Archive for October, 2011

Duivendrechtsekade 74, 1096 AH Amsterdam, zondag 11 september 2011, 12.28 uur

van links naar rechts: Victor Horstink (met boom), op regisseur Jaap van Heusden (op de rug gezien), Boy Ooteman (met koptelefoon), Raymond Thiry en Sal Kroonenberg (met matte box camera). Foto Bob Bronshoff

In een benauwde ruimte zitten twee mannen in legeruniform voor een wand vol beeldschermen, knoppen en hendels. De oudste legt zijn duim op de rode vuurknop van zijn joystick. “Three, two, one… fire.” Hij blijft gespannen naar het scherm kijken en zegt zacht: “Three, two, one… impact!”

“Blast 04, this is Windmill-TWO-ONE” – waar het geluid precies vandaan komt, is niet duidelijk. “All clear. Mission Accomplished. Mooi werk, bedankt!”

“Windmill 21, our pleasure”, antwoordt de schutter. Hij draait zich om naar zijn maat, en slaat hem op zijn schouder. “Goeie actie Beans!”

Op de dag dat de rest van de wereld de terreuraanslagen van 11 september 2001 herdenkt, neemt Jaap van Heusden (Ooit, Win-Win) de ene na de andere scène op voor Drone, een aflevering van de HUMAN-reeks Duivelse Dilemma’s. Daarin staan, zoals de titel al aangeeft, duivelse dilemma’s centraal, de keuzes tussen twee kwaden.

Drone gaat over Victor (Raymond Thiry), een voormalige, voor moed en inzet onderscheiden F16-piloot, die in zijn nieuwe functie van 9 tot 5 missies uitvoert met onbemande vliegtuigjes (drones) boven vijandelijk grondgebied.’s Avonds schuift de familyman gewoon weer aan voor de maaltijd met zijn vrouw en zoon. Zijn gespleten bestaan gaat hem echter niet in de koude kleren zitten.

Tijdens de research kreeg Van Heusen nog alle medewerking van defensie. Het enthousiasme bekoelde toen de legerleiding in de gaten kreeg dat het in Drone draait om een man die gevechtsmissies op afstand uitvoert, zoals de Amerikanen dat doen.

Zover zijn we in Nederland in werkelijkheid nog niet. De Nederlandse Luchtmacht investeert vooralsnog alleen in drones voor verkenningsvluchten. “Maar het zijn hetzelfde soort vliegtuigen als waarmee de Amerikanen in Pakistan bommen gooien”, aldus Van Heusden. “Als de Nederlandse verkenningsvluchten eenmaal door de Tweede Kamer zijn geloodst, kunnen de hellfire-raketten er op een herfstige namiddag alsnog onder worden gemonteerd.”

Hoe het ook zij, de Luchtmacht werkte niet mee, en Van Heusden belandde in de “schimmige sector van mensen die je buiten Defensie om aan legerdingen kunnen helpen”: iemand met wat wapens in de garage; militairen die wel een dagje wilden meehelpen. De gevechtsscènes werden gedraaid vanuit een hoogwerker van 70 meter, de rest van de footage van het ‘Unmanned Aerial Vehicle’ werd bij elkaar gesprokkeld via dubieuze internetfora én het Amerikaanse leger.

Het interieur van de schuur van waaruit Victor grondtroepen in onherbergzame gebieden luchtsteun geeft, is nagebouwd in een piepkleine studio. Op de nog krappere bovenverdieping reproduceert, tussen de spullen van de kleding en de make-up, een stemacteur de teksten van Windmill-21, de soldaten in het veld.

Van Heusden noemt het een “een gigantische uitdaging” dat hij zijn ambitieuze script voor een appel en een ei moet maken. “Voor Nederland is het uitvoeren van onbemande gevechtsmissies nu nog sciencefiction. Maar het komt eraan. UAV’s zijn goedkoper en ze maken dat een gevechtsvlieger kan doden zonder zelf in levensgevaar te komen. Er lijken enkel pluspunten, maar met het inzetten van drones is een nieuwe grens bereikt in oorlogsvoering.Voordat het debat hier op gang komt of we in deze technologie moeten investeren, wil ik de kijkers de kans geven in de stoel van een UAV-vlieger te zitten.”

