Posts Tagged ‘Actie!’

Actie! – Von Guerickstraat 119 1097 RA Amsterdam. Woensdag 21 maart 2012, 17.02 uur

Biga… Hey, biga! Voor een huis op de hoek van de Von Guerickstraat en de Von Liebigweg in het Amsterdamse Betondorp staat een Antilliaanse jongen te roepen. Hij heeft een petje achterstevoren op zijn hoofd en tatoeages op zijn gezicht en nek; met zijn beide handen vormt hij een roeptoeter. Zijn zwarte Renault Twingo staat scheef op de stoep geparkeerd. Uit het open raampje schalt rapmuziek.

Als regisseur Eché Janga zijn opgerolde scenario in de lucht steekt, komt acteur Ton Kas aansloffen. Hij heeft zijn handen in zijn zakken en ziet er een beetje verfomfaaid uit. “Ik dacht dat je lag te slapen”, zegt de Antilliaanse jongen. “Kom, laten we gaan.” Kas loopt onverstoorbaar richting de voordeur, gevolgd door Janga, de opnameleider, camera, licht en geluid. Een licht-assistent staat te haspelen met een enorm stuk piepschuim; hij krijgt hulp van zijn zoontje, die geen moment van zijn zijde wijkt. Aan de overkant van de straat kijkt een stel Marokkaanse jochies toe, voorovergebogen over de sturen van hun fietsen.

“Ik voel me niet zo lekker, Frank”, zegt Kas op fluistertoon. “Ik denk dat ik vandaag maar thuis blijf.” “Lul geen shit man”, riposteert Franklin. “Het is lekker weer om te gaan vissen. Kom pak je spullen.” Kas zegt niets. Hij loopt naar de voordeur en probeert de sleutel in het slot te steken.

Regisseur Eché Janga studeerde in 2010 af aan de Filmacademie met MO, een fraaie schets van het einde van de vriendschap tussen een Hollandse en een Marokkaanse jongen, gesitueerd in Slotermeer. Hij won er de Tuschinski Award mee, de Nassenstein Startprijs en de ‘Nieuwe Haring’ van het Leids Film Festival.

Samen met MO-scenarist Sammy Reijnaert maakte Janga vervolgens de NTR KORT! Ter observatie; ook werken ze aan het De Oversteek-lowbudgetfilmproject Altijd Zondag (voor Topkapi Films) en de One Night Stand Stockholm (voor Circe Films).

One Night Stand, een initiatief van de NTR, VARA en VPRO, biedt nieuwe makers de kans een film van vijftig minuten te maken. Voor de zevende reeks werden 112 voorstellen ingediend; vijftien daarvan werden vervolgens geselecteerd voor een ontwikkelingstraject, daarna werden acht scenario’s geselecteerd die productiesubsidie kregen.

In Stockholm draait het om Ben, een buschauffeur die in een moment van onachtzaamheid een fataal ongeluk heeft veroorzaakt, en tijdens zijn taakstraf de Antilliaanse draaideurcrimineel Franklin leert kennen. Ben wordt gespeeld door Kas; de rapper Jerrely Slijger, beter bekend onder zijn artiestennaam Kempi, is Frank(lin).

“We doen het eerst op jouw manier, dan op mijn manier”, zegt Janga na de repetities tegen d.o.p. Tibor Dingelstad, die ook het fraaie camerawerk voor Mo deed. “Ssssssht!”, doet de opnameleider naar de buurtkinderen. “Ton klaar? Jerrely klaar? Stilte voor opname!” De jochies zwijgen. De straatafzetters brengen geroutineerd een auto tot stilstand.

Na iedere take haasten cast en crew zich naar de monitor. “Vind je die pan zo goed?”, wil Dingelstad weten. Na een andere take wijst opnameleider op de enorme schaduw van de boom. Kas twijfelt een beetje over zijn tekst (“Ik kom er moeilijk tussen”); Slijger wil weten of het goed was. Dat was het, antwoordt Janga: “Hou dit vast; precies de juiste energie!”

