Posts Tagged ‘Film’

Rake klappen en losse flodders

Boksfilms zijn bijna even oud als de film zelf. De Amerikaanse zakenman en uitvinder Thomas Edison was op 16 juni 1894 de eerste die twee ‘acterende’ boksers filmde met zijn kinetoscoop. En in 1897 was het titelgevecht tussen Jim Corbet en Bob Fitzsimmons het eerste sportevenement dat op film werd vastgelegd.

Boksen leent zich goed voor film; het is een ogenschijnlijk simpele, overzichtelijke sport, die ook voor leken direct te begrijpen is. Twee mannen gaan elkaar – zo goed als naakt; hun getrainde lijven zijn goed zichtbaar – te lijf, met hun vuisten en niets anders. De sterkste wint. Het heeft zowel iets primitiefs als iets mythisch.

Er hangt een zweem van tragiek en romantiek rond de sport. Vooral van romantiek. Vooral in Hollywood-films.

De meeste Hollywood-films laveren tussen twee uitersten: enerzijds de geromantiseerde biografische films over boksers die tot de verbeelding spreken, anderzijds de films waarin boksen een (halfbakken) metafoor is voor het leven zelf. Soms win je, soms verlies je. Een man wordt gevormd door de klappen die hij krijgt. Wie het beste kan incasseren, komt het verst.

Michael Manns Ali (2001) is een voorbeeld uit de eerste categorie. Will Smith kwam bijna twintig kilo aan, imiteerde vaardig Ali’s dictie, leerde boksen en werd genomineerd voor een Oscar. Maar het is allemaal buitenkant; de beweegredenen en angsten van de charismatische dienstweigeraar, stand-up comedian, politicus én sporter blijven onderbelicht.

De Rocky-films bevinden zich aan de andere kant van het spectrum. Rocky Balboa is waarschijnlijk de bekendste bokser uit de filmgeschiedenis, maar de eerste Rocky gaat eigenlijk niet over boksen. Het is in de eerste plaats een liefdesverhaal, een feelgood film. Rocky is de ultieme representant van de Amerikaanse droom, een nul die een held wordt, omdat hij de moed heeft in de ring te gaan staan om te doen wat hij het beste kan: boksen. En hoeveel klappen hij ook moet incasseren, hoe zijn gezicht ook opzwelt, aan het eind van het gevecht is het leed geleden. De winnaar staat nog overeind en wordt bejubeld.

En zo wordt boksen, toch allesbehalve een feelgood sport, eigenlijk heel vaak misbruikt in feelgood Hollywood-films. Arm tegen rijk, zwart tegen wit, jong tegen oud, goed tegen slecht, met meisjes: het sluit naadloos aan bij de blockbusterclichés. Boksfilms, of beter: films waarin wordt gebokst, bieden de mogelijkheid om veilig te genieten van een gevaarlijke sport. Boksfilms worden bezocht door mensen die het niet in hun hoofd zouden halen naar een echt boksgevecht te gaan.

Zelfs ook als acteurs niet kunnen boksen, kan een gevecht nog meeslepend worden verbeeld. Dankzij de montage, en omdat de meeste acteurs wel kunnen acteren. Toen bleek dat de trainingssessies tot niets leidden, schreef Sylvester Stallone het sleutelgevecht uit de eerste Rocky-film helemaal uit. 32 pagina’s tekst: een linkse hoek, een rechtse hoek, een stap naar achteren, een stap naar voren, gevolgd door een uppercut – het was pure poëzie. Het gevecht werd vervolgens wekenlang, acht uur per dag, ingestudeerd, als de choreografie van een gewelddadige dans.

Joyce Carol Oates, schrijfster van On Boxing, een klassiek geworden essay over the sweet science, heeft weinig op met Rocky. Hij is weggelopen uit een stripboek, schrijft ze. Hij heeft het lichaam van een bodybuilder, niet van een bokser, en zijn wedstrijden zijn ‘comic book matches’, hoe Stallone ook zijn best heeft gedaan de stijl te imiteren van de legendarische bokser Rocky Marciano (49-0-0 met 43 knock- outs).