Duivelse Dilemma’s: Drone Nederland, 2011 Scenario en regie: Jaap van Heusden Camera: Sal Kroonenberg Montage: Bas Icke Productie: Paul Ruven, Rene Huybrechtse Art direction: Nienke de Jonge Muziek: Minco Eggersman Geluid: Victor Horstink Met: Raymond Thiry, Ko Zandvliet, Monic Hendrickx, Jaap Spijkers, Boy Ooteman, Juda Goslinga, Guido Pollemans Kleur, 40 minuten Omroep: HUMAN Te zien: 30 november, Nederland 2, 23.00 uur

 

27

10 2011

Galerie – Beeldende kunst in Amsterdam

‘New Works’ van Stephan Balkenhol. T/m 19 november in Akinci, lijnbaansgracht 317.

Het zijn geen wereldberoemde voetballers of razendpopulaire zangeressen, geen politici, presentatoren, popsterren of andere iconen, en het zijn ook geen bekenden of familieleden van de kunstenaar. De Duitse beeldhouwer Stephan Balkenhol maakt houten sculpturen, zeefdrukken en tekeningen van heel gewone mensen. Mannen die je buren zouden kunnen zijn, vrouwen die naast je staan in de supermarkt. Maar ze bestaan niet.

‘21e-eeuwse Allemannen’ worden de (vaak uit één stuk gehouwen) standbeelden voor de gewone man wel genoemd. Hun namen zijn concreet én onbestemd. Het even schitterende als eenvoudige beeldje van een jonge vrouw in groene jurk heet ‘Vrouw is groene jurk’; dat van een man in opvallend rood pak ‘Man in rood pak’.

Balkenhol hakt zijn gelaagde reliëfs uit 15 centimeter dik populierenhout. Eerst grof, soms komt er zelfs een kettingzaag aan te pas, dan volgt het fijne werk met beitels en gutsen. Maar ook weer niet al te fijn. Sporen van het bewerken worden niet weggewerkt of gladgeschuurd, barsten en splinters zijn gewoon zichtbaar, net als de structuur van het hout, de nerven en jaarringen. Schilfers laat hij ook gewoon zitten – je zou er even aan willen voelen, als het niet ten strengste verboden was.

Dat het materiaal én het beeldhouwproces deel uit maken van het kunstwerk verhult ook de verflaag niet; de felle kleuren leggen wel grappige accenten. Een mond of wenkbrauw steekt fel af bij het kale, ‘naakte’ hout dat vaak volstaat als huidskleur.

Waar de blik van de dames en heren, mannetjes en vrouwtjes op is gericht, kun je alleen maar naar gissen. Waarom ze op een houten sokkel zijn gaan staan, blijft de vraag. De beeldhouwwerken van Balkenhol vertellen geen verhaal, ze herbergen én verbergen iets geheimzinnigs.

‘Telltale’ van Mircea Suciu. T/m 13 november in Galerie Brandt, Prinsengracht 799.

Een jongevrouw in roze jurkje poseert, staand op de rug van een man die een blauw beestenmasker draagt. Zes mannen op een rijtje, strak in het pak en met gepoetste schoenen. Het lijkt alsof ze zitten te keuvelen, maar dat kan eigenlijk helemaal niet. Ze hebben namelijk geen hoofden. Drie jochies staan voorover gebogen over – ja waarover eigenlijk? Wat het ook zij, de helblauwe kleur van de mysterieuze staaf steekt in ieder geval opzichtig af bij de het grauwe grijs en oud-bruin van de rest van het tafereel.

