Archive for the ‘Animatie’Category

Galerie – Beeldende kunst in Amsterdam

Job Koelewijn, Collage / Storyboard. T/m 12/01/2013 in Galerie Fons Welters, Bloemstraat 140.

Op het bureau van beeldend kunstenaar Job Koelewijn staat een ouderwetse cassetterecorder met een enorme microfoon. Sinds 1 februari 2006 nestelt Koelewijn zich dag in dag uit voor het apparaat, drukt hij op ‘play’ en begint hij hardop te lezen uit boeken als Living in the end of times van Slavoj Zizek en Rem Koolhaas’ delirious new york. Als hij precies 45 minuten later – één kant van een cassettebandje – ‘klik’ hoort, stopt hij, en noteert hij op het cassettehoesje de pagina’s die heeft gelezen. De volgende dag draait hij de cassette om en leest hij weer verder. Enzovoort, et cetera.

Aldus verslond Koelewijn tientallen boeken. Boeken die – zo vertelt hij in het fraaie kunstenaarsportret dat René Roelofs van hem maakte in de reeks Hollandse Meesters in de 21 eeuw – iets boven zijn macht liggen. “Dat maakt het spannend. Spinoza, Nietzsche, Wittgenstein. Door die mensen proberen te begrijpen, kan ik mijn geest iets aanscherpen.”

Het dagelijkse ritueel levert ook kunst op. Letterlijk. Koelewijn stapelde de cassettebandjes per boek – een dun boek past op vijf bandjes, voor een dik boek heeft hij wel twintig cassettes nodig. De stapels plaatste hij op het betreffende boek op een plankje. De eerste drie jaar vormen samen een prikkelend paneel, de boeken die hij de afgelopen drie jaar las, vormen een tweede paneel.

Beide metersgrote reliëfs zijn nu te zien in Koelewijns vaste galerie Fons Welters; het zijn fraaie, afgemeten sculpturen, die op een bepaalde manier doen denken aan de abstracte schilderijen van Mondriaan.

De overige werken zijn al even monomaan: papiersnippers met filosofie, poëzie, spiritualiteit, Spakenburgse klederdracht, Dickie Dick, rouwadvertenties, teksten als ‘The borders of my language are the borders of my world’ en de portretten van Wittgenstein en Beckett zijn door Koelewijn laagje voor laagje op elkaar gestapeld in enorme collages, die ogen als jaarringen.

Als je ze van dichtbij bekijkt, zie je dat de papieren cirkels meer dan een centimeter hoog zijn. Het monnikenwerk dat het moet zijn geweest, is door Koelewijn vastgelegd in stop motion-animaties. De duizelingwekkende filmpjes, te zien op twee monitoren, staan door de ‘vloeiende’ vorm en de snelheid haaks op de overweldigende, perfect-ronde panelen, die de werkelijkheid toch al zo prettig doen kantelen.

10

12 2012

Jørgen Leth en de perfecte mens

‘De Mart Smeets van Denemarken’ wordt hij wel genoemd, ook door hem zelf. Het klopt ook wel – ten dele. Jørgen Leth (Aarhus 1937) verslaat sinds jaar en dag de Tour de France voor de Deense radio en tv, en ja, ook hij is fan van Lance Armstrong. Hij maakte een aantal documentaires rondom wielerwedstrijden, zoals En forårsdag i Helvede (‘een voorjaarsdag in de Hel’) en hij schreef een boek over de Tour. Maar Leth kan meer. Hij schrijft ook poëzie. En hij maakt schitterende, volstrekt originele, uiterst kunstzinnige documentaires.

Een aantal daarvan is nu te zien in de ‘filmische installatie’ My Name is Jørgen Leth, in de Tuinzaal van Vlaams Cultuurhuis De Brakke Grond is, als onderdeel van het IDFA-programma ‘EXPANDING DOCUMENTARY #3’.

De installatie bestaat uit acht schermen; op zeven daarvan zijn doorlopend films te zien, op de achtste een selectie van Leths poëzie. Die gedichten hebben eenzelfde ritme als zijn films en gaan over dezelfde onderwerpen: (jonge) vrouwen, seks, de perfecte mens, wielrennen – de legendarische Fausto Coppi met name.

