Archive for the ‘Fotografie’Category

Ook in het ondoordringbaarste deel van de wereld dragen mannen shirts van Barcelona en Manchester United

Beeldend kunstenaar Roy Villevoye en portretfotograaf Koos Breukel fotografeerden alle 120 inwoners van Tí, een nederzetting aan het andere eind van de wereld. Het eerste dat opvalt? Dat de inwoners van Tí niet hun vrolijkste gezicht opzetten als ze worden gefotografeerd. In tegendeel: ze kijken nors, stoer, stuurs of boos. Op alle foto’s is slechts één lach te zien, op het gezicht van een joch in het blauwe shirt van het Franse nationale voetbalelftal. Op zijn hoofd staat een pet. Dwars. Waarom hij lacht is een raadsel, de rest van het gezin kijkt wél stuurs in de lens van Roy Villevoye.

De beeldend kunstenaar trok met fotograaf Koos Breukel naar Tí, een nederzetting in de provincie Papoea in het uiterste oosten van Indonesië. Het gebied, ongeveer zo groot als Nederland, bestaat voor het grootste deel uit ondoordringbaar mangrovemoeras; er is geen elektriciteit, geen radio of televisie en er zijn geen kranten. Het is er zoals het er altijd is geweest.

Het laatste deel van de ellenlange reis naar Tí gaat per motorprauw, over de bovenloop van de Unir-rivier, en duurt alleen al een dag of drie. Veel bezoek krijgen de Asmat dan ook niet – voor Villevoye juist reden wél aan de barre reis te beginnen. De kunstenaar reist de wereld al over sinds 1990; uitgekeken als hij was op de westerse cultuur ging hij op zoek naar een tegenpool die hem nog wél kon inspireren.

Op zijn reizen naar de Asmat – jagers en verzamelaars, die leven van wat er in de bossen en de rivieren is te vinden – nam Villevoye vaak foto’s mee van zijn eerdere bezoeken; eind vorig jaar bracht hij Koos Breukel mee naar Tí. Om samen alle 120 inwoners te fotograferen. De portretfotograaf zette de Tí-ers tegen een brokkelige muur in een special ingerichte ‘daglichtstudio’; de beeldend kunstenaar fotografeerde ze gewoon buiten, in het gras, met de stromende rivier op de achtergrond.

Breukel maakt klassieke, technisch perfecte portretten, waarop iedere groef en ieder pukkeltje of wondje zichtbaar is. De foto’s zijn zo scherp en de belichting is zo goed dat de fotograaf zelf vaak zichtbaar is in de pupillen van de geportretteerde.

Villevoye fotografeert ze Asmat meest ten voeten uit. Zo ontdek je dat ook in het ondoordringbaarste deel van de wereld mannen voetbalshirts dragen van clubs als Barcelona, AC Milan, Arsenal en Manchester United. Ook camouflageprints en legerjasjes zijn populair, net als T-shirts met opdruk. ‘We must love one another or die’ staat er op het shirt van een vrouw; in haar rechterarm zit haar dochtertje, die ook al wantrouwig naar de camera kijkt.

De verzamelde portretten zetten als vanzelf de hersenen in werking. Is het kunst of antropologie? Of aapjes kijken? Weten de Asmat dat ze in een museum hangen? Weten ze eigenlijk wel wat dat is, een museum? En wat vinden ze ervan dat ze in een museum te zien zijn en dat er een kunstboek te koop is met al hun foto’s erin?

Is er in onze geglobaliseerde wereld nog ruimte voor uniciteit en authenticiteit? Hoe zagen de Asmat hun fotografen; poseerden ze, en hoe wisten ze dan hoe? Zijn zij zelf tevreden over hun portretten; hebben de Asmat eigenlijk wel een zelfbeeld? Waarom kijken ze zo boos?

In het kleinste zaaltje van Foam zijn foto’s te zien waarop Breukel en Villevoye aan het werk zijn. Op een daarvan kijkt een Asmat-man naar een vers printje van zijn eigen portret. Lachend.

Koos Breukel & Roy Villevoye, . T/m 19/6 in Foam, Keizersgracht. Bij de tentoonstelling is een gelijknamig boek verschenen, uitgegeven door Lecturis & Van Zoetendaal. ISBN 978-94-6226-008-5, € 35,-.

