Archive for June, 2010

Rake klappen en losse flodders

Boksfilms zijn bijna even oud als de film zelf. De Amerikaanse zakenman en uitvinder Thomas Edison was op 16 juni 1894 de eerste die twee ‘acterende’ boksers filmde met zijn kinetoscoop. En in 1897 was het titelgevecht tussen Jim Corbet en Bob Fitzsimmons het eerste sportevenement dat op film werd vastgelegd.

Boksen leent zich goed voor film; het is een ogenschijnlijk simpele, overzichtelijke sport, die ook voor leken direct te begrijpen is. Twee mannen gaan elkaar – zo goed als naakt; hun getrainde lijven zijn goed zichtbaar – te lijf, met hun vuisten en niets anders. De sterkste wint. Het heeft zowel iets primitiefs als iets mythisch.

Er hangt een zweem van tragiek en romantiek rond de sport. Vooral van romantiek. Vooral in Hollywood-films.

De meeste Hollywood-films laveren tussen twee uitersten: enerzijds de geromantiseerde biografische films over boksers die tot de verbeelding spreken, anderzijds de films waarin boksen een (halfbakken) metafoor is voor het leven zelf. Soms win je, soms verlies je. Een man wordt gevormd door de klappen die hij krijgt. Wie het beste kan incasseren, komt het verst.

Michael Manns Ali (2001) is een voorbeeld uit de eerste categorie. Will Smith kwam bijna twintig kilo aan, imiteerde vaardig Ali’s dictie, leerde boksen en werd genomineerd voor een Oscar. Maar het is allemaal buitenkant; de beweegredenen en angsten van de charismatische dienstweigeraar, stand-up comedian, politicus én sporter blijven onderbelicht.

De Rocky-films bevinden zich aan de andere kant van het spectrum. Rocky Balboa is waarschijnlijk de bekendste bokser uit de filmgeschiedenis, maar de eerste Rocky gaat eigenlijk niet over boksen. Het is in de eerste plaats een liefdesverhaal, een feelgood film. Rocky is de ultieme representant van de Amerikaanse droom, een nul die een held wordt, omdat hij de moed heeft in de ring te gaan staan om te doen wat hij het beste kan: boksen. En hoeveel klappen hij ook moet incasseren, hoe zijn gezicht ook opzwelt, aan het eind van het gevecht is het leed geleden. De winnaar staat nog overeind en wordt bejubeld.

En zo wordt boksen, toch allesbehalve een feelgood sport, eigenlijk heel vaak misbruikt in feelgood Hollywood-films. Arm tegen rijk, zwart tegen wit, jong tegen oud, goed tegen slecht, met meisjes: het sluit naadloos aan bij de blockbusterclichés. Boksfilms, of beter: films waarin wordt gebokst, bieden de mogelijkheid om veilig te genieten van een gevaarlijke sport. Boksfilms worden bezocht door mensen die het niet in hun hoofd zouden halen naar een echt boksgevecht te gaan.

Zelfs ook als acteurs niet kunnen boksen, kan een gevecht nog meeslepend worden verbeeld. Dankzij de montage, en omdat de meeste acteurs wel kunnen acteren. Toen bleek dat de trainingssessies tot niets leidden, schreef Sylvester Stallone het sleutelgevecht uit de eerste Rocky-film helemaal uit. 32 pagina’s tekst: een linkse hoek, een rechtse hoek, een stap naar achteren, een stap naar voren, gevolgd door een uppercut – het was pure poëzie. Het gevecht werd vervolgens wekenlang, acht uur per dag, ingestudeerd, als de choreografie van een gewelddadige dans.

Joyce Carol Oates, schrijfster van On Boxing, een klassiek geworden essay over the sweet science, heeft weinig op met Rocky. Hij is weggelopen uit een stripboek, schrijft ze. Hij heeft het lichaam van een bodybuilder, niet van een bokser, en zijn wedstrijden zijn ‘comic book matches’, hoe Stallone ook zijn best heeft gedaan de stijl te imiteren van de legendarische bokser Rocky Marciano (49-0-0 met 43 knock- outs).

Boksen gaat volgens Oates over geslagen worden, meer dan over slaan, net zoals het meer gaat over het incasseren van pijn, zo niet een verwoestende psychologische verlamming, dan over winnen.

Een van de weinige films waarin dat ook zo is, is Martin Scorsese’s on-Amerikaans sombere Raging Bull uit 1980, gebaseerd op de memoires van bokser Jack LaMotta (‘de stier van de Bronx’, die tussen 1949 en 1951 wereldkampioen bij de middengewichten was). Bij Scorsese is naast de zelfhaat en zelfdestructie geen plaats voor valse romantiek; Raging Bull laat zien dat de schoonheid van de sport in de nederlaag schuilt, in de pijn.

