Archive for February, 2010

‘Een kaal stuk land met veel beton… dat is niet mijn soort fotografie’

Nikolay Felipovich. Sotsji, Rusland, 2009 © Rob Hornstra, courtesy Flatland Gallery NL/Paris, Yossi Milo Gallery NYC

‘Ik zou graag eens van de mensen van het IOC stemmen horen wat hen ertoe heeft bewogen de volgende winterspelen te organiseren in een subtropisch oord. Er groeien daar palmbomen! Sotsji wordt de Russische rivièra genoemd! Ik snap werkelijk niet dat er niet veel meer weerstand is.’

De winterspelen in Vancouver zijn nog niet voorbij, maar fotograaf Rob Hornstra heeft zijn blik al lang en breed op de volgende editie gericht: Sotsji 2014. ‘In de zomer is Sotsji een ranzig, Benidorm-achtig oord – dat vind ik ook nog wel leuk. En er staat een mooi cultuurhuis waar ik balletmeisjes heb gefotografeerd. Maar verder heeft de stad mij als fotograaf niet zo veel te bieden. Ik heb veel meer met het gebied eromheen.’

Hornstra studeerde Fotografische Vormgeving aan de Hogeschool voor de Kunsten Utrecht. Zijn eerste fotoboek Communism & Cowgirls, in 2004 verschenen in een oplage van 250 stuks, focust op de eerste generatie jongeren die opgroeide na de val van het communisme. Ook in zijn boek 101 Billionaires (De titel verwijst naar een jaarlijkse lijst met rijkste Russen) toont Hornstra de schaduwzijde van het nieuwbakken kapitalisme in de voormalige Sovjet-Unie. ‘Ik geloof niet in het kapitalisme; dat is een fout systeem. Maar hetzelfde geldt zeker ook voor het communisme. Ik was benieuwd naar de overgang. En naar het gebied. Ik sprak geen woord Russisch toen ik er voor het eerst heen ging. Sterker: ik sprak nauwelijks Engels. Maar ik had er een geweldige tijd. Enerzijds is het krankzinnig moeilijk om er te werken, anderzijds liggen de interessante verhalen er voor het opscheppen.’

Sinds vorig jaar werkt Hornstra samen met journalist en filmmaker Arnold van Bruggen aan ‘The Sochi Project’: een reportage over de veranderingen in de regio aan de Zwarte Zee waar in 2014 de Olympische Spelen plaatsvinden. Die ‘extreme make-over’ is al aan de gang; vluchtelingenflats en armoedige resorts verdwijnen in hoog tempo, karakteristieke Sovjet-sanatoria worden omgebouwd tot viersterrenhotels. Duizenden arbeiders uit heel Rusland wonen in prefab-woningen om de stadions, hotels en moderne infrastructuur op tijd af te hebben. Helikopters vliegen af en aan met bouwmateriaal. ‘Het perscentrum wordt gebouwd in een beschermde moerassige laagvlakte. Dat mag helemaal niet. Geologen zeggen dat de stadions binnen de kortste keren zullen wegzakken. Maar ook dat lijkt vooralsnog niemand te interesseren.’

The Sochi Project is kostbaar, er is 30 duizend euro per jaar nodig schat Hornstra, terwijl kranten en tijdschriften nauwelijks nog budget hebben voor fotojournalistiek. Dus bedacht Hornstra cum suis een eigen financieringsmodel: iedereen die deze synthese van kunst en journalistiek een warm hart toedraagt, kan donateur worden.

Dat kan voor tien, honderd of duizend euro per jaar, wat respectievelijk de status oplevert van bronzen, zilveren en gouden donateur. Elke categorie heeft eigen privileges, variërend van toegang tot de website waarop alle artikelen, fotoseries, interviews en essays worden gepubliceerd tot een luxe verzamelbox met originele prints. Inmiddels hebben 274 donateurs een kleine 18 duizend euro geïnvesteerd in het project.

Recent werden de gouden en zilveren donateurs getrakteerd op de in eigen beheer gemaakte publicatie Sanatorium, bestaand uit een beeldkatern en een fictief dagboek van een sanatoriumbezoeker. ‘We zijn niet voor niets begonnen met de sanatoria; er is gen veiliger onderwerp. We hadden ook eerst iets over prostituees of iets dergelijks kunnen doen, maar dat is gewoon niet handig. Ik zou het overigens ook wel weer wat vinden, als we er na vier jaar worden uitgeknikkerd. Het is me veel waard als ik aan het eind kan zeggen dat ik het ze lastig heb gemaakt: Rob Hornstra, de paria van Sotsji.’

