone problemen hebben, dat alleen de schaal anders is.

Maar sls de hele familie voor het eerst in hun leven een gewone vlucht neemt, vragen de kinderen aan Jackie wat al die mensen in hun vliegtuig doen; als Jackie een huurauto afhaalt, informeert ze nonchalant naar de naam van haar chauffeur. Om je gek te lachen; het tijdpad mag vrij ondoorzichtig zijn, net als de precieze details van de financiële positie van de familie Spiegel, amusant zijn hun wederwaardigheden wel. Geen beter vermaak dan leedvermaak.

Queen of Versailles van Lauren Greenfield, Do 22/11, 22.55 uur. Nederland 2. Zo 25/11, 10.00 uur, Munt 11.

22

11 2012

Latasters in Focus

Peter Lataster en Petra Lataster-Czisch zijn de Documentairemakers IN FOCUS 2012 van Beeld en Geluid. Dat betekent dat het oeuvre van de Latasters wordt opgenomen in de collectie van Beeld en Geluid en de veelgeprezen Amsterdamse documentairemakers een film maken die geïnspireerd is op het archief. Ook brengt het instituut een DVD-box uit met een selectie uit hun oeuvre, de archieffilm en een tekstboek. Tijdens IDFA ging WE in wereldpremière; aansluitend was de presentatie van de fraaie DVD-box, die te bestellen is via de site van Beeld en Geluid. FOTO FELIX KALKMAN

21

11 2012

Jari op IDFA

Bij het Kisapuisto-stadion in zijn geboorteplaats Lahti stond al een standbeeld van oud-Ajacied Jari Litmanen. Nu is er ook een documentaire, gemaakt door zijn landgenoot Arto Koskinen. Met veel actiebeelden en heel veel praten hoofden – van zijn vader en moeder, ontdekker Tonny Pronk, en van spelers als Danny Blind, Edwin van der Sar, Marc Overmars, Frank en Ronald de Boer en internationale grootheden als Puyol, Steven Gerrard en Zlatan Ibrahimovic. Xavi herinnert zich nog dat Litmanen altijd met zijn voetbalschoenen aan in de sauna ging zitten. Louis van Gaal heeft het vooral over zichzelf, de poëzie komt natuurlijk uit de mond van David Endt.

Litmanen zat afgelopen zondag ademloos naar zichzelf te kijken; het was voor het eerst dat hij in Tuschinski was, vertelde hij na afloop. “Ik kwam vaker in de ArenA.” Of hij nog een jaar doorgaat met voetballen, wist hij nog niet. Of hij trainer wordt, kon hij ook nog niet vertellen. Met een grote glimlach: “Ik wil wel materiaalman worden bij Ajax”.

FOTO’S BRAM BELLONI

21

11 2012

Jørgen Leth en de perfecte mens

‘De Mart Smeets van Denemarken’ wordt hij wel genoemd, ook door hem zelf. Het klopt ook wel – ten dele. Jørgen Leth (Aarhus 1937) verslaat sinds jaar en dag de Tour de France voor de Deense radio en tv, en ja, ook hij is fan van Lance Armstrong. Hij maakte een aantal documentaires rondom wielerwedstrijden, zoals En forårsdag i Helvede (‘een voorjaarsdag in de Hel’) en hij schreef een boek over de Tour. Maar Leth kan meer. Hij schrijft ook poëzie. En hij maakt schitterende, volstrekt originele, uiterst kunstzinnige documentaires.

Een aantal daarvan is nu te zien in de ‘filmische installatie’ My Name is Jørgen Leth, in de Tuinzaal van Vlaams Cultuurhuis De Brakke Grond is, als onderdeel van het IDFA-programma ‘EXPANDING DOCUMENTARY #3’.

De installatie bestaat uit acht schermen; op zeven daarvan zijn doorlopend films te zien, op de achtste een selectie van Leths poëzie. Die gedichten hebben eenzelfde ritme als zijn films en gaan over dezelfde onderwerpen: (jonge) vrouwen, seks, de perfecte mens, wielrennen – de legendarische Fausto Coppi met name.

