Archive for December, 2009

Toptien 2009

weisseband

1. Das weisse Band

2. Let the Right One In

3. Les plages d’Agnès

4. La mujer sin cabeza

5. Che Part I & II

6. Liverpool

7. La vie moderne

8. Slumdog Millionaire

9. Inglourious Basterds

10. Three Monkeys

En daar net onder: 24 City, Parque via, Ponyo on the Cliff by the Sea, Up, Revanche en Gomorra.
De beste Nederlandse film van het afgelopen jaar is Kan Door Huid Heen, op de voet gevolgd door Nothing Personal.

Tags:

25

12 2009

Film van de week: The Sound of Insects

01

The Sound of Insects – Record of a Mummy begint in de sneeuw. Van grote afstand is te zien hoe een lichaam naar een ambulance wordt gedragen. Een vrouwenstem vertelt dat een jager een jaar geleden in een hut van plastic zeilen op een ondoordringbare plek in een afgelegen bos een mummie heeft gevonden. En dat er tussen zijn benen een dagboek lag. ‘According to a true story’ staat er op de begintitels.

Wat volgt is een secuur verslag van een volhardende wens om dood te gaan. Beelden van fris-groene blaadjes en bomen. Op de geluidsband klinkt het vrolijke gefluit van vogeltjes. Dan begint een mannenstem te vertellen, zonder al te veel emotie: ‘Dag 1. 7 Augustus. Ik ben gestopt met eten. Voor het laatst iets gegeten in een snackbar in de stad. Hoewel het mijn laatste maal was, lukte het me niet om meer dan anders te eten. Het was goedkoop, dus ik had geld over. Dat heb ik in de flipperkast gegooid.’

De naamloze man vertelt over de muziek die hij op zijn radio hoort, over zijn steeds heftiger hoofdpijn en maagkrampen, en over zijn leven, dat hij onbetekenend noemt. Na een dag of dertig schrijft hij dat hij trots is dat hij iets doet dat niemand hem na zal willen doen. Na vijftig dagen – de man was vastbesloten na veertig dagen dood te zijn – schrijft hij dat het belachelijk is dat hij nog steeds leeft. ‘Ik verdien een plek in het Guinness Book of Records.’ Op dag 62 is zijn laatste, korte teken van leven. ‘Er is licht.’ Ruim honderd dagen later wordt hij, een mummie nog slechts, gevonden. Bij toeval. Niemand had naar hem gezocht; niemand had hem gemist.

Welkom in de wereld van Peter Liechti. De Zwitserse filmmaker, scenarioschrijver, cameraman en producent hoopt dat zijn intuïtieve beeldenstroom ervoor zorgt dat de kijker meegaat met de doodswens van de onbekende man. ‘Als het goed is wil je dat hij slaagt. Niet omdat je hem haat, maar juist omdat je van hem houdt. Dat vind ik interessant: dat je je identificeert uit empathie, niet uit sympathie. Dat de kijker begrijpt dat dit zijn kans is speciaal te zijn. Dat dit zijn kans is om het leven te ervaren. Door dood te gaan kan hij het leven ervaren. Hij kwam helemaal niets te kort, was goed opgeleid, en had vrienden en vriendinnen. De man was niet boos op de wereld, niet ontslagen of teleurgesteld in de liefde. Hij wilde alleen maar dood. Zijn eenzaamheid is niet gelinkt aan de wereld om hem heen, maar existentieel van aard.’

Peter Liechti (1951, St. Gallen) studeerde kunstgeschiedenis in Zürich, en was vanaf 1983 bij diverse filmprojecten betrokken als schrijver en als cameraman. In 1984 maakte hij zijn eerste eigen experimentele Super-8 film, Sommerhügel. Sindsdien heeft hij een eigenzinnig oeuvre opgebouwd van experimentele documentaires, essays, kunstenaarsportretten (van het Zwitserse musique concrète-duo Voice Crack en met name van en met de Zwitserse kunstenaar Roman Singer), fictiefilms en combinaties van al deze genres.

Zijn muziekfilm Kick That Habit was in 2005 tijdens het IFFR te zien in Witte de With; Liechti’s enige echte speelfilm Marthas Garden, een winterse film noir in gloedvol zwart-wit, dong in 1998 in Rotterdam mee naar de Tiger Awards. Zijn documentaire Hans im Glück, waarin Liechti verslag doet van zijn pogingen om te stoppen met roken, werd in 2003 genomineerd voor de Joris Ivens Award op het Amsterdamse IDFA.