Boksen gaat volgens Oates over geslagen worden, meer dan over slaan, net zoals het meer gaat over het incasseren van pijn, zo niet een verwoestende psychologische verlamming, dan over winnen.

Een van de weinige films waarin dat ook zo is, is Martin Scorsese’s on-Amerikaans sombere Raging Bull uit 1980, gebaseerd op de memoires van bokser Jack LaMotta (‘de stier van de Bronx’, die tussen 1949 en 1951 wereldkampioen bij de middengewichten was). Bij Scorsese is naast de zelfhaat en zelfdestructie geen plaats voor valse romantiek; Raging Bull laat zien dat de schoonheid van de sport in de nederlaag schuilt, in de pijn.

De enscenering van de vechtscènes is fabuleus: gestileerd zwart-wit, veel slow motion, close-ups en vreemde camerahoeken. Bloed en zweet spetteren alle kanten op. Elk gevecht is in een andere stijl gefilmd, afhankelijk van hoe LaMotta zich voelde. Een gevecht tegen zijn grote rivaal Sugar Ray Robinson dat hij op punten verloor, is bijna zonder focus in beeld gebracht. Soms zijn de gezichten van de boksers niet zichtbaar, dan zit het touw van de ring ervoor, of bevinden ze zich net buiten het frame.

De film kreeg acht Oscar-nominaties maar won er slechts twee, voor de montage (Scorsese’s partner Thelma Schoonmaker) en voor de mannelijke hoofdrol van Robert De Niro. De Niro wás Jack LaMotta, hij rookte zelfs dezelfde sigaren. Tijdens de opnamen verdween hij drie maanden spoorloos om dertig kilo aan te komen voor de rol. En voordat de opnamen begonnen, bokste hij gedurende een jaar meer dan duizend rondes met de echte Jack LaMotta. ‘Toen ik klaar met hem was, kon hij zo als beroeps aan de slag’, zei de bokser later over de acteur.

Op Nederland 3 zijn t/m vrijdag iedere avond boksfilms te zien. Woensdag 30 juni Ali en Cinderella Man, donderdag 1 juli Million Dollar Baby en Girlfight, vrijdag 2 juli de documentaire Tyson.

30

06 2010

Onbegrijpelijk Liverpool

fmdownload

Vorig jaar was ik bij de wereldpremière van Lisandro Alonso’s Liverpool op het festival van Cannes (na afloop was er, net als bij Marco Borsato’s The Silent Army, een staande ovatie). Naast me zat Sandra den Hamer, directeur van het Filmmuseum dat de film had aangekocht voor distributie. Na afloop vroeg ze hoe ik de film precies begrepen had, en wat ik dacht dat nu precies de verhouding is tussen de inerte jongeman die een reis maakt door het besneeuwde, meest zuidelijke puntje van Argentinië en het zwijgzame meisje.

Het was een vraag uit bezorgdheid, denk ik. De stijl van Alonso is zo uitgebeend dat er eigenlijk geen touw aan het verhaal is vast te knopen. Je moet afgaan op je intuïtie, en eigenlijk maakt het helemaal niet uit of het klopt of niet. Het gaat ook niet om de precieze familieverhoudingen, maar om de gevolgen van die verhoudingen, de plek waar je opgroeit, de wereld om je heen.

Zondag 7 juni worden Lisandro Alonso’s La Libertad (2001), Los Muertos (2004) en Liverpool (2008) vertoond in het Filmmuseum. Na afloop van de vertoningen is er gelegenheid om vragen te stellen. De Argentijnse regisseur is veel opener en vrolijker dan zijn hermetische films misschien doen vermoeden.

Tags:

07

06 2009

Trailer Trash

restricted21

In Los Angeles zijn voor de tiende keer de Golden Trailer Awards uitgereikt, de prijzen voor korte promotiefilmpjes voor bioscoopfilms, bedoeld om mensen te verleiden tot een bioscoopbezoek. In 61 categorieën, waaronder ‘Beste Voice Over’, ‘Golden Fleece’ (de beste trailer voor een slechte film) en de ‘Trashiest Trailer’.

