Archive for October, 2009

The Beatles op een piratenschip

Boat that Rocked

In The Boat that Rocked schetst Richard Curtis (de bedenker van televisiehits als Blackadder en The Vicar of Dibley, scenarist van de kaskrakende films Four Weddings and a Funeral, Bean, Notting Hill en de Bridget Jones-films en regisseur van Love Actually) een wel zeer blijmoedig beeld van het leven aan boord van een radiopiraat.

De soundtrack zit boordevol popsongs, van onder meer The Who en The Turtles, Leonard Cohen en The Rolling Stones, van Paul Jones en The Hollies. De verschillende posters verwijzen echter naar The Beatles. Op het Nederlandse affiche, gebaseerd op de originele Engelse poster, lopen vier van de bootbewoners over een loopplank van hun piratenschip op een manier die is gekopieerd van de elpeehoes van Abbey Road.

Op het Japanse affiche staan ze op de voorplecht van het schip, precies zo als op de elpeehoes van Sgt. Pepper’s Lonely Hearts Club Band. Waarom is een raadsel.

De Amerikaanse poster is weer met andere raadselen omgeven: het schip is van vorm veranderd, de horizon is van plak veranderd en er komt een boot aanvaren. Op de loopplank staan zes in plaats van vier personages (in een andere volgorde en iets andere houdingen) en de film heet opeens Pirate Radio.

Ook in dit geval vraag je je af: waarom in hemelsnaam…

30

10 2009

Knutsel-Godzilla in het Stadsarchief

url

Achter de massieve façade van het Stadsarchief de Bazel zit een van de leukste musea van Amsterdam verscholen, met een filmzaaltje waarvoor hetzelfde geldt. Dat zaaltje is een van de locaties van een speciale editie van het Rocket Cinema Festival, dat plaatsvindt van donderdag 28 oktober tot en met 1 november.

Het thema is ‘Monster Movies’, en op het programma staan onder meer La Belle et la Bête, The Blair Witch Project, Jaws, Frankenstein en Que Viva Mexico!, die door Carl Craig, zZz, Alec Smart, Joost van Bellen & Sander Stenger en Nine Rain live worden voorzien van een nieuwe soundtrack.

In het Stadsarchief de Bazel staat de Japanse B-film Kingu Kongu tai Gojira (Ishiro Honda, 1963) op het programma, met een nieuwe soundtrack van The Anacondas. Het voorprogramma bestaat uit een selectie spannende korte films uit het Amsterdams stadsarchief (waaronder De Japanse Koffermoord uit 1965) en Godz***a vs The Netherlands, een uiterst charmant knutselfilmpje van Sietske Tjallingii uit 1999.

Daarin zet het radioactieve reuzenmonster Godzilla na 22 Japanse films en een megalomane Hollywood-versie van Roland Emmerich (‘Size does matter’ luidt de reclameslogan) voet aan wal zet in Nederland. Het monster jongleert met Rijnaken, sloopt de Erasmusbrug, Schiphol, de Amsterdam Arena en een hunebed. Een kudde koeien verschroeit onder zijn radioactieve asem. Tjallingii maakte het filmpje met een budget van 80 duizend gulden, in twee weken tijd, en een vriend in het Godzilla -pak.

Na de première op het International Film Festival Rotterdamse was Godzilla vs The Netherlands te zien op meer dan dertig festivals, waaronder de Berlinale. Het animatiefilmpje won de publieksprijs op het festival van Sarajevo en haalde in Nederland de bioscoop als voorfilm bij Takeshi Kitano’s Kikujiro.

Omdat het bij The Blair Witch Project ook zo goed werkte, ontwierp Tjallingii een website om publiciteit te genereren. Die site zette de Japanse Toho Studio, de eigenaar van de merknaam, waarschijnlijk op haar spoor – Tjallingii ontving een brief waarin ze werd gesommeerd de website te ontmantelen, de verkoop van video’s te staken – in twee jaar tijd verkocht ze twee banden – en de filmprints te vernietigen.