De enscenering van de vechtscènes is fabuleus: gestileerd zwart-wit, veel slow motion, close-ups en vreemde camerahoeken. Bloed en zweet spetteren alle kanten op. Elk gevecht is in een andere stijl gefilmd, afhankelijk van hoe LaMotta zich voelde. Een gevecht tegen zijn grote rivaal Sugar Ray Robinson dat hij op punten verloor, is bijna zonder focus in beeld gebracht. Soms zijn de gezichten van de boksers niet zichtbaar, dan zit het touw van de ring ervoor, of bevinden ze zich net buiten het frame.

De film kreeg acht Oscar-nominaties maar won er slechts twee, voor de montage (Scorsese’s partner Thelma Schoonmaker) en voor de mannelijke hoofdrol van Robert De Niro. De Niro wás Jack LaMotta, hij rookte zelfs dezelfde sigaren. Tijdens de opnamen verdween hij drie maanden spoorloos om dertig kilo aan te komen voor de rol. En voordat de opnamen begonnen, bokste hij gedurende een jaar meer dan duizend rondes met de echte Jack LaMotta. ‘Toen ik klaar met hem was, kon hij zo als beroeps aan de slag’, zei de bokser later over de acteur.

Op Nederland 3 zijn t/m vrijdag iedere avond boksfilms te zien. Woensdag 30 juni Ali en Cinderella Man, donderdag 1 juli Million Dollar Baby en Girlfight, vrijdag 2 juli de documentaire Tyson.

30

06 2010

Slechts één poster maakt benieuwd naar de film

Goede bedoelingen kunnen de studenten van Lichting 2010 van de Nederlandse Film en Televisie Academie niet worden ontzegd. In tegendeel. De jongafgestudeerden zijn idealisten; hun 13 afstudeerfilms laten zien dat ze hun onderwerp bewonderen of er zielsveel van houden, en dat ze graag willen dat het publiek óók van het onderwerp gaat houden; een enkel filmpje eindigt zelfs met een website en een telefoonnummer.

Goed gemaakt zijn ze wel, maar de meeste filmpjes zijn al te braaf en bleu. En exact hetzelfde kan worden gezegd van de bijbehorende filmposters.

Read the rest of this entry →

29

06 2010

Zoek de 10 verschillen

Saul Bass’ duizelingwekkende Vertigo-affiche blijft een onuitputtelijke bron van inspiratie. Het stond recent model voor de thriller Buried en de Deense film Alting bliver godt igen en het heeft er alle schijn van dat ook de vormgeving van de boekcover van The Terrible Privacy of Maxwell Sim (De afschuwelijke eenzaamheid van Maxwell Sim) erdoor is beïnvloed.

Die tandenborstels staan er overigens ook niet voor niets: de titelheld van de nieuwe satire van Jonathan Coe is vertegenwoordiger in milieuvriendelijke tandenborstels…

29

06 2010

Speciale shirts voor 4-4-2 én 4-3-3

Klaas-Jan Huntelaar. © Floor Wesseling. fotografie Wouter Stelwagen

Toen een Hongaarse vriend van de Amsterdamse ontwerper Floor Wesseling een paar jaar geleden naar Milaan verhuisde, twijfelden de achterblijvers of ze hem een shirt van Inter of van AC cadeau zouden doen. Wesseling bracht uitkomst: hij combineerde het rood-zwart van AC Milan met het blauw-zwart van Inter. Met behulp van een handleiding heraldiek die zijn vader hem had gegeven en die nog van zijn opa was geweest (althans, zijn opa, die familiewapens maakte voor mensen die rijk waren maar niet van adel, had het nooit teruggebracht naar het gemeentearchief van Assen).

Van het een kwam het ander. De 35-jarige Wesseling, in 2002 afgestudeerd aan de Rietveld Academie, maakte sindsdien meer dan honderdvijftig voetbalshirts. Met allerhande delingen: doorsneden, doorgesneden en halfgedeeld, gevierendeeld. geschuind, gebalkt, etcetera. Soms breekt Wesseling een regeltje en legt hij blauw tegen blauw of rood tegen een andere tint rood. Het esthetische aspect is belangrijker dan de regels; het moeten wel mooie shirts worden.

