Archive for May, 2010

‘Iedereen telt mee’

Een week of wat geleden hing Amsterdam opeens vol verkiezingposters van de KVV Lijst ’93. ‘Kies voor vers.nl’, stond erop, en een groene paprika. De andere kleuren waren rood en oranje.

De ‘campagne’ bleek stunt van New York Pizza. ‘Een geintje’ aldus directeur Bart Jan Wijsma: ‘De paprika is een persiflage op de tomaat van de SP. Verder heeft onze poster de kleuren van alle partijen, want we zijn er voor iedereen.’

De meeste stadsdelen in Amsterdam lieten de posters direct verwijderen, om te voorkomen dat kiezers zouden denken dat het om een echte politieke partij gaat. De kosten kwamen voor rekening van New York Pizza. Het bedrijf zal het bedrag lachend hebben overgemaakt; de kosten voor soortgelijke mediaaandacht zouden ongetwijfeld een stuk hoger zijn geweest.

Op de speciale borden voor de Tweede Kamerverkiezingen duikt nu een andere vreemde poster op. ‘Iedereen telt mee’, staat erop. ‘Want Job kan zelf niet tellen.’ Maar de man op de poster is niet Job Cohen, maar Owen Schumacher in de rol van Job Cohen. Het betreft een postertje voor een speciale uitzending van Koefnoen over de aankomende verkiezingen, op zaterdag 5 juni op Nederland 1 om 20.30 bij de AVRO. (Er zijn nog kaartjes te koop voor de opnames.)

En dan hangen er links en rechts ook nog posters die speciaal zijn ontworpen voor de VPRO Gids…

In Den Haag hebben ze er wat op gevonden om het schots en scheef over elkaar heen plakken van verkiezingsposters en aanverwante artikelen te voorkomen. Het Projectbureau Verkiezingen bedacht dat alle partijen hun affiche digitaal moeten aanleveren. Vervolgens wordt er één groot waterafstotend vel gedrukt, war alle posters keurig recht op staan, op volgorde van lijstnummer. Daar komt een plaat van plexiglas voor, wekelijks controleert het gemeentebedrijf of de borden er nog netjes bijstaan.

Efficiënt is het. Maar ook een tikje saai.

De kiezer verleid? T/m 1 december in Museum voor Communicatie in Den Haag.

30

05 2010

‘Drie, vier ad fundums, een keertje kotsen…’

Regisseur Felix van Groeningen naast de beroemdste huiskamerplant van Vlaanderen: de sanseveria.

Sinds de première, ruim een jaar geleden op het festival van Cannes, is De helaasheid der dingen bezig aan een wereldwijde zegetocht. Het begon bescheiden, met een speciale vermelding van de Confédération Internationales des Cinémas d’Art et d’Essai, een wereldwijd netwerk van arthouses; vervolgens werd de verfilming van de semi-autobiografische succesroman van Dimitri Verhulst ingestuurd als Belgische inzending voor de Oscar voor beste niet-Engelstalige film; en won de marginalenklucht tijdens Humo’s Pop Poll de prijs voor Beste Film, vóór alle internationale blockbusters die in België werden uitgebracht. In Nederland kwamen meer dan 90 duizend mensen kijken; in België 450 duizend. Recent kon de Golden Tulip Award worden bijgeschreven, de hoofdprijs van het filmfestival van Istanbul.

Het is terechte waardering: zoals het boek is de door het Amsterdamse IDTV Film gecoproduceeerde film troosteloos, én hilarisch, cynisch én poëtisch. Drankgelagen en andere uitspattingen wisselen elkaar in hoog tempo af. De humor is plat; de personages zijn karikaturaal, maar weten ondanks alles tóch te ontroeren.

Op de fijne, rijke dvd-versie komen de makers uitvoerig aan het woord over het succes. Op een van de twee commentaartracks (het eerste wat hoorbaar is, is het openen van een bierblikje) vertelt regisseur Felix van Groeningen – hij groeide op boven een café – over de vele omzettingen die hij tijdens de montage heeft gedaan. De eerste versie, die het boek en het oorspronkelijke scenario volgde, duurde drieënhalf uur. ‘Dat werkte niet. We hebben de chronologie vervolgens flink losgelaten.’

