Archive for April, 2011

Schilderijen als een donkere hemel

Negen seconden. Dat is de tijd die mensen voor een kunstwerk uittrekken, zo bleek enige jaren geleden uit een onderzoek. Wie echt niet langer heeft, kan zich Maaike Schoorels expositie ‘zwart/wit dagboek’ in Galerie Diana Stigter beter besparen. Haar aardedonkere olieverfschilderijen hebben meer tijd nodig. Veel meer.

Kijken naar Schoorels doeken is vergelijkbaar met turen naar een donkere hemel. In eerste instantie zie je niets dan zwart, maar hoe langer je kijkt hoe meer sterren er oplichten. Of in Schoorels geval: hoe meer vage vlekjes en vegen zich openbaren.

Langzaam maar zeker nemen de vlekken en vlekjes subtiele vormen aan. De titels zijn daarbij een welkome steun in de rug. Op het doek De huwelijkstafel doemen dan veelkleurige glazen en flessen op en een ronde, gedekte tafel; een blauwige vlek wordt een arm wordt een mens. In het zwart wordt een paarsige zweem zichtbaar; het kleurenpalet blijkt bij nadere beschouwing verrassend groot. Even snel worden de herkenbare vormen weer abstract, als het oog wordt verleid door andere details die langzaam in het beeld naar voren komen: een corsage? Of toch een fonkeling in een glas?

Maaike Schoorel (Santpoort, 1973) studeerde aan de Rietveld Academie en aan het Royal College of Art in Londen, de stad waar ze nu woont en werkt. Naam maakte ze met grote schilderijen met bijna niks; sneeuwwitte schilderijen die misschien nog wel ijler, veeleisender en ‘trager’ zijn als haar nieuwe zwarte serie. In het wit lijken de spaarzame kleuren te verdwijnen, in het zwart komen ze juist beter naar voren, zo blijkt uit een vergelijkende studie van Stilleven met boeket in zwart en Stilleven met boeket in wit, die bij Diana Stigter keurig naast elkaar hangen.

De toegepaste techniek is in beide gevallen dezelfde: eerst brengt Schoorel een donkere, bijna zwarte (danwel lichte, bijna witte) onderlaag aan, vervolgens bouwt ze de afbeeldingen op uit dunne lagen olieverf, vaak meerdere lagen over elkaar, en worden hele stukken uitgeveegd of weggelaten. Ook gebruikt ze hars en was, waardoor prikkelende textuurverschillen optreden.

Als basis voor de afbeeldingen dienen zelfgemaakte, alledaagse en archetypische kiekjes, die zowel persoonlijk zijn als voor iedereen herkenbaar. Van een huwelijk, een bevriende kunstenaar en van haar vrienden op vakantie in het Franse Pradin. Van een meditatieruimte met een skelet en een vaas bloemen, en van zichzelf, genomen met een zelfontspanner in haar ouderlijk huis, waarbij de hond nieuwsgierig in de lens kijkt. Op het schilderij valt de hond direct op; Schoorels gezicht is bijna onzichtbaar.

Schoorels precieze manier van werken zorgt ervoor dat je manier van kijken verandert; je oog valt bij de schilderijen op andere dingen dan bij de foto’s. Door de leegte zie je niet alleen andere dingen, je legt ook andere verbanden en onthoudt andere, vaak vreemde, verrassende details.

Los van dit interessante conceptuele vertrekpunt zijn de ‘uit elkaar gevallen’ schilderijen ook nog eens hemeltergend mooi. Als je de tijd neemt om het te zien, ten minste.

zwart/wit dagboek van Maaike Schoorel. T/m 14 mei in Galerie Diana Stigter, Elandsstraat 90 Amsterdam.

21

04 2011

Gezien – A’DAM – E.V.A.

Zondag is de achtste en laatste aflevering van A’DAM – E.V.A. (Amsterdam en vele anderen), het prestigieuze, alom bejubelde én goed bekeken dramaproject van NTR, VARA en VPRO. De fijne mozaïekvertelling, waarin tientallen verhalen kriskras met elkaar verbonden zijn, werd onder de aandacht gebracht met posters, waarop de hoofden van de hoofdrolspelers Adam (Teun Luijkx) en Eva (Eva van de Wijdeven) zijn samengesteld uit honderden portretjes van ‘gewone’ Amsterdammers.