01

05 2013

Vroeger is een ver land

“Toen wij vroegen of we hem mochten fotograferen, stond er direct een hele meute om ons heen. Een klein jochie die met de Indonesische vlag in zijn handen een onafhankelijkheidsstrijder speelde, werd op de grond gedrukt en kreeg een mes op zijn keel gedrukt. Het was een enorm spektakel. Deels voor de foto, maar toch…”

De Amsterdamse fotografe Anoek Steketee (Hoorn 1974) trok, samen met journalist en partner Arnold van Bruggen, in opdracht van het Tropenmuseum zes weken door Indonesië om een serie te maken over het merkwaardige fenomeen plesiran tempo doeloe. Als vorm van vrijetijdsbesteding laten mannen en vrouwen, jong en oud, de koloniale tijd herleven door rollenspellen en verkleedpartijen.

Ze verkleden zich als Nederlandse ambtenaar, plantage-eigenaar of student en fietsen samen rondjes op een oude Nederlandse Gazelle, Fongers of Batavus. In een park in Soerabaja zag Steketee hoe de politionele acties werden nagespeeld door een jongeman die was uitgedost als Raymond Westerling, de beruchte Nederlandse Commandant van de Speciale Troepen. Hij droeg een camouflagepak en had een donkerrode baret op zijn hoofd; in zijn mondhoek bungelde nonchalant een sigaret.

“Hij schoot direct in zijn rol toen hij ons zag. ‘Ik rook als Westerling’, zei hij, ‘en ik drink als westerling’. Hij was een goede acteur; heel theatraal, met grote gebaren. En hij wist dondersgoed dat Westerling verschrikkelijk heeft huis gehouden. Moet je je eens voorstellen: op zondagochtend een groep jongeren op de Dam verkleed als nazi’s. Dat zou heel gevoelig liggen.”

Het merendeel van de Indonesiërs heeft maar weinig belangstelling voor het koloniale verleden, ontdekte Steketee. “De meeste mensen leven in het hier en nu; ze zijn bezig met hun carrière, sparen voor een eigen huis of een eigen auto. Het gaat economisch gezien goed met Indonesië. Ik heb veel mensen ontmoet die zeiden: de Nederlandse tijd is echt heel ver weg. Vandaar ook de tentoonstellingstitel, Vroeger is een ver land. Daar zit een vorm van exotisme in, maar je kunt het ook heel letterlijk nemen.”

Toen ze door het Tropenmuseum werd benaderd, had Steketee nog nooit gehoord van plesiran tempo doeloe. “Ik was aanvankelijk bang dat het niks meer was dan een verkleedpartijtje. En dat het te ver gezocht was om er een diepere betekenis in te zien. Als er nieuwe Harry Potter-film in de bioscoop komt, is het logisch dat jongeren zich verkleden. Maar alleen het verkleedpartijtje, dat vind ik niet zo interessant.”

Plesiran tempo doeloe duurt al langer, ontdekte Steketee, en vindt plaats op redelijk grote schaal. “Het is niet zo dat je op elke hoek van de straat in Jakarta iemand tegenkomt in een koloniaal pak, maar het is een feit dat de groepen steeds groter worden. En niet alleen in de grote steden op Java, maar ook op Sulawesi en Sumatra. De beweegredenen verschillen. Voor de een is het niet meer dan nostalgie; verlangen naar een tijd die ze niet bewust hebben meegemaakt, maar die wel overal sporen heeft nagelaten. Voor anderen is het een vorm van activisme: het herontdekken van de eigen geschiedenis, waar in de schoolboeken maar weinig en vooral eenzijdig, en op een negatieve manier aandacht aan is besteed.”

Steketee fotografeerde de meeste mensen apart, verkleed en wel, tegen het decor van de moderne stad, het hedendaagse Indonesië. Met oog voor details: een raar speldje, een sigaret die in mondhoek hangt. “Ik was op zoek naar een soort vervreemding, een tegenstrijdigheid. Wij mogen het dan een grappig fenomeen vinden, zij nemen het heel serieus.”

Daarom wilde Steketee het fenomeen in beeld ook serieus benaderen. Zoals ze ook deed in haar veelgeroemde serie Dream City, waarvoor ze pretparken over de hele wereld fotografeerde. Steketee, afgestudeerd aan de Koninklijke Academie in Den Haag, combineert op een prikkelende manier documentaire- en geënsceneerde fotografie. Ze geeft, zonder ironisch te worden, tegenstellingen weer in het leven van mensen.

