Archive for April, 2012

“Ik wil niks vertellen. Dat is helemaal niet interessant”

“Ik vind ze de meest interessante kunstenaars die ik in mijn leven heb ontmoet. En ik heb wat mensen ontmoet, dus dat wil wat zeggen!” Terwijl hij het zegt kijkt Rob Malasch met een ontroerde blik naar danseres Ellen Edinoff en choreograaf Koert Stuyf, die in Het Sierraad in de Baarsjes bezig zijn met de repetities van Intaglio. Zondag gaat het stuk in aanwezigheid van componist Philip Glass en dirigent Michael Riesman in wereldpremière in de Melkweg. “Dit is toch werkelijk fantastisch?!”

Zijn bewondering dateert niet van vandaag op gisteren. Nadat Malasch begin jaren zeventig, hij studeerde aan de Rietveld Academie, in Carré een abstract ballet van Stuyf en Edinoff zag, meldde hij zich direct bij de opleiding Eigentijdse Dans die zij op de Theaterschool verzorgden. Hij maakte de opleiding niet af, maar heeft altijd contact gehouden, ook toen Stuyf en Edinoff in de vergetelheid raakten.

Vorig jaar, toen zijn galerie naar de Baarsjes verhuisde, vroeg hij Stuyf voor de openingsexpositie. Stuyf toonde tientallen frisse acrylschilderijen en potloodtekeningen; kleurrijke, ritmische werken, die stuk voor stuk konden worden gezien als hommage aan Edinoff.

No end to dreaming heette de expositie, wat niet alleen op Stuyfs werk sloeg, maar ook op Malasch’ ambities; hij wilde niets liever dan Stuyf en Edinoff nog één keer samen op het podium zien staan. Malasch vroeg zijn oude vriend Philip Glass om muziek; die stelde voor om een speciaal arrangement te maken van Naqoyqatsi, het afsluitende, en minst bekende deel van zijn Qatsi-drieluik.

“Hij zei direct ja. Phil en Koert kennen elkaar van de The Juilliard School, een conservatorium voor uitvoerende kunsten in New York. Ze gingen geloof ik samen achter de meiden aan”, vertelt Malasch. “Koert heeft in die tijd nog gedanst met Pina Bausch. Dat wist Phil. Ellen kende hij niet, maar omdat hij wist dat Phil een geweldige danser was, vertrouwde hij erop dat zij ook een fantastisch danseres is.”

Stuyf, inmiddels 74, drukt op de play-knop van de cd-speler en de proloog schalt uit de speakers. “Een theatraal stuk.” Veel doet dat er niet toe, want anders dan Godfrey Reggio, de regisseur van Koyaanisqatsi (1983), Powaqqatsi (1988) en Naqoyqatsi (2002), ziet Stuyf muziek als iets autonooms. Hij was al lang en breed aan het choreograferen voordat de muziek vast lag. Sterker, hoewel hij sinds 1974 niet meer in het openbaar optrad, is Stuyf naar eigen zeggen nooit gestopt. “Ellen heeft elke dag vier, vijf uur getraind. Ik heb zelf ook iedere dag gewerkt. Het zit in je bloed. De laatste jaren zijn choreograferen en schilderen voor mij één ding geworden. Beide draaien wat mij betreft om hetzelfde: om de ontgrenzing van de ik-vorm. Ik ga net zo lang door tot ik zelf ook een toeschouwer ben geworden. Dat kan alleen als je de ander volledig vertrouwt, als de wisselwerking tussen mijzelf en de dansers perfect is.”

Een kleine 25 minuten duurt Intaglio, en Edinoff (eind zestig; “Ik ben gestopt met tellen”), in een prachtig, met de hand gezeefdrukt gewaad van chiffon, gemaakt door de vermaarde Britse ontwerpster Zandra Rhodes, eist van de eerste tot de laatste seconde alle aandacht op, ook als ze alleen maar voetje voor voetje door de ruimte schuifelt. Ze is breekbaar, maar nog zeer gracieus en ontroerend. Ook als tijdens de repetitie de mobiele telefoon van Malasch tot tweemaal toe gaat, laat ze zich geen moment van de wijs brengen. “Ik heb dit al die jaren gewild”, zegt Edinoff na afloop op fluistertoon. “Everyday I had to wait, was a day too long.”