Met zijn shirt vertelt Wesseling verhalen. Verhalen van carrières bijvoorbeeld: zo maakte hij een gevierendeeld shirt voor Huntelaar, toen die nog in de spits bij Ajax speelde. Met een kwart Ajax, een kwart Heerenveen, een kwart PSV, een kwart AGOVV en een hartschild van De Graafschap. En hij maakte een horizontaal gebalkt carrièreshirt voor Zlatan Ibrahimovic, met een lichtblauwe balk van het shirt van Malmö, en daarboven balken Ajax, Juventus, Inter en Barcelona. Een bevriende voetbalmakelaar vertrouwde Wesseling overigens toe dat het shirt toe is aan revisie: volgend jaar schijnt Ibrahimovic in het lichtblauw van Manchester City te spelen.

Wesseling maakte shirts van de traditionele topdrie (Ajax, Feyenoord, PSV), een ‘superjodenshirt’ (Ajax gecombineerd met het nationale tricot van Israël) en verscheidene Berlusconi-shirts (o.a. het roodzwart van AC Milan gecombineerd met het roze van Palermo, de maffiahoofdstad). Hij maakte een shirt van de tricots van alle Premier League-clubs uit Londen, om de twee jaar maakt hij een nieuw Nederland-Duitsland shirt, en Wesseling maakte de nieuwe shirts voor zijn eigen elftal: de spelers van het tweede van Zeeburgia dragen komend seizoen shirts waarvan hun positie in het veld is af te lezen. Het maakt niet uit welke tactiek het team kiest: Wesseling maakte shirts voor zowel 4-4-2 als voor 4-3-3.

Alle shirts zijn nu op model gefotografeerd door Marques Malacia voor het mooi vormgegeven boek ‘Blood In Blood Out’, waarin ook een overzicht is opgenomen van de systematiek en symboliek van de heraldiek en dat fraaie verhalen bevat over de derby’s die de verschillende shirts verbeelden. Een selectie van Wesselings shirts is bovendien te zien in de etalage van het Graphic Design Museum in Breda. Een selectie min één, overigens: het shirt dat hij speciaal voor de Bredase expositie maakte, een verbeelding van dé regioderby NAC-Willen II, mag niet worden getoond; het museum is bang dat de harde supporterskernen de ruiten ingooien.

Blood In Blood Out door Floor Wesseling. Bis Publishers. ISBN 978-90-6369-244-5. 224 pagina’s, 34 euro. T/m 6 september in het Graphic Design Museum in Breda.

29

06 2010

Job Cohen als lijsttrekker van de VVD

Daags voor de Tweede Kamerverkiezingen stond er in NRC Handelsblad een stuk waarin een verband werd verondersteld tussen verkiezingsposters en (historische) verkiezingsnederlagen. Aldus werd de iconische groene poster van de PSP uit 1972, met een jonge, blote vrouw en een koe (‘PSP ontwapenend’), tot één van de allerslechtste gebombardeerd (want van 4 naar 2 zetels).

Zou er echt een verband zijn tussen posters en verkiezingsuitslag? Op een van de weinige verkiezingsposterborden die nog overeind staan in Amsterdam – tussen de spoorlijn en de Panamalaan – valt op te maken hoe volstrekt inwisselbaar de posters eigenlijk zijn, en hoe loos de leuzen (Ik was er al wel dertig keer langs gefietst voordat me opviel dat er iets niet in de haak was).

Job Cohen is nu lijsttrekker van de VVD (‘De economie kan wel wat VVD gebruiken’ staat er onder zijn hoofd); Mark Rutte leidt de PvdA (‘Sterk en sociaal’). Ook Geert Wilders (‘Eerlijke kansen voor iedereen’) en Femke Halsema (‘Meer veiligheid, minder immigratie’) hebben stuivertje gewisseld. Het hoofd van CDA-lijsttrekker Balkenende staat op de poster van Trots op Nederland (‘Meedoen moet, teruggaan ook goed’ – die Rita Verdonk-slogan was me eerder eigenlijk ook nooit opgevallen), Verdonk is doorgehopt naar het CDA (‘Betrokken / Betrouwbaar / Verdonk’).

Na wat gegoogle blijkt dat de nepposters een actie zijn van hi-society: ‘Overstappen was nog nooit zo makkelijk.’ Best leuk, in ieder geval beter geslaagd dan de nepposters die in de week van de verkiezingen de cover van de VPRO Gids sierden.