Of ze in Rusland in de gaten worden gehouden, weet Hornstra niet. Wel ondervindt hij momenteel veel moeite om een persvisum te bemachtigen. ‘Dat is een vrij ernstige schending van de persvrijheid, natuurlijk. Ik vind dat vreemd. Als je de spelen wilt organiseren, dan weet je toch dat er kritische journalisten komen kijken?’

Russische journalisten en fotografen, díe hebben het pas echt moeilijk, weet Hornstra. ‘Rusland staat vijfde op de lijst met landen waar de meeste journalisten omkomen tijdens hun werk. Maar volgens mij staan ze met afstand eerste wat betreft moorden op journalisten uit eigen land. Die worden gewoon afgeknald. Ik heb groot respect voor journalisten die verslag doen vanuit Tsjetsjenië. Het is daar zo ontzettend losgeslagen; ik zou best bang zijn om daar naartoe te gaan.’

Zijn komende reizen gaan naar Abchazië, óók een gebied met een omstreden status, op nog geen tien kilometer van de plek waar de Spelen moeten plaatshebben. ‘Het land is helemaal leeg, iedereen is gevlucht. Wat ik daar precies moet gaan fotograferen, weet ik nog niet. Een kaal stuk land met veel beton… dat is niet mijn soort fotografie. Ik ga dus op zoek naar mijn eigen verhaal: een foto hoeft wat mij betreft niet alleen een verhaal te illustreren. Een foto kan ook weer een ander, op zichzelf staand verhaal vertellen.’

Beelden van The Sochi Project zijn t/m 24 mei te zien op de tentoonstelling QUICKSCAN NL#01 in het Nederlands Fotomuseum. Zie ook thesochiproject.org.

28

02 2010

Roze Filmdagen. Starring: Humphrey Bogart en John Travolta

Amsterdam Gay & Lesbian Film Festival, kortweg de Roze Filmdagen, afficheert zich met twee fraaie posters, ontworpen door Lernert Engelberts en Sander Plug. Uiterst simpel, en uiterst effectief, zoals zo vaak bij sterke ontwerpen. Twee illustere hetero koppels, afkomstig van iconische filmposters, zijn door dit vormgeversduo van elkaar gescheiden en vormen nu opmerkelijke nieuwe duo’s: Humphrey Bogart lijkt John Travolta te omhelzen, Olivia Newton-Johns wang raakt die van Ingrid Bergman. Niet alleen in film kan alles…

23

02 2010

De Canon van YouTube

Gemaakt voor het internet, trendsettend, exemplarisch en bovenal niet saai. Dát zijn de criteria waaraan internetfilmpjes moesten voldoen om opgenomen te worden in de Canon van YouTube, die maandagavond werd gepresenteerd in de Stadsschouwburg.

Die criteria waren overigens pas bedacht nádat 25 experts – van bloggers en webredacteuren tot filmmakers en wetenschappers – hun persoonlijk toptien hadden ingestuurd, hield organisator en spreekstalmeester Dagan Cohen de uitverkochte kleine zaal voor. ‘De lijst is niet objectief. We hadden heel veel andere canons kunnen maken.’

Met ‘De Canon van YouTube’ werd stilgestaan bij het feit dat precies vijf jaar geleden, op 15 februari 2005, drie Amerikanen de domeinnaam YouTube.com lieten registreren. De allereerste video Me at the Zoo, die overigens pas 23 april 2005 op het platform verscheen, maakt opvallend genoeg geen deel uit van de lijst. ‘Een man, een dierentuin. Saai’, aldus Cohen.

45 filmpjes haalden de Canon wel. Over een ‘stuk of 25’ bestond consensus, aldus Cohen, de andere waren persoonlijke favorieten van de ‘canoniers’. Opgenomen in de eregalerij zijn onder meer klassiekers als ‘Sneezing Panda’ (een niesende panda die zijn moeder een rolberoerte bezorgt) en ‘2 Girls 1 Cup (oma kijkt op pc van haar kleinzoon naar smerig filmpje); ‘Charlie Bit My Finger’ (baby Charlie bijt keihard in de vinger van zijn broertje) en ‘David After Dentist’, een hilarisch filmpje waarin een joch, nog daas van de verdoving van de tandarts, op de achterbank van zijn vaders auto levensvragen stelt als ‘Is this real life?’ en ‘Why is this happening to me?’. Ook het clipje van zangeres Esmée Denters waarin tot slot Justin Timberlake opduikt (‘Ze zingt mijn liedje beter dan ik’) behoort sinds maandagavond tot de Canon van YouTube.