“In Jakarta ontmoetten we een 16-jarige jongen die zich had verkleed als Nederlandse student. Zijn interesse was gevoed door zijn grootvader, die als ambtenaar heeft gewerkt voor de Nederlanders. We zijn ook bij hem thuis geweest, hij had planken vol boeken over de Nederlandse periode, en hij wist ons er heel veel over te vertellen. Vooral over de goede dingen ervan; plesiran tempo doeloe is een heel positieve vorm van omgaan met het kolonialisme en de koloniale tijd.”

Anoek Steketee, Vroeger is een ver land. T/m 1/9 in het Tropenmuseum, Linnaeusstraat 2

25

04 2013

Hoge kunst, lage drempels

Ook de Bijenkorf staat de komende maand in het teken van de heropening van het Rijksmuseum. In het warenhuis zijn ‘stillevens’ ingericht door kunstenaars, er zijn etalages gewijd aan het museum en er is een grote ‘shop-in-shop’ van het Rijks.

Ook moderne kunst ontbreekt niet. We Like Art, een platform dat de verkoop van beeldende kunst stimuleert door middel van originele (online) presentaties, toont op de vierde verdieping 64 speciaal geselecteerde kunstwerken. Daarmee wordt een oude traditie in ere hersteld; de Cobra schilders waren eerder in de Bijenkorf te zien dan in het Stedelijk Museum. Toen Benno Premsela er nog als ‘hoofd etalages en binnenopmaak’ werkte, werd er steevast moderne kunst geëxposeerd in de Bijenkorf.

We Like Art wil laten zien dat je ook met een relatief klein budget kunst kunt kopen van kunstenaars met museale en internationale tentoonstellingen. Kunstenaar Michiel Hogenboom, samen met kunstadviseur Carolien Smit de drijvende kracht achter We Like Art: “Hoge kunst, lage drempels; dat is ons credo. We tonen niet alleen aanstormend talent, maar ook kunstenaars over wie je leest op de kunstpagina’s van de grote kranten. Het zijn echt buitenkansjes.”

Hogenboom en Smit selecteerden foto’s van onder anderen Paul Kooiker, Popel Coumou, Charlotte Dumas en Anouk Kruithof. Er hangen werken op papier van Tim Ayres en Joncquil, en schilderijen van de door de AVRO tot ‘Nieuwe Rembrandt’ gebombardeerde Alex Jacobs & Ellemieke Schoenmaker. Niels Broszat maakte een bloemstilleven met verf op piepschuim, Jasper de Beijer toverde een borstbeeld uit een 3D-printer.

Bijna alle werken kosten minder dan 1.500 euro. Hogenboom: “De werken hangen in een zogenaamde prijstransparante salonopstelling en zijn voorzien van titelbordjes met prijsinformatie. Gek genoeg is dat niet zo gangbaar in de kunstwereld, meestal moet je vragen naar de prijs. Het duurste werk is Flash #1, een joekel van een foto van het aanstormende talent Isabelle Wenzel, voor 1.645 euro. Het goedkoopste is Fire still live van Elspeth Diederix: 245 euro, ingelijst en wel.”

Alle werken zijn hem even dierbaar, natuurlijk, maar als Hogenboom een favoriet moet noemen, is het de foto B. Dreaming van Inez van Lamsweerde en Vinoodh Matadin. “Die hing een poosje geleden nog prominent op hun overzichtstentoonstelling in FOAM. Nu bij ons te koop voor 532 euro. Super toch?”

We Like Art @ de Bijenkorf. T/m 19/5 in de Bijenkorf, Dam1.

13

04 2013

Galerie – Beeldende kunst in Amsterdam

Wijnanda Deroo, Het lege museum – Het Rijksmuseum gefotografeerd (2004-2013). T/m 11 mei in Wetering Galerie, Lijnbaansgracht 288

In de zomer van 2004 werd Wijnanda Deroo door de Rijksgebouwendienst gevraagd of ‘iets’ met het lege Rijksmuseum te doen. Ze had twee weken de tijd om in het museum te fotograferen, voordat er werd begonnen met de sloop.

