Archive for February, 2011

Voor vrouwen verboden

Terwijl duizenden supporters zich opmaken voor een beslissende wedstrijd van het Iraanse nationale voetbalelftal, zoekt een vader naar zijn dochter. Zij is op weg naar het stadion. Vermomd als man, welteverstaan. In Iran zijn stadions voor vrouwen namelijk verboden terrein.

De Iranse regisseur Jafar Panahi vond de inspiratie voor Offside in de wrange realiteit: bij een interland tussen Iran en Japan kwamen ooit zeven toeschouwers om, maar de autoriteiten publiceerden de foto’s van slechts zes overledenen. Het zevende slachtoffer zou een meisje zijn geweest dat de wedstrijd vermomd als man had bijgewoond.

Het uitgangspunt mag dan een maatschappij met ernstige beperkingen zijn, Panahi verwerkte het tot een lichtvoetige film, soms zelfs tot pure slapstick. Een vrouwelijke voetbalsupporter heeft een zonnebril opgezet en zich vastgeklampt aan een blinde man om het stadion maar binnen te komen. Een ander heeft zich in een soldatenkloffie gehesen.

Wie niet langs de bewakers komt, wordt op de bovenste ring van het Azadi Stadion vastgezet in een geïmproviseerde kooi: drie dranghekken tegen een blinde muur. Daar moeten de meiden het doen met het commentaar van een soldaat. Hij laat een corner nemen door een speler die niet eens bij de selectie zit. ‘Je weet toch dat mannen en vrouwen verschillen’, zegt een sergeant van het platteland op verwijtende toon tegen een voetbalgek meisje uit Teheran. ‘Maar Japanse vrouwen mogen wel naar het stadion’, werpt zij tegen. ‘Een Iraanse vrouw gaat niet naast onbekende mannen zitten’, antwoordt hij. ‘In de bioscoop anders wel’, riposteert het meisje.

In The Circle liet regisseur Jafar Panahi al zien hoe vrouwen in de strenge, Iraanse mannenwereld beperkt worden door ontelbare regels. In Offside maakt hij nogmaals duidelijk hoe absurd die regels zijn. In de film laten de meisjes zich niet buitenspel zetten: op een zwoele avond in mei 2005 op het Sarvplein in Teheran, waar toeterende auto’s voor een oorverdovend lawaai zorgen, vieren zij de plaatsing voor het wereldkampioenschap samen met de hossende mannen.

De realiteit is anders; onder het bewind van de de aartsconservatieve president Mahmoud Ahmadinejad is de situatie nog veel slechter geworden. Voor (voetbalgekke) vrouwen. En ook voor Jafar Panahi zelf, die een gevangenisstraf uitzit van zes jaar en daarna gedurende twintig jaar geen films mag maken of scripts schrijven, het land niet mag verlaten en geen woord meer mag wisselen met de media, omdat hij volgens de Iraanse regering een film aan het maken was zonder officiële goedkeuring van de machthebbers.

Offside van Jafar Panahi, Nederland 2, 23.35 uur.

27

02 2011

Houtsnedes van boosters en scootmobielen

Rechtop in je eigen / electrische stoel / geruisloos en pijlsnel / over het voetpad richting de hangplek, / het bushokje. / Naar buiten, lekker / vrij!

Kunstenaar Piet Lont liet zich inspireren door de boosters en scootmobielen, of hoe  de elektrische driewielertjes ook mogen heten die hij dag in dag uit in groten getale ziet als hij de deur uitstapt van zijn atelier aan de Balistraat. Het resultaat is een fraai, bibliofiel boek met dertien houtsneden. Gemaakt volgens een simpel concept: op de linkerpagina’s staan een of twee letters die samen het woord “boosterclub” vormen, in verschillende biljetlettertypes in verschillende kleuren. Op de rechterpagina’s staan de houtsneden van de scootmobielers, in zwart-wit. Invalide vrouwen met hoofddoekjes, mindervalide mannen met hoeden, ouden van dagen met petjes. Boodschappen in het bakje, een plastic zak aan het stuur.

Rechtop in je eigen / electrische stoel / geruisloos en pijlsnel / over het voetpad richting de hangplek, / het bushokje. / Naar buiten, lekker / vrij!

