Archive for December, 2011

Galerie – De beste beeldende kunst in Amsterdam, 2011

1. Guido van der Werve, Nummer Dertien: Emotional Poverty, Galerie Juliètte Jongma
Zelden werd een existentiële crisis zo treffend verbeeld als door Guido van der Werve in het drieluik Nummer Dertien: Emotional Poverty, een onontwarbare kluwen van kunst, (extreme) sport, reflectie en therapie. Pièce de résistance is een 12 uur durende film waarin de kunstenaar in sportkleding de voordeur uit komt lopen van zijn huis in de bossen ten noorden van Helsinki. Vervolgens slaat hij rechtsaf en verdwijnt hij uit beeld, om even later aan de andere kant van het huis weer te voorschijn te komen. Zo gaat het maar door; twaalf uur lang rent Van der Werve rond in cirkels. Onafgebroken. Adembenemend!

2. Roy Villevoye, The Histories, Motive Gallery
Een fascinerende video met een tergend langzaam bewegende kameleon en een legerhelm in de hoofdrol; hyperrealistische wassen beelden die in een hoek van de galerie voor dood op de grond lagen; en overweldigende (iets oudere) foto’s, onder meer van Villevoye’s dochtertje Céline die in een zomerjurkje voor Maurizio Catellans beeld van een knielende Hitler staat. Beeldschone kunst die ook nog eens ergens over gaat.


3/4. Hendrik Kerstens, A Family Album, Galerie Rademakers en Jan Banning, National Identities, Galerie Fontana Fortuna
De portretten die autodidact Hendrik Kerstens maakt van zijn dochter Paula worden niet voor niets vergeleken met die van de Vlaamse primitieven en Hollandse meesters als Vermeer en Rembrandt. Laatstgenoemden zijn ook de referentie van Jan Bannings fraaie serie National Identities, waarin hij immigranten een hoofdrol geeft in fotografische variaties op klassieke, iconische schilderijen.

5. Wat tot slot ook niet onvermeld mag blijven, zijn twee presentaties: 24 European Ethnographic Museums van Sara van der Heide in SMBA en de E*Cinema-voorstelling in EYE met films van Jeroen Eisinga. Daaronder ook zijn spraakmakende Springtime. Op 35mm, dus nóg mooier dan in het Stedelijk Museum Schiedam, waar het meesterwerk nog t/m 26 februari te zien is als onderdeel van een solotentoonstelling.

31

12 2011

De beste films van 2011

1. The Tree of Life (Terrence Malick)

2. Biutiful (Alejandro González Iñárritu)

3. Melanchiolia (Lars Von Trier)

3. The Turin Horse (Bela Tarr)

5. ¡Vivan las antipodes! (Viktor Kossakovsky)

6. Le gamin au vélo (Luc en Jean-Pierre Dardenne)

7. The Autobiography of Nicolae Ceausescu (Andrei Ujica)

8. Poetry (Lee Chang-dong)

9. Essential Killing (Jerzy Skolimowsk)

10. De stand van de sterren (Leonard Retel Helmrich)

Of het nu het ontstaan van de wereld was of het einde, zelden zag je het mooier, meeslepender en poëtischer in de bioscoop dan het afgelopen jaar. In Melancholia, een kruising tussen een romantisch drama en sciencefiction, toont Lars Von Trier het geweldig gestileerde einde van de wereld in super-slowmotion, terwijl op de geluidsband de overdonderende ouverture van Wagners Tristan und Isolde klinkt. Hoogtepunt van Terrence Malicks adembenemend mooie parabel The Tree of Life is een twintig minuten durende sequentie over de ontstaansgeschiedenis van de wereld, vol vulkaanuitbarstingen en met de computer vervaardigde dinosauriërs.

2011 was een rijk jaar, op het gebied van speelfilm én documentaire, zowel uit binnen- als buitenland, dankzij een aantal distributeurs met lef en smaak. De vraag is of die rijkdom blijft, nu distributeurs geen subsidie meer krijgen en filmhuizen steeds vaker voor minder ingewikkelde titels kiezen. Voor alle zekerheid heb ik daarom ook Victor Kossakovsky’s geweldige documentaire ¡Vivan las Antipodas! maar alvast opgenomen. Het is maar de vraag dit hoogtepunt van het afgelopen IDFA nog in de filmhuizen wordt uitgebracht.