The Sound of Insects, eerder deze maand verrassend bekroond als beste Europese documentaire, is een bewerking van Miira ni narumade (‘totdat ik een mummie ben’), een kort verhaal in dagboekvorm van de Japanner Masahiko Shimada. Dat verhaal is weer gebaseerd op de waargebeurde geschiedenis van een 40-jarige man die zelfmoord pleegde door verhongering. ‘De tekst drukt alles uit wat ik vind en voel over de tijd waarin we leven. Over mijn culturele onbehagen; mijn gevoel nergens heen te gaan’.

Peter Liechti: een groot hoofd met stoppeltjes waar het niet kaal is. Twee grote zilveren ringen in zijn linkeroor. Groenblauwe ogen, en een stem die zachter klinkt dan je bij zijn postuur zou verwachten. Hij formuleert bedachtzaam, in zijn kleine, tikje sjofele kantoor in Zürich (in een stellingkast staan archiefdozen met materiaal van al zijn films; her en der staan wat computers op tafels; aan de muren hangen posters van Liechti’s films; tegen het plafond hangt een irritant haperende tl-balk).

Hij leerde het verhaal van de mummie vijf jaar geleden kennen via een cd van de Japanse musicus en componist Otomo Yoshihide. Liechti kreeg hem van zijn vriendin, en was direct diep onder de indruk van de registratie van de performance met Oostenrijke kunstenaars.

Hij werkte destijds nog aan een andere film, maar het idee voor The Sound of Insects nestelde zich als een zaadje in zijn hoofd. Toen Masahiko Shimada later in Italië aan het werk was, nam hij contact met hem op. ‘Hij stemde direct in met mijn plannen. Ik vroeg hem wat voor soort stem hij zich voorstelde bij de dagboekfragmenten. Hij suggereerde dat ik verschillende stemmen zou gebruiken. Van een jong meisje tot een oude man. Ik antwoordde dat me dat wat al te theatraal leek. Dat zoiets volgens mij niet zou werken in een film. Hij zei dat ik het zelf moest weten.’

Vanaf het begin af aan had hij een vast omlijnd idee hoe hij de wereld van de mummie wilde verbeelden. ‘Het bos is zijn realiteit. Dat heb ik gefilmd in HD. Daarnaast heb je zijn herinneringen aan de stad, die langzaam minder worden en aan het einde van de film totaal zijn verdwenen. Als derde laag zijn er zijn verlangens en herinneringen; zijn dromen en hallucinaties. Die laatste categorieën bestaan vooral uit Super-8 beelden, een deel nieuw geschoten en een deel afkomstig uit mijn archief.’

Hij wilde niet teveel uitleggen en interpreteren, zegt Liechti, maar juist ruimte laten voor de verbeelding van de kijker. ‘Het zijn natuurlijk míjn beelden en mijn associaties, maar het gaat niet om mij en wat ik bij de beelden voel. Een goed beeld is persoonlijk, niet privé. Privé-beelden zijn saai; daar voelt het publiek niets bij, daar kan het zich niet mee identificeren. Ik ben op zoek gegaan naar archetypische beelden, waar we allemaal op reageren. Het haar van een vrouw in de wind, bijvoorbeeld. Dat is op de rand van kitsch, maar tegelijkertijd raakt het je, doet het iets met je. Hetzelfde geldt voor de zon en palmbomen, voor beelden van landschappen, van vliegtuigen of teddyberen. Die roepen bij iedereen direct bepaalde associaties op, terwijl ik toch de enige ben die er die ene speciale band mee heb.’

Tijdens de montage organiseerde Liechti diverse test screenings om te controleren of zijn bedoelingen wel voldoende duidelijk werden. ‘Dat doe ik altijd. Ik maak precies wat ik wil; doe absoluut geen concessies, maar ik wil wel weten of ik wel begrepen word. Iedereen mag vinden wat hij wil van mijn films, maar ik wil wel begrepen worden.’