Die fotootjes zijn verzameld tijdens de teasercampagne, waarin potentiële fans werd gevraagd of hun profielfoto mocht worden gebruikt. Ontwerpbureau Overburen maakte vervolgens met een speciaal programma het mozaïek. Het is een goede vondst: net als de serie laten de poster zien op hoeveel zichtbare en onzichtbare manieren we met elkaar verbonden zijn. Het werkte bovendien: er waren al meer dan 2.500 ‘Facebook likes’ voordat de serie was begonnen.

Eind jaren negentig, computers waren nog een stuk minder snel en krachtig dan nu, werd de mozaïektechniek gepatenteerd door de Amerikaan Robert Silvers, die de kunst tijdens zijn studie aan de technische universiteit MIT had ontwikkeld. Zijn fotomozaïeken van onder anderen John F. Kennedy en Marilyn Monroe haalden de covers van bladen als Time en Life. Voor Het Parool maakte hij een fraai portret van Beatrix, samengesteld uit 1080 ‘nationale bouwstenen’, waaronder Johan Cruyff, Ellen van Langen, Richard Krajicek, de ministers Sorgdrager, Van Mierlo en Kok, de Elfstedentocht en Sinterklaas, Frits Philips en Rob Scholte, Ronald de Boer en Ed van Thijn, Hollandse gevels, bewolkte hemels en bloeiende bollenvelden. Dezelfde techniek paste hij toe op de filmposter van The Truman Show (Peter Weir, 1998): het hoofd van Truman Burbank (Jim Carrey) is opgebouwd uit honderden fotootjes uit zijn door scriptdoctors verzonnen leven.

Silvers laat zich nog steeds voor veel geld inhuren, maar op internet zijn intussen ook veel programma’s te vinden (de posters van Artsen zonder vakantie en het Amsterdammertje, bijvoorbeeld, zijn gemaakt met de software van My Moza) waarmee je zelf je eigen mozaïek kunt maken. Gratis en voor niets.

20

04 2011

Verleidelijk zachte beren

© Jill Greenberg Courtesy of ClampArt New York

Ze lijken echt te poseren: ze lachen in de camera, kijken superieur, cool, boos of stoer. Er is er een die verlegen zijn blik afwendt, een ander knipoogt, en weer een ander tikt met zijn poot tegen zijn oor: At your service!

Het zijn dan ook geen gewone beren die Jill Greenberg portretteerde; het zijn grizzlies, zwarte beren en ijsberen die met enige regelmaat worden ingehuurd door de filmstudio’s in Hollywood. De zwarte beer Bonkers was te zien in Brokeback Mountain en The Sopranos, de bruine Kodiakbeer Ali Oop ‘speelde’ onder meer in Dr. Doolittle 2 en in Grizzly Adams – Treasure of the Bear. De ijsbeer Agee draafde op in een video van The Tragically Hip, het schattige bruine beertje Amos schoof aan in The Tonight Show with Jay Leno.

Greenberg, een Canadese die op jonge leeftijd naar de Verenigde Staten verhuisde, reisde met een provisorische studio naar Vancouver en Calgary om de beesten van dichtbij te fotograferen. Voor alle zekerheid lagen ze wel aan de ketting; ze mogen dan zijn afgericht en sommige mogen een hoge aaibaarheidsfactor hebben, het blijven natuurlijk wel beren.

Die kettingen werkte ze zorgvuldig weg; met behulp van het computerprogramma Photoshop liet Greenberg de vachten nog een beetje extra glimmen, de ogen iets feller twinkelen, en bracht ze een ‘glow’ aan in de blauwgrijze achtergronden. ‘De manipulator’ luidt Greenbergs bijnaam dan ook.

Die positief bedoelde bijnaam verdiende ze al eerder, met even gelikte foto’s van apen en mensapen, met soortgelijke, iets controversiëlere foto’s van huilende kindertjes (onder wie haar eigen dochtertje), en met haar gestileerde, glanzende portretten van sterren als Arnold Schwarzenegger, Will Smith, Christina Aguilera en Beyonce, voor bladen als Wired, Time, Newsweek, Vanity Fair en Rolling Stone.

Greenbergs beren zijn nu op groot en nog groter formaat te zien in Jaski Art Gallery. Voor het eerst in Europa, meldt de galerie trots. Ze zijn ook buiten de eigen landsgrenzen een succes; op de opening werden de eerste series al verkocht. Dat valt goed te begrijpen: door Greenbergs manipulatieve lens zijn de woeste beesten niet alleen verleidelijk zacht, het zijn ‘personalities’ met een sprekend karakter en echte emoties.

