Posts Tagged ‘Cannes’

“Mijn Nederlandse hart ging sneller kloppen”

“In Palestina heb je geen Filmfonds, dus heb ik aangeklopt bij vermogende Palestijnen. Omar is in zijn geheel gemaakt met Palestijns geld. In Palestina. Door Palestijnen. Mijn cameraman maakt zijn debuut met Omar, net als mijn editor en de production designer. De drie hoofdrolspelers hadden nog niet eerder in een film gespeeld. Het was niet eenvoudig en het was vaak een chaos op de set, maar ik ben trots op het resultaat.”

Hany Abu-Assad is in Cannes met Omar. De politieke thriller annex liefdesgeschiedenis, opgenomen in het programmaonderdeel Un certain regard, wordt aangemerkt als de eerste volledig Palestijnse productie. Alleen in Nederland wordt Omar ook een beetje als Nederlandse film gezien, omdat Abu-Assad een halve Nederlander is.

Hany Abu-Assad werd in 1961 geboren in Nazareth en kwam op zijn negentiende naar Nederland, waar hij vliegtuigtechniek studeerde. Begin jaren ’90 maakte hij de overstap naar de filmwereld, eerst als producent, later als regisseur. In 2002 draaide zijn Rana’s Wedding in de Semaine de la Critique, een parallelfestival van Cannes. Paradise Now, over twee Palestijnse jongens die zichzelf willen opblazen in Tel Aviv, werd in 2003 geselecteerd voor de competitie van het festival van Berlijn en kreeg een Oscarnominatie voor beste niet-Engelstalige film.

Abu-Assad vertrok naar Los Angeles, waar hij aan verschillende films werkte, die geen van alle werden gerealiseerd. Na drie jaar verruilde hij Amerika voor Palestina. “De situatie is slecht, maar ik voel me er thuis.”

Omar speelt zich af in de bezette gebieden, waar drie jeugdvrienden op het eerste gezicht een redelijk normaal leven leiden. Met dien verstande dat Omar over de muur moet klimmen om zijn vriendin te bezoeken; de kogels vliegen hem soms om de oren. “De film speelt zich weliswaar af op de West-Bank, maar het verhaal over vertrouwen en vriendschap is universeel; iedereen kan zich ermee identificeren.”

Er zit wel een politieke boodschap in Omar, maar die ligt er niet al te dik bovenop. “Het draait om de liefde; ik wilde per se geen pamflet maken. Ik ken niemand die nog nooit tot over zijn oren verliefd is geweest. En het fascineert me hoe je jezelf dan kunt verliezen, en hoe onzeker je kunt worden door de liefde. Die onzekerheid is ook vaak de reden waarom het vaak zo fout afloopt met de liefde. Alle goeie liefdesgeschiedenissen eindigen tragisch.”

Zijn film is goed ontvangen in Cannes en er was veel belangstelling voor interviews. Toch was er ook tijd voor ontspanning; Abu-Assad en zijn cast en crew behoorden afgelopen zondag tot de officiële genodigden op de wereldpremière van Borgman.

“Het was prachtig. De taal, de acteurs, Pierre Bokma… Ik merkte dat ik trots was; Alex van Warmerdam in Cannes! Mijn Nederlandse hart ging sneller kloppen. Ik ben al fan van hem sinds Abel. Die zag ik in Alfa, ik was nog jong, maar ik herinner me alles nog heel precies.”

Abu-Assad heeft nu geen huis meer in Amsterdam; als hij in Nederland is, verblijft hij in een hotel. Maar hij weet zeker dat hij nog een keer terugkeert. “Ik ben volwassen geworden in Nederland, ik heb er mijn opleiding genoten en ben er ook voor een belangrijk deel in cultureel opzicht gevormd. Mijn wereldbeeld is bepaald door Nederland en door de multiculturele samenleving. Ik heb er mijn eerste speelfilm gemaakt en Paradise Now is mede gefinancierd met Nederlands geld. Daarom wil ik nog een keer een film maken in Nederland. Omdat ik Nederland dankbaar ben.”

25

05 2013

Alex in Wonderland

‘Zo’n première heeft een grote mate van onhandigheid. Maar het is onhandigheid met allure. We stonden 20 minuten te vroeg op de rode loper, maar daar maakt niemand zich zorgen om. Ze raken niet in paniek, ook de fotografen niet, terwijl alles zo’n beetje fout ging. Het was alsof de choreograaf geen greep kreeg op zijn dansers. We waren natuurlijk ook met een extreem grote groep. En dan schuifel je met zijn allen naar voren en zie je bovenaan de trap Thierry Frémaux staan zwaaien, de festivaldirecteur. Dat is absurd, alsof je je in een arena bevindt in een Romeins spektakel. Ik heb natuurlijk wel vaker op de rode loper gelopen, maar dit was echt een heel bizar ritueel.’

Zondagavond beleefde Alex van Warmerdams Borgman zijn wereldpremière op het festival van Cannes. De film is er opgenomen in de competitie om de Gouden Palm, met slechts 19 andere titels, van makers als Roman Polanski, Steven Soderbergh, Joel en Ethan Coen en Jim Jarmusch. Het is voor het eerst in 38 jaar dat een Nederlander meedingt naar de Palm; Jos Stelling was in 1975 de laatste met Mariken van Nieumeghen.

Een flink aantal leden van de cast en crew was present in Grand Théâtre Lumière, onder wie de acteurs Jan Bijvoet, Hadewych Minis, Eva van de Wijdeven en Annet Malherbe; producent Marc van Warmerdam en componist Vincent van Warmerdam. Regisseur Thomas Vinterberg was erbij, net als de Nederlandse Palestijn Hany Abu Assad en de cast en crew van zijn nieuwe, eveneens voor Cannes geselecteerde Omar. Er waren hotemetoten van fondsen, omroepen en sales agent Fortissimo en coproductiepartners uit België en Denemarken. Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap was er ook, met in haar kielzog Filmfonds-directeur Doreen Boonekamp en Gerlach Cerfontaine, de voorzitter van de raad van toezicht van het fonds.

