Archive for January, 2010

Crowdfunding, nu ook op het IFFR!

Scène uit Pepperminta van Pipilotti Rist, die op het IFFR zijn Nederlandse première beleeft en in mei in de Nederlandse filmhuizen wordt uitgebracht door Contact Film.

Ik doe aan crowdfunding. Ik heb 2,50 euro overgemaakt om het Stedelijk Museum tot nieuwe plannen aan te zetten. Voor 1000 euro per jaar ben ik ‘gouden donateur’ geworden van het bijzondere fotojournalistieke The Sochi Project, waarmee fotograaf Rob Hornstra en schrijver/filmmaker Arnold van Bruggen de ‘extreme make-over’ van de Russische badplaats Sochi willen documenteren in de aanloop naar de Olympische Winterspelen.

En kortgeleden ben ik voor 40 euro coproducent geworden van Liebling, een kortfilm van de Zwitserse beeldend kunstenares Pipilotti Rist, een van de drie makers met een ‘Rotterdam-profiel’ die door het IFFR zijn uitverkoren voor Cinemareloaded.com.

Per project is 30 duizend euro nodig. Sinds Cinemareloaded.com eind november met veel tamtam werd gepresenteerd door directeur Rutger Wolfson is nog maar 2.285 euro (voor Alexis Dos Santos), 1.440 euro (Pipilotto) en 1.295 euro (Ho Yuang) overgemaakt. Dat schiet dus niet erg op. Schrikbeeld: als op 1 juli niet genoeg geld wordt overgemaakt voor een bepaald project, zoekt het festival zelf een andere bestemming voor het geld…

PS: Ik ben een van de meest actieve coproducenten. Met 40 euro… Kreeg woensdagavond onderstaande mail:

Dear co-producer Jan Pieter Ekker,

You are one of five most active co-producers of Pipilotti Rist. Therefore we are happy to invite you the Industry Party of the International Film Festival Rotterdam, where you can meet and greet Pipilotti Rist and other filmmakers. The party will take place at Sunday 31 January from 22.00-1.30 hours, in the Thalia Lounge Kruiskade 31, Rotterdam. You can pick up your admission ticket at the Secretary office at the Karel Doormanstraat278b in Rotterdam.
The office is open from 9.00 till 21.00 each day, (including weekends). Your invite is strictly personal and admits one person.

Kind regards, the Cinema Reloaded team

PS2: in het afsluitende persbericht spreekt het IFFR van ‘een veelbelovende start’ van het Cinemareloaded project. Zouden ze dat nu echt menen? Another World: Rocky + Lulu van Alexis Dos Santos staat op 2835 euro, Liebling van Pipilotti Rist op 1930 euro en het nog naamloze project van Huo Yuhang op 16660 euro. En het festival is voorbij, wie gaat er nu nog investeren de komende maanden…

27

01 2010

Joe Speedboot getorpedeerd

Het zelfgebouwde vliegtuig van Joost Conijn, dat een belangrijke rol speelt in Joe Speedboot. © Joost Conijn

Producent IJswater Films heeft het hoger beroep verloren tegen het vonnis van de Amsterdamse rechtbank over de verfilmingsrechten van Joe Speedboot. De rechtbank had in maart 2008 al besloten dat IJswater het boek van Tommy Wieringa (uitgegeven door De Bezige Bij) ondanks een optie niet mocht verfilmen, omdat de schrijver zich niet in het scenario van Heleen Suèr kan vinden. Dat banaliseert zijn verhaal, vindt Wieringa.

In de bekroonde, tragikomische bestseller Joe Speedboot raakt Fransje Hermans, de zelfbenoemde chroniqueur van het dorp Lomark die na een ongeluk invalide is geraakt en zijn spraakvermogen is verloren, in de ban van de durfal Joe Speedboot.

Wieringa was van oordeel dat zijn verhaal door IJswater cum suis werd teruggebracht tot een actiefilm waarin de fijnzinnigheid, de gelaagdheid en de psychologische ontwikkeling die kenmerkend zijn voor het boek ontbreken.