Aan één ding wenste hij vast te houden, wat anderen er ook van vonden. Liechti wilde geen dag overslaan; het publiek moet alle dagen meebeleven. ‘Als je bij hem weggaat, creëer je afstand. Je laat hem alleen, en gaat dan kijken of hij er nog is. Ik wil het publiek juist dwingen om bij hem te blijven. Het publiek moet hem worden; daarom zie je hem ook niet. Er zullen mensen zijn die de herhaling als saai ervaren. Voor mij werkt het meditatief, soms zelfs hallucinatief. Als het goed is raak je in een soort trance. Je moet er even de tijd voor nemen om zijn wereld binnen te gaan. Als je dat niet doet, kom je er niet in, dat realiseer ik me. En als je het wel doet, dan beloof ik dat je er iets voor terugkrijgt, dat je weldadig wordt beloond.’

Het filmklimaat mag er niet op vooruit zijn gegaan sinds Liechti films begon te maken (zijn vorige lange film, Namibia Crossings uit 2004, trok in Zwitserland nog geen 1500 bezoekers; toch vulde Liechti op een subsidieaanvraagformulier voor The Sound of Insects ‘20 duizend’ in bij verwacht aantal bezoekers), zijn insteek is nog steeds hetzelfde. ‘Toen ik Kick That Habit maakte over Voice Crack of Signers Koffer over de beeldend kunstenaar Roman Signer werden zij beschouwd als moeilijke, ondoordringbare kunstenaars. Niemand begreep wat ze precies deden, alleen wat specialisten in de art-scene. Ik wilde hun kunst in de bioscoop brengen; toegankelijk maken voor een groter publiek. Hetzelfde wil ik nu weer. De cd van Masahiko Shimada is alleen bekend in de avant garde-scene; het verhaal van Masahiko Shimada geniet nauwelijks bekendheid buiten Japan. Dat vind ik zowel jammer als onterecht. Ik ben er zeker van dat er een veel groter publiek is dat ervan kan genieten.’

The Sound of Insects is vanaf deze week in de Nederlandse filmhuizen te zien.

23

12 2009

De mooiste filmposters van de Jaren Nul

Vergeet de decennium-posteroverzichten van Roger Ebert en The Auteurs, hieronder dé lijst met mooiste filmposters van de jaren nul. Bij het samenstellen van de toptien heb ik mezelf twee beperkingen opgelegd. De film moet in de Nederlandse bioscopen te zien zijn geweest (waardoor de fraaie affiches afvielen van films als Dear Zachary: A Letter to a Son About His Father, Beautiful Losers en El cortez). Ook heb ik geen obscure postervarianten opgenomen; hoe mooi de Poolse of Japanse versies soms ook waren, alleen de originele en de Nederlandse posters komen in aanmerking. Of het een goeie of slechte film is, doet in deze lijst niet ter zake. Of de film een succes was, evenmin. Alleen schoonheid doet er toe. Er is geprobeerd de namen van alle ontwerpers te vermelden, wat nog niet eenvoudig is: op de posters staan ze vaak niet of slechts minuscuul vermeld. Aanvullingen zijn welkom; tegenlijstjes natuurlijk ook.

scaphandre_et_le_papillon_xlg

10. Le scaphandre et le papillon (2007) – ontwerp: Julian Schnabel
Op de meeste posters van Le scaphandre et le papillon staat Jean-Dominique Bauby (gespeeld door Mathieu Amalric), die nadat hij werd getroffen door een beroerte aan het zeldzame locked-in syndroom lijdt, in zijn rolstoel. Het originele Franse affiche, gemaakt door de Amerikaanse beeldend kunstenaar annex regisseur Julian Schnabel zelf, is véél poëtischer.

Unknown

9. Blindness (2008) – ontwerp: Concept Arts
De filmtitel als een instrument van de opticiën, tegen een schimmige achtegrond met een tastende hand. 100% origineel is de teaserposter van Fernando Meirelles’ Blindness overigens niet: het idee werd eerder toegepast op een postervariant van Lars von Triers Dancer in the Dark.

palindromes

8. Palindromes (2004) – ontwerp: Kathryn Rathke
In Todd Solondz’ Palindromes wordt een zwanger, dertienjarig meisje gespeeld door acht acteurs: twee volwassen vrouwen, vier pubermeisjes, een jongen en een kleuter. Op de poster de meest controversiële: een zwaarlijvig Afro-Amerikaans meisje (Sharon Wilkins) dat haar weg zoekt in een sprookjesbos; het getekende beeld past perfect bij het duistere sprookje.