‘Welkom bij Borgman, de nieuwe film van Alèks van Waaarmerdaaam’, zei de speaker, die memoreerde dat de Nederlander geen totale onbekende was in Cannes: in 1998 was Kleine Teun geselecteerd voor het onderdeel Un certain regard. Van Warmerdam moest nog even naar het toilet, de laatste mensen namen plaats, en toen ging het licht uit – drie minuten te laat, wat zelden of nooit gebeurt in Cannes. Vervolgens ontrolde een donkere, boosaardige vertelling, waarin een sinistere Catweazle-achtige figuur, nadat hij uit zijn ondergrondse onderkomen is verjaagd, zijn intrek neemt in de enorme villa van een welgestelde familie.

Er werd gelachen om de absurde situaties, er werd gehuiverd bij het grove geweld en er werd gegniffeld om de gevatte dialogen. En na afloop was er een ovationeel applaus. Nog voor de aftiteling goed en wel was afgelopen, gingen de zaallichten weer aan, werd er een camera gericht op Van Warmerdam, Minis en Bijvoet, en verschenen hun gezichten op het enorme scherm.

Van Warmerdam pakte een arm van Hinis en stak die in de hoogte. Daarna moest ook Bijvoet eraan geloven. Er werd gejoeld, het applaus zwol aan. “Goodbye”, zei Van Warmerdam toen. Malherbe zei “thank you” en Minis “merci bien”. Daarna stroomde de zaal leeg, richting het premièrefeest dat een paar honderd meter verderop al lang en breed was begonnen in een strandpaviljoen. Thierry Frémaux was er ook. ‘Hij is zeer vereerd met mijn aanwezigheid hier. Dat zegt hij waarschijnlijk tegen iedere regisseur, hoewel… ik neem toch aan dat die man geen kletspraat uitkraamt’, vertelde de 60-jarige Van Warmerdam tegen het einde van de avond. ‘Mensen denken altijd dat er dan van alles door je heen gaat op zo’n moment, maar Kees Verkerk wist ook pas veertig jaar later wat hem precies was overkomen. Dat dringt pas later tot je door.’

Eerder op de dag was Borgman in dezelfde zaal al vertoond aan 2300 journalisten van over de hele wereld. Direct daarna stonden de eerste mini-recensies al op twitter. Ze waren opvallend lovend. ‘Insidious, nastily funny Dutch thriller Borgman is one of my favourite films at Cannes so far’, schreef Guy Lodge van het invloedrijke Amerikaanse vakblad Variety. ‘Borgman was first film at #Cannes2013 to WOW me. One of best & darkest black comedies I’ve ever seen. Elaborately sinister & outrageous’ schreef een journalist. ‘Borgman is a macabre Dutch home invasion comedy; a bit like Funny Games, but actually funny’ wist een ander.

‘Dutch comp movie Borgman played like a comedic Funny Games. Absurd, surreal and – extended run time aside – delicious’ meldde het Britse blad Total Film in 144 tekens. Nick James, hoofdredacteur van het filmblad Sight & Sound schreef: ‘Borgman is a sharp and devious home invasion satire that only loses momentum towards the end’. Als er al kritiek was, was dat het: naar het einde toe wordt Borgman iets minder strak en onontkoombaar.

Na afloop van de persvoorstelling was er een photo call, een interview voor de website van het festival en een goed bezochte persconferentie. Vlak voor aanvang werd het bordje met de naam van Annet Malherbe van de tafel verwijderd; alleen de hoofdrolspelers mogen in Cannes achter de tafel plaatsnemen.

Van Warmerdam was op dreef. Op zijn geheel eigen wijze beantwoordde hij alle vragen. Soms kortaf, altijd uitgesproken, soms met wat Nederlands ertussendoor. ‘In a certain sense I am a bit disappointed about how nasty this film, uh, hoe zeg je dat, is geworden? has become, yes.’ Na afloop was Van Warmerdam tevreden. ‘Het was goed. Het was levendig.’

Na afloop stonden er voor de deuren van het festivalpaleis frisse jongens en meisjes, die in smoking of avondjurk op zoek waren naar kaartjes voor de Borgman-première. Een Franse jongen had de filmtitel verkeerd gespeld: Bogman stond er op het A4-tje dat hij voor zijn borst hield. Toen het hem werd verteld, zette hij de r gewoon boven de o en de r. Hij wilde trouwens ook best een kaartje voor de nieuwe film van de gebroeders Coen, Inside Llewyn Davis.

Na een snelle lunch begonnen de gebroeders Van Warmerdam aan hun mediatour, in goede banen geleid door vertegenwoordigers van de Nederlandse distributeur Cinéart (die Borgman eind augustus in de Nederlandse bioscopen uitbrengt) en het grote Britse publiciteitsbureau DDA. Met de Côte d’Azur op de achtergrond stonden ze Ron Linker te woord, de correspondent van het NOS-journaal die vanuit Parijs naar Nice was gevlogen. Ondertussen maakte de cameraman van het VRT-journaal een shot van de enorme Borgman-banier, op de gevel van een winkeltje aan de Croisette.

Toen de NOS klaar was, liep een man van middelbare leeftijd op een van de publiciteitsmedewerkers af. ‘Wie is dat? Wat gebeurt hier?’, wilde hij weten. Nadat hem was uitgelegd dat het om een filmregisseur ging, schoof hij zijn dochtertjes naar voren: ze wilden graag een handtekening. Dat kon. Even later, Van Warmerdam was alweer vertrokken voor een afspraak met de Franse distributeur, wilde de man graag weten van wie de handtekening precies is. Toen hij Borgman in het programma had teruggevonden, en hem was verteld dat de film kans maakt op de Gouden Palm, lachte hij tevreden. Ze waren niet voor niets met de hele familie vanuit Antibes naar het festival gekomen…

Maandag was het vervolg van het mediacircus. ’s Ochtend stonden er interviews met de Nederlandse journalisten op het programma, ’s middags met de internationale pers. De interesse voor de junkets was groot, volgens de DDA-publiciteitsmedewerker: ‘I think the film deserves it, I really liked it’.