Kunstenaar Piet Lont liet zich inspireren door de boosters en scootmobielen, of hoe  de elektrische driewielertjes ook mogen heten die hij dag in dag uit in groten getale ziet als hij de deur uitstapt van zijn atelier aan de Balistraat. Het resultaat is een fraai, bibliofiel boek met dertien houtsneden. Gemaakt volgens een simpel concept: op de linkerpagina’s staan een of twee letters die van voor naar achter tezamen het woord “boosterclub” vormen, in verschillende biljetlettertypes in verschillende kleuren. Op de rechterpagina’s staan de houtsneden van de scootmobielers, in zwart-wit. Invalide vrouwen met hoofddoekjes, mindervalide mannen met hoeden, ouden van dagen met petjes. Boodschappen in het bakje, een plastic zak aan het stuur.

Het boek is gedrukt op mooi, dik papier, in een oplage van slechts 60. Ze zijn met de hand genummerd en gesigneerd, zoals alle boekjes van Piet Lont.

Lont (Wieringen, 1947) studeerde aan de Rijksacademie in Amsterdam en de Academie voor Schoone Kunsten te Antwerpen. Hij maakt olieverfschilderijen, pastels, glas in lood ramen en houtsneden. En hij heeft een kleine boekdrukkerij waar hij zijn bibliofiele boeken drukt.

Het zijn stuk voor stuk schitterende werkjes, over onderwerpen die Lont na aan het hart gaan: het café om de hoek, waar hij vaak op bierviltjes zit te schetsen, vissen (zijn vader was visser) en oude munten (Lont heeft een muntenverzameling). Lont maakte een boekje met naakten en een prentenboek, speciaal voor zijn kleindochter. Een enkele keer maakt hij een boekje in opdracht, voor een orthodontist in de buurt bijvoorbeeld, maar dat wijkt in niets af van zijn vrije werk. Van een dichtbundeltjes maakte hij er slechts 2 (één voor de dichter en één voor hem zelf); de hoogste oplage van zijn werk is 80. Een herdruk maakt hij nooit, Lont verzint liever weer iets nieuws.

Zijn buurtje vormde ook de inspiratie voor Indische buurt, een boek met 23 houtsneden van panden, bomen en straten. Ook die zijn rijk aan details; een tweede, wisselende kleur geeft de illustraties nóg meer diepte.

Op de linkerpagina’s staan plaatsbepalingen, korte omschrijvingen (“huizen met muurankers”) of toelichtingen, zoals de naam van de architect, het bouwjaar of de bestemmingen die een gebouw heeft gehad. Bij Café Gijs de Rooy in de Javastraat staat: “zingen bij Gijs op vrijdag”. De teksten staan dwars, wat goed is gevonden; daardoor gaat alle aandacht eerst en voor alles naar de afbeeldingen.

Slechts 80 exemplaren liet Lont drukken door Alex Barbaix, die voordat hij met pensioen ging de drukkerij op de Rietveldacademie bestierde. Achterin zette hij een opdracht: geef het boek iets persoonlijks mee, voeg namen en gebeurtenissen toe.

Het is een onmogelijk opdracht: de boeken van Piet Lont zijn veel te mooi om in te krassen.

De boosterclub en Indische buurt zijn te bestellen via de website van Piet Lont. Piet Lonts Indische buurt is door een deskundige jury opgenomen in Mooi marginaal, een selectie van de 44 mooiste marginale drukwerken uit Nederland en Vlaanderen van de afgelopen jaren. Mooi marginaal maakt weer onderdeel uit van Het ideale boek in Museum Meermanno | Huis van het boek in Den Haag, een tentoonstelling over 100 jaar private press in Nederland. T/m 20 februari.

16

02 2011

Zoek de 10 verschillen

Linksboven het beeld waarmee de try-out van De Sas(kia Noort) & Jan (Heemskerk) Zelfhulptour aan de man, pardon de LINDA.-lezeressen wordt gebracht; rechtsboven de filmposter die is gekopieerd: het Angelina Jolie en Brad Pitt-vehikel Mr. & Mrs. Smith.

Op de middelste rij een variant: Sas met lege handen, Jan met een andere boor, of dezelfde boor maar dan anders…

Een van de twee teaserposters voor die film moest het eerder ook al ontgelden: op de poster van Someone Like You probeert Ashley Judd even bevallig te poseren als Jolie. Dat blijkt voorwaar geen sinecure.