In een van de vele filmpjes op de dvd met extra’s (De dingen der helaasheid, geheten) vertelt hij, gezeten naast een enorme sanseveria, ondermeer hoe de ‘zuipscènes’ werden verfilmd. ‘Ik had geen enkele gêne om mijn acteurs de ergste dingen te vragen: drie, vier ad fundums, een keertje kotsen… Iedereen keek er naar uit. De figuranten wilden maar al te graag bewijzen dat ze heel goed konden zuipen; die bleven maar gaan.’

Ter geruststelling: tijdens de repetities werd door de acteurs gewoon water gedronken.

30

05 2010

De ziel van de fotografie

Een van de vele foto’s die in Genius of Photography worden besproken: Pond - Moonlight van Edward Steichen, ten tijde van de opnames de duurste geveilde foto uit de geschiedenis.

Eindelijk op dvd: de 6-delige, veelvuldig bekroonde, door fotografen bejubelde BBC-serie Genius of Photography. Het is een soort Allemaal Film of Allemaal Theater, maar dan, zoals de titel al aangeeft over fotografie. Werkelijk ieder facet komt aan bod in zes afleveringen van bijna een uur (verdeeld over twee schijfjes): zwart-wit en kleur, oud en nieuw, van de eerste fotografische experimenten in de jaren ‘40 van de 19de eeuw tot de huidige digitale revolutie. Van Louis Daguerre en Robert Capa, Nan Goldin en Henri Cartier-Bresson tot Martin Parr en Cindy Sherman.

Aan het woord komen tientallen wereldvermaarde fotografen, verzamelaars, uitgevers, curatoren, veilingmeesters en kunsthistorici, en er trekt een schier oneindige reeks foto’s voorbij. Gemaakt op alle continenten. De serie plaatst de fotografie in perspectief (sociaal, politiek, economisch en artistiek) en belicht verschillende genres, zoals kunst, nieuws, reportages, landschappen, portretten en advertenties.

De lat is hoog gelegd: ‘De ziel van de fotografie’, dat is wat Genius of Photography wil blootleggen. En het lukt nog ook. De serie leert je kijken en begrijpen hoe fotografie weet te ontroeren, beroeren, ontgoochelen, te laten genieten en herbeleven. ‘And that is the true genius of photography!’

28

05 2010

Zwanger? In ontblote staat op de cover!

Demi Moore zette een trend, toen ze in augustus 1991 zeven maanden zwanger poseerde voor de cover van de Vanity Fair. Cindy Crawford deed haar na, en Christina Aguilera, Brooke Shields, Claudia Schiffer, Monica Bellucci (twee keer), en Britney Spears (drie keer), om er maar een paar te noemen. Ook in Nederland vond Moore navolging: Elle van Rijn ging uit de kleren voor Mama, Nikkie Plessen stond naakt op de cover van Grazia, en Sanne Wallis de Vries deed een Demi Mooretje voor Vrij Nederland.

De leukste variatie is voor de poster van Naked Gun 33 1/3: The Final Insult, met het hoofd van Leslie Nielsen op het naakte lijf van Demi Moore. Celebrity-fotografe Annie Leibovitz klaagde Paramount aan wegens inbreuk op haar auteursrecht; de studio verweerde zich met het argument dat de poster een parodie was voor een film waarin de hele filmgeschiedenis en popcultuur werden geparodieerd. De studio won.

27

05 2010

Gouden Palm voor hallucinante Thaise fabel

Actrice Charlotte Gainsbourg en Gouden Palm-winnaar Apichatpong Weerasethakul.

De Thaise regisseur Apichatpong Weerasethakul heeft zondagavond in Cannes de Gouden Palm gewonnen voor zijn film Uncle Boonmee Who Can Recall His Past Lives. Het was voor het eerst dat de Palme d’Or, de hoogste onderscheiding van het festival van Cannes, naar Thailand ging. ‘Deze Palm is heel belangrijk voor de geschiedenis van Thailand en het Thaise volk’ zei Weerasethakul dan ook. Hij bedankte alle ‘Thaise geesten en spoken’, en zijn ouders, die hem dertig jaar geleden voor het eerst meenamen naar een kleine bioscoop.

