Archive for September, 2011

‘170 Hz’ winnaar Cinema.nl Afficheprijs 2011

De poster van 170 Hz, ontworpen door Susanne Keilhack en Joost Hiensch (Shosho), is bekroond met de Cinema.nl Afficheprijs 2011. De prijs bestaat uit 2.500 euro en een wisseltrofee: een ingelijst affiche van de klassieker Jonge harten (1936), ontworpen door Titus Leeser.

Het winnende affiche toont twee zoenende tieners, badend in hard, rood licht, wat voor een dreigende en mysterieuze uitstraling zorgt. De koele, ingehouden typografie geeft de poster een smaakvolle, ja chique uitstraling.

“Eenvoudig, mysterieus, intiem. De afbeelding maakt nieuwsgierig naar hun verhaal”, schreef een van de stemmers. “Met weinig kleuren veelzeggend. Van alle nominaties nodigt deze het meeste uit om de film te kijken”, noteerde een ander.

170 Hz bleef Sint van Dick Maas (idee), BLT & Associates en Michael van Randeraat (“Spraakmakend, dus goed!”) en Among Horses and Men van Bart Kaper (“Je proeft het zand, je hoort de paarden bijna”) nipt voor in de online-stemming. De andere genomineerde affiches waren Majesteit van BLT & Associates en Code Blue, eveneens ontworpen door Keilhack en Hiensch.

Keilhack en Hiensch vormen de grafische tak van het Amsterdamse ontwerpbureau Shosho, dat niet alleen filmposters ontwerpt, maar ook visuele effecten en animaties voor film en televisie maakt en interactieve programma’s ontwikkelt. Ze waren al twee keer eerder genomineerd: in 2010 voor Win/Win, in 2009 voor Nothing Personal.

170 Hz, het speelfilmdebuut van Joost van Ginkel over een jong doof meisje dat wegloopt met haar dove rebelse vriend, wordt maart 2012 door Cinéart in de Nederlandse bioscopen uitgebracht.

De winnaar van de 11de Cinema.nl Afficheprijs is woensdagavond 28 september uitgereikt door preselectiejurylid Martin Koolhoven, live in de door Daphne Buskoek gepresenteerde ‘VPRO Special’ over het Nederlands Film Festival.

De Cinema.nl Afficheprijs is in 2001 in het leven geroepen om een onderbelicht, maar belangrijk onderdeel van de filmpromotie naar een hoger peil te brengen. De winnaar wordt bepaald door het publiek. De voorselectie is gemaakt door een vakjury, bestaande uit Bor Beekman, Marina Blok, Martin Koolhoven, René Mioch, Lex Reitsma, Monique van Schendelen, Piet Schreuders, Paul Verstraeten. De jury beoordeelde niet alleen op artistieke criteria; de posters worden ook geacht communicatief en wervend te zijn.

De wisseltrofee van de Afficheprijs, beschikbaar gesteld door het EYE Film Instituut, dingt op 13 oktober zelf met zo’n 600 andere kunstprijzen mee naar Prijs de Prijs, de prijs voor de beste kunstprijs.

Read the rest of this entry →

29

09 2011

Sommige geportretteerden kwamen op de fiets

22 portretten hangen er in de Utrechtse Stadsschouwburg; van 22 met een Gouden Kalf bekroonde acteurs, actrices, regisseurs en producenten uit de roemruchte geschiedenis van het Nederlands Film Festival. Ze hebben allemaal dezelfde compositie; een man of vrouw aan een lege tafel tegen een zwart-blauwe achtergrond. Het legt nóg meer nadruk op de afwijkende, bepalende details.

Pieter Henket, een innemende, jeugdige verschijning, maakte de serie afgelopen zomer in vijf sessies in het Amsterdamse Lloyd Hotel. Sommige geportretteerden kwamen op de fiets; Robert de Hoog nam zijn vriendinnetje mee. “Dat is het grote verschil met Amerikaanse filmsterren”, meent Henket. “Nederlanders zijn veel normaler. Menselijker.”

Henket (Esch, 1979) vertrok in 1998 met een mavo-diploma op zak naar New York om drie maanden aan de Film Academie te studeren. Hij kwam nooit weerom; Henket liep stage op de set van Joel Schumachers Flawless, bezorgde pizza’s, werkte als model en begon met fotograferen. Via via kreeg hij een opdracht voor Esquire; zijn doorbraak kwam toen hij in 2008 een portret maakte voor het hoesje van van Lady Gaga’s The Fame. De foto zit nu in de collectie van het Metropolitan Museum in New York.

Drie jaar geleden werd Henket gevraagd portretten te maken van de filmmakers die te gast waren op het festival van Morelia International Film Festival in Mexico. Henket dacht zelf aan foto’s met veel props en rekwisieten, zijn vader adviseerde hem om het simpel te houden, om te focussen op “al die mooie koppen”. “Dat was een gouden tip. Het is iedere keer hetzelfde én iedere keer net iets anders.”