De grote winnaar is Star Trek (‘Summer 2009 Blockbuster’, ‘Best In Show’, ‘Best Summer 2009 TV Spot’, ‘Best Summer 2009 Blockbuster Poster’). Wall-E won ‘Best Animation/Family’, Bruno kreeg ‘Best Comedy’ – de niet eens zo heel erg expliciete trailer met de flamboyante Oostenrijkse modenicht Brüno is overigens op een groot aantal trailer-websites niet meer (ongecensureerd) te vinden.

One Eyed Monster won de prijs voor ‘Trashiest Trailer’, The Spirit de ‘Golden Fleece’, en Tropic Thunder kreeg de prijs voor ‘Best Voice Over’, die sinds dit jaar is hernoemd tot Don LaFontaine Award for Best Voice Over, ter ere van de man wiens stem de standaard heeft gezet in het genre.

My Winnipeg van Guy Maddin – mijn persoonlijke favoriet – werd onderscheiden als ‘Most Original’. Let the Right One In – ook erg goed – werd onderscheiden als ‘Best Foreign Horror/Thriller Trailer’.

De complete, schier eindeloze lijst winnaars is te downloaden op de website van de Golden Trailer Awards.

05

06 2009

Het zwarte gat na Cannes

coelho1

Een van de weinige aardige bijkomstigheden van de nieuwe vormgeving van de Volkskrant is het piepkleine rubriekje over de vormgeving van boekcovers in de wekelijkse bijlage Kunst & Boeken. Kort geleden vertelde Nico Richter, die jaarlijks zo’n vijftig omslagen ontwerpt voor de uitgeverijen De Arbeiderspers, Balans en Archipel, over het omslag van De winnaar staat alleen van Paulo Coelho. ‘Ik kreeg de prent aangeleverd: eentje waarop persfotografen zich verdringen op de rode loper in Cannes. Daar speelt het verhaal zich af. Het enige wat ik hier aan heb veranderd, is de oorspronkelijk behoorlijk brede trap versmallen, zodat die figuurtjes terzijde groter werden. En dat ze tot op de rug doorlopen, dat is ook mijn inbreng.
‘En de typografie, in dit geval de letter Fournier. Ja, en dan natuurlijk het gebruik van zilverfolie, voor het sterretje midden boven op de trap, voor het woord ‘roman’ en voor het logo van de uitgever. Dat vond ik wel kunnen hier, het zilverfolie past goed bij die flitslampen. Dat ze allemaal tegelijk flitsen, die fotografen, wijst er volgens mij op dat die foto flink is gemanipuleerd.’

Volgens mij is dat flitsen niet gemanipuleerd, maar dat er vreemde dingen zijn uitgehaald met de foto is overduidelijk. En daarna dus nog ene keer, door verschillende ontwerpers in verschillende landen.

Hoe geslaagd de cover ook is, het boek ga ik niet lezen. Mijn zwarte gat na Cannes vul ik met de memoires van oud-Cannes-directeur Gilles Jacob La vie passera comme un rêve. Daarin haalt Jacob herinneringen op aan Martin Scorsese, Orson Welles, Federico Fellini, François Truffaut, Clint Eastwood, Sharon Stone en vele, vele anderen, en klapt hij uit de school over de jury in 1977, die Ettore Scola’s meesterwerk Una giornata particolare negeerde en de Gouden Palm gaf aan Padre padrone van de Taviani’s. Voor het volgende jaar stelde Jacob vijftien regels op, waarvan de vijftiende overigens ‘Heb geen regels’ luidde.

Ook goed om af te kicken van Cannes: de trailer met een rode loper vanuit de zee naar de diepzwarte sterren, begeleid door het Carnaval des Animaux van Saint-Saëns, die voor iedere film uit de officiële selectie wordt vertoond. Nog mooier is de trailer van de Quinzaine – zowel het filmpje van Olivie Jahan als de muziek van Cyril Moisson. In de nieuwste versie is ook de naam van de Nederlandse fotograaf/filmmaker Anton Corbijn verwerkt, wiens Control in 2007 een van de grote ontdekkingen uit de Quinzaine-selectie was.

