Archive for January, 2011

Alles is te koop

‘Lilya 4-Ever’ van de Zweedse regisseur Lukas Moodysson moest een film worden over Gods barmhartigheid, maar de realiteit zat in de weg. Het is nu een verhaal over een ontheemd Russisch meisje dat in de prostitutie belandt. In een wereld waar ‘the rich are fucking the poor’, in de sfeer van Rammstein.

De naam van de Duitse metalband stond in Tallinn, waar de film voor een groot deel is opgenomen, in grote letters op de muren gekalkt, aldus Lukas Moodysson. ‘Rammstein. The Prodigy. Van dat soort destructieve, energieke herrie houdt de jeugd daar. Dat is de reden waarom ik het laat horen; ik vind het belangrijk realistische elementen te verwerken in een verzonnen verhaal.’

Daarom klinkt onder de openingsbeelden van Lilya 4-Ever Mein Herz brennt, ondersteund door een klassiek orkest. Een meisje rent zo hard als ze kan langs grauwe flatgebouwen. Ze draagt een oude blauwe jas en vieze gympies. Haar gezicht is toegetakeld. Hoog boven haar vliegt een eenzame vogel.

Het meisje stopt op een viaduct, klimt op de rand en kijkt naar beneden, naar de voorbijrazende auto’s. ‘Mein Herz brennt’, brult Rammstein-voorman Till Lindemann – pathos en bombast vechten om voorrang, maar het werkt.

In de films van Lukas Moodysson is een belangrijke plaats ingeruimd voor muziek. De aftiteling van zijn speelfilmdebuut Fucking Åmål uit 1998, over een schoolmeisje dat verliefd wordt op een ander meisje in een Zweeds gehucht, rolt tergend langzaam door het beeld, omdat Moodysson het nummer Show Me Love van Robyn per se in zijn geheel wilde laten horen. Als in Together (2000) de door haar alcoholische man mishandelde Elisabeth en haar twee kinderen met het vrolijk beschilderde Volkswagenbusje van Woongroep Samen worden opgehaald, laat Moodysson pesterig SOS horen – het Abba-verbod was volgens de jonge Zweed de grootste fout van de commune.

Zijn blijmoedige debuut trok in eigen land meer bezoekers dan Titanic, won vele prijzen en werd door de Zweedse filmgod Ingmar Bergman uitvoerig geprezen. Ook de opvolger was wereldwijd een groot succes. De faam en bijval hebben Moodysson niet verlamd; het bereiken van een groot publiek was voor de voormalige dichter (op zijn zeventiende publiceerde hij zijn eerste bundel) en schrijver juist de belangrijkste reden films te gaan maken.

Een van zijn doelen is de wereld te veranderen, liet hij meermalen weten. ‘We leven in een wereld waarin alles te koop is’, zo zegt Moodysson in Venetië, waar Lilya 4-Ever vorig jaar in wereldpremière ging. ‘Arbeid, mensen, een nier of een lever, emoties – werkelijk alles. Over die wereld gaat mijn film. The rich are fucking the poor.’

In Fucking Åmål en Together hebben de kinderen het niet gemakkelijk, maar zelfs het oersaaie plaatsje Åmål blijkt te verdragen als de onhandige Agnes de liefde van de knappe Elin eenmaal heeft gewonnen. En ook de commune valt uiteindelijk wel mee; de tienjarige Stefan mag er alleen geen Pippi Langkous lezen, vanwege de vermeende kapitalistische en materialistische strekking.

Lilya 4-Ever is andere koek. Het 16-jarige Russische meisje Lilya (een indrukwekkende rol van de Russische Oksana Akinshina) krijgt geen moment uitzicht op een beter leven. Als haar moeder met haar nieuwe vriend naar de Verenigde Staten emigreert, stopt Lilya zielsblij haar schaarse bezittingen in een koffertje. Moeder beslist anders: zij reist vooruit, belooft snel geld te sturen, maar laat nooit meer iets van zich horen.

Daarna gaat het van kwaad tot erger; uiteindelijk belandt Lilya in Zweden in de prostitutie. Zonder paspoort. Zonder hoop. Moodysson: ‘Het erge is dat je weet wat er gaat gebeuren, maar er helemaal niets aan kunt doen. Het gaat maar door, en het wordt alleen maar erger.’