Regisseur André van Duren: ‘Een schrijver van een roman heeft te weinig distantie om de kwaliteit van een scenario naar zijn boek te beoordelen. Elke wijze romancier houdt zich erbuiten. Wieringa is op ons gebied een beginneling.’ Ook producent Marc Bary toont zich onaangenaam verrast door de uitspraak van de rechter, die volgens hem grote gevolgen heeft voor filmmakers én schrijvers. ‘Ik ken geen enkele Nederlandse auteur, van Harry Mulisch tot Carry Slee, die een vetorecht heeft bij het maken van een film. Ik denk dat het wenselijk is dat er op korte termijn overleg wordt gevoerd tussen de filmsector en de uitgevers. Dit is in niemand belang. Op deze manier zal geen producent meer een optie op een boek nemen.’ Wieringa stelt dat ‘afspraken over verfilmingen van boeken sowieso zakelijker moeten worden. Producenten nemen veel te gemakkelijk opties op boeken’.

In 2005 won IJswater een pitch die door uitgeverij de Bezige Bij was uitgeschreven onder zes producenten. ‘Het liefst had ik ze alle zes willen zien, maar IJswater Films wist me te overtuigen dat hun versie de beste zal worden. En ze hadden hun naam mee: IJswater. IJswater en Speedboot… Zoiets valt niet te negeren’, zei Wieringa destijds. In het optiecontract werd vastgelegd dat hij zelf de dialogen zou schrijven. Bary: ‘Wij hebben altijd open gestaan voor commentaar, maar Tommy heeft nooit een letter op papier gezet.’ Wieringa: ‘De samenwerking is nooit van de grond gekomen. Dus heb ik ook geen dialogen geschreven.’

Volgens de makers heeft Wieringa de laatste versie van het script, op basis waarvan subsidie is verstrekt, niet eens gelezen. Marina Blok, hoofd drama van de NPS: ‘Een boekverfilming is een lastige klus, en ook in dit geval zij we door diepe dalen gegaan. Maar iedereen is blij met het script dat er nu ligt. Alleen Tommy niet. Hij heeft het hele proces van een enorme afstand, met veel dédain bekeken.’

Van Duren: ‘IJswater heeft een Gouden Beer gewonnen, bij mij op de schouw staan de nodige Kalveren en persprijzen. Twee sjieke buitenlandse coproducenten, een prachtige omroep en een grote distributeur hadden hun vertrouwen in het project uitgesproken. Maar Wieringa stelde dat wij een stelletje prutsers zijn. Wij hebben de rechten gekocht toen er 3000 exemplaren van het boek waren verkocht. Nu zijn er 350 duizend verkocht. Misschien heeft hij ons nu niet meer zo hard nodig.’

Wieringa weerspreekt dat hij de boel loopt te traineren en dat hij de definitieve versie moedwillig niet heeft gelezen. ‘Dat zouden ze wel willen, dan hadden ze een poot om op te staan. Maar die spookversie waar ze het over hebben, die is nooit aangeboden bij mij, de Bezige Bij of bij mijn advocaat. Overigens stel ik me zo voor dat die niet wezenlijk anders is dan we wél hebben gezien. En over die vorige versies ben ik zeer stellig. Ze weten zelf ook dat het niet goed is. André heeft mij op een gegeven moment gezegd dat ik hem maar carte blanche moest geven. Dat ik maar moest vertrouwen op zijn artistieke visie. Maar dat vind ik een te wankele basis.’

Dat alle andere partijen enthousiast zijn, zegt Wieringa weinig. ‘Ze hebben allemaal een belang, want Joe Speedboot is een bestseller met een groot potentieel bereik onder het filmbezoekend publiek. Maar mijn artistieke belang weegt zwaarder, vind ik.’

De schrijver sluit niet uit dat het boek alsnog wordt verfilmd. ‘Er hebben zich genoeg producenten gemeld die ook interesse hebben. Maar voorlopig houd ik de boot even af.’

21

01 2010

‘Ter plekke bleek het verhaal nog veel mooier’

Donderdagavond wordt op Nederland 2 Babaji, an Indian Love Story uitgezonden, de tweede documentaire van Jiska Rickels. De jonge documentairemaker maakte razendsnel naam: met haar krap 25 minuten durende eindexamenfilm Untertage won ze in 2003 een karrenvracht aan prijzen. 4 Elements, de eerste speelfilm van de Duits-Nederlandse Rickels, werd eind 2006 uitverkoren om het Amsterdamse documentairefestival IDFA te openen.