Henket fotografeerde onder anderen Alejandro González Iñárritu (Babel, Biutiful), Alfonso Cuarón (Y tu mamá también, Harry Potter and the risoner of Azkaban) en Arthur Penn, de regisseur van Bonnie and Clyde. Hij vroeg iedereen achter een tafel plaats te nemen en zich voor te stellen dat ze op een politiebureau waren en werden beschuldigd van een misdaad die ze niet hadden gedaan, zoals Harrison Ford in The Fugitive. “‘Wat probeer je te doen?’, vroeg Stephen Frears toen ik het hem uitlegde. Hij keek er heel moeilijk bij. ‘Maak je niet druk, ik heb al wat ik wil’, antwoordde ik. We waren binnen een paar tellen klaar.”

Of hij zijn foto’s voor het ‘Interrogation Project’ nu maakt in Paul Verhoevens garage in Los Angeles of in een hotel in Amsterdam, Henket gebruikt altijd eenzelfde roestvrijstalen Ikea-tafel: de Vika Hyrran, overal ter wereld te koop voor plusminus 80 euro.

Barry Atsma (“Ik kan niet poseren, ik moet acteren”) maakte zo veel stennis achter de tafel dat er mensen uit het restaurant – vier verdiepingen lager – kwamen informeren of alles in orde was. Halina Reijn ging zitten en begon zachtjes te grienen. Henket: “Ik wist niet wat ik meemaakte. Amerikaanse acteurs waren maar bezig met hoe ze op hun mooist op de foto kwamen.”

Pieter Henket: The Interrogation Project. T/m 30 september in de Stadschouwburg Utrecht.

28

09 2011

Zoek de 10 verschillen: meisjes met pistolen

Linksboven het affiche van Colombiana, over een bloedmooie huurmoordenares die terugkeert naar Colombia om wraak te nemen op de moordenaars van haar ouders. Middenboven de poster van de spionagethriller Salt, met Angelina Jolie als CIA-agente die ervan wordt beschuldigd dat ze de Amerikaanse president wil vermoorden. Rechtsboven een andere rip-off: de Amerikaanse thriller Juncture van Robert Gosnell, die de Nederlandse bioscopen nooit haalde…

26

09 2011

Ook de toekomst van de filmbladen is digitaal

“Leuk dat er telkens weer filmgekken zijn die het proberen, maar het klinkt op voorhand als moeilijk”, oordeelt Wally Cartigny, de laatste hoofdredacteur van het inmiddels ter ziele filmblad Skrien. “Ik zeg niet dat het niet kan, maar ik denk dat het heel moeilijk is. Eigenlijk wijzen alle tekenen erop dat het niet kan – en zeker niet op dit moment”, denkt Jan Doense, zakelijk leider van de Filmkrant. “Het is een businessmodel waaraan ik mijn vingers niet zou durven branden, maar het is wel een initiatief dat ik bewonder”, aldus Olivier Wegloop, creative director van Preview.

Sinds donderdag is in de App Store Filmtab te koop, het eerste digitale Nederlandse filmblad. Initiatiefnemer Filmjournalist Ruben van Eijl kan wel lachen om de sceptische reacties. “Ik word gedreven door mijn passie voor film. Een marktonderzoek heb ik niet gedaan, nee, dan was ik in één klap mijn hele budget kwijt geweest. Maar ik heb wel een eigen onderzoekje gedaan; en daaruit is me duidelijk geworden dat de belangstelling voor film, en met name de Nederlandse film enorm groeit.”

‘Who needs paper’, luidt de ludieke sneer op de voorpagina van Filmtab. Het magazine wordt niet gedrukt en Van Eijl hoeft ook geen kosten te maken om Filmtab in de boekhandels en op de schrappen van de supermarkt te krijgen. “Ik ben naar een grote tablet conventie geweest in Hilversum. Aan het einde van het jaar zijn er één miljoen tablets in Nederland, waarvan 800 duizend iPads. Als je de Vlaamse markt meetelt zijn er zelfs 1,2 miljoen iPads in het bezit van mensen met een bovengemiddelde interesse in visuele media. Ik vraag me af of de sceptici die cijfers kennen. De iPad is het snelst groeiende elektronicaproduct op aarde; de markt groeit sneller dan de dvd-spelermarkt in zijn hoogtijdagen. Volgens schattingen is er over twee jaar in ieder huishouden een tablet. Als ik nu eens een half procent bereik van die markt, word ik heel blij.”

Read the rest of this entry →

26

09 2011

Actie! – Piet Heinkade 27, 1019 BR Amsterdam, 22 juli 2011, 10.32 uur

Op wat de drukste dag van het jaar is voor de luchthaven Schiphol – er zullen meer dan 170.000 passagiers aankomen, vertrekken of overstappen – doet de Passengers Terminal in Amsterdam dienst als vertrekhal in de speelfilm All Stars 2: Old Stars. Aan de zuidelijke IJ-oever is het in de zomermaanden normaal gesproken een komen en gaan van cruiseschepen, op een bootloze vrijdag onderschrijft een even simpele als doelmatige ingreep van art director Harry Ammerlaan het multifunctionele karakter van het ontwerp van de Britse architect Larry Malcic. Met behulp van twee detectiepoortjes met lopende banden ernaast, afgescheiden door drie rijen paaltjes, is de terminal in een vertrekhal veranderd. “Grappig hè”, zegt Thomas Acda (Willem, de tobbende middenstander met het hart van goud), “hoe je met drie, vier attributen hebt wat je hebben wilt. Hier stond helemaal niets vanochtend. Die Ammerlaan is werkelijk een wonder.”

