Archive for March, 2010

Er wordt veel te weinig getest in Nederland

Over testscreenings doen veel indianenverhalen de rondte. Dat Iep! is verminkt naar aanleiding van de vertoning van een halfaffe versie bijvoorbeeld. Of dat De vliegenierster van Kazbek keer op keer naar de montagekamer is terugverwezen door een kritsisch testpubliek – ook niet waar.

In Amerika zijn testscreenings de gewoonste zaak van de wereld. Een film is duur, dus hij moet zijn weg naar het publiek vinden. De scènes die niet bevallen, of niet worden begrepen, en grappen waarom niet wordt gelachen, worden na peilingen onder de doelgroep rigoureus verwijderd. Als het publiek aangeeft dat het einde te somber is, wordt het vervangen door een zonniger slot.

Ook in Nederland, waar de regisseur in bijna alle gevallen bepaalde hoe zijn film eruit ging zien, is de invloed van producenten en subsidiënten op het eindresultaat toegenomen. Aanvankelijk kregen vooral bekenden, relaties en bevriende regisseurs daarvoor een uitnodiging. In 2003 werden zogenoemde ‘recruited audience screenings’ (RAS) echter verplicht gesteld voor door het Filmfonds ondersteunde publieksfilms. ‘Vijfentwintig of vijfhonderd mensen maakt een enorm verschil’ wist marketingdeskundige Paul Verstraeten destijd al. ‘Het is bovendien belangrijk dat je het juiste publiek binnenhaalt. En dan nog: ook als de beoogde doelgroep de film geslaagd vindt, wil dat nog niet zeggen dat ze een kaartje gaan kopen.’

De screenings zijn zo laat mogelijk in het productieproces, desalniettemin ontbreken de visual effects vaak en is ook de muziek meestal nog niet afgewerkt. Dat zou geen bezwaar moeten zijn, stelt Verstraeten. ‘Daar houden we natuurlijk rekening mee. De resultaten worden met bepaalde ogen bekeken.’

Wat de uitkomsten ook zijn, al te ingrijpend kunnen de veranderingen niet zijn. Er kunnen aanpassingen worden gemaakt in de montage, maar anders dan in Hollywood is herschieten in Nederland in bijna alle gevallen uitgesloten, en als het al kan, dan toch niet veel langer dan een enkele dag, met één zeer vastomlijnd doel.

De testresultaten kunnen echter wel een belangrijke rol spelen bij de positionering van een film: een familiefilm wordt net weer anders in de markt gezet dan een kinderfilm, een komedie vraagt een andere aanpak dan een romantische komedie. Een enkele keer wordt een testscreening gebruikt om na te gaan of een film überhaupt in de bioscoop moet worden uitgebracht. Het Schitzelparadijs, bijvoorbeeld, gemaakt voor televisie dankt zijn bioscooprelease aan een uiterst succesvolle testscreening. Zoals de makers van Het wapen van Geldrop na een testscreening eigenlijk beter hadden moeten weten en de film helemaal niet in de bioscoop hadden hoeven uitbrengen.

Sinds 2009 zijn testscreenings niet meer verplicht bij het Filmfonds, ook niet voor publieksfilms. Maar producenten die een RAS willen houden, kunnen daar nog steeds geld voor krijgen; tot 75% van de kosten, met een maximum van 10.000 euro.

Voor zijn kaskraker Oorlogswinter vond regisseur Martin Koolhoven het niet nodig testscreenings te organiseren: ‘Ik twijfelde niet. Als iemand anders de film wel had willen laten zien, was ik er niet tegen geweest, maar we hadden gewoon niet het idee dat het nodig was.’

Verstraeten in van mening dat er veel te weinig wordt getest in Nederland. ‘In een ideale situatie test je op meerdere momenten, eerst een of twee keer voor een klein publiek, als je nog ruim de tijd hebt om wijzigingen aan te brengen. En als de film zo goed als klaar is, voor een groter publiek, om te kijken of je ideeën over de uitbreng kloppen. Zo is het gedaan met Alles is liefde en met De Storm. Tot ieders tevredenheid.’