Je kunt de films tegelijk bezien, als installatie. Dan zie je de overeenkomsten, niet alleen in onderwerpen maar ook bepaalde shots keren veelvuldig terug. Soms zie je beeldrijm dat er helemaal niet is; dan zie je in één oogopslag Andy Warhol, met zijn gebleekte, sluike haren, een whopper met ketchup eten in 66 Scenes From America en tegelijk, in een van Leths antropologische films, een Haïtiaanse man met een vreemd zwart kapsel met een angstaanjagend mes kaal geschoren worden.

De films zijn natuurlijk ook afzonderlijk te bekijken – staand, dat wel, desgewenst met een koptelefoon op je hoofd. In Stjernerne og vandbærerne, zoals de oorspronkelijke titel van The Stars and the Watercarriers luidt, doet Leth verslag van de 56e Giro d’Italia, in 1973. Van start tot finish volgt hij de renners op de motor, van zeer dichtbij. Maar hij heeft niet alleen aandacht voor de beproevingen van de ‘sterren’ en de ‘waterdragers’ in het peloton, Leth toont ook het circus dat de renners dag in dag uit volgt: van het gesleutel aan de fietsen door de mecaniciens tot het mediacircus.

Ook The Five Obstructions (2003) ontbreekt niet, waarmee Leth hier te lande nog het meeste bekendheid geniet. Het is een schrandere speelfilm en een making of-documentaire ineen, waarin te zien is dat Leth van zijn landgenoot en voormalig leerling Lars von Trier de opdracht krijgt zijn korte zwartwitfilm Det perfekte menneske (‘de perfecte mens’ – die ernaast wordt geprojecteerd) uit 1967 opnieuw te regisseren. Vijf maal, met telkens een andere, door Von Trier met sardonisch genoegen bedachte obstructie. Omdat Leth een voorliefde heeft voor lange takes, gebiedt Von Trier hem dat geen enkel beeld langer dan een halve seconde mag blijven staan, als Leth uitlegt hoe hij het toeval in zijn werk koestert, veroordeelt ‘aangever en pedagoog’ Von Trier hem tot het maken van een tekenfilmversie, waarin voor toeval geen plek is. Ook zijn animatie-versie van ‘de perfecte mens’ is prachtig; kan Leth dan waarlijk alles?!

Tijdens IDFA, t/m 25 november, biedt Vlaams Cultuurhuis De Brakke Grond onderdak aanEXPANDING DOCUMENTARY #3, een ‘grensoverschrijdend programma over de toekomst van documentaire storytelling’. Met live cinema events en een Late Night Club van Tom Barman. Met Robots in Residence, een geinig project waarin kleine pratende robots een documentaire maken met het publiek, en het indrukwekkende Empire, waarin Kel O’Neill en Eline Jongsma de overblijfselen van het Nederlandse kolonialisme belichten. En met My Name is Jørgen Leth en de DocLab Competition Showcase, met 15 computers en iPads waarop de documentaires te zien zijn die onderdeel uitmaken van de IDFA DocLab Competition for Digital Storytelling. Daaronder het aangrijpende Alma, a Tale of Violence, waarin de jonge Alma terugkijkt op de jaren dat ze lid was van een van de meest gewelddadige bendes in Guatamala en Pointer Pointer, een simpel, zeer verslavend online tijdverdrijf: zet de cursor ergens op het scherm, en er verschijnt een foto waarop iemand exact dezelfde plek aanwijst.

Tragedie gevat in bijzondere mix van animatiestijlen

In 2007 werd Claudiu Daniel Crulic, een arme, zwervende Roemeense dertiger, in de Poolse stad Krakau gearresteerd omdat hij de portemonnee van een Poolse rechter zou hebben gestolen. De al eerder van diefstal beschuldigde Crulic wil het ‘misverstand’, zoals hij het zelf noemt, uit de wereld hebben, maar er wordt niet naar hem geluisterd. In de gevangenis bekommert niemand zich om zijn lot en Crulic gaat in hongerstaking. Het wordt zijn dood. Het ‘incident’ leidde begin 2008 tot een politieke rel tussen Polen en Roemenië.

