Archive for the ‘Cannes 2010’Category

Gouden Palm voor hallucinante Thaise fabel

Actrice Charlotte Gainsbourg en Gouden Palm-winnaar Apichatpong Weerasethakul.

De Thaise regisseur Apichatpong Weerasethakul heeft zondagavond in Cannes de Gouden Palm gewonnen voor zijn film Uncle Boonmee Who Can Recall His Past Lives. Het was voor het eerst dat de Palme d’Or, de hoogste onderscheiding van het festival van Cannes, naar Thailand ging. ‘Deze Palm is heel belangrijk voor de geschiedenis van Thailand en het Thaise volk’ zei Weerasethakul dan ook. Hij bedankte alle ‘Thaise geesten en spoken’, en zijn ouders, die hem dertig jaar geleden voor het eerst meenamen naar een kleine bioscoop.

Uncle Boonmee – totstandgekomen dankzij een bijdrage van het Rotterdamse Hubert Bals Fonds – is een intuïtieve, hallucinante, multi-interpretabele fabel, waarmee Weerasethakul andermaal zijn verbondenheid met de ongerepte natuur, mythen en grote mysteries (reïncarnatie, animisme) laat zien. Centraal staat een man met een nieraandoening, die in zijn laatste levensdagen bezoek krijgt van zijn pasgestorven vrouw. Ook zijn lang verdwenen zoon verschijnt aan hem – in een niet-menselijk vorm (half mens, half aap, met rode, lichtgevende ogen). Weerasethakul voert ook nog een sprekende meerval op, die een beeldschone prinses bevredigt.

De Gouden Palm is niet de eerste, wel de meest prestigieuze onderscheiding voor Weerasethakul (Bangkok, 1970), die vanwege de onlusten in Thailand grote moeite had op het festival te geraken. In 2002 kreeg hij in Cannes de Prix Un Certain Regard voor Blissfully Yours; met Tropical Malady won hij twee jaar later de Juryprijs.

De jury onder leiding van de Amerikaanse regisseur Tim Burton verdeelde ook de overige prijzen over de meest interessante, cinefiele producties. De op een na belangrijkste prijs, de Grote Prijs, ging naar de Fransman Xavier Beauvois voor diens serene Des hommes et des dieux, over de Franse trappistenmonniken die in 1996 in Algerije werden vermoord door fundamentalisten. De Juryprijs, zeg maar de bronzen medaille, ging naar Mahamat-Saleh Haroun voor Un homme qui cri, een schijnbaar eenvoudige parabel over een vader en zoon ten tijde van de oorlog in Tsjaad.

De magistrale Franse acteur Mathieu Amalric, die buiten de Franse landgrenzen nog het meest bekend is door zijn rol als schurk in de James Bond-film Quantum of Solace, werd geëerd als beste regisseur voor Tournée. Tournée, waarin Amalric zelf te zien is als een televisieproducent die na een jarenlange vlucht naar Frankrijk is teruggekeerd met een groep Amerikaanse burlesquedanseressen, werd tevens onderscheiden met de Fipresci-prijs van de internationale filmpers.

De Zuid-Koreaan Lee Changdong kreeg de prijs voor het beste scenario voor Poetry, een delicaat, prachtig gedoseerd drama over een oma met Alzheimer, die troost vindt in poëzie nadat haar kleinzoon wordt verdacht van verkrachting.

Ook de acteursprijzen zijn uitstekend terechtgekomen: de Italiaan Elio Germano en de Spanjaard Javier Bardem deelden de prijs voor de beste acteur – de eerste gedeelde acteursprijs in de geschiedenis van het festival. Germano werd bekroond van zijn rol van een tegen het onrecht strijdende vader in Daniele Luchetti’s La nostra vita; Bardem voor zijn aandeel in het weergaloze Biutiful van de Mexicaan Alejandro Ganzáles Iñárritu. Hij speelt een paranormaal begaafde rommelaar met uitgezaaide prostaatkanker die zo goed en zo kwaad als het gaat voor zijn twee kindjes probeert te zorgen.

De Française Juliette Binoche (die de poster van deze 63ste festivaleditie siert) werd bekroond voor haar rol in Copie conforme, de eerste ‘westerse’ van de Iraniër Abbas Kiarostami. Binoche draagt de film, als een wispelturige galeriehoudster in Toscane, die de dag doorbrengt met een Britse schrijver die wel met liefde en toewijding kan kijken naar kunstvoorwerpen, maar de schoonheid van alles wat hem omringt niet ziet.

De Camera d’Or, de prijs voor het beste debuut, ging naar Año bisiesto van Michael Rowe, opgenomen in de parallelsectie Quinzaine des réalisateurs. R U there van David Verbeek viel buiten de prijzen; de Prix Un Certain Regard ging naar de Zuid-Koreaan Hong Sang-so voor Ha Ha Ha. Toch had Verbeek ook reden tot tevredenheid: zijn film werd in Cannes verkocht aan onder meer Frankrijk en Rusland.

