Archive for the ‘Strips’Category

Filmfanfare: “Voor een werkloosheidsproject niet onaardig”

In april 2011 heb ik op verzoek van de eertijdse ‘stripintendant’ Gert Jan Pos een lijst opgesteld van Nederlandse films die het wat mij betreft waard waren om verstript te worden. In totaal werden 23  ‘deskundigen’ gevraagd een lijst met favoriete films in te sturen. Zij noemden in totaal 162 Nederlandse speelfilms en documentaires. 83 Films werden twee keer of meer vermeld, de overige films slechts één keer. De 83 films die minstens twee keer werden vermeld, vormden de lijst waaruit de striptekenaars konden kiezen.

Ik heb gekozen voor zo min mogelijk boekverfilmingen, in ieder geval geen boekverfilmingen die al zijn verstript in Mooi is dat!, dus geen Soldaat van Oranje en ook geen Turks fruit. Wel heb ik rijkelijk geput uit de Canon van de Nederlandse film:

  1. De mésaventure van een Fransch heertje zonder pantalon aan het stand te Zandvoort
  2. Een Carmen van het noorden
  3. De Jantjes
  4. Fanfare
  5. Als twee druppels water
  6. Jonge harten
  7. Een dagje naar het strand
  8. Wilde mossels
  9. De Noorderlingen
  10. Flodder
  11. De lift
  12. Schatjes!
  13. Blue movie
  14. Soldaat van Oranje
  15. Spetters
  16. Theo en Thea en de ontmaskering van het tenenkaasimperium
  17. Spoorloos
  18. Bye!
  19. Amsterdam Global Village
  20. Zusje

Na veel geharrewar – de verstripte regisseurs en producenten waren niet gekend – is nu dan toch het koffietafelboek Filmfanfare verschenen bij Uitgeverij Oog en Blik/De Bezige Bij. “Voor een werkloosheidsproject niet onaardig”, twitterde Dick Maas, een van de aanvankelijke dwarsliggers, direct. Dat valt best mee, hoewel aan de meeste strips geen touw is vast te knopen als je de film niet kent, en de nieuw ontworpen filmposters ook weinig toevoegen.

Jeroen Funke’s interpretatie van New Kids Turbo is fijn, net als Floor de Goede’s verstripping van Theo & Thea en de ontmaskering van het Tenenkaasimperium. Ook is het grappig om te zien wat Theo Enthoven maakte van Paul Verhoevens Turks fruit – het lijkt in niets op Gerrit de Jagers verstripping van Jan Wolkers roman in de Filmfanfare-voorloper Mooi is dat!.

Mijn persoonlijke favorieten zijn Erik Krieks Spetters en Hans, het leven voor de dood, door meestertekenaar Paul Bodoni. In haar stukje over de documentaire begint filmjournaliste Dana Linssen er maar weer eens over dat Louis van Gasteren na het verschijnen van Hans, het leven voor de dood in opspraak kwam door een artikel dat hij schreef over de moord op een onderduiker die hij de Tweede Wereldoorlog zou hebben gepleegd. Als Van Gasteren dat had geweten had hij vast ook geen medewerking verleend…

25

04 2012

Stripexpositie in Stadsdeelhuis Noord

De winnaars van de Noordse Striptekenwedstrijd, georganiseerd door Edith Kuyvenhoven: Jip Mus, Heleen Mulder, Benno Boland en Iris Vestergaard, allemaal van Hyperion (de school stuurde zo’n 70 strips in!). Het jury-rapport van de winnende strip CAT-MAN: “Benno heeft echt een supergave strip gemaakt! Alle juryleden waren erg onder de indruk en zouden zelf wel willen dat zij zo goed konden tekenen en vertellen. Het verhaal (waarin the cat-man heel slim zelf in een kat verandert, enne… lees later zelf maar in de strip waarom) is origineel en heel helder verteld. Het heeft een fijn leesritme door precies de juiste hoeveelheid plaatjes en stapjes. Het is heel arty getekend en Benno gebruikt kleuren, lijnen letters alsof hij nu al een echte professional is. We hopen nog veel van hem te zien!” Alle winnaars zijn nog t/m half maart te zien in het Stadsdeelhuis op het Buikslotermeerplein.