De Roemeense regisseur Anca Damian boekstaafde Crulics tragische, zeg maar gerust Kafkaëske geschiedenis in een sprankelende, dik uur durende animatiefilm. Geen gelikte 3D-computeranimatie, maar een bijzondere mix van stijlen, zoals stop motion, cut-out animatie en collages. Ook zijn er foto’s van Crulic gebruikt en bewerkt. Als uitgangspunt dienen de minutieuze aantekeningen die Crulic maakte tijdens zijn gevangenschap.

De licht-ironische (Bulgaarse) monologue intérieur vanaf gene zijde, ingesproken door de Roemeense acteur Vlad Ivanov, onderstreept het subjectieve karakter. De Engelse voice-over (Jamie Sives) is dan weer quasi-objectief, en ook de selectie van nieuwsbeelden die tijdens de aftiteling is te zien, is even duidelijk als pijnlijk. “Hoewel ik technisch gezien niet verantwoordelijk kan worden gehouden, hebben we het hier wel over het leven van een mens,” zegt de Roemeense Minister van Buitenlandse Zaken Adrian Cioroianu als hij zijn aftreden bekend maakt.

Crulic: The Path to Beyond ( Crulic – drumul spre dincolo) werd meermaals bekroond, onder meer in Locarno en op het prestigieuze animatiefestival van Annecy, en is onderdeel van EYE’s Previously Unreleased-programma.

13

11 2012

De Duivendrechtse Disney

Van 1946 tot aan zijn dood in 1984 werden er in de Duivendrechtse filmstudio van producent Joop Geesink poppenfilms gemaakt. En hoe. In de hoogtijdagen, in de jaren ’50 en ’60, werkten er zo’n 150 mensen, die honderden reclames voor bioscoop en televisie maakten, voor opdrachtgevers over de gehele wereld, waaronder Philips, Honig en Peter Stuyvesant. De poppenfilms gingen onder de naam Dollywood, de live action films onder de naam Starfilm.

Geesink ontwierp ook decors, onder meer voor de film De spooktrein. Daarnaast schilderde hij schitterende gevelborden voor bioscopen en dito filmaffiches, zoals op deze pagina te zien is.

In de jaren ’70 investeerde Geesink veel tijd en geld in Holland Promenade, wat een groot Hollands pretpark moest worden. Het mislukken betekende tevens de ondergang van Dollywood. Met Loeki de Leeuw keerde Geesink later toch weer terug in het animatiewereldje.

Joop Geesink animatiefilms. Zondag 21 oktober, 16.00 uur in EYE.

17

10 2012

Actie! – Statenlaan 8, 6828 WE Arnhem. Dinsdag 14 augustus 2012, 11.07 uur.

“Uit hoeveel beeldjes het filmpje bestaat? 12 per seconde en het filmpje duurt 6 minuten, dus reken maar uit. We zitten nu net boven de 3500, dus we moeten nog even…” Regisseur Mascha Halberstad is even achter haar Canon 7D-camera vandaan gekomen om een knotwilgje een paar millimeter naar rechts te verplaatsen. De miniboompjes zijn gemaakt van hout en echte takjes. Tussen de kale takken liggen sneeuwvlokjes, gemaakt van “dat filterspul dat in afzuigkappen zit, je weet wel, waar je ook winterjassen mee voert”.

In de werkruimte van animatiekunstenaar Huub Kistemaker, in een monumentaal pand waar vroeger het Stedelijk Gymnasium was gevestigd, is Halberstad bezig met de opnamen van Dag meneer de Vries, een stop motion-filmpje voor de reeks NTR KORT!, naar een scenario van Fiona van Heemstra (Willemspark, Pim & Pom).

Daarin draait het om een stokoude baas, die zijn dagen slijt voor het raam van zijn Waterlandse houten huisje. Tot een onverwachte boodschapper hem wakker schudt; tijdens een koude winterdag wordt meneer De Vries verrast met een pakket waarin zijn oude Friese doorlopers zitten. Dan beseft hij dat hij niet achter de geraniums wil sterven, maar als de persoon die hij ooit was. Halberstad schilderde zelf de Hollandse wolkenlucht.