Ursine van Jill Greenberg. T/m 24 april in Jaski Art Gallery, Nieuwe Spiegelstraat 29 Amsterdam.

19

04 2011

Actie! – Grasweg 48-50 Amsterdam, 10 maart, 11.14 uur

“De Rietveld is natuurlijk een beetje een armlastige organisatie, al helemaal in vergelijking met de Filmacademie. Vijf jaar kan er bijna niets, maar gedurende deze tien dagen kan en mag alles. Wil iemand een olifant op de set, dan regelen we dat. Een prijswinnend springpaard? Vijftig schapen? Geen probleem. Er heerst hier een beetje een rock ‘n’ roll-sfeertje.”

In de Schram Studio’s in Amsterdam-Noord organiseert docent VAV Martin Grootenboer (“al een jaar of 23″) een workshop voor de derde- en vierdejaarsstudenten van de Gerrit Rietveld Academie. Iedereen met een goed plan kan er terecht. Er is goede apparatuur beschikbaar, van camera’s en windmachines tot green-screens en cranes, en er lopen vakmensen rond om te assisteren. “Twee jaar geleden is Peter Greenaway twee dagen langs geweest. Thom Hoffman komt weleens helpen, net als Rutger Hauer. Ik ben ook bezig geweest met Quentin Tarantino. Ja, hij kent de Rietveld. Sterker: hij was heel enthousiast. Maar na verloop van tijd bleek dat ik het over 2011 had en hij over 2013…”

De meeste eindexamenproducties worden, in ieder geval voor een deel, gerealiseerd tijdens de workshop, aldus Grootenboer, die al doceerde toen de afdeling Voorheen Audiovisueel nog gewoon Audiovisueel heette en eigenzinnige, veel geprezen regisseurs voorbij zag komen als Marc de Cloe, Elsbeth Dijkstra en Brat Ljatifi en Fow Pyng Hu.

Of Lichting 2011 even veel potten gaat breken valt nog moeilijk te zeggen. Aan hun ijver zal het niet liggen. In een hoek van de enorme studio is de Japanse Toshi al anderhalve dag bezig te schuren en te plamuren om de naden van een roze muurtje weg te werken. Grootenboer heeft haar al een paar keer geprobeerd duidelijk te maken dat je er niets van gaat zien op film, toch schuurt ze onverstoorbaar door.

In een andere hoek zit de Noorse Isilin al drie dagen een engelenkostuum in elkaar te naaien, veertje voor veertje, met engelengeduld. In weer een ander deel van de studio is Angelo bezig een typische Amsterdamse woonkamer in te richten. Zijn vader, die de hoofdrol zal spelen in zijn filmpje, loopt ook al rond, terwijl de opnames pas voor het einde van de dag gepland staan.

Vandaag is de vloer eerst voor Joris Rosenhart, die een filmpje opneemt over Frederick Ashworth, de ‘weaponeer’ van de B-29 die op 9 augustus 1945 de tweede atoombom op Nagasaki liet vallen. In film noir-stijl. Rosenhart ziet het vooral als een oefening. “Ik wil experimenteren met de belichting. En kijken hoe de communicatie met de cameraman en de geluidsman verloopt. En met Arthur natuurlijk, die de hoofdrol speelt.”

Arthur is Arthur Remmig, in het dagelijks leven schilder, maar ook in te huren als model en acteur. Terwijl Remmig zich in zijn uniform hijst, wordt de rookmachine uitgeprobeerd. Tessel, die een dag eerder een kunstig filmpje heeft opgenomen met drie blote meisjes in een bad op een draaischijf, komt vragen of Rosenhart een strijkbout heeft meegenomen. Ze wil de gehuurde broek nog even strijken.

Remmig zet zijn pet op, neemt plaats op een jerrycan die midden op de betonnen vloer is geplaatst en steekt een sigaret op. De rookmachine draait. Van de zijkant valt prachtig licht op Remmigs gezicht. Het is het moment na het droppen van de bom; de weaponeer is een moment afgezonderd in de hangar en denkt na over de impact die de atoombom zal hebben op de oorlog, over de hoeveelheid doden, het land zelf. Dan neemt hij een ferme trek van zijn sigaret en asemt een grote rookwolk uit, die de vorm aanneemt van een paddenstoel en dan weer vervaagt…

De ene na de andere Lucky Strike wordt opgestoken, er wordt geschoven met lampen en zwarte schermen. Na een uur of drie is Rosenhart tevreden. Grootenboer: “Beeldend kunstenaar is een heel individueel beroep. Hier leren ze dat het ook anders kan; film lukt niet in je eentje.”

