Posts Tagged ‘Brad Pitt’

“Heb je wel eens gezien hoe een koe wordt geslacht?”

“I never knew that…” Na een onnavolgbare verhandeling waarin de Nieuw-Zeelandse regisseur Andrew Dominik het handelen van de gangsters en kruimeldieven in zijn snoeiharde, nihilistische misdaadfilm Killing Them Softly motiveerde aan de hand van het ego, id en superego draaiden alle hoofden in de richting van hoofdrolspeler annex producent Brad Pitt. Die schraapte zijn keel en zei toen droogjes dat hij dat allemaal niet wist. Ook Ray Liotta antwoordde ontkennend op de vraag of er op de set dagelijks over Freud en het onderbewuste werd gediscussieerd. “Nee. Ik heb geen idee waar Andrew het over heeft.”

Pitt, die in 2007 op het festival van Venetië werd bekroond voor zijn rol van Jesse James in Dominik’s neo-western The Assassination of Jesse James by the Coward Robert Ford, speelt in Killing Them Softly een klusjesman die wordt ingehuurd door een goksyndicaat om uit te zoeken wie er achter de overval op een illegale gokhal zaten. En om ze vervolgens ‘zachtjes’ uit de weg te ruimen.

De film is gebaseerd op George V. Higgins misdaadroman Cogan’s Trade uit 1974. Dominik verplaatste het verhaal naar het heden en verplaatste het van Boston naar een niet nader omschreven, door de crisis getroffen gat in New Orleans. “Wat me aansprak in het boek waren de eenvoudige plot en de geweldige personages. Toen ik aan het script werkte, realiseerde ik me dat er een verhaal in school over de economische crisis, een crisis die veroorzaakt is door gokken en een gebrek aan regels. Ik vond dat we daar iets mee moesten doen.”

Misdaadfilms gaan volgens Dominik in wezen over het kapitalisme. “Het is het enige genre waarin het voor alle personages volstrekt gerechtvaardigd is dat ze zich laten leiden door geld en niets anders. In die zin is de misdaadfilm het meest eerlijke filmgenre; het portretteert Amerika zoals ik het land het vaakst ervaar. Vooral in Hollywood is men met weinig anders bezig. Het is een film over mensen die er een puinhoop van maken en anderen die de boel voor ze opruimen.”

Dat gebeurt is super-slowmotion; in fraai gestileerde scènes boren kogels zich een baan in voorhoofden. Dominik snapt de ophef niet: “Geweld maakt onderdeel uit van het boek. Ik houd van geweld in films.” Pitt: “Geweld is een geaccepteerd onderdeel van de gangsterwereld. Moord is een geaccepteerde optie als je in de misdaad zit. Ik heb er meer moeite mee om een racist te spelen dan een man die een ander door zijn hoofd schiet. Heb je wel eens een hamburger gegeten? Heb je wel eens gezien hoe een koe wordt geslacht? Dat gaat er zeer gewelddadig aan toe. We leven in een zeer gewelddadige samenleving.”

Pitt zei dat hij hoopte dat de film, waarin Barack Obama, John McCain en George W. Bush worden opgevoerd terwijl ze over de financiële crisis praten, niet polariserend zal werken bij de aanstaande verkiezingen. En hoewel het eigenlijk niet de bedoeling was, ging het tot slot van de persconferentie ook nog even over Pitts privéleven. Waar is zijn ega Angelina Jolie en wanneer gaan ze trouwen, wilde een journaliste weten. “Ze is niet hier”, antwoordde Pitt. “Ze is bezig met de voorbereidingen op een film die binnenkort van start gaat.” En nee, het klopt niet dat Pitt en Jolie 11 augustus in Frankrijk gaan trouwen. “We hebben, echt, eerlijk waar, nog geen datum.”

23

05 2012

Pastiche op paranoiathriller

‘Jesus, what a clusterfuck’, luidt de reactie van CIA-baas Gardner Chubb nadat een van zijn medewerkers hem omstandig verslag heeft gedaan. Het is een even treffende als nietszeggende samenvatting van de reeks onverkwikkelijke gebeurtenissen, in gang gezet door het ontslag van een inlichtingenofficier met een drankprobleem. ‘Wat hebben we hiervan geleerd?’, wil Chubb vervolgens weten. ‘Dat we het zo niet nog eens moeten doen?’, probeert de medewerker. ‘Ik heb geen idee wat we precies hebben gedaan, maar oké’, besluit Chubb. Zaak gesloten.

Burn After Reading heet de dertiende lange speelfilm van Joel en Ethan Coen. Het is een soort spionagefilm, zoals ook de woordspelige ondertitel aangeeft: Intelligence is relative. Zelf spreken de broers van een Tony Scott-film gemaakt door incompetenten.