Uncle Boonmee – totstandgekomen dankzij een bijdrage van het Rotterdamse Hubert Bals Fonds – is een intuïtieve, hallucinante, multi-interpretabele fabel, waarmee Weerasethakul andermaal zijn verbondenheid met de ongerepte natuur, mythen en grote mysteries (reïncarnatie, animisme) laat zien. Centraal staat een man met een nieraandoening, die in zijn laatste levensdagen bezoek krijgt van zijn pasgestorven vrouw. Ook zijn lang verdwenen zoon verschijnt aan hem – in een niet-menselijk vorm (half mens, half aap, met rode, lichtgevende ogen). Weerasethakul voert ook nog een sprekende meerval op, die een beeldschone prinses bevredigt.

De Gouden Palm is niet de eerste, wel de meest prestigieuze onderscheiding voor Weerasethakul (Bangkok, 1970), die vanwege de onlusten in Thailand grote moeite had op het festival te geraken. In 2002 kreeg hij in Cannes de Prix Un Certain Regard voor Blissfully Yours; met Tropical Malady won hij twee jaar later de Juryprijs.

De jury onder leiding van de Amerikaanse regisseur Tim Burton verdeelde ook de overige prijzen over de meest interessante, cinefiele producties. De op een na belangrijkste prijs, de Grote Prijs, ging naar de Fransman Xavier Beauvois voor diens serene Des hommes et des dieux, over de Franse trappistenmonniken die in 1996 in Algerije werden vermoord door fundamentalisten. De Juryprijs, zeg maar de bronzen medaille, ging naar Mahamat-Saleh Haroun voor Un homme qui cri, een schijnbaar eenvoudige parabel over een vader en zoon ten tijde van de oorlog in Tsjaad.

De magistrale Franse acteur Mathieu Amalric, die buiten de Franse landgrenzen nog het meest bekend is door zijn rol als schurk in de James Bond-film Quantum of Solace, werd geëerd als beste regisseur voor Tournée. Tournée, waarin Amalric zelf te zien is als een televisieproducent die na een jarenlange vlucht naar Frankrijk is teruggekeerd met een groep Amerikaanse burlesquedanseressen, werd tevens onderscheiden met de Fipresci-prijs van de internationale filmpers.

De Zuid-Koreaan Lee Changdong kreeg de prijs voor het beste scenario voor Poetry, een delicaat, prachtig gedoseerd drama over een oma met Alzheimer, die troost vindt in poëzie nadat haar kleinzoon wordt verdacht van verkrachting.

Ook de acteursprijzen zijn uitstekend terechtgekomen: de Italiaan Elio Germano en de Spanjaard Javier Bardem deelden de prijs voor de beste acteur – de eerste gedeelde acteursprijs in de geschiedenis van het festival. Germano werd bekroond van zijn rol van een tegen het onrecht strijdende vader in Daniele Luchetti’s La nostra vita; Bardem voor zijn aandeel in het weergaloze Biutiful van de Mexicaan Alejandro Ganzáles Iñárritu. Hij speelt een paranormaal begaafde rommelaar met uitgezaaide prostaatkanker die zo goed en zo kwaad als het gaat voor zijn twee kindjes probeert te zorgen.

De Française Juliette Binoche (die de poster van deze 63ste festivaleditie siert) werd bekroond voor haar rol in Copie conforme, de eerste ‘westerse’ van de Iraniër Abbas Kiarostami. Binoche draagt de film, als een wispelturige galeriehoudster in Toscane, die de dag doorbrengt met een Britse schrijver die wel met liefde en toewijding kan kijken naar kunstvoorwerpen, maar de schoonheid van alles wat hem omringt niet ziet.