26

06 2010

Zoek de 10 verschillen

Links de poster van The American, de nieuwe film van de Nederlandse fotograaf en regisseur Anton Corbijn, met George Clooney en Thekla Reuten in de hoofdrollen. Rechts de poster van van Alting bliver godt igen, die onder de internationale titel Everything Will Be Fine te zien is op het Cannes-parallelfestival Quinzaine des Réalisateurs, die weer gebaseerd is op Saul Bass’ iconische poster voor de Hitchcock-klassieker Vertigo. Die poster diende recent ook als voorbeeld voor Buried, een claustrofobische thriller over een man die levend wordt begraven in een kist, met niets anders dan zijn aansteker en mobiele telefoon. Maar de poster van Buried lijkt in geen velden of wegen op die van The American

NB d.d. 21 februsari 2012: Ook de poster van Frederic Schoendoerffers Switch oogt bepaald niet okselfris…

 

18

06 2010

Een dromerig, driedubbel gelaagd wajangspel

Carroussel. Daniel de Roo, 2010. Mixed media, video. 171x70x58 cm.

Eigenlijk is het zo simpel als wat. Op een witgeschilderde houten kist die tegen een witte muur is gepositioneerd, staan twee witte, wankele, vellen papier – ze zijn licht gevouwen, zodat ze rechtovereind blijven staan. En zodra daar van achter uit de zaal de lichtsequenties van een echt theaterstuk op worden geprojecteerd, verandert het wankele bouwwerk in een echt theater. Als bij toverslag. Een theater waarin alleen het licht voortdurend verandert – verder gebeurt er niets. Het stuk moet de kijker er zelf bij verzinnen, wat verbluffend weinig moeite kost.

Het is de grote kwaliteit van ‘sculpturale video-installaties’ van de jonge Amsterdammer Daniel de Roo: ze zetten direct de verbeelding in werking. De Roo studeerde vorige jaar zomer cum laude af aan de Gerrit Rietveld Academie, met een soortgelijke, al even prikkelende installatie: een filmstudio op miniformaat. Dankzij een beamer komen een cameraman, geluidsman, regisseur en de acteurs tot leven op een uitgeknipte witte achtergrond, waarvoor papieren silhouetten van een statief, een lamp en drie stoelen zijn geplaatst. Het resultaat is een dromerig, driedubbel gelaagd wajangspel.

Zijn filmstudio bezorgde De Roo de Beeldende Kunst Aanmoedigingsprijs 2009 en de Ron Mandos Young Blood Award, bestaand uit een geldbedrag en een presentatie in de galerie, waar het fraaie fröbelwerkje nu opnieuw te zien is.

Ook in de overige vier werken speelt De Roo een schrander spel met werkelijkheid en kunstmatigheid. De wind lijkt het dichte doek van een circustent in beweging te zetten (‘wat zou erachter gebeuren?’, denk je als vanzelf); een filmprojector van multiplex projecteert een documentaire over de werking van televisie op een oud beeldscherm (het is net een duel tussen twee cowboys zoals ze tegenover elkaar staan).

De afmetingen spelen een belangrijke rol in het werk van De Roo. Een icoon als de kerk presenteert hij op minuscuul formaat, als een uiterst fragiel object dat bij het eerste het beste zuchtje lijkt om te vallen. Ook de twee stoere brandweermannen in de sculpturale video-installatie ‘Heros’ – projecties op geboetseerde mannen van klei die niet hard wordt – zijn net iets kleiner dan in werkelijkheid.

En zoals het papieren minikerkje alleen een voorkant heeft, als de huizen in de oude westerns, hebben de brandweermannen ook maar één kant, een achterkant. Het wringt en het vergroot de desoriëntatie. De iconen blijven zichtbaar; dat het ook mensen zijn, zie je maar zo over het hoofd.

A Cinematography of Silence van Daniel de Roo. T/m 17 juli in Galerie Ron Mandos, Prinsengracht 282 Amsterdam. www.ronmandos.nl.

17

06 2010

‘Wanneer doorziet iemand mijn gebrek?’

‘Boeken maken is wat ik het liefste doe. En ik denk ook dat dat is wat ik het beste kan…’ Irma Boom ontwerpt boeken. En hoe: Booms boeken zijn kunstwerken, vrij van elk compromis, waarmee ze iedere keer weer de begrenzingen van de gemiddelde drukpers overschrijdt. Ze won tientallen onderscheidingen voor haar werk – van de Gutenbergprijs en de titel het Best Verzorgde Boek tot een gouden medaille voor het mooiste boek ter wereld. Ze doceert aan de universiteit van Yale en heeft opdrachtgevers over de hele wereld. Architect Rem Koolhaas en kunstenaar Sheila Hicks staken de loftrompet op Boom, ter gelegenheid van haar solo-expositie in Bijzondere Collecties – ze is daar de eerste levende ontwerper met een solo boekententoonstelling. Recent waren haar boeken al te zien op de expositie elles@centrepompidou in het Centre Pompidou in Parijs; het MoMA in New York heeft Booms boeken eveneens opgenomen in de vaste collectie en heeft haar ook een tentoonstelling in het vooruitzicht gesteld.