De fotoseries die ze in korte tijd maakte, leidden in 2004 tot een tentoonstelling in het informatiecentrum van het Rijks, vervolgens werden de werken opgenomen in de collective van het museum.

Deroo, die sinds 1988 pendelt tussen Amsterdam New York, is ook daarna doorgegaan met fotograferen. Het ging haar daarbij niet om de werkzaamheden zelf, maar om de metamorfoses die het Spaanse architectenduo Antonio Cruz en Antonio Ortiz te weeg brachten in de oorspronkelijke schepping van architect Pierre Cuypers.

Een kleine, fijne selectie van haar zorgvuldig gecomponeerde beelden is nu te zien in Wetering Galerie. Er zijn foto’s van zalen, die bijna geheel verborgen zijn achter steigers en zakken cement, stapels bakstenen en bergen puin; van gestripte muren en gangen, maar Deroo was er ook bij toen aan de herinrichting werd begonnen en er A4-tjes op de muren waren bevestigd om de plek van de Vermeers en de Rembrandts aan te geven.

De complete serie is door meestervormgeefster Irma Boom (die ook verantwoordelijk is voor de nieuwe huisstijl van het Rijks, inclusief het logo met spatie) in een fraai, vuistdik koffietafel vervat. Te koop in de galerie, de museumshop en via de uitgever nai010.

Andrea Lehmann, Athelda. T/m 13/4 in Gerhard Hofland, Bilderdijkstraat 165-C.

Andrea Lehmann (1975 Düsseldorf) schildert de wereld zoals zij hem ziet en zij alleen. Onnavolgbaar. Vaak is zij zelf het middelpunt in haar wonderlijke, sprookjesachtige, bepaald surrealistische werelden vol fabelbeesten en poppenhuizen, groen beklede bergen en kitscherige watervallen.

Dat geldt ook voor de zeer persoonlijke nieuwe werken die nu bij Gerhard Hofland te zien zijn; ze zijn dramatisch geladen, en sterk beïnvloed door de Romantiek. Er zijn metersgrote doeken vol bizarre details en veel kleinere zelfportretten – de perfectie druipt met name van de zeer gedetailleerde gezichten.

Sommige voorstellingen zijn op doek, de meeste op papier. Lehmann scheurt, knipt en plakt; er zijn werken die vol deuren en luikjes zitten die open en dicht kunnen, als op een adventskalender. Hier en daar heeft Lehmann haar eigen haar verwerkt in haar schilderijen; soms weggestopt onder een dikke laklaag.

En toch ziet alles er op een bepaalde manier ook uit alsof het de normaalste zaak van de wereld is.

11

04 2013

Botsende beelden, een kakofonie van geluid

‘Johan van der Keuken / Tegen het licht. Filmer en fotograaf’ is alweer de vijfde grote expositie in EYE. Het is de eerste die in zijn geheel is gewijd aan het oeuvre van een Nederlandse filmmaker. En het is de eerste waarvoor de tentoonstellingsruimte (1200 m2) niet is opgedeeld in verschillende ruimtes.

Waar het FOAM eind 2010 nog Van der Keukens fotowerk toonde, focust EYE op het filmische oeuvre. Maar, zoals de drievoudige tentoonstellingstitel al aangeeft, in relatie tot zijn fotografie. Van filmsequenties naar beeldreeksen, met nadruk op Van der Keukens bijzondere oog voor montage.

Daartoe worden in de enorme ruimte gedemonteerde beeldreeksen uit Van der Keukens rijke oeuvre naast elkaar getoond. Meerdere botsende, associatief samengevoegde beeldreeksen op tientallen schermen – je komt ogen tekort en je oren gaan ervan piepen; bij alle beelden is namelijk de oorspronkelijke score hoorbaar.

De kakofonie doet afbreuk aan de enorme visuele rijkdom. Hopelijk wordt het geluid in de komende weken nog wat teruggeschroefd; de koptelefoons bieden namelijk ook geen uitkomst.

Johan van der Keuken / Tegen het licht. Filmer en fotograaf. T/m 9/6 in EYE. Er is een uitgebreid ‘flankerend filmprogramma’.

04

04 2013

Galerie – Beeldende kunst in Amsterdam

Lidy Jacobs, Pink Couple. T/m 7 of 14/3 in Marian Cramer Projects, Chopinstraat 31.