Bij Iep! dacht regisseur Rita Horst een ‘mensenfilm’ gemaakt te hebben, geschikt voor 6- tot 60-jarigen. Uit de testscreenings bleek dat de film vooral goed scoorde bij kinderen. Bij De vliegenierster van Kazbek was editor Menno Boerema al vervangen voordat er een testscreening was gehouden, halverwege de montage, omdat het niet goed ging en wegens tijdgebrek. De films is vervolgens afgemonteerd door Catherine Turner en getoond aan de coproducenten, distributeur en fondsen, die volgens Smits zeer tevreden waren. ‘Het zou een cross-over film worden.’

Vervolgens werd de film vertoond voor de theatereigenaren en ontstonden er problemen. ‘De arthouses vonden ’m te commercieel en uitleggerig. Pathé vond ‘m te artistiek voor hun publiek.’ Besloten werd de release een half jaar uit te stellen, waardoor Smits de mogelijkheid kreeg nog eens goed naar haar materiaal te kijken. Vóórdat ze aan de slag ging, organiseerde producente Els Vandevorst zelf een testscreening. Zonder geld van het Fonds, voor een ‘mannetje of dertig, via via bij elkaar gehaald, in verschillende leeftijden en met verschillende achtergronden’. De uitkomst van het vragenlijstje? Vandevorst: ‘Heel divers. Maar het bevestigde onze vermoedens: dat de film teveel eindes had en dat we wat meer op de emotie van de hoofdrolspeelster moesten zitten. Dat hadden we zelf ook al bedacht.’

30

03 2010

De versluierende teksten van een smartlap versus de gortdroge taal van het wetboek

In filmtheater Lumière in Maastricht is dezer dagen het Made in Europe Film Festival. De festivalkrant vroeg me mijn favoriete film in het festival te kiezen; dat werd Politist, Adjectiv van Corneliu Porumboiu.

In Politist, Adjectiv volgt een jonge politierechercheur een scholier die wordt verdacht van handel in softdrugs. Wanneer zijn superieur eist dat de jongeman wordt gearresteerd, krijgt de rechercheur last van zijn geweten: als achteraf zou blijken dat hij alleen maar blowt en niet handelt in hasj, kan hij óók een paar jaar gevangenisstraf krijgen en is zijn leven verwoest. Daar wil de rechercheur niet verantwoordelijk voor zijn; de routineklus groeit uit tot een gewetenskwestie

In lange scènes, ontleedt de jonge Roemeen Corneliu Porumboiu de complexe (morele) dilemma’s waarmee de wetgever, de handhavers en het volk worstelen in het Roemenië na Ceausescu: de discrepantie tussen recht en rechtvaardigheid is enorm.

Op het eerste gezicht lijkt er maar weinig te gebeuren, maar beetje bij beetje kantelt het perspectief, juist doordat Porumboiu zo secuur te werk gaat (hetzelfde procédé hanteerde hij ook in het minimalistische, droogkomische 12:08, East of Bucharest, waarmee hij in 2006 op het festival van Cannes de Camera d’Or won, de prijs voor het beste debuut).

Taal speelt opnieuw een cruciale rol: de versluierende teksten van een heerlijke smartlap die keer op keer wordt beluisterd om te ontdekken wat de zangeres nu eigenlijk bedoelt, en vooral de gortdroge taal van het wetboek. Met behulp van het woordenboek maakt zijn superieur de rechercheur duidelijk dat er niet getornd dient te worden aan de wet – dat zou maar tot chaos leiden.

Er valt geen speld tussen te krijgen. Zo is het. Zo is het recht. Maar is het ook rechtvaardig? Politist, Adjectiv is een film die nog lang in het hoofd blijft spoken. Niet voor niets werd de film vorig jaar op het festival van Cannes bekroond met de prijs van de internationale filmkritiek en kreeg hij een eervolle vermelding in de sectie Un certain régard. Porumboiu’s tweede speelfilm is een ingetogen meesterwerk.

