Archive for the ‘Videokunst’Category

Galerie – Beeldende kunst in Amsterdam

Eelco Brand, BRAND animaties & prints + object. T/m 18/5 in Torch Gallery, Lauriergracht 94.

Een boom met vers-groene bladeren. Aan de horizon een bos; de lucht erboven zomers blauw, met hier en daar een wolk. De boom zachtjes heen en weer te deinen, als een eenzame man op de dansvloer. Het deinen verandert in vervaarlijk zwiepen, van links naar rechts en terug – blaadjes dwarrelen naar beneden.

Als het zwiepen weer is gestopt, wordt de stam door een onzichtbare hand om zijn as gedraaid, als een vaatdoekje dat wordt uitgeknepen. Steeds strakker. Als alle rek eruit is, laat de onzichtbare hand los en schiet de boom razendsnel terug in zijn beginpositie. En begint het spektakel weer van voor af aan.

1. Movi heet het filmpje dat in Torch Gallery door een prettig ratelende 35mm-projector op de muur wordt getoverd. Het is een bedrieglijk filmpje, want niets is wat het lijkt. Niets is echt, niets is natuurlijk. Niet alleen de onnatuurlijke bewegingen zijn digitaal gefabriceerd, álles is door Eelco Brand in de computer gemaakt. From scratch. De stam, de bladeren, het gras, de wolken, de lucht, het zonlicht en de schaduwen; ieder detail is met de hand gemaakt.

Eelco Brand (1969) is opgeleid als schilder, maar sinds het einde van de vorige eeuw werkt hij op de computer met 3D-programma’s. De schilder werd ‘image engineer’, met 3D-modelling software als substituut van de kwast en pixels in plaats van verf. Met video art als eindproduct; een bouwwerk met de muis.

Dat het niet ‘echt’ bestaat; dat het geen massa heeft, is het wezenskenmerk van Brands oeuvre. Alles is illusie. En levensecht tegelijk. Zoals een droom ons volkomen realistisch voor kan komen.

Om de ambachtelijkheid te onderstrepen zette Brand zijn technisch perfecte, digitale bomenfilmpje over op 35mm, het materiaal dat door de razendsnelle digitalisering zijn langste tijd gehad lijkt te hebben. Hoe zuinig de galerist er ook op is (de projector gaat alleen aan als een bezoeker de galerie binnenkomt), het celluloid zit al onder de krassen en spikkels. Maar die onvolkomenheden vergroten de geloofwaardigheid.

Behalve de 35mm-film zijn in Torch lichtbakken te zien met gemanipuleerde natuur: onnatuurlijke vormen stuiteren door het bos, vreemde vruchten versmelten tot vlezige zakjes, bes-achtige bolletjes worden tot glas geblazen, wonderlijke bloemen gaan open en weer dicht – allemaal in eindeloze cycli.

Op het werk BL.Movi worden twee felblauwe, metaalachtige bollen als twee enorme waterdruppels tot elkaar aangetrokken. Eventjes gaan ze in elkaar op, dan laten ze elkaar weer los. Keer op keer.

Brand heeft de felblauwe ‘hoofdrolspelers’ gematerialiseerd. Meermaals zelfs: de met de computer ontworpen sculpturen liggen op de vloer voor het videoscherm te glanzen. En binnenkort komen ze op groot formaat tussen de wolkenkrabbers te liggen op een stadsplein in de Zuid-Koreaanse stad Sangdo.

07

05 2013

Kunstbeurs voor en door jonge kunstenaars

“Waarin Unfair zich onderscheid van andere kunstbeurzen?” De organisatoren Adam Nillissen, Boris de Beijer en Peter van der Es kijken elkaar even aan, en formuleren dan samen een antwoord, een beetje als Kwik, Kwek en Kwak. Van der Es: “Het is een overzicht van een jonge generatie kunstenaars, die niet langer dan vijf jaar geleden zijn afgestudeerd.” Nillissen: “De beurs is voor een belangrijk deel gefinancierd met crowd funding, waarvoor alle geselecteerde kunstenaars hun eigen netwerk hebben aangesproken.” “Alle kunstenaars helpen ook mee met de fysieke opbouw van de beurs: de muurtjes optrekken, schuren, verven, timmeren…,” vult De Beijer aan.

Daags voor de opening van Unfair zijn tientallen jonge kunstenaars in de enorme Bagagehal van Loods 6 aan de KNSM-eiland in de weer met witrollers en elektrische schroevendraaiers. Ook de organisatoren doen mee. Hun werk maakt dan ook deel uit van de kunstbeurs. De Beijer (27), anderhalf jaar geleden afgestudeerd aan de Rietveld, presenteert ruimtelijk werk; Van der Es (27), in 2010 afgestudeerd aan de ArtEZ hogeschool voor de kunsten, komt met nieuwe videowerken; en Nillissen (29), eveneens in 2010 afgestudeerd aan ArtEZ, toont een 5-scherms video-installatie en tekeningen.

Naast hun eigen werk selecteerden de drie, in samenspraak met het kunstblad Mister Motley, werk van 27 collega-kunstenaars, onder wie Joost Krijnen, Willem Popelier, Anne Forest en Jan Hoek. Van der Es: “Je wilt niet alleen jezelf in een expo’tje neerzetten… we willen een hele generatie laten zien. We zitten allemaal in hetzelfde schuitje. Er is de afgelopen jaren veel veranderd voor net afgestudeerde kunstenaars; subsidie is veel minder vanzelfsprekend geworden, er is veel ondersteuning weggevallen, en dat zal op de korte termijn niet beter worden.”

Op Unfair wordt ‘een mix van alles’ gepresenteerd, van installaties en schilderkunst tot foto’s en videowerken. Nillissen: “We hebben niets willen uitsluiten. Het is een doorsnede, een overzicht van de eerste vijf jaar na zoveel mogelijk verschillende kunstacademies.” Van der Es: “Wel hebben we de deelnemende kunstenaars gevraagd om nieuw werk te maken of om werk af te ronden of werk op een nieuwe manier te presenteren. We willen vooruitkijken, en niet zoals veel andere beurzen bekend werk tonen of werk dat al in een galerie te zien is geweest.”