22

02 2012

Heldere, geometrische popcultuur-ikonen met zo min mogelijk detail

“De meest eenvoudige bestaat uit slechts drie elementen: Barbapapa is opgebouwd uit een roze ei en twee iets donkerder balkjes. Ik gebruik zo min mogelijk details, maar ik ben wel op zoek naar directe herkenbaarheid. Soms heb je daar wat meer vormen en kleuren voor nodig. Mijn Transformer, bijvoorbeeld, heeft behoorlijk veel detail. Maar als je het origineel bekijkt, zie je dat die nog veel meer detail heeft.”

De Amsterdamse grafisch ontwerper Dennis de Groot (Waalwijk 1982) bracht met behulp van het computerprogramma Illustrator een aantal karakters uit de popcultuur terug tot geometrische, veelkleurige vormen. In eerste instantie plaatste hij ze op zijn blog, maar door tussenkomst van zijn vriend Nalden, die de illustraties “tof” vond, ze doorplaatste op zijn site en contact legde met uitgeverij Lebowski, zijn ze nu ook in gedrukte vorm verschenen: Bare Essentials.

Vijftig losse illustraties bevat de fraai vormgegeven cassette. Het zijn stuk voor stuk figuren uit de Amerikaanse popcultuur die hem in zijn jeugd “op de een of andere manier hebben geïnspireerd” – van Alf en de Pink Panther, B.A. Baracus en SpongeBob, tot Bert en Ernie, Calimero en Donatello, de Teenage Mutant Ninja Turtle met de paarse bandana en een bō als wapen.

De selectie maakte De Groot – hij verdient zijn geld niet alleen als freelance grafisch ontwerper en illustrator, maar ook als dj, vj en fotograaf – samen met zijn (Amerikaanse) echtgenote en met Nalden. Sommige figuurtjes vielen af omdat ze hier te lande te onbekend, en dus te moeilijk te herkennen zijn, zoals de robot Twiki uit Buck Rogers en Grimmace, een van de vrienden van Ronald McDonald, die het in Nederland niet verder schopte dan de verpakking van een happy meal. De ‘All Terrain Armored Transport Walker’ uit Star Wars, kortweg AT-AT, kwam niet door de selectie omdat hij liggend is en alle andere staand. “En Dora the Explorer viel af omdat ze van na mijn tijd is”, aldus De Groot (zwarte lange haren, zwart vlassig baardje; hij draagt een wit T-shirt met het coverbeeld van Bare Essentials: de groene Ninja Turtle Donatello).

De inspiratie voor zijn heldere geometrische illustraties vond Groot bij de vormgever Max Kisman, van wie hij les kreeg op de Hogeschool voor de Kunsten in Utrecht; bij Ben Bos, een van de grondlegger van de grensverleggende ontwerpstudio Total Design, en bij de Amerikaanse ontwerplegende Saul Bass.

De mogelijkheden zijn schier onuitputtelijk, denkt De Groot. Met dezelfde techniek maakte hij ook al een serie Amsterdamse iconen (woonboot, grachtenpandjes, de wallen, Paradiso, FEBO, de tram). “Als ik iets opvallends zie, ga ik direct aan de slag. Zo is het ook begonnen: ik zat in de bus en zag een afbeelding van de Amerikaanse Pino. Dat was de eerste die ik op mijn blog plaatste.”

Een boodschap heeft hij niet; De Groot hoopt dat zijn illustraties voor een glimlach zorgen, zoals de tags van Keith Haring in de metro van New York ooit deden. “Het zijn karakters die vast niet alleen voor mij iets hebben betekend. Ik probeer het gevoel van toen terug te brengen. Dat zou vanzelf weer naar boven moeten komen als je door de illustraties bladert”.

De enige tekst van Bare Essentials staat op een sticker op het cellofaan, bij de figuren staat niet vermeld wie het is. De Groot schat dat iedereen er zo’n 25 herkent, maar voor degenen die ze allemaal willen thuisbrengen, heeft hij nog wel een hint: “Als je weet dat ze op alfabetische volgorde liggen, wordt het al een stuk makkelijker.”

Dennis de Groot – Bare Essentials. Uitgever: Lebowski Achievers. ISBN 9789048811489, 25 euro. Op lebowskipublishers.nl en bij The American Book Center is ook een genummerde, gesigneerde full color-print verkrijgbaar van de Ninja Turtle à 50 euro.