Het Waterlandse huis is gemodelleerd naar een pandje in Holysloot. Het ijs is plexiglas, de rollator van meneer De Vries is door Kistemaker gesoldeerd van staaldraad, zijn ieni mini medailles maakte hij van epoxy klei. De sneeuw die door een keukenzeef naar beneden komt dwarrelen, is speelgoedsneeuw die vermalen is in een blender. Halberstad spreekt zelf van een ‘houtje-touwtje film’.

Halberstad is in 1995 afgestudeerd aan de ArtEZ Hogeschool voor de Kunsten in Arnhem; daarna maakte ze animaties voor onder meer de VPRO-programma’s Waskracht en Villa Achterwerk. Samen met Kistemaker creëerde ze de fraaie stop-motion animaties in Nicole van Kilsdonks Patatje Oorlog.

Halberstad frommelt wat aan het polarisatiefilter dat voor de lens is geplakt. Het past niet helemaal. “Eigenlijk ben ik een heel ongeduldig persoon”, zegt ze. “Ik kan wel animeren, maar het moet allemaal niet te lang duren.” Dat is relatief; Halberstad en Kistemaker zijn drie maanden lang drie dagen per week met meneer De Vries in de weer geweest. “Maar hele normale werkdagen hoor. Stop-motion is ook voor ongedurige mensen goed te doen. Als je alles tenminste goed hebt uitgedacht. Het is heel direct; je kunt meteen zien wat je doet.”

Dat werkt. Halberstad liet al een stukje van Dag meneer de Vries zien aan haar zoontje van zeven. “Die moest heel hard huilen. ‘Hij gaat toch niet dood, mama?!’, vroeg hij. ‘Het is maar een pop’, antwoordde ik. Daarna liet ik het stukje aan een volwassen vriendin zien. Zij moest ook huilen. Ons monnikenwerk is niet voor niets.”

Dag meneer de Vries, een coproductie tussen Viking Film en de NTR met steun van het Filmfonds, het Mediafonds en het CoBO-fonds, gaat in première op het Nederlands Film Festival. Op De Avond van de Korte Film, zaterdag 29 september, worden de KORT!-jes van vorig jaar uitgezonden (Nederland 2, 23.15 uur). Dag meneer de Vries komt volgend jaar op televisie; de producent is met verschillende distributeurs in gesprek of het ook als voorfilm in de bioscoop kan gaan draaien.

Dag meneer De Vries | Productie Viking Film, Marleen Slot | Scenario Fiona van Heemstra | Regie Mascha Halberstad | Animatie Huub Kistemaker | Muziek Miguel Boelens | Geluidsnabewerking Jeroen Nadorp | Kleur, 6 minuten | Te zien op het NFF, als onderdeel van KORT!; volgend jaar op tv bij de NTR.

01

10 2012

Koppige rode furie redt het Koninkrijk. En zichzelf

Prinses Merida, een roodharige wildebras die voor de duivel niet bang is, doet niets liever dan klimmen, paardrijden en boogschieten. Maar van haar moeder dient ze zich voor te bereiden op de serieuze taak die haar wacht: de Schotse troon overnemen van haar rouwdouw van een vader. Na hun zoveelste ruzie roept de koppige Merida hogere krachten aan – met desastreuse gevolgen voor het Koninkrijk, haar moeder en haarzelf.

Na twaalf kassuccessen (wereldwijde box office: 7 miljard dollar), met hoofdrollen voor kinderspeelgoed, insecten, pluizige monsters, vissen, superhelden, auto’s, een muis, een roestige robot en een bejaarde ballonnenverkoper is Brave de eerste Pixar-animatiefilm met een vrouwelijke hoofdrolspeler. Een Schotse prinses om precies te zijn; Merida, tevens het eerste Pixar-personage dat wordt opgenomen in de Disney Prinsessen-merchandiselijn.

Brave, meldt Pixar, is ook de eerste Pixar-periodefilm: historische referenties worden gecombineerd met een fantastische elementen. Prinses Merida modelleerde regisseur Brenda Chapman dan weer naar haar eigen dochter, en koningin Elinor is losjes gebaseerd op haar eigen ervaringen.