Moodysson heeft geprobeerd Lilya in leven te laten. In een scenarioversie werd ze aan het eind gered door die ene aardige Zweed, die eerder al even haar hand vastpakte voordat hij zich aan haar vergreep. In een andere versie ontfermde Jezus zich over haar. ‘Het schrijven was een gevecht, omdat ik graag iets van hoop voor haar wilde vinden. Die is er wel, maar niet in het hier en nu.’

Zijn film moet niet worden gezien als aanklacht tegen Zweden of Rusland, benadrukt Moodysson. ‘Het gebeurt overal. Hoe groter het gat tussen arm en rijk, hoe groter de kans, maar het gebeurt overal. In Italië met piepjonge meisjes uit Albanië, in Nederland, de Filipijnen, en in Zweden. Ook in mijn woonplaats Malmö – een bijkans onverdraaglijke gedachte.’

(Dit stuk verscheen eerder in de Volkskrant)

Lilya4ever van Lukas Moodysson, Canvas, zondag 30 januari, 21.30 uur.

30

01 2011

De Amerikaanse nachtmerrie

Begin 1978 verscheen in het Amerikaanse showbizzblad Variety een grote advertentie waarin Martin Scorsese, regisseur van Mean Streets (1973), Taxi Driver (1976) en New York, New York (1977), bekendmaakte dat hij Gangs of New York ging verfilmen, Herbert Asbury’s boek over de bendeoorlogen in het negentiende-eeuwse Lower Manhattan.

Het liep anders. Na de enorme budget-overschrijdingen van Apocalypse Now (Francis Ford Coppoloa, 1979) en het debacle van Heaven’s Gate (Michael Cimino, 1980) durfde geen enkele studio het aan geld neer te leggen voor een peperdure historische film. Scorsese’s droomproject belandde in een la. Pas nadat Harvey Weinstein’s studio Miramax en ster Leonardo DiCaprio eind jaren negentig interesse tonen, krijgt Scorsese de kans Gangs of New York alsnog te realiseren.

Scorsese’s troetelkind is geen film om op slag verliefd op te worden, daarvoor is hij te misantropisch en te sinister. Het is wel een film die, ondanks enkele gebreken, onder je huid kruipt – om je niet meer los te laten. Read the rest of this entry →

29

01 2011

Uit de schaduw

Ze houdt ’m met twee handen vast, half voor haar gezicht, en ze is zo trots als een pauw. Op het witte vel staat een helikopter gekrast die in brand staat. Hij laat een enorme hoeveelheid bommen vallen. Linksonder twee enorme ontploffingen. Rechtsonder een soldaat. Met een groot wapen in zijn hand, gericht op de helikopter.

De trotse kunstenaar is Sofia Coppola, een jaar of vier, vijf oud. Het beeld is afkomstig uit de fenomenale documentaire Hearts of Darkness: A Filmmaker’s Apocalypse uit 1991, gemaakt op basis van het materiaal dat Sofia’s moeder Eleonor schoot tijdens de opnamen van Apocalypse Now (1979), hét meesterwerk van haar vader Francis Ford Coppola.

De opnamen voor Coppola’s epische Vietnam-film, losjes gebaseerd op Joseph Conrad’s Heart of Darkness, vonden plaats op de Filipijnen. De drie kinderen van Francis en Eleonor waren mee: Gian-Carlo van twaalf, Roman van tien en de pas vierjarige Sofia. Op de commentaartrack van Hearts of Darkness vertelt Francis Ford Coppola waarom hij zijn familie per se om zich heen wilde hebben in Manilla. ‘Hun opvoeding zou waarschijnlijk een stuk orthodoxer zijn geweest als ze thuis waren gebleven, maar dan zou onze band naar alle waarschijnlijkheid ook veel minder sterk zijn geweest. Dat wilde ik niet. Mijn vader (de Oscar-winnende componist Carmine) haalde mij ook altijd uit school als hij voor langere tijd ergens naartoe moest.’