inconvenient_truth_xlg

7. An Inconvenient Truth (2006) – ontwerp: The Ant Farm
Zo fantasieloos als de film is vormgegeven, zo fraai is het affiche van An Inconvenient Truth, Al Gore’s propagandafilm over de gevaren van het broeikaseffect en de smeltende poolkappen. Zoals te doen gebruikelijk bij een goede poster, werd hij direct gekopieerd, onder meer door de makers van An Inconvenient Tax.

descent_ver2_xlg

6. The Descent (2006) – ontwerp: Art Machine, A Trailer Park Company
In Neil Marshalls thriller The Descent gaan zes jonge vrouwen op expeditie in een ondergronds gangenstelsel. Op de poster vormen ze samen een doodshoofd. Ze zijn gekleed, het beeld is diapositief, maar Dali’s gouache en Philippe Halsmans antieke foto Salvador Dali In Voluptate Mors zijn er onmiskenbaar in te herkennen – hoogstwaarschijnlijk niet door de doelgroep.

snakes_on_a_plane_ver6_xlg

5. Snakes on a Plane (2006) – ontwerp: onbekend
De titel vat de film naadloos samen: Snakes on a Plane. De meest bijzondere poster voor de film van David R. Ellis en Lex Halaby is in de vorm van een veiligheidsinstructiekaart van de fictieve luchtvaartmaatschappij South Pacific Airlines – zo’n kaart die voor het vliegtuig opstijgt in het gangpad door de stewardessen wordt doorgenomen terwijl iedereen de andere kant op kijkt.

half_nelson_xlg

4. Half Nelson (2006) – ontwerp: onbekend
In Ryan Flecks Half Nelson probeert een idealistische docent zijn leerlingen op de zwarte school te verheffen, maar de aan crack verslaafde tobber maakt zich tegelijkertijd maar weinig illusies over zijn eigen toekomst en die van de wereld. Op de geschilderde poster staat hij voor het schoolbord, waarop de filmtitel, de credits en prijzende quotes zijn verwerkt.

cars_xlg

3. Cars (2006) – ontwerp: onbekend
Hoe minder erop staat, hoe mooier teasers vaak zijn. Daarin schuilt ook een probleem: als er té weinig op staat en de kijker geen idee heeft, schiet de distributeur zijn doel voorbij. Het tipje van de sluier dat wordt opgelicht met de geweldige teaser van de animatiefilm Cars heeft precies de juiste balans – zoals zo vaak op de posters van Disney/Pixar.

precious_xlg

2. Precious (2009) – ontwerp: Ignition Print
Er zijn meerdere fraaie posters van Lee Daniels Precious, waaronder een geschilderde waarop de filmtitel is verwerkt in het halskettinkje (zoals Ruud van Empel deed op de fraaie poster van André Hazes – Zij gelooft in mij). De mooiste Precious-poster roept herinneringen op aan het beste werk van Saul Bass: een zwart contour van het moddervette, door haar moeder emotioneel misbruikte en twee keer door haar vader bezwangerde meisje met een hand op haar kruis. Schitterend in al zijn eenvoud.

saw_two_ver2_xlg

1. Saw II (2005) – ontwerp: Art Machine, A Trailer Park Company

Niet alleen de films zelf zorgden voor reuring, ook de posters van ‘torture porn’-grondlegger Saw waren direct spraakmakend en omstreden. De eerste film werd aan de man gebracht met onheilspellende beelden van een afgezaagde hand en een dito been. Op de poster van Saw II stonden twee afgehakte vingertjes – wel vaker gezien bij een tweede deel, maar zelden zo origineel. De MPAA, de Motion Picture Association of America, maakte bezwaar, omdat de afgehakte vingers te gruwelijk waren. Een oplossing was overigens snel gevonden: op de even fraaie als lugubere aangepaste versie staan de vingers groter en aflopend, waardoor niet meer duidelijk is dat ze zijn afgehakt. Nog geen vier jaar oud en nu al oneindig vaak gekopieerd, geplagieerd (Fatigue!) en geparodieerd – zo gaat dat met iconische beelden…

18

12 2009

Watten eten tegen de honger

Regisseur Nadine Kuiper in haar modellentijd

Regisseur Nadine Kuiper in haar modellentijd

Nadine Kuipers studeerde in 2007 af aan de Filmacademie met het intrigerende egodocument Moeders mooiste. Daarin reist ze met haar aan drugs verslaafde, aan een rolstoel gekluisterde moeder, die ze 23 jaar niet heeft gezien, in een camper naar Lourdes. Onderweg hoopt ze haar beter te leren kennen, met de camera aan haar zijde.