Made in Europe Film Festival. T/m 28 maart in Maastricht.

26

03 2010

Kruizen en Mariabeelden

Juist nu de Katholieke Kerk zo onder vuur ligt, hangen er twee filmposters in de stad met nonnen en kruizen.

Op de fraaie Nederlandse poster van Hadewijch, Bruno Dumonts al even fraaie update van het mystieke leven van de 13e-eeuwse, Brabantse Hadewijch, staart de imposante hoofdrolspeelster Julie Sokolowski indringend in de richting van de lens/de kijker. In haar hand houdt ze een kruis.

Op de minstens zo fraaie Nederlandse poster van Lourdes staat een fragment van een Mariabeeld. Het logo van Venetië en de talrijke bekroningen bovenaan de poster maken nog engiszins duidelijk dat het om een film gaat, en niet om propaganda voor de kerk.

Er zijn overigens twee andere posters van Lourdes: op een staat een ander Mariabeeld, op een ander zit de imposante hoofdrolspeelster Sylvie Testud in een rolstoel; achter haar staan een paar nonnen te smoezen. Die poster staat op de site van het Filmmuseum en duikt het meest op op internet. Je vraagt je af waarom…

26

03 2010

Nóg een prijs voor de beste filmposter

Maanden geleden werd ik gemaild: het International Film Festival Breda wilde een prijs uitreiken voor de ‘Best European Film Poster’. Of ik – met mijn expertise als grafisch ontwerper – in de vakjury wilde.

Dat wilde ik wel; hoe meer prijzen voor filmaffiches hoe beter, wat mij betreft (en zo klein als Nederlands is, zijn er al twee prijzen voor filmaffiches: de Film Poster Award van de TV Krant en de Cinema.nl Afficheprijs).

De competitie had een inhoudelijke bijdrage moeten leveren aan de visie van het filmfestival, stelde de organisatie: het tonen van de beste artistieke (Europese) film en de ontwikkelingen binnen de cinema op het gebied van innovatieve film en filmverwante beeldcultuur.

Elk Europees land zou worden uitgenodigd om het beste grafisch ontworpen filmaffiche in te zenden van een film die geproduceerd is in het desbetreffende land en uitgebracht is in 2009. ‘De graphic designer van deze poster hoeft niet per sé dezelfde nationaliteit te hebben als het deelnemende land’, meldde het reglement, en ‘de prijs (€ 1000,–) is voor de graphic designer’.

Er zou een expositie zijn in het Centrum voor Beeldcultuur in het stadscentrum van Breda. Zaterdag 27 maart zou de prijsuitreiking zijn.

Vervolgens hoorde ik maanden niets, stuurde ik zelf maar eens een mail, en kreeg ik te horen dat de organisatie genoodzaakt was geweest de competitie te cancelen. De reden: er waren onvoldoende aanmeldingen vanuit de landen binnen Europa. Inclusief Nederland waren er 31 landen; er was een minimum gesteld van twintig, en er waren maar twaalf posters ingezonden. De organisatie stelde nogmaals dat ze het erg jammer vond, de competitie zou immers goed bij het International Film Festival Breda hebben gepast.

Inderdaad, jammer maar helaas. Ik was vooral benieuwd welk affiche nu namens Nederland zou zijn ingezonden en door wie…

Het International Film Festival Breda duurt t/m 28 maart. Ook zonder de afficheprijs valt er voldoende te beleven. Zo is er een retrospectief rond Mark de Cloe en is een gerestaureerde versie te zien van Metropolis.

25

03 2010

Actie! – Vrijdag 18 december 2009, 12.36 uur, Kloveniersburgwal 49 Amsterdam

V.l.n.r.: Manuel García-Calvo (geluid en montage), Rafael Alcázar (regie en productie), tolk Rob Lemm en Louis van Gasteren. Foto Bob Bronshoff.