Er heerste tevredenheid over de recensies in de vakbladen, die grote invloed hebben op de internationale verkoop. Niet alleen Variety is positief, ook The Hollywood Reporter (‘an original work that should find an international niche’) en Screen International (‘elegantly intriguing and often outrageously funny’) hebben goede woorden over voor Borgman. Alex van Warmerdam: ‘Misschien helpt het als ik een Amerikaanse acteur in mijn film wil. Ik weet daar weinig van, maar ik heb wel gehoord dat als een dure Amerikaanse acteur meewerkt aan een off-beat underground-film, hij dat vaak voor weinig geld wil doen. Misschien moet ik eens met Christopher Walken bellen.’

Dinsdag aan het eind van de middag vliegt Alex van Warmerdam terug naar Noord-Spanje, waar hij werkt aan een nieuw scenario. Broer Marc vliegt ’s avonds weer naar Amsterdam. Over de kans dat hij zondag weer terug moet komen voor de prijsuitreiking, is Alex van Warmerdam terughoudend. ‘Ik beleef alles hier vanuit mijn eigen perspectief. Maar vandaag is er misschien weer een andere regisseur met een prachtige film die bejubeld wordt. Misschien komen er nog wel vijf meesterwerken, we zijn pas op de helft.’

Marc is uitgesprokener: ‘Lang voor aanvang van Cannes heb ik gezegd dat alleen de Gouden Palm-competitie telde. Nu we dit eenmaal hebben bereikt, moet je niet kinderachtig gaan zitten doen dat je geen prijs gaat winnen. Ik vind het zonder prijs ook geweldig, maar ik denk dat we een serieuze kans maken. In het begin dacht ik: er zijn 20 films, dus we hebben 5 procent kans. Inmiddels – niet op basis van wat ik heb gezien, maar van wat ik lees en heb gehoord – zijn er zeker al een paar afgevallen. De kans is nu misschien al wel 10 procent. En er zijn meerdere prijzen, die ze niet allemaal aan dezelfde film mogen geven. Onze kansen worden eigenlijk steeds groter, als ik er zo over nadenk.’

21

05 2013

“Mijn film is hier bijzonder goed op zijn plek”

“Het is altijd een eer én een feest om naar Cannes te komen. Maar deze film is hier volgens mij bijzonder goed op zijn plek.”

Sofia Coppola is terug in Cannes, waar alles draait om zien en gezien worden, waar dagelijks reuring ontstaat rond peperdure winkels als Miu Miu, Louboutins, Dior en Prada, omdat er binnen een ster zou zijn gesignaleerd. In 1999 was haar debuut The Virgin Suicides in Cannes te zien, in 2006 draaide haar Marie-Antoinette in competitie, gisteren presenteerde ze The Bling Ring, een vermakelijke zedenschets over vijf door glamour en roem geobsedeerde tieners uit Hollywood.

Als zij op internet ontdekken dat Paris Hilton in Vegas aan het feesten is, achterhalen ze met een enkele muisklik haar adres. Ze vinden haar huissleutel onder de deurmat, gaan haar kast van een huis binnen, en stelen merkkleding, schoenen, sierraden en andere persoonlijke bezittingen. Tijdens een van hun vele bezoeken willen ze zelfs haar chihuahua meenemen. Andere slachtoffers van de bling-bende waren Lindsay Lohan, Megan Fox, Rachel Bilson, Audrina Patridge en Orlando Bloom. De totale buit bedroeg meer dan 3 miljoen dollar.

De film is gebaseerd op ware gebeurtenissen, door Vanity Fair-redacteur Nancy Jo Sales beschreven in een artikel getiteld The Suspects Wore Louboutins. “Ik kende de zaak wel uit het nieuws, maar toen ik in het vliegtuig dat stuk las, was ik direct verkocht. We hebben de rechten geregeld, ik heb de schrijfster gesproken, haar research-tapes beluisterd, noem maar op, en nu zijn we hier.”

Coppola is een jaar bezig geweest de juiste acteurs te vinden voor de hoofdrollen. De jonge hoofdrolspelers bereidden zich vervolgens voor door het kijken naar Keeping up with the Kardashians en andere reality soaps. Emma Watson, die furore maakte in de Harry Potter-films vertelde hoe ze Israel Broussard, die de enige jongen in de bling-bende speelt, hebben geholpen met de uitspraak van alle modemerken. “Israel dacht dat het Dwáár was in plaats van Dior.”

Coppola grootste angst was dat haar film cartoonesk of ongeloofwaardig zou worden. “Sommige dingen waren ook zo bizar. Geen van de celebrities had een normaal werkend alarmsysteem. De kinderen braken in zonder handschoenen of maskers. Het bewijs zetten ze op Facebook, zonder ook maar één moment over de consequenties na te denken. Het ging ze ook niet om de kraak; in de huizen van de sterren konden ze een paar uur doen alsof ze zelf sterren waren. Soms gingen ze alleen maar om een feestje te vieren.”

Nog voor de film te zien was, heeft een aantal van de echte ‘Bling Ringers’ bezwaar gemaakt tegen de manier waarop ze worden geportretteerd. “Het heeft me niet verrast. Het maakt me ook niks uit. Ik heb geen documentaire gemaakt, het is een speelfilm. Ik heb ook niet voor niets hun namen veranderd. Ze wilden net zo beroemd worden als de sterren bij wie ze hebben ingebroken, ik wilde voorkomen dat mijn film daaraan zou bijdragen.”

Paris Hilton is even te zien in de film, ze stelde ook haar onvoorstelbare huis beschikbaar voor de opnamen. Aan de muren hangen ontelbare portretten en tijdschriftcovers met haar beeltenis. Op de zijden bank in de nachtclubkamer (met paaldanspaal) liggen kussens met haar portret. “Die kussens zijn gemaakt door een vriend. Ze heeft wel gevoel voor humor, anders had ze natuurlijk ook niet meegewerkt. De rondleiding door haar huis was een hoogtepunt, ik heb echt nog nooit zoiets gezien. Ze heeft ons trouwens niks in rekening gebracht.”