Pogingen om tot een schikking te komen, liepen op niets uit; het gebruik van de naam en het beeld bleef verboden, ondanks het parodiërende karakter van haar werk. Zondag 15 juli 2001 was de laatste officiële voorstelling, in het Amsterdamse Filmmuseum.

Maar zie: Godzilla vs The Netherlands dook nadien toch weer op, op de verzamel-dvd Sietske’s Super Shorts, alleen was de titel gecensureerd: Godz***a vs The Netherlands. En nu is hij dus te zien in het Stadsarchief de Bazel, niet met live-muziek maar wel met een nieuwe score…

Rocket Cinema Festival – Klassieke films met live soundtrack, Stadsarchief de Bazel, 20.30 uur.

28

10 2009

‘Exclusief wereldwijd in de bioscoop’

Contour

This Is It is een event. De voorverkoop begon weken geleden al, en de film draait slechts 2 weken in de Nederlandse bioscopen, aldus de geoliede publiciteitsmachine. ‘Exclusief wereldwijd in de bioscoop’ en ‘een speciale, limited-special van twee weken’, in de woorden van Sony Pictures Entertainment en Sony Music Entertainment.

Regisseur Kenny Ortega (High School Musical) noemt This Is It ‘Michaels geschenk aan zijn fans’. ‘Toen we het materiaal begonnen te verzamelen voor deze bioscoopfilm beseften we dat we iets unieks, uitzonderlijks en heel specials hebben vastgelegd op film. Het is een heel persoonlijke, exclusieve blik in de wereld van een creatief genie. Voor de eerste keer ooit zullen fans Michael zien zoals ze hem nooit van te voren hebben gezien – deze grootse artiest aan het werk.’

De poster doet de film geen recht; daarvan gaan er dertien in een dozijn: het uit duizenden herkenbare contour van the King of Pop opgevuld met nog veel meer Michael Jacksons. Dat stramien wordt te pas en te onpas van stal gehaald, maar zelfden zo effectief en artistiek verantwoord als Sander Plug deed voor De Vagina Monologen (bekroond met de TheaterAffichePrijs).

27

10 2009

Actie! – Zondag 11 oktober, 16.59 uur. Claude Debussylaan 2, 1082 MD Amsterdam Z.O.

foto Bob Bronshoff

foto Bob Bronshoff

‘Money makes the world go round.’ Een paar dagen na het bankroet van de Lehman Brothers, een van de grootste investeringsbanken van de Verenigde Staten, hoorde regisseur Jaap van Heusden dat hij zijn in de financiële wereld gesitueerde Telefilmplan kon gaan realiseren. Een jaar later vecht Van Heusden bij de Amsterdamse Zuidas voor iedere scène; het budget is krap (een Telefilm wordt gemaakt voor 780 duizend euro), de opnamedruk groot.

Win-Win, zoals de werktitel van de Telefilm luidt, gaat over de opkomst en ondergang van de jonge Ivan (de Vlaamse acteur Oscar Van Rompay, in zijn speelfilmdebuut). Hij werkt als assistent-analist bij een grote Amerikaanse investeringsbank in Amsterdam. Hij wint snel aan status, tegelijkertijd verliest hij zijn onschuld.

Van Heusden studeerde in 2005 af aan de Filmacademie met Een ingewikkeld verhaal eenvoudig verteld, een kortfilm die werd genomineerd voor de Student Academy Awards en geselecteerd voor het festival van Cannes. In 2008 maakte hij de One Night Stand Ooit, die werd genomineerd voor een Gouden Kalf. Zijn korte documentaire I love het leger ging op het afgelopen Cinekid in première.