Je kunt de films tegelijk bezien, als installatie. Dan zie je de overeenkomsten, niet alleen in onderwerpen maar ook bepaalde shots keren veelvuldig terug. Soms zie je beeldrijm dat er helemaal niet is; dan zie je in één oogopslag Andy Warhol, met zijn gebleekte, sluike haren, een whopper met ketchup eten in 66 Scenes From America en tegelijk, in een van Leths antropologische films, een Haïtiaanse man met een vreemd zwart kapsel met een angstaanjagend mes kaal geschoren worden.

De films zijn natuurlijk ook afzonderlijk te bekijken – staand, dat wel, desgewenst met een koptelefoon op je hoofd. In Stjernerne og vandbærerne, zoals de oorspronkelijke titel van The Stars and the Watercarriers luidt, doet Leth verslag van de 56e Giro d’Italia, in 1973. Van start tot finish volgt hij de renners op de motor, van zeer dichtbij. Maar hij heeft niet alleen aandacht voor de beproevingen van de ‘sterren’ en de ‘waterdragers’ in het peloton, Leth toont ook het circus dat de renners dag in dag uit volgt: van het gesleutel aan de fietsen door de mecaniciens tot het mediacircus.

Ook The Five Obstructions (2003) ontbreekt niet, waarmee Leth hier te lande nog het meeste bekendheid geniet. Het is een schrandere speelfilm en een making of-documentaire ineen, waarin te zien is dat Leth van zijn landgenoot en voormalig leerling Lars von Trier de opdracht krijgt zijn korte zwartwitfilm Det perfekte menneske (‘de perfecte mens’ – die ernaast wordt geprojecteerd) uit 1967 opnieuw te regisseren. Vijf maal, met telkens een andere, door Von Trier met sardonisch genoegen bedachte obstructie. Omdat Leth een voorliefde heeft voor lange takes, gebiedt Von Trier hem dat geen enkel beeld langer dan een halve seconde mag blijven staan, als Leth uitlegt hoe hij het toeval in zijn werk koestert, veroordeelt ‘aangever en pedagoog’ Von Trier hem tot het maken van een tekenfilmversie, waarin voor toeval geen plek is. Ook zijn animatie-versie van ‘de perfecte mens’ is prachtig; kan Leth dan waarlijk alles?!

Tijdens IDFA, t/m 25 november, biedt Vlaams Cultuurhuis De Brakke Grond onderdak aanEXPANDING DOCUMENTARY #3, een ‘grensoverschrijdend programma over de toekomst van documentaire storytelling’. Met live cinema events en een Late Night Club van Tom Barman. Met Robots in Residence, een geinig project waarin kleine pratende robots een documentaire maken met het publiek, en het indrukwekkende Empire, waarin Kel O’Neill en Eline Jongsma de overblijfselen van het Nederlandse kolonialisme belichten. En met My Name is Jørgen Leth en de DocLab Competition Showcase, met 15 computers en iPads waarop de documentaires te zien zijn die onderdeel uitmaken van de IDFA DocLab Competition for Digital Storytelling. Daaronder het aangrijpende Alma, a Tale of Violence, waarin de jonge Alma terugkijkt op de jaren dat ze lid was van een van de meest gewelddadige bendes in Guatamala en Pointer Pointer, een simpel, zeer verslavend online tijdverdrijf: zet de cursor ergens op het scherm, en er verschijnt een foto waarop iemand exact dezelfde plek aanwijst.

De camera van Jan Bons hangt weer in de stad: IDFA!

Het IDFA is weer bezig. Dus hangen de handgescheurde camera’s van Jan Bons weer overal in de stad. Althans, een variatie erop. Ik heb ze gemaakt in de geest van Jan Bons, in eendrachtige samenwerking met zijn zoon Jeroen Bons en Cathalijne de Wilde en Laura van Halsema (hoofd IDFA Communication). Er zijn vijf verschillende posters; spaar ze allemaal!

14

11 2012

‘Ik bepaal het verhaal niet, ik leef alleen mee’

Woensdag 14 november gaat het 25e IDFA van start met John Appels Wrong Time Wrong Place. Dertien jaar geleden leverde Appel ook de openingsfilm (en hoofdprijswinnaar) van het documentaire-evenement: André Hazes – Zij gelooft in mij. Ik sprak hem destijds voor de Volkskrant.

