Archive for November, 2011

Galerie – Beeldende kunst in Amsterdam

Thom Puckey, Michael Kirkham en Johan Tahon: Love and Cruelty. T/m 10/12 in Galerie Gerhard Hofland, Bilderdijkstraat 165C.

In de hoek van een grauw kantoor zit een jonge vrouw op de grond. Wijdbeens, met gesloten ogen en onbloot bovenlijf. Haar beide handen heeft ze in haar kruis. Onder het bureau naast haar zit een man op handen en knieën, ertegenaan leunt een tweede man. Zijn overhemd is half uit, het zweet parelt op zijn voorhoofd. Op het bureau staat een man. Alleen zijn onderlijf is zichtbaar: zijn broek is afgezakt; zijn lid staat stijf vooruit. Naast hem zit een vrouw op haar hurken, met haar rug naar ons toe. De computer is een stukje opzij geschoven.

Het confronterende tafereel, van de hand van de Engelse schilder Michael Kirkham (hij studeerde aan De Ateliers in Amsterdam voordat hij zich in Berlijn verstigde), zou ontsproten kunnen zijn aan de fantasie van de Franse bête noire Michel Houellebecq. Het is pornografisch en compromisloos, licht choquerend ook wel, maar niet bijster opwindend.

Dat komt mede door de treffende details: de verlepte kamerplant, het tapijt met koffievlekken, de gele post-it op de afscheiding tussen de werkplekken. De zes (rechts op het schilderij is nog een vrouwenbeen zichtbaar) hebben geen contact met elkaar; ze zijn in zichzelf gekeerd of staren in de ruimte. Ze hebben rauwe seks, maar het heeft er alle schijn van dat ze veel liever liefde zouden ontvangen. Ze zijn zacht, lieflijk en vol mededogen geschilderd.

Onder de noemer ‘Love and Cruelty’ zijn zeven fraaie olieverfschilderijen en een serie zwart-wit tekeningen (een erotisch verhaal met de veelzeggende titel La femme de cuisine fatale) van Kirkham nu in galerie Gerhard Hofland gecombineerd met een aantal beelden van Johan Tahon en Thom Puckey. Het is een gelukkige combinatie: ook de uit wit marmer opgetrokken, schietgrage meisjes van Puckey zijn steenhard en zijdezacht tegelijk.

Probables, Robin Rhode. T/m 19/11 bij Galerie Fons Welters, Bloemstraat 149.

Een donkere man draagt een lichtgrijs pak. In zijn rechterhand houdt hij een attachékoffertje. Met zijn linkerhand lijkt hij een rode en een groene dobbelstenen te werpen tegen de donkergrijze muur achter hem. Op 36 haarscherpe foto’s – evenveel als het aantal mogelijke worpen – maakt de man een gracieuze dans. De dobbelstenen komen telkens anders neer en laten een net iets ander, sierlijk patroon achter, dat telkens weer perfect in balans met het koffertje en de slagschaduw. 36 Ways a dice can roll: dromen worden werkelijkheid in (bijna) tastbare objecten.

In zijn soloexpositie Probables in Galerie Fons Welters is de Zuid-Afrikaanse multimedia-kunstenaar Robin Rhode (1976) zelf ook te zien in een fraai stop motion-filmpje: met in zijn ene hand een fles Johnny Walker en in zijn andere een glas met ijsklontjes, een achtje (het oneindigheidsteken) draaiend op schaatsen. Ook de uit krijt geperste fiets die tegen een schoolbordzwarte wand staat opgesteld, is een bezoek waard: zo breekbaar zie je het zelden.

Dah osla Dothem, Derk Thijs en Chris Brans. T/m 6/11 bij P/////AKT platform for contemporary art, Zeeburgerpad 53.

Je ziet geen hand voor ogen als je binnenkomt; de tentoonstellingsruimte van P/////AKT is getransformeerd tot een primitieve pre-christelijke tempel met een verlaagd plafond, gestut op zestig boomstammen, en wel zeer schaarse lichtpuntjes.