De afstudeerproducties van de afdeling VAV zijn te zien tijdens de Eindexamententoonstelling op de Gerrit Rietveld Academie van 6 t/m 10 juli.

Deze rubriek verschijnt maandelijks in De Filmkrant. Zie ook www.bobbronshoff.nl

17

04 2011

Onder de pastelkleurige oppervlakte worden grote thema’s aangeroerd

Een man en een vrouw kijken hoe de zon in de zee zakt. Onbeweeglijk. ‘Als je echt van me houdt, laten we dan een eed afleggen’, zegt een vrouwenstem. ‘Samen, hier en nu. Okee?’ ‘Okee!’, antwoordt een iets zwaardere vrouwenstem. Dan verandert het romantische plaatje in een brij van grijze stippen, de camera pant naar rechts, en er verschijnt een jonge vrouw in beeld, die staand voor de televisie de stemmen inspreekt, eerst van de vrouw, dan van de man – een paar tonen lager. ‘Okee, zeg me maar na: ik zal iedere dag leven alsof het de laatste is.’

Zo begint Me and You and Everyone We Know, het met de Speciale Juryprijs van Sundance en de Caméra d’or van het festival van Cannes bekroonde speelfilmdebuut van Miranda July. De multimediakunstenares, die het scenario schreef met behulp van een programma van internet, speelt zelf de hoofdrol: de conceptueel kunstenares Christine. Zij probeert haar werk in een galerie te krijgen, maar mag haar tape niet persoonlijk aan de conservatrice overhandigen – zelfs niet als ze bij toeval naast haar in de lift komt te staan. Ze moet hem maar opsturen, anders is de kans groot dat hij kwijt raakt. ‘Ik ben er zo dichtbij’, stamelt ze.

Het geluk lijkt voor het oprapen te liggen in Me and You and Everyone We Know, maar álle personages grijpen consequent mis. Jong en oud, man en vrouw, wit en zwart, iedereen worstelt met de wereld om zich heen en met zichzelf. Maar July brengt het manmoedige gepruttel met mededogen. Zelfs voor een goudvis in een plastic zakje, die bij het instappen per ongeluk op het dak van een auto is blijven staan, wordt een schietgebedje uitgesproken.

Het maakt Me and You and Everyone We Know tot een fragmentarisch, blijmoedig en melancholisch sprookje, waarin onder de pastelkleurige oppervlakte grote thema’s worden aangeroerd. Wie verder kijkt dan Christine’s zalmroze schoenen en de lichtbruine handdoekenset die door een meisje uit de buurt wordt gekoesterd, ziet een film over het moderne leven, over eenzaamheid, (mis)communicatie, en de kracht om door te gaan.

Me and You and Everyone We Know van Miranda July. Zaterdag 16 april, 0.20 uur, Nederland 2.

16

04 2011

De Gouden Palm-competitie belooft heel wat

De Gouden Palm-competitie, de meest prestigieuze competitie van het festival van Cannes, bevat nieuwe producties van erkende meesters als Pedro Almodóvar, Nuri Bilge Ceylan, Aki Kaurismäki, Naomi Kawase en Paolo Sorrentino. Directeur Thierry Frémaux had de keuze uit 1715 ingezonden films. Hij selecteerde er 49 voor het hoofdprogramma (Gouden Palm-competitie, Un certain regard en buiten competitie vertoonde films), afkomstig uit 33 landen. Daarbij zijn geen Nederlandse films; stiekem werd gehoopt dat Urszula Antoniaks Code Blue de eerste Nederlandse competitiefilm zou worden sinds Jos Stellings Mariken van Nieuwmeghen in 1975.

De Gouden Palm-competitie van de 64 editie lijkt uitzonderlijk sterk bezet, met werk van eerdere winnaars als Jean-Pierre en Luc Dardenne, Nanni Moretti en Lars von Trier. De jury onder leiding van de Amerikaanse acteur Robert de Niro krijgt ook het duizelingwekkend mooie, reeds vele malen aangekondigde The Tree of Life van de Amerikaanse kluizenaar-regisseur Terrence Malick voorgeschoteld. De lijst van negentien telt voorts drie Franse producties en twee debuten: Michael van de Oostenrijkse acteur en casting director Markus Schleinzer en het erotische sprookje Sleeping Beauty van de Australische schrijfster Julia Leigh. Zij is een van de vier vrouwen met een film in competitie – een record.