29

05 2009

Nazi-pornoboekjes

stalags

Smoezelige boekjes zijn het, met alleszeggende titels als I Was Colonel Schultz’s Private Bitch. Op de covers staan sexy vrouwen met diepe décolletés; om hun bovenarm zit een rode band met hakenkruis. Ze zijn gesitueerd in de stalags, nazi-gevangenkampen. Amerikaanse en Britse gevangenen – mannen met stoere torso’s – liggen in benaderde posities en krijgen een pak rammel met venijnige zweepjes.

De boekjes dateren uit de jaren 60, ten tijde van het proces tegen Adolf Eichmann, en werden gretig gelezen. Omdat er geen andere pikante lectuur voorradig was, en omdat aan het einde de gevangenen steevast wraak namen op hun blonde beulen – ook weer door middel van mishandeling en verkrachting.

Ari Libsker maakte een documentaire over de nazi-pornoboekjes: Stalags. Die is helaas lang zo goed niet als het onderwerp zelf. Libsker – de kleinzoon van holocaustoverlevenden, zo meldt het persbericht – legt verbanden die er niet zijn, bewandelt talrijke zijpaden, en legt zaken die toelichting behoeven dan weer niet uit.

Het rommelpotje was eerder al te zien op het festivalletje Film IsReal, deze week draait Stalags in het Amsterdamse Ketelhuis.

Tags: ,

28

05 2009

Vijf keer is scheepsrecht voor Michael Haneke

ruban-blanc

Nadat hij vier keer eerder misgreep, heeft de Oostenrijkse misantroop Michael Haneke dan eindelijk zijn Gouden Palm, voor de in zwart-wit gedraaide perisodefilm Das weisse Band, over een groep kinderen uit een streng-protestantse gemeenschap in een Noord-Duits dorp aan de vooravond van de Eerste Wereldoorlog. Hij liep al tien jaar rond met het idee voor deze film, vertelde Haneke eerder deze week op een persconferentie. ‘Het leek me interessant een groep kinderen te tonen die absolute waarden krijgen onderwezen, en hoe ze die waarden overnemen. Ik wil laten zien wat de consequenties zijn, te weten: alle soorten van terrorisme. Als absolutisme wordt gekoppeld aan een ideaal, wordt dat ideaal onmenselijk – of het nu politiek of religieus is.’ ‘De film moet niet worden gezien als een commentaar enkel op fascisme’, voegde hij er nog aan toe.

Opmerkelijk: Haneke kreeg de prijs uit handen van juryvoorzitter Isabelle Huppert, die in 2001 in Cannes werd bekroond als beste actrice voor haar rol in Haneke’s gewaagde Elfriede Jelinek-verfilming La pianiste.

Ook tegen de bekroning van Jacques Audiard, die de Grote Prijs kreeg voor zijn beklemmende gevangenisfilm Un prophète, kan geen mens in gerede bezwaar maken, en hetzelfde geldt voor de Lifetime Achievement Award voor een andere Fransman, Alain Resnais, voor zijn ‘exceptionele bijdragen aan de filmgeschiedenis’.

De acteursprijzen zijn eveneens goed terechtgekomen: de Oostenrijker Christoph Waltz steelt de show in Quentin Tarantino’s brutale draai aan de Tweede Wereldoorlog Inglorious Basters; Charlotte Gainsbourg overtuigt als psychotische moeder in Antichrist, waarmee Lars Von Triers zijn eigen duivels probeert te bezweren.

De Juryprijs werd gedeeld door de vampierfilm Bak-Jwi van de Koreaan Park Chan-Wook en Fish Tank van Andrea Arnold. (En dus ook een beetje voor coproducent Kees Kasander – spreekt Nederland toch een woordje mee.)

Dan blijven er maar twee malle onderscheidingen over: dat de Filipijn Brillante Mendoza werd bekroond tot beste regisseur voor Kinatay lag wat mij betreft niet voor de hand – en niet alleen omdat Serbis die vorig jaar in competitie draaide veel beter is. En dat Mei Feng werd bekroond voor het scenario van Lou Ye’s Spring Fever had ik ook niet kunnen denken.