‘Er wordt hier gesproken op zeer hoog niveau!’, legt filmmaker Louis van Gasteren uit. ‘Het is prettig als je tegenover een collega zit; het is net alsof je een stukje wordt opgetild. Het beste komt naar boven’

In zijn woonkamer, boven het kantoor van Spectrum Film, aan de Kloveniersburgwal in Amsterdam, wordt Van Gasteren geïnterviewd door de Spaanse regisseur Rafael Alcázar. Rob Lemm, hispanist, historicus en auteur van ‘Geschiedenis van Spanje’, vertaalt. Alcázar gniffelt. ‘Dat gezegd hebbende: ik wil wel een say hebben over mijn aandeel in de film; ik wil de werkkopie zien, is dat een probleem?’ ‘Si, si’, antwoordt Alcázar. ‘Geen probleem.’ ‘Mooi’, besluit Van Gasteren. ‘Ik denk dat we het wel eens zullen worden onder een goed glas Rioja.’

Van Gasteren heeft Alcázar leren kennen toen hij onderzoek deed voor een film over Don Quijote, gebaseerd op een kritische beschouwing die de Spaanse filosoof en schrijver Miguel de Unamuno in 1900 schreef over Cervantes’ klassieker: Vida de Don Quijote y Sancho. ‘Al in de jaren vijftig heeft mijn moeder me gevraagd de inleiding van het boek te verfilmen, Op zoek naar het graf van Don Quijote. Ik heb in de loop der jaren meer dan tweehonderd Don Quijote-films bestudeerd. En de allerbeste is die van Alcázar: Las locuras de Don Quijote. Half documentair, half fictie; je weet niet wat je ziet. We waren allemaal in tranen.’

Van Gasteren zocht Alcázar op in Madrid, de mannen raakten bevriend. Toen Alcázar vernam dat de moeder van Van Gasteren – de zangeres Elise Menagé Challa, die aan het begin van de jaren ’20 nog optrad voor de moeder van de Spaanse vorst Alfons XIII – te rade is gegaan bij Unamuno, en dat zich in het archief van de Universiteit van Salamanca brieven van Menagé Challa aan Unamuno bevonden, besloot hij een film over de twee te maken: Unamuno in Amsterdam.

En voor die film kwam Alcázar Van Gasteren dan weer opzoeken, hartje winter. Hij filmde bij hem thuis, en terwijl het vroor dat het kraakte op een speciaal gehuurde rondvaartboot. De motor maakte zoveel lawaai dat het interview waarschijnlijk niet te gebruiken is.

Ondertussen staat Van Gasterens eigen film over Don Quijote ‘on hold’: geen geld. Dat betekent niet dat hij momenteel niets doet. Integendeel, op zijn bureau liggen nog enorme stapels boeken en papier: allemaal projecten, waaronder een over Nagele, een dorp in de Noordoostpolder. Een van de langlopende projecten kan van de lijst worden afgestreept. Overstag, Van Gasterens portret van zijn vriend en EEG-landbouwcommissaris Sicco Mansholt, dat hij samen met zijn partner Joke Meerman maakte, ging eind vorig jaar in Den Haag in première. Zondag 28 maart wordt de documentaire om 13.00 uur vertoond in Het Ketelhuis in Amsterdam; 5 April wordt hij om 23.15 uur uitgezonden op Nederland 2.

Zie ook www.bobbronshoff.nl

25

03 2010

Propaganda in plakkaatverf

In Rostov on Don, een havenstad in het zuiden van Rusland, kocht galeriehouder Jacques Monasch 27 originele schetsen en studies voor filmaffiches, van de familie van schilder/kunstenaar Vitali Alexandrovich Markin (1924-2001). Ze zijn nu te zien in het Geelvinck Museum aan de Keizersgracht. En te koop, zolang de voorraad strekt.

De schetsen zijn vervaardigd voor films uit het Rusland van de jaren zestig en zeventig– van pure propaganda en documentaires tot boertige komedies en aangrijpende drama’s. Terwijl in het westen al mondjesmaat fotografie werd gebruikt, bleef Markin gewoon door schilderen met plakkaatverf. In de meeste gevallen was er geen tijd om de film te zien; hij kreeg een bondige samenvatting van de film en in het gunstigste geval een paar scènefoto’s en portretten van de hoofdrolspelers.