De Beijer: “Er zijn wel kunstenaars bij die al een galerie hebben. Maar dat is geen probleem; wij concurreren niet met de galeries. Wij ontvangen geen percentage van de verkoopprijs en vragen ook geen geld voor de standhuur. De opbrengst gaat in zijn geheel naar de kunstenaars.”

Van der Es: “Het economische aspect is heel belangrijk. De beurs is mogelijk door allerhande samenwerkingsverbanden; een daarvan is met het veilinghuis Christie’s. Daarmee hopen we het beurspubliek óók binnen te krijgen.” Nillissen: “Daarnaast komt Christie’s veilingmeester Benthe Tupker donderdagmiddag de beurs openen.” Van der Es: “Dat vinden wij wel mooi; dat iemand van zo’n commercieel bedrijf dat doet.”

Nog voor de opening is de beurs voor de organisatoren al geslaagd, door de contacten die er zijn gelegd tussen de kunstenaars en door de energie die die contacten hebben opgeleverd. Nillissen: “Maar je gaat de lat vanzelf hoger leggen. Nu richten we ons op zo hoog mogelijke bezoekersaantallen. En als dat gelukt is op een zo groot mogelijke verkoop.”

Over de vraag wat zo hoog mogelijk is, hoeft Nillissen niet lang na te denken. “Hoeveel bezoekers had Unseen? 22 duizend? Dan gaan wij voor de helft: 10 duizend, dat zou leuk zijn.” De Beijer: “Als je deze vraag een paar maanden geleden had gesteld, was het een stuk lager geweest. Maar door alle samenwerkingsverbanden hebben we inmiddels een enorm draagvlak gecreëerd. Het wordt echt iets.”

Unfair Amsterdam. 14 t/m 17/3 in Loods 6, KNSM-laan 143.

15

03 2013

Bewegend beeld is booming op Rotterdamse beurs

Waar Art Amsterdam vorig jaar aan ruzie ten onder ging, dijt Art Rotterdam almaar uit. Er zijn weer veel Amsterdamse galeries present, ook op Projections, de jongste kunstbeurs.

Het rode doek van het verlaten, Art Deco-achtige theatertje gaat open. De melancholische muziek zet in, achter de bühne verschijnt een aquarel van een vliegveld. Een groepje stewardessen komt links het beeld in wandelen. Ze kwebbelen onhoorbaar, dan verdwijnen ze weer aan de rechter kant van het beeld. De achtergrond verandert, kindertjes lopen van links naar rechts, een jogger met zijn hond, gevolgd door een peloton wielrenners.

Zo gaat het maar door in Parade, de nieuwste videoproductie van de Vlaming Hans Op de Beeck. Het ene tableau vivant volgt op het andere, in een schijnbaar oneindige sliert. Een uitbundige groep majorettes wordt gevolgd door een stemmige begrafenisstoet; het leven door de dood, zou je ook kunnen zeggen. Tot slot gaat het doek weer dicht.

Het gestileerde Parade beleeft zijn Nederlandse première op Projections, het jongste onderdeel van de steeds verder uitdijende Art Rotterdam Week. Er is een beurs in de Cruise Terminal op de Wilhelminapier, voor de veertiende keer alweer, waarop, aldus de organisatie, de ‘volledige top van de Nederlandse galeries aanwezig is, niemand uitgezonderd’. Op Katendrecht, aan de andere kant van de Rijnhaven, vindt in pakhuis Santos tegelijkertijd de alternatieve beurs RAW plaats (‘een vernieuwende beurs ervaring’). Even verderop in de Fenixloods, waar vorig jaar de eerste editie van RAW plaatsvond, is nu de nóg alternatievere beurs Art at the Warehouse.

En dat is nog niet alles. In het Nederlands Architectuurinstituut is de designbeurs OBJECT, in bioscoop LantarenVenster is een presentatie van 35 jonge kunstenaars die in 2011 een startstipendium van het Mondriaan Fonds hebben ontvangen. Aan de Blaak is Re:Rotterdam, nog maar een kunstbeurs. Ook zijn er site fairs, open ateliers, pop-up shows, performances en feestjes. Kortom, Rotterdam bruist.

Maar ‘the place to be’, dat is dus de videobeurs Projections, aldus Art Rotterdam-directeur Fons Hof. ‘Bewegend beeld is booming. Videokunst maakt een steeds belangrijker onderdeel uit van de kunstenaarspraktijk en de tentoonstellingen in musea en internationale biënnales. Wij bieden echter geen benauwde hokjes, maar de mogelijkheid vrij rond te lopen, in direct contact met de galeriehouder. Onderscheidend en uniek in de wereld!’

In het voormalige pakhuis Las Palmas – de locatie is markant; begin van deze eeuw had hier het Filmmuseum moeten verrijzen – presenteren 19 gerenommeerde galeries, waarvan een groot aantal uit Amsterdam, hun videokunst. Op metersgrote schermen, van kunstzinnige dansfilms en abstracte computeranimaties tot ondoorgrondelijke, op 16mm geschoten beeldenbrijen en korte dramaproducties.

De projecties van de Duitse Sophia Pompéry laten een rimpeling verschijnen op het wateroppervlak van een halfvolle badkuip; in het Zweedse dramafilmpje Family Dinner, dat later dit jaar ook te zien zal zijn op het filmfestival van Cannes, zit een jonge vrouw in een bad opwindende tekstberichten te sturen naar haar minnaar, terwijl haar man en dochtertje in de designkeuken het avondmaal bereiden.

De Israëlische Keren Cytter presenteert een aantal ironische, soapy afleveringen uit haar serie Vengeance; de Duitse Josephine Meckseper maakte een fraaie zwart-witremix van gelikte, hightech autocommercials, op de pompende beat van NON’s Total war. 6 minuten duurt het duizelingwekkende filmpje; het is op Art Rotterdam Projections te koop voor 22.000 euro.