PS. Begin 2012 alsnog The Artist van Michel Hazanavicius gezien. Die moet ook in mijn Toptien. Hetzelfde geldt voor A Seperation van Asghar Farhadi. En als ik dan toch over de tien ga, dan wil ik ook Norwegian Wood van Trần Anh Hùng nog noemen: een van de meest onderschatte films van 2011, wat mij betreft…

28

12 2011

Compromisloze kerstfabel in korrelig zwart-wit

Een paar dagen voor de Nederlandse première deed ik een nagesprek in het Filmmuseum, pardon, in Eye, met de regisseur en cast van En waar de sterre bleef stille staan.

Het was een bijzondere avond; omdat Gust Van den Berghe een getalenteerde, zeer intelligente regisseur is. En omdat zijn cast, Jelle, Paul en Peter, bestaat uit amateurtoneelspelers die lijden aan het syndroom van Down. Aan mijn vragen lieten ze zich weinig gelegen…

Van den Berghe (1985, Borgerhout, België) baseerde zijn afstudeerfilm aan de RITS Hogeschool in Brussel op een mirakelspel van Felix Timmermans uit 1925, dat in vroeger tijden in veel Vlaamse dorpen werd opgevoerd in de dagen voor Kerst. Bruegheliaanse landschappen, gevat in korrelig zwart-wit, vormen het decor van de compromisloze kerstfabel. Ook de fraaie geluidsband draagt bij aan de magisch-realistische sfeer. En waar de sterre bleef stille staan was in 2010 geselecteerd voor de parallelsectie Quinzaine des Réalisateurs van het festival van Cannes; nadien werd de film bekroond met de Jo Röpcke Award op het festival van Vlaanderen-Gent en de prijs voor de beste regie op het festival van Athene.

24

12 2011

Verrukkelijke mix van oost en west

In de openingsscène van Slumdog Millionaire is Jamal, een ongeletterd weeskind uit de achterbuurten van Mumbai, nog maar één vraag verwijderd van de jackpot: de 20 miljoen roepie-vraag. In beeld verschijnen de vier mogelijkheden hoe hij zo ver heeft kunnen komen, in de vormgeving van Who Wants to Be a Millionaire? A: Hij speelde vals. B: Hij had geluk. C: Hij is een genie. Of D: Het was voorbestemd.

In de volgende scène wordt direct duidelijk hoe de ijdele quizmaster erover denkt. Hij heeft Jamal, die in het dagelijks leven een fooi verdient door thee rond te brengen in een callcenter, tussen de twee opnamedagen laten arresteren. Meer dood dan levend hangt het broodmagere joch in een snikhete politiecel, waar hij hardhandig aan de tand wordt gevoeld door een bullebak die ervan overtuigd is dat hij de kluit heeft belazerd.

In het opwindende vervolg probeert Jamal duidelijk te maken dat A niet het goede antwoord is, en wordt in talrijke flashbacks duidelijk hoe hij de antwoorden kon weten op vragen als ‘Wie was de uitvinder van de revolver?’ en ‘Wat staat er geschreven onder de leeuwen in het wapen van India?’. Als zijn verhaal tenminste te vertrouwen is.

Slumdog Millionaire, geregisseerd door Danny Boyle en de Indiase Loveleen Tandan, is een verrukkelijke mix van Bollywood-romantiek en de ruige realiteit. Van actie en engagement, van oost en west. Scenarioschrijver Simon Beaufoy (The Full Monty) bewerkte de bestseller Q and A van de Indiase schrijver-diplomaat Vikas Swarup tot een schrander script, dat herinneringen oproept aan The Usual Suspects.