Voor Respublika SHKID (Gennadi Poloka, 1966), een bitterzoete komedie over een opvoedingskamp voor dakloze straatboefjes in Sint-Petersburg, gebruikte Markin een zwart-wit still waarop de jochies bij hun nekvel worden gegrepen. Aan weerszijden schilderde hij de man en de vrouw die de leiding hebben over het internaat. In het midden staat de filmtitel; de namen van de regisseur en de hoofdrolspelers ontbreken.

Voor de poster van Space Test van N. Makarov (1972), een documentaire over de vlucht van de Soyuz 3 in 1968, schilderde Markin het verhitte hoofd van een gehelmde kosmonaut, tegen een dreigend-abstracte achtergrond. Voor Belorusskiy vokzal (Andrei Smirnov, 1970) herschikte hij een stil waarop drie mannen van middelbare leeftijd lijken te luisteren naar een gitaar spelende vrouw. Op het bordje bij de schets staat vermeld dat de film gaat over vier oude vrienden, die elkaar in 1945 op het treinstation in Wit-Rusland uit het oog zijn verloren. En dat-ie in 1971 op het festival van Karlovy Vary in de prijzen is gevallen.

Bijna alle schetsen van Markin zijn gemaakt voor Russische films die hier niet of nauwelijks bekend zijn, van regisseurs voor wie hetzelfde geldt. Een van de weinige uitzonderingen is Soy Cuba, het meesterwerk van Mikhail Kalatozov in hypnotiserend zwart-wit.

Kalatozov trok in 1963 na het Varkensbaai-incident naar Cuba en werkte er drie jaar aan zijn epos over de zegeningen van Fidel Castro. Zijn film had hetzelfde moeten doen voor de Cubaanse revolutie als Sergei Eisensteins Pantserkruiser Potemkin had gedaan voor de Russische revolutie. Maar Soy Cuba had weinig succes en werd in Rusland zelfs kort na de première verboden.

De veelkeurige poster van Markin, uit 1964, toont een musicerende donkere vrouw en een blanke man – net als de film een beetje uit het lood. Daarnaast is plaats ingeruimd voor de azuurblauw zee, palmbomen en de fier wapperende Cubaanse vlag. Bovenop een grijze kade zijn de contouren van een enorm afweergeschut zichtbaar.

Het schetsje, met 925 euro de duurste van allemaal, werd tijdens de opening al verkocht. Het kapitalisme lijkt het communisme definitief verdrongen te hebben.

De Russische cinema -  27 originele schetsen voor filmaffiches van Vitali Alexandrovich Markin. T/m 15 mei in Geelvinck Museum, Keizersgracht 633 Amsterdam. www.JMart.nl

NB: Voormalig filmjournalist Pieter van Lierop wees me erop dat in het Cubaanse dundoek op de Soy Cuba-poster in de rode driehoek geen ster maar een hamer met sikkel staat. Zou dat een dichterlijke vrijheid zijn geweest vanuit de Russische invalshoek? Of zou er werkelijk ooit zoiets hebben bestaan?

24

03 2010

‘Humor is een extra kwaliteit’

‘Ik zei tegen mijn assistent: google eens op Beatrix. Hij tikte per ongeluk koning Beatrix in.’ Het resultaat van de tikfout is een treffend statieportret van Hare Majesteit. Met hoedje en sjerp, de rechter schouder iets omhoog. En met stoppelbaard. ‘Ik heb eerst een snor geprobeerd, maar dat was te clownesk. Toen heb ik die stoppeltjes erop gezet. Majesteitschennis? Mwah… een vrouw die oud wordt, krijgt meer haar. Ze wordt mannelijker. Dus elk volk dat een koningin heeft die maar oud genoeg wordt, krijgt er op den duur een koning van.’