De schilderijen van de Roemeense kunstenaar Mircea Suciu zijn vaak gemodelleerd naar verbleekte ansichtkaarten, advertenties en oude zwart-witfoto’s van interieurs uit de jaren ’40 en ’50. Maar hij geeft er wel een draai aan. Een vervreemdende, surrealistische, desoriënterende draai. Een beetje Kafka en een beetje Alex van Warmerdam. Het resultaat is tegelijkertijd grauw en olijk, somber en poëtisch.

‘Words to be framed’ van Louwrien Wijers. T/m 23 november in Galerie Van Gelder, Planciusstraat 9a.

Louwrien Wijers is journalist en beeldend kunstenaar, in welke volgorde is niet helemaal duidelijk, maar dat doet er ook nauwelijks toe. Ze gaat aan de slag met andermans ideeën. Van denkers en kunstenaars, van onder anderen de dalai lama, de jong gestorven performancekunstenaar Ben d’Armagnac en van de Duitse kunstenaar/beeldhouwer Joseph Beuys.

Wijers doet aan bronvermelding. “Zo sprak Joseph Beuys in Tokyo op 30 mei 1984 en mijn recorder ving het op”, staat er tot slot van een digitale zeefdruk met een politieke bespiegeling. In het hart ervan plaatste Wijers een foto van de drie geitjes waarmee ze in Friesland woont, Beppe, Stipje en Poppie, die ook in veel ander werk terugkomen.

Visionaire blikken op de samenleving gecombineerd met geiten en het buitenleven. Een witte galerie met stro op de grond, neergelegd als de stalen tegels van Carl Andre. In een hoek ligt een uittreksel van een kookboek voor natuurvoeding en makrobiotiek, handgeschreven, op 60 pagina’s A3. Op een muur krabbelde Wijers “Niet liegen / niet stelen / niet doden”. Eronder staat “granen / groenten / bonen”.

Wat het precies te betekenen heeft, moet iedereen zelf maar uitmaken, maar prikkelend is het.

Deze rubriek verschijnt iedere vrijdag in Het Parool.

22

10 2011

Film van de Week: Restless

Het gros van de recensies is bepaald niet positief, maar Gus Van Sants Restless is wel degelijk een garantie voor een fijn avondje uit. Het draait om twee aandoenlijke eenzaten: een jongen die begrafenissen van wildvreemden afloopt (Henry Hopper) en een meisje met uitbehandelde kanker (Mia Wasikowska). Waar vele anderen een bloedeloze film zagen, zag ik een zoet, morbide sprookje, met een aantal hemeltergend mooie scènes, een geweldige soundtrack (The Beatles, Sufjan Stevens, Pink Martini, Nico) en een ontroerend slot.

20

10 2011

Borstvergroting (2)

Zangeres Sieneke, nog maar 19 jaar, is “superblij” met haar borstvergroting; ze voelt zich weer vrouw! Barbie, de blonde stoeipoes van Oh Oh Cherso, is dan weer oververmoeid: haar recente borstvergroting viel een stuk zwaarder dan verwacht.

Het kan allemaal zo veel makkelijker: zoals eerder de borsten van Keira Knightley een flink stuk groter werden gemaakt voor de poster van King Arthur, zo moet nu actrice annex supermodel Milla Jovovich eraan geloven om The Three Musketeers onder de aandacht van de hitsige doelgroep te brengen. De foto is niet zo heel erg scherp, maar het scheelt toch echt een cup of wat…

Anderson gebeurt heel af en toe ook: op de poster van de Amerikaanse serie The Client List is het decolleté van Jennifer Love Hewitt juist kuiser gemaakt….

19

10 2011

Zoek de 10 verschillen

Links de filmposter van The Ides of March, een politiek drama van en met George Clooney dat vanaf deze week in de Nederlandse bioscopen draait. Rechts de cover van het oktober-nummer van Vogue L’Uomo, de mannelijke variant van Vogue, met filmmaker David Cronenberg.

19

10 2011

Zoek de 10 verschillen

Links de filmposter van Darren Aronofsky’s Black Swan, rechts de door Martin Pyper ontworpen, door Erwin Olaf gefotografeerde poster voor Het Zwanenmeer van Het Nationale Ballet.