Als je ogen eenmaal aan de omstandigheden zijn gewend, ontdek je in alle hoeken en gaten altaartjes met urnen en enorme eieren en muurschilderingen van dinosauriërs en andere beesten, in een stijl waarin met wat goede wil wel iets van Paul Klee is te herkennen.

Wat die objecten, tekeningen en schilderingen precies te betekenen hebben, valt moeilijk te zeggen, ook de raadselachtige naam Dah osla Dothem biedt geen uitkomst. Een bijzondere ervaring is het wel; de interactie tussen Derk Thijs en Chris Brans heeft geresulteerd in een sprookjeswoud waar je zo lang kunt rond dwalen als je zelf wilt en je steeds weer nieuwe, wonderbaarlijke dingen ontdekt.

De rubriek Galerie verschijnt iedere vrijdag in Het Parool.

07

11 2011

Niks stopt, alles gaat door

Handstand. Voetbal. Douche. Wie de filmloops van Marijke van Warmerdam heeft gezien, heeft aan de titels genoeg om ze direct weer voor de geest te halen – ook al duurde het maar een paar tellen of was het jaren geleden. “Het is wat het is”, aldus de kunstenaar.

En zo is het. In Handstand maakt een jonge vrouw in een witte zomerjurk een handstand tegen een bakstenen muur, waardoor haar jurk een beetje omlaag glijdt (of omhoog, het is maar hoe je het bekijkt) en haar witte onderbroek even zichtbaar wordt. Vervolgens richt ze zich op, loopt ze het beeld uit en ze neemt opnieuw een aanloop. Keer op keer. In Voetbal laat een donker jochie een voetbal eindeloos op zijn voorhoofd balanceren; in Douche neemt een man een douche waaraan geen einde komt.

De beelden van Van Warmerdam zijn uit het leven gegrepen. Vaak letterlijk. In een oude knotwilg in het Westerpark herkende ze een doorleefd mensengezicht. De papagaai die ze  tijdens het Kerstcircus in Carré zag vliegen, resulteerde in drie filmpjes. “Het klinkt simpel, maar het is een proces van heel veel stappen en beslissingen. Een glas water waar een druppel melk in valt… wie heeft dat nou niet gezien? Maar vervolgens ga je aan de slag: wat voor glas? Welke melk? Koffiemelk? Magere melk… wat werkt het beste? Ga je inzoomen? Als je inrijdt geeft dat een heel ander effect dan wanneer de camera stil staat… Het zit wel in mijn hoofd, maar daarmee is het er nog niet. En het wordt nooit honderd procent wat ik van tevoren had bedacht. Godzijdank.”

Read the rest of this entry →

06

11 2011

‘Ik weet hoe onschuldige mensen te lijden hebben van terrorisme’

V for Vendetta kwam recent in het nieuws omdat het masker van de anarchist V (wit, met een boosaardige grijns, blosjes op de wangen, sik, snor en dichtgeknepen ogen), het symbool werd van de occupy-beweging. Zaterdagavond wordt de film uitgezonden door de BBC. Ik sprak hoofdrolspeelster Natalie Portman na de wereldpremière in Berlijn, vijf jaar geleden.

Portman vertelde dat ze haar haren al veel langer wilde afscheren, maar dat ze het lef ontbeerde. Met de verfilming van de inktzwarte graphic novel van Alan Moore en David Lloyd had ze een goede reden. ‘Ik moest me tijdens de opname concentreren om overstuur over te komen, want we hadden maar één kans om het eraf te halen. Als ik van de zenuwen in lachen was uitgebarsten of als de stand van de camera niet goed was, hadden we een probleem gehad. Dat is het leuke van dit werk: veel scènes zijn beladen als je ze in de bioscoop ziet, maar tijdens het acteren is het gevoel meestal anders.’

De door Portman gespeelde prostituee Evey is door de scenaristen Andy en Larry Wachowski wat volwassener gemaakt. “In de film is ze niet de schaars geklede prostituee die ze in het boek is. Het is een ambivalente rol: je weet nooit precies of ze nu zelfstandig politiek bewust wordt of dat ze wordt gemanipuleerd als zee en sort van politiek bewustzijn ontwikkelt.”