All Stars 2: Old Stars is zoals de titel al doet vermoeden een vervolg op Jean van de Velde’s All Stars uit 1997, over de wederwaardigheden van zeven vrienden die van kleins af aan samen voetballen bij Swift Boys. De film was al goed voor een gelijknamige spin-off op televisie (38 afleveringen, verdeeld over drie seizoenen) en een Vlaamse remake (Team Spirit), een Vlaamse vervolgfilm (Team Spirit 2) en twee Vlaamse televisieseries, allemaal geregisseerd door Jan Verheyen.

Voor alle duidelijkheid: All Stars 2 is géén remake van Team Spirit 2. Jean van de Velde schreef zelf het scenario voor het vervolg, waarin de zeven zichzelf trakteren op een ‘ouderwets trainingskamp’: een lang weekend naar Barcelona, waar ook een bezoek aan ‘El Clasico’ op het programma staat.

De douane lijkt echter een onneembare horde voor Johnny (Daniel Boissevain). De uitkeringstrekker met een autoriteitsprobleem heeft namelijk nog een enorm bedrag aan boetes openstaan. En Peter (Kasper van Kooten), die door een aantal geslaagde beleggingen op de beurs toch behoorlijk goed in de slappe was zit, wil ze niet voor hem betalen.

V.l.n.r.: Kasper van Kooten (op de rug gezien, met bruin-leren jasje), Peter Paul Muller, Thomas Acda, Raymi Sambo, regisseur Jean van de Velde en Richt Martens (regieassistent en scriptcontinuïteit). Foto Bob Bronshoff.

 

Van de Velde, met een zonnebril op zijn voorhoofd, wijst zijn acteurs proberenderwijs de juiste positie rond het detectiepoortje. “Onze jongens staan hier. Nee hier. Peter Paul hier. Thomas hier. Raymi hier.” “Een triootje”, zegt Peter Paul Muller gevat. Van de Velde laat zich niet van de wijs brengen. Hij wijst de plek de Antiliaan Paul Murphy, gespeeld door Raymi Sambo, langdurig wordt gefouilleerd door een blonde beveiliger – het is pure slapstick – en wijst waar Johnny zo’n beetje wordt afgevoerd. Muller (hij speelt de goaltjesdief annex womanizer Mark) heeft het plaatje. “Fucking hell, daar gaat Johnny!”, zegt hij vol overtuiging. “We gaan Johnny toch niet hier laten?! Hoho! Samen is niet alleen!”

Boissevain laat zich ondertussen buiten beeld interviewen door de lokale zender AT5.

De sfeer is sowieso jolig. “Een Congolese granaatscherf”, grapt Acda (hij sleept een koffiekan en een net met zeven voetballen met zich mee) als het detectiepoortje niet meer ophoudt met piepen. Een actrice die een beveiliger speelt staat tijdens Van de Velde’s uitleg te texten met haar mobieltje. “Dit is precies het beeld dat ik van de bewaking op Schiphol heb”, zegt Van Kooten. Achter hem staat een ellenlange rij figuranten verveeld te wachten tussen de paaltjes. Scène na scène. Take na take. Urenlang. Het lijkt Schiphol wel.

Scenario en regie: Jean van de Velde Camera: Jules van den Steenhoven Montage: Sander Vos Producent: Rolf Koot Uitvoerend producent: Esther van Leeuwen Art Director: Harry Ammerlaan Muziek: Fons Merkies Geluidmontage: Peter Flamman Omroep: VARA Distributie: Independent Films Te zien vanaf 13 oktober 2011.

25

09 2011

Gezien – bijtgrage haaien en blote meisjes

Alsof niet de ene na de andere surfer wordt doodgebeten en zwemmer wordt aangevreten, verschijnt deze week Shark Night in de Nederlands bioscopen. In plastisch 3D.

In Shark Night 3D vertrekt een groep vrienden voor een gezellig weekendje naar een huis op een prachtig eiland in de baai van Louisiana. De vakantie verandert al snel in een nachtmerrie voor de jonge feestgangers wanneer zij worden aangevallen door bloeddorstige, kwaadaardige haaien.

Dat klinkt bekend, en ook de poster hebben we eerder gezien.

Al op het affiche van Jaws, Steven Spielbergs iconische zomerblockbuster uit 1975, duikt de gigantische witte haai op onder een meisje dat naakt in zee zwemt.

Jaws werd een enorm succes, dus kwamen er talrijke vervolgen. En zoals die films variaties op een thema waren, werd ook voor de posters het geniale stramien van het origineel gekopieerd. Op het affiche van Jaws 2, uit 1978, duikt de witte haai op achter een meisje dat aan het waterskiën is; op dat van Jaws 3-D (1983) achter de filmtitel, die in perspectief is gezet zodat het niemand kan ontgaan dat de film in 3D is.