17

05 2013

Cannes Dag 2: Donderdag 16 mei

Kaart opgehaald voor het Alex van Warmerdam-feest op zondagavond. Het kost een vermogen, geselecteerd worden voor Cannes, vertelde producent Marc van Warmerdam eerder deze week op Radio 1. Alles bij elkaar zo maar een ton. Maar omdat het in het landsbelang is hoeft hij er niet alleen voor op te draaien; het geld is afkomstig van EYE en het Filmfonds. Daarmee wordt overigens niet alleen het feest bekostigd, maar ook een diner voor cast, crew en minister Bussemaker van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, en diverse reclame-uitingen, zoals een enorme banner langs de Croisette.

Kwam pal voor de Borgman-banner Lucie Kalmer tegen, met wie ik jaren geleden in de jury van het Noordelijk Film Festival zat. De Franse producente heeft een Chileense film in het Atelier van het festival. En ze was ook betrokken bij Heli, en nodigde me uit voor het feest na de première. Wanneer moet een mens dan slapen?

Interview met François Ozon moeten afzeggen, omdat ik zijn film niet heb kunnen zien. Die draaide namelijk tegelijk met The Congress van Ari Folman. En ik had eerder al een interview afgesproken met Robin Wright. Man, man, man, wat een gepuzzel. Ik schuif ook niet aan bij een lunch waarop producent Harvey Weinstein vijf korte animatiefilms presenteert. De speciale vertoning van Les Parapluies de Cherbourg gemist (in aanwezigheid van Agnès Varda, Michel Legrand, Rosalie Varda-Demy en Mathieu Demy). Interview met Michael B. Jordan ook afgezegd, want Fruitvale Junket heb ik ook niet kunnen zien.

Wat dan wel? Ari Folman’s The Congress (zo zo, maar mijn interview met Robin Wright was de moeite waard), Sofia Coppola’s The Bling Ring (vermakelijk) en Jia Zhange’s meesterlijke A Touch of Sin. Nog voor de begintitels is er een overval gepleegd door drie jongemannen met bijlen, heeft er een drievoudige moord plaatsgevonden en een ontploffing.

De verstilde arthousefilm lijkt zijn langste tijd gehad te hebben in Cannes.

16

05 2013

Intiem, veeleisend meesterwerk

In de openingsscène van Post Tenebras Lux kuiert een klein meisje door een majestueus Mexicaans berglandschap. De avond valt, de hemel kleurt paarsrood. Op de geluidsband is het fijne getjilp van krekels hoorbaar. Het meisje – blonde haren, enorme bodywarmer, regenlaarsjes – rent door enorme plassen tussen koeien en honden. Soms valt ze. ‘Koeien!,’ roept ze. En ‘honden!’, ‘mama!’, ‘maan!’ en ‘thuis!’; ‘Natalia!’, ‘Eleazar!’ en ‘papa!’.

Terwijl het donkerder en donkerder wordt, begint het te onweren. Tot slot is het beeld zwart; in het blauwe weerlicht zijn alleen nog de silhouetten van de bergen en boomtoppen zichtbaar. Dan verschijnt de titel in beeld. Post Tenebras Lux, ofwel: licht na duisternis.

Post Tenebras Lux doet denken aan een home movie: het beeld is smal en daardoor intiem. Het meisje is de dochter van de Mexicaanse meesterregisseur Carlos Reygadas (JaponBatalla en el Cielo en Stellet Licht), de film is opgenomen in het dorp Tepoztlán, dat ligt in een natuurreservaat ten zuiden van Mexico-Stad, waar Reygadas (1971) met zijn vrouw en twee kinderen woont in een zelfgebouwd huis.

De intieme vorm en vervreemdende vervormingen – de meeste scènes zijn opgenomen met geslepen lenzen – bepalen voor een belangrijk deel de sfeer van het ruige, associatieve en instinctieve Post Tenebras Lux, waarin Reygadas plaats inruimde voor zijn diepste gevoelens, zijn herinneringen, dromen, wensen en angsten.

Scènes waarin de welvarende Juan en zijn bloedmooie vrouw Natalia existentiële discussies hebben over hun relatie(s) worden afgewisseld met computer gegenereerde beelden van een vuurrode duivel met een gereedschapskist in zijn hand; B-film-horror (Juan trekt zijn eigen hoofd eraf) door groepsseks in een sauna; flarden waarin een jeugdteam zich voorbereidt op een rugbywedstrijd door bedwelmende beelden waarin een stortregen het landschap bloedrood kleurt.

Over de tegenstelling tussen de stad en het platteland gaat het; over de onoverbrugbare kloof tussen de rijke, verwesterde klasse waar Juan en zijn vrouw deel van uitmaken en de armere, inheemse klasse die op het platteland woont; en over de wreedheden en het geweld die het gevolg zijn van die kloof. Over de overrompelende eenvoud en kracht van de natuur, ook, en de vraag wie wij zijn, hoe wij onszelf zien en anderen ons.

Een verhaal, als dat er al is, is niet of nauwelijks na te vertellen. Post Tenebras Lux vraagt daarmee veel van de kijker, voor de meeste kijkers waarschijnlijk té veel. Op het festival van Cannes werd de film, die door de regisseur zelf werd vergeleken met een expressionistisch schilderij, weggehoond, maar Reygadas mocht tot slot wel de prijs voor de beste regie mee naar huis nemen.

Post Tenebras Lux (tot stand gekomen met een bijdrage van het Nederlands Filmfonds) maakt deel uit van het ¡Viva Mantarraya!-programma, een door EYE georganiseerd eerbetoon aan het Mexicaanse productiehuis achter Reygadas’ films. Naast Reygadas‘ eerdere speelfilms en de korte films Max (1999) en Prisioneros (1999) worden ook films vertoond als Sangre (2005) en Los bastardos (2008) van Amat Escalantes, Pedro González-Rubio’s Alamar (2009) en Halley van Sebastián Hofmann (2012).