11

02 2011

‘Ik houd zoveel van je dat ik met een moker op je gezicht wil rammen’

Punch-Drunk Love is gebaseerd op een bericht uit Time Magazine over een ingenieur aan de Universiteit van Californië, die voor nog geen drieduizend dollar 12.150 Healthy Choice-puddinkjes kocht en daarbij 1,25 miljoen airmiles cadeau kreeg. Dankzij een fout in het systeem kon de Pudding Guy zijn leven lang gratis vliegen.

Regisseur Paul T. Anderson laat puddingman Barry Egan spelen door lach-of-ik-schiet-komiek Adam Sandler. Hij is een gefrustreerde nerd in een helblauw pak, die veel te stellen heeft met zeven kakelende, dominante zussen. Als hij de labiele Lena (Emily Watson) ontmoet, ontstaat de ‘punch-drunk love’ uit de titel – een boksersterm voor de gemoedstoestand die optreedt na te veel klappen. ‘Ik houd zoveel van je dat ik met een moker op je gezicht wil rammen’, zegt Barry. ‘Ik houd zoveel van jou dat ik je oogballen wil uittrekken om op te zuigen’, antwoordt Lena.

Het berichtje is volgens Anderson slechts een van de vele uitgangspunten voor zijn surrealistische romantische komedie. ‘Ik weet niet precies hoe mijn werk totstandkomt, wat er eerst is en waarom. Ik weet wel dat ik een verhaal voor Adam wilde schrijven, dat ik graag eens iets met Emily wilde doen, en dat ik na Magnolia niet weer een zielige film wilde maken. En ik hoorde via via een goed verhaal over telefoonseks, over een meisje dat de mannen die haar belden na het werk terugbelde en chanteerde.’

Andere belangrijke inspiratiebronnen waren de films van Jacques Tati, Technicolor-musicals en het liedje He needs me van Shelley Duvall, afkomstig uit Robert Altmans Popeye (1980). ‘Ik kende de film niet goed, maar ik had de soundtrack gekocht omdat er nummers opstaan van Harry Nilsson, die ook muziek voor Magnolia heeft geschreven. Toen ik met mijn vriendin naar He needs me luisterde, ging er een siddering door me heen. Ik wist direct dat ik het zou gebruiken.’

Ondanks de nieuwsberichten, films, liedjes en verhalen van anderen zeggen zijn films vooral iets over hem zelf, meent Anderson. ‘Ze vormen een reflectie van waar ik mee bezig ben, waar ik ben, waar ik aan denk. Net als Barry kom ik uit een grote familie. De dynamiek tussen mijn broers en zussen heeft mij gevormd tot wie ik ben. Voor mij heeft dat wel goed uitgepakt, maar het kan ook makkelijk te veel worden.’

Punch-Drunk Love van Paul T. Anderson. Vrijdag 11 februari, 22:55 uur, Comedy Central.

11

02 2011

Ontdekkingstocht in stereo

“We lopen naast elkaar door een wijk, een meter of twee van elkaar af, met onze camera’s op de borst. We kijken om ons heen en naar elkaar. Dan zegt de een: die vrouw daar, met die gele jas. En dan maken we allebei een foto. Onze camera’s zijn niet gesynchroniseerd. Wij zelf wel op een bepaalde manier…”

Thijs groot Wassink en Ruben Lundgren vormen samen het succesvolle fotografenduo WassinkLundgren. In 2009 en 2010 zwierven ze samen twee maanden door de verschillende buurten van Tokyo, met het fraaie fotoboek TokyoTokyo als resultaat. Het werk is nu te zien in galerie Van Zoetendaal en op Art Rotterdam. Read the rest of this entry →

11

02 2011

Actie! – Plantage Kerklaan 38-40, 1018 CZ Amsterdam. Zondag 16 januari 18.29 uur

Regisseur Gabriel Lester (midden) doet voor hoe het lot bekeken moet worden. Foto Bob Bronshoff

“Mijn familie is Amerikaaans. Mijn vader was pantomime-acteur, mijn grootvader filmproducent. Hij heeft nog films gemaakt met Claudia Cardinale. Ik ben dan wel in Amsterdam geboren, ik heb wel dezelfde, zeg maar Amerikaanse attitude: als je iets wilt, moet je het gewoon doen.”