De opnamen van Apocalypse Now duurden 238 dagen. Het budget, begroot op 13 miljoen dollar, werd met tientallen miljoenen overschreden. Het was een krankzinnige opnameperiode, waarbij Francis Ford Coppola onder enorme druk stond. Hij had een groot deel van het vermogen dat hij had verdiend met The Godfather 1 (1972) en 2 (1974) in de film geïnvesteerd – en eigenlijk wist hij niet precies wat hij wilde terwijl de studio bij voortduring van hem wilde horen wat hij van plan was. Eleonor Coppola had een 16mm-camera gekregen om korte making of’s voor de televisie te maken; halverwege belandde ze ondervoed en uitgedroogd in het ziekenhuis. De kinderen gingen naar een school waar Chinees werd gesproken. Sofia herinnert zich de Filipijnen als ‘the Disneyland Jungle Cruise’, vertelde ze later. ‘Ondanks alle chaos heb ik me erg vermaakt. Ik herinner me dat mijn vader in een helikopter naar zijn werk ging, maar voor de rest deed ik de gewone dingen die je als kind doet.’

Ondanks zijn enorme schaduw trad Sofia in de voetsporen van haar vader – en met succes. Op het afgelopen filmfestival van Venetië, het oudste filmfestival van de wereld en na Cannes het belangrijkste, won Coppola in het najaar van 2010 met Somewhere –haar vierde lange speelfilm – de belangrijkste prijs, de Gouden Leeuw. Ze was de eerste Amerikaanse vrouw die de prestigieuze onderscheiding won; slechts drie Amerikaanse mannen gingen haar voor. ‘Hier heb ik nooit van durven dromen’, zei ze, nadat ze het beeldje had ontvangen uit handen van juryvoorzitter Quentin Tarantino, haar ex-vriend. Read the rest of this entry →

29

01 2011

“Ik heb mijn leven lang alleen maar vragen gesteld”

“Je mag tegenwoordig nog wel kunstenaar zijn, maar dan moet je wel ondernemen. Ondernemen gaat voor alles. Goed dan; als de overheid wil dat kunstenaars ondernemen, doe ik dat. Bij ondernemen horen wat mij betreft aandelen en een beursgang, dat soort dingen. Dus geef ik aandelen uit.”

Pieter Lemmens is kunstenaar, ondernemer én activist. Zijn ‘QP&S-aandelenpakket’ bestaat uit een door Lemmens vervaardigd uniek certificaat, een klein schilderij en een recht op een deel van de vloertekening die hij maakt tijdens zijn solo-expositie Quality, Politics & Society – De meesterwerken van Pieter Lemmens in Nieuw Dakota op de NDSM-werf. Read the rest of this entry →

28

01 2011

Panahi moet vrij

Ook actrice Juliette Binoche grijpt iedere mogelijkheid aan om de krankzinnige gevangenisstraf van Panahi aan de orde te stellen.

De in Frankrijk woonachtige Iraanse filmmaker Rafi Pitts schreef een open brief aan de Iraanse president Ahmadinejad waarin hij vraagt om de vrijlating van Jafar Panahi en Muhammad Rasoulof en filmmakers oproept om op 11 februari, de 32e verjaardag van de Iraanse Revolutie, twee uur lang het werk stil te leggen. Hieronder de brief van Pitts. Wat kunnen niet-filmmakers doen?

To Mr. Ahmadinejad,

In 1979 there was a Revolution. In fact, the commemoration, the 32nd year of our Iranian Revolution, is on the 11th of February 2011. The reason you need to be reminded of this is because I feel that you have forgotten the reasons why this all happened. Maybe I’m wrong, maybe you need to explain yourself. Maybe you have your own definition of our Revolution. In which case I feel you should respond to the question: Why do you think we had a Revolution in 1979?

The time has also come to clarify your reasons for wanting filmmakers to be put away. Your reasons for wanting to kill a life, a career, in the name of our Revolution, or maybe I’m asking the wrong question: Is it all about your re-election?

A very close friend, Jafar Panahi, one of our most important filmmakers, for whom I have great respect as a person, and admiration as a filmmaker, is being imprisoned by your government, by your law. He is sentenced to six years for wanting to make a film. A film he hasn’t even made. Six years in prison on an idea for a film. On top of it all, as though that wasn’t enough, he is sentenced to twenty years of not being allowed to make another film and twenty years of not being able to leave his homeland.

Another important young director, Mohammad Rasoulof, is being convicted with the same sentence. His crime: working with Jafar.