De titel Intaglio (‘diepdruk’) bedacht Stuyf toen zijn choreografie al klaar was. “Dat kan in steen zijn, dat kan in hout zijn of in brons. Het kan een ets zijn… Ach, een diepere betekenis heeft het niet. Maar de betekenis van het woord, daar kan ik me wel in vinden.”

Aan duiding heeft Stuyf sowieso een broertje dood. “Ik wil niks vertellen. Dat is helemaal niet interessant. Interessant is wat er zondag gebeurt. Wat de mensen ermee doen. Wat ik terugkrijg, dat is waar het om gaat. Daar kan ik mee verder. Daar kunnen we mee verder.”

Philip Glass en dirigent Michael Riesman geven dit weekeinde twee optredens in de Rabozaal van De Melkweg. Zaterdagavond 28 april staat er kamermuziek op het programma, onder anderen gespeeld door Tim Fain (viool), Feico Deutekom (piano) en Lavinia Meijer (harp). Zondagavond 29 april wordt de filmmuziek gespeeld van Dracula, The Hours (waarvoor Glass in 2003 een Oscar-nominatie kreeg) en – als grande finale – Naqoyqatsi. Daarop maakte choreograaf Koert Stuyf het werk Intaglio, dat zal worden gedanst door zijn partner en muze Ellen Edinoff. Voor meer informatie en kaartverkoop: www.melkweg.nl.

27

04 2012

Galerie – Beeldende kunst in Amsterdam

Quinsy Gario – Bart Groenendaal – Stefan Ruitenbeek. T/m 3/6 in SMBA, Rozenstraat 59. www.smba.nl.

“Porno maken is misschien geen kunst”, zegt pornoactrice en -producente Kim Holland met een gelukzalige blik, “maar het is wel kunst om op deze manier porno te maken!”

Tsja. De hoogblonde, rondborstige Holland edelfigureert in Stefan Ruitenbeeks Ancient amateurs, een (quasi?)artistiekerig, maar zeer expliciet pornofilmpje én making of ineen, dat onderdeel uitmaakt van een tentoonstelling die het Nederlands zelfbeeld aan de orde wil stellen.

In ‘het hart van de Nederlandse porno-industrie’ stelt Ruitenbeek zich de vraag wat een kunstenaar daar kan betekenen zonder moralistisch te worden. Niet al te veel, zo blijkt. We zien twee donkere mannen (“met een lekkere pik en een heerlijk kontje” aldus Holland) in actie met drie magere vrouwen, terwijl de rookmachines op volle toeren draaien.

De acteurs zeggen dingen als “I don’t wanna die” en “I’m not ready yet”, die onderstrepen dat de filmmaker iets wil zeggen over leven en dood, seks en la petite mort, zoals het orgasme wel wordt genoemd. Ook reflecteren ze op porno in het algemeen en hun eigen optreden in het bijzonder. “Het speelt in de oertijd. Toen ging het er wat harder aan toe dan nu, denk ik.”

Op uitnodiging van SMBA schreef theatermaker en cultuurwetenschapper Quinsy Gario een essay over de roemruchte Wim Verstappen en Pim de la Parra-film Blue Movie uit 1971, die net als Ancient amateurs de grens opzoekt tussen sociale satire en pornografie. Dat gaat een stuk dieper, soms zelfs duizelingwekkend diep. De film betekende het einde van de filmkeuring.

De instantie stelde dat Blue Movie ‘ondanks zeer vrijmoedige, uitdagende en schokkende beelden van paring en geslachtsorganen toch niet geheel in strijd moet worden geacht met de goede zeden, omdat de film als geheel stelling neemt voor een intelligente en genuanceerde, d.w.z. juist niet obscene en uitsluitend lichamelijke benadering van de seksualiteit’. Op een monitor zijn enkele fragmenten te zien; ook is een leeshoek ingericht met boeken over immigratie, nieuwe Nederlanders en gemengde huwelijken. Geen mens die ze inkijkt…

Veel interessanter zijn de registraties die Bart Groenendaal maakte van therapiesessies met getraumatiseerde vluchtelingen. In gortdroge, zeer confronterende scènes legt Groenendaal bloot dat de grens tussen goede bedoelingen en betutteling flinterdun is. “Weet iemand waarom het belangrijk is om ’s ochtend te beginnen met een ontbijt?”, vraagt een creatieve therapeute aan haar cliënten, om vervolgens zelf het antwoord te geven. “Het geeft energie, hè.”