In het Planetarium van Artis neemt beeldend kunstenaar Gabriel Lester de half uur durende film The Big One op. Met meer dan 250 figuranten. In drie dagen. Preciezer: in drie halve dagen. Stipt om 16:40 uur mag de cast en crew naar binnen; rond middernacht gaan de lichten weer uit.

Lester schrijft verhalen en maakt kunstfilms en kunst, vooral ruimtelijke installaties. Hij realiseerde slechts één echte fictiefilm, The Last Smoking Flight. Ook in vliegende vaart: binnen drie maanden heeft hij de kortfilm geschreven, gecast, opgenomen en gemonteerd.

Tussen de bedrijven door werkt Lester aan een speelfilm, De remigrant, over een man die twintig jaar geleden uit Nederland vertrok om bij zijn terugkomst te ontdekken dat er mensen hebben geleden onder zijn afwezigheid (“Zelf gefinancierd, uit opdrachten”) en hij is bezig met een found footage-documentaire: De geschiedenis van de lottobal.

Die productie staat nu “on hold”. Eerst moet The Big One klaar, die min of meer over hetzelfde onderwerp gaat, maar dan in de fictievorm. De deadline is 12 februari; dan opent Lesters eerste grote museale solotentoonstelling Suspension of Disbelief in Boijmans Van Beuningen.

Lester heeft in het Rotterdamse museum twee grote zalen tot zijn beschikking, samen ruim 1000m2, waarin hij de diverse aspecten van het (nood)lot belicht. Dat gebeurt middels een “totaalinstallatie” bestaande uit tien kunstwerken, deels oud en deels nieuw gemaakt, lichtwerken, objecten, diaprojecties en twee korte films.

Cleromancy #2 toont op abstracte, hallucinerende wijze een lottotrekking; het impressionistische The Big One heeft een “rituele lotbezwering” als onderwerp. Lester verbeeldt de grilligheid van het lot en legt de menselijke drang bloot om door middel van rituele handelingen het lot te begrijpen, te beïnvloeden, te beschrijven en te bezweren. Een theatraal spektakel moet het worden, waarin het nummer op het lottoballetje slechts een metafoor is voor Het Lot. Hoop vormt een wezenlijk onderdeel van de loterij; hoop op toegang tot het Paradijs.

In het Planetarium is een zaaltje ingericht waar een grote lottotrekking plaatsvindt. Op de eerste rij zitten prachtig aangeklede ‘gelukzoekers’. Ervoor ligt een rails in een halve cirkel, waarover de camera langzaam beweegt.

“Welkom allemaal”, zegt Lester. Hij draagt een zelf ontworpen pak met nummertjes erop; later op de avond heeft hij nog een cameo als de hofnar. “We gaan zo met zijn allen een film maken.” Het is dan net 6 uur, en iedereen zit klaar in vol ornaat: goochelaars, acrobaten, notabelen. Een paar minuten later draait de camera al. Lester doet voor hoe een man in smoking naar zijn lot moet kijken, een paar minuten later staat het er naar tevredenheid op, en legt hij een vrouw in hagelwitte bruidsjurk uit hoe ze met een talisman moet spelen. “Laat ’m langzaam door je handen gaan. Langzaam, nog langzamer… Ja goed, dit is een prachtig beeld.”

De camera rijdt weer een stukje door, naar de volgende deelnemer aan Lesters loterij: een jonge blondine in een mantelpakje.

Scenario en regie: Gabriël Lester / Camera: Sal Kroonenberg / Montage: Manuel Rombley / Productie: Lestar Film & Nan Reunis / Uitvoerend producent: Nan Reunis / Production Design: Gabriël Lester / Muziek: Job Chajes / Met: Job Chajes, Arno Bakker, Emma Spanjaard, Rutger Woudenberg, Janfie van Strien, Frank Wienck, Merel Naomi Brouwer / Kleur 17 min / Te zien: in Museum Boijmans van Beuningen t/m 8 mei.