25

05 2010

Frans koloniaal verleden splijt Cannes

Nerveus gedoe voor aanvang van de Hors-la-Loi-persconferentie. Midden: Rachid Bouchareb.

Voor het festivalpaleis blokkeerden tientallen politiebusjes de straat; gendarmes stonden overal. Iedereen die naar binnen wilde, werd grondig gefouilleerd. Tassen werden ondersteboven gehaald; flesjes water moesten worden afgegeven.

Op het programma stond Hors-la-Loi, waarmee de Frans-Algerijnse regisseur Rachid Bouchareb eens te meer aantoont dat het Franse koloniale verleden nog altijd een open zenuw is. Voordat de film te zien was, had links en rechts er al een oordeel over geveld. Vooral rechts: het Front National had opgeroepen om actie te voeren vóór de wereldpremière in Cannes.

Beginpunt van Hors-la-Loi is de opstand in de Algerijnse kuststad Sétif op 8 mei 1945. Daar werden meer dan honderd Franse kolonisten vermoord door een moslimmenigte die onafhankelijkheid van Frankrijk eiste. Het Franse leger sloeg keihard terug; historici schatten dat daarbij tussen de vijftien- en twintigduizend slachtoffers vielen. De slachting betekende de opmaat voor de Algerijnse Onafhankelijkheidsoorlog.

In Hors-la-Loi focust Bouchareb op drie broers van Algerijnse afkomst. De oudste vecht in het Franse leger in Vietnam, de intellectueel (met bril) zit aanvankelijk een gevangenisstraf van tien jaar uit vanwege zijn deelname aan de opstand, de derde verdient goed geld als pooier; hij buit zijn landgenoten uit. Uiteindelijk komen de drie zij aan zij te staan voor de goede zaak, in een weinig subtiele, schematische geschiedenisles.

Lionnel Luca van de rechtse regeringspartij UMP van president Sarkozy noemde de film ‘onverantwoordelijk’. Op basis van het script, dat hij had laten napluizen door de historische dienst van het Ministerie van Defensie. Het zou ‘meerdere fouten en anachronismen’ bevatten: ‘De regisseur wil de kijker doen geloven dat Europeanen in het wilde weg moslims hebben vermoord op 8 mei, terwijl het tegengestelde is gebeurd.’ Luca spreekt van geschiedvervalsing. ‘Ik wil niet ontkennen dat de Fransen op een verwerpelijke manier hebben gereageerd. Maar dat was pas nadat ze als konijnen werden afgeslacht.’

Luca kreeg bijval van onder anderen Hubert Falco, staatssecretaris belast met Defensie en Oudstrijders, die stelde dat Bouchareb de eer van Frankrijk besmeurt. Op een hypernerveuze persconferentie bedankte Bouchareb festivaldirecteur Thierry Frémaux dat hij niet is bezweken onder de druk om de Frans-Algerijnse coproductie niet in Cannes te vertonen.

Ter verdediging van zijn film had Bouchareb eerder al een open brief naar het festival gestuurd: ‘Gehecht als ik ben aan de vrijheid van mening lijkt het me normaal dat sommigen het niet eens zullen zijn met mijn film. Maar ik hoop dat dit verschil van mening wordt uitgedrukt op een vreedzame manier, en in de sereniteit van een uitwisseling van ideeën. Voor mij zou het mogelijk moeten zijn dat de filmwereld alle mogelijke onderwerpen aansnijdt. Ik doe dat als regisseur, met mijn gevoeligheden, zonder wie dan ook te verplichten hiermee in te stemmen.’

Zaterdag staan er nog twee minder controversiële competitiefilms op het programma: het peperdure Russische spektakelstuk Exodus – Burnt by the Sun 2 van Nikita Mikhalkov (een vervolg op Burnt by the Sun, die in 1994 de Grote Juryprijs won in Cannes en de Oscar voor beste niet-Engelstalige film) en Tender Son – The Frankenstein Project van de Hongaar Kornél Mundruczó. Het festival wordt afgesloten met The Tree van de Franse regisseuse Julie Bertuccelli, een in Australië gesitueerd drama met Charlotte Gainsbourg in de hoofdrol.

Zondag worden in Cannes de prijzen verdeeld. Een uitgesproken Gouden Palm-favoriet is er niet; de journalistenpoll van het vakblad Screen wordt al dagen aangevoerd door Another Year van Mike Leigh (met een gemiddelde van 3,4 op een schaal van 0 tot 4), gevolgd door Des hommes et des dieux van de Franse regisseur Xavier Beauvois.

Maar dat zegt helemaal niets.

Op de eerste dag van het festival liet juryvoorzitter Tim Burton weten dat hij vooral wil worden verrast. Als dat het belangrijkste criterium is, zou de jury ook kunnen uitkomen bij een film als Poetry, een delicate verdediging van de poëzie geregisseerd door de Koreaanse meester Lee Changdong. Of bij Uncle Boonmee Who Can Recall His Past Lives van de Thaise regisseur Apichatpong Weerasethakul. een onnavolgbare boeddhistische parabel, met onder meer een sprekende meerval, een beeldschone prinses met een verbrand gezicht, en een reïncarnatie die op de aapmensen uit Tim Burtons Planet of the Apes lijkt. Maar dan met rode, lichtgevende ogen.