Art Rotterdam duurt t/m 10/2.


ANDAZ HOTEL
Het Andaz Hotel aan de Prinsengracht, dat in de lobby, het restaurant en de gangen film- en videokunst vertoont, is een van de sponsors van Art Rotterdam. Het hotel heeft een vakjury twee aankopen laten doen. De ontroerende, zwart-wit ‘dubbelprojectie’ Defect in Vision van de Japanse videokunstenaar Meiro Koizumi wordt geschonken aan het Stedelijk Museum en De Hallen Haarlem. Vengeance, the complete Episodes 1-7 van Keren Cytter wordt opgenomen in de eigen The Mind’s Eye-collectie, een samenwerking tussen hoteleigenaar Paul Geertman en vormgever Marcel Wanders waarin al werken zijn opgenomen van Pipilotti Rist, Marc Bijl, Yael Bartana, Erwin Olaf en Ryan Gander.

ALFREDO JAAR
Het entreebewijs van Art Rotterdam biedt tevens toegang tot de meesterlijke installatie The Sound of Silence van de Chileen Alfredo Jaar in het Nederlands Fotomuseum, pal tegenover de Cruise Terminal. In een aantal korte zinnetjes – witte schrijfmachineletters tegen een zwarte achtergrond – vertelt Jaar het dramatische levensverhaal van de Zuid-Afrikaanse fotograaf Kevin Carter, die in 1993 tijdens een hongersnood in Sudan een foto maakte van een hongerend kind, met een gier op de achtergrond. De omstreden foto verschijnt maar een paar tellen in beeld, maar laat een verpletterende indruk achter.

09

02 2013

Galerie – Beeldende kunst in Amsterdam

Chasing Rainbows. T/m 23/2 in Annet Gelink Gallery, Laurierstraat 187.

Ter gelegenheid van het verschijnen van een omvangrijk overzichtswerk van de Schotse kunstenares Anya Gallaccio organiseert haar vaste galerie Annet Gelink de groepstentoonstelling Chasing Rainbows. De titel is ontleend aan een werk van Gallaccio uit 1998: een regenboog gemaakt van licht en fijne glasdeeltjes, die voortdurend bleef veranderen of zelfs uit het gezichtsveld verdween, afhankelijk van de positie van de beschouwer.

Hier draait het dus om ongrijpbaarheid en vergankelijkheid, wat ook direct duidelijk wordt door het prachtige, poëtische werk Head over heals (Barcelona). Dat bestaat uit 365 oranje Gerbera’s, die aan elkaar zijn geregen als een madeliefjesketting, die door Gallaccio vervolgens met engelengeduld in de galerie is geïnstalleerd. Als een breekbaar web slingert de bloemenketting van het plafond naar de vloer, waarop al wat uitgedroogde Gerberablaadjes zijn neergedwarreld.

Al even fragiel zijn de andere werken die Gallaccio tijdens de opening maakte: grote vellen papier, die zijn aangetast door sneeuw en vuur. Ernaast ligt het massief-marmeren sculptuur Landart van de Griek Antonis Pittas. Het is een replica van een traptrede van het Syntagmaplein in Athene, dat de laatste maanden zo vaak het decor was van massale demonstraties tegen Europa.

Op de balk schreef Gallaccio met grafiet ‘implementation’, een verwijzing naar een toespraak van Christine Lagarde, hoofd van het Internationaal Monetair Fonds, die Griekenland aan zijn verplichtingen tegenover de internationale gemeenschap herinnerde door keer op keer het woord ‘implementation’ te herhalen.

Landart ligt er onbeweeglijk bij, als een enorme stormram achter de voordeur, en toch is het ook vluchtig van aard: tijdens de expositie heeft Pittas de tekst verwijderd, een dag later heeft hij weer een nieuwe zinsnede aangebracht.

Chasing Rainbows wordt gecompleteerd met twee werken van de Nederlandse Sarah van Sonsbeeck, waarin begrippen als tijd, transformatie en ruimte eveneens een belangrijke rol spelen. Beneden hangt het fraaie Silence is Golden but this is No Silence, een soort kunstzon gemaakt van bladgoud. En bij de voordeur staat de lichtinstallatie Moment of Bliss (2011). De bezoeker kan er de gelukzalige momenten van een zonsopkomst en een zonsondergang ervaren in een stief kwartiertje – zeg maar de lengte van het galeriebezoek.

Sagi Groner, The Psychonaut. T/m 10/2 in W139, Warmoesstraat 139.

Als jachttrofeeën hangen ze aan de muren van de speciaal opgetrokken witte ruimte in W139, de maskers van de Israëlisch-Nederlandse kunstenaar Sagi Groner. Ze zijn gevormd naar zijn eigen gezicht, maar met een twist: als een soort Medusa, met twee verschillende expressies of met een gigantische schotel in zijn onderlip.

Nog eigenaardiger zijn de beeldjes op witte sokkels: hetzelfde extreem lenige mannetje dat als een breakdancer balanceert op een been, met een koffer op zijn rechte rug. Of met zijn oor tegen de grond en een zandloper op zijn knie.

De inspiratie voor zijn zelfportretten deed Groner op tijdens een jaar durende reis door China en Binnen-Mongolië; tezamen vormen ze een visuele verhandeling van het begrip Zelf. “Zijn versleutelde uitbeelding van zowel het persoonlijke als het archetypische overdenkt het symbolische en psychologische, waar bewustzijn raakt met cult en cultuur in de vorming van het idee van een Zelf.”

Ook zonder die wetenschap zijn de maskers en beelden mooi en verfijnd, intrigerend en buitengewoon grappig.

Tinkebell, Girls Rule the World. T/m 16/2 in Torch Gallery, Lauriergracht 94.