(Deze rubriek verschijnt iedere maand in de Filmkrant. Zie ook de site van Bob Bronshoff)

11

02 2011

Gezien – Matter of Monument

Veel communicatie-experts en marketingdeskundigen zijn de mening toegedaan dat een poster in een fractie van een seconde duidelijk moet maken waar-ie voor staat. Vormgever Michiel Schuurman denkt daat duidelijk anders over. Hij maakte vier schitterende posters voor… ja, waarvoor eigenlijk?

De url bovenaan de posters – matterofmonument.nl; eigenlijk het enige wat zonder al te veel problemen leesbaar is – biedt uitkomst. De vier affiches, te zien op driehoeksborden op 35 locaties in ad random gekozen combinaties, blijken onderdeel van Matter of Monument, een multidisciplinaire-tentoonstelling-van-hedendaagse-kunst-annex-manifestatie over de vraag “hoe materieel en immaterieel erfgoed van de grachtengordel zich verhouden tot het versterken en animeren van stedelijke waarden. Dit doet Matter of Monument aan de hand van het pand van Castrum Peregrini en in de context van de UNESCO werelderfgoed discussie”.

Kort en goed: in augustus 2010 is de grachtengordel benoemd tot werelderfgoed. Op de posters staan vier quotes die het kritisch debat moeten aanzwengelen over de stad als monument (Is dat goed of is dat slecht? Komen er dan meer toeristen of neemt de vertrutting nog verder toe?). “Laten we de grachtengordel nabouwen in een polder bij Almere en daar al die feestjes houden”, stelt cabaretier Youp van ’t Hek. “Amsterdam is een werelddorp”, beweert wethouder Carolien Gehrels.

Natuurlijk heeft Schuurman zich de vraag gesteld of het belangrijk is dat hij die meningen zo helder mogelijk communiceert. Uiteindelijk vond hij het belangrijker om te laten zien dat het maar meningen zijn. Hij koos daarom voor een vormgeving die het driehoeksbord als het ware tot monument maakt, waarop de meningen als graffiti over elkaar heen zijn geklad (Daarbij komt dat hij het stiekem ook wel leuk vindt om tegen heilige huisjes te schoppen).

Dat over elkaar heen kladden heeft Schuurman zo letterlijk mogelijk genomen. Als je goed kijkt, zie je dat zeefdrukker Kees Maas dekkende lagen over elkaar heen heeft gedrukt. Bij de witte versie is de laag zo dik dat die voelbaar is.

Matter of Monument – Tentoonstelling, salonavonden, rondleidingen. T/m 6 maart in Castrum Peregrini, Herengracht 401, Amsterdam.

(Deze rubriek verschijnt iedere woensdag in PS Kunst in Het Parool)

11

02 2011

Dappere vrouwen in een kapotte stad

Grbavica is een film met een geheim. Maar dat geheim is niet waar het in de film om draait; Grbavica is geen thriller of een whodunit. Als de alleenstaande moeder Esma tegen het einde haar puberdochter Sara haar geheim moet vertellen, zullen maar weinig kijkers van verbazing van hun stoel vallen. Daarvoor zijn de gruweldaden tijdens het beleg van Sarajevo – waar de wijk Grbavica deel van uitmaakt – te recent en te breedvoerig in het nieuws geweest.

De Bosnische regisseur Jasmila Zbanic (1974) groeide om de hoek van Grbavica op. Tijdens de oorlog kreeg ze het idee voor haar speelfilmdebuut, waarmee ze een stem wil geven aan de vrouwen die tijdens de burgeroorlog het slachtoffer werden van de massale, systematische verkrachtingen door de Serviërs – de vrouwen werden vaak net zo lang vastgehouden in kampen tot abortus niet meer mogelijk was.

Toch is Grbavica geen woedend pamflet geworden. Integendeel; het is een kleine, intieme film over de onvoorwaardelijke liefde van een moeder voor haar dochter. Esma doet er alles aan om het de 12-jarige, stevig puberende Sara naar de zin te maken. Overdag verstelt ze kleding, ‘s nachts werkt ze in een louche nachtclub. Maar geld om Sara’s schoolreisje te betalen heeft ze niet. Desondanks kan Sara mee; als ze tenminste het certificaat mee naar school brengt waaruit blijkt dat haar vader tijdens de burgeroorlog tegen de Servische Cetniks heeft gevochten.