“Mam, moet dat nou?!,” vroegen de opgroeiende zonen van Marian Cramer toen ze de expliciete beeldjes van Lidy Jacobs een plek gaf in haar galerie aan huis in Oud-Zuid. De wat oudere buurtbewoners ziet Cramer wel eens een wenkbrauw optrekken als ze de beeldjes bekijken die voor het woonkamerraam staan opgesteld. Maar tot tumult heeft Jacobs’ kunst niet geleid; Cramer heeft haar ramen niet wit hoeven schilderen, zoals expositieruimte Milk aan de Witte de Withstraat recent moest doen na klachten uit de buurt.

De poppen en poppetjes van Jacobs (Heerlen 1959), gemaakt van roze stof of fimo-klei, balanceren tussen erotiek en kinderlijke onschuld. Ze zijn aandoenlijk; knuffelbaar, maar ook een beetje eng. Half man, half vrouw; half mens, half beest.

Met haar knuffels is Jacobs op zoek naar authentieke seksualiteit en onthult ze de dualiteit van seksuele gevoelens. Dat luistert nauw. Nadat Cramer een pluizig konijnenstelletje had neergezet in de hal, liet Jacobs weten dat het niet de bedoeling is dat het lijkt alsof het mannetje het vrouwtje aanrandt. Dat hij met zijn genitaliën naast het kruis van het vrouwtje zit, is niet erg. Als het er maar uitziet alsof hij een beetje vergeten is wat hij doet; dat zijn gedachten ergens anders zijn…

Marie Cécile Thijs, Food Portraits. T/m 27/4 in Eduard Planting Gallery | Fine Art Photographs, Eerste Bloemdwarsstraat 2 links.

Marie Cécile Thijs (Heerlen 1964) maakte nadat ze in 2000 van de advocatuur overstapte naar de fotografie naam met schilderachtige, naar de Gouden Eeuw knipogende portretten – niet alleen van mensen en dieren (katten, Salinero), maar ook van voedsel.

Voor de weekeindbijlage van Het Financieele Dagblad fotografeerde Thijs onder meer tientallen kikkererwten die roerloos in de lucht hangen; een enorme stapel matzes in een bed van opstuivende bloem; rode wijn die – bepaald onorthodox – wordt gedecanteerd in een keukenmachine; en schijfjes citroen die op raadselachtige wijze blijven zweven.

Het moet zeeën van tijd en bergen ingrediënten hebben gekost, maar het resultaat is er naar; Thijs’ fraaie, vindingrijke voedselportretten zijn zowel gekunsteld als ingetogen; en verstild en dynamisch tegelijk.

27

03 2013

“Het is een redelijk uitzichtloos verhaal”

De Amsterdamse journalist en filmmaker Arnold van Bruggen en fotograaf Rob Hornstra brengen samen de regio rond Sotsji in kaart, waar volgend jaar de Olympisch Winterspelen plaatsvinden. Onlangs verscheen de vierde publicatie in het kader van hun The Sochi Project: De geheime geschiedenis van Khava Gaisanova.

Van Bruggen en Hornstra zijn sinds 2009 bezig verhalen op te tekenen uit de regio rond de subtropische badplaats Sotsji – van Tsjetsjenië en Dagestan in de conflictrijke Noordelijke Kaukasus tot Abchazië, een afvallige provincie van Georgie, grenzend aan Sotsji. “De Noord-Kaukasus verkeert feitelijk in staat van oorlog, maar daar lees je bijna niets over. De propagandamachine werkt goed. Er wordt in Sotsji een soort model-Rusland opgetuigd, met prachtige dansende vrouwen in roodwitte jurkjes en frisse jongens en meisjes die zo goed mogelijk Engels proberen te praten om de bezoekers van dienst te zijn. In 2014 is Poetin vijftien jaar aan de macht, dit moet zijn visitekaartje worden; de coming out van een nieuw Rusland.”