25

05 2010

Cannes dag 10: vrijdag 21 mei (slot)

Het festival loopt ten einde. Dat merkte je de afgelopen dagen al aan de gratis edities van de vakbladen Variety, Screen en THR. Die werden iedere dag wat dunner, en de dag nadat de filmmarkt is geëindigd verschijnen ze helemaal niet meer. Er lopen ook steeds minder mensen rond in Cannes, en de sfeer werd iets minder opgefokt.

Tot vanochtend dan: voor het festivalpaleis blokkeerden tientallen politiebusjes de straat; gendarmes stonden overal. Iedereen die naar binnen wilde, werd grondig gefouilleerd. Tassen werden ondersteboven gehaald; flesjes water moesten worden afgegeven.

De maatregelen hadden van doen met de vertoning van Hors-la-Loi, waarmee de Frans-Algerijnse regisseur Rachid Bouchareb eens te meer aantoont dat het Franse koloniale verleden nog altijd een open zenuw is. Het Front National had opgeroepen om actie te voeren vóór de wereldpremière in Cannes. Maar ik heb geen oproerkraaier gezien in de buurt van het paleis. De film viel niet mee: Hors-la-Loi is een belangrijke, maar daardoor nog niet geslaagde geschiedenisles.

De aansluitende persconferentie was een nerveuze toestand, met heel veel kleerkasten van bewakers. Bouchareb formuleerde begrijpelijkerwijs uiterst omfloerst: zijn film is bedoeld om het debat op gang te brengen over het Franse koloniale verleden, zodat de bladzijde eindelijk definitief omgeslagen kan worden. Hij benadrukte dat er bij Indigènes ook al protesten waren, en dat de bioscoopbezoeker – de Franse en de Algerijnse – zich daardoor gelukkig niet had laten weerhouden zijn film in het hart te sluiten.

Liep Cyrus Frisch nog tegen het lijf, die naar Cannes is gekomen om met sales agents te praten over zijn WorldProblems Project. Helaas geen tijd voor koffie, ook niet met Dick Rijneke. Wilde nog een laatste film zien: Rebecca H. (Return of the Dogs) van de Amerikaan Lodge Kerrigan, een intens portret van een actrice op de rand van en zenuwinzinking die in een film van Lodge Kerrigan speelt…

In het hotel alle bladen en persmappen weg gekieperd; alleen het bijzonder mooie boekje bij Apichatpong Weerasethakuls Uncle Boonmee Who Can Recall His Past Lives gaat mee naar huis.

Het was al met al een redelijk festival. Als je tenminste niet focust op die dertig films die zozo zijn, maar op dat handjevol films dat er bovenuit steekt: Poetry van Lee Changdong, Autobiografia lui Nicolae Ceausescu van Andrei Ujica, Uncle Boonmee Who Can Recall His Past Lives van Apichatpong Weerasethakul, Biutiful van Alejandro González Iñárritu. Iedereen zegt hier altijd dat het vorig jaar beter was. En iedereen kijkt hier altijd reikhalzend uit naar Venetië, waar al die gweldige films naartoe gaan die net niet op tijd klaar waren voor Cannes: Terrence Malicks The Tree of Life, Sofia Coppola’s Somewehere, Clint Eastwoods Hereafter, Julien Schnabels Miral, Anton Corbijns The American, Bela Tarrs The Turin Horse, Tran Anh Hungs Norwegian Wood…

En daar gaat het dan precies zo als in Cannes: er zitten vast pareltjes tussen, maar het kunnen onmogelijk allemaal meesterwerken zijn…

21

05 2010

‘Waargebeurd mag soms misschien goed zijn voor de wereld, het doet een film lang niet altijd goed’

Naomi Watts en Doug Liman

‘Ik kende het verhaal natuurlijk, maar het is geen seconde bij me opgekomen dat er een goede film in zat. Totdat ik het script las. Ik werd zo gegrepen door de personages dat ik bijna vergat dat het waargebeurd was. Het zijn twee onvoorstelbare hoofdrollen: een superspionne, getrouwd met een man die Saddam Hoessein in levende lijve heeft ontmoet. Het is een topverhaal. En dat het echt heeft plaatsgevonden is een bonus. Waargebeurd mag soms misschien goed zijn voor de wereld, het doet een film lang niet altijd goed.’

Doug Liman’s Fair Game, de enige Amerikaanse film in de Gouden Palm-competitie, is gebaseerd op de beruchte Plamegate-affaire: vlak voor de Amerikaanse inval in Irak in 2002 stuurde de CIA voormalig ambassadeur Joseph Wilson naar Niger om na te gaan of Saddam Hoessein  bezig was uranium te kopen om massavernietigingswapens  mee te maken. Wilson concludeerde van niet. George W. Bush  beweerde desalniettemin van wel; twee maanden later begon de tweede Golfoorlog.