Als de scène er naar ieders tevredenheid op staat, wordt nog een keer apart het geluid opgenomen. Slijger ratelt zijn teksten op terwijl hij een jointje draait. “Biga, Biga! Kom man, we gaan zwemmen”, zegt hij. “O nee, we gaan vissen! Stom!” “Even concentratie, jongens”, maant de opnameleider. “Kom, pak je spullen”, zegt Kempi. “Ik heb geen zin, geloof ik”, riposteert Kas. “Kom op Ben, snel! Straks zijn alle vissen weg”, improviseert Slijger. “Ik heb een zwembroek voor je meegenomen. Een Speedo!” Hij lacht. “Nu ben je verkocht, toch?!

One Night Stand – Stockholm / Scenario: Sammy Reijnaert / Regie: Eché Janga / Camera: Tibor Dingelstad / Geluid: Michiel de Boer / Montage: Björn Mentink / Productie: Marloes Luinge / Uitvoerend producent: Juri Keuter / Production Design: Mares Thomassen / Muziek: Christiaan Verbeek / Met: Ton Kas, Jerrely Slijger, Lili Kooijman, Layla Mino / Kleur, 50 minuten / Omroep: NTR / Te zien: première op het Nederlands Film Festival in september 2012; op tv in het voorjaar van 2013

27

04 2012

Actie! – Plein 4, 2511 CR Den Haag. 1 december 2011, 15.12 uur.

Regisseur Robert Oey luistert naar generaal Peter van Uhm. In de vensterbank ligt de sabel van Van Uhm in Afghanistan gesneuvelde zoon Dennis. Rechts Jeroen de Bruin (camera) en Mike van der Sluijs (geluid). Foto Bob Bronshoff.

De afdeling bedrijfsmaatschappelijk werk van het Ministerie van Defensie is sinds de missie in Uruzgan, waarbij vijfentwintig Nederlandse militairen de dood vonden, enorm gegroeid. In het hele land zijn tachtig maatschappelijk werkers aan het werk om nabestaanden van gesneuvelde militairen te begeleiden.

Iedere militair die wordt uitgezonden heeft voor vertrek twee adressen opgegeven van relaties die als eerste moeten worden gewaarschuwd. Defensie probeert de familie binnen anderhalf uur te bereiken. ‘Nee, nee, niet zeggen! Ik wil het niet weten’, riep de zwangere Claire Rosier toen een militair bij haar binnen wilde komen. Ze smeet de deur dicht. Na een kwartier deed ze alsnog open. De militair draaide er niet omheen. ‘Mevrouw, ik moet u dit toch vertellen. Uw man is in Afghanistan omgekomen.’

In Gesneuveld (werktitel) laat filmmaker Robert Oey, die zich in films als Wonderland, De Zwemmers en De Leugen ook al uiterst geïnteresseerd toonde in de Nederlandse volksaard, zien hoe medewerkers van Defensie nabestaanden het slechte nieuws brengen dat hun zoon of dochter is omgekomen. Hij stelt de vraag hoe het is om geholpen te worden door dezelfde organisatie die verantwoordelijk was voor het welzijn – en dus ook voor de dood – van hun dierbare.

Hij velt geen oordeel, vraagt niet naar de zin van de missie, maar laat minutieus zien op welke manier er wordt omgegaan met deze bijzondere vorm van de dood en wat voor drama zich de afgelopen jaren op tal van plaatsen in Nederland heeft afgespeeld. Ouders, grootouders, zussen en broers, collega’s; iedereen vertelt hoe het was om dat vreselijke nieuws aan te moeten horen én hoe het leven toen toch weer verder ging. Het Ministerie van Defensie zette alle deuren voor hem open; Oey mocht ook een verkenningsmissie naar Kunduz filmen, “om te laten zien dat het niet ophoudt; dat het doorgaat”.

Ook generaal Peter van Uhm komt aan het woord; Oey filmde de Commandant der Strijdkrachten in diens werkkamer op het Ministerie van Defensie in Den Haag. Van Uhm werd 17 april 2008 geïnstalleerd als opvolger van luchtmachtgeneraal Dick Berlijn. Na het feestje was hij met zijn vrouw in Den Haag blijven slapen. Toen hij de volgende ochtend voor het eerst naar zijn werkplek in het ministerie liep, zag hij helemaal niemand, herinnert hij zich achteraf. In het statige vertrek trof hij zijn plaatsvervanger, die hem vroeg even te gaan zitten: Van Uhms zoon, de 23-jarige eerste luitenant Dennis, was in Afghanistan omgekomen door een bermbom.