Dat beeld wil hij bijstellen, nuanceren. Door de milieumisstanden te laten zien: de dorpen die worden weggeruimd, de uitbuiting van de arbeiders en door de enorme contrasten te tonen tussen Sotsji en de directe omgeving. “Er is veel onwetendheid. De Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Kerry had het onlangs over Kyrzakhstan. Toen Gérard Depardieu in Tsjetsjenië was, maakte hij voor de camera een dansje met de verschrikkelijke dictator Kadyrov. Kadyrov laat jongens ontvoeren, verdwijnen en vermoorden, vrouwen hebben er nauwelijks rechten. Maar wat zegt Depardieu? ‘Als de mensen hier zo kunnen dansen en ze dit soort muziek hebben, dan moet het wel een heel gelukkig volk zijn…’ Het is precies het propagandaverhaal dat Kadyrov en Poetin willen horen. Gullit deed er ook aan mee. ‘If I can make people happy, I’m happy’, zei hij toen hij trainer was van Terek Grozny. Voor een paar miljoen…”

Arnold van Bruggen (links) en fotograaf Rob Hornstra (rechts) met een van hun gesprekspartners

De samenwerking met fotograaf Rob Hornstra verloopt heel natuurlijk, aldus Van Bruggen. ‘En niet alleen omdat ik Robs flitslamp omhoog moet houden. Mijn teksten geven diepte aan de fotografie. In de Noord-Kaukasus zijn de dingen waar het echt om draait heel moeilijk te fotograferen. Het politiegeweld, de mensenrechtenschendingen. Zie maar eens terecht te komen in een politiecel waar wordt gemarteld. Zie maar eens aan een antiterroristische operatie deel te nemen… Zodra wij te dicht in de buurt van dat soort onderwerpen komen, worden we vrijwel altijd direct gearresteerd.”

Van Bruggen en Hornstra tekenen de verhalen op uit de monden van slachtoffers en ooggetuigen. “Zo komen we ook heel dichtbij. Hoewel het bepaald niet zonder risico is, willen ze hun verhaal graag vertellen. Neem Khava Gaisanova. Haar man is in 2007 verdwenen, waarschijnlijk gekidnapt door de politie. Sindsdien is ze wanhopig naar hem op zoek, maar ze heeft geen spoor van haar man kunnen vinden. Protesteren bij de officiële instanties heeft geen enkele zin heeft, dan word je direct opgepakt. Dus hoopt ze dat wij op de een of andere manier een doorbraak kunnen forceren.”

Het is hoop tegen beter weten in, aldus Van Bruggen. “Op de dag van de boekpresentatie kregen we bericht dat hij officieel is doodverklaard bij de rechtbank. Ik dacht: het is misschien wel fijn voor haar, zodat ze een periode kan afsluiten. Maar het houdt niet op. Ze vertrouwt de rechtbank niet, want die hoort bij Rusland. Khava vertelde dat ze haar achterkleinzonen, mocht ze die nog meemaken, zal opdragen de moordenaars van haar man te vinden om hem te wreken. Het is een redelijk uitzichtloos verhaal.”

Dezer dagen zijn Van Bruggen en Hornstra opnieuw in de Kaukasus; ook gaan ze een kijkje nemen bij de WK afstanden in de pas verrezen Olympic Oval in Sotsji. ‘De winterspelen kosten 50 miljard, 25 keer zoveel als de spelen in Vancouver in 2010. Daarvan gaat 2,5 miljard naar de beveiliging. En toch is de kans dat er een aanslag wordt gepleegd levensgroot. Want voor de separatisten in de Kaukasus betekent een aanslag in aanwezigheid van het mediacircus de hoofdprijs. Het is sinister om naar zoiets uit te kijken, want de voortekenen zijn niet goed: tot nu toe is Rusland er nog nooit in geslaagd een aanslag te voorkomen.’

Rob Hornstra en Arnold van Bruggen, De geheime geschiedenis van Khava Gaisanova. Uitgeverij Pegasus, 352 blz., ISBN 978 90 6143 373 6, € 29,–. Verkrijgbaar bij Athenaeum en Pegasus of via de website van The Sochi Project.

20

03 2013

Gezien – &ME

&ME, de eerste echte speelfilm van Norbert ter Hall, wordt aan de man gebracht met drie bijzondere, want alle behalve standaard affiches. Op een ‘normale’ poster voor een film over een driehoeksverhouding zou het meisje in het midden hebben gestaan en haar ‘love interests’ aan weerskanten. In dit geval staan telkens twee van de drie hoofdrolspelers (Teun Luijkx, Veronica Echegui en Mark Waschke) afgebeeld en werpt de afwezige derde zijn/haar schaduw over hen.