Wilson schreef een artikel in de New York Times, waarin hij scherpe kritiek leverde op Bush. Een week later werd in de krant onthuld dat Wilsons vrouw Valerie Plame voor de CIA werkte. Het bracht niet alleen Plame in levensgevaar, maar ook al haar contacten.

Liman, die eerder popcornfilms maakte als The Bourne Identity (2002) en Mr. & Mrs. Smith (2005) heeft van de complexe affaire een opwindende, onderhoudende en leerzame film weten te maken. Bush is alleen op televisiebeelden te zien. Naomi Watts en Sean Penn overtuigen als de eenzame strijders tegen het systeem. Alleen het einde, waarin huwelijkscrisis en bombastisch patriottisme de overhand krijgen is wel erg des Hollywoods. Liman: ‘Het is in de eerste plaats entertainment. Het is niet alleen een politieke thriller, maar vooral een film over twee bijzonder interessante mensen die zonder dat ze dat zelf willen midden in een maalstroom van gebeurtenissen belanden.’

Ook de nieuwe film van Ken Loach, die pas op het allerlaatste moment aan de competitie werd toegevoegd, speelt in Irak. In Route Irish – vernoemd naar de beruchte, levensgevaarlijke route van Bagdads hoogbeveiligde Green Zone naar de internationale luchthaven – komt een Britse contractor om het leven, die voor 10 duizend pond per maand (belastingvrij) bij een private beveiligingsonderneming werkt. Hij was op het verkeerde moment op de verkeerde plek, aldus zijn in niets anders dan vette contracten geïnteresseerde superieuren. Kort na zijn dood krijgt zijn beste vriend – type ruwe bolster, blanke pit, een Irakese mobiele telefoon in handen. Erop staat een filmpje waarin een taxi met vier Iraakse burgers aan gruzelementen wordt geschoten.

‘Dit is moord!’, zegt de naar Liverpool gevluchte Irakees die de bestanden van de telefoon heeft gehaald. De vriend en vriendin van de omgekomen contractor gaan vervolgens samen op onderzoek, in een film die onhandig meandert tussen drama en boodschap. Door middel van waterboarding kun je iedereen laten zeggen wat je maar wilt, laat Loach zien. Om te laten zien hoe erg het er aan toegaat in Irak heeft hij archiefbeelden van een aantal gruwelijke aanslagen gebruikt.

De meest indrukwekkende (anti-)oorlogsfilm in Cannes is Armadillo (opgenomen in de Semaine de la critique), een documentaire waarin de Deense regisseur Janus Metz twee jonge Deense soldaten volgt tijdens hun eerste missie in Helmand, Afghanistan. Wantrouwen en paranoia spatten van het doek in Metz’ debuutfilm, die een even verontrustend als ontluisterend beeld schetst van het slagveld. En alles is echt (de soldaten liepen rond met camera’s op hun helm): de bominslagen, de doodsangst in de ogen van de mannen, de lijken. Gruwelijk.

21

05 2010

Cannes dag 9: donderdag 20 mei

Wat is een Nederlandse film? Volgens Holland Film, de organisatie die de Nederlandse film in het buitenland promoot, is Over Your Cities Grass Will Grow van Sophie Fiennes een Nederlandse productie. Het is een documentaire van een Britse regisseur over een Duitse kunstenaar gesitueerd in Frankrijk. Maar geproduceerd of gecoproduceerd door de Nederlander Kees Kasander. Schastye moe/Mein Glück/My Joy van de Oekraïner Sergie Loznitsa, gecoproduceerd door het Amsterdamse Lemming Film, is dan weer geen Nederlandse productie… Het zal de (economische) realiteit wel zijn, maar er is geen touw aan vast te knopen. Zoals er in Cannes wel meer gebeurt wat niet helemaal te bevatten is… Waarom is Andre Schreuders bijvoorbeeld niet even voorgesteld op de Dutch Party? Wat doet een ‘non-executive director’? (ik werd gebeld of ik Pierre Lescure, wilde interviewen, de non-executive director van de gerestaureerde versie van Alfred Hitchcock’s meesterwerk Psycho).

En hoe werken de horloges van pr-medewerkers precies? Als ze waarschuwen dat de interviews een kwartiertje zijn uitgelopen, kun je er gevoeglijk vanuit gaan dat je minstens een half uur moet wachten. Andersom blijkt een interview van een half uur in de praktijk vaak maximaal een minuut of twintig te duren. Nog een raadsel: waar zoeken de beveiligers bij de deuren van het paleis precies naar?

Vanochtend was het weer raak: ik hield mijn tas open, de beveiligster vroeg of ik een fototoestel bij me had. ‘Twee’, antwoordde ik, ze lachte en ik mocht doorlopen. Met mijn  fototoestel.