Chapman, die eerder de Dreamworks-animatiefilm The Prince of Egypt (1998) regisseerde, werd tijdens de productie wegens ‘creatieve verschillen’ vervangen door Mark Andrews, die vooral een reputatie heeft als art director en in 2005 de Pixar-kortfilm One Man Band regisseerde. Op de rol staat Steve Purcell nog vermeld als co-regisseur.

De personele strubbelingen zijn dan weer niets nieuws voor Pixar; alles is ondergeschikt het eindresultaat. Dat mag er opnieuw zijn, maar de échte brille ontbreekt. Brave is een wat stichtelijk, enigszins zwaar op de hand avontuur over een meisje dat de confrontatie moet aangaan met haar moeder, en aldus haar eigen pad vindt.

Al te veel wordt er niet gedaan met de setting in de Schotse hooglanden. Er zijn vechtersbazen die kilts dragen zonder iets eronder, en er zijn zoevende pijlen die in slow motion andere pijlen doorklieven. De doedelzakmuziek wijkt alleen voor aanzwellende violen.

Veel fantasierijker is de kleine drieling, aan zoet verslaafde belhamels met net zulk rood haar als Merida heeft. Dat rode haar, waar natuurlijk weer nieuwe software voor is ontwikkeld, is overigens alleen al reden genoeg voor een bezoek aan de bioscoop: de rode lokken deinen majestueus mee met de lichaamsbewegingen van Merida.

Brave van Mark Andrews, Brenda Chapman en Steve Purcell draait vanaf deze wek in de Nederlandse bioscopen. Disney brengt de film in vier versies uit: in 2D en 3D, Engels/Schots en Nederlands gesproken. In de originele versie leent Kelly Macdonald (Boardwalk Empire, Harry Potter and the Deathly Hallows: Part 2) haar stem aan Merida, Emma Thompson aan Koningin Elinor, Billy Connolly aan Koning Fergus en Julie Walters aan de heks. In de Nederlands nagesynchroniseerde versie worden de stemmen verzorgd door respectievelijk Caro Lenssen, (haar moeder) Renée Soutendijk, Peter Tuinman en Jenny Arean.

20

07 2012

Hilarische rollercoaster van klei

‘BUITengewoon grappig’. De pay-off in chocoladeletter op het Nederlandse affiche van de nieuwste Aardmanproductie De piraten! – Alle buitenbeentjes aan dek doet het ergste vermoeden. BUIT. Goh. En op het origineel was het niet veel gevatter (It’s a plunderful life).

Als de film dan ook nog met horten en stoten op gang komt, en blijkt dat Karin Bloemen haar stem heeft geleend aan de Britse Queen Victoria anno 1837 lijkt De piraten!, ondanks de lengte van 88 minuten, een lange zit te worden. Maar dan opeens komt de vaart komt erin – en hoe! –, worden de dialogen gevatter en gaan de krukkenpiraten het spetterende avontuur tegemoet dat je van de makers van wervelende klei-animatiefilms als Chicken Run (2000) en Wallace and Gromit: The Curse of the Were-Rabbit (2005) mag verwachten.

In De piraten!, geregisseerd door Aardman-oprichter Peter Lord en Jeff Newitt naar een script dat Gideon Defoe baseerde op zijn eigen boeken, doet de klungelige Piratenkapitein voor de zoveelste keer mee aan de Piraat van het Jaar-verkiezing. De concurrentie is enorm, zelf heeft hij in al die jaren alleen een vaantje gewonnen voor de leukste grap over een inktvis. Als het opnieuw niks lijkt te worden met het doorklieven en plunderen, wil de Piratenkapitein zijn langzwaard aan de wilgen hangen en maakt hij plannen om dan maar babykleertjes te gaan ontwerpen. Dan stuiten ze op Charles Darwin en zijn Beagle.

Wat volgt is een hilarische rollercoaster vol kleine, vileine grapjes en anachronismen, absurdistische situaties en wonderlijke ontmoetingen. De stop-motion klei-animatie is geweldig – alleen de baard van de Piratenkapitein is al een bezoek aan de bioscoop waard –, de computeranimatie van de zee en de ontploffingen spectaculair, en de 3D subtiel.