Un certain regard, de tweede competitie voor (nóg) kunstzinnigere producties, heeft op papier eveneens een sterk deelnemersveld, met werk van habitués als Gus Van Sant, Bruno Dumont, Kim Ki-duk en Hong Sangsoo.

Zoals te doen gebruikelijk is er naast het Europese en Aziatische arthouse-geweld tevens plek ingeruimd voor een aantal grote Hollywoodproducties, die er mede voor moeten zorgen dat er sterren naar Zuid-Frankrijk komen. Opvallende titels zijn Pirates of the Caribbean: On Stranger Tides, met Johnny Depp voor de vierde keer als de incapabele piraat Jack Sparrow, en Jodie Fosters The Beaver, met Mel Gibson als zakenman die zijn depressie te boven komt als hij gaat communiceren via een bij het grof vuil gevonden bever-handpop.

Het festival gaat 11 mei van start met de wereldpremière van Woody Allens Midnight in Paris, een romantische komedie met onder anderen Marion Cotillard, Owen Wilson, Kathy Bates en de Franse presidentsvrouw Carla Bruni-Sarkozy. Cannes-directeur Frémaux hoop ook president Nicolas Sarkozy op de rode loper te mogen verwelkomen.

Sarkozy is hoe dan ook te zien in Cannes, in La Conquête (‘de verovering’) van de Franse regisseur Xavier Durringer. Daar schijnt hij dan weer niet zo blij mee te moeten zijn: de film toont de race om het presidentschap, boordevol vuile trucs en conflicten achter de schermen.

14

04 2011

Zoek de 10 verschillen

“Bijna iedere poster van een romantische komedie is op de een of andere manier terug te voeren op Pretty Woman“, betoogde ik dinsdag op de VU, in het kader van de cursus Beeldcultuur, waarin de verschillende parateksten van film aan de orde kwamen, zoals trailers, credits, websites, extra’s op dvds, filmstills en natuurlijk ook filmposters. Vandaag vond ik weer een treffend voorbeeld: Love, Wedding, Marriage.

14

04 2011

De dictator kan niet volleyballen

Autobiografia lui Nicolae Ceausescu (‘de autobiografie van Nicolae Ceausescu’) begint met de bekende, grofkorrelige en schokschouderende beelden van Nicolae Ceausescu en zijn vrouw Elena van vlak voor hun executie. Daarna maakt de film een sprong terug in de tijd, en zien we de jonge kameraad Ceausescu beloven dat hij alles zal doen voor het geluk van het volk.

Wat volgt is schitterend archiefmateriaal van staatsbezoeken, partijcongressen, bezoeken aan overvolle winkels. Gaandeweg – het ingetogen, radicale meesterwerk duurt ruim drie uur – worden de manifestaties steeds megalomaner; er wordt gezongen en geklapt voor Ceausescu; zijn naam wordt door duizenden gescandeerd tijdens eindeloze, perfect uitgevoerde parades.

Op prachtige kleurenbeelden doet Ceausescu mee aan een volleybalwedstrijd. Hij staat aan het net en trekt het met zijn ene hand telkens een stukje naar beneden terwijl hij met zijn andere hand zo goed en zo kwaad als het gaat de bal er overheen probeert te werken. Niet een keer, maar de hele tijd. En niemand durft er wat van te zeggen.

Commentaar ontbreekt, net als muziek en de meest basale informatie (wie, wat, waar, wanneer). De kijker moet van de Roemeen Andrei Ujica (Out of the Present, 1995) zelf maar uitmaken op welk moment Ceausescu het contact met de realiteit definitief verloren is; wanneer de idealist in een monster is veranderd.

Autobiografia lui Nicolae Ceausescu van Andrei Ujica draait vanaf vandaag in de Nederlandse bioscopen.