De brutaliteit en visuele flair doen denken aan Boyle’s eigen Trainspotting en aan Cidade de Deus. Maar dan op z’n Bollywoods: de kleuren geel, bruin en oranje domineren, de muziek (onder meer van MIA) is opzwepend, de korrel is grof, de montage snel, en de camerastandpunten zijn vreemd en gekanteld. De jonge, onbekende acteurs zijn fantastisch, en de film profiteert optimaal van de levendigheid van Mumbai, waar sloppenwijken in een razend tempo plaatsmaken voor kantoren en penthouses (de film werd opgenomen ruim voor de stad in het nieuws kwam door de aanslagen).

Sinds de première op het festival van Toronto, vorig jaar augustus, is Slumdog Millionaire bezig aan een wereldwijde zegetocht. De film kreeg talrijke publieksprijzen, waaronder die van het  Rotterdamse filmfestival (met het Oost-Duitse gemiddelde van 4,765 op een schaal van 1 tot 5), won vier Golden Globes, en acht Oscars, waaronder die voor Beste Film en Beste Regie. Het is terechte lof voor een weergaloos, meeslepend en ontroerend sprookje over liefde en het lot, hoop en doorzettingsvermogen.

Slumdog Millionaire van Danny Boyle. Zaterdag 24 december, 22.00 uur, Nederland 3.

24

12 2011

Etnografische verbeeldingskracht

Nee, het werk 24 European Ethnographic Museums is niet bedoeld als protest tegen de dreigende ondergang van het Tropenmuseum of het PVV-plan het museum om te vormen tot het Koloniaal Museum, benadrukt de Amsterdamse kunstenares Sara van der Heide (Busan, 1977). In tegendeel. Ze begon er al aan in 2010; je zou zelfs kunnen zeggen dat de tijd het werk heeft ingehaald. Niet alleen het Amsterdamse Tropenmuseum verkeert in zwaar weer, het Etnologisch Museum in Antwerpen is inmiddels opgegaan in het Museum aan de Stroom; de directeur van het Wereldmuseum in Rotterdam is van plan de Afrikacollectie te verkopen.

Geïnspireerd op Marcel Broodthaers’ museumproject Musée d’Art Moderne, Section XIXe Siècle, Département des Aigles uit 1969 en Ed Ruscha’s Twentysix Gasoline Stations uit 1963 maakte Van der Heide 24 European Ethnographic Museums, een optekening van de namen van de belangrijkste Europese etnografische instituten. De publicatie legt de Westerse obsessie met het categoriseren en conserveren van mensen en artefacten bloot, en toont dat taal voortdurend reflecteert op de politieke actualiteit van de instituten.

Van der Heide: “Het is interessant om te zien dat de plaats van de etnografische musea in de diverse Europese maatschappijen vanaf het begin de politieke tijdgeest weerspiegelt. Dat zie je vooral terug in de namen. Bij de oprichting van de musea werd het belangrijk bevonden om de superieure nationalistische gevoelens te benadrukken van de pas opgerichte natiestaten. Tegenwoordig hebben de meeste instituten eufemistischer namen zoals ‘Museum der Kulturen’ of ‘Wereldmuseum’.”

Dat 24 European Ethnographic Museums makkelijk kan worden gezien als politiek statement, komt mede door een ander project van Van der Heide: na het aantreden van het Kabinet Rutte, op 14 oktober 2010, maakt ze elke dag een tekening van een Hollands Kabinet. Door de genealogie van het Nederlandse meubelstuk te tonen, wordt de pluriforme en koloniale geschiedenis zichtbaar en stelt Van der Heide op subtiele manier de vraag: wat is Hollands?

Haar verraderlijk lichtvoetige aquarellen leverden Van der Heide dit najaar de Jeanne Oostingprijs voor figuratieve kunst op. De jury roemde haar geëngageerde zoektocht naar de betekenis die beelden hebben in onze tijd: “Van der Heide staat middenin de wereld en reageert met grote verbeeldingskracht op de actualiteit.”

Naar aanleiding van de bekroning is in Museum Jan Cunen in Oss nog het werk Claim to Universality – Colour Theory Exercise te zien, een serie van twaalf aquarellen gebaseerd op een tekening die Lena Bergner maakte in 1927.