Ook de soundtrack is fijn, met uiteenlopende nummers als London Calling van The Clash en een hilarische uitvoering van Richard Strauss’ Also Sprach Zarathustra. En misschien wel het allerbelangrijk: ondanks de ogen als pingpongballetjes weten de Piratenkapitein en zijn bemanning nog te emotioneren ook. Piraten! is topamusement (BUITengewoon grappig, zou je ook kunnen zeggen), uitermate geschikt voor jong én oud – weliswaar niet vanaf de allereerste seconde, maar wel tot en met de allerlaatste credit.

De film wordt in de Nederlandse bioscopen uitgebracht in vier versies: in 2D en 3D, in de originele versie, met de stemmen van onder anderen Hugh Grant, Imelda Staunton, Salma Hayek en Jeremy Piven, en in een Nederlands nagesynchroniseerde versie met de stemmen van Daniel Boissevain, Mark van Eeuwen, Karin Bloemen en Nicolette Kluijver.

Deze recensie is geschreven voor cinema.nl.

27

04 2012

Chinese films en filmmakers op het HAFF zijn niet in één hokje te plaatsen

De blik van het HAFF is al langer gericht op het Verre Oosten; sinds jaar en dag worden er films vertoond uit Japan, Korea en China. In 2010 was de Chinese kunstenaar Xun Sun artist in residence van het HAFF en werd Freud, Fish and Butterfly van Haiyang Wang en Liu Zengyin bekroond met de Grand Prix ian de categorie ‘Non-narratief Short’. Deze editie besteedt het Holland Animation Film uitgebreid aandacht aan een nieuwe generatie eigenzinnige Chinese animatiefilmmaker in het programma ‘Independent China’.

De beeldend kunstenaar Haiyang Wang (1982) kreeg net als de andere Grand Prix-winnaars Carte Blanche om als curator van het HAFF een programma met zijn favorieten samen te stellen. Zo is te zien wat hem drijft (veel Chinese underground) en wat hem heeft beïnvloed als filmmaker. Ook gaat Haiyangs Double Fikret in wereldpremière, een associatieve, non-lineaire film waarin de meest wonderlijke transformaties elkaar in een razend tempo afwisselen.

Ook Xun Sun is weer van de partij, en ook hij maakt wederom gebruik van verschillende media en materialen – het lijkt exemplarisch voor de opwindende richting waarin de Chinese kunst zich begeeft. Xuns inktzwarte Some Actions Which Haven’t Been Devined Yet in a Revolution, eerder dit jaar in wereldpremière op het festival van Berlijn, bestaat uit achter elkaar geplaatste beelden van houtsneden. Het verhaal over de revolutie, identiteit en vervreemding is niet altijd even eenvoudig te duiden, verbluffend mooi is het in ieder geval wel.

Ook bij Shaoxion Chen zou discussie kunnen ontstaan of het nu al dan niet animatie is; zijn films (onder meer Ink City, Ink Diary, Ink Things), die ook een verhaal over de (culturele) revolutie lijken te vertellen, bestaan uit achter elkaar gefotografeerde inkttekeningen. Maar er zit wel degelijk ritme in; omdat de tekeningen niet allemaal even lang blijven staan en er hier en daar, uiterst effectief wordt in- en uitgezoomd.

Van Chen Xi  en An Xu – die sinds 2008 samen films maken en samen ook het vrolijke festivalaffiche maakten – worden onder meer A Clockwork Clock (2009) en in wereldpremière Grain Coupon vertoond, een esthetisch, niet stichtelijk maar zeer politiek pamflet tegen het consumentisme (met graancoupons kon van de jaren vijftig tot negentig graan op rantsoen worden gekocht).

En van Linghan Ye staat Last Experimental Flying Object op het programma, een hypnotiserend zwart-witfilmpje waarin potvissen en zeppelins zij aan zij door een verlaten hal zweven. In ieder geval in de bioscoop, maar het kan maar zo dat de film ook in de openbare ruimte of als installatie wordt vertoond. De Chinese films en filmmakers zijn niet in één hokje te plaatsen.