Maar moeder kan het niet vinden, hoe vaak Sara er ook om zeurt. Als het certificaat spoorloos blijft, slaat de twijfel toe. Was haar vader wel een ‘shaheed’, een Bosnische martelaar?

Grbavica is ook het portret van een door oorlog getekende stad; een buurt waar het leven langzaam ondanks alles weer vorm heeft gekregen. Waar mensen vooruit willen kijken, niet achteruit. Haar droeve oogopslag verraadt dan wel een leven vol leed, maar Esma zit niet bij de pakken neer.

Mirjana Karanovic, die te zien was in een aantal films van Emir Kusturica, en de jonge Luna Mijovic overtuigen. Op de fraaie soundtrack wisselen ‘turbo folk’ en volksliedjes elkaar af.

De lowbudget-film, die mede tot stand kwam dankzij een bijdrage van het Rotterdamse Hubert Bals Fonds, werd begin 2006 op het festival van Berlijn bekroond met de Gouden Beer, de Oecumenische prijs en de Vredesfilmprijs. Regisseuse Jasmila Zbanic zei bij die gelegenheid te hopen dat haar film voor catharsis kan zorgen, maar ze wees erop dat de oorlogsmisdadigers Mladic en Karadzic nog steeds vrij rondlopen. (Na dertien jaar voortvluchtig te zijn geweest werd Karadzic in juli 2008 opgepakt en door de Servische autoriteiten uitgeleverd aan het Joegoslavië-tribunaal; de arrestatie van Mladic laat nog altijd op zich wachten.)

Grbavica van Jasmila Zbanic, vrijdag 11 februari 22:45 uur, Nederland 2. De opvolger Na putu verschijnt 10 maart in de Nederlandse bioscopen.

11

02 2011

Gezien – Legally Blonde & Petticoat

Kim-Lian van der Meij had al zwart, rood en oranje haar. In de musical Legally Blonde is ze, zoals de titel al impliceert, blond. Legally Blonde is de Nederlandse adaptatie van de gelijknamige, veelgeprezen musical die in New York en in Londen al volle zalen trok. Die musicals waren weer gebaseerd op de succesvolle film met Reese Witherspoon uit 2001. En die film is dan weer gebaseerd op de gelijknamige bestseller van Amanda Brown.

Boekomslag en alle posters – ook die van de vervolgfilms en de rip-off Blonde & Blonder – hebben een aantal in het oog springende gemeenschappelijke kenmerken: blond, roze, hoge hakken, een chihuahua en/of wetboeken.
Van het roze jurkje is op de poster voor de Nederlandse “bling bling” musical overigens nog maar weinig te zien. Er is een foto overheen geplakt van Pearl Jozefzoon. Voor de zekerheid staat haar naam er ook nog bij, in een witte balk die de “love interests” bijna doet verdwijnen.

Op hetzelfde moment wordt ook reclame gemaakt voor een tweede hitmusical: de Joop van den Ende-productie Petticoat. Op de poster staat de (echte) blondine Chantal Janzen, in een rood wit geblokte, dus roze-ogende petticoat.
Op de eerste, zomerse variant stond ze alleen, in een oer-Hollands landschap. Op de nieuwe, wat donkerdere, winterse poster hebben de koe, de dijk en de wuivende bomen om marketingtechnische redenen plaatsgemaakt voor de rest van de cast. Ook het affiche van “de grootste reizende musical van het jaar” is ontsierd door een sticker. “Laatste kans in Carré” staat er vlak boven de witte balk waarin Carré al in chocoladeletters was gedrukt.
Ook een dom blondje moet de weg naar het theater kunnen vinden.

(Deze rubriek verschijnt iedere woensdag in PS Kunst van Het Parool)

08

02 2011

Het spanningsveld tussen documentair en fictie, tussen humor en dramatiek

Op een afgetrapt grasveldje, voor een grijze golfplaten schutting, staan een bruid en bruidegom klaar voor een staatsieportret. Zij draagt een zalmroze trouwjurk met felgroen tule; hij een saai zwart pak. In zijn armen heeft hij een forse baby, in kleren in precies dezelfde kleurstelling als zijn bruid.