De Camera d’Or, de prijs voor het beste debuut, ging naar Año bisiesto van Michael Rowe, opgenomen in de parallelsectie Quinzaine des réalisateurs. R U there van David Verbeek viel buiten de prijzen; de Prix Un Certain Regard ging naar de Zuid-Koreaan Hong Sang-so voor Ha Ha Ha. Toch had Verbeek ook reden tot tevredenheid: zijn film werd in Cannes verkocht aan onder meer Frankrijk en Rusland.

25

05 2010

Frans koloniaal verleden splijt Cannes

Nerveus gedoe voor aanvang van de Hors-la-Loi-persconferentie. Midden: Rachid Bouchareb.

Voor het festivalpaleis blokkeerden tientallen politiebusjes de straat; gendarmes stonden overal. Iedereen die naar binnen wilde, werd grondig gefouilleerd. Tassen werden ondersteboven gehaald; flesjes water moesten worden afgegeven.

Op het programma stond Hors-la-Loi, waarmee de Frans-Algerijnse regisseur Rachid Bouchareb eens te meer aantoont dat het Franse koloniale verleden nog altijd een open zenuw is. Voordat de film te zien was, had links en rechts er al een oordeel over geveld. Vooral rechts: het Front National had opgeroepen om actie te voeren vóór de wereldpremière in Cannes.

Beginpunt van Hors-la-Loi is de opstand in de Algerijnse kuststad Sétif op 8 mei 1945. Daar werden meer dan honderd Franse kolonisten vermoord door een moslimmenigte die onafhankelijkheid van Frankrijk eiste. Het Franse leger sloeg keihard terug; historici schatten dat daarbij tussen de vijftien- en twintigduizend slachtoffers vielen. De slachting betekende de opmaat voor de Algerijnse Onafhankelijkheidsoorlog.

In Hors-la-Loi focust Bouchareb op drie broers van Algerijnse afkomst. De oudste vecht in het Franse leger in Vietnam, de intellectueel (met bril) zit aanvankelijk een gevangenisstraf van tien jaar uit vanwege zijn deelname aan de opstand, de derde verdient goed geld als pooier; hij buit zijn landgenoten uit. Uiteindelijk komen de drie zij aan zij te staan voor de goede zaak, in een weinig subtiele, schematische geschiedenisles.

Lionnel Luca van de rechtse regeringspartij UMP van president Sarkozy noemde de film ‘onverantwoordelijk’. Op basis van het script, dat hij had laten napluizen door de historische dienst van het Ministerie van Defensie. Het zou ‘meerdere fouten en anachronismen’ bevatten: ‘De regisseur wil de kijker doen geloven dat Europeanen in het wilde weg moslims hebben vermoord op 8 mei, terwijl het tegengestelde is gebeurd.’ Luca spreekt van geschiedvervalsing. ‘Ik wil niet ontkennen dat de Fransen op een verwerpelijke manier hebben gereageerd. Maar dat was pas nadat ze als konijnen werden afgeslacht.’

Luca kreeg bijval van onder anderen Hubert Falco, staatssecretaris belast met Defensie en Oudstrijders, die stelde dat Bouchareb de eer van Frankrijk besmeurt. Op een hypernerveuze persconferentie bedankte Bouchareb festivaldirecteur Thierry Frémaux dat hij niet is bezweken onder de druk om de Frans-Algerijnse coproductie niet in Cannes te vertonen.

Ter verdediging van zijn film had Bouchareb eerder al een open brief naar het festival gestuurd: ‘Gehecht als ik ben aan de vrijheid van mening lijkt het me normaal dat sommigen het niet eens zullen zijn met mijn film. Maar ik hoop dat dit verschil van mening wordt uitgedrukt op een vreedzame manier, en in de sereniteit van een uitwisseling van ideeën. Voor mij zou het mogelijk moeten zijn dat de filmwereld alle mogelijke onderwerpen aansnijdt. Ik doe dat als regisseur, met mijn gevoeligheden, zonder wie dan ook te verplichten hiermee in te stemmen.’