Er zit overigens wel één schitterende scène in Spring Fever: als een jonge vrouw heeft ontdekt dat haar man een relatie heeft, met een man nog wel, maken ze thuis ruzie. Dan belt zijn vader om hen voor het eten uit te nodigen en moet hij doen alsof er niets aan de hand is, terwijl zij steeds hysterischer wordt. Daar hadden er wel wat meer van in mogen zitten…

Mijn persoonlijke favoriet is overigens ook in de prijzen gevallen: Politist, Adjectiv van de Roemeen Corneliu Porumboiu kreeg de Juryprijs in de sectie Un Certain Regard en werd bovendien bekroond door de Fipresci. De internationale club van filmcritici vond Das weisse Band de beste film uit de officiële selectie.

Wie zegt dat critici er geen verstand van hebben…

24

05 2009

Een Palm, en dan?

028055

Morgen worden in Cannes de Gouden Palm en tal van andere prijzen uitgereikt. Nu heb ik natuurlijk lang niet alles gezien, een lijstje met persoonlijke favorieten heb ik wel. Dat is dus iets anders dan een voorspelling. Sterker, in Cannes valt helemaal niets te voorspellen. Het enige wat zeker is, is dat jury’s de afgelopen jaren andere favorieten hebben dan ik.

Best beklijvende film
Lars Von Trier, die al zijn neuroses verwerkte in de horror-porno-combi Antichrist

Beste acteur

De Oostenrijker Christoph Waltz (SS-kolonel annex talenwonder Hans Landa in Inglorious Basterds)

Slechtst van elkaar te onderscheiden acteurs

Alle mannen en vrouwen die met elkaar in bed belanden in Lou Ye’s Spring Fever

Meest irritante actrice
De Italiaanse Giovanna Mezzogiorno (Mussolini-minnares Ida Dalser in Marco Bellochio’s Vincere)

Meest krankzinnige script
Ex aequo: Paul Laverty voor het vederlichte Eric Cantona-vehikel Looking for Eric en Quentin Tarantino, die eigenhandig de wereldgeschiedenis herschrijft met Inglorious Basterds.

Mijn persoonlijke favoriet van Cannes 2009 is Politist, Adjectiv van de Roemeen Corneliu Porumboiu, die drie jaar geleden met 12:08, East of Bucharest de Camera d’Or won, de prijs voor het beste debuut. In Politist, Adjectiv – opgenomen in de sectie Un Certain Regard – krijgt een politierechercheur last van zijn geweten, omdat hij een jongeman moet oppakken die wordt verdacht van handel in softdrugs. Als dan zou blijken dat hij alleen maar rookt, kan hij ook een paar jaar gevangenisstraf krijgen, en dat wil de rechercheur niet op zijn geweten hebben. Hij vindt de wetsbepaling onredelijk. In een lange, uiterst precieze scène maakt zijn superieur de rechercheur met behulp van het woordenboek duidelijk dat er niet getornd dient te worden aan de wet, dat zou maar tot chaos leiden.

Ook goed: The Red Shoes van Emeric Pressburger (maar die komt uit 1948), Tetro van Francis Ford Coppola, Ne change rien van Pedro Costa, Le père de mes enfant van Maria Hansen-Løve, en La mertitude des choses, na Steve + Sky en Dagen zonder lief de derde speelfilm van Felix Van Groeningen (vertoond in de Quinzaine des réalisateurs). Trouw aan het boek van Dimitri Verhulst, met talrijke voice-overs en extreme drankgelagen, met platte humor en karikaturale personages die ondanks alles tóch ontroeren. Variety voorspelt dat De helaasheid der dingen in de voetsporen kan treden van films als Aanrijding in Moskou en Eldorado. Het eerste prijsje is al binnen: vrijdagavond kreeg La mertitude een eervolle vermelding van een netwerk van 3.000 onafhankelijke bioscopen over de hele wereld.
 Nog meer Belgisch succes: Lost persons area, de eerste langspeelfilm van Caroline Strubbe, won de prijs voor het beste scenario van de Semaine de la Critique.