Daar sta je dan, met je Nederlandse culturele waarden…

27

04 2012

Hilarische rollercoaster van klei

‘BUITengewoon grappig’. De pay-off in chocoladeletter op het Nederlandse affiche van de nieuwste Aardmanproductie De piraten! – Alle buitenbeentjes aan dek doet het ergste vermoeden. BUIT. Goh. En op het origineel was het niet veel gevatter (It’s a plunderful life).

Als de film dan ook nog met horten en stoten op gang komt, en blijkt dat Karin Bloemen haar stem heeft geleend aan de Britse Queen Victoria anno 1837 lijkt De piraten!, ondanks de lengte van 88 minuten, een lange zit te worden. Maar dan opeens komt de vaart komt erin – en hoe! –, worden de dialogen gevatter en gaan de krukkenpiraten het spetterende avontuur tegemoet dat je van de makers van wervelende klei-animatiefilms als Chicken Run (2000) en Wallace and Gromit: The Curse of the Were-Rabbit (2005) mag verwachten.

In De piraten!, geregisseerd door Aardman-oprichter Peter Lord en Jeff Newitt naar een script dat Gideon Defoe baseerde op zijn eigen boeken, doet de klungelige Piratenkapitein voor de zoveelste keer mee aan de Piraat van het Jaar-verkiezing. De concurrentie is enorm, zelf heeft hij in al die jaren alleen een vaantje gewonnen voor de leukste grap over een inktvis. Als het opnieuw niks lijkt te worden met het doorklieven en plunderen, wil de Piratenkapitein zijn langzwaard aan de wilgen hangen en maakt hij plannen om dan maar babykleertjes te gaan ontwerpen. Dan stuiten ze op Charles Darwin en zijn Beagle.

Wat volgt is een hilarische rollercoaster vol kleine, vileine grapjes en anachronismen, absurdistische situaties en wonderlijke ontmoetingen. De stop-motion klei-animatie is geweldig – alleen de baard van de Piratenkapitein is al een bezoek aan de bioscoop waard –, de computeranimatie van de zee en de ontploffingen spectaculair, en de 3D subtiel.

Ook de soundtrack is fijn, met uiteenlopende nummers als London Calling van The Clash en een hilarische uitvoering van Richard Strauss’ Also Sprach Zarathustra. En misschien wel het allerbelangrijk: ondanks de ogen als pingpongballetjes weten de Piratenkapitein en zijn bemanning nog te emotioneren ook. Piraten! is topamusement (BUITengewoon grappig, zou je ook kunnen zeggen), uitermate geschikt voor jong én oud – weliswaar niet vanaf de allereerste seconde, maar wel tot en met de allerlaatste credit.

De film wordt in de Nederlandse bioscopen uitgebracht in vier versies: in 2D en 3D, in de originele versie, met de stemmen van onder anderen Hugh Grant, Imelda Staunton, Salma Hayek en Jeremy Piven, en in een Nederlands nagesynchroniseerde versie met de stemmen van Daniel Boissevain, Mark van Eeuwen, Karin Bloemen en Nicolette Kluijver.

Deze recensie is geschreven voor cinema.nl.

27

04 2012

Actie! – Von Guerickstraat 119 1097 RA Amsterdam. Woensdag 21 maart 2012, 17.02 uur

Biga… Hey, biga! Voor een huis op de hoek van de Von Guerickstraat en de Von Liebigweg in het Amsterdamse Betondorp staat een Antilliaanse jongen te roepen. Hij heeft een petje achterstevoren op zijn hoofd en tatoeages op zijn gezicht en nek; met zijn beide handen vormt hij een roeptoeter. Zijn zwarte Renault Twingo staat scheef op de stoep geparkeerd. Uit het open raampje schalt rapmuziek.

Als regisseur Eché Janga zijn opgerolde scenario in de lucht steekt, komt acteur Ton Kas aansloffen. Hij heeft zijn handen in zijn zakken en ziet er een beetje verfomfaaid uit. “Ik dacht dat je lag te slapen”, zegt de Antilliaanse jongen. “Kom, laten we gaan.” Kas loopt onverstoorbaar richting de voordeur, gevolgd door Janga, de opnameleider, camera, licht en geluid. Een licht-assistent staat te haspelen met een enorm stuk piepschuim; hij krijgt hulp van zijn zoontje, die geen moment van zijn zijde wijkt. Aan de overkant van de straat kijkt een stel Marokkaanse jochies toe, voorovergebogen over de sturen van hun fietsen.