Bijna te mooi om waar te zijn is het natuurfilmpje, door toeristen opgenomen in het Zuid-Afrikaanse Krugerpark, waarin bisons, leeuwen en een enorme krokodil strijden op leven en dood, werd uitverkoren. Heel flauw is de nagesynchroniseerde scène uit Der Untergang, waarin Hitler schreeuwt dat hij op het volgende bedrijfsuitje per se wil bowlen.

Star Wars, een andere filmklassieker, was de inspiratiebron voor een fraaie, van Lego gemaakte parodie én voor een dikkige Canadese jongen die voor zijn webcam met een ijzeren staaf de lichtzwaardgevechten poogt te imiteren. Het werd voor de grap door vrienden online gezet – en ruïneerde het leven van de zwaarlijvige stuntelaar.

Dat kan snel gaan, YouTube is alomtegenwoordig, hield Cohen zijn gehoor voor: dagelijks worden er honderden miljoenen filmpjes aangeboden en bekeken op YouTube, elke minuut wordt 24 uur beeld ge-upload, en YouTube is inmiddels na google de meest gebruikte zoekmachine.

Tot slot van de bonte avond werd een ludieke poging gedaan zélf geschiedenis te schrijven. De zaal moest ‘naar hartelust meezingen’ met en ‘ongegeneerd meebewegen’ op Dragostea din tei (beter bekend als ‘numa numa’ of ‘maya hi, maya hu’) van de Moldavische boyband O-Zone (‘Het stomste liedje ooit gemaakt’ aldus Cohen). Daarvan werd ter plekke een clip gemaakt die live op het grote doek te zien was. Het goede voorbeeld was eerder op de avond al gegeven door een dikke jongeman, ‘The Numa Numa-man’, die het vreselijke nummer schaamteloos playbackt voor zijn webcam.

Of de recordpoging een virale hit wordt? Ik ga praten met een aantal van mijn vriendjes. Dat zijn experts in het wereldwijd verspreiden’, aldus Cohen. ‘We shall see…’

Vanavond is in de Stadsschouwburg een extra voorstelling van ‘De Canon van YouTube’. De complete lijst staat vanaf woensdag op www.uploadcinema.net. De reguliere Upload Cinema-avonden zijn iedere eerste maandag van de maand in De Uitkijk.

23

02 2010

‘Er is geloof ik ook een kalender’

© VANOC

‘Ze zijn frivool, gewaagd. Vrouwelijk misschien ook wel.’ De Nederlandse Irene Jacobs (40), directeur en enige werknemer van I’m Jac Design (‘Maar ik werk wel samen als ik het druk heb’), heeft de 24 pictogrammen ontworpen voor de Olympische Winterspelen die vandaag beginnen in Vancouver. De zwierige, blauwe pictogrammen beelden alle sportdisciplines uit waarin om de medailles wordt gestreden, van schaatsen tot rodelen, van ijshockey en aerials freestyle skiën tot de paralympische disciplines. Ze zijn de komende dagen alomtegenwoordig: Jacobs’ heldere pictogrammen zijn te zien op de vestjes van de sporters, in kranten, tijdschriften en op televisie; de gedetailleerde illustraties staan op de pistes en op vlaggen. Jacobs: ‘Er is geloof ik ook een kalender.’

Jacobs, afgestudeerd als mode-illustrator aan de Hogeschool voor de Kunsten Breda, werd in 2007 benaderd door Leo Obstbaum, de creative director van het designteam van de Vancouver Organizing Committee for the 2010 Olympic and Paralympic Winter Games (VANOC). Hij was bezig een grafische identiteit te ontwikkelen voor de winterspelen, had illustraties van haar gezien, en vroeg of ze mee wilde doen aan een open inschrijving. ‘Ik heb wat werk bij elkaar gezocht. Bij de vraag wat me voor ogen stond, schreef ik dat ik het werk van Leni Riefenstahl bewonder. Toen ik het had verstuurd, realiseerde ik me dat de opdrachtgever Joods was.’

Dat bleek geen bezwaar: een paar dagen later kreeg Jacobs een telefoontje uit Vancouver dat ze met haar door wilden. ‘Ik was alleen te duur, vonden ze. Maar dat was een misverstand: ik had een nulletje te veel ingevuld. Eigenlijk was ik spotgoedkoop.’