Van Heusden: ‘Ik kan me nu geen mooier vak meer voorstellen dan filmmaker, maar toen ik een jaar of dertien was, wilde ik naar Nyenrode. Ik vind het nog steeds een interessant wereldje. Via vrienden en vrienden van vrienden heb ik er uitgebreid kunnen rondkijken. Ik ben under cover mee geweest naar de City, het financiële hart van Londen. Gladgeschoren en in mijn allerduurste pak, dat ik met geld van mijn oma heb gekocht in de PC Hooftstraat. Maar het was niet duur genoeg, merkte ik al snel. Binnen een mum van tijd word je van top tot teen gescand – door mannen in pakken van 15 duizend euro.’

Hij kent de verhalen over tripjes per privéjet naar Dubai, waar traders en brokers dan een paar golfballetjes van het dak van een 7-sterren hotel slaan. En toch wordt Win-Win geen film over inhaligheid en hoe fout dat wel niet is, benadrukt Van Heusden. ‘Het wordt geen moraliteit. Win-Win is gewoon het verhaal van een jongen die ontdekt dat hij niet in het wereldje past.’

In het Viñolygebouw aan de Debussylaan, een nondescript kantorencomplex van de Vrije Universiteit en de ABN AMRO, is de ‘dealing room’ nagebouwd van de fictieve investeringsbank Cahen + Gleeson: rijen bureaus met tientallen computers.  De cijfertjes, tabellen en grafieken op de monitoren zijn ontworpen door het Amsterdamse bureau ShoSho – met één commando kunnen de koersen dalen of stijgen; de figuranten kunnen ook pakketten aandelen kopen of verkopen. ‘Als er toevallig iemand kijkt met verstand van zaken, moet het er wel een beetje goed uitzien’, aldus Van Heusden.

In de dealing room bewegen tientallen figuranten – mannen en vrouwen in grijs of blauw pak  – zenuwachtig door elkaar heen. Achter een glazen wand is het kantoor van de grote baas. Op zijn bureau staan twee monitoren, wat fotolijstjes, een enorme beker en een plastic haai. Aan de muur hangen onderscheidingen en moderne kunst.

Het kale hoofd van een van de figuranten wordt snel gepoederd. Cameraman Jan Moeskops installeert zijn steadicam. Van Heusden spreekt de scène nog even door met de acteurs Hans Kesting (de grote baas Max) en Leon Voorberg (de senior trader Stef). Stef heeft de post-its met geniale beleggingstips die Ivan voor hem heeft achtergelaten zojuist aan Max laten zien. Die mag dan koeltjes reageren (.‘Een paar goeie trades maken je nog geen goeie trader. Op de vloer heb ik goede soldaten nodig!’), even later mag Ivan zich toch bij hem melden; de weg omhoog is ingezet.

Binnen een zucht en een scheet staat het erop. ‘Dat is maar goed ook’, zucht Van Heusden ‘We hebben eerder vandaag al één scène moeten doorschuiven.’

Win-Win (werktitel) Nederland, 2009 Productie: IJswater Films Scenario & regie: Jaap van Heusden. Camera: Jan Moeskops. Montage: Jasper Quispel. Art direction: Gerard Loomans. Muziek: Minko Eggersman. Met: Oscar Van Rompay, Leon Voorberg, Halina Reijn, Hans Kesting, Phi Nguyen, Pepijn Schoneveld. Kleur, 90 minuten. Omroep: NPS. Distributie: A-Film Te zien: februari 2010 (onder voorbehoud).

25

10 2009

Film van de week: Auge in Auge

stills_div_0007

Nederland heeft de documentairereeks Alles is film, waarin Jeroen Krabbé de kijker rondleidt door de Nederlandse filmgeschiedenis; Duitsland heeft Auge in Auge – Eine Deutsche Filmgeschichte, een associatieve, niet-chronologische documentaire van 100 minuten over de Duitse filmgeschiedenis. Eigenlijk gaat het niet over filmgeschiedenis, maar over liefde voor film; maar en passent komen er wel een heleboel films voorbij. 251 om precies te zijn, vertelden de regisseurs Michael Althen en Hans Helmut Prinzler vorig jaar na de première op het filmfestival van Berlijn. En het hadden er nog meer kunnen zijn. Maar voor 15 seconden van Olympia van Leni Riefenstahl moest het lieve sommetje van 20 duizend dollar worden neergelegd. Dat ging dus niet door.