Het had een solotentoonstelling moeten worden, maar anderhalve maand voor de opening bedacht kunstenaar Tinkebell (een pseudoniem van Katinka Simonse, Goes 1979) zich, en nodigde ze vijf vrouwelijke, nog tamelijk onbekende collega’s uit hun beste werk te tonen in de groepstentoonstelling Girls Rule the World.
Het gaat om Chantal Rens, Katharina D. Martin, Ashley Zelinsky, Josine Beugels en Suzan Kolen, volgens Tinkebell stuk voor stuk ‘anti-feministen’ en ‘het kwadraat van girl power’. In Torch presenteren zij schilderijen en video’s, collages, opgezette beesten en krantenknipsels (over Tanja Niemeijer en het ceremonieel staatshoofd van Canada dat een rauw zeehondenhartje at).

Maar het meest in het oog springen toch de talrijke borduursels. Suzan Kolen maakte fraaie, humorrijke wandkleden; uit Tinkebells eigen ‘For your pleasure’-reeks zijn talrijke van het internet geplukte foto’s te zien van jonge, naakte meisjes, ‘aangekleed’ met geborduurde bloemen en vogeltjes.

07

02 2013

Galerie – Beeldende kunst in Amsterdam

Collector’s Choice. Met werk van Julika Rudelius, Martha Colburn, Lucas Michael, Pablo Pijnappel en Germaine Kruip. T/m 17/2 in Nieuw Dakota, Ms. van Riemsdijkweg 41b.

‘Ik dacht niet zo van: ik ga haar neuken vanavond, maar dat kan gewoon gebeuren (…) Zij heb absolute aanleiding gegeven.’ In de video Train van de Duitse Julika Rudelius (1968) praten vier jongens in de nachttrein ongegeneerd over wijven, sletten, vriendinnen, meisjes waar je respect voor hebt en lieve meisjes. Ze worden gefilmd vanuit een ander compartiment, tussen de donkerrode hoofdsteun en de rugleuningen door, waardoor ze grotendeels buiten beeld blijven. Het intrigerende, geënsceneerde maar levensechte filmpje stamt uit 2001; er mag nog gewoon gerookt worden.

Train maakt deel uit van de expositie Collector’s Choice, samengesteld uit de privécollectie van de Amsterdamse kunstverzamelaar Frits Bergsma. Er zijn diapresentaties van Germaine Kruip (A shadow cloud, at the still point of the turning world) en Pablo Pijnappel (Fontenay-aux-Roses, met oude zwart-wit foto’s van Pijnappels geboortestad Parijs en een melancholieke commentaarstem die verhaalt over personen en gebeurtenissen uit zijn jeugd).

Op een monitor is Secrets of Mexuality te zien, een razende, associatieve collageanimatie van de Canadees-Nederlandse Martha Colburn; op een witte wand wordt Kiss van de Argentijn Lucas Michael geprojecteerd, een gestileerd commentaar op de Hollywoodkus.

Volgens Nieuw Dakota gaan de werken, die voor het eerst gezamenlijk worden getoond, binnen de context van een tentoonstelling ‘een ook voor de verzamelaar onverwachte relatie met elkaar aan’. Dat valt wel mee. De werken zijn stuk voor stuk de moeite waard, maar alleen het geluid mengt en nog hinderlijk ook.

Sabrina van den Heuvel, How Soon is Now? T/m 2/3 in Eduard Planting Gallery | Fine Art Photographs, Eerste Bloemdwarsstraat 2 L.

Bij de start van de Amsterdam Fashion Week zijn in Eduard Planting Gallery de rauwe zwart-witfoto’s te zien die Sabrina van den Heuvel maakte met de modeontwerpers Bas Kosters, Mart Visser en Iris van Herpen.

Van den Heuvel (1986) studeerde aan de Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten in Den Haag; haar inspiratiebronnen lopen uiteen van Herman Brood en The Smiths tot de Russische danser Vaslav Nijinsky en de Franse dichters Paul Verlaine en Arthur Rimbaud. En van CocoRosie tot rocker-dichter-schrijver Peter Doherty, van wie ook een aantal grofkorrelige portretten te zien zijn.

Ook de foto’s die Van den Heuvel maakte van weelderig uitgedoste modellen ogen wild, maar zijn zorgvuldig en spannend gekadreerd. Het duistere, contrastrijke zwart-wit maakt dat er veel nadruk op de textuur komt te liggen. Sommige fashionfoto’s zijn überromantisch, andere ruig, maar geen enkele is gelikt: de catwalk is ver weg, glamour is ook ver te zoeken.

25

01 2013

Galerie – Beeldende Kunst in Amsterdam – Top-5 2012

1. Marlene Dumas, A Happy End Dulls the Viewer (Galerie Paul Andriesse)
Eind oktober ontving Marlene Dumas de Johannes Vermeer Prijs 2012 voor haar indrukwekkende oeuvre. Ter gelegenheid van de bekroning richtte haar vaste galerie Paul Andriesse een expositie in met betoverend mooie tekeningen, schetsen, etsen, aquarellen en schilderijen (de meeste afkomstig uit particuliere collecties, dus niet te koop). Een uitkomst voor wie niet kon wachten op de overzichtstentoonstelling die in het najaar van 2014 gepland staat in het Stedelijk Museum. En ook nog gratis en voor niets.

2. Drie films van Nicolas Provost (Muziekgebouw aan ’t IJ)
Als opmaat naar de bioscooprelease van The Invader vertoonde het Muziekgebouw aan ’t IJ in samenwerking met het helaas verdwenen NIMk drie kortfilms van de Vlaamse videokunstenaar Nicolas Provost: het met een Tiger Award bekroonde Stardust, het minstens zo intrigerende en suggestieve Plot Point en het hypnotiserende Storyteller. The Invader was overigens ook zeer de moeite waard, alleen al vanwege de geniale, aan de Italiaanse meester Michelangelo Antonioni én Gustave Courbets vermaarde schilderij L’origine du monde refererende openingsscène.