Voor alle duidelijkheid: Tony Scott is de verguisde regisseur van tamelijk onbenullige spionagethrillers en actiefilms als Top Gun (1986), Enemy of the State (1998), Spy Game (2001) en Deja Vu (2006). En die onbekwamen, dat zijn de Coens dus zelf, de lievelingen van veel critici en het arthousepubliek. En getuige de vier Oscars voor hun zwarte Cormac McCarthy-verfilming No Country for Old Men – over een psychopaat die met kop-of-munt over de levens van anderen beslist – inmiddels ook van de leden van de Academy of Motion Picture Arts and Sciences.

Met die incompetentie valt het dan ook wel mee; de Coen-broers weten precies wat ze doen. Zoals Miller’s Crossing (1990) een vrije variatie is op de gangsterfilm, The Hudsucker Proxy (1994) een screwball comedy met een gedistingeerde knipoog, en The Man Who Wasn’t There (2001) een geraffineerde, onderkoelde ode aan de film noir (met ruimteschepen), zo is Burn After Reading een pastiche op de paranoiathriller.

De film is gemaakt in de stijl van het genre, met een openingssequentie waarin vanuit de ruimte steeds verder wordt ingezoomd op het hoofdkwartier van de CIA in Virginia en lettertjes die met computerachtige piepjes in beeld verschijnen. Met zinnetjes als ‘Geef me 24 uur om dit op te lossen’ en een geluidsspoor (van huiscomponist Carter Burwell) vol paukenslagen. En met camerawerk dat veel meer spanning suggereert dan wordt waargemaakt – Emmanuel Lubezki filmde vanachter allerlei objecten, via achteruitkijkspiegels en met bewakingscamera’s. Ontploffingen, precies gechoreografeerde kogelregens en spectaculaire achtervolgingen – de andere vaste bestanddelen in de films van Tony Scott – ontbreken echter.

Read the rest of this entry →

13

04 2012

Terry stond te wachten met zijn vlindernet

“Praat hij? Lacht hij? Is hij aardig? Wat eet hij?”

Het moet een vreemde gewaarwording zijn geweest voor de 40-jarige Amerikaanse superster Brad Pitt (witte broek en sneakers, crèmekleurige trui op een wit T-shirt en een enorme zonnebril). Waar hem doorgaans zelf het hemd van het lijf wordt gevraagd, gingen de meeste vragen op het afgelopen festival van Cannes – op een overvolle persconferentie én tijdens een ‘round table’ met journalisten uit alle hoeken van de wereld – nu eens over iemand anders.

Over een 68-jarige kluizenaar, om precies te zijn, die zijn studie filosofie cum laude afrondde, gespecialiseerd is in Kierkegaard, Heidegger, en Wittgenstein, en filosofie doseerde aan het Massachusetts Institute of Technology. Een man die in bijna veertig jaar slechts vijf films regisseerde. Een man die na zijn tweede film, het goed ontvangen maar aan de kassa geflopte Days of Heaven, ruim twintig jaar in de anonimiteit verdween. Een man die zelden of nooit interviews geeft (het laatste dateert uit de jaren ’70) en van wie slechts een handvol foto’s circuleert (op de bekendste heeft hij een baard, draagt hij een hoed en lacht hij vriendelijk). Een man die het festival van Cannes aan zich voorbij liet gaan; niet alleen de persconferentie, maar ook de rode loper en de galapremière (“Hij is nogal verlegen”, verklaarde zijn producente). Terrence Malick, heet hij; Terry voor vrienden. “Hij gaat ook naar het toilet”, zei Pitt met een glimlach. “Hij is een joviale kerel. Hij is heel erg lief, lacht veel, en geniet met volle teugen van het leven. Van alles en iedereen om hem heen. Dat is volgens mij het verschil tussen een goede en een geniale regisseur: Terry houdt van al zijn personages evenveel, of ze nu een grote rol spelen of het kleinste bijrolletje, of ze volwassen zijn of jong, iedereen krijgt al zijn aandacht”

Read the rest of this entry →

01

06 2011

Gezien – The Tree of Life

Vorige week zondag werd het filosofische epos The Tree of Life van de Amerikaanse regisseur/kluizenaar Terrence Malick op het festival van Cannes bekroond met de prestigieuze Gouden Palm.

De bekroning zal door de Nederlandse distributeur Independent Films met gejuich zijn ontvangen; alle beetjes helpen om de film aan man te brengen. Dat lijkt voorwaard geen eenvoudige opgave: het verhaal, zo daar al sprake van is, is niet of nauwelijks samen te vatten. Regisseur Terrence Malick mag door filmkenners dan worden gezien als een levende legende, bij het grote publiek is hij nauwelijks bekend. Brad Pitt, die de film ook coproduceerde, speelt weliswaar een belangrijke rol, maar een échte hoofdrol is het niet. En het is ook geen rol zoals de Brad Pitt-fans hem graag zien. De rol van Sean Penn is overigens nóg veel kleiner.