They are both punished for caring about their fellow man. Punished for wanting to understand the events of June 2009. Punished for caring about the lives that were lost in the conflict due to the elections. Although, need you be reminded, all candidates had been given permission to present themselves by the regime. The choices were very clear and indeed legal. Jafar Panahi and Mohammad Rasoulof made their decision alongside the majority of our film industry. It became the Green Movement. The right was given to us.

- Do you think there is anything wrong in wanting to understand why people died in our last elections?
- Do you really believe that our country is unaware of the violence the election results caused?
- Is it a crime for Panahi to want to make another film?
- Is it a crime for Rasoulof to question reality?
- Is it because filmmakers want to hold up a mirror on what has happened to society?
- Are you afraid of a point of view that might contradict yours? In which case, please answer the question: Why did we have a Revolution?

Rafi Pitts, 24th of December 2010, Paris

28

01 2011

Biutiful: inktzwart, hartverscheurend en ondanks alles hoopvol

In Biutiful draait het om Uxbal, een paranormaal begaafde rommelaar met uitgezaaide prostaatkanker, die zo goed en zo kwaad als het gaat voor zijn twee kindjes probeert te zorgen. Geld verdient hij door illegale Chinezen aan het werk te zetten, in bouwprojecten in delen van Barcelona die níet op de toeristenansichtkaarten staan: de wijk El Raval met name, waar illegalen uit alle delen van de wereld hun in illegale ateliers gefabriceerde handel op straat verkopen, en waar de politie klopjachten houdt als er niet voldoende smeergeld wordt betaald. ‘De Chinezen nemen het over’, zegt een corrupte politieman bezorgd. ‘Straks eten zij de beste ham en wij de rijst.’

Het twee uur en een kwartier durende, overdadige Biutiful is de langverwachte opvolger van Babel, waarvoor de Mexicaan Alejandro González Iñárritu in 2006 op het festival van Cannes werd onderscheiden als beste regisseur. Iñárritu schreef zelf het scenario voor het weergaloze, inktzwarte, hartverscheurende en ondanks alles hoopvolle drama over liefde en vergeving. De nominatie voor de Oscar voor beste niet-Engelstalige film is dan ook meer dan terecht.

Ook de Spaanse topacteur Javier Bardem, met een knopje in zijn oor en een vossenstaart, maakt kans op een Oscar. Op de jongste Cannes-editie werd hij ook al onderscheiden voor zijn formidabele optreden.

Biutiful draait vanaf 27 januari in de Nederlandse bioscopen.

27

01 2011

Gezien – Tijgers en welpjes

Op het allereerste exemplaar na bevinden alle 39 tijgeraffiches van het International Film Festival Rotterdam (voorheen Film International) zich in de collectie van Gemeentearchief Rotterdam. Om iets te doen aan die omissie organiseert het gemeentearchief op 2 februari in de Doelen de manifestatie “Tussen Kunst en Kino”. Verzameltijgers en tijgerverzamelaars worden opgeroepen hun exemplaar te komen schenken.

Probleem: op het allereerste festivalaffiche (uit 1972) staat helemaal geen tijger.

De daaropvolgende jaren heeft er wel altijd een tijger op de IFFR-posters gestaan. Of in ieder geval een deel van een tijger. Eerst een stoere Bengaalse tijger – een bedreigde diersoort, om te onderstrepen dat er op het festival vooral bedreigde films werden vertoond (ontwerp Evert Maliangkay).

In 1977 onderging de tijger zijn eerste make-over door graficus Gust Romijn. Van 1987 tot 1994 werd het gezicht van het festival bepaald door het legendarische vormgevercollectief Hard Werken. Zij gebruikten een krachtige tijgerkop, die overigens vaak voor een leeuw werd aangezien.

Vanaf 1995 werd de identiteit van het IFFR bepaald door een heldere, speelse tijger van Max Kisman, gekopieerd uit een Indiase miniatuur uit 1740. De afgelopen jaren afficheert het IFFR zich met een welp, ontworpen door het Rotterdamse grafisch ontwerpcollectief 75B. Met zijn kogelronde kopje en zachte, ronde oortjes doet het beestje vooral denken aan Dick Bruna’s Nijntje.