Naar Fair Game van Doug Liman, de enige Amerikaanse productie in de Gouden Palm-competitie. Het is een behoorlijk meeslepende politieke thriller, waarin Liman (bij het grote publiek vooral bekend door popcornvermaak als The Bourne Identity, Mr. & Mrs. Smith en Jumper) maar weinig concessies doet om de ingewikkelde, waargebeurde affaire begrijpelijk en invoelbaar te maken voor een groot publiek. Alleen het einde, waarin huwelijkscrisis en bombastisch patriottisme de overhand krijgen is wel erg des Hollywoods.

Op de aansluitende persconferentie, waar ik dankzij twitter en collega Robbert Blokland een plek op de eerste rij had, werd Liman onder meer gevraagd naar de dreiging van Iran (‘Ik ben regisseur, geen nucleair non-proliferatie-expert’) en naar het verschil tussen Jumper en Fair Game (In de eerste versie van het script dematerialiseerde Valerie Plame aan het slot. Dat bleek toch niet goed te werken…).

In mijn hotel op mijn laptop gekeken naar de Belgische kortfilm IJsland (sfeerrijk), de Nederlandse film Zingen in het donker , die ik vanochtend in mijn postvakje vond (bar en boos), en naar de geweldige Deense documentaire Armadillo.

Vervolgens naar The Two Escobars geweest, een indrukwekkende documentaire over de connectie tussen narco-terrorist Pablo Escobar en voetballer Andrés Escobar, die op het WK voetval in Amerika, 1994 het eigen doelpunt maakte dat de uitschakeling van Colombia betekende en vervolgens in eigen land werd doodgeschoten. Jammer alleen van de vreselijke muziek.

Daarna snel naar het strand, voor mijn interview met Juliette Binoche. Een half uur met zijn zessen (waaronder helaas mijn krankzinnige collega uit Israël die je er dan weer liever niet bij wilt hebben)…  Binoche, in een lila satijnen jurkje, was zeer onderhoudend.

’s Avonds nog naar twee hardcore-artfilms: Rebecca H. (Return to the Dogs) van Lodge Kerrigan en Lung boonmee raluek chat (Oncle Bioonmee ceui qui souvient de ses vies intérieures), een onnavolgbare Boedhistische parabel, met onder meer een reïncarnatie die op de aapmensen uit Tim Burtons Planet of the Apes lijkt (met rode lampjes als ogen), een prinses met een verbrand gezicht, en een sprekende meerval.

Bijna niemand liep weg. Na afloop klonk er een minutenlang applaus. Ook dat was niet helemaal te bevatten.

20

05 2010

Volgend jaar in de Gouden Palm-competitie. Natuurlijk!

‘Ik zag Michael Haneke met zijn vrouw bij de rode loper staan. Ik heb gezegd dat ik een filmregisseur uit Nederland ben en gevraagd of ik hem even aan mocht raken. A touch of greatness. Hij moest er wel om lachen; hij was in een goede stemming.’

Urszula Antoniak, de regisseur van de arthousehit Nothing Personal, is geselecteerd voor het Atelier van het festival van Cannes, dat 15 filmmakers uit de hele wereld de mogelijkheid biedt een nieuwe project vlot te trekken. Ze heeft dagelijks vijf tot tien afspraken met sales agents, distributeurs en potentiële coproducenten.

Antoniak was eerder ook al uitgenodigd voor de prestigieuze Cannes-Résidence, dat makers de kans biedt om in Parijs vier maanden lang een script te vervolmaken. Maar haar script was al wel goed genoeg, vond Antoniak. Code Blue gaat over een verpleegster die mensen helpt te sterven; een engel des doos, die denkt aan te voelen wie niet langer wil leven. Een ‘Haneke-achtige’ film moet het worden, over grote thema’s als eenzaamheid, anonimiteit, intimiteit en de dood.

De hoofdrolspeelster heeft ze al: de Vlaamse actrice Bien de Moor. Als alles goed gaat beginnen in oktober de opnamen. En volgend jaar hoopt ze terug in Cannes te zijn. ‘In de Gouden Palm-competitie natuurlijk. Dat is toch de droom van iedere filmmaker! Ambitieus? Durven kost niks…’

André Schreuders (42) heeft al een film in Cannes draaien: de kortfilm Licht, die vrijdag te zien is in de prestigieuze parallelsectie Quinzaine des Réalisateurs. ‘In de Quinzaine draait het tenminste om de films. Het is allemaal heel persoonlijk en warm; daar voel ik me veel beter bij thuis dan bij dat gewoel op de rode loper.’ Ter illustratie van het feit dat hij echt niks van alle heisa moet hebben: Schreuders slaapt twee dorpen verderop in een camper.

Licht, opgenomen op 8mm, verhaalt over een alleenstaande vrouw (Leny Breederveld) die aan het einde van haar leven een tocht onderneemt naar een klooster, en onderweg enkele bijzondere ontmoetingen heeft. ‘De film is gebaseerd op het overlijden van mijn tante. Het is eigenlijk heel privé. Daarom heb ik het in de vorm van een home movie gegoten; alsof ze met een cameraatje gevolgd is door haar neefje. Met waardigheid en toch dichtbij.’