De problemen met de positionering zijn af te lezen van de posters die in verschillende landen worden gebruikt. De Duitse poster belooft een mainstreamfilm, met een gezellige hoofdrol van Brad Pitt; op het Franse affiche lijkt het alsof Sean Penn de hoofdrol speelt; de Amerikaanse poster vat de film samen in 70 beelden. Ook de verschillende teaserposters hebben allemaal een andere focus: op de een staat de boom des levens, op een ander de oerknal, en op een derde een zachtroze kindervoetje.

Die laatste teaserposter hangt al enige tijd in de Nederlandse bioscopen. De prikkelende poster die deze week worden verspreid, is een vervolg: hetzelfde kindervoetje wordt nu gestreeld en bewonderd door een man in wie met enige moeite Brad Pitt te herkennen is. Zijn naam staat voor de zekerheid in de buurt, net als die van Penn. Persquotes en het Gouden Palm-logo (half Engels, half Frans: “Winner Palme d’Or”) zouden de rest moeten doen.

Laten we het hopen; The Tree of Life is de moeite waard.

NB Er komt hulp uit onverwachte hoek: ook Nivea lijkt reclame te maken voor The Tree of Life…

The Tree of Life draait vanaf 2 juni in 15 zalen, waaronder Kriterion, Cinecenter en Pathé Tuschinski.

31

05 2011

Tarantino kan het nog

Shosanna (Mélanie Laurent) maakt zich op voor haar heldendaad

Shosanna (Mélanie Laurent) maakt zich op voor haar heldendaad

‘We’re in the killin’ Nazi business. And business is a-boomin!’ Luitenant Aldo Raine, een rauwdauw met de kaaklijn van Marlon Brando in Apocalypse Now en een enorm litteken op zijn hals, weet het mooi te vertellen. Zijn Amerikaans-Joodse gevechtscommando is met slechts één doel in het door de nazi’s bezette Frankrijk gedropt: zoveel mogelijk ‘nazi-zwijnen’ scalperen. Hun hersens worden kapotgeslagen met een honkbalknuppel, hun kelen doorgesneden. Onderwijl staan de andere leden van de elite-eenheid lachend een broodje te eten. Wie wordt gespaard, krijgt een hakenkruis in zijn voorhoofd gekerfd.

Quentin Tarantino is terug. En hoe. Inglourious Basterds is een glorieuze revanche op zijn teleurstellende B-film Death Proof. Het scenario is intelligent, de monologen en dialogen zijn onnavolgbaar, zijn regie is wervelend. Christoph Waltz (die vooral in Duitse krimi’s speelde) steelt de show als SS-kolonel annex talenwonder Hans Landa, en werd op het festival van Cannes verdiend bekroond als beste acteur, maar ook de andere acteurs maken ware kunststukjes van hun rol.

Brad Pitt overtuigt als Lt. Aldo Raine (die Indianenbloed door zijn aderen heeft stromen), Martin Wuttke (eerder te zien als Joseph Goebbels in Margarethe von Trotta’s Rosenstraße) maakt een volstrekte karikatuur van Adolf Hitler. Daniel Brühl is een prachtige quasi-bescheiden ijdeltuit van een soldaat, en de Franse Uma Thurman-look-a-like Mélanie Laurent is een ontdekking als de jonge, beeldschone Joodse Shosanna Dreyfus, die ternauwernood aan Landa is ontsnapt en sedertdien in de buurt van Parijs een bioscoop runt.

In de eerste drie hoofdstukken van het ruim tweeënhalf uur durende Inglourious Basterds worden alle hoofdrolspelers geïntroduceerd, in tergend lang uitgespeelde scènes. In hoofdstuk vier en vijf komt alles en iedereen op een magistrale manier samen.

Er zijn virtuoze terzijdes, waarin bijvoorbeeld wordt uitgelegd hoe licht ontvlambaar nitraatfilms zijn, en talrijke cinefiele verwijzingen. Gedachten komen kort in beeld, met chocoladeletters en pijltjes worden personages als Joseph Goebbels en Martin Bormann geduid. De muziek is, zoals altijd bij Tarantino, heerlijk: veel Ennio Morricone. David Bowies Cat People (Putting Out Fire) belandde onder een schitterende scène waarin Shosanna zich opmaakt voor haar heldendaad.

Inglourious Basterds – Tarantino ontleende de foutgeschreven filmtitel aan Enzo G. Castellari’s Quel maledetto treno blindato (The Inglorious Bastards) uit 1978, een rip-off van Robert Aldrich’s The Dirty Dozen – is een (spaghetti)western gecombineerd met een oorlogsdrama, men-on-a-mission-actie vervlochten met een Franse praatfilm. Het is een sprookje over de Tweede Wereldoorlog en een Joodse wraakfantasie ineen, en een ode aan de magie van de cinema: Tarantino gebruikt het medium om de geschiedenis te herschrijven.

Dat is nog reuze grappig ook – als je je er tenminste overheen kunt zetten dat je naar een vette, zeer gewelddadige actiefilm over de Tweede Wereldoorlog en de Jodenvervolging zit te kijken.

26

08 2009