Ook goedkope inhakers als Up from the Depth, L’ultimo squalo en Piranha kregen posters die opzichtig verwijzen naar Jaws. Hetzelfde geldt voor de 3D-versie van Piranha, die vorig jaar met veel succes in de bioscopen te zien was. Op de Franse variant dobbert maar weer eens een meisje nietsvermoedend op een luchtbedje; onder haar lichten de bijtgrage tandjes van een school piranha’s op.

Origineel is het niet, effectief wel…

23

09 2011

Een Hollandse misdaadgolf

Het was nog net geen tsunami, maar als je eerder dit jaar de kranten, tijdschriften en websites mocht geloven zouden de Nederlandse bioscoop en televisie worden overspoeld door een Hollandse misdaadgolf.

De ontvoering van biermagnaat Alfred Heineken werd verfilmd, evenals de vooroorlogse geweldsuitbarstingen van de Bende van Oss. BNN werkte aan de misdaadreeks Van God los, de Publieke Omroep liet weten dat ‘misdaad’ het thema was van een nieuwe reeks Telefilms. Producent San Fu Maltha liet weten dat hij een misdaadfilm ging maken over de ontvoering van Toos van der Valk.

Dat klinkt inderdaad als veel, al helemaal wanneer je redeneert dat ‘iets’ oneindig veel meer is dan ‘niets’. En Nederland kent – ondanks het beleidsplan van het Filmfonds – nu eenmaal geen weelderig bloeiende filmcultuur waarin alle verschillende genres met zekere regelmaat aan bod komen. De diversiteit hier te lande wordt bepaald door bewezen succes: kinderfilms doen het goed, dus worden er meer kinderfilms gemaakt. Sinterklaasfilms doen het goed, dus worden er meer Sinterklaasfilms gemaakt. Saskia Noort-verfilmingen doen het goed, dus worden er meer Saskia Noort-verfilmingen gemaakt.

Maar misdaadfilms? De naar Francis Ford Coppola’s The Godfather Part II gemodelleerde filmposter van Maarten Treurniets De Heineken Ontvoering doet inderdaad een misdaadfilm vermoeden. De trailer belooft eerder een soort kruising tussen een ‘misdaadperiodefilm’ en een psychologisch drama. In André van Durens ‘historische misdaaddrama’ (in de persmap wordt de film dan weer een ‘modern misdaadepos’ genoemd) De Bende van Oss zijn de historische component en de misdaad volstrekt ondergeschikt aan het drama.

Aan het begin van de film verhaalt de vrouwelijke hoofdrolspeelster Johanna ‘de snol’ van Heesch (een Gouden Kalf-waardige rol van Sylvia Hoeks) in voice-over over de Bende van Oss. “Ze stelen van de rijken en geven aan de armen. Soms”, zegt ze. “Eigenlijk is het een zooitje ongeregeld.”

We leren over de maffia-achtige erecodes (“Wij verraaien elkaar nie”) en praktijken (“Er wordt hier niemand neergeschoten zonder mijn toestemming”) die er in Oss en omgeving gelden. In close up is te zien hoe een vinger wordt afgesneden om de verzekering op te lichten, en al snel wordt de wachtmeester van de gehate marechaussee – uit Den Haag naar Brabant gestuurd om orde op zaken te stellen – in koelen bloede geëxecuteerd. Maar dat is het wel zo’n beetje, wat betreft de misdaad.

Wat volgt is een film over een jonge, onontwikkelde vrouw die er alles aan doet haar geboortegrond en haar familie en milieu achter zich te laten. Logisch: Oss is een naargeestig gat met een fabriek die vieze, zwarte rook uitstoot, een corrupte dorpsagent, een fabrieksdirecteur die aan perverse seks doet en een pastoor die zich aan kleine jongetjes vergrijpt.

Als Johanna probeert haar goed lopende café in een restaurant te veranderen, is hoon haar deel. “Nog nooit buiten de deur gegeten, maar wel een restaurant beginnen”, schamperen haar bekrompen dorpsgenoten. De mooie jonge vrouw droomt ervan een restaurant te openen in Amerika; het beloofde land wordt gevisualiseerd met fotootjes van Jean ‘the Platinum Blonde’ Harlow (Als Johanna, zoals alle vrouwen die een ander leven willen, haar haardracht en -kleur heeft veranderd, lijkt ze als twee druppels water op haar.)

Natuurlijk, de wereld van de misdaad is geen toevallige setting; door de misdaad en de sociale structuur gebeurt er met Johanna wat er gebeurt. Maar De Bende van Oss is evenzeer een relatiedrama over een vrouw, twee à drie mannen en een pistool (meer is er niet nodig voor een film, weten we van Jean-Luc Godard) of een Brechtiaans drama (‘Erst kommt das Fressen, dann kommt die Moral’). Het is een beetje New Kids Turbo (de anarchistische provincie komt in opstand tegen het gezag uit het westen) en een beetje Zwartboek (een opportunistische vrouw alleen probeert in een vijandige omgeving het hoofd boven water te houden). Misschien had de film beter Johanna kunnen heten; het is, enigszins gechargeerd, een vrouwenfilm, geen mannenfilm.