Het posterconcept en de filmtitel (de film is gebaseerd op het boek Fremdkörper van Oscar van den Boogaard, maar dat vond Ter Hall maar niks; de werktitel Atomium viel af omdat die teveel naar sciencefiction neigt) zijn bedacht door Erik Kessels, eerder ook al goed voor het toepasselijke affiche van Ter Halls veelgeprezen grote stadsmozaïek A’dam + E.V.A.. Viviane Sassen, die veel en vaak met schaduwen speelt in haar werk, maakte de fraaie zwart-witfoto’s, die vervolgens werden voorzien van een opvallende geel-oranje-paars-roze kleurenzweem. Daar moet overigens niets achter worden gezocht; de reden is puur esthetisch. “Ik was laatst in Pathé ArenA en hij knalt er echt uit tussen al die andere samengestelde posters en affiches die volgens een vast stramien zijn gemaakt,” aldus Ter Hall. “En hij past goed bij de film. Mijn doel is om nieuwe, andere dingen te maken.”

In de keuze voor Viviane Sassen heeft Ter Hall niet de hand gehad, maar hij was er wel heel blij mee. Hij is fan van haar. En heeft ooit een foto van haar gekocht. Ter Hall is sowieso een fotografieliefhebber. Niet voor niets initieerde hij rond de televisie-uitzendingen van A’dam + E.V.A. een foto-expositie van de Amsterdamse fotografe Dana Lixenberg in Foam: Set Amsterdam. En ook nu is er weer een kleine fotografie-expositie, in de arena van Eye ditmaal, zoals de naam al aangeeft: EYE&ME.

Voor EYE&ME, een initiatief van MOAM, werkten negen fotografen, onder wie Bertien van Manen, Marco van Rijt, Ruud van der Peijl en Robin de Puy, samen met negen acteurs en actrice – van Teun Luikx en Halina Reijn tot Jacob Derwig en Monique van de Ven. Volgens de toelichting maakten zij interpretaties van drie scènes uit &ME. Het zijn héle vrije interpretaties, het verband is vaak maar moeilijk te leggen.

13

03 2013

Galerie – Beeldende kunst in Amsterdam

Douglas Perez Castro, A whisper in the wind. T/m 23/3 in Galerie Metis-nl, Lijnbaansgracht 316.

Een duizendpoot die over vijf enorme, veelkleurige doeken kronkelt. Een draak die in zijn eigen staart bijt. Een skelet, een ineenstortend gebouw. Een smal pad tussen de rietsuikervelden. Of is het toch een bord met wisselkoersen?

Er valt veel te zien en te ontdekken in de vierde solotentoonstelling in Metis-nl van de Cubaanse schilder Douglas Pérez Castro (Cienfuegos 1972). Perez Castro, die na een kunstopleiding in Havana aan de Rijksakademie van Beeldende Kunsten in Amsterdam studeerde, becommentarieert niet alleen de sociale geschiedenis van zijn land, maar put ook gretig uit de (West-Europese) kunstgeschiedenis. In een vrolijke, bijkans kinderlijke, maar overweldigende en virtuoze stijl.

Als je het kronkelende gevaarte van dichtbij bekijkt, zie je tientallen mannen en vrouwen met lange, dunne nekken, enorme borsten en piemels, en D&G- en YSL-logo’s op het blote lijf, uitgemergelde arbeiders en zakenlieden met grote zakken dollars. Mocht nog niet duidelijk zijn wat het allemaal te betekenen heeft, dan biedt de titel uitkomst: Ecosystem. Alles is met elkaar verbonden, wil Pérez Castro maar zeggen.

Social Media Art, met werk van Menno Kok en Afke Besseling. T/m 30/3 in Boef, Buikslotermeerplein.

De tentoonstelling Social Media Art beslaat, zoals de titel al aangeeft, twee kunstprojecten die zonder sociale media nooit in deze vorm zouden zijn ontstaan. Fotograaf Menno Kok, die in 1997 afstudeerde aan de Rietveld Academie en inmiddels docent is aan de Fotoacademie, plaatst sinds 2010 foto’s van matrassen op Facebook. Van afgedankte matrassen welteverstaan; beschimmelde, doorgelegen of anderszins beduimelde exemplaren die aantreft bij vuilstortplaatsen of gewoon langs de kant van de weg. Kok fotografeert ze met zijn smartphone, even snel in het voorbijgaan. Zijn dagelijkse posts op Facebook inspireerden vrienden en vrienden van vrienden om hetzelfde te doen; het resultaat is Everyday Mattress, een gesamtkunstwerk dat door de veelheid en eenheid van vorm niet alleen grappig is, maar ook gezien kan worden als commentaar op onze wegwerpmaatschappij.