Terzijde: wat de winnaar precies opschiet met zijn Gouden Palm is de vraag. In Amerika in ieder geval vrij weinig. 4 Maanden, 3 weken en 2 dagen van Christian Mungiu bracht slechts 1,2 miljoen dollar in het laatje. L’enfant van Luc en Jean Pierre Dardenne (winnaar in 2005) nóg minder: 0,7 miljoen dollar. Elephant van Gus Van Sant (2003) bracht 1,3 miljoen op, The Wind that Shakes the Barley van Ken Loach 1,8 miljoen. De enige kaskraker van de afgelopen jaren is Michael Moore’s Fahrenheit 9/11, met een Amerikaanse recette van 119,2 miljoen dollar. Maar dat had-ie waarschijnlijk ook wel binnengehaald zonder Palm…

De film met de meeste arthouse-potentie van deze editie lijkt Precious van Damien Paul, over een moddervet, zestienjarig meisje uit Harlem dat zich ondanks vreselijk misfortuin niet laat kisten. De film is gebaseerd op de roman Push: A Novel van Sapphire (zo heette de film aanvankelijk ook), werd geproduceerd door Oprah Winfrey, heeft een cast met onder anderen Mariah Carey en Lenny Kravitz, en won op het Sundance Festival al de Grote Juryprijs, de Speciale Juryprijs (voor actrice Mo’nique) en de Publieksprijs. In Cannes draaide de film in de sectie Un certain régard.

A-film (‘Vanaf 2009 bepalen commerciële publiekstrekkers en kinderfilms samen met Oscarwinnaars en artistieke meesterwerken het gezicht van A-film’) brengt de film in de Nederlandse bioscopen uit. Als ze hoofdrolspeelster Gabourey ‘Gabby’ Sidibe nu nog in de show van Paul de Leeuw weten te krijgen, wordt het vast wel wat.

23

05 2009

Herinnert u zich deze nog-nog-nog?

cat1

Quentin Tarantino heeft een reputatie waar het de soundtracks van zijn films betreft. Zo ontrukte hij Little Green Bag van de George Baker Selection aan de vergetelheid, en poetste hij ook Santa Esmeralda’s Please Don’t Let Me Be Misunderstood weer op.

Het meest opvallende nummer in Inglorious Basterds is Cat People (Putting Out Fire) van David Bowie. Dat was al eens eerder in een film te horen. Sterker: Bowie schreef het nummer in 1982 speciaal voor Paul Schraders remake van Cat People, samen met Giorgio Moroder, die tekende voor het grootste deel van de soundtrack.

In Inglorious Basterds zit het nummer onder een scène waarin de aan de wrede SS-kolonel Hans Landa ontsnapte Shosanna Dreyfus zich opmaakt voor de wereldpremière van de Duitse propagandafilm Stolz der Nation in haar Parijse filmtheater, in aanwezigheid van de Nazi-kopstukken Adolf Hitler, Joseph Goebbels, Herman Göring en Martin Bormann.

Shosanna Dreyfus wordt overigens gespeeld door de Française Mélanie Laurent, die eerder (kort) te zien was in Indigènes en De battre mon coeur s’est arrêté (van regisseur Jacques Audiard, wiens Un prophète deze editie door velen wordt getipt als winnaar van de Gouden Palm). Laurent regisseert zelf ook. Vorig jaar dong haar De moins en moins in Cannes mee naar de Gouden Palm voor de beste kortfilm.

NB. In Inglorious Basterds zit één scène twee keer, van Hitler in de bioscoop. Foutje of expres? Volgens welingevoerde bronnen is de film in grote haast vervolmaakt, en zal er nog wel het een en ander aan worden veranderd voordat hij in de reguliere bioscoop wordt uitgebracht…

    Quentin Tarantino en de cast van Inglorious Basterds. Links Mélanie Laurent. Foto Vanity Fair.

Quentin Tarantino en de cast van Inglorious Basterds. Links Mélanie Laurent. Foto Vanity Fair.

22

05 2009

Nederlander maakt kans op Gouden Palm

jochem

‘Ik draag een geel T-shirt’, had Jochem de Vries door de telefoon gezegd. Op het afgesproken tijdschrift stonden er in de menigte voor de deur van het festivalpaleis stonden twee mensen met een geel T-shirt: een Japanse jonge vrouw, die het shirt zo had geknoopt dat haar buik zichtbaar werd, en een man op leeftijd met een hond. De Jochem de Vries die ik moest hebben, kwam aanlopen met een flyer in zijn hand. ‘Kijk’, zei hij. ‘In de flyer van Holland Film staat de verkeerde begintijd. Ik heb mijn eigen film gemist.’