3. Erik van Lieshout, Janus (Annet Gelink Gallery)
Film annex installatie annex egodocument over kunst en het echte leven; Rembrandt en De Stijl; subsidies en bezuinigingen; leven, een bacterie in het Rotterdamse Maasstad Ziekenhuis en dood.

4. Charles Avery, New Works from The Islanders Project (Concerning The Qoro-Qoros, The Jadindagadendar and The Eternal Diale) (Grimm Gallery)
De wonderlijke wereld van de Schotse kunstenaar Charles Avery tot leven gebracht in de twee vestigingen van Grimm Gallery. Middels uiterst gedetailleerde schetstekeningen, installaties, affiches, filmpjes, sculpturen en objecten. Schijn en realiteit, mythes en feiten gaan naadloos in elkaar over.

5. Wat tot slot ook niet onvermeld mag blijven, is de lang verwachte heropening van het Stedelijk Museum, de geweldige nieuwe ‘photo fair with a flair’ Unseen op het Westergasfabriekterrein en de opening van Eye, het nieuwe filmmuseum aan het IJ. Alles wat tot nu toe in de gigantische tentoonstellingsruimte (1.200 vierkante meter!) te zien is geweest, was een bezoek meer dan waard – van Found footage: Cinema exposed tot Oskar Fischingers experimenten in cinematografische abstracties.

04

01 2013

Tocht door het hoofd van een getormenteerde ziel

Op de poster van de lang verwachte Mike Kelley-expositie van het Stedelijk Museum staat een knuffel. Het is niet voor niets, de Amerikaanse kunstenaar werd bekend door zijn samengebonden knuffelseen uitdrukking van zijn ongelukkige jeugd.

Figure II (Hair) heet de knuffeltekening. Als je niet goed kijkt, lijkt het een vrolijk ding, met zwarte piekharen van wollendraden en een olijke, ronde mond. Maar als je er met andere ogen naar kijkt, zie je dat Figure II ook wel wat weg heeft van een anatomisch-correcte pop, die gebruikt wordt bij onderzoek naar seksueel misbruik. Heel vrolijk is-ie sowieso niet: de ogen zijn dichtgeknepen en uitgelopen, alsof het levenloze ding heeft gehuild. Of zijn eigenaar het al te lang tegen zijn betraande gezicht heeft gedrukt.

Mike Kelley is de eerste grote solotentoonstelling in het heropende Stedelijk. De expositie staat al gepland sinds december 2009 en komt nog uit de koker van de eertijdse directeur Gijs van Tuyl. Zijn tentoonstellingsconcept werd zo goed bevonden dat het Stedelijk 450.000 euro kreeg van de Turing Foundation, om kunst naar Nederland te halen die normaal alleen in het buitenland te zien is.

Omdat de verbouwing van het museum sindsdien keer op keer vertraging opliep, werd de expositie drie keer uitgesteld. Maar hij was dan weer niet op tijd klaar voor de grote opening, omdat die – volgens de museumleiding – een paar maanden eerder viel dan kon worden voorzien toen er afspraken moesten worden gemaakt met de internationale musea waarmee wordt samengewerkt (de expositie reist door naar het Center Pompidou in Parijs, MoMA PS1 in New York en het Museum of Contemporary Art in Los Angeles, de vorige werkgever van Stedelijk-directeur Ann Goldstein).

Nóg ingrijpender dan de verbouwvertragingsperikelen was de zelfgekozen dood van de Amerikaanse kunstenaar, popmuzikant en zelfbevlekker; Kelley werd 31 januari 2012 dood aangetroffen in zijn woning in South Pasadena bij Los Angeles. Hij werd slechts 57 jaar. Van een overzicht van het werk van een vooraanstaande levende kunstenaar veranderde de Kelley-expositie in een terugblik die recht moet doen aan een voltooid oeuvre.

De titel werd veranderd van Themes and Variations from 35 years in MIKE KELLEY. Eva Meijer-Hermann, die eerder verantwoordelijk was voor de schitterende Andy Warhol-tentoonstelling in het Stedelijk Museum CS, werd bedankt voor haar diensten en de expositie werd naar de inzichten van Goldstein zelf ingericht.

Bijna 200 werken zijn er te zien in de nieuwbouw. In ieder denkbaar medium – van schilderijen, tekeningen en foto’s, video’s en installaties, tot performances, muziek en geluidswerken, beeldhouwwerken en textielwerken. Zó divers is het werk dat het wel een groepstentoonstelling lijkt. Zelfs het zaaltje met Kelley’s vroegste kunstacademiewerk is een tombola. Daar wordt al wel direct duidelijk dat Kelley bepaald geen vrolijke Frans was.

Slachtofferschap, perversiteit, klassenverhoudingen en psychologische repressie zijn de belangrijkste thema’s in zijn werk. En toch is het niet wrang en duister – in ieder geval niet alléén. Het is ook fantasierijk, kleurrijk en vrolijk. En kinderachtig soms; Kelley lijkt geobsedeerd door poep.

Er hangen oude wandkleden gemaakt van tientallen zachte knuffelbeesten, nieuwe panelen die bestaan uit duizenden ‘bling-bling’ sierraden, en bedrukte zijden shawls die eind jaren ’80 zijn gebruikt in een namaakmodeshow op muziek van Motörhead. Zijn subversieve anti-highschoolmusical Day is Done is te zien, er staan houten martelwerktuigen en driedimensionale schaalmodellen van de fictieve hoofdstad van krypton, de thuisplaneet van superheld Superman. Een wandeling door de tentoonstelling is een tocht door het hoofd van een getormenteerde ziel.

Een van de meest indrukwekkende werken is de installatie Pay for your Pleasure uit 1988, die eind 2001 al eens in het Stedelijk te zien was in de expositie Eye Infection. Het bestaat uit 42 levensgrote portretten van politici, filosofen, dichters, schrijvers en kunstenaars – van Goethe, Plato en De Sade tot Bakoenin, Dostojevski en Sartre. Ze gaan vergezeld van uitspraken over creativiteit en criminaliteit: ‘Ik vind dat het element van de destructie te vaak wordt genegeerd in de kunst’, staat er bij het portret van Mondriaan.