14

04 2011

Dochter zet verveelde vader aan het denken

In Somewhere speelt Stephen Dorff (Blade, Public Enemies) de losbandige Hollywood-ster Johnny Marco, die zijn dagen slijt in het luxueuze Chateau Marmont Hotel in Hollywood. Hij zuipt, slikt scheepsladingen medicijnen en beleeft er vluchtige avontuurtjes met wildvreemde vrouwen, maar veel plezier lijkt hij er niet aan te beleven. Dan parkeert zijn ex-vrouw hun elfjarige dochter, Cleo (Elle Fanning) bij hem voor de deur. Als hij haar meeneemt op een promotietournee naar Milaan, vallen hem de schellen langzaam van de ogen, en wordt hij zich eindelijk bewust van de leegte van zijn leven.

Regisseur Sofia Coppola (The Virgin Suicides, Lost in Translation, Marie-Antoinette) maakt de verveling en doelloosheid invoelbaar met lange shots waarin Johnny verveeld naar paaldanseressen ligt te kijken of rondjes rijdt in zijn peperdure Ferrari. De goed gekozen muziek – haar andere handelsmerk – is van Foo Fighters, The Strokes, KISS, The Police en van Phoenix, de band van Coppola’s echtgenoot Thomas Mars. Op het afgelopen filmfestival van Venetië won Coppola in het najaar van 2010 de Gouden Leeuw. Ze was de eerste Amerikaanse vrouw die de prestigieuze onderscheiding won.

14

04 2011

Wim Claessen schildert de realiteit met een twist

Als je er met je neus bovenop staat, zijn de lijnen verbazingwekkend recht en strak; een beetje zoals een kind ze met een in zijn vuist geklemd potlood in het papier kan drukken. Maar als je een paar passen achteruit zet, worden de zwarte randen rafelig en doemt een oer-Hollands polderlandschap op dat monotoon én moszacht is. Een grijze rivier met een donkergrijs weggetje erlangs. De sloten er haaks op delen de egale, vaalgroene grasvelden aan weerskanten in min of meer gelijke stukken. Er is geen koe, boer of tractor te bekennen; de stilte is haast voelbaar.

Silent Landscapes heet Wim Claessens expositie in Galerie Roger Katwijk, een titel die de lading dekt. Met even trefzekere als verholen acrylverfstreken creëert de Limburgse schilder kale landschappen en zeegezichten die de hersenen direct in beweging zetten. Half verscholen achter zwarte takken, een grijs-betonnen flat. Er moet iemand wonen, maar we zien geen mens. Een ander doek toont een strandwachtershuisje zonder strandwacht, aan een kalme zee zonder badgasten.

Claessen – gevormd aan de Stadsacademie voor Toegepaste Kunst en de Jan van Eyck Academie, beide in Maastricht – schildert veelal van foto’s, deels zelf gemaakt, deels afkomstig uit tijdschriften. Maar het gaat hem niet om een zo natuurgetrouw mogelijke weergave van de werkelijkheid; de realiteit krijgt een twist, iets magisch of melancholisch. Claessens schilderijen zijn gesitueerd in het schemergebied tussen droom en werkelijkheid.

Een roeiboot met twee mannen (Of jongens? Zijn het eigenlijk wel mannen?). De een zit aan de peddels, de ander staat naast hem. Stokstijf, zo valt op te maken uit hun weerspiegelingen, het grauwgrijze water beweegt nauwelijks. De staande figuur heft zijn linker hand, alsof hij iets weg gooit of wil aanwijzen. Het kan ook zijn dat hij liefdevol het voorhoofd van de ander aanraakt. Het is nauwelijks te zien; de contouren gaan – bewust – naadloos in elkaar over.

Misschien nog wel mysterieuzer en suggestiever zijn Claessens sneeuwlandschappen, opgebouwd uit weinig meer dan wit en zwarte contouren van bergen en grote sparren. In een van die landschappen wandelen twee mensen (Kinderen? Een moeder met haar zoon?) welgemoed richting een blokhut. Uit een raam schijnt zachtgeel licht. Hebben de achterblijvers het eten al op tafel staan? Hebben de wandelaars het licht aangelaten om niet in een aardedonker huis te hoeven terugkeren? Of zijn ze misschien verdwaald, en lopen ze hun ondergang tegemoet?

De leegte, het afgemeten kleurgebruik en het gefilterde licht zorgen voor wrijving; voor een vervreemdende, bijna mystieke sfeer, die de kijker als vanzelf doet wegdromen. Het cliché klopt: minder is meer.

Silent Landscapes van Wim Claessen. T/m 29 april in Galerie Roger Katwijk, Lange Leidsedwarsstraat 198-200 Amsterdam.

(Dit stuk is eerder verschenen in Het Parool)

13

04 2011