“Ik voel me niet zo lekker, Frank”, zegt Kas op fluistertoon. “Ik denk dat ik vandaag maar thuis blijf.” “Lul geen shit man”, riposteert Franklin. “Het is lekker weer om te gaan vissen. Kom pak je spullen.” Kas zegt niets. Hij loopt naar de voordeur en probeert de sleutel in het slot te steken.

Regisseur Eché Janga studeerde in 2010 af aan de Filmacademie met MO, een fraaie schets van het einde van de vriendschap tussen een Hollandse en een Marokkaanse jongen, gesitueerd in Slotermeer. Hij won er de Tuschinski Award mee, de Nassenstein Startprijs en de ‘Nieuwe Haring’ van het Leids Film Festival.

Samen met MO-scenarist Sammy Reijnaert maakte Janga vervolgens de NTR KORT! Ter observatie; ook werken ze aan het De Oversteek-lowbudgetfilmproject Altijd Zondag (voor Topkapi Films) en de One Night Stand Stockholm (voor Circe Films).

One Night Stand, een initiatief van de NTR, VARA en VPRO, biedt nieuwe makers de kans een film van vijftig minuten te maken. Voor de zevende reeks werden 112 voorstellen ingediend; vijftien daarvan werden vervolgens geselecteerd voor een ontwikkelingstraject, daarna werden acht scenario’s geselecteerd die productiesubsidie kregen.

In Stockholm draait het om Ben, een buschauffeur die in een moment van onachtzaamheid een fataal ongeluk heeft veroorzaakt, en tijdens zijn taakstraf de Antilliaanse draaideurcrimineel Franklin leert kennen. Ben wordt gespeeld door Kas; de rapper Jerrely Slijger, beter bekend onder zijn artiestennaam Kempi, is Frank(lin).

“We doen het eerst op jouw manier, dan op mijn manier”, zegt Janga na de repetities tegen d.o.p. Tibor Dingelstad, die ook het fraaie camerawerk voor Mo deed. “Ssssssht!”, doet de opnameleider naar de buurtkinderen. “Ton klaar? Jerrely klaar? Stilte voor opname!” De jochies zwijgen. De straatafzetters brengen geroutineerd een auto tot stilstand.

Na iedere take haasten cast en crew zich naar de monitor. “Vind je die pan zo goed?”, wil Dingelstad weten. Na een andere take wijst opnameleider op de enorme schaduw van de boom. Kas twijfelt een beetje over zijn tekst (“Ik kom er moeilijk tussen”); Slijger wil weten of het goed was. Dat was het, antwoordt Janga: “Hou dit vast; precies de juiste energie!”

Als de scène er naar ieders tevredenheid op staat, wordt nog een keer apart het geluid opgenomen. Slijger ratelt zijn teksten op terwijl hij een jointje draait. “Biga, Biga! Kom man, we gaan zwemmen”, zegt hij. “O nee, we gaan vissen! Stom!” “Even concentratie, jongens”, maant de opnameleider. “Kom, pak je spullen”, zegt Kempi. “Ik heb geen zin, geloof ik”, riposteert Kas. “Kom op Ben, snel! Straks zijn alle vissen weg”, improviseert Slijger. “Ik heb een zwembroek voor je meegenomen. Een Speedo!” Hij lacht. “Nu ben je verkocht, toch?!

One Night Stand – Stockholm / Scenario: Sammy Reijnaert / Regie: Eché Janga / Camera: Tibor Dingelstad / Geluid: Michiel de Boer / Montage: Björn Mentink / Productie: Marloes Luinge / Uitvoerend producent: Juri Keuter / Production Design: Mares Thomassen / Muziek: Christiaan Verbeek / Met: Ton Kas, Jerrely Slijger, Lili Kooijman, Layla Mino / Kleur, 50 minuten / Omroep: NTR / Te zien: première op het Nederlands Film Festival in september 2012; op tv in het voorjaar van 2013

27

04 2012

Filmfanfare: “Voor een werkloosheidsproject niet onaardig”

In april 2011 heb ik op verzoek van de eertijdse ‘stripintendant’ Gert Jan Pos een lijst opgesteld van Nederlandse films die het wat mij betreft waard waren om verstript te worden. In totaal werden 23  ‘deskundigen’ gevraagd een lijst met favoriete films in te sturen. Zij noemden in totaal 162 Nederlandse speelfilms en documentaires. 83 Films werden twee keer of meer vermeld, de overige films slechts één keer. De 83 films die minstens twee keer werden vermeld, vormden de lijst waaruit de striptekenaars konden kiezen.