Eerdere films van de autodidact Schreuders – hij studeerde psychologie en bedrijfskunde en was adviseur op het gebied van ruimtelijke ordening voor hij films ging maken – waren te zien op het Rotterdams filmfestival (Over fenomenen en existenties no. 3) en op het Nederlands filmfestival (Uit het hart van Odessa). Licht was al door verschillende festivals afgewezen voordat hij hem instuurde voor Cannes. ‘Ik heb er eigenlijk geen seconde rekening mee gehouden dat ik zou worden geselecteerd. Ik was er zo aan gewend om níet uitgekozen te worden. Toen ik op een zondagavond een mail kreeg dat Licht was geselecteerd, heb ik wel drie keer moeten kijken. Ik dacht: ergens ontbreekt het woordje “not”.’

David Verbeeks heeft zijn wereldpremière al achter de rug. R U There – opgenomen in de sectie Un certain regard, de tweede competitie van het festival van Cannes, voor kunstzinnige producties – is ook al besproken in de invloedrijke vakbladen die dagelijks verschijnen op het festival.

Variety, veruit het belangrijkste blad, prijst R U There (‘klein en delicaat’), en voorspelt de film een gezonde toekomst in het internationale festivalcircuit. The Hollywood Reporter, daarentegen, vindt de film te lang voor wat-ie wil vertellen, een bezwaar dat wordt gedeeld door Screen International (‘licht en flinterdun’), dat de scènes in SecondLife bovendien als ‘kitsch’ afdoet.

Voor aanvang van het festival prees Geneviève Pons-Cailloux, de baas van Un certain regard, R U There als een van de films die net iets extra’s hebben. Verbeek: ‘Dat is natuurlijk de dikste met vaseline besmeerde veer die ik ooit in mijn reet gestoken kreeg. Maar nu wil ik meer: ik wil dat mijn film ook in zo veel mogelijk landen te zien is. En daar zijn nu eenmaal goeie recensies voor nodig.’

20

05 2010

Cannes dag 8: woensdag 19 mei

Gust Van den Berghe

De dag begonnen met Poetry van Lee Changdong, een delicaat, ontroerend drama over een sjieke, arme oma die voor haar niet-deugende kleinzoon zorgt… Lee mag van mij zo de prijs voor het beste scenario krijgen; het verhaal is uiterst subtiel en prachtig gedoseerd. Yun Junghee is geweldig in de hoofdrol, en oud-Volkskrant-criticus Peter van Bueren loopt mooi, nonchalant door het beeld als de oude oma een taxi neemt na een ziekenhuisbezoek (‘zes takes, maar dat lag niet aan mij’)… Hij is een oude vriend – en voorvechter van het werk – van Lee Changdong en is speciaal naar Cannes gekomen voor de rode loper-première.

Tien minuten na het einde van Poetry stond Route Irish gepland, Ken Loach’ film die op het allerlaatste moment aan de competitie is toegevoegd door festivaldirecteur Thierry Frémaux. Dus begonnen er ruim voor het einde al journalisten weg te lopen. Wie tot het einde bleef zitten, zoals ik, was te laat, en belandde in een soort wildwest voor de deuren van de veel te kleine zaal Bazin, waar de bewakers/toezichthouders pontificaal een bordje ‘Full/Complet’ plantten toen ik aan kwam rennen. (Anders gesteld: huftergedrag wordt beloond in Cannes.)

Er werd weer gesleurd, getrokken en geslagen. Twee journalisten die door het cordon van bewakers braken, werden hardhandig uit de rij gegooid. Een journaliste van De Standaard die verhaal ging halen, kreeg van de bewaking te horen dat journalisten beesten zijn… Daar zit misschien wel wat in… Er diende zich gelukkig al snel een oplossing aan; van Matthew Dinsdale van Premier PR, die de publiciteit van Route Irish verzorgt, kreeg ik een kaart voor de marktscreening, later op de dag.

Dat paste allemaal net; maar eerst zou ik Juliette Binoche (Copie conforme) interviewen. Toen ik op de afgesproken plek aankwam, bleek dat het interview pas donderdag is – de dagen beginnen een beetje door elkaar te lopen. Dan had ik dus eigenlijk wel tijd om Diego Luna (Abel) te  spreken, maar dat had ik al afgezegd vanwege Binoche…

Werd gebeld of ik Ken Loach wilde interviewen (ja hoor) en kreeg een bericht dat Zingen in het donker te zien is in Cannes, een kortfilm van Martie Dekkers en Ed van Otterdijk met Carice van Houten en Aart Staartjes. Onderzoek leerde dat hij draait in de Short Film Corner, waar elke film kan draaien, als je het inschrijfgeld maar betaalt. Wel benieuwd…

Bij het Belgische paviljoen een dvd opgehaald van de kortfilm IJsland van Gilles Coulier (niet over de vulkaan…), die is opgenomen in de Cinéfondation, de kortfilmcompetitie. Nog een tijdje staan praten met regisseur Gust Van den Berghe (van En waar de sterre bleef stille staan) die zich kleedt en er uitziet als een jonge (en dunne) Martin Koolhoven, maar weer eens uitgenodigd voor een borrel, en snel door naar de marktvertoning van Route Irish, een tamelijk schematisch drama over een onder het tapijt geschoven moordpartij onder Britse contractanten in Irak. Na afloop het interview met Loach direct weer afgezegd.