In de documentaire Kiev-Paris, the Next Top Model eist de maakster opnieuw zelf een hoofdrol op, en opnieuw is dat volkomen natuurlijk en overtuigend. Kuipers was zelf model, vanaf haar negentiende, zes jaar lang, vertelt ze in voice-over. Op instigatie van haar agency heeft ze destijds haar ‘dracula-tanden’ laten bijwerken. ‘Twee weken later was het bureau failliet, de rekening is nooit betaald…’

Kuipers reist naar de Oekraïne, waar piepjonge Oostblok-meisjes via een tussenstap in Kiev de sprong naar Parijs hopen te maken. Ze hebben er alles voor over. Letterlijk. Ze slikken paardenmiddelen om slank te worden/blijven en eten watten tegen de honger, vertelt een niet al te frisse Franse scout die de meisjes keurt als stamboekvee.

Hoewel de voice-overs wat te talrijk zijn en soms al te stichtelijk, is Kiev-Paris, the Next Top Model een eigenwijze, dwarse waarschuwing tegen de perverse modellenwereld. Helaas zullen de meisjes uit de Oekraïne ‘m niet zien. En dan nog was het waarschijnlijk aan dovemansoren gericht, zo laat Kuipers zien. De wereld waar de meisjes vandaan komen is zo desolaat dat je wel snapt dat ze er alles voor over hebben om eraan te ontsnappen.

Kiev-Paris, the Next Top Model van Nadine Kuipers. Zaterdag 19 december, 21.05 uur, Nederland 3.

18

12 2009

Actie! – Zaterdag 14 november, 14.49 uur. Amersfoortsestraatweg 1 Naarden

V.l.n.r.: Bea Willemstein, Mark van Aller, Michel van Erp en Rob Dul. Foto Bob Bronshoff.

V.l.n.r.: Bea Willemstein, Mark van Aller, Michel van Erp en Rob Dul. Foto Bob Bronshoff.

Filmcrews zijn doorgaans zo groot dat je ze niet over het hoofd kunt zien. Dit keer is het anders; het gaat dan ook om een documentaire. In de leeszaal van de ‘Vivium Zorggroep Naarderheem’ hijsen de leden van de coverband Oude Liefde Roest Niet zich op een zacht-zonnige herfstdag in hun nette kloffie. ‘Dat is een muzieklegende’, zegt regisseur Michiel van Erp, wijzend op zanger Jan Vredenburg. ‘Hij zat vroeger in Champagne. Hij stond altijd rechts. En hij daar… hij zat in The Millionaires. En zij is Bea. Voor haar zijn we hier.’

Zangeres Bea Willemstein staat in een hoek een glaasje jus d’orange te drinken. Ze maakt grapjes. Het lijkt alsof ze helemaal geen last heeft van cameraman Mark van Aller en geluidsman Rob Dul, die haar toch van zeer nabij volgen. ‘Moet jij nog inzingen’, wil Van Erp van haar weten. Nee, dat hoeft niet. ‘Dan hobbelen we achter je aan, Bea’, zegt Van Erp.

Als de bandleden de recreatieruimte binnenkomen, worden de oudjes naar binnen geholpen door vrijwilligers. ‘Er stond eigenlijk een klassiek concert gepland’, spreekt een vrouw de zaal toe. ‘Maar de musici zijn geveld door de griep. Deze band zou eigenlijk in een ander tehuis optreden. Maar daar waren de bewoners en het personeel ziek. Nu zijn ze hier. Het belooft een hele leuke middag te worden.’