In échte misdaadfilms zijn misdaad en recht thematisch in het verhaal vervlochten. The Godfather is een echte misdaadfilm, en Miike Takashi’s Ichi the Killer, Michael Manns Heat, Martin Scorsese’s Goodfellas, Mike Newells Donnie Brasco en Gomorrah van Matteo Garrone, om er maar een paar te noemen.

Veel zijn het er niet, maar in Nederland worden ook misdaadfilms gemaakt. Maurits Bingers Het geheim van de vuurtoren is er een uit de oude doos, net als Rififi in Amsterdam van Giovanni Korporaal. In Wim Verstappens Jan Willem van de Wetering-verfilming Grijpstra en De Gier zijn de twee Amsterdamse speurneuzen weliswaar in de weer met een moord, maar er wordt minstens zo veel tijd ingeruimd voor de relatieperikelen van de oververmoeide Grijpstra en de amoureuze escapades van zijn jonge collega De Gier. Wildschut van Bobby Eerhart is een harde misdaadfilm, Lek van Jean van de Velde is een duistere politiefilm over de IRT-affaire, met aanslagen op onderwereldfiguren, undercoveroperaties en informanten die de boel naaien. Bella Bettien van Hans Pos, over het leven van drugscrimineel Bettien Martens, en De Dominee van Gerrard Verhage, losjes gebaseerd op het gelijknamige boek van Bart Middelburg over de opkomst en ondergang van Klaas Bruinsma, zijn in de eerste plaats psychologische thrillers. Hetzelfde geldt door Van God los (over de gewelddadige acties van de Bende van Venlo) en TBS, beide geregisseerd door Pieter Kuijpers (en beide geschreven door Paul Jan Nelissen, die ook mede verantwoordelijk is voor het script van De Bende van Oss).

Dat De Bende van Oss in de grote misdaadgolf is terechtgekomen, is ook een beetje de schuld van de makers zelf; in de publiciteit is het accent direct op het geweld van de bende komen te liggen. Hoofdrolspeler Frank Lammers betoogde dat De Bende van Oss met afstand de “lompste” film was die in Nederland is gemaakt. De Vlaamse acteur Matthias Schoenaerts zou tijdens de opnamen bijkans de neus hebben afgesneden van Benja Bruijning. Marcel Musters sloopte een deur: “Een klein ongeluk dat gebeurt in de heftigheid van de scène”.

Ook regisseur Van Duren draagt ‘schuld’. Nadat er eind juni in Amsterdam een filiaal van Brinks geldtransportbedrijf was beroofd met veel, excessief geweld, mocht hij in de TROS Nieuwsshow opdraven als ervaringsdeskundige – hij maakte immers ook een film over een gewelddadige bende.

Van Duren veegde de vloer aan met de in alle kranten, journaals en actualiteitenprogramma’s aangehaalde vergelijking met Tony ‘Scarface’ Montana (een glansrol van Al Pacino) cum suis in Brian De Palma’s Scarface uit 1983. Hij had de film voor de gelegenheid opnieuw bekeken, en er was volgens Van Duren geen enkele overeenkomst tussen de Amerikaanse filmgangsters en hun navolgers uit de polder. De kapsels waren anders, de brillen waren anders, de kleding was anders. Scarface ging bovendien over cocaïne, dit was een geldtransport. Met Heat had de kraak ook niets van doen, meldde Van Duren met stelligheid.

Er was, aldus de filmmaker, sprake van ‘mythisering’ van het geweld en de bende, waardoor je vanzelf begrip moest krijgen voor het tekortschieten van de politie. Tot slot van het item mocht Van Duren nog even vertellen over zijn eigen film en over de misdaad in de jaren ’30. “In amper vijf jaar tijd zijn er 24 moorden gepleegd. 1100 Misdrijven met zwaar geweld en 300 brandstichtingen om de verzekering op te lichten. Dus in aard en omvang is de misdaad nooit zo groot geweest als in de jaren ’30 in Oss”, aldus Van Duren.

Geen woord over Johanna, die los probeert te komen van haar geboortegrond. De mythisering van het geweld en de Bende van Oss hebben haar verhaal naar de achtergrond verdrongen. En (onbedoeld) bijgedragen aan een ‘golf’ van Hollandse misdaadfilms.

21

09 2011

De Nederlandse film brak het afgelopen jaar records…

De Nederlandse film brak het afgelopen jaar records. De best bezochte Nederlandse film, Gooische vrouwen van Will Koopman, trok meer dan 1,5 miljoen bezoekers en leverde een recette op van bijna 11,5 miljoen euro. Het eerste kwartaal van 2011 zorgde de Nederlandse film voor een marktaandeel van meer dan 30 procent in de bioscooprecette. Het marktaandeel van de Nederlandse film lag vorig jaar rond de 16 procent.