29

03 2012

7 vragen aan HAFF-directeur Gerben Schermer

Het HAFF is van het najaar verhuisd naar het voorjaar. Hoe dat zo?
“Het is een wat rustiger periode. In het najaar zaten we ingeklemd tussen het Nederlands Film Festival en het IDFA. We hebben nu een veel betere afstemming met het NFF. Het scheelt bovendien enorm in de publiciteit. Ook de buitenlandse concurrentie was groot in het najaar; het lijkt erop dat we nu wat gemakkelijker premières kunnen krijgen.”

Op de vorige editie was een retrospectief gewijd aan de Chinees Xun Sun; deze editie richt het HAFF opnieuw de blik op China. Toeval?
“Nee, er gebeurt daar zo ontzettend veel. Er is een nieuwe generatie aan het werk, die commentaar levert op het China van nu, met name op de verloochening van de eigen culturele geschiedenis. Ja, dat wordt oogluikend toegestaan, zo lang het allemaal maar niet té expliciet wordt.”

Veel van de films zijn gemaakt door beeldend kunstenaars en worden (ook) vertoond in galeries.
“Ze zijn wat minder narratief dan wij gewend zijn, het zijn een soort statements, maar het werkt heel goed op het grote doek. Je moet de makers leren kennen en hun films leren kijken en leren begrijpen. Als je dat doet, als je je er voor openstelt, is het een fantastisch mooie beleving.”

Het HAFF zet ook de spotlights op games; zo lijken jullie beide de uitersten van het spectrum, van underground tot commercieel, te beslaan.
“De games die wij vertonen zijn minder commercieel dan je misschien zou denken. Het is waar dat er vandaag de dag in de game-industrie meer wordt omgezet dan in de filmindustrie, maar ook hier geldt dat de grootste winsten worden behaald met een klein percentage games. De meeste games brengen maar weinig op, maar daar zitten wel hele bijzondere werkjes tussen. Er worden geweldige, volstrekt eigen werelden gecreëerd. Alles kan. Dat willen we met name laten zien.”

Ook niet al te commercieel dus. Zijn er ook grote titels te zien op het HAFF?
“Ja hoor. We draaien bijvoorbeeld Rango, een liefdevolle ode aan de western van Gore Verbinski, die eerder dit jaar werd bekroond met de Oscar voor Beste Animatiefilm. En ook Tin Tin van Peter Jackson en Steven Spielberg gaat bij ons in de herkansing. Dat vind ik een ondergewaardeerde film.”

En Hans Walther’s Sprookjesboom De film, de eerste avondvullende Nederlandse animatiefilm sinds de Bommelfilm Als je begrijpt wat ik bedoel in 1983?
“Die draait op dit moment nog met veel succes in de reguliere bioscoop. Met alle respect, maar het is precies wat je van een opdrachtfilm voor De Efteling mag verwachten. Daarbij komt dat wij verder niets voor de doelgroep ‘3+’ programmeren. Als we De Sprookjesboom op het HAFF zouden vertonen, zou de zaal waarschijnlijk leeg zijn, en dat is nu net niet de bedoeling”

Tot slot: het HAFF is uit de landelijke culturele basisinfrastructuur (BIS) geknikkerd. Hoe ziet de toekomst er nu uit?
“Uitermate optimistisch. Ja echt. We hebben net een aanvraag gedaan bij het Filmfonds; daarnaast hebben we subsidie aangevraagd bij de Gemeente Utrecht en de Provincie. Ik heb er een heel goed gevoel over. Dat moet ook wel; wij zijn de enige instelling die de ontwikkeling van de animatie in al zijn facetten laat zien. Alles komt hier samen, lang en kort, experimenteel en mainstream, vertoning en discussies. Het is belangrijk dat die continuïteit wordt gewaarborgd.”

Holland Animation Film Festival. Van 28/3 t/m 1/4 in Utrecht.