Deze recensie is geschreven voor Cinema.nl.

03

03 2013

“Het is nog altijd taboe om de Orthodoxe kerk te bekritiseren”

“Ik heb een tijd lang met het idee rondgelopen om de priester op te zoeken in de gevangenis. Uiteindelijk realiseerde ik me dat dat alleen maar een last zou zijn. Zijn verhaal zou niks toevoegen. Mijn film is weliswaar gebaseerd op waargebeurde feiten, maar het is geen reconstructie. Geen reënactment. De verhouding tussen de meisjes is fictie, dat heb ik zelf verzonnen. De priester in mijn film is ook veel complexer; bij mij is hij geen Orthodoxe extremist.”

De waargebeurde geschiedenis van een jonge non vormt de basis van Beyond the Hills van de Roemeense filmmaker Cristian Mungiu (Iasi, 1968). De vrouw overleed in een Orthodox klooster in Tanacu, in het noordoosten van Roemenië, nadat ze met kettingen aan een kruis was bevestigd en dagenlang geen eten en drinken had gekregen. Volgens de priester van het klooster was de vrouw bezeten door de duivel, gedroeg ze zich gewelddadig en weigerde ze te eten of te drinken. De broer van de non zou de priester hebben gevraagd een uitdrijvingsritueel te verrichten, nadat zij enkele weken eerder in het plaatselijke ziekenhuis vergeefs was behandeld voor schizofrenie.

“De verhalen in de Roemeense kranten waren erg sensationeel. ‘Orthodoxe priester vermoordt meisje tijdens duiveluitdrijving’… Dat soort koppen. Hoe het echt zat interesseerde de meeste mensen niet of nauwelijks, het ging ze om het spektakel. Er was totaal geen distantie of respect, terwijl er toch iemand was gestorven. Dat heeft alles te maken met opvoeding. Zoals ook de treurige zaak zelf veel te maken heeft met een gebrekkige opvoeding. Ik wilde laten zien hoe het gebeurd zou kunnen zijn. Wat ertoe kan leiden dat mensen hun lot in handen leggen van de kerk. De sensatiekant interesseerde me totaal niet. Duivelsuitdrijvingen en tollende hoofden? Wie mij ook maar een beetje kent, weet dat ik geen moment heb overwogen een sensationele film te maken. Niet voor niets heb ik de kranten gelaten voor wat ze zijn; ik heb me voornamelijk gebaseerd op de non-fictie romans die Tatiana Niculescu Bran over de zaak heeft geschreven.”

De priester heeft hij niet opgezocht, maar Mungiu is wel wezen kijken in het klooster waar de tragedie zich heeft afgespeeld. “We zijn er op een regenachtige dag naartoe gereden. We kwamen vast te zitten in de modder en moesten drie uur lopen. Toen we er eindelijk arriveerden, vroeg een monnik of wij ook kwamen kijken naar aanleiding van de krantenberichten. Ik heb er niet omheen gedraaid, maar ik heb niet gezegd dat ik bezig was met een film. We hebben met de nonnen gesproken en ik heb een aantal foto’s gemaakt. Die vormden het uitgangspunt voor het klooster dat we voor de film hebben gebouwd.”

Zijn film gaat over liefde en de vrije wil, aldus Mungiu, en over de dunne scheidslijnen tussen geloven, religie in het algemeen en de kerk als instituut. “Tijdens de voorbereidingen op mijn film heb ik de ellenlange lijst met zondes bestudeerd, zoals opgesteld door de Orthodoxe Kerk. Het zijn er maar liefst 464. Waanzinnig! En toch bedacht ik me tijdens het lezen dat er een heel belangrijke ontbreekt: onverschilligheid. Maar misschien is dat geen zonde, het staat immers niet op de lijst. Maar wat is het dan? Is het gevaarlijk of niet? Ik hoop dat mijn film iets zegt over de keuzes die je hebt in het leven. Keuzemogelijkheden die groter worden naarmate je opleiding beter is en je minder bevattelijk wordt voor de dreiging met het Kwaad door de kerk.”

De Orthodoxe Kerk was al populair onder het communisme, doceert Mungia, en is na de dood van Ceausescu alleen nog maar machtiger geworden. “90 procent van de Roemeense bevolking is naar eigen zeggen gelovig. Van de totale bevolking, dus ook de jonge generatie. Je zult begrijpen dat het nog altijd taboe is om de Orthodoxe kerk te bekritiseren. Toch ben ik van mening dat er een belangrijk verschil bestaat tussen de diep humane waarden van het Christendom en het geloof van de Roemeense Orthodoxe Kerk. Die wil nu de grootste kathedraal van het land laten verrijzen op de plek in Boekarest waar Ceausescu zijn megalomane paleis bouwde. De geschatte kosten lopen uiteen van 200 tot 400 miljoen euro! Dat is toch onvoorstelbaar?! Er zijn al meer dan 20.000 kerken in Roemenië, tegen 5.000 scholen en slechts 500 ziekenhuizen… Dáár is behoefte aan, we hebben al meer dan genoeg kerken.”

Mungiu benadrukt dat de priester en de kerk in Roemenië ook veel bijval hebben gekregen. “Dan werd erop gewezen dat de Orthodoxe kerk ten minste heeft geprobeerd iets te betekenen voor het meisje. Waar waren de andere instituten? Wat hebben de artsen dan gedaan? Het meisje mag dan zijn overleden, dat was anders misschien ook wel gebeurd, is de gedachtegang.”