19

10 2011

Galerie – Beeldende kunst in Amsterdam e.o.

P P P Pier Paolo Pasolini. T/m 28 oktober bij Metis-nl, Lijnbaansgracht 316.

1 november 1975, in de nacht van Allerheiligen, werd de Italiaanse schrijver, filmregisseur, dichter, essayist, homoactivist, marxist en polemist Pier Paolo Pasolini vermoord, waarschijnlijk door het hoerenjoch Pino Pelosi. Pasolini’s zwaar verminkte lichaam – er was onder meer twee keer met zijn eigen auto over hem heen gereden – werd de volgende ochtend gevonden op het strand van Ostia.

Wie wil zien waar Pasolini voor stond, kan terecht in Italiaans restaurant L’Ozio in de Ferdinand Bolstraat (films) en in galerie Metis-nl. De ambitieuze, breed meanderende expositie combineert films, grafiek en foto’s van, over en met Pasolini.

De Italiaanse Letizia Battaglia, die bekend werd door haar foto’s van maffiaslachtoffers, fotografeerde Pasolini in 1972, tijdens een discussie over zijn I Racconti di Canterbury (The Canterbury Tales), waarin hij naar eigen zeggen de puurheid van het menselijk lichaam bezingt, maar die desalniettemin was verboden door de censuur. Rechts en links stonden ook nu weer lijnrecht tegenover elkaar; de vrijheid van expressie tegenover wetten die schennis van de eerbaarheid strafbaar stellen. Pasolini, die pornografie als consumptiegoed van het kapitalisme zag, moet zich totaal onbegrepen hebben gevoeld, zo valt af te lezen van Battaglia’s fraaie zwart-witfoto’s.

De Mexicaanse Graciela Iturbide keerde terug naar het desolate strand van Ostia; Alfredo Jaar maakte de associatieve film Le Ceneri di Pasolini, waarin hij betoverende scènes uit Pasolini’s meesterwerken combineert met nieuwsbeelden van zijn uitvaart en pratende hoofden, onder meer van een piepjonge Bernardo Bertolucci, de schrijver Alberto Moravia en van Pasolini zelf.

Van Marlene Dumas, ten slotte, zijn drie immense litho’s te zien, in 1988 uitgegeven onder de titel Le Ceneri di Gramsci (‘de as van Gramsci’), samen met een verhalend gedicht van Pasolini over Antonio Gramsci, de mede-oprichter en eerste leider van de Communistische Partij). Bijzonder zijn ook de schetsen die Dumas maakte van Gramsci en Pasolini. “De schijn van (sexuele) vrijheid…”, noteerde ze in de kantlijn. “Ze wordt van bovenaf verleend en niet van onderaf veroverd”.

Armed and Relatively Dangerous. Vijf sculpturen van Thom Puckey. T/m 27 november in het Kunstfort bij Vijfhuizen.

De Franse filmmaker Jean-Luc Godard stelde decennia geleden dat voor een film niets anders nodig is dan een meisje en een pistool. Voor een beeld geldt hetzelfde, zo bewijzen vijf recente sculpturen van de in Engeland geboren, in Amsterdam wonende Thom Puckey.

Ze tonen jonge, beeldschone, naakte vrouwen met allerhande wapentuig. Een meisje ligt gestrekt achter een mitrailleur. Tegen de heupen van een zittende vrouw zonder armen steunen twee pistolen. Een liggende vrouw heeft in beide handen een karabijn – haar pose lijkt op die van Frank Capa’s wereldvermaarde foto van een vallende soldaat.

De uit zwart en wit marmer gebeitelde beelden, waarin het 19e-eeuwse realisme en de 20e-eeuwse popcultuur samenkomen, zijn steenhard en zijdezacht tegelijk. Ze zijn bovendien uitstekend op hun plaats in het Kunstfort bij Vijfhuizen, onderdeel van een voormalig, immens verdedigingscomplex bedoeld om vijandige troepen buiten Amstetrdam te houden.