Een hard-core fan van André Hazes is hij niet, dat is hij van niemand. John Appel noemt zichzelf ‘een stille genieter’. Twee jaar geleden zag hij een krantenfoto van Hazes, na een optreden in het Rotterdamse Ahoy’, waar de zanger na drie jaar zijn comeback maakte. Hij zag eruit als een bokser die net een partij heeft gewonnen, omringd door met goud omhangen mannen in pakken.

John Appel volgde de vertolker van het Nederlandse levenslied een jaar lang, tijdens optredens en thuis, met zijn familie en vrienden, maar vooral: alleen. Het resultaat is een intiem, zeg maar gerust onthullend portret.

Appel ontdekte dat hij niet de enige was die iets met Hazes wilde. Producent Frank van den Engel, met wie hij een filmpje over wielrenner Peter Winnen had gemaakt, was met een documentaire bezig. Hazes was benaderd en had zijn medewerking reeds toegezegd. Appel bood direct zijn diensten aan. ‘Het zou Hazes een worst wezen wie de film ging maken, als hij maar met de regisseur door één deur kon. Ik heb met hem afgesproken in de kroeg. Na een half uur belde zijn vrouw; dat had hij zo afgesproken. ‘‘Maak je niet druk, het zit wel goed’’, zei hij haar.’

De eerste opnamen vonden plaats in augustus 1998 in Benidorm. Hazes gaf er een concert in de enorme Plaza de Toros, dat een fiasco werd omdat er bijna geen kaarten waren verkocht. Twee maanden later volgde het optreden in Ahoy’. Zenuwpees Hazes maakt zich – zoals altijd – zo druk dat hij bijna instort. Hij reageert zich thuis af en krijgt ruzie met zijn vrouw; een derde scheiding ligt voor de hand.

Deze gebeurtenissen vormen het hart van Appels documentaire. ‘Na twee maanden was de film al voor het grootste deel gedraaid, maar ik wilde Hazes een langere periode volgen. Ik was benieuwd hoe het verder zou lopen.’

Appel schoot in totaal vijftien uur film. Hij ging met Hazes naar een wedstrijd van Arsenal in Londen en filmde op zijn verjaardag. Maar hij gebruikte dit materiaal niet, omdat het niet in het verhaal paste dat hij wilde vertellen. ‘Mensen verwachten misschien een lange Unox-reclame, maar dat wilde ik vermijden. Dat is een sketch, waarin Hazes zichzelf speelt, zoals hij zichzelf graag ziet.’

Dat vrolijke beeld wordt snel afgebroken in de film, tot teleurstelling van Hazes. ‘We hebben toch ook gelachen tijdens de opnamen? Waarom zit dat er niet in?,’ vroeg de zanger aan de regisseur nadat hij de film voor het eerst had gezien.

‘André gaf direct commentaar bij alles wat hij zag. Hij lette op heel andere dingen dan ik. Hij vond het prachtig dat zijn gouden platen en het nieuwe bankstel zo mooi in beeld waren, en dat het huis er spik en span uitzag. Ook het beeld dat hij in zijn eentje voor het raam staat en uitkijkt over de Vinkeveense plassen in de regen, vond hij mooi. Later, toen hij er nog eens over na had gedacht, realiseerde hij zich dat de film een wat somber beeld schetste.’

De meest confronterende scène is die in het Hilton, aan de vooravond van zijn concert in Ahoy’. Een paar dagen na de viewing belde Hazes of die scène niet wat korter kon. ‘Ik antwoordde dat ik nog naar de hele film zou kijken, maar heb niks beloofd. Juist die scène brengt hem heel dichtbij. Omdat hij daar zo kwetsbaar is. Het is heel invoelbaar, dus het werkt alleen maar in zijn voordeel.’