Omdat de zaak zo gecompliceerd is, heeft Mungiu geprobeerd de geschiedenis zo uitgebalanceerd mogelijk te vertellen. En dat kost tijd; Beyond the Hills duurt maar liefst tweeënhalf uur. “Ik wilde mijn film maken vanuit het subjectieve gezichtspunt van de hoofdrolspeelster. Dus het gaat zo snel als zij de dingen ervaart. En het kloosterleven is nu eenmaal traag. Als het aan mij had gelegen, had de film overigens nog een uur langer geduurd. Maar dat gaat niet meer; we zijn gewend geraakt aan films van een minuut of 90. Alles moet in een razend tempo worden verteld, met korte spanningsbogen. Dat wilde ik niet, dat had ook niet gepast bij dit verhaal. Bij mij duurt het al anderhalf uur voordat de achtergronden uit de doeken zijn gedaan; ik heb alle tijd willen nemen om de gemeenschap te schetsen, zodat duidelijk wordt waarom bijgeloof zo’n grote rol kan spelen. Vervolgens kan de kijker zelf zijn gedachten vormen. Beyond the Hills is een soort cinema uit een grijs verleden.”

Hetzelfde werd gezegd van 4 maanden, 3 weken en 2 dagen, waarmee Mungiu in 2007 de Gouden Palm won, de belangrijkste prijs van het festival van Cannes. Ook die film – waarin het net als in Beyond the Hills draait om de verhouding tussen twee jonge vriendinnen in een autoritair systeem – wordt gekenmerkt door lange, rustige takes en het ontbreken van (sturende) muziek. “Je kunt niet telkens dezelfde film maken, maar je kunt jezelf ook niet iedere vijf jaar opnieuw uitvinden. Tussen die twee uitersten moet je iedere keer weer een balans zien te vinden.”

Zijn bekroning in Cannes hielp hem enigszins bij de financiering van zijn film, alhoewel het geld in eigen land bepaald niet voor het oprapen lag. “Verder betekende het niet zo veel. Je krijgt er geen extra inspiratie door. De Gouden Palm gaf natuurlijk wel wat extra druk. Maar het is niet zo dat mijn leven van het ene op het andere moment compleet veranderde. Ik heb nog hetzelfde kantoor, rijd nog in dezelfde auto en moet nog steeds zo af en toe een commercial draaien om rond te komen.”

Beyond the Hills van Cristian Mungiu draait nu in de Nederlandse bioscopen.

25

11 2012

“Jagten is fictie. Het is een product van mijn zieke fantasie”

“Ik vind de titel eerlijk gezegd een tikje banaal; je hoeft niet gestudeerd te hebben om de symboliek te begrijpen. Maar hij is wel solide. Hij hield ons tijdens het schrijven op het juiste spoor; door de titel hielden we voor ogen waar de film precies over gaat. Deze titel gaf ons bovendien de kans om de rituelen van de jacht uit te diepen. Er wordt vooral gejaagd door groepen mannen. Dat vind ik mooi; dat konden we goed gebruiken in de film. Nee, ik jaag zelf niet. Ik geloof niet dat ik in staat ben een ander levend wezen om te brengen.”

In Jagten van de Deense regisseur Thomas Vinterberg (Kopenhagen, 1969) verandert het leven van de brave kleuterleider Lucas (Mads Mikkelsen) van het ene op het andere moment in een nachtmerrie als hij door een van zijn pupillen, het dochtertje van zijn beste vriend nota bene, valselijk wordt beschuldigd van seksueel misbruik. In het kleine dorp volgt een ware heksenjacht; ook zijn vrienden laten hem keihard vallen. “Waar rook is, is normaal gesproken vuur. In mijn film niet. Er is heel veel rook, maar geen vuur. Lucas is onschuldig. Voor mij is Jagten een film over het verlies van onschuld.”

“Er zijn bij dit soort zaken vaak veel mensen betrokken” weet Vinterberg. “En ze hebben allemaal de beste bedoelingen. De crècheleidster moet een beslissing nemen. Zij denkt dat ze het juiste doet voor het kind, dat ze haar op deze manier het beste beschermt. Het jonge meisje denkt ook dat ze het juiste doet. Zij liegt, min of meer om de volwassenen om haar heen niet teleur te stellen. Het verhaal gaat vervolgens rond als een virus, en plotseling ziet ze haar moeder huilen als gevolg van die leugen. Ze moet naar een psycholoog, er wordt iemand opgesloten. De illusie wordt werkelijkheid.”

“Eigenlijk zijn er alleen maar verliezers,” vervolgt Vinterberg. “Met Lucas als voornaamste slachtoffer natuurlijk. Hij gelooft oprecht dat de nachtmerrie zal ophouden; dat alles weer normaal zal worden. Maar de geest is uit de fles, er is geen redden meer aan.”

Het idee voor Jagten is al jaren oud. Na het enorme succes van Festen werden Vinterberg talloze suggesties voor films aan de hand gedaan. Zo stuurde een befaamde Deense psychiater hem een omvangrijk dossier, met het dringende verzoek of hij eens een film wilde maken waarin ‘de andere’ kant van misbruik wordt belicht. “Ik had het destijds veel te druk. Ik heb hem vriendelijk bedankt en het dossier ongelezen gearchiveerd. Acht jaar later, ik had net een scheiding achter de rug, vond ik dat ik zelf een psychiater nodig had en wilde ik hem weer opzoeken. Toen leek het me wel zo netjes om het eerst even te lezen. Ik was diep onder de indruk. Ik voelde direct dat ik deze film moést maken.”

Dat Jagten aan talrijke waargebeurde zaken wordt gekoppeld, is onterecht, aldus Vinterberg. “Ik ben de meeste zaken wel tegengekomen tijdens onze research, maar ze hebben niet model gestaan. Jagten is fictie. Het is een product van mijn fantasie. Van mijn zieke fantasie, zou je kunnen zeggen. Als alle procedures op de kleuterschool op de juiste manier waren gevolgd, was er waarschijnlijk geen film geweest. Dan was er helemaal geen drama.”

De kleine Klara wordt gespeeld door nieuwkomer Annika Wedderkopp. “Ze is een gezond, stevig meisje; alle aandacht vond ze fijn, maar ze werd er niet vervelend door. Ze begreep dat er iets wreeds gaande was, maar dat we haar niet alles konden uitleggen. Na iedere heftige scène zat ze lekker te spelen in een hoekje. Het was als sport voor haar, ze wilde er gewoon heel goed in zijn.”