Dat was mede de verdienste van New Kids Turbo van Steffen Haars en Flip van der Kuil, die ook in recordtijd één miljoen bezoekers trok en bovendien met succes in de Duitse bioscopen werd uitgebracht. Ook films als Sonny Boy en Loft scoorden goed.

Het aandeel van de artistieke film en de documentaire stak daar traditioneel schraal bij af; ook films als R U There van David Verbeek, gesitueerd in de hippe wereld van professionele gamers, en het eigenzinnige relatiedrama Brownian Movement van Nanouk Leopold moesten het doen met bescheiden bezoekersaantallen.

Terwijl Leopold en Verbeek inmiddels toch graag geziene gasten zijn in het internationale festivalcircuit. Verbeeks R U There was vorig jaar te zien in de sectie Un certain regard, een prestigieus onderdeel van het hoofdprogramma van het festival van Cannes; dit jaar keerde hij er terug om op uitnodiging van het Cinéfondation Atelier aan zijn nieuwste project Full Contact te werken. Leopolds Brownian Movement werd geselecteerd voor het festival van Toronto en het Forum van de Berlinale.

Voor dezelfde selectie was ook De Engel van Doel geselecteerd, de eerste lange documentaire van Tom Fassaert, die een speciale vermelding ontving van de oecumenische jury. Ook de korte animatiefilm Get Real! van Evert de Beijer, te zien op het kinderfilmfestival van Berlijn, kreeg een eervolle vermelding. De Duits-Nederlandse, grotendeels Frans gesproken coproductie Schlafkrankheit (IDTV Film), waarin de hoofdrol wordt gespeeld door Pierre Bokma, werd in Berlijn onderscheiden met de Zilveren Beer voor beste regie.

Code Blue van de Poolse Nederlandse Urszula Antoniak was opgenomen in de respectabele parallelsectie Quinzaine des Réalisateurs van het festival van Cannes – waar werd gehoopt op plek in de hoofdcompetitie. Ook The Other Side of Sleep van de Ierse Rebecca Daly, gecoproduceerd door de Amsterdamse productiemaatschappij Rinkel Film, haalde de Quinzaine.

Het festival van Venetië – het derde grote festival – opende met de documentaire Vivan las antipodas!, gecoproduceerd door Leontine Petit, Joost de Vries en Marleen Slot, en selecteerde tevens de Engels-Nederlandse (Submarine) coproductie Shock Head Soul met onder anderen Hugo Koolschijn, Annik Pfeifer, Jochum ten Haaf en Thom Hoffman voor het onderdeel Orizzonti. De coproductie Habibi van de Amerikaanse filmmaakster Susan Youssef was opgenomen in de parallelsectie Giornata degli autori.

Onder ons, het speelfilmdebuut van Marco van Geffen, werd uitverkoren voor de hoofdcompetitie van het festival van Locarno. En de documentaire Stand van de sterren van Leonard Retel Helmrich, eerder al de de grote winnaar van het IDFA, werd bekroond op het Sundance festival en het Zagrebdox Filmfestival.

Op het festival van Tribeca werd Carice van Houten uitgeroepen tot beste actrice voor haar vertolking van de Zuid-Afrikaanse schrijfster Ingrid Jonker in Paula van der Oests Black Butterflies. Dat Van Houten een fenomeen is binnen de Nederlandse filmwereld wordt onderschreven door haar rijk geïllustreerde biografie, waarin filmjournalist Ab Zagt onder anderen Paul Verhoeven, Halina Reijn en Martin Koolhoven de loftrompet op de actrice laat steken.

Koolhovens Oorlogswinter werd met redelijk succes uitgebracht in de Amerikaanse bioscopen. De film was aangekocht door de Amerikaanse distributeur Sony Pictures nadat hij in 2009 op de shortlist van de Oscarnominaties voor beste niet-Engelstalige productie was beland.

Het Nederlands Fonds voor de Film ging in de zomer van 2011 verder als Nederlands Filmfonds. De nieuwe naam en een eenduidig zwart-wit logo dienen de herkenbaarheid in binnen-, en buitenland te verbeteren. Het fonds introduceerde een nieuwe website en geactualiseerde, in aantal sterk teruggebrachte reglementen. Ook werd het mogelijk om digitaal aan te vragen.

De subsidie voor het succesvolle Rotterdam Media Fonds, dat de mediabedrijvigheid in de regio Rotterdam stimuleert, werd in 2011 gehalveerd; in 2012 krijgt het fonds helemaal geen geld meer van de stad Rotterdam.

Een aantal Nederlandse filmmakers en ondernemers lanceerde Cinecrowd, een online platform om fictiefilms en documentaires te financieren. Afhankelijk van de donatie krijgt de filmliefhebber een beloning – van een dvd van de film en toegangskaartjes tot een credit of een bezoek aan de set. De eerste lichting Cinecrowd-films gaat op het filmfestival in première.