27

03 2012

“SpongeBob-vissticks, dat leek me niet zo’n goed idee”

‘SpongeBob is een klassiek-komisch personage, zoals Charlie Chaplin, Laurel & Hardy en Pee-Wee Herman. Hij heeft een huis en een baan, maar SpongeBob gedraagt zich als een kind: hij is blij en optimistisch, op het naïeve af. Dat blijkt jong en oud aan te spreken’, aldus Stephen Hillenburg, bedenker van de wereldberoemde animatieserie SpongeBob Squarepants, eind november 2006, toen hij te gast was op het Holland Animation Film Festival in Utrecht.

SpongeBob is een knalgele huishoudspons met een rechthoekige kartonnen broek en twee enorme boventanden. Hij leeft op de bodem van de zee. Zijn roze vriendje Patrick is een zeester. Dan zijn er ook nog meneer Krabs, de gierige eigenaar van restaurant de Krokante Krab, de eekhoorn Sandy uit Texas, en Octo, een chagrijnige inktvis.

De eerste aflevering, een pilot, werd op 1 mei 1999 uitgezonden. Nickelodeon, waar Hillenburg al voor werkte, onder andere aan Rocko’s Modern Life, had aanvankelijk twijfels. ‘Ze vonden het een beetje té gek: een spons die in een ananas woont.’ De proefaflevering kwam er en de rest is geschiedenis. De serie werd mateloos populair bij jong en oud. De poppetjes, dekbedden, kinderpasta en drankjes met SpongeBob erop vliegen de speelgoedwinkel en supermarkt uit. En de bioscoopfilm uit 2004, waarin Plankton met behulp van een gestolen krabburgers-recept de wereldhegemonie wil veroveren, was een wereldwijd succes.

Hillenburg (1961) studeerde onderwaterbiologie aan het Orange County Marine Institute in Californië. Daarna gaf hij er les en stelde tentoonstellingen samen. ‘Ik ben altijd geïnteresseerd geweest in kunst. Tijdens mijn studie schilderde ik al. Neo-expressionistisch werk, geen cartoons.’

Begin jaren negentig besloot hij een kunstopleiding te volgen; hij maakte de drie minuten durende cartoon The Green Baret en Wormholes, een poëtische animatiefilm over de relativiteitstheorie (die in 1992 al werd vertoond op het animatiefestival en nu ook weer te zien is). Vervolgens ging hij aan de slag bij het cartoonnetwork Nickelodeon, waar hij Rocko’s Modern Life regisseerde. Toen wist Hillenburg het zeker: hij wilde zijn eigen tekenfilmserie maken. De serie zou zich afspelen in de onderwaterwereld. De personages kende hij al: toen hij aan het oceaaninstituut doceerde had hij al eens een lesboek gemaakt met getekende onderwaterbeesten.

Als andere inspiratiebronnen noemt Hillenburg The Killing of an Egg (Ei om zeep; 1977) van de Nederlander Paul Driessen (‘Die zag ik toen ik klein was. Ik vond het prachtig, maar ik dacht dat ik dat nooit zou kunnen’) en de onderwaterfilms van Jacques Cousteau. ‘Door zijn films ben ik van de zee gaan houden. Ik heb vroeger veel gedoken, nu snorkel en surf ik nog, en ik wandel op het strand en kijk wat er allemaal aanspoelt. Mijn rode mutsje is een hommage aan Cousteau. Hij heeft diepe indruk op mij gemaakt toen ik klein was.’

Na zestig afleveringen SpongeBob (‘ik deed een beetje van alles’) en de speelfilm vond Hillenburg het genoeg. Hij gaf Paul Tibbett promotie en deed zelf een stapje terug. Hij heeft nu tijd om over iets nieuws na te denken (‘een stuk experimenteler’) en hij schildert weer. Met SpongeBob bemoeit hij zich niet meer iedere dag. ‘SpongeBob is van Nickelodeon. Je verkoopt je idee, en krijgt vervolgens geld om de shows te maken. Mijn invloed is beperkt, al helemaal op de merchandising. Als ik echt tegen iets ben, probeer ik het te voorkomen. SpongeBob-vissticks, dat leek me niet zo’n goed idee. Als mariene bioloog vond ik dat dat niet samenging: een onderwater-stripfiguur die vissticks aan de man brengt.’

The SpongeBob SquarePants Movie van Stephen Hillenburg. Zondag 18 maart, 15.35 uur, Nickelodeon.

17

03 2012