Naast de opgespelde printjes van Kok hangt de ‘verveelkunst’ van beeldend kunstenaar Afke Besseling: bewust klungelige computertekeningen met onbedaarlijk leuke, vaak grove of vervreemdende bijschriften, die ze dagelijks publiceert op haar Facebookpagina. Te zien in BOEF, een anagram van FEBO; de tijdelijke galerie is gevestigd in de voormalige vetput op de kop van het Buikslotermeerplein in Noord.

En verder: in EYE zijn ‘scène-interpretaties’ te zien die fotografen als Bertien van Manen en Robin de Puy maakten naar aanleiding van Norbert ter Hall speelfilm &Me, die deze week in première gaat. In galerie Cultural Speech staat nog de overzichtstentoonstelling Represent, met werk van de New Yorkse straatfotograaf Jamel Shabazz.

Galerie – Beeldende kunst in Amsterdam

Rancinan, Chaos. T/m 24/3 bij Galerie Fontana Fortuna in Nieuw Dakota, Ms. van Riemsdijkweg 41b.

Riot heet de foto; oproer. Erop staat een gestrande witte Amerikaanse slee, tegen een grof geschilderde skyline van Los Angeles. Tegen de auto ligt een brandende band, erachter staat een man op het punt een molotov cocktail te gooien. ‘We ain’t gonna lose all the time’ staat er op zijn besmeurde hemd.

Op de kofferbak zit een donkere kerel met ontbloot bovenlijf. Zijn gespierde borstkast zit onder de tatoeages, in zijn handen houdt hij een honkbalknuppel. Op de slee staan vier mannen, allen van boven tot onder getatoeëerd, allen omhangen met bling bling. De achterste heeft een baksteen in zijn hand, de man naast hem een videocamera, de voorsten planten een Amerikaanse vlag.

Hun pose is onmiskenbaar gemodelleerd naar een foto van Joseph Rosenthal, waarop Amerikaanse mariniers tegen het einde van de Tweede Wereldoorlog samen de Amerikaanse vlag planten op het Japanse eiland Iwo Jima. De Franse fotograaf Gérard Rancinan en schrijfster/medekunstenaar Caroline Gaudriault gebruiken het iconische beeld om iets te zeggen over de verwarrende tijden waarin wij leven: ‘chaos is the mirror of our changing time’. De broeierige foto is ook een verwijzing naar de rellen die in 1992 in Los Angeles uitbraken nadat Rodney King was afgetuigd door de politie.

Riot maakt deel uit van de serie Chaos, die weer onderdeel is van de Trilogy of the Moderns, die al met veel succes in het Palais de Tokyo in Parijs te zien was. Zo’n zeventig foto’s omvat deze cyclus over de ‘weg van de mensheid in de geschiedenis’ inmiddels, stuk voor stuk enorme, barokke, overweldigende zoekplaatjes, die tegelijk een tikje banaal én hoogdravend én diepgravend zijn. Het laatste avondmaal met megabekers popcorn. Mickey Mouse met gepiercete oren. Aan sommige beelden heeft Rancinan meer dan drie maanden gewerkt in zijn Parijse studio, samen met tientallen assistenten, castingdirectors, setdressers en make up-artiesten. Photoshop gebruikt Rancinan alleen voor de afwerking.

Als je de zorgvuldig geënsceneerde, gekmakend gedetailleerde foto’s in Nieuw Dakota ziet is het nauwelijks voorstelbaar, maar Rancinan is zijn fotograferende leven begonnen als fotojournalist. Een van zijn in Libanon geschoten oorlogsfoto’s is te zien op de voorpagina van een krant, die een nieuwsconsument voor zijn hoofd heeft op een – opmerkelijk ‘kale’ – foto getiteld Press Power. De man krijgt een camera als een pistool tegen zijn hoofd gedrukt. Door een (ver)blinde journalist.

De rubriek Galerie verschijnt iedere woensdag in PS Kunst van Het Parool. Lees die krant!

28

02 2013