09

09 2011

Niet goed voor de losse verkoop, wel fraai en tegendraads

Op de omslagen van de meeste omroepgidsen lacht week in week uit een film-, televisie- of popster of andere Bekende Nederlander de televisiekijker tegemoet. “Ik ben zachter en opener geworden” zegt Anita Witzier op de cover van de Tros Kompas, Lady Gaga onthult aan de lezers van het Veronica Magazine dat ze enorm is gepest op school, Lieke van Lexmond beweert op de Avrobode dat ze weet wat ze wil (“maar het is soms wel een battle”), Mart Smeets wordt maar weer eens van stal gehaald om een sportspecial in de Varagids aan te kondigen, en Scarlett Johansson vertelt op de Mikrogids dat ze zich voortdurend druk maakt om haar uiterlijk.

Maar er is een uitzondering: de VPRO Gids, het programmablad van het buitenbeentje onder de omroepen die zondag zijn 85e verjaardag viert. ‘85 jaar VPRO’, staat er dan ook op het door Moker Ontwerp ontworpen omslag, in een zwierig, lint-achtig lettertje. Vanwege het heuglijke feit kan de gids binnenstebuiten worden gekeerd, waardoor het omslag van de allereerste gids, d.d. 26 september 1926, zichtbaar wordt.

Vrije Geluiden heette het blad destijds, met als ondertitel ‘orgaan van den Vrijzinnig Protestantschen Radio Omroep’. Titel en ondertitel werden door Lex Barten gezet in sierlijke ‘skeletletters’ die zijn verwerkt in een aantal concentrische cirkels, radiogolven voorstellend. Het is een even fraai als gedurfd ontwerp, in de contrasterende kleuren oranje en paars, dat van de voorkant doorloopt op de achterkant van het omslag.

Opvallend: in de rechter onderhoek van het omslag staat een advertentie voor radio-onderdelen, van de N.V. Handelsvereeniging v/h L. Terwal, op de Ceintuurbaan in Amsterdam. Waarmee maar direct duidelijk is gemaakt dat (grafische) kwaliteit én commercie wel degelijk hand in hand kunnen gaan.

In de jaren die volgden veranderde de gids meerdere keren van naam, formaat en vorm. Sinds kort heeft zelfs het VPRO-logo geen vaste verschijningsvorm meer: het Amsterdamse ontwerpbureau Thonik creëerde met het nieuwe logo het uitgangspunt van een eindeloos te variëren, maar voortaan altijd herkenbare stijl in de vormgeving van alle programma’s en uitingen van de VPRO.

Het nieuwe logo past in een lange traditie van grensverleggende vormgeving, zo wordt duidelijk uit VPRO Gids Covers – Een kleine geschiedenis van de VPRO vormgeving aan de hand van enige honderden gidsomslagen van 1926 tot nu. Het fraaie jubileumboek is vormgegeven door Piet Schreuders (die verantwoordelijk is voor een aantal van de allermooiste omslagen). Beate Wegloop stelde ruim 4000 gidscovers een bloemlezing samen met de mooiste, bekroonde en meeste spraakmakende ontwerpen.

Ze zijn gemaakt door vermaarde ontwerpers, illustratoren, striptekenaars en cartoonisten, schilders, fotografen en andere kunstenaars – van Otto Treumann, Hann de Vries en Jaap Drupsteen, Karel Appel, Ruud van Empel, Sander Plug en Ron van Roon tot Peter Pontiac, Daniel Clowes en Stefan Verwey. Zij kregen de vrije hand – zo’n vrije hand dat de gids soms nauwelijks meer als VPRO Gids te herkennen is.

Er is een gids die op bladmuziek lijkt, en een variatie op het Duitse tabloid Bild. Typex zette de naam op zijn Gouden Boekje-achtige omslag bij een zomerserie over Tsjernobyl en ramptoerisme in onherkenbare cyrillische tekens. Er is een bewuste misdruk, als (al te schrander) commentaar op de millenniumbug, en een cover die is opgemaakt als een Ikea-gebruiksaanwijzing (voor de Medy, vernoemd naar de eertijdse staatssecretaris van Cultuur en Media Medy van der Laan die het omroepbestel op de schop wilde gooien).

Of het goed was voor de losse verkoop, valt te betwijfelen. Fraai en tegendraads is het in ieder geval wel.

VPRO Gids Covers is verkrijgbaar via de site van de VPRO Winkel. Prijs 24,95 (excl. verzendkosten).

In het Graphic Design Museum in Breda opent 11 juni de tentoonstelling Omslag! 85 jaar VPRO gids, met de meest opvallende en spraakmakende covers.