Zaterdag staan er nog twee minder controversiële competitiefilms op het programma: het peperdure Russische spektakelstuk Exodus – Burnt by the Sun 2 van Nikita Mikhalkov (een vervolg op Burnt by the Sun, die in 1994 de Grote Juryprijs won in Cannes en de Oscar voor beste niet-Engelstalige film) en Tender Son – The Frankenstein Project van de Hongaar Kornél Mundruczó. Het festival wordt afgesloten met The Tree van de Franse regisseuse Julie Bertuccelli, een in Australië gesitueerd drama met Charlotte Gainsbourg in de hoofdrol.

Zondag worden in Cannes de prijzen verdeeld. Een uitgesproken Gouden Palm-favoriet is er niet; de journalistenpoll van het vakblad Screen wordt al dagen aangevoerd door Another Year van Mike Leigh (met een gemiddelde van 3,4 op een schaal van 0 tot 4), gevolgd door Des hommes et des dieux van de Franse regisseur Xavier Beauvois.

Maar dat zegt helemaal niets.

Op de eerste dag van het festival liet juryvoorzitter Tim Burton weten dat hij vooral wil worden verrast. Als dat het belangrijkste criterium is, zou de jury ook kunnen uitkomen bij een film als Poetry, een delicate verdediging van de poëzie geregisseerd door de Koreaanse meester Lee Changdong. Of bij Uncle Boonmee Who Can Recall His Past Lives van de Thaise regisseur Apichatpong Weerasethakul. een onnavolgbare boeddhistische parabel, met onder meer een sprekende meerval, een beeldschone prinses met een verbrand gezicht, en een reïncarnatie die op de aapmensen uit Tim Burtons Planet of the Apes lijkt. Maar dan met rode, lichtgevende ogen.

25

05 2010

Cannes dag 10: vrijdag 21 mei (slot)

Het festival loopt ten einde. Dat merkte je de afgelopen dagen al aan de gratis edities van de vakbladen Variety, Screen en THR. Die werden iedere dag wat dunner, en de dag nadat de filmmarkt is geëindigd verschijnen ze helemaal niet meer. Er lopen ook steeds minder mensen rond in Cannes, en de sfeer werd iets minder opgefokt.

Tot vanochtend dan: voor het festivalpaleis blokkeerden tientallen politiebusjes de straat; gendarmes stonden overal. Iedereen die naar binnen wilde, werd grondig gefouilleerd. Tassen werden ondersteboven gehaald; flesjes water moesten worden afgegeven.

De maatregelen hadden van doen met de vertoning van Hors-la-Loi, waarmee de Frans-Algerijnse regisseur Rachid Bouchareb eens te meer aantoont dat het Franse koloniale verleden nog altijd een open zenuw is. Het Front National had opgeroepen om actie te voeren vóór de wereldpremière in Cannes. Maar ik heb geen oproerkraaier gezien in de buurt van het paleis. De film viel niet mee: Hors-la-Loi is een belangrijke, maar daardoor nog niet geslaagde geschiedenisles.

De aansluitende persconferentie was een nerveuze toestand, met heel veel kleerkasten van bewakers. Bouchareb formuleerde begrijpelijkerwijs uiterst omfloerst: zijn film is bedoeld om het debat op gang te brengen over het Franse koloniale verleden, zodat de bladzijde eindelijk definitief omgeslagen kan worden. Hij benadrukte dat er bij Indigènes ook al protesten waren, en dat de bioscoopbezoeker – de Franse en de Algerijnse – zich daardoor gelukkig niet had laten weerhouden zijn film in het hart te sluiten.

Liep Cyrus Frisch nog tegen het lijf, die naar Cannes is gekomen om met sales agents te praten over zijn WorldProblems Project. Helaas geen tijd voor koffie, ook niet met Dick Rijneke. Wilde nog een laatste film zien: Rebecca H. (Return of the Dogs) van de Amerikaan Lodge Kerrigan, een intens portret van een actrice op de rand van en zenuwinzinking die in een film van Lodge Kerrigan speelt…

In het hotel alle bladen en persmappen weg gekieperd; alleen het bijzonder mooie boekje bij Apichatpong Weerasethakuls Uncle Boonmee Who Can Recall His Past Lives gaat mee naar huis.