De 40e editie, die vanavond begint, staat er XL over het welpje. Dat staat voor 40 in Romeinse cijfers en kan bovendien worden gelezen als “extra locaties”: het festival is op meer plekken dan ooit.

Dat is dan wel weer leuk gevonden.

Alle 39 tijgeraffiches uit de collectie zijn tijdens het IFFR te zien in de hal van Gemeentearchief Rotterdam.

(Deze rubriek verschijnt iedere woensdag in PS Kunst in Het Parool)

26

01 2011

Gezien – Het sluwe vosje

Voor Het sluwe vosje, een opera van Leoš Janácek uit 1924,wordt reclame gemaakt met een affiche waarop een prominente plek is ingeruimd voor een voorstellingsfoto Een vrolijke foto, daar niet van, maar als je niet goed kijkt zou het ook een poster voor het Chinees Staatscircus kunnen zijn.

Toen De Nederlandse Opera het stuk eerder opvoerde, in januari 2006, werd een veel prikkelender beeld gebruikt, van een loop van een geweer waaruit een vossenstaart opstijgt bij wijze van rookpluim. De typografie is wél vrijwel hetzelfde; beide affiches zijn dan ook gemaakt door een en dezelfde ontwerper: Lex Reitsma.

Reitsma bepaalt al meer dan twintig jaar de grafische identiteit van De Nederlandse Opera; van posters en programmaboekjes tot de website. Met zijn DNO-posters werd hij vijftien (!) keer genomineerd voor de TheaterAffichePrijs. In 1994 won hij de prijs met zijn affiche voor Orfeo ed Euridice; in 2004 kreeg hij de publieksprijs voor La Bohème Reitsma’s ontwerpen voor DNO werden in 2001 gebundeld in het fraaie, bekroonde 10 jaar ontwerpen voor De Nederlandse Opera + ander werk.

Sindsdien zijn de tijden veranderd. De afdelingen marketing denken dezer dagen meer kaartjes te verkopen met productiefoto’s; ook Reitsma lijkt met dit nieuwe affiche niet te ontkomen aan de heersende trend dat eigenzinnige beelden en gewaagde ontwerpen moeten  plaatsmaken voor reclamefoto’s.

(Deze serie verschijnt iedere woensdag in PS Kunst van Het Parool)

25

01 2011

Voetbalfilms in alle soorten en maten

Scheidsrechter Martin Hansson zal zich de laatste minuten van de verlenging van de kwalificatiewedstrijd tussen Frankrijk en Ierland, op 18 november 2009 in Parijs, zijn leven lang herinneren. De Zweed, gewaardeerd FIFA-official sinds 2001, zag over het hoofd dat de Franse aanvoerder Thierry Henry de bal in het Ierse strafschopgebied met zijn hand binnenhield voordat hij William Gallas in staat stelde de gelijkmaker binnen te koppen. Frankrijk, en niet Ierland, kwalificeerde zich vervolgens voor het WK in Zuid-Afrika.

Henry’s handsbal is het breekpunt in de boeiende, half uur durende documentaire The Referee (Rättskiparen), waarmee vrijdagavond in het Ketelhuis het voetbalfilmfestival Kicking and Screening van start gaat. Documentairemaker Mattias Löw volgde zijn landgenoot al vanaf het begin van 2009; het moment dat de pas gescheiden, gewezen brandweerman door de FIFA werd aangewezen voor het WK. De ijdele, gedreven Hansson werkte maar al te graag mee, aan wat een aaneenschakeling van hoogtepunten had moeten worden.

En hij verschuilt zich niet, het moet gezegd: daags na zijn blunder belt Hansson Löw om uit te leggen wat er volgens hem is gebeurd. Ook collega-scheidsrechters, de scheidsrechterbaas, sportjournalisten, zijn arme moeder en de buren komen aan het woord. Sportcommentator Leo Driessen, die het incident van dichtbij meemaakte, zal in Het Ketelhuis commentaar leveren; andere deskundige gasten zijn schrijver Simon Kuper en Janneke van der Horst, Ajax-volger voor Het Parool.