Op de tekening van Bergner, een studente van Paul Klee aan het beroemde Bauhaus, staat een kleine cirkel, linksboven in een vlak, van waaruit meerdere licht- en kleurbanen vertrekken die in een grotere cirkel uiteen waaieren. Met haar variaties onderzoekt Van der Heide de typische kenmerken van het aquarelleren: kleur en licht. De ruimte tussen de verschillende kleurexercities is volgens Van der Heide gevuld met ‘kosmische energie’, in de geest van Paul Klee, die er vanuit ging dat de natuur en kunst uit dezelfde bron afkomstig zijn, en beide onderdeel zijn van het grotere kosmische geheel. “Klee wilde niet alleen de zichtbare materiële wereld tonen, maar ook de wereld van de ideeën, de kunst.”

Dat klinkt misschien wat vaag en theoretisch; het resultaat is vooral overweldigend en érg mooi.

Sara van der Heide: 24 European Ethnographic Museums. Ontwerp: Mevis & van Deursen. Tekstbijdrage: Moosje Goosen. ISBN 9789077459683, €10. In Museum Jan Cunen in Oss is t/m 8 januari 2012 nog de expositie Claim to Universality te zien. 24 European Ethnographic Museums is vanaf 21 januari 2012 te zien in de Vleeshal, Middelburg, als onderdeel van de expositie Herfsttij van het modernisme. Hollands Kabinet is begin volgend jaar te zien in het Van Abbemuseum in Eindhoven.

19

12 2011

“Het hoofddoekje zelf vind ik de opwinding nauwelijks waard”

“Toen ik de schilderijen van Vermeer bestudeerde, viel mij op dat er veel vrouwen met hoofddoeken op staan. Ik herinnerde me dat mijn moeder in mijn jeugd ook vaak een doek over haar haren deed als ze de kerk binnen stapte en dacht: wat een waanzin eigenlijk, alle ophef die daar nu over bestaat. Daar wilde ik wat mee doen, met die Islamofobie. Het gaat me niet zozeer om het hoofddoekje zelf, dat vind ik eerlijk gezegd de opwinding nauwelijks waard.”

Als reactie op de groeiende xenofobie en Islamfobie in Nederland en Europa werkt fotograaf Jan Banning (Almelo 1954) aan de serie National Identities, waarin hij immigranten een hoofdrol geeft in fotografische variaties op klassieke, iconische schilderijen. Vanaf zaterdag zijn de eerste foto’s te zien in de nieuwe Galerie Fontana Fortuna, als onderdeel van een overzichtstentoonstelling. Daarop zijn tevens foto’s te zien zijn uit vermaarde series als Bureaucratics (portretten van ambtenaren van over de gehele wereld) en Troostmeisjes, zijn portretserie van hoogbejaarde Indonesische vrouwen die in de Tweede Wereldoorlog door de Japanse bezetter werden gedwongen tot prostitutie. Ook hangen er niet eerder tentoongestelde series als Vermeer in Vietnam en Law and Order en landschapsfoto’s. “Die maak ik ter ontspanning. Ik vond het leuk om die nu eens tevoorschijn te halen.”

Read the rest of this entry →

15

12 2011

“Verkopen vind ik niet per se een argument”

“Ik voelde me een kind in de snoepwinkel. Iedereen die ik benaderde, reageerde enthousiast. Dan had ik opeens mailcontact met George Lois… George Lois, de fameuze art director van Esquire. Zijn ontwerpen hangen in het MoMA!”

Art director Jaap Biemans maakte in eigen beheer een 96 pagina’s dik magazine met de 214 mooiste tijdschriftencovers van 2011 en interviews met zijn favoriete vormgevers. Daar zitten grote namen tussen, zoals Arem Duplessis (The New York Times Magazine), Richard Turley (“a new kid in town”, verantwoordelijk voor Bloomberg Businessweek) en George Lois, die van 1962 tot 1972 92 covers maakte voor de Amerikaanse Esquire, waaronder de iconische, in de collectie van het Museum of Modern Art in New York opgenomen omslag waarop wereldkampioen zwaargewicht Mohammed Ali – hij mocht niet meer boksen omdat hij weigerde in dienst te gaan om in Vietnam te vechten – poseert als de heilige Sint Sebastiaan.