Jacobs had dertig dagen om 24 pictogrammen en 24 illustraties te maken. Een onmogelijke opdracht, ondanks alle hulp die ze vanuit Canada kreeg. ‘Maar die deadline van het IOC voor de pictogrammen was nu eenmaal onverbiddelijk.’ Daarna is ze nog een jaar bezig geweest om de illustraties in detail uit te werken. Eén illustratie kostte haar rond de twee weken; Jacobs werkte gemiddeld tien uur per dag, ook in de weekeinden. ‘Er waren zo veel dingen waar ik op moest letten: de houding, de positie van de handen, of de grip goed was. En het moest allemaal in één lijn. Al met al ben ik er anderhalf jaar mee bezig geweest. Toen ik klaar was, had ik last van mijn handen en armen, en heb ik een half jaar vrij genomen.’

Rijk is ze er nog niet van geworden, maar het gaat Jacobs – trouw aan de Olympische gedachte – ook om de eer. ‘Ik had nooit gedacht dat ik zo’n opdracht zou krijgen. Als je er dan eenmaal aan begint, wil je het ook goed doen. Dit werk is natuurlijk een geweldig visitekaartje. De eerste klussen zijn al binnen: een coverillustratie voor de Washington Post, bijvoorbeeld. Van de Amerikaanse alpine-skister Lindsey Vonn, in min of meer dezelfde stijl.’

Ze gaat een weekje naar Vancouver. Op eigen kosten. En kaartjes heeft ze ook nog niet. ‘Het lijkt me leuk om al die vlaggen te zien wapperen. En het is goed voor de verwerking: ik had er op een gegeven moment zo genoeg van; ik kon geen blauw meer zien. Nu, een jaar later, kan ik er wel weer van genieten.’

12

02 2010

Wat is de wat! Maar waarom?

Wat is de wat van Dave Eggers is verkozen tot Het Mooiste Boekomslag van 2009. Het omslag, met een bloedrode voetafdruk in de vorm van Afrika, is ontworpen door Dog and Pony. Het winnende ontwerpbureau kreeg een bokaal, de winnende uitgever Lebowski Publishers een wisselbeker. De verkiezing, die voor de negende keer plaatsvond, is een initiatief van Boekblad en Stichting De Best Verzorgde Boeken. De uitreiking was donderdag bij de Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam.

Het ontwerp van Dog and Pony siert de midprice-versie van Dave Eggers’ autobiografie van de Afrikaanse jongeman Valentino Achak Deng; de eerste drukken hebben een roestbruine foto van een rennende jongen op het omslag. Beide versies worden ontsierd door hetzelfde, enorme citaat van Khaled Hosseini, de auteur van De vliegeraar.

Voor de prijs waren twaalf boekomslagen genomineerd door een jury bestaand uit zeven boekverkopers. Daarbij zaten de covers van Herman Kochs Het diner, Paul Austers Onzichtbaar en Rob Wijnbergs Nietzsche & Kant lezen de krant, die net als de winnende boekcover ontworpen door het Amsterdamse ontwerpbureau Dog and Pony, bestaand uit Bart Heideman, Pol van Haren en Robert Adriaansen.

Bij het nomineren hield de jury met de effectiviteit van de cover: ‘brengt het omslag het boek naar het publiek’, en reageert de koper op de voorkant van het boek. Maar hoe die boekverkopers dat precies meten, dat vertelt het persbericht niet…

12

02 2010

‘Als ik een berg wil schilderen, koop ik een boek over bergen’

© Alex van Warmerdam

Als een kunstenaar over zijn werk gaat vertellen, verdwijnt vaak een deel van het mysterie; soms blijft er helemaal niets van over. Maar een enkele keer is het wél leuk.

In zijn atelier, ten kantore van Orkater, waar ik was voor een Parool-artikel over de expositie ‘Alex van Warmerdam. Tentoonstelling. schilderijen, film, theater’ in het Stedelijk Museum Schiedam, legde Van Warmerdam uit dat zijn werk onder meer afwijkt van illustratoren als Kamagurka, Gummbah, Glen Baxter of Benoît omdat het niet cartoonesk is. ‘Ik vind dat die dingen van mij ook schilderkunstig overeind blijven. Dat is mijn enige maatstaf: het moet goed geschilderd zijn. Ik zoek lang naar materiaal: naar foto’s en voorbeelden om het realistische trekken te geven. Als ik een berg wil schilderen google ik afbeeldingen of koop ik een boek over bergen. Ik heb boeken vol voetballers en vogels. Ik heb boeken met maanlandschappen en hondenboeken. Alleen de kabouters, die komen voort uit mijn eigen brein.’