Portman (Jeruzalem, 1981) speelde op haar twaalfde al haar eerste hoofdrol, als het vroegrijpe buurmeisje van huurmoordenaar Jean Reno in Luc Bessons Léon (1994). Ze speelde een presidentsdochter in Tim Burtons sciencefictionparodie Mars Attacks! (1996); ze was ‘white trash’ in Where the Heart Is van Matt Williams. In George Lucas’ Star Wars-trilogie is ze koningin Padmé Amidala. En in Amos Gitaï’s Free Zone (2005) dook ze op als studente die in Israël op zoek gaat naar haar roots.

‘Ik denk dat je zowel met het maken van een film als met het kijken ernaar empathie kunt kweken. Het publiek verdiept zich twee uur in het leven, de problemen, gevoelens, gedachten en ervaringen van een ander. Als je je daar bewust van bent, kun je dat misschien vertalen naar het dagelijks leven. Als je dan iemand op straat ziet lopen, denk je misschien: wat zou die nou weer hebben meegemaakt?’

Portman hoopt dat V for Vendetta, waarin V stelt dat geweld onder bepaalde omstandigheden is gerechtvaardigd, discussies zal losmaken.

‘Ik weet hoe onschuldige mensen te lijden hebben van terrorisme. Voor de meesten in de Verenigde Staten is het een nieuw fenomeen, in mijn hele leven is het een constante factor. Daardoor ben ik me af gaan vragen of staatsgeweld meer legitiem is dan individueel geweld. Of er een verschil is tussen het vermoorden van een soldaat en het vermoorden van een burger. Of er een verschil is tussen het plegen van een zelfmoordaanslag en de bereidheid je leven te geven door in het leger te gaan. Geweld, wat de reden ook is, zorgt ervoor dat moeders hun kinderen verliezen. ‘Ik vind het belangrijk dat mensen daarover praten. Deze film kan hen daartoe aanzetten.’

03

11 2011

Rijks giftige tongetje

Hij speelde vaker nare Duitsers en colloborateurs, in Schachnovelle bijvoorbeeld, in The Lucky Star, in A Time to Die, maar in Soldaat van Oranje is Rijk de Gooyer op zijn aller-allernaarst. In slechts een handvol scènes.

De eerste keer dat hij in beeld verschijnt, graait hij met twee handen in de witte bustehouder van de secretaresse van de Sturmbannführer, vol wellust, en weet de kijker direct wat voor vlees hij in de kuip heeft: Sicherheitsdienst-agent Breitner voelt zich als een vis in het water onder het nazi-Duitse bewind.

Breitner martelt met sardonisch genoegen. Met zijn blote vuisten (‘Heb je ook spieren… op je nieren!?’, zegt hij terwijl hij inbeukt op een verzetsman), met een klysma, én met zijn giftige tongetje.

Hij beweegt dat tongetje razendsnel, als een slang, en produceert daarbij een vilein lachje (‘lèhlèhlèh’). In zijn meest memorabele scène staat Breitner te posten voor het studentenhuis van Erik Lanshof (Rutger Hauer). Die krijgt visite van de Joodse Esther (Belinda Meuldijk); haar verzetsvriend Robbie wil hem spreken. ‘Kan niet’, zegt Erik beslist, ‘ik word in de gaten gehouden’, maar Esther verzint een list: voor het raam ontdoet ze zich van haar bh, opdat Breitner zal denken dat ze het bed induiken. Als hij haar blote borsten ziet, beweegt Breitner wellustig zijn tong tussen zijn lippen – ‘lèhlèhlèh’ – en gaat vervolgens in zijn auto zitten.

Toen De Gooyer na de première aan koningin Juliana werd voorgesteld, zou ze ontsteld hebben gezegd: ‘O nee, vreselijke man, gaat u weg!’ Prins Bernhard was enthousiaster. ‘Heel goed gedaan, meneer De Gooyer’, fluisterde de prins met een vilein glimlachje.