Nadat Kamagurka in 2002 in het Amsterdamse Stedelijk Museum had tentoongesteld, is hij steeds meer gaan schilderen. Op instigatie van zakenman en kunstverzamelaar Marc Coucke maakte hij gedurende een jaar zelfs iedere dag een schilderij. Het resulteerde in een vuistdik boek: de Kamalmanak. Sindsdien werkt hij onverdroten verder, met één belangrijk verschil: Kamagurka schildert wel iedere dag, maar hij maakt niet meer elke dag één schilderij.

‘De gevolgen van de Kamalmanak’ zijn nu te zien in museum Jan van der Togt in Amstelveen: krankzinnige, wonderbaarlijke danwel absurdistische doeken, geïnspireerd door kunststromingen als het kubisme en popart of moderne iconen uit de populaire cultuur, door Belgische schilders zoals Magritte en Raveel én door Piet Mondriaan, de pionier van de non-figuratieve kunst. Vooral door Mondriaan.

Een vroeg schilderij van een windmolen van Mondriaan voorzag Kamagurka van sneeuw; van het water maakte hij ijs. Op dat ijs plaatste hij een moderne compositie van Mondriaan. Op kunstschaatsen. Een andere molen werd door Kamagurka in een sneeuwlandschap geplaatst met vijf ultramarijnblauwe rompen. ‘Yves Klein on Ice’ heet het doek. ‘Ik vind dat zelf erg grappig… blauw van de kou, die afgevroren armen en benen. Maar iemand anders ziet misschien niet direct wat er zo leuk aan is. Het is humor die beetje bij beetje losgelaten wordt. Zoals een pil met verlate werking.’

Het schilderij van clown Bassie tegen een rood-geel-blauwe, Broadway Boogie-Woogie achtige achtergrond kwam voort uit een verspreking. ‘Mijn mecenas zei me eens dat hij Piet Adriaan de grootste Nederlandse schilder vindt. Zo kwamen we te spreken over Bassie en Adriaan, en van het een kwam het ander. Ik dacht: dat is een mooi schilderij, Bassie en Mondriaan.’ Zo gaat dat bij Kamagurka, het een leidt tot het ander. Een schilderij van een gekantklost servetje bracht hem als vanzelf op het idee voor een gekantklost portret van de Duits filosoof Immanuel Kant.

‘De Schreeuw’ van Edvard Munch is te herkennen in het doek ‘Soldaat 1902-1873’. Maar dan groen en met een bek vol tanden. ‘Het merkwaardigste is dat deze soldaat nooit heeft geleefd’, expliceert Kamagurka. ‘Ik verbeeldde me hoe het moet zijn geweest om in zo’n soort fanfarepakje rond te lopen op het slagveld. Dan val je wel héél erg op. Als je daarmee ten strijde trekt, ben je rapper dood dan je eigen schaduw. Toen dacht ik: zeer oud kan hij niet geworden zijn. Misschien is hij wel eerder gestorven dan hij geboren is.’

De titels fungeren vaak als clou, beaamt Kamagurka, zoals de bijschriften bij zijn cartoons. ‘Er zijn critici die vinden dat als het grappig is je het werk niet au serieus kunt nemen. Ik vind dat onzin. Humor is een extra kwaliteit. Wat is een grap? – denk daar eens over na. Waarom vind je iets grappig? Misschien vind je het wel grappig omdat je het eerst niet begrepen hebt, of omdat je het verkeerd hebt begrepen…’ Kamagurka zwijgt, dan knipoogt hij. ‘Ik word liever niet au serieus genomen door idioten dan dat ik idioten au serieus moet nemen.’