In Auge in Auge vertellen coryfeeën van de Duitse film zoals Doris Dörrie (Kirschblüten), Caroline Link (de regisseuse van de Oscar-winnaar Nirgendwo in Afrika), Tom Tykwer (Lola rennt, The International), Cristian Petzold (Yella) en oud-gediende Wim Wenders over hun favoriete Duitse film. Of beter: over hun favoriete scènes in een favoriete film. Van Nosferatu, Menschen am Sonntag en Unter den Brücken tot Rocker (Klaus Lemke 1971) en Solo Sunny van Konrad Wolf en Wolfgang Kohlhaase (1980). De pratende hoofden worden onderbroken door sequenties met mannenblikken, vrouwenblikken, schreeuwen de nazi-tijd, de DDR en telefoongesprekken.

Na afloop wil je maar één ding: al die films, vooral die waarvan je nog nooit hebt gehoord, in zijn geheel zien.

Auge in Auge van Michael Althen & Hans Helmut Prinzler, 25 en 26 oktober in het Filmmuseum Amsterdam

25

10 2009

De val van Dirks DSB

DSB2

Het lelijke logo van DSB (en van AZ) heeft verschillende ontwerpers geïnspireerd. Links een cartoon van Gorilla uit de Adformatie, rechts de cover van de nieuwste Sportweek.

22

10 2009

Stoere strijders in gevechtshouding, tientallen naast elkaar

klaveren

Vorige maans schreef ik in de Volkskrant-rubriek ‘Alledaags kunst’ dat het zo jammer was dat ze zo goed als uit het straatbeeld zijn verdwenen. Maar zie, opeens hangen ze er weer, op peperbussen en elektriciteitskastjes: posters voor bokswedstrijden – voor grote evenementen als de Ben Bril Memorial, maar ook voor kleinere wedstrijden.

Er zit een vreemd soort schoonheid in de posters, die veelal worden gemaakt door dtp-ers, en niet door ontwerpers. Volgens een vast stramien: met stoere strijders in gevechtshouding, met gespierde bovenlijven die veelal voorzien zijn van imposante tatoeages. Een enkeling toont trots zijn kampioensriem.

Ze staan in vrijwel identieke houding, of het nu om ‘gewoon’ boksen gaat, om kickboksen of om muay thai: de armen over elkaar of in gevechtshouding, met twee gebalde vuisten. Tientallen naast elkaar, meestal niet al te fraai vrijstaand gemaakt, met om hun hoofd een glow, een soort stralenkrans, die helder afsteekt tegen de doorgaans diepzwarte, dreigende achtergrond. De belangrijkste, sterkste vechtjas staat in het midden, of is iets groter afgebeeld. Onder de boksers staan hun namen, soms gekoppeld aan een tegenstander. De naam van het gevecht staat meestal in grote kapitalen, en laat ook al weinig aan de verbeelding over: Victory or Hell, Slamm! of GLORY. Helemaal onderaan de poster prijken de logo’s van de sponsors die het evenement mogelijk hebben gemaakt: bouw- en tegelzetbedrijven, grand cafés, sportscholen en heel soms een omroep: RTL of EuroSport.

Maar het mooist van alles is de blik van de vechters. Die kijken stuk voor stuk zoals ze Mohammed Ali, Mike Tyson of een ander icoon eens hebben zien kijken op televisie, bij de persconferentie of de weging voor een titelgevecht: strak, über-cool, en voor de duvel niet bang.