Oude Liefde Roest Niet (‘Voor een avond vol nostalgie’) zet direct een medley in. De muziek is een beetje hard; veel oudjes grijpen naar hun oren. Van Erp deint en klapt mee en maakt foto’s met zijn iPhone. Af en toe is er oogcontact met cameraman Van Aller, en pakt hij een andere lens of wordt het statief verplaatst.

Bea (hoogblond, zuurstokroze mantelpakje, topje met zilveren glitters) zingt Kleine kokette Katinka, waarmee De Spelbrekers in 1962 meededen aan het Eurovisie Songfestival, en Anneke Grönlohs Soerabaja (‘met je zee en je hemel zo blauw’). Samen onder moeders paraplu, Een beetje en In de bus van Bussum naar Naarden komen voorbij, You Are My Sunshine, Seven Lonely Days en andere vrolijke liedjes uit de jaren ’50 en ’60. Van Aller en Dul bewegen soepel tussen de bandleden door. Van Erp is in zijn sas. ‘Het is een beetje een experminent, zo uit de losse pols.’

Bea Willemstein is een van de zeven naamgenoten (‘Bea’s, Trixen en Beatrixen’) van Koningin Beatrix in Van Erps mozaïekdocumentaire Beatrix, Majesteit, ‘een zoektocht naar de emoties en drijfveren van ons staatshoofd’. Door de kijker deelgenoot te maken van de twijfels, emoties en zorgen van een aantal andere Beatrixen – ‘allemaal vrouwen die voor een bepaald facet uit het leven van de koningin staan; voor de een is dat het openbaar bestuur, een ander vertelt hoe je een familiebedrijf het beste kunt overdragen aan je zoon en schoondochter’ – wil Van Erp een dieper, persoonlijker inzicht bieden in de drijfveren van de koningin.

Beatrix, Majesteit werd gemaakt in het kader van het Teledoc-project van de Publieke Omroep, het Filmfonds en het CoBO-fonds: een variatie op het Telefilm-project bedoeld voor lange documentaires met een eigentijds Nederlands onderwerp. Het is niet Van Erps eerste film over het koningshuis; eerder maakte hij onder meer  Prins Claus: Op Handen Gedragen, De Koningin komt eraan en Het defilé. Hoe dat komt? ‘Het blijft fascinerend. Het is een wereld waarin je nooit echt kunt doordringen.’

Zondag 20 december is in het Ketelhuis in Amsterdam een exclusieve voorvertoning van Beatrix, Majesteit voor naamgenoten. Vrijdag 25 december, wordt de documentaire om 21.00 uur uitgezonden op Nederland 2. Daarna is hij op dvd verkrijgbaar via www.defamilie.net.

Zie ook www.bobbronshoff.nl/

17

12 2009

Film van de week: The Milk of Sorrow

42090312_st_8_jpg_s-medium

Met de 500 miljoen dollar die James Camerons Avatar heeft gekost, had de 32-jarige Peruviaanse Claudia Llosa plusminus 500 films kunnen maken. Haar kleine, bijzondere film La teta asustada (The Milk of Sorrow) won begin dit jaar verrassend de Gouden Beer, de hoofdprijs van de Internationale Filmfestspiele Berlin.

La teta asustada, die tevens de prijs van de internationale filmkritiek kreeg, gaat over een jonge vrouw die lijdt aan een mysterieuze ziekte die via de moedermelk wordt doorgegeven door vrouwen die door soldaten van de Maoistische terreurbeweging Lichtend Pad zijn mishandeld en verkracht.

La teta asustada is de eerste Peruviaanse coproductie die in de Gouden Beer-competitie was opgenomen, en pas de tweede speelfilm van Claudia Llosa, die sinds acht jaar in Barcelona woont en met haar debuut Madeinusa in 2006 op het Rotterdamse filmfestival de Fipresci-prijs won.

17

12 2009

Animatie, maar ontroerender zie je het zelden

Up

Lijstjes zijn leuk, maar zorgen ook voor hoofdbreeksels, zo bleek de afgelopen weken maar weer eens. Ben bezig met de toptien met films van 2009, en moest voor de site filmliefde van film1 vragen beantwoorden als ‘Wat is de grappigste film die je kent?’, ‘Welke film associeert je met verliefdheid?’, ‘Wat is de engste film die je kent?’ en ‘Wat is de beste film die je kent?’. Pfff…

Eén vraag was relatief gemakkelijk, omdat het antwoord nog vers in mijn geheugen ligt. De vraag: ‘Welke filmscène heeft op jou diepe indruk gemaakt?’. Het antwoord: Up van Pete Docter en Bob Peterson, en dan met name de woordloze sequentie waarin een heel leven wordt samengebald. Carl en Ellie raken bevriend, worden verliefd, maken grote plannen, richten de kinderkamer in, en moeten verder in de wetenschap dat ze geen kinderen zullen krijgen. En dan gaat Ellie dood.