Ook Van Uhm schoot direct in de ontkenning. Het kon Dennis niet zijn geweest. Als officier zou hij nooit in een gepantserd voertuig gaan zitten; officiers moeten immers het overzicht behouden. “Ga maar terug”, zei hij, “met deze informatie ga ik niet naar mijn vrouw”.

Van Uhm had gelijk wat betreft het voertuig, niet wat betreft zijn zoon. Die was dood. Het enige wat in zijn werkkamer aan hem herinnert is de sabel in de vensterbank. Hij behoorde toe aan Van Uhm zelf; toen Dennis afstudeerde aan de KMA heeft hij hem cadeau gedaan. Nu heeft hij hem weer terug, tot zijn leedwezen.

Gesneuveld (werktitel) Nederland 2011 / Scenario en regie: Robert Oey / Camera: Jeroen de Bruin / Geluid: Mike van der Sluijs e.a. / Montage: Chris van Oers / Uitvoerend producent: Natascha Theunissen / Producent: Pieter van Huystee / Muziek: Reyn Ouwehand / Kleur, 90 minuten / Omroep: HUMAN / Te zien: Voorjaar 2012

01

02 2012

Actie! – Concertgebouwplein 2-6, Amsterdam, 4 november 2010, 15.30 uur

Actrice Hanna Verboom schrijdt een gang over in het Concertgebouw in Amsterdam. Foto Bob Bronshoff.

‘Dit is een héle moeilijke scène voor mij’, zegt actrice Hanna Verboom met zelfspot, nadat ze een gang van het Concertgebouw is overgestoken. In een zilverwitte jurk met enorme split, een boa om haar nek, en op enorme hakken; dat dan weer wel. Aan de overkant, buiten het zicht van de camera, pakt ze een foldertje uit een rek, en bestudeert ze de concerten van de komende maand. Haar tegenspeler Oscar Aerts heeft het zwaarder: die moet nadat Verboom uit beeld is verdwenen een lange gang door rennen, de dubbele deuren door, en achter haar aan. Strak in het pak. Keer op keer. Het hijgen gaat steeds meer vanzelf.

Tijdens de eerste takes klinken verbouwingsgeluiden; door de tweede opname praat iemand heen. Maar na de derde keer is regisseur Martijn Heijne tevreden. ‘We gaan een closer shot draaien, jongens. Dan hebben we dat maar’, zegt hij. ‘Laten we vaart maken. We moeten over een uur het Concertgebouw weer uit.’

De Rode Loper wordt Heijne’s afstudeerfilm aan de Nederlandse Film en Televisie Academie. Het is een romantische komedie die zich afspeelt op de galapremière van een nieuwe Nederlandse filmhit: Op heterdaad. Verboom en Aerts spelen de hoofdrolspelers Liza en Alex, hét sterrenkoppel van Nederland. Althans, tot voor kort. Op de laatste draaidag zijn ze met knallende ruzie uit elkaar gegaan; op de rode loper zien ze elkaar voor het eerst weer. Wat volgt is ‘200 meter hectiek’. Terwijl de fans en de pers hen het hemd van het lijf vragen, probeert enfant terrible Alex te redden wat er te redden valt. Dan hoort hij dat Liza is gevallen voor… de regisseur van Op heterdaad.

Toen gastdocent Paul Ruven hem vroeg wie hij het liefst voor de rol van Liza wilde hebben, hoefde hij niet lang na te denken, vertelt Heijne terwijl hij snel een sigaret opsteekt. ‘Hanna Verboom.’ Dat trof. Ruven had net een film met haar opgenomen, Me & Mr Jones, en wilde haar wel benaderen. ‘We hebben twee keer koffie gedronken en het klikte. Normaal stuur je een kant en klaar script op, maar dat kon helemaal niet. Dat was op dat moment nog niet klaar.’

Verboom – hoofdrolspeelster in series als De Co-Assistant en Feuten – was al wel eens eerder gevraagd voor een examenfilm maar toen paste het niet in haar schema. Nu wel. En het idee – de eenheid van tijd, plaats en handeling – sprak haar aan. Bovendien vindt Verboom, zelf pas 27, het belangrijk om te ‘investeren in een nieuwe generatie’. ‘Als ik ergens een supergoed gevoel bij heb, maakt het me niet uit of het een professionele productie is of een examenfilmpje. Dan ben ik er altijd wel voor te porren.’