19

05 2010

light because darkness

‘Vanwege problemen van de Griekse soort ben ik niet in staat naar Cannes te komen. Met het festival blijf ik tot mijn dood verbonden, maar daarna zal ik er ook geen stap meer zetten.’

Met een late, tweeregelige cryptisch gestelde fax aan festivaldirecteur Thierry Frémaux liet de oude Franse meester Jean-Luc Godard weten dat hij Cannes aan zich voorbij liet gaan. Geen rode loper, geen persconferentie; zijn film Film Socialisme moest maar voor zichzelf spreken. Wat met de woorden NO COMMENT als slotbeeld eigenlijk ook weer niet zo heel verrassend was.

Enige toelichting was anders uiterst welkom geweest, want er valt geen touw vast te knopen aan Film Socialisme. Het is een lukrake beeldenstroom, waarin het Israëlisch-Palestijns conflict aan bod komt, geometrie en de houdbaarheid van Europa; de Tweede Wereldoorlog en Hollywood; de Islam en het oude Egypte; Franco, stierenvechten en voetbal. Een soort van verhaallijn speelt op een cruiseschip, de samenleving in een notendop waar niemand dezelfde taal spreekt. De ondertitels zijn van de hand van Godard zelf, en zijn gesteld in ‘Navajo-Engels’, het Engels dat Indianen in oude westerns spreken. aids good for killing blacks. Of, ook heel diep: light because darkness.

De 79-jarige Godard is een van vele krasse knarren op het festival van Cannes: regisseurs als Mike Leigh, Patricio Guzman, Stephen Frears, Bertrand Tavernier en Abbas Kiarostami zijn allen de pensioengerechtigde leeftijd al gepasseerd. Ridley Scott, de regisseur van de al lang weer vergeten openingsfilm Robin Hood, is 72 (hij was niet in Cannes vanwege een gecompliceerde knieoperatie; ouderdom komt met gebreken). Ken Loach is 73, Otar Iosseliani 76, de Portugees Manoel de Oliveira spant met zijn 101 de kroon.

O estranho caso de Angélica heet zijn nieuwste, en hij gaat over de dood. Preciezer: over een fotograaf die een overleden meisje moet fotograferen, dat voor zijn camera tot leven komt. Het idee dateert uit 1952. De Oliveira is alweer bezig aan een volgende film.

Ook de 74-jarige Woody Allen blijft in een hoog tempo films maken. In Cannes presenteerde hij You Will Meet a Dark tall Stranger. In een van de vele verhaallijntjes beseft een oude baas opeens dat hij nog maar een paar jaar heeft te leven. Hij begint vitaminepreparaten te slikken en gaat iedere dag naar de sportschool. Als zijn vrouw blijft zeggen dat hij zich er gewoon bij neer moet leggen dat hij de jongste niet meer is, verlaat hij haar. Een paar weken later heeft hij een verhouding met een oliedomme blonde callgirl.

Het is het soort rol dat Allen zelf vaak speelde, maar voor You Will Meet a Dark tall Stranger vroeg hij Anthony Hopkins (72). ‘Ik wil alleen de man spelen die het mooie meisje krijgt’, zei Allen tijdens een groepsgesprek. ‘En daar ben ik zo langzamerhand te oud voor.’ Allen noemt ouder worden een ‘lousy deal’. ‘Er is niets romantisch aan. Je wordt niet slimmer, mooier, sterker of milder. Ik adviseer iedereen het niet te doen. Als het dan toch moet, dan graag zoals Manoel De Oliveira, maar niet kwijlend en met kwaaltjes.’

Met zoveel films van oudgedienden, rijst de vraag waar de jonge talenten blijven. In ieder geval niet in de Gouden Palm-competitie. Die telt slechts één debuut: Schastye moe (‘mijn geluk’) van de Oekraïner Sergei Loznitsa, die met zijn 45 jaar ook niet meer de jongste is. En ook geen echte ontdekking: Loznitsa maakte al talloze documentaires, waarvan een aantal te zien is geweest op het Amsterdamse documentairefestival IDFA.

Schastye moe, gecoproduceerd door het Amsterdamse bedrijf Lemming Film, volgt in het ruige Oekraïne telkens weer een ander personage (vrachtwagenchauffeur, hoertje, politieagent, kruimeldief, soldaat, grenswacht), net zo lang tot-ie dood is. Iedereen is door en door verrot. Het leven is een hel. Niks nieuws onder de zon…

19

05 2010

Krasse knarren in Cannes

You Will Meet a Tall Dark Stranger heet de nieuwst film van Woody Allen. De titel slaat niet alleen op een mooie, Antonio Banderas-achtige man, maar ook op de dood, die ons allemaal wacht, zo liet Allen weten. Veel regisseurs laten zich maar weinig gelegen aan ouderdom en de dood. Hoewel ze de pensioengerechtigde leeftijd al lang en breed hebben bereikt, filmen ze stug door. Tien krasse knarren in Cannes.