De portretten in alle kleuren van de regenboog hangen aan weerszijden van een lange gang, die uitloopt op een zuil waaraan een al even kleurrijk, nogal kinderlijk schilderij hangt. Het is in 2001 gemaakt door Jan-Willem van E., die destijds al 28 jaar gevangen zat, in opdracht van Kelley. Overal waar Pay for your Pleasure werd tentoongesteld, moest de installatie worden uitgebreid met een kunstwerk van een beruchte moordenaar of gewelddadige misdadiger uit de omgeving, plus een collectebus om geld in te zamelen voor lokale groeperingen die opkomen voor de rechten van de slachtoffers.

Zo wil Pay for your Pleasure veresthetiseerd wangedrag en kwaad laten botsen met de vaak schuldige of ongemakkelijke reactie van het publiek op kunst die is gemaakt door een afschuwelijke misdadiger. Het werkje van Van E. kan echter ook gemakkelijk voor een echte Mike Kelley worden gehouden. Terwijl die door het Stedelijk toch consequent-ronkend ‘één van de meest invloedrijke kunstenaars van onze tijd’ wordt genoemd.

MIKE KELLEY. T/m 1/4/2013 in het Stedelijk Museum, Museumplein 10. De catalogus is niet eerder beschikbaar dan begin februari. (foto’s G.J. van Rooij)

18

12 2012

Galerie – Beeldende kunst in Amsterdam

The Future That Was. T/m 30/12 in Smart Project Space, Arie Biemondstraat 101-111.

Welke rol spelen geloof, geluk en het lot in onze ervaring van tijd en ruimte? Beeldend kunstenaar Gabriel Lester (Amsterdam 1972) onderzoekt het in de tentoonstelling The Future That Was in Smart Project Space in West. Lester is niet alleen curator, hij paste ook eigenhandig de ‘scenografie’ aan van de expositieruimte in het voormalig pathologisch-anatomisch laboratorium, zodat de werken optimaal tot hun recht komen.

Lester verzamelde beelden, installaties, foto’s, 16 mm-films en video’s van twintig kunstenaars, onder wie Barbara Visser, de Vlaming Freek Wambacq en industrieel ontwerper Hella Jongerius. Van laatstgenoemde koos Lester het werk Daylight, een serie gekleurde handgeboetseerde bollen, die zich op elk moment van de dag weer anders aan de bezoeker manifesteren. Erboven bevestigde hij een ronde lichtbron, als een soort aureool.

Het zijn waarschijnlijk de werken van Lester zelf die het concept van deze expositie zonder begin of einde het beste illustreren. Zo wordt het spanningsveld tussen een lineaire opvatting van tijd en een cyclische notie fraai geïllustreerd met de videoserie Gridlock. Daarvoor reisde Lester af naar een aantal wereldsteden (waaronder Amsterdam), waar hij zijn camera bevestigde op het dashboard van een taxi die eindeloos hetzelfde rondje blijft rijden.

Atelier Ger Lataster. Op afspraak te bezichtigen.

Het voormalige atelier van schilder Ger Lataster (1920-2012), gelegen in het Westelijk Havengebied tussen de garagebedrijven en opslagloodsen, is in opdracht van zijn zoon Daniel verbouwd tot expositieruimte. Een enorme expositieruimte, met wisselende exposities, die op afspraak kunnen worden bezichtigd.

Op de eerste expositie zijn 28 werken te zien van de Amsterdamse Limburger. Het zijn abstract-expressionistische doeken waar houtskool, spuitbussen, verf en spatels aan te pas zijn gekomen, met veel kleur en opvallende, grove halen. De oudste is uit 1977, de meest recente uit 2012 – Lataster is tot kort voor zijn dood blijven schilderen. Sommige op bescheiden formaat, de meeste enorm groot.

Hoe langer je kijkt, hoe meer erop te herkennen valt. En als je het niet direct ziet, bieden de titels veelal uitkomst, zoals bij De haren van de vrouwen, de brillen van de dichters, de schoenen van de arbeiders en de as van allemaal II uit 1987. Het enorme vierluik, dat jaren opgerold in zijn woning in Sloterdijk heeft gelegen, is Latasters indringende verbeelding van de holocaust.

WG OK – van WG naar AMC. T/m 16/12 in De Wachtkamer/Punt WG, Marius van Bouwdijk Bastiaansestraat 15.

Omdat het dertig jaar geleden is dat het Binnengasthuis en het Wilhelmina Gasthuis werden ontmanteld, organiseert WG Kunst de manifestatie WG OK – van WG naar AMC, waarin kunst, wetenschap en geschiedenis samenkomen – op een theatrale manier.

In de voormalige vrouwenkliniek van het Wilhelmina Gasthuis is een wachtkamer ingericht, waarin spullen uit het AMC – injectiespuiten, kommen, handdoeken – zijn gecombineerd met kunstwerken van Teja van Hoften waarin het draait om het lichamelijke. Er wordt koffie en thee geserveerd, en in een hoek staan computers waarmee bezoekers hun herinneringen aan het Wilhelmina Gasthuis kunnen opschrijven. Oudere bezoekers kunnen hun herinneringen ook laten optekenen.

De herinneringen krijgen nummers, die in een fraai-fragiele plattegrond worden gezet die Jeroen Kee en H.F. van Steensel op een van de muren van de wachtkamer hebben gefröbeld met wollen draadjes, touwtjes en garen in alle kleuren van de regenboog.

Van de voordeur van de wachtkamer lopen ‘ziekenhuislijnen’ naar een pleintje waarin grote objecten liggen van Pauline Wiertz, en naar WG Kunst, waar de expositie verder gaat. De twee panden worden ook verbonden door een werk van Jelle Kampen, met verwijzingen naar wat zich binnen de muren van het ziekenhuis heeft afgespeeld (een aesculaap, DNA-achtige vormen).