Ik heb gekozen voor zo min mogelijk boekverfilmingen, in ieder geval geen boekverfilmingen die al zijn verstript in Mooi is dat!, dus geen Soldaat van Oranje en ook geen Turks fruit. Wel heb ik rijkelijk geput uit de Canon van de Nederlandse film:

  1. De mésaventure van een Fransch heertje zonder pantalon aan het stand te Zandvoort
  2. Een Carmen van het noorden
  3. De Jantjes
  4. Fanfare
  5. Als twee druppels water
  6. Jonge harten
  7. Een dagje naar het strand
  8. Wilde mossels
  9. De Noorderlingen
  10. Flodder
  11. De lift
  12. Schatjes!
  13. Blue movie
  14. Soldaat van Oranje
  15. Spetters
  16. Theo en Thea en de ontmaskering van het tenenkaasimperium
  17. Spoorloos
  18. Bye!
  19. Amsterdam Global Village
  20. Zusje

Na veel geharrewar – de verstripte regisseurs en producenten waren niet gekend – is nu dan toch het koffietafelboek Filmfanfare verschenen bij Uitgeverij Oog en Blik/De Bezige Bij. “Voor een werkloosheidsproject niet onaardig”, twitterde Dick Maas, een van de aanvankelijke dwarsliggers, direct. Dat valt best mee, hoewel aan de meeste strips geen touw is vast te knopen als je de film niet kent, en de nieuw ontworpen filmposters ook weinig toevoegen.

Jeroen Funke’s interpretatie van New Kids Turbo is fijn, net als Floor de Goede’s verstripping van Theo & Thea en de ontmaskering van het Tenenkaasimperium. Ook is het grappig om te zien wat Theo Enthoven maakte van Paul Verhoevens Turks fruit – het lijkt in niets op Gerrit de Jagers verstripping van Jan Wolkers roman in de Filmfanfare-voorloper Mooi is dat!.

Mijn persoonlijke favorieten zijn Erik Krieks Spetters en Hans, het leven voor de dood, door meestertekenaar Paul Bodoni. In haar stukje over de documentaire begint filmjournaliste Dana Linssen er maar weer eens over dat Louis van Gasteren na het verschijnen van Hans, het leven voor de dood in opspraak kwam door een artikel dat hij schreef over de moord op een onderduiker die hij de Tweede Wereldoorlog zou hebben gepleegd. Als Van Gasteren dat had geweten had hij vast ook geen medewerking verleend…

25

04 2012

Gefeliciteerd!

Knap én slim dat Ajax-hoofdsponsor Aegon Louis van Gaal bereid heeft gevonden Johan Cruijff te feliciteren met diens 65e verjaardag. Goeie foto ook! (Bron: De Telegraaf)

25

04 2012

Wat ontwerp kan doen voor… de economische crisis

Hoofdkantoor van Appsterdam, ontworpen door Sandberg’s Studio Vacant NL. De 1300 app-makers werken graag in het donker. Foto Kendall Helmstetter Gelner

“Neem het Hembrugterrein van Defensie. Of het Paleis van Justitie dat binnenkort van de Prinsengracht naar het Wester-IJdock verhuist. Wat er met het monumentale pand gaat gebeuren, weet geen mens. Daar moet eerst weer tien jaar over worden vergaderd. Ga dat vooral doen, maar geef in de tussentijd de sleutels aan ons. Ontwerpster Hella Jongerius kan erin, samen met een groep talentvolle wetenschappers. Of de app-ontwerpers van Appsterdam. Dat heeft een gigantische economische impact; de potentie van de creatieve industrie is enorm!”