Biemans passie voor covers resulteerde eerder al in de website coverjunkie.com, een schatkamer boordevol covers van magazines van over de hele wereld en de portfolio’s van vermaarde ontwerpers. Biemans kan er zelf overigens ook wat van. Zijn rode ‘China-dubbelcover’ voor Intermediair werd afgelopen zomer tijdens het Uitgeverscongres tot mooiste uitgeroepen. Afgelopen donderdag werd zijn omslag voor een seksspecial van Vrij Nederland (met twee blote billen die ook voor borsten kunnen worden aangezien – of andersom) bekroond met de Corelio Mercur Tijdschriftcover van het Jaar 2011.

Een goede cover volgens Biemans? “Verkopen vind ik niet per se een argument. Het is wel belangrijk natuurlijk, maar voor mij als art director telt vooral de creativiteit. Het gaat om de combinatie tussen nieuws, creativiteit en een bepaalde vibe; een bepaalde sfeer, iets geks of iets ontregelends.”

Ter illustratie noemt Biemans de omslag van de Amerikaanse Vice, een foto van een blaffende hond, half verscholen achter een boom op een zanderige binnenplaats. “Een redelijk sec beeld; er gebeurt zo weinig dat het tóch intrigeert. Als je dan beter kijkt, blijkt de cover een fold-out. Op de andere helft staat een Amerikaanse militair en een bijschrift: ‘USA in Pakistan & Afghanistan. Not going great’. Ik vind dat mooi, je wordt op het verkeerde been gezet.”

Een ander mooi voorbeeld is volgens Biemans de ‘personalised’ cover van de Engelse Wired: een special over privacy en het web, met de op het web opgedoken gegevens van een aantal Britten erop. “Dan krijg je opeens een blad voor je snufferd waarop jouw persoonlijke gegevens staan. Dat is wel even schrikken!”

The Coverjunkie Magazine is te koop via Coverjunkie.com en bij Athenaeum Nieuwscentrum op het Spui. €9.50.

14

12 2011

Galerie – Beeldende kunst in Amsterdam

Dave de Leeuw – Sweet Mother Again. T/m 31/12 bij Van Krimpen, Hazenstraat 20.

Een paar van zijn graffitiportretten waren dit najaar al tijdens de openingsexpositie van Wim van Krimpens nieuwe galerie te zien, nu heeft Dave de Leeuw (Heerlen 1981) er een solo-expositie.

Op een van de grootste doeken ligt een man met wijd opengesperde ogen op zijn rug in een ondergelopen landschap; er zijn nog net wat daken zichtbaar, op de voorgrond staat een opvallend rood reclamebord voor Coke (als in cola). Boven de man zwemzweeft een enorme walvis; op hem balanceert een kriegelig kereltje met een polsstok. Obstakel verplaatst, luidt de titel van het raadselachtige ‘mixed media’ werk (naast verf ook pen en stift), dat associaties oproept met Gulliver’s Travels, fierljeppen en de Watersnoodramp. Wat eenduidiger, maar minstens zo mooi is het portret van een vrouw die voorovergebogen op een driewielertje zit, afgesloten van de wereld, met haar paarse, lange haren voor haar ogen. De schilderijen van mogen links en rechts worden weggezet als hip en quasi-rauw, ze hebben een enorme zeggingskracht. Feit en fictie, echt en onecht, schoonheid en lelijkheid; alles is met elkaar verbonden.

Ook leuk: De Leeuws even eenvoudige als inventieve video-installatie: op een lichtbak uit zijn atelier in de voormalige Sfinx-fabriek in Maastricht worden beelden en licht geprojecteerd waardoor de langwerpige homp roest als bij toverslag in een vrolijke, rijdende metro verandert.

Tania Theodorou en Adam Etmanski – Once Removed. T/m 23/12 bij Seelevel Gallery, Tweede Kostverlorenkade 69.