Zo keken ze niet altijd. Lang geleden, de posters werden nog geschilderd, zag je bij Bep van Klaveren (‘Holland’s grootste bokskampioen aller tijden’) nog wel eens superieur lachje rond zijn mond. Die posters waren sowieso veel vriendelijker, door de handgeschreven letters, de achtergrondkleur (lichtblauw of wit) en door de bijna lieflijke beschrijvingen van de boksers. De posters spraken vooral de gewone, brave burgervaders aan: ‘Voorziet u tijdig van plaatsen om teleurstellingen te voorkomen’.

Het is een eufemisme, maar het imago van boksen is in de loop der jaren nogal veranderd.

21

10 2009

Hoe beter de One Night Stand, hoe lager de kijkcijfers

ONS_Alex in Amsterdam3

Alex in Amsterdam van Michiel ten Horn is de tweede van negen nieuwe One Night Stands. Het is een soort polder-Amélie, waarin een bakkerszoon uit Limburg het in Amsterdam aanlegt met een Groninger bakkersdochter.

Op de vooravond van het afgelopen Nederlands Film Festival werd Alex in Amsterdam genomineerd voor de Filmprijs van de Stad Utrecht, de prijs voor het beste debuut. Het was de voorbode van een zegereeks van de One Night Stands: in haar considerans stelde de Gouden Kalverenjury dat zij zeer te spreken was over de kwaliteit én originaliteit van de negen single plays in de serie. ‘De jury kijkt dan ook met grote verwachting uit naar toekomstig werk van deze nieuwe generatie filmmakers’.

De jury gaf al haar nominaties in de categorie ‘Beste Televisiefilm’ aan een One Night Stand: Maite was hier van Boudewijn Koole Vorige week uitgezonden; goed voor 139.000 kijkers, wat zeker niet gek is), Barbosa van Iván López Núñez en Anvers van Martijn Maria Smits.Ook twee van de drie nominaties in de categorie ‘Beste Korte Film’ waren voor speciaal voor televisie gemaakte filmpjes: Pivot van André Bergs en Sunset From a Rooftop van Marinus Groothof, beide afkomstig uit de NPS-reeks KORT!.

De prijzen- en nominatieregen is het resultaat van een doelbewust beleid, ingezet om talent klaar te stomen voor een eerste échte speelfilm. ‘Deltaplan Talent’ heet het samenwerkingsverband tussen een aantal film- en televisiefondsen en de omroepen NPS, VARA, en VPRO. Het is ‘geen voorgeschreven route, maar een landschap met verschillende stromen, waarin makers, afhankelijk van talent, temperament en voorkeur, zelf hun weg kunnen vinden.’ De ideale route lijkt via KORT! (jaarlijks 10 films van maximaal 10 minuten, gemaakt voor 73,5 duizend euro), en de One Night Stands (jaarlijks 9 films van 40 minuten, gemaakt voor 225 duizend euro) te leiden naar de Telefims (jaarlijks 6 films gericht op een breed publiek, gemaakt voor 800 duizend euro).

De nauwe samenwerking tussen de film- en de televisiesector is niet zo vanzelfsprekend als dikwijls wordt aangenomen. Film en televisie verstaan elkaar namelijk vaak slecht. Jonge filmmakers willen graag filmkunst maken, wat vaak in duistere, weerbarstige films resulteert. De omroepen houden het liever licht en luchtig; donkere beelden zijn gegarandeerde zapmomenten.

De krachtige manier waarop de verhalen in beeld worden gebracht in de prijswinnende One Night Stand Anvers mag volgens de Gouden Kalverenjury dan bijdragen aan de grote, maar beheerste emotionaliteit. En de rauwe, haast documentaire stijl mag de jury doen verlangen naar meer, een garantie voor hoge kijkcijfers is dit alles niet. Integendeel, de kans dat slechts een handvol kijkers het einde haalt van het aan het werk van de Waalse broers Jean-Pierre en Luc Dardenne (Rosetta, Le silence de Lorna) refererende Anvers lijkt vele malen groter.