Ook Claustrofobia, het speelfilmdebuut van Bobby Boermans, werd op een bijzondere manier gefinancierd en gedistribueerd: de thriller over orgaanroof is mede mogelijk gemaakt door de Maag Lever Darm Stichting en werd niet uitgebracht in de bioscoop, maar was gratis te zien op computer, iPad, of smartphone. Voor wie zich registeerde bij de Maag Lever Darm Stichting tenminste, anders kostte het 3,99 euro om de film te zien.

In 2011 werd ook de website ximon.nl gelanceerd, een initiatief van de Nederlandse Vereniging van Speelfilmproducenten, het EYE Film Instituut Nederland en het Nederlands Instituut voor Beeld en Geluid, waarop alle Nederlandse films waarvan nog een print bestaat tegen betaling beschikbaar worden.

De Stichting Digitalisering Nederlandse Cinema, opgericht door de Nederlandse Vereniging van Bioscoopexploitanten NVB, de Nederlandse Vereniging van Filmdistributeurs NVF en het EYE Filminstituut, is eind 2010 begonnen met de digitalisering van alle Nederlandse bioscopen en filmtheaters. Alles alles volgens plan verloopt krijgt de digitalisering de komende anderhalf jaar zijn beslag.

Acteur Antonie Kamerling maakte begin oktober 2010 een einde aan zijn leven. Hij was 44 jaar en liet een vrouw (actrice Isa Hoes) en twee kinderen na. Na zijn dood was Kamerling nog te zien in de serie Levenslied als depressieve muzikant en, kortstondig naast vriend en producent Reinout Oerlemans, in New Kids Turbo.

Ook Eddy van der Ende, cameraman voor filmmakers als Bert Haanstra (Glas, Fanfare), Fons Rademakers (Het mes, Mira), Jacques Tati (Traffic) en Adriaan Ditvoorst (Flanagan) overleed, net als Frans Afman. Afman was jarenlang hoofd van de entertainmentdivisie van de Credit Lyonnais Bank Nederland en speelde een belangrijke rol in de financiering van films als A Room with a View, Dances with Wolves, The Name of the Rose, Platoon, Terminator en Total Recall. Tussen 1996 en 2007 was Afman bestuursvoorzitter van het Nederlands Film Festival. Bij zijn vertrek als voorzitter werd hij geridderd in de orde van Oranje Nassau vanwege zijn grote verdiensten voor de Nederlandse filmwereld. Rozemyn Afman werkt aan een documentaire over haar flamboyante vader, en er is tevens een biografie in de maak.

Het was op politiek terrein dat het afgelopen jaar waarschijnlijk de allerbelangrijkste ontwikkelingen plaatsvonden. Een afwijkend advies van de Raad voor Cultuur, een landelijke protestmanifestatie (‘Schreeuw om Cultuur’), een protestmars van Rotterdam naar Den Haag (‘Mars der Beschaving’), een open brandbrief van de filmmakers Paul Verhoeven, Jean van de Velde, Urszula Antoniak, Alex van Warmerdam en Martin Koolhoven, én een enorme lobby konden niet voorkomen dat half juni 2011 de aangekondigde kortingen op cultuur door staatsecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap Halbe Zijlstra in vrijwel onveranderde vorm werden doorgevoerd.

Het betekent dat er vanaf 2013 200 miljoen euro minder beschikbaar is voor kunst, op een subsidiebedrag van nu nog 490 miljoen. De culturele wereld en de media spraken van een ‘kaalslag’. Zijlstra, uit naam van de coalitiepartners VVD en CDA en gedoogpartner PVV, hield het erop dat zijn maatregelen de sector op eigen benen leren staan en dus vooruit helpen.

Hoe precies, dat is niet helemaal duidelijk. Zo zegt de staatsecretaris het marktaandeel van de Nederlandse film (zestien procent) te willen behouden, maar verlaagt hij tegelijkertijd het budget voor film van 35 naar 28 miljoen euro. De structurele subsidie aan het film- en mediafestival voor de jeugd Cinekid en het Holland Animation Film Festival HAFF worden stopgezet. Vanaf 2013 moeten beide instellingen, die opereren op nichemarkten waarmee Nederland zich internationaal onderscheidt, aankloppen bij het Filmfonds, net als het Nederlands Instituut voor de Animatiefilm NIAF. De postacademische instellingen vallen in het nieuwe kunstenplan niet meer onder de basisinfrastructuur, wat betekent dat ook het Binger Filmlab op eigen benen verder moet.

Het sectorinstituut EYE, dat eind 2011 zijn deuren opent in een futuristisch pand in Amsterdam Noord, krijgt weliswaar minder geld dan waarop was gehoopt en moet zijn distributie-activiteiten beëindigen, maar behoudt zijn structurele subsidie van 6,5 miljoen euro. Het International Film Festival Rotterdam IFFR, het International Documentary Film Festival Amsterdam IDFA en – na een geslaagde lobby – het Nederlands Film Festval blijven ook in de zogenaamde basisinfrastructuur.