Appel knipte niet in de Hilton-scène, maar het gesprek heeft wel langer geduurd dan in de film is te zien. ‘Normaal logeren André en zijn vrouw een week bij haar ouders, als hij in Rotterdam moet optreden. Nu zat hij in zijn eentje in het Hilton. Verdrietig, bang en gespannen. Hij heeft toen dingen gezegd die niet leuk zijn om te horen, heel ongenuanceerd. Dát zit niet in de film. Niet alleen om hém te sparen, maar om de film te sparen.’

Het was een van de weinige momenten waarop Hazes zich niet bewust was van de camera, dat hij niet in zijn achterhoofd had dat er een film werd gemaakt. Het ‘Ahoy’-gebeuren’ zorgde voor een band tussen de regisseur en zijn onderwerp, omdat Appel ook buiten het filmen bij de zaak betrokken werd. ‘Ook door zijn vrouw en zijn schoonouders, die aanvankelijk enige schroom hadden om mee te doen. Maar ik bepaal het verhaal niet, ik leef alleen maar mee. Op een integere manier, en daar ben ik als filmmaker voor beloond.’

Vrienden zijn ze niet geworden. ‘Hazes heeft niet veel echte vrienden. Hij is erg op zichzelf gericht. De film houdt hem een spiegel voor, meer dan hij zich aanvankelijk heeft gerealiseerd, maar hij herkent zichzelf er wel in.

‘Ik denk niet dat het morgen weer zo gebeurt, maar er is altijd wel wat bij Hazes, daar ben ik van overtuigd. Een huwelijkscrisis, conflicten met zijn managers, dronken op het podium. . . Ik heb voorgesteld deel twee te maken, maar dat vond hij geen goed idee.’

André Hazes – Zij gelooft in mij van John Appel wordt zaterdagavond 10 november om 21.00 uur uitgezonden op Nederland 3. Wrong Time Wrong Place is woensdagavond 14 november gelijktijdig te zien in 25 steden in Nederland, en daarna nog meermaals op het IDFA.

08

11 2012

“Het gedrag van gewone mensen onder extreme omstandigheden”

Vijf in legergroen geklede, zwaar bewapende donkere mannen sjorren en trekken aan een bijna naakte, mooie jonge donkere vrouw die op haar rug ligt. Een van hen zet een mes op haar buik. Dan loopt een blanke man het beeld binnen; hij aanschouwt het tafereel even aandachtig en manoeuvreert de hand met het mes dan in een net iets andere positie.

Zo begint Catherine van Campens fraaie, indringende documentaire Painting Painful over Ronald Ophuis, die opzien baarde met aangrijpende, onontkoombare schilderijen van verkrachtingen in het concentratiekamp Birkenau en executies in Srebrenica. De in Amsterdam woonachtige Van Campen, die radiomaker is voor VPRO’s De Avonden en korte documentaires maakte over vergeten groente (Eeuwige moes), een autistische jongen (Drona & ik) en een meisje met Gilles de la Tourette (Anne vliegt), introduceert de omstreden Nederlandse schilder tijdens een enorme kunstbeurs in New York, waar tienduizenden dollars worden betaald voor zijn enorme doeken (“Niet bepaald het formaat van een New Yorks appartement”, aldus een verzamelaar). Vervolgens zoomt ze in de totstandkoming voor een van zijn schilderijen.

Het begint, zoals zo vaak bij Ophuis, in een ver, door oorlog geteisterd oord, in dit geval Sierra Leone. Daar vertelde een groep jongens Ophuis over ‘Boy or Girl’, een gruwelijk spelletje dat tijdens de burgeroorlog werd gespeeld door kindsoldaten. Als ze een zwangere vrouw zagen, sloten de mannen een weddenschap af: was ze in verwachting van een jongen of een meisje? Om erachter te komen, sneden ze haar buik open.

Ophuis laat de taferelen die hij tijdens zijn reizen in zijn hoofd heeft opgeslagen in zijn atelier naspelen door acteurs, en maakt vervolgens foto’s die als uitgangspunt dienen voor zijn schilderijen. “Wat ik nodig heb zijn vier à vijf jongens…” zegt hij tijdens een luchtige castingsessie tegen Hans Kemna. “Voor elk been één, een jongen voor de armen, een jongen die het mes vasthoudt en een die toeschouwt.”