En toch is Boom uitermate kritisch over het gros van haar boeken. ‘Ik ben zelf mijn grootste criticus’, zegt ze. ‘Ik beschouw mezelf helemaal niet als een goede ontwerper. Ik denk altijd: wanneer doorziet iemand mijn gebrek?’

Read the rest of this entry →

12

06 2010

Think small.

‘Think small.’, luidt de pay-off van de iconische Volkswagen Kever-advertentie die art director Helmut Krone (en in net iets mindere mate copywriter Julian Koenig) een godenstatus bezorgde. Met een punt erachter. Onder een groot wit vlak met een kleine afbeelding van een Kever. Het VW-logo staat onopvallend tussen de tekst. Want een logo zegt volgens Krone ‘Ik ben een advertentie, blader maar snel door en kijk vooral niet wat ik te vertellen heb. Door het logo onopvallend te plaatsen, werd de héle advertentie een logo, was de gedachte van Krone.

Je zou het nu niet zeggen, maar destijds was het revolutionair; in de meeste advertenties stonden stralende gezinnetjes rond de glimmende koopwaar afgebeeld. In 1999 werd de campagne door het Amerikaanse vakblad Advertising Age dan ook verkozen tot de beste aller tijden. Terecht, want Krone was erin geslaagd een ‘nazi-auto’ een succes te maken in de  ‘Joodse stad’ New York.

Krone (1925-1996) was dertig jaar werkzaam voor het Amerikaanse reclamebureau Doyle Dane Bernbach (DDB) van Bill Bernbach, Ned Doyle and Maxwell Dane wordt beschouwd als een van de grondleggers van de hedendaagse reclamevormgeving. In de geniale, eveneens veelvuldig bekroonde serie Mad Men, waarvan de VARA vanavond het eerste deel van de tweede serie uitzendt, is DDB de belangrijkste concurrent van het fictieve reclamebureau Sterling Cooper, waar de kettingrokende, whisky slempende copywriter Don Draper cum suis werkt.

Ter ere van de start van het nieuwe seizoen én het feit dat het derde (!) seizoen van de serie inmiddels op dvd is verschenen (bij A-Film) is in Pakhuis De Zwijger in Amsterdam een kleine (‘Think small.’…) expositie – afkomstig uit de verzameling van de Zweedse copywriter Claes Bergquist – ingericht met in Amerikaanse tijdschriften verschenen advertenties van Helmut Krone: veel werk voor Volkswagen, en verder onder meer voor AVIS, American Airlines, Porsche en Chanel.

Om te zien hoe geniaal het is, had er eigenlijk wat werk van tijdgenoten naast moeten hangen, maar zo is het ook fijn…

Mad Men. Iedere dinsdagavond bij de VARA om 23:00 uur op Nederland 2. Seizoen 1, 2 en 3 zijn op dvd en blu-ray uitgebracht door A-Film. Alles over het werk van Krone staat in het fraaie boek Helmut Krone. The book. Op 21 juni ’s avonds is er een speciale Mad Men-bijeenkomst van Women Inc in De Zwijger. De Krone-expositie in De Zwijger duurt tot 30 juni.

08

06 2010

Het Filmjaarboek moet digitaal

Afgelopen vrijdag ontving actrice Lotte Verbeek het eerste exemplaar van het Filmjaarboek 2009/2010 uit handen van eindredactrice Mariska Graveland. In eerste instantie waren regisseur Jean van de Velde en zanger/acteur Marco Borsato uitgenodigd, de hoofdrolspelers in mijn reconstructie van de Wit licht/The Silent Army-soap, maar die konden niet. Of wilden niet.

In het Filmjaarboek staan verder verhalen over Michael Haneke, de terugkeer van 3D, de Goede Duitser en over de filmliefde van een aantal Nederlandse actrices. Het hart van het boek wordt traditioneel gevormd door de filmbeschrijvingen en uitgebreide credits van alle bioscoopfilms die in 2009 in Nederland zijn uitgebracht.

Bij de presentatie vertelde spreekstalmeester Jan Doense dat de toekomst van het Filmjaarboek is verzekerd, met dank aan het sectorinstituut Eye en Film1. Hopelijk komt er ook een digitale versie. Met een digitaal archief. Dat zoekt namelijk een stuk makkelijker…

Filmjaarboek 2009/2010. Uitgeverij International Theatre & Film Books, ISBN 978 90 6403 7542, Prijs: € 20,-

07

06 2010