De Rode Loper is overigens niet zo maar een examenfilm; de ambitie spat van het project. Verboom heeft dan ook niet zo maar een leuk jurkje uit de kast getrokken, haar creatie is ontworpen door Mart Visser. Aerts draagt een smoking van Oger. Er is gedraaid op een enorme set bij Kasteel Amerongen met veel figuranten, bij het Holland Casino in Rotterdam en het Fortis Circus Theater in Scheveningen. Om de film zo realistisch mogelijk te maken, zijn BN-ers als Peter van der Vorst, Maik de Boer en Maurice Wijnen bereid gevonden cameo’s spelen.

Het 25 minuten durende filmpje gaat in première tijdens het eindexamenfestival, van 28 juni t/m 1 juli 2011. De VARA zal De Rode Loper daarna uitzenden. En daarna? Heijne zou graag een actiefilm maken, of afleveringen regisseren van een fictieserie. ‘Iets als Vuurzee. Als ik op korte termijn zoiets zou kunnen maken…’

De Rode Loper / Nederland 2011 / Scenario: Laura van Dijk / Regie: Martijn Heijne / Camera: Sanne van Rossum / Montage: Leonie Hoever / Uitvoerend producent: Iris van den Ende / Productieleider: Daan Faber / Production Design: Lisanne Douma en Silvano Gijzel / Met Hanna Verboom, Oscar Aerts, Christophe Haddad, Juan Tajes / Kleur, 24 minuten / Omroep: VARA / Te zien: v.a. 28 juni 2011

(Dit artikel verscheen eerder in De Filmkrant. Zie ook www.bobbronshoff.nl)

19

11 2010

Actie! – Donderdag 10 december 2009, 13.41 uur. Plantage Kerklaan 36 Amsterdam

Regisseur Antoinette Beumer instrueert Matthijs van Nieuwkerk. Rechts aan de tafel: Marnie Blok. Foto Bob Bronshoff

“Hè, dit publiek is veel ouder dan ons publiek. En het zijn alleen maar mannen.” De vaste grimeuse van De Wereld Draait Door heeft het goed gezien. Het publiek dat op deze koude decembermiddag in Studio Plantage zit, is speciaal opgetrommeld voor De gelukkige huisvrouw, het speelfilmdebuut van Antoinette Beumer (Hertenkamp, See You in Vegas).

Er worden twee scènes opgenomen. Ze zullen beide te zien zijn op de televisie van Lea, het hoofdpersonage uit Heleen van Rooyens bestseller. Sinds haar bevalling zit zij ‘met een uitgescheurde doos op een zwemband’, zoals Van Rooyen het zo plastisch schrijft, voelt ze geen enkele band met haar kind, en schiet ze langzaam in een psychose. Lea ziet dingen die er niet zijn: het DWDD-publiek op haar tv bestaat louter uit mannen van middelbare leeftijd, vaderfiguren. En de gevierde talkshowhost Matthijs van Nieuwkerk richt zich rechtstreeks tot haar.

“Het is een schitterende ode aan Pater Leo. Die man was een duizendpoot… leraar, therapeut, pedagoog, runde een ziekenhuis, maar ik lees nergens dat hij zieltjes wilde winnen…” leest Van Nieuwkerk van de autocue. Hij spreekt de woorden met precies dezelfde interesse en hetzelfde enthousiasme als hij iedere dag in De Wereld Draait Door etaleert.

Naast Van Nieuwkerk zit de schrijfster van het boek, gespeeld door Marnie Blok, in werkelijkheid de coscenarist van De gelukkige huisvrouw. Van Nieuwkerk houdt haar boek pontificaal voor de camera – zoals Frits Spits het zo graag ziet – en zegt nogmaals hoe prachtig hij het vindt. ‘Pater Leo, een man met een missie…’ Hij kijkt recht in de camera, met zijn kenmerkende, doordringende blik. “Ik begreep dat Pater Lea…” De talkshowhost verspreekt zich. Zoals het in het script staat. In de huiskamer zal ‘de gelukkige huisvrouw’ Lea, gespeeld door Nederlands enige echte filmster Carice van Houten, het fragment gebiologeerd aanschouwen.