Babaji, an Indian Love Story gaat over een stokoude Indiase wonderdokter. Zijn vrouw is overleden. Babaji liet haar volgens Hindoegebruiken cremeren, maar omdat hij kon geen afscheid van haar kon nemen, begroef hij haar verkoolde resten op zijn erf – zeer tegen de Hindoegebruiken in. Ernaast delfde hij zijn eigen graf. Elke ochtend gaat hij erin liggen wachten tot de dood hem komt halen. ‘Ik denk dat er elementen inzitten die een link hebben met 4 Elements, maar het is wel weer een heel andere film.’

Het idee voor de film kreeg Rickels aangereikt door Jos de Putter. ‘Hij had in de Hindustan Times een bericht gelezen over een vreemde, meer dan honderd jaar oude man die zijn dagen in een graf slijt. Jos dacht dat ik dat goed in beelden zou kunnen omzetten.’

Rickels toog naar het dorp van Babaji, gelegen tussen Varanasi en Calcutta in het straatarme noordoosten van India. Met een cameraman, een geluidsman, een tolk en een camera-assistent (‘Die krijg je er in India bij als je een camera huurt’) ‘Ter plekke bleek het verhaal nog veel mooier, rijker en bizarder dan ik had verwacht. Babaji is een sjamaan, zijn vrouw was muzikant. Het leek me direct een mooi idee hun passie voor muziek te verbeelden met kitscherige muziekstukken over de liefde.’

In een stad in de buurt vond Rickels een orkestje dat op feesten en partijen speelt. Met handen en voeten heeft ze hen uitgelegd welk gevoel de muziek zou moeten uitdrukken. De dag voordat ze naar Nederland terugvloog, kreeg ze verschillende traditionele liederen uit de twintiger en dertiger jaren voorgespeeld, en maakte ze een keuze. ‘We hadden net genoeg tijd om ze een paar keer op te nemen.’

De musici hadden nog nooit van Babaji gehoord. ‘In zijn dorp kent iedereen hem, in de regio is hij ook wel bekend. De krant volgt hem nog steeds. En vergeet niet dat een Indiase Minister van Financiën hem naar Delhi heeft gehaald om hem te behandelen.’

Toen zijn eigen vrouw kanker kreeg, stond Babaji machteloos. ‘Hij is de eerste om toe te geven dat hij niet almachtig is. Voor ons is hij een soort wonderdokter, maar daar is wat hij doet het heel normaal. Dat heeft ook gevaarlijke kanten, maar hij is er zelf vrij reëel in. Kanker kan hij met zijn kruiden en zalfjes niet genezen.’

Babaji laat zich niet van zijn stuk brengen door alle (media)aandacht. ‘Omdat wij er waren, kwamen er nog meer mensen kijken op zijn erf. Maar als het hem te veel werd, liep hij gewoon weg.’

Zijn dochter vond het bijzonder dat er een filmploeg helemaal uit Nederland kwam om haar vader te filmen. ‘Daarin schuilt natuurlijk ook een gevaar: doe je niet hetzelfde als daar ook gebeurt. Iemand schrijft een artikeltje, het wordt groter en groter, mensen stromen toe… Maar Babaji heeft daar natuurlijk niet om gevraagd. Wij wilden per se voorkomen dat we zelf ook voyeurs werden. Door echt de tijd te nemen. Door ons te verbinden. Wij wilden een mens van hem maken, het mocht geen freakshow worden.’

Babaji, an Indian Love Story Nederland 2, 22.50 uur.

21

01 2010

Een filmkader, origineel!

Ik ben best vaak op een filmset geweest, maar ik heb nog nooit, en ik herhaal nooit, een regisseur met zijn twee handen een kader zien maken. Toch wordt dit gebaar te pas en te onpas van stal gehaald om festivals te visualiseren. Nu ook weer: links de poster voor het Cinestud Festival, dat dit voorjaar zijn 50ste verjaardag viert (ontwerp Lex Reitsma); rechts de omslag van de speciale VPRO IFFR-bijlage (illustratie Mokerontwerp) .