Bewonderenswaardig geklaag

‘Accentuate the negative’, luidt de ondertitel van Ghost World. Het is de favoriete bezigheid van de pubermeisjes Enid en Rebecca. Het jodinnetje en haar arische vriendin, zoals een klasgenoot hen noemt, vinden iedereen té dom, té stom of anderszins minderwaardig, en laten dat weten ook.

Enid en Rebecca zijn net klaar met High School. De grotemensenwereld wacht, maar de twee moeten er niks van weten. Hun vakantie brengen ze samen door, in de gezapige buitenwijk van Los Angeles waar ze al hun leven lang wonen. Ze drinken er koffie in obscure diners, vallen bekenden en wildvreemden lastig in het winkelcentrum en de platenwinkel, of slenteren samen op straat.

Ghost World, losjes gebaseerd op Daniel Clowes gelijknamige ‘graphic novel’ die tussen 1993 en 1997 verscheen in het blad Eightball, is het speelfilmdebuut van Terry Zwigoff, die eerder een veelgeprezen documentaire maakte over cult-tekenaar Robert Crumb.

Tekenaar Clowes en documentairemaker Zwigoff zijn jaren bezig geweest hun film gemaakt te krijgen, maar de ene na de andere studio wees het eigenzinnige duo de deur. De studio’s wilden minder cynische meisjes, andere hoofdrolspelers en, natuurlijk, een happy end. Dat was uitgesloten; het echte leven is immers ook geen aaneenschakeling van hoogtepunten, aldus Clowes.

Uiteindelijk ontfermde John Malkovichs productiemaatschappij Mr. Mudd zich over het project, en konden Clowes en Zwigoff ongestoord hun gang gaan. Het resultaat is een verademing; een wonder van diepgang dat tienerkomedies en coming of age-films als American Pie en Varsity Blues in een keer doet vergeten.

In Ghost World wordt duidelijk hoe het is om overal buiten te vallen. De compromisloze Enid Coleslaw (een anagram van Daniel Clowes) vindt geen gehoor bij haar alleenstaande vader, niet bij haar klasgenoten, en uiteindelijk ook niet bij haar beste vriendin Rebecca – die net iets pragmatischer blijkt dan Enid, en wél op zoek gaat naar een baan en een huis.

In de strip lopen de donkerharige, zwaar-bebrilde Enid en de blonde, knappere Rebecca elk hoofdstuk een andere weirdo, loser of misfit tegen het lijf. In de film zijn de meesten samengebracht in één nieuw personage: Seymour, een vrijgezelle, contactgestoorde, dwangmatige verzamelaar van 78-toerenplaten. Het is een geslaagde aanpassing, die de film minder fragmentarisch maakt zonder dat er iets van de sfeer verloren gaat.

Ook andere aanvullingen pakken goed uit: het gifgroen uit de strip maakte plaats voor primaire kleuren, de soundtrack bevat prachtige jazz en blues uit de jaren twintig, de casting had niet beter gekund.

Thora Birch (de opstandige puber in American Beauty) als de sarcastische, non-conformistische Enid en Scarlett Johansson als de weifelende Rebecca zijn overtuigende soul-mates van Holden Caulfield, uit J.D. Salingers Catcher in the Rye. Hun klagen is bewonderenswaardig, hun oogopslag superieur.

Maar het best is Steve Buscemi, die zo uit Clowes’ strip lijkt weggelopen. Zijn Seymour is even treurig als monter (‘He’s such a clueless dork, he’s almost cool’, aldus Enid), en maakt het te vergeven dat Rebecca langzaam maar zeker op het tweede plan verdwijnt.

De (te) kleine rol van Rebecca is eigenlijk de enige kanttekening bij een meesterlijke stripbewerking, waarin alle ruimte is gelaten voor Clowes’ prachtige details, fraaie dialogen, rake observaties over trends, kunst, consumentisme en discriminatie, én onbenullige voorvallen (een man in de videotheek vraagt om Fellini’s 8 1/2 en krijgt Nine 1/2 Weeks).

Echte mensen, met echte problemen, waarvoor geen pasklare oplossing bestaat – heerlijk!

Ghost World van Terry Zwigoff, zaterdag 26 maart om 23:00 uur op RTL 8.

26

03 2011

Gezien – De avonden

Het boek heeft hij nooit gelezen; daar kwam striptekenaar Erik Kriek niet doorheen. Zijn beeld van De Avonden én van de jaren ’50 is gevormd door het beeldverhaal dat Dick Matena maakte naar Gerard Reve’s klassieker (uit 1947).