Landschapsarchitect Ronald Rietveld en econoom/filosoof Erik Rietveld (broers, geen familie van architect, grafisch ontwerper en meubelontwerper Gerrit Rietveld) zijn de partners van het Amsterdamse architectenbureau Rietveld Landscape. Zij dagen de overheid uit sleutels te overhandigen van leegstaande gebouwen, zodat er in de ‘tussentijd’ verbindingen en kruisbestuivingen kunnen ontstaan, die als katalysator kunnen fungeren voor plannen in de toekomst.

In 2010 presenteerde Rietveld Landscape het plan op de Architectuurbiënnale van Venetië in de installatie ‘Vacant NL, where architecture meets ideas’. De visueel overdonderende, veel geroemde en bekroonde installatie verbond op ingenieuze wijze de politieke focus op innovatie (‘Nederland in 2020 bij de top-5 van kenniseconomieën in de wereld’) met een ander belangrijk issue: de enorme leegstand onder Rijksoverheidsgebouwen.

Ze hadden het daarbij niet over de afgrijselijke kantoorgebouwen in Zuidoost of aan de Zuidas, benadrukt Ronald. “Wij doelen op erfgoed. Op watertorens en vuurtorens, molens, kerken en kloosters, forten en paleizen, vliegvelden, stadsdeelkantoren en andere publieke gebouwen in Nederland. Meer dan tienduizend stuks, met een enorme diversiteit.” “En het wordt alleen maar meer”, vult Erik aan. “De leegstand zal de komende vijf jaar verdubbelen.”

Amsterdam kan wat apps betreft een soort Silicon Valley worden, meent Ronald. “Als we de beste applicatieontwikkelaars van over de hele wereld naar Amsterdam kunnen lokken met goedkope woon- en werkruimte op een inspirerende locatie.” Erik: “Het maakt nogal verschil of de Universiteit van Amsterdam in de buurt zit of dat een pand in the middle of nowhere ligt.”

Het tijdelijke aspect is geen probleem, benadrukken de Rietvelds, juist omdat de leegstand zo groot is. Ronald: “Als we eruit moeten, gaan we er uit. Dan zoeken we een volgende geschikte locatie.” Erik: “En ondertussen broeden we op oplossingen waardoor we gemakkelijker kunnen verhuizen. Dat is de ontwerpopgave die er nu ligt. Wij willen ontwerpers, ambachtslieden en wetenschappers opleiden tot specialist in tijdelijk hergebruik.”

Daartoe is op uitnodiging van het Sandberg Instituut de masteropleiding Vacant NL opgezet. De eerste lichting studenten bivakkeert nu samen met de app-makers van Appsterdam in het oude hoofdkantoor van de Westergasfabriek. Tijdelijk.

Een van hun eerste vindingen is een verduisterende lichtkoepel gemaakt van karton omdat app-makers graag in het donker werken: licht en goedkoop, maar wél visueel aantrekkelijk. Een ander prototype heet Sleeping under the desk: een werkplek die je in een handomdraai in een slaapplek kunt veranderen. Ronald: “Dat sluit naadloos aan bij de manier waarop die jongelui leven en werken. We zoeken samen naar ontwerpoplossingen zodat we de beste condities kunnen creëren voor duizend à tweeduizend jonge app-makers.” Erik: “Juist in deze tijd zou het besef moeten doorbreken dat tijdelijk gebruik voor economische topsectoren een enorme bijdrage kan leveren om te experimenteren. Experimenten waar je later veel plezier aan kunt beleven, óók economisch. Kennis, kunde en kassa gaan uitstekend samen.”

What Design Can Do!, 10 en 11 mei in de Stadsschouwburg.

25

04 2012

Rollercoaster – Het Beeld in de 21e Eeuw

Oktober 2011 kreeg ik een mail van het MOTI uit Breda, het Museum of the Image (voorheen Graphic Design Museum), uit naam van gastcurator Joost Zwagerman: of ik – en met mij 115 andere ‘prominente Nederlanders uit de cultuurwereld’ – wilde meewerken aan een tentoonstelling over ‘het beeld in de 21 eeuw’. Eén beeld uit de 21e eeuw moest een ieder van ons selecteren; een beeld dat kenmerkend, fascinerend of veelzeggend is voor deze tijd, die wordt gekenmerkt door “een rollercoaster-achtige beeldcultuur” en “een tsunami aan beelden”. “Het kán gaan om een beeld dat model kan staan voor de tijd waarin we leven, maar het beeld van uw keuze kan en mag ook verband houden met uw persoonlijk leven of uw vakgebied”, aldus Zwagerman. Dat wilde ik natuurlijk wel, en na enig wikken en wegen koos ik voor het Obama-affiche van de Amerikaanse straatkunstenaar Shepard Fairey.