Manoel de Oliveira (O estranho caso de Angélica): 101 jaar (11-12-1908)
Jean-Luc Godard (Film socialisme): 79 jaar 03-12-1930
Otar Iosseliani (Chantrapas): 76 jaar 02-12-1934)
Woody Allen (You Will Meet a Tall Dark Stranger): 74 jaar (01-12-1935)
Ken Loach (Route Irish): 73 jaar (17-06-1936)
Ridley Scott (Robin Hood):  72 jaar (30-11-1937)
Abbas Kiarostami (Copie conforme): 69 jaar (22-06-1940)
Bertrand Tavernier (La princesse de Montpensier): 69 jaar (25-04-1941)
Stephen Frears (Tamara Drewe): 68 jaar (21-06-1941)
Patricio Guzman (Nostalgia de la luz): 68 jaar (11-08-1941)
Mike Leigh (Another Year): 66 jaar (20-12-1943)

19

05 2010

‘Wall Street blijft nog wel even actueel’

‘Eigenlijk wilde ik geen sequel maken. Ik zag het nut niet zo. Maar in 2008, na de vrije val van de beurzen en de ineenstorting van de financiële markten, was alles anders. Dit was hét moment. Dit was het moment om terug te komen.’

23 Jaar na Wall Street presenteert regisseur Oliver Stone Wall Street – Money Never Sleeps. Daarin wordt de voormalige beurskoning Gordon – ‘Greed is Good!’ – Gekko na acht jaar uit de gevangenis ontslagen. Hij heeft een boek geschreven: Is Greed Good?. ‘Hij is een ander mens’, benadrukte Michael Douglas op een hectische persconferentie op het festival van Cannes (de slachtpartij voor de deuren van de persconferentieruimte was minder erg dan die op de beursvloer van Wall Street, maar veel scheelde het niet). ‘Tijdens zijn gevangenschap is zijn zoon overleden aan een overdosis; zijn dochter wil hem niet meer zien. Dat vond ik een interessant uitgangspunt; ik wilde het archetype niet zomaar herhalen.’

De 65-jarige Douglas, die in 1987 een Oscar won voor zijn iconische rol, vertelde zich er altijd over verbaasd te hebben dat Gekko een voorbeeld is geworden voor economiestudenten en jonge beursmedewerkers. ‘Gekko is de bad guy! Een haai in een pak die bedrijven te gronde richt en mensen kapot maakt… Onvoorstelbaar. Aan de andere kant: slechteriken zijn nu eenmaal altijd populairder dan goedzakken.’

Stone vult aan: ‘Wall Street was altijd bedoeld als moraliteit; ik denk dat de film door velen verkeerd is begrepen. In 1987 dacht ik echt dat de grote beursondernemingen de waarschuwingen ter harte zouden nemen; dat het systeem zou worden hervormd. Maar het tegendeel is waar: het is alleen maar erger geworden.’

Dat het kapitalisme in zijn huidige vorm niet goed werkt, moge duidelijk zijn, stelt Stone, wiens vader zijn leven lang op Wall Street werkte. ‘Er moet nu écht iets gebeuren. Niet alleen in de Verenigde Staten maar in de hele wereld, kijk naar Griekenland en Portugal… De winsten op Wall Street moeten niet langer in de zakken van de bazen verdwijnen, maar worden belegd in onderzoek naar nieuwe, schone energievormen.’ Acteur Eli Wallach, die een beurshandelaar van de oude stempel speelt, is niet optimistisch. Afgemeten: ‘Je kunt het spel wel veranderen. Maar mensen veranderen niet.’

Het succes van Wall Street opende vele deuren voor de filmmakers, maar dan vooral van kleinere banken en beursbedrijven. ‘Goldman Sachs en de andere grote investeringsbanken van deze wereld lieten ons niet binnen’, lacht Stone. ‘We hebben gefilmd bij de Royal Bank of Canada. Zij hebben ons geweldig geholpen.’

Stone prijst zich ook gelukkig met de uitnodiging van Cannes – pas zijn eerste officiële selectie in een carrière die films omvat als Platoon, JFK en Natural Born Killers. De wereldwijde release van Wall Street – Money Never Sleeps, die aanvankelijk was gepland voor april, werd daarop verplaatst naar het najaar. ‘Dat Wall Street constant in het nieuws is, hoeft onze film niet per se goed te doen’, aldus Douglas. ‘Want misschien denken mensen wel: waarom zouden we naar een film gaan over iets dat we al op het nieuws hebben gezien?’ ‘Het is geen documentaire over Wall Street of het kapitalisme’, benadrukte regisseur Oliver Stone. ‘Het is een speelfilm over mensen en relaties. Overigens denk ik dat de crisis in de herfst nog lang niet voorbij is. Onze film blijft nog wel even actueel.’

19

05 2010