Ik heb Up drie keer gezien, eerst in Cannes, daarna tijdens de Cinema Expo in vijf verschillende talen, en tot slot met de kinderen (5 en 9), en drie keer tranen met tuiten gehuild. Animatie, maar ontroerender zie je het zelden.

De film is nu verkrijgbaar op dvd en blu-ray, in verschillende versies: een super-de-luxe (‘2-disc steelbook, de film + bonusmateriaal + Disney Digital Copy’, wat dat ook moge zijn) en de zogenaamde ‘1 disc’. Daarop ook regisseurscommentaar, een kort filmpje over de totstandkoming en alternatieve eindes. En twee korte films: Dug’s Special Mission van Ronnie del Carmen (suf) en Partly Clouded, het geniale voorfilmpje van Peter Sohn, over een donderwolk en een oude, gammele ooievaar. Het kan niet anders of Sohn maakt te zijner tijd een even geniale lange Pixar-film…

16

12 2009

De naam van de editor staat op een lijmfles

Afbeelding 1

Op SubmarineChannel’s Forget the Film, Watch the Titles! verschijnen iedere maand nieuwe titelsequenties, vaak met interviews met de makers. Een fraai voorbeeld van eigen bodem is Dunya & Desie, gemaakt door Balder Westein.

Op de aanstekelijke klanken van Dennis’ I Rely on You beweegt de camera sierlijk langs een roze, hartvormige wekker en een kitscherige sneeuwbol waarin de namen van de hoofdrolspeelsters zijn verwerkt, naar een bierglas met de naam van Theo Maassen, opgenomen in een logo dat als twee druppels water op dat van Heineken lijkt.

De naam van de editor staat op een lijmfles;  die van de componist op een iPod. De postproductie – veel bel- en regelwerk – staat op een gele post-it; de scenarioschrijver op een pen; de coproducent staat op een pinpas. De namen van de twee art-directors (de vaste art-director kon niet mee naar Marokko) staan op twee Pickwick-achtige theezakjes. De smaken: Dutch Flavor en Moroccan Flavor. De sequentie eindigt met de filmtitel: Dunya & Desie, in de vorm van een gouden kettinkje, dat over een schemerlampje is gedrapeerd.

Regisseur Dana Nechushtan benaderde Balder Westein voor een titelsequentie waarin naar voren komt dat Dunya en Desie al heel lang vriendinnen zijn. Het was echter niet meer mogelijk extra opnamen te maken in de gebruikte filmdecors, omdat die al afgebroken waren. De actrices waren ook niet meer beschikbaar; Eva van de Wijdeven had geen geblondeerd haar meer en Maryam Hassouni zat in Londen.

Toen opperde Westein een vrije variatie op de titelsequenties van films als Delicatessen en Ex Drummer: de camera beweegt langs een keur aan roze en lila spulletjes van de hartsvriendinnen, waarin de namen van cast en crew zijn verwerkt. In elk shot zitten kleine verwijzingen naar hun vriendschap.

Westein ging met art director Minka Mooren op zoek naar geschikte rekwisieten; er werden logootjes, poëziealbums, fotoboeken en volgekalkte meisjesagenda’s in elkaar gefröbeld; bij de Hema werden mokken bedrukt met foto’s van Dunya en Desie; een Amsterdamse zilversmid fabriceerde het kettinkje met de namen van de meiden.

Alles werd uitgestald op een tafeltje in een enorme studio, tegen een lila-roze behangetje. In een dag stond de openingssequentie op film (het werk van cameraman Bert Pot, wiens naam op een wegwerpcameraatje vermeld staat). Maar toen het materiaal uit het laboratorium kwam, bleek er iets mis met de spiksplinternieuwe lens. Alles moest opnieuw.