Vinterbergs landgenoot Mads Mikkelsen, nog het bekendst als schurk in de James Bond-film Casino Royale, is formidabel als de halsstarrige man wiens leven door een leugen wordt verwoest; op het afgelopen festival van Cannes werd hij volkomen terecht bekroond als beste acteur.

Vinterberg zelf werd daar in 1998 al onderscheiden met de Speciale Juryprijs voor Festen. Vervolgens maakte hij films als It’s all about love (2003) en Submarino (2010), die op veel minder bijval konden rekenen. Waar hij al die jaren was, wilde een journaliste in Cannes weten. Vinterbergs alleszeggende antwoordt: “Ik was er al die tijd. Jullie waren er niet”.

Jagten van Thomas Vinterberg draait nu in de Nederlandse bioscopen.

30

10 2012

Sociaal sprookje vol morele dilemma’s

La promesse. Rosetta. Le fils. L’enfant. De Waalse broers Jean-Pierre en Luc Dardenne hebben maar weinig woorden nodig om duidelijk te maken waar hun films over gaan. De titel van hun nieuwste film breekt met die trend. Die heet niet simpelweg Lorna of Het zwijgen, maar: Het zwijgen van Lorna. Le silence de Lorna. De toevoeging zorgt van meet af aan voor een extra spanningslaag.

De titelheld is een jonge vrouw uit Albanië, die haar geluk is komen beproeven in België. In Luik om precies te zijn, de biotoop van de Dardennes (en al hun heldinnen). Haar zwijgen betreft de duistere zaakjes waarmee zij zich heeft ingelaten om haar droom te realiseren: een eigen café met haar eveneens Albanese vriend.

Om het benodigde kapitaal bij elkaar te krijgen, heeft ze een deal gesloten met een onderwereldfiguur. Ze zal trouwen met een junk. Zodra ze een Belgisch paspoort heeft, wordt de junk uit de weg geruimd en dient Lorna een tweede schijnhuwelijk aan te gaan met een Rus, die over officiële Belgische papieren wenst te beschikken.

Als Lorna last van haar geweten krijgt, blijkt er geen weg terug meer. De oorzaak is – natuurlijk– geld. Geld bepaalt de relatie tussen de pragmatische Lorna en haar vriend die kernreactoren schoonmaakt, de malafide taxichauffeur die bijverdient met mensenhandel, zijn hulpje, de straatarme junk en de steenrijke Rus.

Geld dat veelvuldig in beeld wordt gebracht, in scènes die herinneringen oproepen aan het even secure meesterwerk L’argent van Robert Bresson: de eurobiljetten gaan voortdurend van hand tot hand; ze worden weggestopt in enveloppen, of begraven in de achtertuin.

Hoewel Le silence de Lorna direct herkenbaar is als een Dardenne-film, zijn er naast de enigmatische titel nog een paar in het oog springende verschillen met hun eerdere werk. Zo gebeurt er bijzonder veel: er is zelfs een seksscène. Nog een unicum in het rijke oeuvre van de Dardennes: op de geluidsband is plaats ingeruimd voor muziek. De junk (Jérémie Renier, eerder te zien in La promesse en L’enfant, op de toppen van zijn kunnen) luistert naar snoeiharde muziek van dEUS, vlak voor de eindtitels zijn flarden te horen van een pianosonate van Beethoven.

In de bloedstollend spannende finale dwaalt Lorna als Roodkapje door het woud, achtervolgd door de wolven. Die paar noten Beethoven maken dan het verschil: de muziek tilt de film uit het kille realisme. En zorgt ervoor dat het sociaal geëngageerde sprookje vol morele dilemma’s, waarvoor de broers op het afgelopen festival van Cannes met recht de prijs voor het beste scenario kregen, nog dagen blijft nagalmen.

Jean-Pierre en Luc Dardenne, Le silence de Lorna. Vrijdag 19 oktober, 1.55 uur, BBC2.

19

10 2012

Ode aan de onderdrukte sensualiteit

Dat regisseur Jane Campion direct verkocht was toen ze in Andrew Motions biografie over de Engelse dichter John Keats belandde bij diens ontmoeting met het dienstmeisje Fanny Brawne, behoeft geen verbazing. De onmogelijke liefde tussen de twee sluit naadloos aan bij haar kleine, weerbarstige oeuvre met films over eenzaten van vrouwen in een door mannen gedomineerde omgeving.

Dat Bright Star geen typische biopic is geworden, behoeft óók geen bevreemding; Campion focust enkel op de periode dat de twee om elkaar heen draaiden, van 1818 tot 1821. De ziekelijke Keats – hij had een longziekte – had zijn epische gedicht Endymion geschreven, maar veel bijval leverde het nu bewierookte werk hem destijds niet op. Nadat zijn broer Tom is gestorven aan tuberculose, trekt Keats – hij is dan 23 – in bij zijn vriend Charles Brown in diens huis in Hampstead. Daar ontmoet hij de 18-jarige Fanny Brawne, die een deur verder met haar moeder woont.

Campion beziet de relatie door de ogen van Fanny, een eigengereid meisje dat haar eigen kleren ontwerpt en maakt, en bepaald geen blad voor de mond neemt. Van poëzie moet ze aanvankelijk niets hebben; door haar liefde voor Keats wordt haar interesse wakker gekust en begint ze Milton te lezen, de Odyssee, eigenlijk alles wat los en vast zit. Ook het werk van Keats, en door zijn woorden groeit de betovering.

Maar van een huwelijk kan geen sprake zijn, vindt haar moeder (Kerry Fox) die het beste met haar voor heeft. De dichtbundels van Keats verkopen niet; de armoedzaaier zal haar nooit kunnen onderhouden. Ook Keats’ vriend Brown verzet zich tegen de relatie; hij is jaloers, en zegt daarom dat Fanny verantwoordelijk is voor Keats’ broze gezondheid.