Hun moeders komen naast hen staan, en langzaam maar zeker steeds meer familieleden – vrouwen in mantelpakjes, een oud besje met zwarte hoofddoek, mannen allemaal in pak. De moeders wisselen van plek; de moeder van de bruid pakt haar stevig, maar liefdevol bij haar bovenarm – alsof ze haar niet kwijt wil.

Het gezelschap blijft groeien; het is een mirakel dat er zoveel mensen in het kader passen. Van sommigen zie je alleen een kruin. Achterin staat een rijzige grijze man te bellen. Dan richt iedereen zijn blik op de camera, moet er een klik hebben geklonken, en is de familiefoto klaar.

Nog geen drie minuten duurt het fijnzinnige, antropologische meesterwerkje, waarin de Vlaamse fotografe Sarah Carlier haarscherp de verhoudingen tekent binnen een Roemeense familie. Het maakt deel uit van het project Vier jaar, drie doden, klamme oksels en een foetus, nu te zien als onderdeel van haar solo-expositie Daily Whisper in Vlaams Cultuurhuis de Brakke Grond.

Vier jaar, drie doden, klamme oksels en een foetus – die klamme oksels had Carlier al snel zelf tijdens de warme feestdag – is een “fragmentarische” vertelling uit het leven van een Roemeense familie die Carlier al veertien jaar kent; ze zorgden eerder voor haar Roemeense pleegzusje. Nadat de pater familias omkwam bij een auto-ongeluk, toog Carlier naar het Roemeense platteland; daar maakte ze tussen augustus 2009 en mei 2010 foto’s en filmpjes die ondanks de zware thema’s – de dood met name – een opmerkelijke lichtheid hebben.

De West-Vlaamse Carlier (Izegem 1981), die al langere tijd in Nederland woont en werkt, neemt de realiteit weliswaar als uitgangspunt, maar zet die altijd naar haar hand. De familiefoto moest worden gemaakt, dat wisten alle bruiloftsgasten, maar ze hadden geen idee dat ze op hetzelfde moment óók werden gefilmd. Het resultaat is een prettig spanningsveld, tussen documentair en fictie en tussen humor en dramatiek.

Dat spanningsveld is ook aanwezig in haar oudere werk en opdrachtwerk (onder meer in een serie Ben_Line_Dance voor het telecombedrijf Ben in opdracht van KesselsKramer), verzameld in een tweede zaal. Op een schitterende foto, gemaakt op het Haagse Malieveld tijdens Veteranendag, staat een bejaarde vrouw met witgrijs haar voor zich uit te staren terwijl ze voor een witgrijze tank staat. Haar bleke jurk heeft een soort motief en schutkleur die naadloos bij het pantservoertuig passen. Achter haar neemt een man in een pak een kijkje in de romp van het gevaarte. Met zijn handen op zijn rug, alsof hij wil benadrukken dat hij echt nergens aan zal komen. Hij kwam zomaar het beeld binnenlopen toen Carlier de vrouw aan het fotograferen was – zo mooi had ze het naar eigen zeggen nooit kunnen ensceneren.

Veel foto’s zijn gemaakt in en rond Ardooie, het dorp waar ze opgroeide, achter zich wist te laten, maar waarvan ze nooit helemaal los wist te komen. Ze tonen de alledaagse beslommeringen en ingesleten tradities: van de plaatselijke fanfare en vrouwen met krulspelden tot stoere vissers en mannen in blauwe overalls die aardappels zitten te rooien. Ze zijn afgedrukt op monumentaal formaat, waardoor weemoed, tragiek en absurditeit nog sterker worden uitvergroot.

Carlier voorzag haar werken van gortdroge titels als De blauwe overalls, Gekleurde ballonnen en De doodskrans, die de kijker alle ruimte geven om zelf te associëren. Bijna alle foto’s zijn goed voor een glimlach. Voor aap staat er nooit iemand; daarvoor is Carliers blik te liefdevol. Alsof de fotografe zich bij iedere klik heeft gerealiseerd dat zij zelf even goed de geportretteerde had kunnen zijn.

Daily Whisper van Sarah Carlier. T/m 27 februari in De Brakke Grond. Finissage: 27 februari om 16.00 uur. Bij de expositie verschijnt het fotoboek Vier jaar, drie doden, klamme oksels en een foetus. ISBN 978-90-816624-1-3; 35 euro.

07

02 2011