Het was al met al een redelijk festival. Als je tenminste niet focust op die dertig films die zozo zijn, maar op dat handjevol films dat er bovenuit steekt: Poetry van Lee Changdong, Autobiografia lui Nicolae Ceausescu van Andrei Ujica, Uncle Boonmee Who Can Recall His Past Lives van Apichatpong Weerasethakul, Biutiful van Alejandro González Iñárritu. Iedereen zegt hier altijd dat het vorig jaar beter was. En iedereen kijkt hier altijd reikhalzend uit naar Venetië, waar al die geweldige films naartoe gaan die net niet op tijd klaar waren voor Cannes: Terrence Malicks The Tree of Life, Sofia Coppola’s Somewhere, Clint Eastwoods Hereafter, Julien Schnabels Miral, Anton Corbijns The American, Bela Tarrs The Turin Horse, Tran Anh Hungs Norwegian Wood…

En daar gaat het dan precies zo als in Cannes: er zitten vast pareltjes tussen, maar het kunnen onmogelijk allemaal meesterwerken zijn…

21

05 2010

‘Waargebeurd mag soms misschien goed zijn voor de wereld, het doet een film lang niet altijd goed’

Naomi Watts en Doug Liman

‘Ik kende het verhaal natuurlijk, maar het is geen seconde bij me opgekomen dat er een goede film in zat. Totdat ik het script las. Ik werd zo gegrepen door de personages dat ik bijna vergat dat het waargebeurd was. Het zijn twee onvoorstelbare hoofdrollen: een superspionne, getrouwd met een man die Saddam Hoessein in levende lijve heeft ontmoet. Het is een topverhaal. En dat het echt heeft plaatsgevonden is een bonus. Waargebeurd mag soms misschien goed zijn voor de wereld, het doet een film lang niet altijd goed.’

Doug Liman’s Fair Game, de enige Amerikaanse film in de Gouden Palm-competitie, is gebaseerd op de beruchte Plamegate-affaire: vlak voor de Amerikaanse inval in Irak in 2002 stuurde de CIA voormalig ambassadeur Joseph Wilson naar Niger om na te gaan of Saddam Hoessein  bezig was uranium te kopen om massavernietigingswapens  mee te maken. Wilson concludeerde van niet. George W. Bush  beweerde desalniettemin van wel; twee maanden later begon de tweede Golfoorlog.

Wilson schreef een artikel in de New York Times, waarin hij scherpe kritiek leverde op Bush. Een week later werd in de krant onthuld dat Wilsons vrouw Valerie Plame voor de CIA werkte. Het bracht niet alleen Plame in levensgevaar, maar ook al haar contacten.

Liman, die eerder popcornfilms maakte als The Bourne Identity (2002) en Mr. & Mrs. Smith (2005) heeft van de complexe affaire een opwindende, onderhoudende en leerzame film weten te maken. Bush is alleen op televisiebeelden te zien. Naomi Watts en Sean Penn overtuigen als de eenzame strijders tegen het systeem. Alleen het einde, waarin huwelijkscrisis en bombastisch patriottisme de overhand krijgen is wel erg des Hollywoods. Liman: ‘Het is in de eerste plaats entertainment. Het is niet alleen een politieke thriller, maar vooral een film over twee bijzonder interessante mensen die zonder dat ze dat zelf willen midden in een maalstroom van gebeurtenissen belanden.’

Ook de nieuwe film van Ken Loach, die pas op het allerlaatste moment aan de competitie werd toegevoegd, speelt in Irak. In Route Irish – vernoemd naar de beruchte, levensgevaarlijke route van Bagdads hoogbeveiligde Green Zone naar de internationale luchthaven – komt een Britse contractor om het leven, die voor 10 duizend pond per maand (belastingvrij) bij een private beveiligingsonderneming werkt. Hij was op het verkeerde moment op de verkeerde plek, aldus zijn in niets anders dan vette contracten geïnteresseerde superieuren. Kort na zijn dood krijgt zijn beste vriend – type ruwe bolster, blanke pit, een Irakese mobiele telefoon in handen. Erop staat een filmpje waarin een taxi met vier Iraakse burgers aan gruzelementen wordt geschoten.