De duo-expositie Once Removed wordt aangekondigd als een ‘visueel gesprek tussen Tania Theodorou, Adam Etmanski en hun publiek over de benadering van de betekenis van fotografie en objecten en de presentatie ervan’. Het is wat wollig, maar dekt de lading. De Griekse Tania Theodorou scheurt, combineert en bewerkt alledaagse, kitscherige familiekiekjes en oude (licht-)pornografische beelden met stift, waardoor de betekenis radicaal verandert. De Poolse kunstenaar Adam Etmanski verwerkt oude, spannende, op internet gegrasduinde zwart-wit afbeeldingen (veel geweld en oorlog, van de Duitse houwitser Dikke Bertha tot een zaal vol zwaarbewapende meisjes in turn-outfit) in mini-installaties. Aan de muur moet je de ‘self-made special edititions’ niet hangen; dan zijn de bijzondere achterzijdes niet meer zichtbaar: stillevens waarin piepkleine witte poppetjes de hoofdrol spelen.

Etmanski heeft zijn foto’s tevens verzameld in een fraai, zelfgemaakt en op het kopieerapparaat vermenigvuldigd boek dat in de Seelevel Gallery te koop is.

10

12 2011

“Breng het zeewater aan de kook”

In het najaar sloot het wereldvermaarde 3-sterren restaurant El Bulli definitief zijn deuren. Sindsdien is het bashen van het restaurant én kok en eigenaar Ferran Adrià opeens ‘bon ton’ – zo gaan die dingen.

Nederlands meest vermaarde restaurantrecensent Johannes van Dam schreef dat Adrià’s gedachten “volledig zijn losgezongen van enige gastronomische betekenis en alleen dienstdoen pour épater le bourgeois, om burgers te overdonderen. Het moet maar eens gezegd!”.

Gelukkig wordt links en rechts wel recht gedaan aan de erfenis van het Catalaanse culinaire genie. Zo maakte de Duitse regisseur Gereon Wetzel – hij maakte eerder films over uiteenlopende onderwerpen als de Bedoeïenen in het zuiden van Israël, taalgrenzen binnen Duitsland en de kinderwens van een theaterregisseuse – de documentaire El Bulli – Cooking in Progress.

Gegeten had Wetzel nooit in El Bulli en hij wil zichzelf ook geen fijnproever noemen. Maar toen hij en zijn Spaanse vrouw Anna Ginesti Roselli in Barcelona woonden, en ze de verhalen over het 45-gangenmenu van El Bulli en de complexe keukentechnieken van Adrià hoorden, raakte hij geïnteresseerd. Hij stuurde Adrià een voorstel per mail; de meesterkok, die toch niet verlegen zat om aandacht, hapte direct toe.

“In eerdere reportages ging het meestal om de eetervaring. Gereon wilde iets anders. Hij wilde in beeld brengen wat wij precies doen, hoe gerechten tot stand komen, hoe ingewikkeld dat ook is”, vertelde Adrià vorig jaar tijdens een bliksembezoek aan Amsterdam in het kader van het IDFA. “Het is ontzettend moeilijk om te laten zien hoe ideeën ontstaan. Het wordt al snel karikaturaal. Hier niet. Dat vind ik belangrijk, dat mensen weten en begrijpen waar El Bulli voor staat.”

De film is nu op dvd verschenen, in een fraai vormgegeven cassette, met videoportretten van tien Nederlandse en Vlaamse sterrenchefs. Jonnie Boer (chef van het 3-sterrenrestaurant De Librije en het 2-sterrenrestaurant Librije’s zusje, beide in Zwolle) noemt Adrià ‘een vrijheidsstrijder’. Ron Blaauw (twee sterren) prijst zijn “enorme warenkennis” En Angélique Schmeinck, de enige vrouw in het gezelschap, zegt dat ze Adrià misschien wel meer bewondert als kunstenaar dan als kok. “Hij is niet alleen meester over zijn keuken, maar vooral de baas over zijn creatieve geest”.