Van Nieuwkerk mag naar eigen zeggen dan geen Jack Nicholson zijn, de scènes staan er in een vloek en een zucht op – met dank aan de vaste ploeg van DWDD onder leiding van Tommy Byrne, die het filmpubliek haarfijn uitlegt wat de bedoeling is. “Niet in de camera kijken! En als we het zes keer over moeten doen, hoor je het zes keer voor het eerst.”

Van Nieuwkerk vertelt dat het normaal nooit zo stil is voor de opnamen, en vraagt of Wilson Pickett uit de luidsprekers kan schallen, “alsof het vijf voor half acht is”. Marnie Blok overlegt met Beumer of ze een kinnebak op zal zetten. Toch maar niet, het wordt wel heel erg ‘Victor Löw in Karakter’. Ondertussen legt Van Nieuwkerk het publiek uit dat hij op een speciale manier moet kijken terwijl hij zich verspreekt. “Ik moet verliefd in de camera kijken. Want Carice van Houten denkt dat ze een relatie met mij heeft. Ik speel eigenlijk met Carice van Houten… Godallemachtig!”

Het aantal aanvragen is enorm, toch is het pas Van Nieuwkerks tweede optreden in een Nederlandse speelfilm; eerder was hij te zien in Eddy Terstalls politieke komedie Vox populi, eveneens als zichzelf. Die film haalde de échte uitzending van DWDD overigens niet, ondanks een cast vol televisiegenieke acteurs. De makers van De gelukkige huisvrouw nemen dus een risico; er is immers geen betere plek om een nieuwe Nederlandse film te pluggen dan DWDD.

De gelukkige huisvrouw. Nederland 2010  Scenario: Marnie Blok & Karen van Holst Pellekaan Regie: Antoinette Beumer Camera: Bert Pot Montage: Annelien van Wijnbergen Productie: Hans de Weers & Reinout Oerlemans voor Eyeworks Film & TV Drama i.s.m. Sim van Veen voor Inspire Pictures Uitvoerend producent: Erwin Godschalk Production Design: Hubert Pouille Met: Carice van Houten, Waldemar Torenstra, Eric van der Donk, Rik Launspach, Maike Meijer, Jaap Spijkers.  Kleur, ±100 minuten Omroep: RTL Distributie: Benelux Film Distributors Te zien: 15 april 2010

Zie ook www.bobbronshoff.nl/

08

02 2010

Actie! – Zaterdag 14 november, 14.49 uur. Amersfoortsestraatweg 1 Naarden

V.l.n.r.: Bea Willemstein, Mark van Aller, Michel van Erp en Rob Dul. Foto Bob Bronshoff.

V.l.n.r.: Bea Willemstein, Mark van Aller, Michel van Erp en Rob Dul. Foto Bob Bronshoff.

Filmcrews zijn doorgaans zo groot dat je ze niet over het hoofd kunt zien. Dit keer is het anders; het gaat dan ook om een documentaire. In de leeszaal van de ‘Vivium Zorggroep Naarderheem’ hijsen de leden van de coverband Oude Liefde Roest Niet zich op een zacht-zonnige herfstdag in hun nette kloffie. ‘Dat is een muzieklegende’, zegt regisseur Michiel van Erp, wijzend op zanger Jan Vredenburg. ‘Hij zat vroeger in Champagne. Hij stond altijd rechts. En hij daar… hij zat in The Millionaires. En zij is Bea. Voor haar zijn we hier.’

Zangeres Bea Willemstein staat in een hoek een glaasje jus d’orange te drinken. Ze maakt grapjes. Het lijkt alsof ze helemaal geen last heeft van cameraman Mark van Aller en geluidsman Rob Dul, die haar toch van zeer nabij volgen. ‘Moet jij nog inzingen’, wil Van Erp van haar weten. Nee, dat hoeft niet. ‘Dan hobbelen we achter je aan, Bea’, zegt Van Erp.