Op Krieks poster voor de gelijknamige toneelvoorstelling van Léon van der Sanden zit Frits van Egters met zijn vader en moeder (en konijn met vervaarlijk rood oog) aan de keukentafel in een bedompte huiskamer (zwart, bruin en groen zijn de overheersende kleuren). Hij zit met zijn rug naar de kijker toe; acteur Thomas Cammaert is niet te herkennen. Door het geschoren nekje waan je je wel direct in de jaren ’50.

De credits staan in de zwarte rand van het tafelkleed; de titel is slim weggewerkt in de rugleuning van de stoel. De tekst is gezet in een Amsterdamse School-achtig lettertype.

Krieks fraaie poster past in een bijzondere traditie: ook het affiche voor Rudolf van den Bergs verfilming van De Avonden is getekend (door Joost Veerkamp), net als het omslag van de eerste druk (door Ies Spreekmeester) en de reeks van Dick Matena.

Het enige minpunt van de theaterposter is de foeilelijke oranje strook, met de kromme zin “laatste 3 keer te zien in Amsterdam!”, die dwars over de titel is geplakt. Terwijl er toch 20 centimeter wit aan de onderkant van de poster zit waarin de mededeling ook wel had gepast.

(Deze rubriek verschijnt iedere woensdag in PS Kunst in Het Parool)

14

01 2011

Top 10 – De beste kunst van 2010, van fotografie en verstripte literatuur, tot beeldende kunst en video’s

1. ‘Alex van Warmerdam. Tentoonstelling. Schilderijen, film, theater’ in Stedelijk Museum Schiedam: deze geweldige expositie is waarschijnlijk de reden dat het museum werd genomineerd als Beste Museum van het Jaar (Boijmans Van Beuningen won; de wet van de grote getallen). Het is terechte lof: ook de nog lopende, eveneens door Wilma Sütö gecureerde expositie van Andrei Roiter is zeer de moeite waard!

2. ‘Funeral Train’ van de Amerikaanse Magnum-fotograaf Paul Fusco in het Amsterdamse Uitvaartmuseum: hartverscheurend mooie foto’s in een enkel gangetje. Ook de andere door Erik Kessels gecureerde exposities in het Uitvaartmusem, Bedrooms Of The Fallen van Ashley Gilbertson en de Japanse fotograaf Seiichi Furuya, waren overigens zeer de moeite waard.

3. ‘Irma Boom: Biography in Books’ in Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam: al het bijzondere werk van meesterboekontwerpster Irma Boom in drie zaaltjes.

4. ‘The Sochi Project’: een belangwekkend project, op bijzondere wijze gefinancierd, waarmee fotograaf Rob Hornstra en journalist en filmmaker Arnold van Bruggen de veranderingen in de regio aan de Zwarte Zee in kaart brengen waar in 2014 de Olympische Spelen plaatsvinden.

5. ‘The Krazy House’ van Rineke Dijkstra in De Hallen in Haarlem: de wereldvermaarde fotografe kan ook filmen. En hoe!

6. RieTVeld: iedere maand een nieuwe uitzending waarin de rijke collectie van de Rietveld Academie toegankelijk wordt gemaakt voor het publiek, veel te laat op AT5 (en later ook op internet), bijna altijd weer met leuke ontdekkingen.

7. ‘Portret Joost van den Broek’: een magistraal boek met de beste foto’s van de beste fotograaf van de Volkskrant.

8. ‘Mooi is dat!’: een boek waar je in blijft lezen en bladeren en bovendien een leuke expositie in de Oba (waar dit jaar ook een kleine, fijne overzichtsexpositie was met werk van ontwerpstudio Thonik).

9. ‘Alexander Gronsky’ in Foam: in het Fotomuseum Amsterdam is het bijna altijd goed toeven. Vooral de bescheidener exposities vind ik vaak zeer de moeite waard.

10. ‘The Temporary Stedelijk at the Stedelijk Museum’. Eigenlijk viel op alle exposities in het tijdelijk geopende Stedelijk wel wat af te dingen, maar wat is het fijn dat het weer open is! En wat draagt bijvoorbeeld de affichegalerij een enorme belofte in zich. Ben benieuwd wat The Temporary Stedelijk 2 gaat brengen. Vanaf 2 maart 2011…

Film is in een aparte toptien ondergebracht; volgende week volgt de toptien met mooiste filmposters van 2010.