De regiekeuzes maken Bright Star tot een ambigu drama over een eerste, alles verzengende liefde; een ode aan de onderdrukte sensualiteit. De jonge Australische Abbie Cornish maakt indruk als de kwetsbare, maar tegen de keer strijdbare Fanny Brawne – een typisch Campion-personage. En ook de Brit Ben Whishaw overtuigt, in de veel ondankbaarder rol van de gekwelde, ziekelijke, humeurige Keats.

Zij maken de liefde invoelbaar, een liefde die door Campion nadrukkelijk tegen de natuur wordt afgezet: als er nog hoop is op een goede afloop, zoomt de camera in op vlinders, bijen en velden vol frispaarse bloemetjes; als Keats Fanny een brief stuurt over de onmogelijkheid van hun liefde zijn de bomen dor en grauw.

Dat is een cliché, zoals de onmogelijke liefdesgeschiedenis in wezen ook van gemeenplaatsen aan elkaar hangt, maar het in tegenlicht badende camerawerk van de jonge Greig Fraser is zo magnifiek dat ook dit geen moment stoort. Bright Star is twee uur zinderend genot.

Jane Campion, Bright Star. Vrijdag 19 oktober, 22.05 uur, Canvas.

19

10 2012

‘Het is mijn feestje’

Het is alweer vijf jaar geleden dat Control, het speelfilmdebuut van de 51-jarige Nederlandse fotograaf, clipregisseur en grafisch ontwerper Anton Corbijn, was uitverkoren als openingsfilm van de Cannes-parallelsectie de Quinzaine des Réalisateurs.

De verwachtingen waren hooggespannen; het invloedrijke tijdschrift Variety had Control al uitgeroepen tot een van de must-sees van het festival. De rijen waren navenant, bij de drie officiële voorstellingen stonden donderdag boze festivalgangers met entreebewijzen en badges te zwaaien omdat ze er niet meer bij pasten.

Control is een film over de laatste jaren van Ian Curtis, de leadzanger van de legendarische new wave-band Joy Division die in 1980 op 23-jarige leeftijd zelfmoord pleegde. Dat is geen toeval: Joy Division was een van de eerste bands die Corbijn kon fotograferen toen hij aan het einde van de jaren zeventig naar Engeland was verhuisd. Geen blad wilde de foto’s aanvankelijk plaatsen. Maar toen Curtis zichzelf niet veel later ophing, wilde het Britse muziekblad New Musical Express ze graag publiceren.

Corbijn toont Ian Curtis als een twijfelende jongeman met een groot talent, een baby en een zwakke gezondheid, die heen en weer wordt geslingerd tussen zijn echtgenote Deborah en zijn vriendin Annik Honore. Touching From a Distance, het boek van Deborah Curtis uit 1995, diende als uitgangspunt voor de film.

‘Het grootste verschil is dat het boek over Debby Curtis gaat en mijn film over Ian Curtis’, vertelde Anton Corbijn op een druk bezochte persconferentie. ‘Het boek is de basis, maar ik heb geprobeerd iedereen te spreken te krijgen die er destijds bij was.’ Hij schoot zijn film in zwart-wit. ‘Als ik aan die tijd denk, aan Ian Curtis en aan Joy Division, zijn mijn herinneringen in zwart-wit. Dat is logisch, want er bestaan bijna geen kleurenbeelden van de band.’

Corbijn noemt Control een ‘heel persoonlijke film’. ‘Het gaat mij om de innerlijke ervaringen, niet om de buitenkant. Dat geldt ook voor mijn fotografie: ik ben niet geïnteresseerd in de spectaculaire momenten tijdens een optreden, niet in de rockster, maar wil weten wat er achter de façade zit.’

Voor de hoofdrol koos Corbijn nieuwkomer Sam Riley. Die stond shirts op te vouwen in een warenhuis in Leeds toen hij werd gebeld door zijn agent. Het was een gelukkige zet: Riley overtuigt niet alleen als acteur, hij zingt ook zelf (hij is ook zanger van de band 10,000 Things). Corbijn: ‘Het is mijn eerste film en het is zijn eerste film. We gingen er samen voor; we hadden niet zo veel te verliezen.’

Debby en Annik hebben de film allebei gezien. Corbijn: ‘Ik weet niet of ze er blij mee zijn, het is nog wat vroeg, maar ze hebben er geen problemen mee.’ Ook de overgebleven bandleden (later verenigd in New Order) die de muziek voor de film componeerden, zagen Control. ‘Ze zijn het over bijna niets met elkaar eens, maar dit vinden ze allemaal een geslaagde film.’

De totstandkoming van Control ging niet over rozen. Het was moeilijk om geld in Engeland te vinden, terwijl de film toch een heel Engels verhaal vertelt. Uiteindelijk moest Corbijn zijn debuut zelf produceren. ‘Dat had ook voordelen. Ik en niemand anders had het voor het zeggen.’

Toen de persconferentie al een half uur bezig was, en ondanks zijn meermaals herhaalde verzoek ook de acteurs achter de tafel iets te vragen alle journalisten zich tot de regisseur bleven richten, stelde Corbijn zelf maar een vraag aan de Duitse actrice Alexandra Maria Lara. ‘Waarom wilde jij Annik zo graag spelen?’, vroeg Corbijn. ‘Je had me al eens gefotografeerd en dat vond ik geweldig. Daarom wilde ik je ook zien werken op een filmset, en echt, het was fantastisch!’, luidde het antwoord. Ging het toch weer over Anton.

Uren later, op de afterparty, ging het misschien wel iets te weinig over hem. In zijn eentje stond de beroemde fotograaf aan de bar, waar het personeel (in T-shirts met de tekst ‘I’m in control’) hem net zo lang op zijn champagne liet wachten als de andere genodigden. ‘Mag ik misschien wat bestellen?’, probeerde Corbijn beleefd. ‘Het is mijn feestje.’

Anton Corbijn, Control. Zondag 14 oktober, 23.40 uur, Canvas.

14

10 2012