Als de bandleden de recreatieruimte binnenkomen, worden de oudjes naar binnen geholpen door vrijwilligers. ‘Er stond eigenlijk een klassiek concert gepland’, spreekt een vrouw de zaal toe. ‘Maar de musici zijn geveld door de griep. Deze band zou eigenlijk in een ander tehuis optreden. Maar daar waren de bewoners en het personeel ziek. Nu zijn ze hier. Het belooft een hele leuke middag te worden.’

Oude Liefde Roest Niet (‘Voor een avond vol nostalgie’) zet direct een medley in. De muziek is een beetje hard; veel oudjes grijpen naar hun oren. Van Erp deint en klapt mee en maakt foto’s met zijn iPhone. Af en toe is er oogcontact met cameraman Van Aller, en pakt hij een andere lens of wordt het statief verplaatst.

Bea (hoogblond, zuurstokroze mantelpakje, topje met zilveren glitters) zingt Kleine kokette Katinka, waarmee De Spelbrekers in 1962 meededen aan het Eurovisie Songfestival, en Anneke Grönlohs Soerabaja (‘met je zee en je hemel zo blauw’). Samen onder moeders paraplu, Een beetje en In de bus van Bussum naar Naarden komen voorbij, You Are My Sunshine, Seven Lonely Days en andere vrolijke liedjes uit de jaren ’50 en ’60. Van Aller en Dul bewegen soepel tussen de bandleden door. Van Erp is in zijn sas. ‘Het is een beetje een experminent, zo uit de losse pols.’

Bea Willemstein is een van de zeven naamgenoten (‘Bea’s, Trixen en Beatrixen’) van Koningin Beatrix in Van Erps mozaïekdocumentaire Beatrix, Majesteit, ‘een zoektocht naar de emoties en drijfveren van ons staatshoofd’. Door de kijker deelgenoot te maken van de twijfels, emoties en zorgen van een aantal andere Beatrixen – ‘allemaal vrouwen die voor een bepaald facet uit het leven van de koningin staan; voor de een is dat het openbaar bestuur, een ander vertelt hoe je een familiebedrijf het beste kunt overdragen aan je zoon en schoondochter’ – wil Van Erp een dieper, persoonlijker inzicht bieden in de drijfveren van de koningin.

Beatrix, Majesteit werd gemaakt in het kader van het Teledoc-project van de Publieke Omroep, het Filmfonds en het CoBO-fonds: een variatie op het Telefilm-project bedoeld voor lange documentaires met een eigentijds Nederlands onderwerp. Het is niet Van Erps eerste film over het koningshuis; eerder maakte hij onder meer  Prins Claus: Op Handen Gedragen, De Koningin komt eraan en Het defilé. Hoe dat komt? ‘Het blijft fascinerend. Het is een wereld waarin je nooit echt kunt doordringen.’

Zondag 20 december is in het Ketelhuis in Amsterdam een exclusieve voorvertoning van Beatrix, Majesteit voor naamgenoten. Vrijdag 25 december, wordt de documentaire om 21.00 uur uitgezonden op Nederland 2. Daarna is hij op dvd verkrijgbaar via www.defamilie.net.

Zie ook www.bobbronshoff.nl/

17

12 2009

Actie! – Zondag 11 oktober, 16.59 uur. Claude Debussylaan 2, 1082 MD Amsterdam Z.O.

foto Bob Bronshoff

foto Bob Bronshoff

‘Money makes the world go round.’ Een paar dagen na het bankroet van de Lehman Brothers, een van de grootste investeringsbanken van de Verenigde Staten, hoorde regisseur Jaap van Heusden dat hij zijn in de financiële wereld gesitueerde Telefilmplan kon gaan realiseren. Een jaar later vecht Van Heusden bij de Amsterdamse Zuidas voor iedere scène; het budget is krap (een Telefilm wordt gemaakt voor 780 duizend euro), de opnamedruk groot.

Win-Win, zoals de werktitel van de Telefilm luidt, gaat over de opkomst en ondergang van de jonge Ivan (de Vlaamse acteur Oscar Van Rompay, in zijn speelfilmdebuut). Hij werkt als assistent-analist bij een grote Amerikaanse investeringsbank in Amsterdam. Hij wint snel aan status, tegelijkertijd verliest hij zijn onschuld.