20

01 2010

Borstvergrotingen

Borsten kunnen niet alleen worden vergroot door plastisch chirurgen. In het RTL4-programma De grote woonwens werden onlangs de borsten van presentatrice Nicolette van Dam heel olijk opgepompt. Op foto’s en filmaffiches gebeurt dat nog veel vaker.

Sex sells. Dus zijn de borsten van Keira Knightley op de poster van King Arthur een flink stuk groter dan op de gebruikte filmstills (en in het echt). Met dank aan photoshop. Dat het hoofdrolspeelstertje uit de horrorfilm Triangle niet voorover valt, mag gerust een wonder heten. Zij is tot een soort Barbie getransformeerd, opdat de van hormonen overlopende doelgroep het maar op een drafje naar de bioscoop zet.

Andersom gebeurt overigens ook. Op de Amerikaanse poster van Park Chan-wooks bloederige virusthriller Bak-jwi (Thirst) is het décolleté juist veel kleiner gemaakt.

20

01 2010

Inktspotprijs voor Jos Collignon, niet de originaliteitsprijs

Jos Collignon heeft de Inktspotprijs 2009 gewonnen, de prijs voor de beste politieke spotprent die het afgelopen jaar is gepubliceerd in de landelijke of regionale pers. Hij kreeg de prijs voor een spotprent over de gevallen DSB Bank, verschenen in de Volkskrant van 3 oktober.

‘In één oogopslag is duidelijk waar het over gaat, de prent is cynisch en in vorm alleszeggend’ aldus de jury onder voorzitterschap van D66-lijsttrekker Alexander Pechtold. ‘De naam, het logo en de gevel van het bankgebouw zijn direct herkenbaar. Met de val van de schaatser wordt de naderende ondergang van de bank duidelijk gemaakt. En niet alleen van de bank zelf, maar ook van het hele concern: de schaatsploeg, AZ, het voetbalstadion en het museum.’

De jury was onder de indruk van de uitvoering, waarbij het omvallen van de bank ‘letterlijk wordt verbeeld door de gevel die schuin uit het kader zakt. Tot slot maakt de impact die deze affaire in Nederland heeft gehad op de financiële sector, de politiek en de maatschappij deze prent zeer bepalend voor het jaar 2009.’

Dat kan allemaal wel wezen, de originaliteitsprijs verdient Collignon niet; de schaatster uit het foeilelijke DSB-logo dook op in talrijke cartoons en op tijdschriftcovers.

De expositie Politiek in Prent 2009 zal te zien zijn in de openbare bibliotheek in Den Haag, het Persmuseum in Amsterdam, het provinciehuis in Groningen en in café Dudok in Arnhem.

13

01 2010

Iep!: een Ellen Smit-film

De Nederlandse jeugdfilm Iep! is geselecteerd voor het Generation Kplus-programma, een van de competitieonderdelen van het Kinderfestival van de Berlinale. De Nederlands-Belgische coproductie, gebaseerd op het meermaals bekroonde kinderboek van Joke van Leeuwen over het vogelmeisje Viegeltje, werd geregisseerd door Rita Horst. Haar naam verdween echter van de aftiteling nadat ze een kort geding verloor van producent Lemming, die een veel kortere versie wilde uitbrengen. Nu staat Ellen Smit vermeld als regisseur, een oudbakken pseudoniem dat verwijst naar Alan Smithee.

Alan Smithee staat te boek als regisseur van films als Stiches (1985), Ghost Fever (1987), Appointment with Fear (1987), Bloodsucking Pharaohs in Pittsburgh (1991) en Le Zombi de Cap-Rouge (1997). Het zijn naar alle waarschijnlijk geen titels die een belletje doen rinkelen; de meeste hebben de Nederlandse bioscopen nooit gehaald, want het betreft hier danig mislukte, met ruzie omgeven producties. En de regisseur Alan Smithee bestaat helemaal niet. Alan Smithee was jarenlang het enige door het Directors Guild of America erkende pseudoniem voor regisseurs die om wat voor reden dan ook hun eigen naam niet op de aftiteling wilden hebben.