De schokschouderende cameravoering, de grauwe setting, de onbekende acteurs en het vrijwel plotloze verhaal doen het doorgaans slecht op tv. Ook het sferische, Servisch gesproken Sunset From a Rooftop, de winnaar van het Gouden Kalf voor Beste Korte Film én de Nederlandse inzending voor de Oscar voor beste Kortfilm, lijkt een grotere toekomst te hebben in het festivalcircuit dan op de Nederlandse televisie.

De omgekeerd evenredigheid tussen kijkcijfers en artisticiteit wordt ook geïllustreerd door de Telefilm De Punt van Hanro Smitsman, waarin een aantal betrokkenen in Met andere ogen, een talkshow die het midden houdt tussen Rondom Tien en Het spijt me (een malle, maar op televisie vertrouwde setting), terugblikken op de treinkaping in De Punt, Drenthe, in de zomer van 1977.

De stichtelijke Telefilm was eerder dit jaar goed voor 802 duizend kijkers, met afstand het hoogste aantal sinds de start van het Telefilmproject tien jaar geleden. Voor de Gouden Kalfcompetitie werd het niet al te filmische De Punt echter niet goed genoeg bevonden.

One Night Stand IV – Alex in Amsterdam van Michiel ten Horn Nederland 2, 22.50 uur.

16

10 2009

Each country shall be invited to submit its best motion picture to the Academy

oorlogswinter3_kid

Een week of wat geleden zaten ze naast elkaar in DWDD: Jean van de Velde, Martin Koolhoven en Ben Sombogaart, de hoofdrolspelers tegen wil en dank in de bespottelijke Nederlandse Oscar-soap. Het advocatenbureau Kos, Morel, Vos en Schaap had een brief op hoge poten gestuurd aan het Holland Film van Claudia Landberger, die zich vervolgens weinig professioneel in stilzwijgen hulde.

Jean van de Velde betoogde dat hij echt in de Oscarkansen van zijn The Silent Army geloofde, dat hij zich anders zelf wel zou hebben teruggetrokken. Dat had hij immers eerder ook al eens gedaan, toen – hoe is het mogelijk – zijn coming of age-voetbalfilm All Stars was voorgedragen, in plaats van Mike van Diems Karakter. Het was een grensgeval gaf Van de Velde toe, maar het grootste deel van zijn film was niet-Engelstalig. ‘Maar hoe meet je dat? Per woord, of met een stopwatch?’

Artikel 14.3.6, dat bepaalt dat een film een ‘general release’ moet hebben gehad, kwam niet ter sprake. Ook ging het niet over artikel 14.3.1, waarin staat dat ieder land wordt uitgenodigd zijn beste film in te sturen voor de Oscars. In andere landen, landen met meer filmcultuur, doen ze dat gewoon. Frankrijk heeft Un prophète van Jacques Audiard ingestuurd, een duister gevangenisdrama dat op het festival van Cannes werd bekroond met de Grote Juryprijs. De Belgische inzending is de wrange boekverfilming De helaasheid der dingen. Michael Haneke’s Das weisse Band is de Duitse inzending, Ruben Ostlunds‘ Involuntary de Zweedse. Nour Eddine Lakhmari’s Casanegra dingt mee namens Morakko en Corneliu Porumboiu’s meesterwerkje Police, Adjective namens Roemenië.

Daar valt natuurlijk over te twisten, over wat de beste film is. Maar in Nederland doen we dat niet. Wij sturen de film in die volgens ons de meeste kans maakt, die volgens ons het meest in het straatje van de Academy past. Daarbij worden vele oneigenlijke argumenten uit de kast gehaald. Ben Sombogaart – wiens De tweeling in 2004 werd genomineerd voor een Oscar – meende dat zijn film een goede kans maakt door het actuele, mondiale thema ‘het stijgende water’. Van de Velde wees erop dat het ‘zwarte’ thema van zijn film het goed zou doen in een land dat voor het eerst in zijn geschiedenis een zwarte president had gekozen. Michelle Obama zou de film hebben gezien en onder de indruk zijn.