03

11 2011

Een aangename, associatieve beeldenstorm

In het overrompelende werk van de Vlaamse multimediakunstenaar annex documentairemaker annex politiek pamflettist annex remixfilmer Johan Grimonprez draait het om de invloed van de massamedia, en dan met name van televisie en internet. In het S.M.A.K. in Gent staat nu een fantastische overzichtstentoonstelling; Grimonprez’ almaar uitdijende media-archief WE-tube-o-theek is te zien op het Impakt festival in Utrecht.

Met de op internet gegrasduinde, uiterst prikkelende beeldenstorm WE-tube-o-theek (‘You Tube Me & I Tube You’) laat Grimonprez nog maar eens zien hoe (visuele) informatie wordt verdraaid; dat de waarheid, wat dat ook moge zijn, wordt gestuurd met een vooropgezet doel.

Grimonprez toont de manipulatie van de media door precies dezelfde trucs te hanteren; hij isoleert en dramatiseert, verdubbelt en ironiseert al dan niet ware gebeurtenissen, waardoor hij vaak een tegenovergestelde betekenis aan de ‘geleende’ beelden geeft dan de makers voor ogen hadden. Soms treden dubbelgangers van de hoofdpersonages op, ook worden fragmenten uit Hollywood-films ingezet en beelden getoond die niet bedoeld waren om uitgezonden te worden, geschoten rond de tv-toespraken van politici.

Het schminken van het gezicht van George Bush jr., voorafgaand aan een vraaggsprek met CNN’s Larry King, is bij Grimonprez een metafoor voor het inpakken van een boodschap over massavernietigingswapens die door de strot van het volk moet worden geduwd. Die beelden zijn dan weer gecombineerd met het hilarische interview waarin Sacha Baron Cohens alter ego Ali G. Amerika’s voormalige minister van Buitenlandse Zaken James Baker aan de tand voelt over de inval in Irak. Scènes uit The Simpsons en Beavis and Butt-head botsen met een hilarische Teleshop-parodie waarin AK-47’s worden aangeprezen (met een jaar gratis munitie!). De trailer van Independence Day plaatst Grimonprez tussen zelfgemaakte beelden en een filmpje waarin Tony Blair en George Bush een duet lijken aan te gaan op Endless Love van Diana Ross en Lionel Ritchie.

Zo manoeuvreert Grimonprez even schrander als soepel tussen documentaire en fictie, tussen archeologie en antropologie, en tussen kunst en cinema, en geeft hij (nieuwe) betekenis aan de ravage die de media en de geschiedenis aanrichten.

Read the rest of this entry →

Volwassen griezelfilm voor kinderen

“Een half uur is natuurlijk een onmogelijke lengte: het is te kort als hoofdfilm en te lang voor een voorfilm. Tijdens de productie is me ook meer dan eens gevraagd of ik er geen lange film van kon maken. Dat was misschien wijzer geweest, maar ik heb geluisterd naar het project en een half uur is precies goed. Het is een geweldige kick dat The Monster of Nix nu voor de prijs van een half bioscoopkaartje als ‘stand alone’ in de bioscoop te zien is. Daarmee toont de distributeur echt ballen.”

The Monster of Nix is een dertig minuten durend, geanimeerd, existentialistisch musical-sprookje, gemaakt door de Amsterdamse filmmaker, beeldend kunstenaar en muzikant Rosto, waarin de tienjarige Willy op zoek gaat naar zijn spoorloos verdwenen oma en terecht komt in een bizar universum waar griezelverhalen in eieren worden bewaard. Rosto werkte meer dan zes jaar aan de overrompelend, hallucinerende combinatie van live-action en animatie. “Het was bedoeld als klein project, een tussendoortje, en ik was van plan om nu eens niet alles zelf te doen. Maar uiteindelijk heb ik natuurlijk toch op elk gebied het voortouw moeten nemen. Wat niet wil zeggen dat ik alles alleen heb gedaan. In tegendeel. Ik wist me doorlopend omringd met hele fijne, getalenteerde mensen.”