In de expositieruimte van WG Kunst – de voormalige afdeling Interne Geneeskunde – krijgen bezoekers een witte doktersjas, en begint het theatrale deel van de manifestatie. Via een gangetje met kiezels en zand op de grond, beland je in de operatiekamer. De vloer is bezaaid met herfstbladeren, er staan potten met preparaten en authentieke instrumenten en accessoires. In een hoek staat een apparaat waarmee onderzoekster en kunstenares Jalila Essaïdi een kogelvrije huid kweekt, elders een operatietafel waarop het contour van een mannenlijf zichtbaar is. Achter de tafel hangen kwetsbare werken van Caren van Herwaarden; in de verte is een zachte ademhaling hoorbaar.

In deze dromerige sfeer maakt het idee van een anonieme operatiekamer langzaam plaats voor het besef dat het hier om mensen ging. Dat wordt nog eens onderschreven door de eerste foto’s en verhalen die door oud-patiënten en -personeel zijn achtergelaten in het levende archief.

Galerie – Beeldende kunst in Amsterdam

Niels Broszat, Gezant namens de Orde van Liturginium. T/m 20/10 in Galerie 244 Nieuw-West, Pieter Calandlaan 244-A.

Tijdens een bezoek aan het Utrechtse museum Catharijneconvent werd kunstenaar Niels Broszat gegrepen door de rijk gedecoreerde artefacten van het Katholicisme, waaronder een aantal zogenoemde kazuifels, mouwloze opperkleden die worden gedragen door priester als zij de mis opdragen. Broszat was onder de indruk van het vakmanschap; van de overgave en concentratie waarmee de ambachtslieden aan de kleden moeten hebben gewerkt.

Broszat (Mettingen DL, 1980) wilde met een zelfde overgave aan de slag, als vorm van protest tegen het snelle productie draaien dat de norm is geworden, ook in de kunstwereld. Hij kreeg toestemming om een dag in het Catharijneconvent te werken; met een tekenplank op schoot tekende hij een aantal kazuifels, die hij thuis tot in het kleinste detail verder uitwerkte.

De tekeningen, zestien in getal, zijn nu te zien in Galerie 244 Nieuw West, een galerie voor hedendaagse kunst die in het voorjaar is geopend aan de Pieter Calandlaan. Het zijn even priegelige als verbluffende werkjes. Hoe langer je kijkt, hoe meer je ziet; het monnikenwerk is niet voor niets geweest.

Als contrast met de gevoelige, intieme tekeningen maakte Broszat ook twee metersgrote stoffen kazuifels: ‘chasubles d’un géant’. De een, gemaakt met verf, is rauw, grof en deels onuitgewerkt. De ander, gemaakt met potlood in oneindig veel grijstinten, is gekmakend verfijnd. Vooral de streepjes met het hardste potlood moeten een hels karwei geweest zijn, temeer daar Broszat zichzelf maar mondjesmaat de vrijheid gaf om af te wijken van een patroon, van de eindeloze herhaling en symmetrie.

Ook fijn is een manshoge sculptuur van een heks, gemaakt van een fotostatief en een stuk brandweerslang, verweerd oud papier en bubbeltjesplastic, geborduurde stukjes stof en gevingerhaakte touwtjes. Kwiek en levendig staat ze voor het raam. Uitnodigend, alsof ze zeggen wil: kom binnen! Verruil voor een paar minuten het grauwe realisme voor dit parallelle universum.

Carolein Smit, Death and the Maiden. T/m 29/9 in Flatland, Lijnbaansgracht 314.

Flatland van Martin Rogge, een van de meest gerenommeerde galeries van Nederland met een ‘stal’ bestaande uit kunstenaars als Erwin Olaf, Ruud van Empel, Rob Hornstra en Danielle Kwaaitaal, heeft na Utrecht en Parijs sinds kort een derde vestiging in Amsterdam, aan de Lijnbaansgracht, in het pand waar tot de zomervakantie Vous etes ici nog zetelde. De eerste Amsterdamse expositie van Flatland is gewijd aan Carolein Smit.

Smit, opgeleid aan de St. Joost Academie in Breda, kreeg in 1993 een eervolle vermelding van de Prix de Rome in de categorie ‘tekenen’; een jaar later maakte ze de overstap naar keramiek. Sindsdien maakt ze wonderlijke beelden, van heiligen, mythologische figuren en vanitassymbolen; van kerkvorsten, lammetjes en wolven, schedels en skeletten. Ze zijn angstaanjagend en beeldschoon, sprookjesachtig en luguber, verfijnd en gelikt. Héél gelikt, vaak op de rand van kitsch, wat het verval op een vreemde manier aantrekkelijk maakt.

Koen Delaere, I Only Get Horny When Due Laughs. Cindy Jansen, With Love. T/m 20/10 in Gerhard Hofland, Bilderdijkstraat 165-C.

Het is een wonderlijke combinatie, de dubbelexpositie van Koen Delaere en Cindy Jansen in galerie Gerhard Hofland. Delaere maakt enorme, sfeerrijke schilderijen, waaruit een verleden als graffiti-artiest spreekt; doeken met dikke lagen verf en veel structuur, waar tot slot een laagje spray paint over is aangebracht, waardoor diepte verdwijnt en het lijkt alsof ze gesolariseerd zijn.

Van Jansen, die fotografie en video studeerde aan de ArtEZ Academie voor beeldende kunsten en naam maakte met een aantal expliciete kortfilms, zijn drie zeer uiteenlopende werken te zien. Ze maakte een fraaie, verstilde, driekwartier durende video van een open plek in een bos bij Belgrado. Als de avond valt, verdwijnen de mensen en verandert het bos langzaam van achtergrondlocatie in hoofdrolspeler. Daarnaast zijn er foto’s te zien. Van een verlaten, morsig bordeel in Istanbul met plakkerige, skaileren banken, viezige, rode tafelkleedjes, betegelde muren met bloempatronen en een schrootjesplafond. En van bezoekers aan een Hollandse SM-club, in close up: ruggen met striemen van zo dichtbij dat je nauwelijks meer ziet wat het is.