Martin Koolhoven kon het dus eigenlijk vergeten, met de zoveelste film over de Tweede Wereldoorlog. Maar, zo pleitte hij, er wordt vooral gestemd door oudere filmmakers die geen films meer maken en dus genoeg vrije tijd hebben om alle kanshebbers te bekijken (een voorwaarde om te stemmen). En Zwartboek greep twee jaar geleden maar net naast een nominatie (de film stond wel op de short list).

Enfin. De Oscarcommissie kwam opnieuw bijeen. Besloten werd The Silent Army gewoon in te sturen. ‘De criteria waaraan de film voor de Academy behoort te voldoen, zijn nogmaals gecontroleerd door Holland Film. Er zijn geen nieuwe feiten aan het licht gekomen die maken dat de film niet aan de eisen van de Academy voldoet. De commissie ziet dan ook geen reden om haar beslissing van de vergadering van 1 september jongstleden te herroepen.’

En nu is de film dus geweigerd. In een persbericht stelt Holland Film dat het gedoe in de pers er de oorzaak van is dat de Nederlandse inzending ‘met een vergrootglas en extra precisie door de Academy is gecontroleerd’.

‘Uitvoerig en intens beraad’ heeft uitgewezen dat The Silent Army moet worden beschouwd als een afgeleide versie van de film Wit licht (goh…) en geen op zichzelf staand origineel is. ‘De Academy ziet geen andere mogelijkheid dan de film uit te sluiten.’

Holland Film wast zijn handen in onschuld: ‘In de commotie rond de keus van de selectiecommissie (…) wordt gesuggereerd dat in Nederland al een uitspraak moet worden gedaan of een film wel of niet voldoet aan door de Academy gestelde formaliteiten. De beslissing of een film aan de procedurele formaliteiten voldoet is uitsluitend aan de Academy in Los Angeles en daarmee geen taak of bevoegdheid van enige instantie in het land van de Oscar inzending.’

Holland Film laat tot slot weten dat de organisatie in samenwerking met partijen tot de opstelling van een nieuw reglement wil komen ten einde herhaling van de gang van zaken rond de inzending van The Silent Army te voorkomen.

Iedereen is gek, behalve Holland Film.

Nb1. Marco Borsato heeft per twitter laten weten dat hij Oorlogswinter een fantastische film vindt die hij alle succes gunt als Nederlandse afvaardiging voor de Oscars! Knap. Vandaag twitterde hij erachteraan: ‘Zo ik ga er weer fris tegen aan vandaag weet niet wat er vandaag allemaal op mijn pad kom maar saai is mijn leven niet in ieder geval!’ Knap.

Nb2. Het persbericht van Holland Film was de deur al uit voordat Jean van de Velde op de hoogte was gesteld. Wat een onvoorstelbare onkunde…

Nb3. Réne Mioch heeft regisseur Martin Koolhoven en de producenten San Fu Maltha en Els Vandevorst ‘als klein onderdeel van de filmwereld’ zijn excuses aangeboden voor de ongemakkelijke situatie waarin zij door de selectiecommissie zijn gebracht, en een tamelijk hilarische open brief gestuurd aan de Oscar-selectiecommissie, de directeur van Holland Film, en de directeur van het Filmfonds.

Nb4: Martin Koolhoven krijgt ‘Oscarles’ van Mike van Diem (Oscarwinnaar met Karakter).

15

10 2009

Jochies in korte broek

Petit Nicolas

Als het aan de organisatie had gelegen, had vicepremier annex minister van Jeugd en Gezin André Rouvoet vanmiddag samen met de Amsterdamse wethouder van Cultuur Carolien Gehrels de 23e editie van het Cinekid geopend, het festival dat graag en veelvuldig films programmeert waarin het eenoudergezin of de homoseksuele vader triomfeert.