Van Campen, die overal bij mocht zijn en alles mocht filmen, volgt Ophuis ook in Sierra Leone, waar hij rondloopt als een journalist, om zich heen kijkt, vragen stelt en fotografeert, en bij de kennismaking met de acteurs in zijn atelier. Daar vraagt ze hem op de man af waar zijn werk nu eigenlijk over gaat. Wat volgt is een lange stilte. Dan, weifelend: “Het gedrag van gewone mensen onder extreme omstandigheden”.

Waar die fascinatie voor lijden en geweld precies vandaan komt, vertelt de film niet. Althans, het antwoord is niet eenduidig. Gelukkig maar; het dwingt de kijker zelf een standpunt in te nemen over het confronterende geweld en Ophuis’ onderwerpskeuze en beweegredenen.

De schilder zelf was volgens Van Campen overigens “ontroerd” over het eindresultaat.

Painful Painting van Catherine van Campen wordt dinsdag 31 januari uitgezonden in NTR’s Het uur van de wolf, 23.00 uur, Nederland 2.

31

01 2012

‘Geen sensatie, maar een film over groepsdynamiek’

Vanavond zendt de VPRO de aangrijpende documentaire Stranded uit. Eind 2007 sprak ik met de Uruguayaanse regisseur Gonzalo Arijon, die net de Joris Ivens Award had gewonnen, zoals de hoofdprijs van het IDFA toen nog heette. In Stranded laat Arijon zestien overlevenden terugkijken op een vliegtuigongeluk in het Andesgebergte. De spelers van het Uruguayaanse rugbyteam The Old Christians, die met wat vrienden en familieleden op weg waren naar Chili, verbleven 72 dagen op een onbegaanbare, ijskoude gletsjer. De vliegtuigmaaltijden waren al snel op; daarna hielden de mannen zich in leven door het eten van mensenvlees – het vlees van hun overleden vrienden en familie.

Er zijn tal van boeken over de tragedie geschreven en ook al meerdere films en documentaires over gemaakt. Waarom moest uw film er ook komen?
‘Het boek van Piers Paul Reed is goed, maar heel erg feitelijk. De daarop gebaseerde speelfilm Alive van Frank Marshall is een typische Hollywood-productie. Het vliegtuigongeluk en de lawine zien er spectaculair uit, maar de film vertelt niet het ware verhaal. De Mexicaanse film Supervivientes de los Andes is nog veel veel erger: een vreselijke sensatiefilm waarin alles draait om kannibalisme. Ik wilde een film maken over de groepsdynamiek en de betekenis van de ervaring in hun verdere leven.’

Hoelang bent u met de film bezig geweest?
‘Vijf jaar geleden belde Roberto Canessa dat ze een herdenkingswedstrijd gingen spelen in Chili. Hoewel er nog geen stuiver binnen was, ben ik daar direct gaan filmen – de beelden zijn kort te zien onder de aftiteling. Vanaf de wedstrijd ging ik serieus over de film gaan nadenken. Een aantal van de overlevenden reist de hele wereld over om lezingen te geven, anderen mijden de publiciteit. Ik wilde ze per se allemaal in de film. Dat kostte moeite, het is geen gemakkelijke groep. Ze zijn als broers, maar het zijn geen echte vrienden. Uiteindelijk heb ik ze toch allemaal uitvoerig gesproken.’

De mannen vertellen dat ze lang twijfelden of ze het vlees van vrienden mochten eten. Maar ze hadden toch geen keus?
‘Het waren jonge, streng katholieke mannen. Ze waren als de dood voor de gevolgen; misschien zouden ze wel gek worden. Het eten van mensenvlees is een enorm taboe, je kunt daar niet geringschattend over doen. Toen er consensus was over de afspraak dat ze elkaars vlees zouden eten als iemand de volgende dag zou overlijden, was de eerste stap gezet. Maar de doden konden ze het niet meer vragen. In de speelfilm Alive eten ze mensenvlees nadat ze hebben gehoord dat de zoektochten zijn gestaakt. Zo was het niet, maar een aantal van de overlevenden is zelf ook in de Hollywood-simplificatie gaan geloven. Het kwam ze wel goed uit, omdat het beter te verkopen is aan de familie en nabestaanden.’