Read the rest of this entry →

25

04 2012

Gouden Palm-competitie opnieuw sterk bezet

De prestigieuze Gouden Palm-competitie van het festival van Cannes lijkt net als vorig jaar uitermate sterk bezet, met nieuwe producties van oud-prijswinnaars en Cannes-habitués als de Oostenrijker Michael Haneke, de Roemeen Cristian Mungiu, de Italiaan Matteo Garrone, de Iraniër Abbas Kiarostami en de Brit Ken Loach.

Directeur Thierry Frémaux had voor de 65e editie de keuze uit 1779 uit alle hoeken van de wereld ingezonden films. Hij selecteerde er ruim vijftig voor het hoofdprogramma (Gouden Palm-competitie, Un certain regard en buiten competitie vertoonde films). Liefst vier zijn afkomstig uit Noord-Amerika: The Paperboy van Lee Daniels, Cosmopolis van David Cronenberg, Mud van Jeff Nichols en de tragikomedie Moonrise Kingdom van Wes Anderson, waarmee het festival op 16 mei van start gaat.

Andere interessante competitietitels zijn On the Road, Walter Salles’ verfilming van de gelijknamige klassieker van Jack Kerouac; Liebe, het eerste deel van de PARADIES-trilogie van de Oostenrijkse misantroop Ulrich Seidl; en De rouille et d’os van Jacques Audiard, de opvolger van Un prophète, met hoofdrollen voor Marion Cotillard en de Vlaamse topacteur Matthias Schoenaerts.

Nederland is in de Gouden Palm-competitie vertegenwoordigd met twee coproducties. Topkapi Films, het nieuwe bedrijf van de Amsterdamse producent Frans van Gestel, is coproducent van Post Tenebras Lux van de Mexicaanse meesterfilmer Carlos Reygadas (Japon, Stellet licht). Im Nebel van de Oekraïner Sergei Loznitsa werd gecoproduceerd door het Amsterdamse Lemming Film.

De aan Lemming verbonden regisseur en scenarioschrijver Marco van Geffen, wiens Zusje in 2007 was geselecteerd voor de kortfilmcompetitie van Cannes, keert dit jaar terug om op uitnodiging van het Cinéfondation Atelier te werken aan zijn nieuwste project In jouw naam, wat na Onder ons het tweede deel van zijn VINEX-trilogie moet worden.

Ook de kortfilmcompetitie heeft een piepklein Nederlands tintje: regisseur Bassam Sammy Chekhes van de Syrische productie Waiting For P.O. Box woont en werkt in Amsterdam.

De Gouden Palm-jury staat deze editie onder leiding van de Italiaanse regisseur, acteur en scenarioschrijver Nanni Moretti, die de prijs in 2001 zelf won met La stanza del figlio. Het festival duurt tot en met 27 mei. Als slotfilm staat Thérèse D. geprogrammeerd, de laatste film van de begin deze maand overleden regisseur Claude Miller. Het is een verfilming van François Mauriacs roman Thérèse Desqueyroux uit 1927, met Audrey Tautou als de vrouw die tevergeefs heeft geprobeerd haar man te doden met rattengif.

20

04 2012

Galerie – Beeldende kunst in Amsterdam

Charles Avery, New Works from The Islanders Project (Concerning The Qoro-Qoros, The Jadindagadendar and The Eternal Diale). T/m 19 mei in Grimm Gallery, Frans Halsstraat 26 en Keizersgracht 82.

Het zijn een soort vogeltjes, en ze lijken in een kooitje te zitten. Maar als je wat langer kijkt, zie je dat ze zich niets aantrekken van de stalen begrenzingen; de beestjes fladderen alle kanten op.

Zonder enige voorkennis is het ook een prachtig werk. Door het mooie contrast tussen vrijheid en gevangenschap. En door de prettig ratelende 16mm-filmprojector, die de vogeltjes op de witte muur achter een stalen constructie tevoorschijn tovert.