Toen mijn recordertje al lang en breed in mijn tas was verdwenen haalde hij vanonder een vage stapel een genummerde prent tevoorschijn die hij had vervaardigd bij een eerdere, kleine expositie. Mannen en een hond rond een put, in ongemakkelijke houdingen staand of naar hun knie grijpend. ‘Die mannen… weet je waar ik die van heb nageschilderd? Het zijn voetballers. Afkomstig uit zo’n Hollandse Velden-boek. Het zijn voetballers, die ik andere kleren heb gegeven.’

Kom bij Van Warmerdam overigens niet aan met de kwalificatie ‘absurdistisch’. ‘Absurdistisch? Tegenwoordig is alles absurd. Dat zegt me helemaal niks.’

Alex van Warmerdam. Tentoonstelling. Schilderijen, film, theater. Van 14 februari t/m 24 mei in Stedelijk Museum Schiedam. Bij de tentoonstelling verschijnt het boek Meisje met koffers, met alle gouaches die Van Warmerdam maakte voor NRC Handelsblad. In de museumwinkel zijn ook drie speciaal vervaardigde piëzografieën, een pakketje ansichtkaarten, mokken en T-shirts te koop.

10

02 2010

Zoek de tien verschillen

Regisseur Kathryn Bigelow kent haar klassieken. Boven een still uit haar bejubelde Irak-drama The Hurt Locker, dat eerder deze maand in maar liefst negen categorieën werd genomineerd voor een Oscar, waaronder beste film, beste regie en beste scenario. Onder een still uit de Stanley Kubrick-klassieker 2001: A Space Odyssey (1968).

10

02 2010

15 duizend filmtitels in paarse en geelgroene blokken

De Internationale Filmfestspiele Berlin –  kortweg Berlinale – verkoopt zichzelf sinds jaar en dag met grafische affiches, meestal een hele reeks, voor elk onderdeel net iets anders. De poster voor de 60e editie, die donderdag begint met Tuan Yuan (Apart Together) van de Chinees Wang Quan’an, vormt hierop geen uitzondering: een zacht-paarse achtergrond, waarop met vierkante, geelgroene blokken Berlinale staat. Verticaal staat het er nog een keer op, in fel-schreeuwend rood, samen met de data: 11 t/m 21 februari 2010.

De boodschap is helder; wat gecommuniceerd moet worden, wordt gecommuniceerd. En wie beter –of  van dichterbij – kijkt, ziet nog wat extra’s: de gekleurde blokken zijn opgebouwd uit de namen van alle films die sinds 1951 op de Berlinale te zien zijn geweest; rond de 15 duizend, chronologisch, aldus het Berlijnse ontwerpbureau Büro Otto Sauhaus.

Wie stuurt een foto van Iep!?

09

02 2010

Actie! – Donderdag 10 december 2009, 13.41 uur. Plantage Kerklaan 36 Amsterdam

Regisseur Antoinette Beumer instrueert Matthijs van Nieuwkerk. Rechts aan de tafel: Marnie Blok. Foto Bob Bronshoff

“Hè, dit publiek is veel ouder dan ons publiek. En het zijn alleen maar mannen.” De vaste grimeuse van De Wereld Draait Door heeft het goed gezien. Het publiek dat op deze koude decembermiddag in Studio Plantage zit, is speciaal opgetrommeld voor De gelukkige huisvrouw, het speelfilmdebuut van Antoinette Beumer (Hertenkamp, See You in Vegas).

Er worden twee scènes opgenomen. Ze zullen beide te zien zijn op de televisie van Lea, het hoofdpersonage uit Heleen van Rooyens bestseller. Sinds haar bevalling zit zij ‘met een uitgescheurde doos op een zwemband’, zoals Van Rooyen het zo plastisch schrijft, voelt ze geen enkele band met haar kind, en schiet ze langzaam in een psychose. Lea ziet dingen die er niet zijn: het DWDD-publiek op haar tv bestaat louter uit mannen van middelbare leeftijd, vaderfiguren. En de gevierde talkshowhost Matthijs van Nieuwkerk richt zich rechtstreeks tot haar.