De naam ontstond in 1967, toen Don Siegel na 25 opnamedagen scenarioschrijver Robert Totten verving als regisseur van de western Death of a Gunfighter. Geen van beiden was tevreden met het uiteindelijke resultaat, en geen van beiden wilde zijn naam aan de film verbinden. Toen Death of a Gunfighter in 1969 alsnog werd uitgebracht, was de The New York Times overigens enthousiast, met name over de onbekende Smithee. ‘Knap geregisseerd’, schreef de krant.

In 2000 ‘overleed’ Alan Smithee. Op de aftiteling van Supernova – een mislukte film over een paramedisch ruimteschip, dimensiesprongen en plasmaversnellingen – staat voor het eerst de naam van zijn opvolger: Thomas Lee. Het Directors Guild of America had voor dit nieuwe pseudoniem gekozen omdat Alan Smithee na An Alan Smithee Film: Burn Hollywood Burn (1997) te bekend was geworden.

An Alan Smithee Film: Burn Hollywood Burn, geschreven door Joe Eszterhas (Basic Instinct, Showgirls), is bedoeld als Hollywood-satire, waarin de strijd tussen producenten en regisseurs het moet ontgelden. Eric Idle speelt een onbeduidende editor die zijn regiedebuut mag maken met een 220 miljoen dollar kostend spektakelstuk met Whoopi Goldberg, Sylvester Stallone en Jackie Chan in de hoofdrollen. Na ruzie met de producent wil hij zijn naam van de credits. Er is echter een probleem: de regisseur heet écht Alan Smithee.

Toen Arthur Hiller, de regisseur van An Alan Smithee Film: Burn Hollywood Burn, eveneens besloot zijn naam van de credits te verwijderen, werd gedacht aan een goedkope publiciteitsstunt. Burn Hollywood Burn is echter zo bar en boos dat moeilijk aan Hillers oprechte bedoelingen kan worden getwijfeld. Niet voor niets werd Burn Hollywood Burn bekroond met een Golden Raspberry, de prijs voor de slechtste film van het jaar, en scoorde de film hoge ogen in de verkiezing van slechtste film van het decennium.

Iep! draait vanaf 17 februari in de Nederlandse bioscopen. Het filmfestival van Berlijn is van 11 tot 21 februari 2010.

12

01 2010

Film van de Week: The Player

De vader van John Appel voor een van de vele Mercedessen die hij versleet.

Zo goed als de Joris Ivens Award-winnaar André Hazes – Zij gelooft in mij is hij niet, net niet, maar met The Player, een liefdevolle ode aan zijn gokverslaafde vader, toont John Appel zich andermaal een van Nederlands beste documentairemakers.

‘Misschien is niets geheel waar’, citeert Appel Multatuli aan het begin van de film. ‘En zelfs dàt niet.’ Het citaat slaat op de verhalen van de drie gokverslaafde mannen die Appel opvoert, maar óók op de verhalen die Appel junior zelf opdist over zijn vader. Het zijn zíjn (subjectieve) herinneringen, wil hij maar zeggen.

The Player – op het afgelopen IDFA bekroond als beste Nederlandse documentaire en genomineerd voor de Joris Ivens Award die niet meer zo heet – eindigt met een anekdote: John zit naast zijn vader in de Mercedes, hij was 9 of 10 jaar oud. Hij moet heel goed op de weg letten, zegt zijn vader, die tien seconden met zijn ogen dicht wil proberen te rijden – dat durft niemand! ‘Hij deed zijn ogen dicht en begon te tellen: een-en-twintig, twee-en-twintig-drie-en-twintig…’

Appel illustreert het verhaal met vale beelden, geschoten door de voorruit van een zachtgroene Mercedes, alsof de kleine John die dag een videocameraatje bij zich had. Dat was natuurlijk niet het geval; de beelden zijn speciaal voor de film opgenomen en oud gemaakt. Met het zelfgemaakte ‘archiefmateriaal’ wil Appel het gevoel van toen oproepen, en hij slaagt daar glansrijk in – mede door de nuancering aan het begin van zijn film.

The Player van John Appel draait vanaf 7 januari in de filmtheaters.

07

01 2010