Na deze ‘generale repetitie’ ging alles wel naar wens, met een grandioze titelsequentie als resultaat. De zoveelste van Westein; sinds hij in 2002 afstudeerde in beeld- en mediatechnologie, werkt hij met Patrick Raats aan de animatieserie Barbazan en maakte hij in het oog springende op- en aftitelingen voor onder meer Floris (in ridderstijl), Pluk van de Petteflet (olijke, geanimeerde poppetjes), Wild Romance (een lange scroll over aan elkaar gephotoshopte schilderijen van Herman Brood) en De Griezelbus (een schitterend, op A Nightmare Before Christmas van zijn grote voorbeeld Tim Burton geïnspireerd, cut-out animatiefilmpje).

De ellenlange aftiteling van Alles is liefde verwerkte Westein in een soort gastenboek, vol opmerkingen van fictieve gasten van het homohuwelijk tussen Daan Schuurmans en Paul de Leeuw waarmee de film eindigt. De aftiteling was goed voor een eigen hyve, waarop mensen enthousiast vertellen dat ze tot het bittere einde zijn blijven zitten en de leukste krabbels van Westein worden gequote: ‘Leuke bruiloft, maar wie waren die twee nichten in witte pakken?’.

15

12 2009

Meisjes jonger en dunner photoshoppen mag niet, presidenten ouder en grijzer wel

Obama2

Meisjes jonger en dunner photoshoppen mag niet, presidenten ouder en grijzer wel. Rond de Wereldklimaattop in Kopenhagen heeft Greenpeace posters opgehangen waarop Obama, Merkel, Sarkozy en andere wereldleiders zijn afgebeeld met grijs haar; vanuit het jaar 2020 verontschuldigen zij zich alvast voor hun falen in Kopenhagen anno nu: ‘I’m sorry. We could have stopped catastrophic climate change… we didn’t.’

Rond de top is door tekenaars en cartoonisten natuurlijk ook Shepard Fairey’s iconische ‘Obama/Hope’-poster weer van stal gehaald (zoals in bovenstaande cartoon van Lectrr). De fraaiste recente variatie op de rood-wit-blauwe poster is van de Amerikaanse cartoonist Matson, die Obama in Bush heeft veranderd, en ‘Hope’ in ‘Change’. Niet vanwege zijn milieubeleid, maar vanwege zijn Afghanistan-beleid.

15

12 2009

url-2

Vandaag en morgen wordt in Den Haag onder de noemer ‘F voor Filmkritiek’ gesproken over de stand van de filmkritiek. ‘Er is waarschijnlijk geen beroepsgroep die zich de afgelopen jaren zo vaak heeft moeten verdedigen en bezighouden met de reden van zijn bestaan als de filmkritiek’ stellen de organisatoren Filmhuis Den Haag en De Filmkrant. ‘Sinds filmster Bruce Willis in 1997 de filmkritiek met de legendarische woorden “film criticism has gone the way of the dinosaur” min of meer dood verklaarde, lijkt het wel alsof het vak permanent in crisis verkeert.’

Vrijdag mocht ik aanschuiven in een zogenaamd ‘expert’-debat, een besloten gesprek voor professionals uit de filmbranche. De eerste vraag van dagvoorzitter Annemieke Gerritsma, waarbij eigenlijk direct de moed me in de schoenen zonk, luidde: ‘wat is eigenlijk een goede filmrecensie?’. Organisator Dana Linssen oreerde er lustig op los waar een filmrecensie zoal aan moet voldoen – praten kan ze! Ik heb zelf eigenlijk geen idee; ik heb in ieder geval geen lijstje critera dat ik afwerk als ik schrijf.

Het ging in Den Haag over de vraag wie of wat eigenlijk nog een filmcriticus is. Een hobbyist niet; het is een vak, vond menigeen. Maar wie of wat dan wel? Kan iemand die zelf geregeld in films te zien is, criticus zijn? Of iemand die meehelpt de premièrejurken uit te zoeken? En iemand die al twee maanden niet meer voor de Volkskrant schrijft, is dat eigenlijk nog een criticus? AD-criticus Ab Zagt vindt alvast van niet. ‘Waarom zit jij in het debat over filmkritiek? Samen met de grote denker J. Stout? Je schrijft toch niet meer over film?’ twitterde hij…

12

12 2009