De ‘culinaire hommage’ omvat tevens een recept van alle meesterchefs – van tomaat & spaghetti (Moshik Roth) en kabeljuw & ui (Kristof Coppens) tot bloemkool & Houtskool (Kobe Desramalauts) en aardappel & zee (Edwin Vinke).

Niet alles is even eenvoudig te bereiden. “Breng het zeewater aan de kook met de Agar”, staat er op tweederde van Vinke’s (chef van 2-sterrenrestaurant De Kromme Watergang in het Zeeuwse Hoofdplaat) recept voor zeewatergelei. Welk zeewater? Is dat in flessen te koop?

El Bulli – Cooking in Progress van Gereon Wetzel. Inclusief het 54 pagina’s tellende boekje Culinaire Hommage. Distributie Cinema Delicatessen. € 34,95

05

12 2011

De pijn zelf voelen, de pis zelf ruiken

Het totale gebrek aan perspectief voor de gevangenen in de Noord-Ierse Maze-gevangenis wordt in het begin van Hunger klip en klaar door een voice-over van premier Margaret Thatcher. ‘Er bestaat niet zoiets als politieke moord, een politieke bomaanslag of politiek geweld’, buldert ze met haar IJzeren stem, terwijl de camera langzaam door de kale gangen van de gevangenis beweegt. ‘Er is alleen criminele moord, een criminele bomaanslag en crimineel geweld. Daar zullen we niet aan tornen. Er zal geen politieke status zijn.’

Het is 1981. De Britse regering heeft alle paramilitaire gevangenen hun politieke status ontnomen. Als protest weigeren de IRA-leden in de beruchte H-blokken een gevangenisuniform te dragen en slaan ze alleen nog een deken om zich heen.

Het dekenprotest gaat over in het dirty protest: de gevangenen weigeren zich te wassen en smeren hun uitwerpselen tegen de muur. Als dat ook niets uithaalt, zoekt een aantal van hen het in nog radicalere actie: een estafettehongerstaking. Bobby Sands is een van de hongerstakers. Hij sterft na 66 dagen, pas 27 jaar oud.

In zijn speelfilmdebuut Hunger laat beeldend kunstenaar Steve McQueen – hij was twaalf toen Sands overleed – zien en horen hoe het geweest moet zijn in de Maze-gevangenis. En zelfs meer dan dat: de bioscoopganger voelt de pijn als Sands’ doorligwonden worden ingesmeerd; hij ruikt de penetrante pislucht in de cellenblokken en  de dampende maaltijden die naast het bed van de wegkwijnende hongerstaker worden gezet.

In de eerste helft van zijn film toont McQueen de dagelijks routine in de cellenblokken, vooral vanuit het perspectief van de gevangenisbewakers. Hij doet dat met een feilloos oog voor gruwelijke, dan weer oogverblindende details.

De tergende tweede helft focust op de hongerstaking van Sands, een weergaloze rol van Michael Fassbender, die aan het einde van de film nog slechts vel over been is. De perspectiefwisseling wordt gemarkeerd door een ruim 15 minuten durende dialoog tussen Sands en een priester, waarin talrijke morele dilemma’s de revue passeren. De scène bestaat uit slechts één shot, opgenomen met een vaste camera; het moet een enorme krachttoer zijn geweest voor beide acteurs. Tot slot trekt McQueen nogmaals alle registers open, op weer een andere manier: als Sands zijn laatste adem uitblaast, tuimelen flashbacks en vervormde, wazige beelden prachtig over elkaar heen.

Het werkt wonderwel. Omdat de vorm, hoe dominant ook, altijd dienstbaar is aan het effect dat McQueen ermee beoogt. Hunger is een uiterst zintuiglijke film, die politiek persoonlijk maakt en het persoonlijke universeel. Geen dorre geschiedenisles, maar juist zo actueel als maar kan; de onmiskenbare parallellen met Abu Ghraib en Guantánamo Bay maken McQueens meermaals bekroonde debuut tot een onontkoombare kijkervaring.

Hunger van Steve McQueen, zondag 4 december, 21.45 uur, Canvas.

03

12 2011