Pär Strömberg & Stief Desmet. T/m 22 oktober in Galerie Ron Mandos, Prinsengracht 282.

Zijn tweets na de overwinning van Zweden op het Nederlands elftal laten zien dat Pär Strömberg zich ook om aardse zaken bekommert. Zijn schilderijen in Galerie Ron Mandos tonen een andere kant: Strömbergs (fysieke) landschapsschilderijen zijn hommages aan de goden en oude werelden.

Strömberg schildert in oneindig veel blauwtinten – ijselijke blauwtinten. Koude winternachten, besneeuwde bergtoppen en naaldbomen, een grote, ronde maan, hutjes waar geen licht brand, en hier en daar het silhouet van een eenzame, verdwaalde wandelaar. Je gaat bijna vanzelf op zoek naar een bloedspoor, of een lijk.

Strömbergs ijle, mystieke werken zullen niet ieders kopje thee zijn; daarvoor balanceren ze teveel op de rand van kitsch. Zijn vakmanschap, dat spat van alle schilderijen, zowel de kleine, fijne als de overweldigend grote, is echter onmiskenbaar.

Deze rubriek verschijnt iedere vrijdag in Het Parool.

19

10 2011

Galerie – Beeldende kunst in Amsterdam

In het licht van de werkelijkheid van Wessel Huisman. T/m 9 oktober in Galerie Rademakers, Prinsengracht 570-572.

Wessel Huisman schildert licht. Licht, lichtvallen en lichtintensiteit zoals hij die zich herinnert, om precies te zijn. Al het licht in zijn schilderijen heeft hij ooit al eens waargenomen – op een bepaald uur, in een bepaald seizoen, op een bepaalde plek.

Oude foto’s van stadsgezichten en interieurs, bij voorkeur uit de jaren ’20 van de vorige eeuw, dienen als basis voor Huismans schilderijen. Hij schildert ze zo secuur mogelijk na, vervolgens gaat hij aan de slag met wit, oneindig veel grijstinten, zwart en een beetje bruin.

Met spatels en sjablonen brengt hij abstracties aan die het ritme bepalen. Een wolk wordt een streep. Vegen lijken de orde te verstoren, maar versterken bij nader inzien juist de balans. De geschilderde lijst versterkt dan weer de illusie van een oude foto.

In Galerie Rademakers hangen schilderijen van landmarks in Amsterdam en New York – van het Rijksmuseum en Carré tot het interieur van Paradiso en het (in 1929 afgebrande) Paleis voor Volksvlijt. Een schilderij met de skyline van New York doet onwillekeurig denken aan Mondriaans Victory Boogie Woogie.

De titels die Huisman zijn doeken geeft, bevatten geen verwijzing naar de locatie, maar refereren aan zijn herinneringen. In een foto van Jacob Olie uit 1905 herkent Huisman – hij studeerde geschiedenis voordat hij in Arnhem naar de kunstacademie ging – lichtomstandigheden die hem doen terugdenken naar zijn jeugd in Breda, maar die hij ook terugvond in de dorpen langs de Rode Rivier ten noorden van Hanoi in november 2008. In het beeld van het Rijksmuseum herkende hij het licht van mei 1972. Voor de tijdsaanduiding zette hij ‘Pavane’; een verwijzing naar het muziekstuk waar hij destijds veel naar luisterde.

Licht is Huismans in de thee gedoopte Madeleinekoekje.

Every Time I Close My Eyes van Anna Bjerger. T/m 15 oktober bij Gabriel Rolt, Elandsgracht 34.

De Zweedse Anna Bjerger schildert fruitmanden en boeketten, naakten en portretten van mensen wier foto ze uit modetijdschriften en reisgidsen scheurt.