Zijn zoon Max – hij was zes toen Rosto aan het project begon – was bij álle fasen van het productieproces betrokken. “Hij was nieuwsgierig naar mijn mythologie. Uit zijn vragen is Willy’s avontuur voortgekomen. Als Max iets niet goed vond, heb ik het aangepast. Ik maak mijn films in de eerste plaats voor mezelf; ik heb ze nooit gemaakt met een bepaald publiek in gedachten, maar dit keer dus wel. Het is misschien daardoor wel mijn meest toegankelijke film geworden: geschikt voor kinderen, en tóch een echte Rosto.”

Max stond ook model voor het hoofdpersonage Willy. “Deels”, nuanceert Rosto. “Willy is een mix van Max en Kurt Corbain. Hij heeft lang blond haar en draagt een jurkje. Hij is eigenwijs, maar niet standaard-eigenwijs, zoals je in veel animatiefilms ziet. Zijn oma heeft een drumstel in de kamer staan, en Willy rock ‘n’ rollt met haar. Dat vind ik interessant. Met een paar dingetjes een complex personage neerzetten.”

Willy wordt gespeeld door een actrice die tijdens de opnames was voorzien van extensies en een enorme, 4 kilo zware, expressieloze prothese over haar hoofd, waar het gezicht vervolgens in is geanimeerd. “In eerste instantie dacht ik een poppenfilm te maken, want ik wilde wel eens wat anders. Ik wilde weg bij die beeldschermen en ontsnappen aan de digitale goochelshow. De focus hoort te liggen op de content, op het verhaal, ook al is dat in mijn geval een nogal rekbaar begrip.”

Hij wil geen verhaaltjes voor het slapengaan vertellen, maar optimaal gebruikmaken van de mogelijkheden van de cinema. “Ik werk heel intuïtief, dat komt door mijn achtergrond in de muziek, denk ik.” Kinderen voelen dat goed aan, merkte Rosto tijdens nagesprekken op het Cinekid, waar zijn ‘arthousefilm voor kids’ eerder te zien was. “Of ze alles oppikken van de existentialistische boodschap weet ik niet, maar er is geen kind dat aan zichzelf twijfelt. Volwassenen wel; die denken dat ze een film moeten begrijpen zoals de maker het bedacht heeft. Maar het gaat erom hoe jíj het ziet.”

Tijdens zijn zoektocht naar zijn oma stuit Willy onder meer op een bange boswachter met de stem van regisseur Terry Gilliam. “Die ken ik al tien jaar; hij is een goede vriend. Terry heeft de pech dat hij nooit ‘nee’ kan zeggen. Hij was heel nerveus en werkte zich compleet in de nesten tijdens de opnamen. Hoewel hij naar eigen zeggen ooit in een koor heeft gezongen, bakte hij er niets van. Hij vond dat aanvankelijk verschrikkelijk, maar voor de film was zijn gepiep juist fantastisch, zijn personage is namelijk een nerveus wrak. Gelukkig vertrouwde Terry op mijn regie, en begon hij de humor er van in te zien. ‘Misbruik me maar’ zei hij toen.”

Naast Gilliam is ook Tom Waits te horen in The Monster of Nix; hij leende zijn raspende stemgeluid aan Virgil, een onbetrouwbare zwaluw met een stropdas en mensenhanden “Hem kende ik niet persoonlijk. We hebben gebeld en hij bleek gecharmeerd van mijn werk. In zijn studio bij San Francisco hebben we in een dag zijn deel opgenomen.”

Ook Rosto’s levenspartner Suzie Templeton nam een stem voor haar rekening. Zij won in 2008 met Peter and The Wolf de Oscar voor Beste Korte Animatiefilm. In dezelfde categorie is nu The Monster of Nix ingestuurd; eerder werden Rosto’s Jona/Tomberry en (The rise and fall of the legendary) Anglobilly Feverson ook al ingezonden namens Nederland. Of drie keer scheepsrecht is, waagt Rost te betwijfelen. “Ik maak me geen illusies. De nominaties zijn meestal onvoorspelbaar: de mooiste films vallen soms buiten de prijzen, terwijl tussendoortjes er met de hoofdprijs vandoor gaan. De geschiedenis leert bovendien dat mijn films niet van die prijswinnaars zijn. Het zijn gelukkig wel blijvertjes.”

The Monster of Nix is te zien in Eye.

01

11 2011