Op de openingsavond wordt nog een handvol andere korte voetbalfilms vertoond, waaronder het veelvuldige bekroonde Ana’s Playground, het fraaie kunstfilmpje Kadoregel (een stukje voetbalwedstrijd waaruit de bal is weggepoetst) en Vlaamse velden. In deze schitterende beeldenstroom toont Hans van der Meer net als in zijn voetbalfoto’s zijn bijzondere oog voor details. Van der Meer – hij komt zijn film zelf inleiden – volgt de bal niet, maar zoomt in op het randgebeuren: het controleren van de noppen, slecht getrokken lijnen, lelijke shirts, een dartel paard achter de reclameborden, en spelers die doen alsof ze duizend doden sterven.

Zaterdag zijn er films te zien rond het thema ‘voetbal en samenleving’, zoals de weergaloze documentaire Het laatste Joegoslavische elftal van Vuk Janic en 90 Minutes: the World Cup of NYC van Ab Winsemius, de organisator van Kicking and Screening. Voordat hij naar New York verhuisde was Winsemius “algemeen beleidsmedewerker” bij de KNVB en werkte bij het Amsterdamse reclamebureau KesselsKramer. In 90 Minutes combineert hij al zijn passies: het is een portret van de stad aan de hand van portretten van New Yorkers uit de 32 landen die in 2006 meededen aan het Wereldkampioenschap in Duitsland.

Zondag gaat het over ‘voetbaldromen’ en staan onder meer de fijne jeugdfilm Le ballon d’or van Cheik Doukoure (Afrikaans jochie wordt profvoetballer met behulp van wat magie) en de magistrale documentaire Nr. 14: Johan Cruijff van Maarten de Vos op het programma.

Nadat er met het bord op schoot naar Studio Sport kan worden gekeken, is er een bijzonder toetje: Forza Bastia ou l’ile en fete, een weinig vertoonde documentaire die Jacques Tati in 1978 op verzoek van de voorzitter van Bastia maakte over de verregende Europa Cup 3-finale van tussen Bastia en PSV. Het materiaal werd in 2002 geordend door Tati’s dochter Sophie Tatischeff. Johnny Rep, oudspeler van Bastia, komt herinneringen aan het duel ophalen.

De Franse acteur, regisseur en komiek Jacques Tati was ook de inspiratiebron voor de mooie poster van Kicking & Screening, een vrije variatie op Les Vacances de M. Hulot. In die klassieker wordt overigens getennist en gekanood; de enige bal waar meneer Hulot mee speelt, is een strandbal…

Kicking and Screening. Van 21 t/m 23 januari in Het Ketelhuis. De opbrengsten uit de kaartverkoop gaan naar de Johan Cruyff foundation.


22

01 2011

Elke film een andere Bukowski

Hank Chinaski is een factotum, een manusje- van-alles. Of preciezer: een man van twaalf ambachten en dertien ongelukken. Werken vindt hij maar niets. Dat hij telkens weer een slecht betaald baantje aanneemt – in een handel in fietsonderdelen, een augurkenfabriek (‘Dat doet me aan mijn oma denken’) of als schoonmaker – is alleen maar omdat hij geld nodig heeft voor zijn twee passies: drinken en op paarden gokken.

Telkens weer wordt hij binnen de kortste keren ontslagen. Omdat hij een sigaret opsteekt waar dat verboden is of even een biertje gaat drinken. Omdat hij de boel de boel laat en naar de paardenraces gaat. Omdat hij van alles doet behalve werken.

Hank (of Henry) Chinaski is het alter ego van de Amerikaanse schrijver Charles Bukowski (1920- 1994). Hij schreef talloze korte verhalen, meer dan duizend gedichten, romans en filmscenario’s. En altijd met een fles bier of whisky binnen handbereik. ‘Unless I’m entertained, nobody’s going to be entertained.’

De drinkende kunstenaar, de met zichzelf en de wereld worstelende buitenstaander die naar de drank of de drugs grijpt om tot grootse daden te komen – het is een leven dat zich altijd in de belangstelling van Hollywood heeft mogen verheugen. In films als Leaving Las Vegas, Trees Lounge en Sid and Nancy wordt de schaduwzijde van de Amerikaanse droom getoond. Ze worden bevolkt door mensen voor wie de spelregels van de gewone maatschappij niet van toepassing zijn, die de hele nacht in het café zitten omdat het thuis te koud is. Hun idealen zijn gefnuikt, hun liefde blijft onbeantwoord. Read the rest of this entry →

22

01 2011