“Het is een schitterende ode aan Pater Leo. Die man was een duizendpoot… leraar, therapeut, pedagoog, runde een ziekenhuis, maar ik lees nergens dat hij zieltjes wilde winnen…” leest Van Nieuwkerk van de autocue. Hij spreekt de woorden met precies dezelfde interesse en hetzelfde enthousiasme als hij iedere dag in De Wereld Draait Door etaleert.

Naast Van Nieuwkerk zit de schrijfster van het boek, gespeeld door Marnie Blok, in werkelijkheid de coscenarist van De gelukkige huisvrouw. Van Nieuwkerk houdt haar boek pontificaal voor de camera – zoals Frits Spits het zo graag ziet – en zegt nogmaals hoe prachtig hij het vindt. ‘Pater Leo, een man met een missie…’ Hij kijkt recht in de camera, met zijn kenmerkende, doordringende blik. “Ik begreep dat Pater Lea…” De talkshowhost verspreekt zich. Zoals het in het script staat. In de huiskamer zal ‘de gelukkige huisvrouw’ Lea, gespeeld door Nederlands enige echte filmster Carice van Houten, het fragment gebiologeerd aanschouwen.

Van Nieuwkerk mag naar eigen zeggen dan geen Jack Nicholson zijn, de scènes staan er in een vloek en een zucht op – met dank aan de vaste ploeg van DWDD onder leiding van Tommy Byrne, die het filmpubliek haarfijn uitlegt wat de bedoeling is. “Niet in de camera kijken! En als we het zes keer over moeten doen, hoor je het zes keer voor het eerst.”

Van Nieuwkerk vertelt dat het normaal nooit zo stil is voor de opnamen, en vraagt of Wilson Pickett uit de luidsprekers kan schallen, “alsof het vijf voor half acht is”. Marnie Blok overlegt met Beumer of ze een kinnebak op zal zetten. Toch maar niet, het wordt wel heel erg ‘Victor Löw in Karakter’. Ondertussen legt Van Nieuwkerk het publiek uit dat hij op een speciale manier moet kijken terwijl hij zich verspreekt. “Ik moet verliefd in de camera kijken. Want Carice van Houten denkt dat ze een relatie met mij heeft. Ik speel eigenlijk met Carice van Houten… Godallemachtig!”

Het aantal aanvragen is enorm, toch is het pas Van Nieuwkerks tweede optreden in een Nederlandse speelfilm; eerder was hij te zien in Eddy Terstalls politieke komedie Vox populi, eveneens als zichzelf. Die film haalde de échte uitzending van DWDD overigens niet, ondanks een cast vol televisiegenieke acteurs. De makers van De gelukkige huisvrouw nemen dus een risico; er is immers geen betere plek om een nieuwe Nederlandse film te pluggen dan DWDD.

De gelukkige huisvrouw. Nederland 2010  Scenario: Marnie Blok & Karen van Holst Pellekaan Regie: Antoinette Beumer Camera: Bert Pot Montage: Annelien van Wijnbergen Productie: Hans de Weers & Reinout Oerlemans voor Eyeworks Film & TV Drama i.s.m. Sim van Veen voor Inspire Pictures Uitvoerend producent: Erwin Godschalk Production Design: Hubert Pouille Met: Carice van Houten, Waldemar Torenstra, Eric van der Donk, Rik Launspach, Maike Meijer, Jaap Spijkers.  Kleur, ±100 minuten Omroep: RTL Distributie: Benelux Film Distributors Te zien: 15 april 2010

Zie ook www.bobbronshoff.nl/

08

02 2010

KNF Award voor Norteado

Norteado (Northless) van Rigoberto Pérezcano (Mexico, 2009) is op het IFFR bekroond met de KNF Award. De jury (Oene Kummer, Adwin de Kluyver, Jan Pieter Ekker) zei over deze film: “De prijs gaat naar een film die ons hart en verstand heeft geraakt met zijn grote visuele kwaliteiten, het geweldige acteerwerk en het aangrijpende verhaal over de positie van illegale immigranten die proberen de Verenigde Staten te bereiken.”

Verder kende de KNF Jury Speciale Vermeldingen toe aan “twee uitstekende films die zich gedurende het festival met distributieproblemen geconfronteerd zagen. We hopen dat beiden worden uitgebracht, aangezien zowel Francis Ford Coppola’s Tetro (VS, Italië, Spanje, Argentinië, 2009) als C’est déja l’été van Martijn Maria Smits (Nederland, België, 2010) te goed zijn om ongenoemd te laten”.

08

02 2010