‘Dit is moord!’, zegt de naar Liverpool gevluchte Irakees die de bestanden van de telefoon heeft gehaald. De vriend en vriendin van de omgekomen contractor gaan vervolgens samen op onderzoek, in een film die onhandig meandert tussen drama en boodschap. Door middel van waterboarding kun je iedereen laten zeggen wat je maar wilt, laat Loach zien. Om te laten zien hoe erg het er aan toegaat in Irak heeft hij archiefbeelden van een aantal gruwelijke aanslagen gebruikt.

De meest indrukwekkende (anti-)oorlogsfilm in Cannes is Armadillo (opgenomen in de Semaine de la critique), een documentaire waarin de Deense regisseur Janus Metz twee jonge Deense soldaten volgt tijdens hun eerste missie in Helmand, Afghanistan. Wantrouwen en paranoia spatten van het doek in Metz’ debuutfilm, die een even verontrustend als ontluisterend beeld schetst van het slagveld. En alles is echt (de soldaten liepen rond met camera’s op hun helm): de bominslagen, de doodsangst in de ogen van de mannen, de lijken. Gruwelijk.

21

05 2010

Cannes dag 9: donderdag 20 mei

Wat is een Nederlandse film? Volgens Holland Film, de organisatie die de Nederlandse film in het buitenland promoot, is Over Your Cities Grass Will Grow van Sophie Fiennes een Nederlandse productie. Het is een documentaire van een Britse regisseur over een Duitse kunstenaar gesitueerd in Frankrijk. Maar geproduceerd of gecoproduceerd door de Nederlander Kees Kasander. Schastye moe/Mein Glück/My Joy van de Oekraïner Sergie Loznitsa, gecoproduceerd door het Amsterdamse Lemming Film, is dan weer geen Nederlandse productie… Het zal de (economische) realiteit wel zijn, maar er is geen touw aan vast te knopen. Zoals er in Cannes wel meer gebeurt wat niet helemaal te bevatten is… Waarom is Andre Schreuders bijvoorbeeld niet even voorgesteld op de Dutch Party? Wat doet een ‘non-executive director’? (ik werd gebeld of ik Pierre Lescure, wilde interviewen, de non-executive director van de gerestaureerde versie van Alfred Hitchcock’s meesterwerk Psycho).

En hoe werken de horloges van pr-medewerkers precies? Als ze waarschuwen dat de interviews een kwartiertje zijn uitgelopen, kun je er gevoeglijk vanuit gaan dat je minstens een half uur moet wachten. Andersom blijkt een interview van een half uur in de praktijk vaak maximaal een minuut of twintig te duren. Nog een raadsel: waar zoeken de beveiligers bij de deuren van het paleis precies naar?

Vanochtend was het weer raak: ik hield mijn tas open, de beveiligster vroeg of ik een fototoestel bij me had. ‘Twee’, antwoordde ik, ze lachte en ik mocht doorlopen. Met mijn  fototoestel.

Naar Fair Game van Doug Liman, de enige Amerikaanse productie in de Gouden Palm-competitie. Het is een behoorlijk meeslepende politieke thriller, waarin Liman (bij het grote publiek vooral bekend door popcornvermaak als The Bourne Identity, Mr. & Mrs. Smith en Jumper) maar weinig concessies doet om de ingewikkelde, waargebeurde affaire begrijpelijk en invoelbaar te maken voor een groot publiek. Alleen het einde, waarin huwelijkscrisis en bombastisch patriottisme de overhand krijgen is wel erg des Hollywoods.

Op de aansluitende persconferentie, waar ik dankzij twitter en collega Robbert Blokland een plek op de eerste rij had, werd Liman onder meer gevraagd naar de dreiging van Iran (‘Ik ben regisseur, geen nucleair non-proliferatie-expert’) en naar het verschil tussen Jumper en Fair Game (In de eerste versie van het script dematerialiseerde Valerie Plame aan het slot. Dat bleek toch niet goed te werken…).