Mozaïek van literaire hoogtepunten

De 7 delen van Het bureau, bij elkaar ruim 5000 pagina’s waarin J.J. Voskuil minutieus de dagelijkse gang van zaken beschrijft op het Meertens Instituut waar hij jarenlang werkte, samengebald in 16 plaatjes? Het kan. In 15 zelfs, want in het eerste hokje van de verstripping door Guido van Driel staat alleen de titel. Op het eerste plaatje is het bureau leeg, op het laatste ook. Op het derde plaatje heeft Voskuil zwart haar, op het tweenalaatste plaatje wit. Op de tussenliggende plaatjes komen en gaan er mensen. Ze werken wat en praten wat. Maar de tekstballonnetjes zijn leeg.

Van Driels interpretatie van Het bureau is een van de 57 Nederlandse en Vlaamse klassiekers die op initiatief van stripintendant Gert Jan Pos zijn verstript voor het oogstrelende, schitterend vormgegeven blader- annex koffietafelboek Mooi is dat!. Niet tekstgetrouw, zoals Dick Matena de afgelopen jaren bijvoorbeeld deed met werken van Jan Wolkers, Elsschot en Reve, maar op één enkele pagina.

Dat het er daarbij bepaald niet fijnzinnig aan toe is gegaan, maakt het omslag in één oogopslag duidelijk: de titel is gezet in verzaagde meesterwerken uit de literaire canon van de Lage Landen. Uit De Witte van Ernest Claes werden twee rechtzijdige driehoeken gezaagd, waardoor een hoofdletter M ontstaat. Nescio’s De uitvreter vormt na wat hak- en beitelwerk de t, Hildebrands Camera Obscura doet dienst als uitroepteken.

‘Een boek dat ontploft in je gezicht’, noemt Pos Mooi is dat! (de titel is een verwijzing naar de beroemde uitspraak van Ollie B. Bommel) in zijn inleiding, en daar valt veel voor te zeggen. Veel meer dan een lesboek of een geïllustreerd uittrekselboek is het boek een kunstwerk geworden. Op een groot aantal prenten staat geen letter, of alleen de (boek)titel.

Mooi is dat! bevat het eerste stukje literatuur uit de Lage Landen, ‘Hebban olla vogala’ (ofwel ‘alle vogels zijn nesten begonnen, behalve ik en jij; waar wacht ge nog op?’), en heel recente romans zoals Sprakeloos van Tom Lanoye en Godenslaap van Erwin Mortier. Peter Pontiac waagde zich aan Tommy Wieringa’s Joe Speedboot (een duizelingwekkende plaat vol doorkijkjes, in rood, blauw en donkerbruin, opgebouwd rond de gehandicapte schrijver Fransje). Lectrr tekende een schitterend, Escheriaans trappenstelsel waarin de bibliothecaris uit Herman Brusselmans De man die werk vond zijn dagen slijt.

Paul Bodoni heeft geen woorden nodig om het onpeilbare verdriet invoelbaar te maken van Sotto Voce, het vaak in rouwadvertenties geciteerde gedicht uit de bundel Vergezichten en gezichten van Vasalis. Boem Paukeslag, het beroemde gedicht van de Antwerpse expressionist Paul van Ostaijen dat met zijn ritmische typografie zelf eigenlijk al een soort illustratie is, werd door Marijke Hartjes teruggebracht tot twee plaatjes met wat verdwaalde letters, waarnaar je kunt blijven kijken.

Het kan ook een stuk minder tot de verbeelding sprekend, bewijst Wasco, die grote lappen tekst uit Belcampo’s Het grote gebeuren keurig verdeelde over twintig identieke kaders. ‘Ik ben nu vooral bezig met dingen die geen strips zijn’, zegt hij achterin het boek, waar alle tekenaars kort worden geïntroduceerd.

Mulisch ontbreekt, om maar een grote naam te noemen, net als tekenaar Hanco Kolk, die te druk was met de Grunberg-verstripping Van Istanbul naar Bagdad. Er blijft meer dan voldoende moois over. Mooi is dat! is een bijzonder fraai mozaïek van literaire hoogtepunten.

Mooi is dat! Samengesteld door Gert Jan Pos, Pieter Steinz en Rienk Tychoon. Uitgeverij De Vliegende Hollander. ISBN 9789049501570, € 34,95. De reizende expositie is t/m 16 januari 2011 te zien in de Openbare Bibliotheek Amsterdam.

(Dit stuk is verschenen in Het Parool van 24 november 2010)

24

11 2010