Het zijn herkenbare beelden, die tegelijkertijd een tikje vervreemdend zijn. Net de verkeerde bloemen, in net de verkeerde kleuren. Ook de verwijzingen naar de schilderkunst en de kunstgeschiedenis springen in het oog: een portret van vrouw met een lang, smal hoofd, in dikke klodders zwarte en witte verf, doet onmiskenbaar denken aan de Italiaanse meester Modigliani. Een close-up van een piemel, zo dichtbij dat het welhaast abstract lijkt, roept herinneringen op aan Courbets L’Origine du Monde.

Op het mooiste schilderij staat een naakte vrouw met haar rug tegen een enorme oerboom, in een blauwgroen, new age-achtig bos dat tegelijkertijd idyllisch én dreigend is. Het is op de rand van kitsch, maar ook beeldschoon en trefzeker.

Geen gezichten. T/m 25 oktober bij Wim van Krimpen, Hazenstraat 20.

Wim van Krimpen, oud-directeur van onder meer de Kunsthal in Rotterdam, het Fries Museum in Leeuwarden en het Gemeentemuseum in Den Haag, is terug in Amsterdam, waar hij zijn werkzame leven lang geleden begon. Op de openingsexpositie van zijn nieuwe galerie zijn onder de ruime noemer Geen gezichten portretten te zien van jonge, veelbelovende kunstenaars uit binnen- (onder meer graffitiportretten van Dave de Leeuw, die volgende maand bij Van Krimpen zijn eerste solo-expositie krijgt) en buitenland (intrigerende ‘beveiligingscameraportretten’ van de Oostenrijkse schilder Stylianos Schicho; strakke, serene foto’s van de Servisch-Canadese Mirjana Vrbaski).

De mooiste portretten komen uit Van Krimpens privécollectie en zijn niet te koop. Ze zijn in 1998 gemaakt door fotografe Céline van Balen en tonen Van Krimpens dochters. De jongste helpt nu af en toe in de galerie.

Deze rubriek verschijnt iedere vrijdag in Het Parool.

19

10 2011

‘Ik heb van Amin veel meegekregen’

Voor zijn vertolking van de Oegandese dictator Idi Amin in The Last King of Scotland won de Afro-Amerikaanse acteur Forest Whitaker (handelsmerken: een fors postuur en een lui oog) de Oscar voor Beste Acteur, de BAFTA (de belangrijkste Britse filmprijs) en de Golden Globe. Daarnaast werd hij onderscheiden door tientallen ‘kringen’ en ‘associaties’ van (Amerikaanse) filmcritici. ‘Ik wist niet eens dat er zoveel clubjes waren. Ik had nooit verwacht dat de film en mijn rol zo ontvangen zouden worden door de kritiek.’

Het kan verkeren; eigenlijk wilde regisseur Kevin Macdonald Whitaker helemaal niet voor de hoofdrol in zijn verfilming van de gelijknamige roman van Giles Foden. ‘Ik ben vijf jaar geleden, toen iemand anders de film nog zou regisseren, naar voren geschoven door de producenten. Die regisseur werd ontslagen, de film dreigde niet door te gaan. Toen kwam Kevin erbij en kreeg ik te horen dat hij het niet in mij zag. Uit piëteit mocht ik toch op auditie komen. ’

Whitaker staat bekend om zijn minutieuze voorbereidingen. Voor The Last King of Scotland sprak hij met de broers, zussen en ouders van Amin, met zijn ministers, generaals en soldaten. Met nabestaanden en taxichauffeurs. ‘Om Amin te kunnen spelen, moest ik in de eerste plaats begrijpen hoe het is om Afrikaan te zijn. Ik leerde de gebruiken kennen, de politiek, de geuren, de taal. Elke dag in Oeganda ging mijn research door. Ik perfectioneerde het accent. We reden door Oeganda, gingen naar de markt, met gewone mensen praten. Op een bepaald moment droomde ik zelfs over Amin.’