Dat typeert het festival, aldus directeur Sannette Naeyé: een minister zij aan zij met een wethouder wier levenswijze hij als zondig beschouwt. Helaas; het nieuws was koud bekendgemaakt of Rouvoet had alweer afgezegd, hij is vandaag in Engeland.

Het verdere openingsprogramma komt wél in tweevoud: in de Amsterdamse bioscoop Het Ketelhuis staan Le petit Nicolas en C’est pas moi, je le jure! op het programma – beide Franstalig, beide ondertiteld en dus niet geschikt voor de allerkleinste filmliefhebbertjes.

Le petit Nicolas – op Cinekid goedgekeurd voor zeven jaar en ouder – is een live action film van Laurent Tirard gebaseerd op de befaamde prentenboeken uit de jaren ’60 van Asterix-bedenker René Goscinny en illustrator Jean-Jacques Sempé. In zijn fantasierijke filmdebuut hoort de eigenwijze, vrolijke en soms een tikje ondeugende Nicolaas (korte broek, hoog opgetrokken kousen) zijn ouders praten over gezinsuitbreiding. Vervolgens probeert hij daar uit alle macht iets aan te doen, bang als hij is dat zij hem in het donkere bos zullen achterlaten.

Léon, het tienjarige hoofdrolspelertje van C’est pas moi, je le jure! (‘Ik heb het niet gedaan, ik zweer het je’), heeft uiterlijk wel wat weg van de kleine Nicolaas en ook hij banjert in een korte broek rond in de vrolijk vormgegeven jaren zestig. Léon is echter een pathologische leugenaar. En C’est pas moi, je le jure!, die later dit jaar in Nederland wordt uitgebracht onder de internationale titel It’s Not Me, I Swear!, is bepaald geen niemendalletje; regisseur Philippe Falardeau snijdt op ingenieuze wijze zware onderwerpen aan, van echtscheiding tot zelfmoord.

Le petit Nicolas en het fraaie, al meermaals bekroonde C’est pas moi, je le jure! (11+) dingen beide mee naar de Gouden Cinekidleeuw. In de competitie zitten verder films uit Zuid-Korea, Iran en Letland, opmerkelijk weinig producties uit Scandinavië, sinds jaar en dag het Mekka van de verantwoorde jeugdfilm, en geen enkele uit Nederland. Iep van Rita Horst is in een productionele nachtmerrie terechtgekomen, Spangas op survival kon niet op tijd worden gezien, en de Sinterklaasfilms Het Sinterklaasjournaal: De Meezing Moevie en Sinterklaas en de verdwenen pakjesboot werden niet geschikt geacht. Potentiële kandidaten als Kikkerdril, De Indiaan en Oorlogswinter zijn al lang en breed te zien geweest in de vaderlandse bioscopen en werden daarom ondergebracht in de sectie Panorama (‘belangwekkende films’).

Naast het omvangrijke filmprogramma – deze editie wordt uitgebreid aandacht besteed aan animatie – worden er op Cinekid nieuwe televisieproducties gepresenteerd (onder meer de serie 13 in de oorlog en de kinderdocumentaire I love het leger), zijn er talrijke seminars en workshops en kunnen kinderen zelf aan de slag in het Medialab. De wens meer schoolkinderen te ontvangen in het Medialab is de reden dat Cinekid dit jaar eerder begint: niet in, maar een paar dagen voor de herfstvakantie. ‘Als je met je schoolklas komt, krijgt iedereen een kans’, aldus directeur Naeyé. ‘Daarbij: in Amsterdam heeft één op de vier kinderen met armoede te maken. Daar sta je vaak niet bij stil.’

Toch wel jammer dat de minister van Jeugd en Gezin er niet bij kan zijn.

Cinekid. T/m 23 oktober, Westergasfabriek en The Movies Amsterdam. Cinekid op Locatie. T/m 1 november door heel Nederland.

14

10 2009