Verwarrend, maar ook prikkelend: Delaere doopte zijn show I Only Get Horny When Due Laughs, het werk van Jansen gaat onder de naam With Love.

21

09 2012

Galerie – Beeldende kunst in Amsterdam

Oh Crisis! #3 – leven voorbij de crisis. T/m 22/4 in Huize Frankendael, Middenweg 72.

In 2000 hees Fiona Tan zich in een tuigje waaraan een enorme tros vuurrode heliumballonnen was bevestigd en tartte ze voor even de zwaartekracht. Het was kort na de millenniumwisseling; Tan wilde een opbeurend, hoopvol werk maken.

Lift, zoals de fraaie zeefdruk heet waarop de maakster boven de boomtoppen van een Amsterdams stadspark hangt, is nu weer eens te zien op de expositie ‘Oh Crisis!’ in Huize Frankendael.

Daarin wordt de vraag gesteld of er alternatieven zijn voor onze economie en hoe onze samenleving verandert na de crisis?

Het antwoord wordt gegeven door twee vertegenwoordigers van een nieuwe generatie bestuurders: Karien van Gennip, directeur ING Private Banking & Investments, en Frank Elderson, directeur van De Nederlandsche Bank. Beiden kozen ook een aantal toepasselijke werken uit hun eigen bedrijfscollectie: Van Gennip onder meer een schilderij van de Duitse romanticus Sven Kroner, met een door zure regen en zwerfafval aangetast landschap (“Over rentmeesterschap gesproken”, zegt ze in een leuke video bij de expositie). Elderson koos een hypnotiserend doek van Ge-Karel van der Sterren en de zeefdruk van Tan. Ter illustratie van de durf van kunstenaars, die volgens Elderson broodnodig is om de huidige crisis te bezweren. “Veel kunstenaars zijn er goed in om op een originele wijze naar de werkelijkheid te kijken.”

Op de expositie zijn wervelende werken te zien van Tjebbe Beekman, Dennis Feddersen en Xi Guo, van schilderijen, tekeningen en foto’s tot 16mm-filmpjes en installaties. In een van de kamers van Huize Frankendael heeft Sarah van Sonsbeeck een zilverkleurig tentje opgezet. Een laatste bastionnetje van de Occupy-beweging, denk je even. Het blijkt een Kooi van Faraday, gemaakt van zilverdraadvezel dat wifi- en telecomsignalen tegenhoudt. Als je erin gaat zitten, weigeren al je moderne communicatiemiddelen dienst, en word je min of meer gedwongen pas op de plaats maken. Van Sonsbeeck – een van de genomineerden voor de Volkskrant Beeldende Kunst Prijs – laat als geen ander zien hoe kunstenaars de originaliteit van het denken beïnvloeden. Dat komt niet alleen in de zakenwereld van pas.

Andrei Roiter, Studio Visit. T/m 1/5 in Galerie Akinci, Lijnbaansgracht 317.

De tentoonstelling ‘Studio Visit’ in Galerie Akinci is géén traditioneel retrospectief van Andrei Roiter; het is de visie van kunstenaar/fotograaf (en vriend) Paul Kooiker op Roiters werk. Zelf halen ze de surrealist Lautréamont aan om hun samenwerking te typeren: ‘Schoon als de toevallige ontmoeting van een naaimachine en een paraplu op een snijtafel’.

Kooiker grasduinde in het Amsterdamse atelier niet alleen een aantal typerende schilderijen, tekeningen en objecten bij elkaar, maar ook veel buitenbeentjes. De oude koffer met gaten – symbool voor fysieke en mentale vrijheid, en waarschijnlijk het vaakst terugkerende element in het oeuvre van Roiter (Moskou, 1960) – ontbreekt. Wel hangen er humorrijke portretten van Borat en Karl Marx (met ooglapje). Op de vloer staan wonderlijke bouwwerken, veelal gemaakt van schroothout en andere afgedankte materialen, die mobiliteit en transitie suggereren en speels verwijzen naar het Russische constructivisme. In een tweede ruimte hangt een houten slee, waaraan schitterende houtje-touwtje-vleugels zijn bevestigd: spitsvondig en poëtisch, melancholisch en monumentaal.

 

3 films van Nicolas Provost. t/m 10/4 in Muziekgebouw aan ’t IJ, Piet Heinkade 1.

Vanaf 24 mei draait The Invader in de Nederlandse filmhuizen, het wervelende speelfilmdebuut van Nicolas Provost (Ronse, 1969). Als opmaat zijn in Muziekgebouw aan ’t IJ drie recente kortfilms te zien van de Vlaamse videokunstenaar. In de ontvangstkamer in het Atrium wordt Stardust vertoond, een krap 20 minuten durende, licht-surrealistische thriller die in 2011 op het Rotterdams filmfestival werd bekroond met een Tiger Award. De beelden, onder meer van Hollywoodsterren als Dennis Hopper, Jon Voigt en Danny Trejo, sprokkelde Provost met een verborgen camera bij elkaar in de gokstad Las Vegas.

In een rode doos naast de ontvangstkamer draait het minstens zo intrigerende en suggestieve Plot Point, samengesteld uit in het geheim geschoten beelden van voorbijgangers en politieagenten op Times Square. En na zonsondergang wordt op de grote, witte wand van het Atrium het hypnotiserende Storyteller geprojecteerd. Geen mens die er oog voor lijkt te hebben. Enerzijds past dat wel een beetje bij de unheimische filmpjes, anderzijds verdienen ze toch echt meer aandacht.

De rubriek Galerie verschijnt iedere vrijdag in Het Parool.

06

04 2012