In The Last King of Scotland laat Whitaker zien hoe de charismatische Amin langzaam verandert in een achterdochtige psychopaat die verraad afstraft en voor wie de dood geen betekenis heeft; in een onvoorspelbare machtswellusteling, verslaafd aan luxe en rijkdom. ‘Hij was een eenvoudige soldaat die door de Britten tot president werd gebombardeerd omdat ze dachten dat ze hem konden controleren. Hij was geen politicus, hij was niet gehaaid. Hij sprak elf dialecten, maar hij had niet gestudeerd. Amin besliste volstrekt arbitrair. Hij werd op een dag wakker en zei dat alle Aziaten het land uit moesten. Want daar had hij over gedroomd. Amin had geen gelijken. Hij kon doen wat hij wilde.’

Elke rol maakt hem rijker, stelt Whitaker. Als acteur én als mens. ‘Ook van Amin heb ik veel meegekregen. Al was het maar omdat ik voor het eerst in Afrika ben geweest. Ik leer van elk rol wel iets. Ik kan de olie van mijn auto verversen omdat ik dat elf jaar geleden moest doen in een film.

‘Soms begin ik met zoveel autoriteit over chirurgie te praten dat ik me afvraag waar dat in godsnaam vandaan komt. Maar dan bedenk ik me weer dat ik veel chirurgen heb gespeeld. Ik heb ook eens ruzie gemaakt met een rabbi over de Heilige Schrift. Daar weet ik veel van sinds ik in de film Mary rabbi’s en monniken moest interviewen.’

Ondanks de intensiteit viel het Whitaker niet zwaar Amin achter zich te laten. ‘Ik heb alweer in vier andere films gespeeld. Ik ben alweer in vier andere mensen veranderd. In een eenzame bankier, en in een groot wild monster voor een kinderboekverfilming van Spike Jonze. Na Amin was ik een professor in de filosofie. Dat helpt.’

The Last King of Scotland, zondag 16 oktober, 20:00, RTL 7.

15

10 2011

Levende filmlegende Michel Piccoli: “Ik moet maar afwachten wat me wordt aangeboden”

“Wat was de vraag ook alweer?” Nadat acteur Michel Piccoli een alleszins adequaat antwoord heeft gegeven op een vraag naar zijn drijfveren, kijkt hij met vragende ogen naar de tolk. Om onverstoorbaar door te vertellen terwijl zij de vraag opnieuw van haar aantekeningen aan het voorlezen is. Het is warm en benauwd in de kleine hotelkamer.

Het is een hele zit voor Piccoli, de geweldige hoofdrolspeler in de halfbakken farce Habemus Papam (‘we hebben een paus”) van de Italiaanse regisseur en acteur Nanni Moretti. Piccoli – hij speelt een Franse kardinaal die na de dood van de paus onverwacht, en tegen zijn zin, wordt gekozen als nieuwe leider van de Katholieke Kerk – geeft de hele dag al interviews aan groepjes journalisten van over de hele wereld; in het Frans, het Engels en een enkele keer in het Italiaans worden de vragen in een hoog tempo op hem afgevuurd. Een enkele gaat over de film, sommige over religie (“Ik ben niet religieus, maar ik ben wel erg geïnteresseerd in religies”), de meeste gaan over zijn imposante carrière.

Dat is terecht: de 85-jarige Jacques Daniel Michel Piccoli is levende filmgeschiedenis. Niet voor niets liet Agnès Varda’s hem in haar hommage aan de cinema Les cent et une nuits de Simon Cinéma de 100-jarige Meneer Cinema vertolken. Piccoli werkte met Luis Buñuel (zes keer, Belle de Jour is de bekendste) en Jean-Luc Godard (Le mépris), met Marco Ferreri (La grande bouffe) en Manoel de Oliveira (Je rentre à la maison, Belle toujours). Op het festival van Cannes won Piccoli in 1980 de prijs voor de beste acteur voor zijn rol in Marco Bellocchio’s Salto nel vuoto; een jaar later werd hij ook in Berlijn bekroond, nu voor zijn bijdrage aan Une étrange affaire van Pierre Granier-Deferre. De Italiaanse filmpers onderscheidde hem voor Habemus Papam.

Read the rest of this entry →

14

10 2011