Wat vinden de overlevenden van uw film?
‘Ze waren erg heel emotioneel na de vertoning. Later kwamen er wel wat opmerkingen: waarom heb je dit gedaan? Waarom heb je dat niet laten zien? Het ligt allemaal heel gevoelig. Zoals ik al zei, het zijn geen gemakkelijke mensen. Maar ik heb wel het idee dat de groep nu vindt dat hun verhaal goed is verteld. Ze vonden het moeilijk om de film op zijn artistieke kwaliteiten te beoordelen. Daarom ben ik ook zo blij met de Joris Ivens Award. Voor mezelf. Maar vooral voor de zestien overlevenden.’

30

12 2010

Een film om zachtjes bij te grienen

De Finse Pirjo Honkasalo gaf een masterclass documentairemaken en stelde een toptien met haar favoriete documentaires samen voor het IDFA. Voor de thuisblijvers wordt vanmiddag het bloedmooie, associatieve documentaire-drieluik The 3 Rooms of Melancholia uitgezonden op Nederland 2.

In The 3 Rooms of Melancholia komen de televisiebeelden van het gijzelingsdrama in het Moskouse musicaltheater in oktober 2002 twee keer voorbij. In het eerste deel, Verlangen getiteld, kijken de piepjonge cadetten van de Russische marinebasis Kronstadt in Sint-Petersburg gebiologeerd naar de televisie. Daarop steekt een Russische commentator de loftrompet over de speciale eenheden die de terroristen onschadelijk hebben gemaakt. In het derde deel, Herinnering, worden dezelfde beelden aanschouwd door Tsjetsjeense weeskinderen. De 11-jarige Aslan kijkt met grote ogen naar de enorme hoeveelheid springstof om het levenloze lichaam van een gesluierde vrouw. In voice-over wordt verteld dat hij is gevonden in een kartonnen doos terwijl het buiten vroor. Aslan is seksueel misbruikt door Russische soldaten. Vermoed wordt dat hij Russische wortels heeft. Hij houdt het er zelf op dat hij Tsjetsjeens is en moslim.

Pirjo Honkasalo won in 1996 de Joris Ivens Award op het Amsterdamse documentairefestival IDFA met haar roadmovie Atman (‘ziel’), waarin zij in zeven hoofdstukken een beeld schetst van religieus India. The 3 Rooms of Melancholia wordt gekenmerkt door dezelfde strakke structuur; het oogstrelende camerawerk is opnieuw van de regisseuse zelf.

The 3 Rooms of Melancholia is ingedeeld in drie delen – de kamers uit de filmtitel. In het middelste – kortste, en in zwart-wit gedraaide – deel Ademen volgt Honkasalo de kordate Hadizhat, die in kapotgeschoten huizenblokken in Grozny op zoek is naar kinderen. Zij brengt ze naar een kamp in de Zuid-Russische deelrepubliek Ingoesjetië, even over de grens met Tsjetsjenië, waar ze worden opgevangen door meisjes als Milana. Zij werd door Russische soldaten verkracht toen ze twaalf was. Na zeven maanden onderging ze een abortus.

Het kostte Honkasalo drie jaar voor ze toestemming kreeg te filmen in de brandhaard Tsjetsjenië; de Russen houden niet van pottenkijkers. Op de aftiteling staan de namen van de bodyguards.

Honkasalo, die zelf niet in beeld komt, kiest geen partij; de achtergronden van het conflict schetst ze niet. Het poëtische meesterwerk (met een effectieve geluidsband en fraaie klassieke muziek) laat zien hoe de haat wordt gevoed, hoe jonge kinderen worden opgezadeld met de last van het heden en het verleden. Zo toont Honkasalo impliciet en indringend tegelijk de uitzichtloosheid van de Russisch-Tsjetsjeense oorlog. The 3 Rooms of Melancholia is een film om zachtjes bij te grienen.

The 3 Rooms of Melancholia, maandag 22 november, 14:00 uur Nederland 2.

22

11 2010