Van Heusden studeerde in 2005 af aan de Filmacademie met Een ingewikkeld verhaal eenvoudig verteld, een kortfilm die werd genomineerd voor de Student Academy Awards en geselecteerd voor het festival van Cannes. In 2008 maakte hij de One Night Stand Ooit, die werd genomineerd voor een Gouden Kalf. Zijn korte documentaire I love het leger ging op het afgelopen Cinekid in première.

Van Heusden: ‘Ik kan me nu geen mooier vak meer voorstellen dan filmmaker, maar toen ik een jaar of dertien was, wilde ik naar Nyenrode. Ik vind het nog steeds een interessant wereldje. Via vrienden en vrienden van vrienden heb ik er uitgebreid kunnen rondkijken. Ik ben under cover mee geweest naar de City, het financiële hart van Londen. Gladgeschoren en in mijn allerduurste pak, dat ik met geld van mijn oma heb gekocht in de PC Hooftstraat. Maar het was niet duur genoeg, merkte ik al snel. Binnen een mum van tijd word je van top tot teen gescand – door mannen in pakken van 15 duizend euro.’

Hij kent de verhalen over tripjes per privéjet naar Dubai, waar traders en brokers dan een paar golfballetjes van het dak van een 7-sterren hotel slaan. En toch wordt Win-Win geen film over inhaligheid en hoe fout dat wel niet is, benadrukt Van Heusden. ‘Het wordt geen moraliteit. Win-Win is gewoon het verhaal van een jongen die ontdekt dat hij niet in het wereldje past.’

In het Viñolygebouw aan de Debussylaan, een nondescript kantorencomplex van de Vrije Universiteit en de ABN AMRO, is de ‘dealing room’ nagebouwd van de fictieve investeringsbank Cahen + Gleeson: rijen bureaus met tientallen computers.  De cijfertjes, tabellen en grafieken op de monitoren zijn ontworpen door het Amsterdamse bureau ShoSho – met één commando kunnen de koersen dalen of stijgen; de figuranten kunnen ook pakketten aandelen kopen of verkopen. ‘Als er toevallig iemand kijkt met verstand van zaken, moet het er wel een beetje goed uitzien’, aldus Van Heusden.

In de dealing room bewegen tientallen figuranten – mannen en vrouwen in grijs of blauw pak  – zenuwachtig door elkaar heen. Achter een glazen wand is het kantoor van de grote baas. Op zijn bureau staan twee monitoren, wat fotolijstjes, een enorme beker en een plastic haai. Aan de muur hangen onderscheidingen en moderne kunst.

Het kale hoofd van een van de figuranten wordt snel gepoederd. Cameraman Jan Moeskops installeert zijn steadicam. Van Heusden spreekt de scène nog even door met de acteurs Hans Kesting (de grote baas Max) en Leon Voorberg (de senior trader Stef). Stef heeft de post-its met geniale beleggingstips die Ivan voor hem heeft achtergelaten zojuist aan Max laten zien. Die mag dan koeltjes reageren (.‘Een paar goeie trades maken je nog geen goeie trader. Op de vloer heb ik goede soldaten nodig!’), even later mag Ivan zich toch bij hem melden; de weg omhoog is ingezet.

Binnen een zucht en een scheet staat het erop. ‘Dat is maar goed ook’, zucht Van Heusden ‘We hebben eerder vandaag al één scène moeten doorschuiven.’

Win-Win (werktitel) Nederland, 2009 Productie: IJswater Films Scenario & regie: Jaap van Heusden. Camera: Jan Moeskops. Montage: Jasper Quispel. Art direction: Gerard Loomans. Muziek: Minko Eggersman. Met: Oscar Van Rompay, Leon Voorberg, Halina Reijn, Hans Kesting, Phi Nguyen, Pepijn Schoneveld. Kleur, 90 minuten. Omroep: NPS. Distributie: A-Film Te zien: februari 2010 (onder voorbehoud).

25

10 2009

Actie! – Dinsdag 15 september, 22.05 uur. Jisperweg 57, 1464 NG Westbeemster

Foto Bob Bronshoff

Foto Bob Bronshoff

Film is wachten, luidt het cliché dat maar weer eens werd bewaarheid op een dinsdagavond in september. Drie productiemedewerkers zitten op de stoep voor het Patronaatsgebouw aan de Jisperweg in Westbeemster. Het gaat nog even duren, zeggen ze. De opnamen in Harderwijk zijn uitgelopen; cast en crew zijn nog onderweg.