In mijn hotel op mijn laptop gekeken naar de Belgische kortfilm IJsland (sfeerrijk), de Nederlandse film Zingen in het donker , die ik vanochtend in mijn postvakje vond (bar en boos), en naar de geweldige Deense documentaire Armadillo.

Vervolgens naar The Two Escobars geweest, een indrukwekkende documentaire over de connectie tussen narco-terrorist Pablo Escobar en voetballer Andrés Escobar, die op het WK voetval in Amerika, 1994 het eigen doelpunt maakte dat de uitschakeling van Colombia betekende en vervolgens in eigen land werd doodgeschoten. Jammer alleen van de vreselijke muziek.

Daarna snel naar het strand, voor mijn interview met Juliette Binoche. Een half uur met zijn zessen (waaronder helaas mijn krankzinnige collega uit Israël die je er dan weer liever niet bij wilt hebben)…  Binoche, in een lila satijnen jurkje, was zeer onderhoudend.

’s Avonds nog naar twee hardcore-artfilms: Rebecca H. (Return to the Dogs) van Lodge Kerrigan en Lung boonmee raluek chat (Oncle Bioonmee ceui qui souvient de ses vies intérieures), een onnavolgbare Boedhistische parabel, met onder meer een reïncarnatie die op de aapmensen uit Tim Burtons Planet of the Apes lijkt (met rode lampjes als ogen), een prinses met een verbrand gezicht, en een sprekende meerval.

Bijna niemand liep weg. Na afloop klonk er een minutenlang applaus. Ook dat was niet helemaal te bevatten.

20

05 2010

Moonen als vorm van protest

Untitled (Limited Ambition). Oil on canvas, 2010, 80x60 cm.

Zelf heeft ze nooit gemoond. Niet serieus in ieder geval, niet in het openbaar. Maar ze heeft wel een vriend die er gek op is. ‘Als ik een serieus gesprek heb, zie ik hem vaak in een ooghoek zijn broek laten zakken. Daar krijg ik een erg oncomfortabel gevoel van.’

De Zweedse kunstenares Jenny Lindblom (Eskilstuna, 1981) maakt schilderijen van moonende jonge vrouwen; van meisjes die na een avondje stappen betrapt lijken door een paparazzo – de metersgrote doeken maken van de toeschouwer een soort voyeur. ‘Limited Ambition’ heet de serie; de titel is een ironisch commentaar op het stereotypische brave meisjesgedrag waaraan ze zichzelf naar eigen zeggen ook maar al te vaak bezondigt.

Lindblom kwam in 2005 vanuit Uppsala naar Amsterdam, studeerde in 2008 af aan de Gerrit Rietveld Academie, en volgt nu een masteropleiding aan het Amsterdamse Sanberg Instituut. ‘Ik ben de meest low-tech kunstenaar die er rondloopt. Maar ze vonden dat ik iets nieuws deed met het oude medium schilderkunst.’ Ze haalt haar schouders op: ‘Iedereen probeert toch iets nieuws te doen?’

Haar werk is op dit moment te zien in Bonniers Konsthall in Stockholm en op de Kunstvlaai in Cultuurpark Westergasfabriek. Ze schilderde er vijf nieuwe doeken voor. Binnen drie weken. Op de opening was de verf van een schilderij nog niet droog.

Ze voelt zich verbonden met de buitenbeentjes, met jonge vrouwen die niet aan de verwachtingen van anderen willen voldoen; die na hun opleiding niet een jaar door Thailand gaan reizen… Haar schilderijen zijn een subtiel commentaar. Moonen, het toekeren van het eigen blote achterwerk om een ander in verlegenheid te brengen, is eigenlijk vooral een mannending. ‘In de kunst is vrouwelijk bloot gemeengoed. Maar dit soort bloot dan weer niet. Mijn meisjes moonen als protest. Het is een offensieve daad, een eigen keuze. Het is geen geobjectiveerd bloot.’

Limited Ambition van Jenny Lindblom is t/m 23 mei te zien op de Kunstvlaai.

20

05 2010