Hij kan heel behoorlijk schilderen, al zegt hij het zelf. Hij wijst op zijn ‘neo kubisten’: doeken van Bert (uit Sesamstraat), Meneer De Uil, Popeye, Pluto, Mickey Mouse, Kuifje en de smurfen, geschilderd in de stijl van het kubisme. ‘Dat kan ik niet aan mijn assistent overlaten, dat is echt heel moeilijk, elke lik moet je zelf doen. Die speciale kleuren, de vele lagen over elkaar…’

Het zijn de helden uit zijn kindertijd, gecombineerd met de schilderstijl van ‘nieuwe’ helden, zoals Picasso en Braque. ‘Dát vind ik zo boeiend aan schilderen, dat het honderden jaren teruggaat en dat ik kan kopiëren en citeren. Met cabaret kan dat niet, met cartoons evenmin. Ik weet niet eens of er vijfhonderd jaar geleden al cartoons waren.’

De gevolgen van de Kamalmanak – expositie Kamagurka. T/m 2 mei in Museum Jan van der Togt in Amstelveen. www.jvdtogt.nl. Kamagurka trekt t/m 15 mei door het land met de theaterproductie ‘Kamagurka geneest. www.kamagurka.eu. De Kamalmanak is verkrijgbaar in de museumwinkel.

23

03 2010

Zoek de 10 verschillen

Links: How to meet an angel? van het Russische kunstenaarsechtpaar Ilya en Emilia Kabakov de gevel van de sociaal psychiatrische kliniek Mentrum in de Constantijn Huygensstraat in Amsterdam. Rechts: een ‘springer’ van de Britse kunstenaar Antony Gormley.

19

03 2010

Hoop doet kopiëren, Part III

De iconische verkiezingsposter van Obama is een soort duizenddingendoekje; hij wordt werkelijk overal voor misbruikt. Links een van de vele inhakers die op het web verschenen nadat bekend was gemaakt dat Job Cohen de PvdA-kar gaat trekken, Rechts de poster van Hete vrede, de nieuwe, veelgeprezen theatershow van Claudia de Breij.

19

03 2010

World Peace Through Celluloid

Dit weekeinde is ‘The Amsterdam Tromathon’ in Amsterdam, een uitgebreid overzicht van de cultfilms van de New Yorkse filmmaatschappij Troma. Lloyd Kaufman, de legendarische regisseur, producent en medeoprichter van Troma, verzorgt de inleidingen bij de films en houdt nagesprekken na de late voorstellingen. Ook geeft hij een masterclass en is hij beschikbaar voor signeersessies.

‘World Peace Through Celluloid’, luidt het motto van de onafhankelijke New Yorkse productiemaatschappij, die sinds de oprichting in 1974 b-films op de markt brengt met alleszeggende titels als The Toxic Avenger, Surf Nazis Must Die, Bloodsucking Freaks en Tromeo & Juliet: ‘politiek incorrecte, volkomen onafhankelijke films, anti-studio, anti-Hollywood-elite en anti-Forrest Gump’.

Vele kleine studio’s zijn verdwenen, maar Troma gaat het voor de wind. Kaufman heeft daarvoor een simpele verklaring. ‘We hebben een merknaam gecreëerd, met films en filmhelden uit ons hart. Troma is veel meer dan film: we geven comics uit en hebben een eigen website, waarop films besteld kunnen worden.’

Troma’s huisstijl is seks en geweld, gecombineerd met een vleugje actualiteit. De gammele staat van kerncentrales, de gevaren van chemisch afval en aids, Kaufman stopt het in zijn films. ‘Wij maken films voor mensen die het avontuur zoeken in de bioscoop. Ze zien iets dat ze nog nooit eerder gezien hebben. Ons doel is vermaken. Daarom maken we komedies, vermengd met horror, science fiction, politiethrillers, Shakespeare. Het gaat allemaal in de blender.’

Volgens Kaufman verricht het subversieve Troma grensverleggend werk. ‘Wij openen deuren voor anderen. Toen The Toxic Avenger in 1974 moest worden gekeurd, hebben we de helft eruit moeten knippen. Zelfs de kogelwonden moesten eruit. Dat hoeft niet meer. Al helemaal niet als je Spielberg heet. Het geweld in en film als Saving Private Ryan is serieus en daardoor fout geweld. ‘

The Amsterdam Tromathon. 20 en 21 maart in Filmmuseum en OT301 in Amsterdam

19

03 2010