Van de 29-jarige Jochem de Vries draaien twee films in Cannes, een unicum. Het slechts 12 minuten durende Missen, een ingetogen, hartverscheurende schets over een 7-jarig meisje en haar welwillende, nietkunnende moeder, dingt mee naar de Gouden Palm voor beste kortfilm. Zijn korte documentaire Trans-Siberian Voices (die onderdeel uitmaakt van een enorm Frans project) is opgenomen in de kortfilmsectie van het parallelfestival Semaine de la Critique.

De Vries studeerde in 2004 af aan de Utrechtse Hogeschool voor de Kunsten, en maakte enkele korte films die te zien waren op het filmfestival in Utrecht en in een enkel buitenland. Missen, die werd afgewezen voor de reeks NPS Kort!, maakte hij met subsidie van het Fonds voor Beeldende Kunsten en het Amsterdam Fonds voor de Kunst; zijn apparatuur regelde hij zelf. Toen de film klaar was, heeft hij het adres van het festival van Cannes van internet geplukt en een dvd op de post gedaan. ‘Ik heb niet gelobbyt’, vertelt hij op een terras tegenover het Festivalpaleis, waar zaterdag de officiële première van Missen plaatsvindt. ‘Enkele weken geleden werd ik gebeld door een Engelssprekende man met een onmiskenbaar Frans accent: “Mister De Vries, congratulations!”.’ Hij staat er nog van te kijken. ‘Er zijn maar negen films uitverkoren! Uit meer dan vijfduizend inzendingen van over de hele wereld. Nu draait mijn film hier. In een zaal met 1100 stoelen’, jubelt De Vries.

Missen speelt zich af in Amsterdam-Noord. De Vries toont een moeder en een dochter die bezig zijn een bus te halen. Na verloop van tijd ontvouwt zich hun ware verhaal. Althans, krijgt de kijker enige clous over hun achtergronden. ‘Ik houd van suggestie. Met films die alle kaarten op tafel leggen, heb ik niets.’ Het blijkt ook uit zijn voorbeelden; De Vries houdt van Michael Haneke, Bruno Dumont, Laurent Cantet. ‘Dat soort films moeten we hier toch ook kunnen maken.’

Een plan voor zijn eerste speelfilm ligt bij het Filmfonds, maar werd in eerste instantie al eens afgewezen. ‘Ik hoop dat de selectie voor Cannes een beetje helpt een volgende stap te zetten.’

21

05 2009

Crimescènes

unknown

Kreeg een mail, enigszins opgemaakt als persbericht. Maar voor alle duidelijkheid stond het er ook nog boven:

PERSBERICHT

Daaronder stond waar het om ging:

Zonnige crimescènes schrikken hoofdstad op

Wat zouden ze daarmee bedoelen, met ‘zonnige crimescènes’? De tekst bood uitkomst. Min of meer.

‘Op meerdere plekken in Amsterdam zijn vanochtend opvallende crimescènes aangetroffen. Bij de politie en op Twitter kwamen meldingen binnen over deze crimescènes, bestaande uit contouren van een lichaam en de tekst “Sunshine Cleaning”.

Het is reclame voor een nieuwe film, opgesteld door iemand die het Nederland niet geheel en al meester is.

Het slecht bedachte nieuws – distributeur A-film spreekt van een ‘ludieke actie’ – reutelde nog even door: ‘Volgens een politiewoordvoerder zijn er geen misdrijven gepleegd in de afgelopen nacht, hoewel de contouren ook op plekken zijn verschenen waar eerder liquidaties van de Amsterdamse onderwereld plaats hebben gevonden. Eén van de locaties is voor het voormalige café de Hallen in Amsterdam West.’

En daaronder, geheel in stijl:

EINDE PERSBERICHT

Sunshine Cleaning, voor de goede orde, is een Amerikaanse tragikomedie over twee vrouwen die moeite hebben om rond te komen, en daarom een ‘ongewoon’ schoonmaakbedrijf beginnen, gespecialiseerd in misdaadlocaties. Vanaf  14 mei in de Nederlandse bioscopen.

Tags:

08

05 2009