Navraag leert dat de vrolijk fladderende vogeltjes zijn ontsproten aan het brein van de Schotse kunstenaar Charles Avery. Sinds 2004 werkt hij aan ‘The Islanders’, een epos in woord en beeld over een imaginair eiland; een land zonder naam en zonder munt, waar de inwoners de toekomst kunnen voorspellen en verslaafd zijn aan ingelegde eieren.

De vogeltjes zijn Dihedra; het zijn ultradunne, puur mathematische, en de meest eenvoudige levensvormen op het eiland. Ze zijn zó fijn dat ze, gelijk atomen, niet vastgehouden of gevangen kunnen worden. Maar omdat ze verzot zijn op geometrische vormen en erdoor worden aangetrokken, houden ze zich op rond de kooiconstructie. They don’t stay because they have to, they stay because they like it luidt de naam van het werk.

De wonderlijke wereld van Avery komt tot leven in beide vestigingen van Grimm Gallery. Middels uiterst gedetailleerde schetstekeningen, installaties, affiches, filmpjes, sculpturen en objecten. Er staat een enorme boom gemaakt van ijzeren, symmetrische draden en ontelbare, gelijkvormige spiegeltjes, die terugkeert op tal van tekeningen, zoals eigenlijk alles wel op de een of andere manier in een ander werk terugkeert. Op de vloer van de vestiging aan de Keizersgracht ligt een soort zeemonster, gemaakt van echte beesten. Op een filmpje dat aan de Frans Halsstraat wordt vertoond, lijkt het beest aangespoeld op een echt strand. Schijn en realiteit, mythes en feiten gaan naadloos in elkaar over.

Johannes van Vugt, Recent paintings – See Me, Feel Me, Touch Me, Heal Me. T/m 19/5 in Suzanne Biederberg Gallery, 1e Egelantiersdwarsstraat 1.

Een jongen zit achterop de fiets bij zijn moeder. Ze rijden door het hoge graan, richting het bos; zijn armen om haar middel, zijn rechter wang tegen haar rug. Is het echt een zij? Of zijn het beste vrienden? Het valt niet te zeggen: de trui is oudroze, het haar is echter kort. De gezichten zijn piepklein en hebben nauwelijks tekening.

De aan de Rijksakademie afgestudeerde Johannes van Vugt baseert zijn miniatuurschilderijtjes – opgeschoren nekjes en dromerige blikken, vrouwen met keukenschorten en kindertjes met dierenmaskers – op zijn eigen herinneringen. Het hamertje-tik-spel, de Delftsblauwe kom: het zijn relikwieën uit zijn jeugd. Maar omdat de beelden zo prettig ongedefinieerd zijn, zou het ieders jeugd kunnen zijn.

De uitsneden zijn zeer trefzeker en Van Vugt laat zien een opmerkelijk oog voor licht te hebben in een enorme hoeveelheid schilderijtje in evenzoveel bruin- en grijstinten. Suzanne Biederberg Gallery is gedrenkt in weemoed.

 Uta Eisenreich, Time after Sometimes. T/m 19/05 in Ellen de Bruijne Projects, Rozengracht 207.

Ai, ai, ai. Eeeii, eeeii, eeeii. Ei, ei, ei. Een prettige mannenstem braakt de vreemdste klanken uit in Ellen de Bruijne Projects. Sommige worden een paar keer herhaald, soms zijn er woorden te herkennen, een enkele keer zelfs een hele zin. En als je maar lang genoeg blijft luisteren, ontdek je dat de stem de titels opleest van alle inkjet-prints die met spelden aan de vier muren zijn bevestigd, keurig na elkaar. Ei, ei, ei. A- You, Ei. Confusion is nothing new.

Het geeft een extra dimensie aan de fraaie stillevens van de Duitse, aan de Rietveld afgestudeerde Uta Eisenreich, stuk voor stuk intrigerende, humorrijke zoekplaatsjes met terugkerende elementen (zowel kunsthistorische referenties als optische illusies), zoals lucifers, regenwormen, een blauwe driehoek, taartpunten en een metronoom. Zoek de tien verschillen. Of de verbanden, zo je wilt.

In een van de video’s gebeurt min of meer hetzelfde maar dan net weer anders: terwijl er zwart-witbeelden voorbij komen van onder meer een taartpunt, een dikke vlieg, een schattig poesje en een cactus zegt de stem achtereenvolgens ‘mmmmm’, ‘zzzzzz’, ‘aaaah’ en ‘au!’.

15

04 2012