Het Nederlands Fonds voor de Film moet inleveren; het budget gaat terug van 35,5 naar 26,9 miljoen euro. Het filmfonds becijferde dat door de bezuinigingen het aantal Nederlandse speelfilms de komende jaren met de helft zal teruglopen, en pleit voor aanvullende maatregelen om filminvesteringen te faciliteren. Daarmee zouden de ambities van de staatssecretaris waargemaakt kunnen worden, het productievolume worden verstevigd, de internationale positie versterkt en het marktaandeel van de Nederlandse film kunnen worden behouden. Wordt ongetwijfeld vervolgd…

21

09 2011

“Carla was geweldig. Ze werkte heel goed mee”


“Midnight in Paris… Dat was het eerste wat ik had: de titel. De titel is fantastisch. Er zit romantiek in en spanning. Maar wat er om middernacht moest gebeuren, wie elkaar moesten ontmoeten en wat hun achtergrond is… dat wist ik niet.” Regisseur en scenarioschrijver Woody Allen (New York, 1935) kijkt de kring rond, in een luxe suite van een hotel in Cannes, waar Midnight in Paris eerder dit jaar in wereldpremière ging. Dan vervolgt hij: “Ik heb er voor mijn doen best lang mee geworsteld. Op een gegeven moment vroeg ik me af wat er zou gebeuren als iemand uit onze tijd de kans kreeg mee te gaan met iemand uit een andere tijd. Waar dat idee vandaan kwam? Al sla je me dood. Voor hetzelfde geld had ik iets heel anders bedacht, en had ik de filmtitel moeten veranderen.”

Na Londen (Match Point, You Will Meet a Tall Dark Stranger) en Barcelona (Vicky Cristina Barcelona) is Woody Allens nieuwste romantische komedie gesitueerd in Parijs. En hoe; de film begint als promotiecampagne van de Parijse afdeling citymarketing, met plaatjes van de Eiffeltoren, de Moulin Rouge, de Champs Elysees, de Arc de Triomphe en de Pont Neuf. “Toen ik in 1964 voor het eerst in Parijs was, kende ik de stad alleen uit films. Uit Vincente Minnelli’s An American in Paris, dat soort films.”

“Parijs was voor mij een romantische, beeldschone, bijna mythische stad, waar iedereen elkaar op straat kuste. Toen ik er daadwerkelijk kwam, was het ontegenzeglijk anders dan ik me had voorgesteld, maar het was zeker niet slecht. Het was geen grote teleurstelling; de parken, de restaurants, de straten… Ik dacht bij mezelf: dit is een van de fijnste plekken waar ik ooit ben geweest. Ik heb er spijt van dat ik toentertijd niet serieuzer heb overwogen om er een tijdlang te wonen. Dat ik Parijs nu heb gekozen als locatie, betekent niet dat ik iets wil zeggen over de échte stad. Mijn Parijs is een soort film-Parijs. Het is een subjectieve, niet realistisch blik. Zoals mijn versie van Manhattan ook niet echt bestaat.”

Read the rest of this entry →

15

09 2011

Gezien – tatoeages

Het thema van de ‘havenfotowedstrijd’ van Haven Amsterdam is dit jaar ‘levende haven’: “de haven is een gebied vol leven en energie”. De mooiste foto’s zijn nu te zien aan de oostkant van het Vondelpark, tussen de PC Hooftstraat en de Van Eeghenstraat, op groot formaat afgedrukt op canvas.

De mooiste foto’s staan niet op de poster van de foto-expositie; die wordt onder de aandacht gebracht met een getatoeëerde rug. De afbeelding – een fotocamera en een enorm schip, de woorden Mokum en fotowedstrijd – is gemaakt door Nederlands bekendste tattoo-artiest en kunstenaar Henk Schiffmacher.

Schiffmacher is verantwoordelijk voor de gehele ‘tatoeagecampagne’ van Haven Amsterdam; voor de tags voor de havenrondvaart, het havenfietsen, de havensafari, de havenquiz en het havenlied. Ook de fraaie poster waarop een van boven tot onder getatoeëerde Ellen ten Damme Amsterdammers oproept een nieuw havenlied te componeren is van zijn hand.

Hetzelfde trucje met een immense nep-tattoo paste Schiffmacher in 2007 ook al toe op een ‘toekomstig staatsportret’ van Willem-Alexander; de kroonprins in krap oranje zwembroek, met tatoeages van onder meer de namen van prinses Maxima en hun kroost, ziet eruit als een Japanse yakuza.

Tattoos en neptattoos worden vaker gebruikt in campagnes, zowel voor films (Eastern Promises van David Cronenberg, Cargo 200 van Alexei Balabanov), als series (Gangland) en toneelstukken (When the shis hits the fan van Young Gangsters / Het Huis van Bourgondië).

Maar zeelui, white trash en Hells Angels hebben niet het alleenrecht op tatoeages. Voor de SIRE-campagne ‘Kinderen in een scheiding’ werden ruggen, borsten en armen van kindertjes voorzien van bijtende, verwijtende zinnen als ‘Denk maar niet dat papa je nog wil zien’ en ‘Ik wou dat we nooit kinderen hadden gekregen’. De geportretteerde kinderen zijn getatoeëerd door de woorden van hun ouders, letterlijk. Wat je zegt in een scheiding kan een kind voor altijd tekenen, is de boodschap.