Het is de allerlaatste opnamedag van Vreemd Bloed, het speelfilmdebuut van Johan Timmers. Overdag stonden er twee scènes op de rol in een slachthuis in Harderwijk, aansluitend moesten er nog twee scènes worden gedraaid in de kop van Noord-Holland. De eerste is eenvoudig: ‘Een paar witte ballonnen waaien weg in de wind’. De tweede is gecompliceerder: een confrontatie tussen de slager en zijn zoon die anders is dan hij zich wenst.

Langzaam druppelen de cast- en crewleden binnen. De lantaarns aan de gevel van het Patronaatsgebouw worden afgeplakt, een reclamesticker van Flügel wordt van de deur gepeuterd, over de knaloranje TNT-brievenbus wordt een grijze kast geplaatst. Aan de muur is een oude sigarettenautomaat bevestigd, ertegen zijn een paar zwarte ‘periodefietsen’ geplaatst. Het is 1978.

Het scenario voor Vreemd Bloed werd geschreven door Maria Goos, naar een idee van Timmers en Wil van der Meer. Het is een ‘licht surrealistische familiedrama’ over drie generaties slagers, en speelt tussen 1960 en 1983. De jongste zoon Jere, geboren op Kerstavond 1960, is net als zijn broers voorbestemd om in de voetsporen van zijn vader en grootvader te treden, maar hij zingt liever. In de loop der jaren moet de dorpse slagerij wijken voor oprukkende nieuwbouw, en moet Jere zijn eigen weg zien te vinden. Met hulp van zijn grootmoeder.

Als regisseur Timmers is gearriveerd, neemt hij acteur Jelle de Jong, die Jere speelt, even apart. ‘Je hebt binnen staan zingen’ legt hij uit. ‘En je vader vond dat zeer gênant.’ Hij wijst: ‘Daar staat figuratie. Je komt naar buiten lopen. Je ziet je vader staan en loopt op hem af. Je zegt: papa. Je vader zegt: weet je wat dat kost zo’n feest? Deze scène gaat over jou. Jij wil een ander leven dan je vader voor je in gedachten heeft. Je wil dat je vader je accepteert zoals je bent. Je speelde al met de gedachte om weg te gaan, maar wil de goedkeuring van je vader. Je wil nog één keer checken of er toch niet nog iets is tussen jullie. Het is een stille, intense scène, waarmee we benadrukken dat het gaat om de relatie tussen jullie twee, hoeveel verhaallijntjes er op het feest ook samenkomen.’

Timmers – hij maakte ondermeer de VPRO-dramaseries Kleine Pauze, Nieuwe Ouders en Klein Holland, en schreef en regisseerde stukken voor het Nationaal Toneel en het RO Theater – pakt zijn laptop. Samen kijken ze naar een aantal gemonteerde scènes van het feest. Een kraan met een enorme lamp gaat de lucht in. Cameraman Ton Peters kijkt naar het stukje rails dat is neergelegd. Jongens met natgekamde haren van de plaatselijke voetbalclub lopen voorbij. ‘Is het een oorlogsfilm?’ vraagt er een. ‘Met dat ouwe gebouw?’ ‘Ja’, antwoord iemand ad rem. ‘Pas maar op, er wordt geschoten.’ Door een  portofoon wordt gemeld dat de opnamen een uurtje langer gaan duren dan was aangekondigd.

Dit is de eerste aflevering van de rubriek ‘Actie!’, verschenen in De Filmkrant.

Vreemd Bloed Nederland, 2009 Productie: IDTV Film Regie: Johan Timmers. Scenario: Maria Goos. Camera: Ton Peters. Montage: Peter Alderliesten. Art direction: Gert Brinkers. Muziek: Paul M. van Brugge. Met: Jelle de Jong, Wim Opbrouck, Viviane De Muynck, Meral Polat, Gijs Naber, Wil van der Meer, Marcel Hensema en Pieter Dictus. Kleur, 90 minuten. Distributie: A-Film Te zien: in de loop van 2010.

06

10 2009