Archive for the ‘Schilderkunst’Category

Rijks aan tafel

Een zelfportret van Vincent van Gogh op de magere yoghurt, Nijntje op de vanillevla. Het fraaie F.K. 23 Bantam-vliegtuig op de karnemelk, Vermeers Melkmeisje op een pak halfvolle melk.

Om de opening van het Rijksmuseum te vieren heeft Albert Heijn zestien topstukken op zijn zuivelverpakkingen afgedrukt. Zo kan de consument genieten van de mooiste kunst, gewoon aan de keukentafel.

Niet op de allerbeste manier natuurlijk; op de verticale pakken past vaak alleen een uitsnede. Wat zou het; van De Nachtwacht waren toch al van alle zijden stroken afgesneden. Onder de afbeelding staan wat faits divers en een raadseltje: wat is de achternaam van Rembrandt?

Met de zuivelpakkenactie wil het Rijks de Nederlanders op een laagdrempelige manier verrassen met zijn prachtige collectie, aldus directeur Wim Pijbes. “Een gesprek over kunst aan de keukentafel stimuleert hopelijk een bezoek aan de echte werken in het prachtig vernieuwde Rijksmuseum.” Op elke verpakking zit een actiezegel; vier actiezegels zijn goed voor 5 euro korting op een toegangskaartje voor het nieuwe Rijksmuseum (à 15 euro).

De actie is groots opgezet, het gaat om miljoenen verpakkingen, en wordt groots onder de aandacht gebracht, onder meer via facebook en twitter en met reclamespotjes met de olijke filiaalmanager Harry. Helemaal uniek is hij niet: in Frankrijk en de VS worden melkpakken door de politie gebruikt om vermiste kinderen terug te vinden of boeven op te sporen. In Nederland werd de filmversie van Erik of het klein insectenboek mede via melkpakken aan de man gebracht.

Op een veel kleinere schaal worden ook andere producten ingezet om ‘cultuur’ aan te prijzen: snoepfabrikant Mars sponsorde de Nederlandse speelfilm Snowfever, een krat Amstel Bier was goed voor korting op een tweede bioscoopkaartje voor All Stars 2 Old Stars. En met Page toiletpapier kun je dezer dagen nog voordelig naar de romantische komedie Valentino.

16

04 2013

Hoge kunst, lage drempels

Ook de Bijenkorf staat de komende maand in het teken van de heropening van het Rijksmuseum. In het warenhuis zijn ‘stillevens’ ingericht door kunstenaars, er zijn etalages gewijd aan het museum en er is een grote ‘shop-in-shop’ van het Rijks.

Ook moderne kunst ontbreekt niet. We Like Art, een platform dat de verkoop van beeldende kunst stimuleert door middel van originele (online) presentaties, toont op de vierde verdieping 64 speciaal geselecteerde kunstwerken. Daarmee wordt een oude traditie in ere hersteld; de Cobra schilders waren eerder in de Bijenkorf te zien dan in het Stedelijk Museum. Toen Benno Premsela er nog als ‘hoofd etalages en binnenopmaak’ werkte, werd er steevast moderne kunst geëxposeerd in de Bijenkorf.

We Like Art wil laten zien dat je ook met een relatief klein budget kunst kunt kopen van kunstenaars met museale en internationale tentoonstellingen. Kunstenaar Michiel Hogenboom, samen met kunstadviseur Carolien Smit de drijvende kracht achter We Like Art: “Hoge kunst, lage drempels; dat is ons credo. We tonen niet alleen aanstormend talent, maar ook kunstenaars over wie je leest op de kunstpagina’s van de grote kranten. Het zijn echt buitenkansjes.”

Hogenboom en Smit selecteerden foto’s van onder anderen Paul Kooiker, Popel Coumou, Charlotte Dumas en Anouk Kruithof. Er hangen werken op papier van Tim Ayres en Joncquil, en schilderijen van de door de AVRO tot ‘Nieuwe Rembrandt’ gebombardeerde Alex Jacobs & Ellemieke Schoenmaker. Niels Broszat maakte een bloemstilleven met verf op piepschuim, Jasper de Beijer toverde een borstbeeld uit een 3D-printer.

Bijna alle werken kosten minder dan 1.500 euro. Hogenboom: “De werken hangen in een zogenaamde prijstransparante salonopstelling en zijn voorzien van titelbordjes met prijsinformatie. Gek genoeg is dat niet zo gangbaar in de kunstwereld, meestal moet je vragen naar de prijs. Het duurste werk is Flash #1, een joekel van een foto van het aanstormende talent Isabelle Wenzel, voor 1.645 euro. Het goedkoopste is Fire still live van Elspeth Diederix: 245 euro, ingelijst en wel.”

Alle werken zijn hem even dierbaar, natuurlijk, maar als Hogenboom een favoriet moet noemen, is het de foto B. Dreaming van Inez van Lamsweerde en Vinoodh Matadin. “Die hing een poosje geleden nog prominent op hun overzichtstentoonstelling in FOAM. Nu bij ons te koop voor 532 euro. Super toch?”

We Like Art @ de Bijenkorf. T/m 19/5 in de Bijenkorf, Dam1.

13

04 2013

Galerie – Beeldende kunst in Amsterdam

Wijnanda Deroo, Het lege museum – Het Rijksmuseum gefotografeerd (2004-2013). T/m 11 mei in Wetering Galerie, Lijnbaansgracht 288

In de zomer van 2004 werd Wijnanda Deroo door de Rijksgebouwendienst gevraagd of ‘iets’ met het lege Rijksmuseum te doen. Ze had twee weken de tijd om in het museum te fotograferen, voordat er werd begonnen met de sloop.

De fotoseries die ze in korte tijd maakte, leidden in 2004 tot een tentoonstelling in het informatiecentrum van het Rijks, vervolgens werden de werken opgenomen in de collective van het museum.

Deroo, die sinds 1988 pendelt tussen Amsterdam New York, is ook daarna doorgegaan met fotograferen. Het ging haar daarbij niet om de werkzaamheden zelf, maar om de metamorfoses die het Spaanse architectenduo Antonio Cruz en Antonio Ortiz te weeg brachten in de oorspronkelijke schepping van architect Pierre Cuypers.

Een kleine, fijne selectie van haar zorgvuldig gecomponeerde beelden is nu te zien in Wetering Galerie. Er zijn foto’s van zalen, die bijna geheel verborgen zijn achter steigers en zakken cement, stapels bakstenen en bergen puin; van gestripte muren en gangen, maar Deroo was er ook bij toen aan de herinrichting werd begonnen en er A4-tjes op de muren waren bevestigd om de plek van de Vermeers en de Rembrandts aan te geven.

De complete serie is door meestervormgeefster Irma Boom (die ook verantwoordelijk is voor de nieuwe huisstijl van het Rijks, inclusief het logo met spatie) in een fraai, vuistdik koffietafel vervat. Te koop in de galerie, de museumshop en via de uitgever nai010.

Andrea Lehmann, Athelda. T/m 13/4 in Gerhard Hofland, Bilderdijkstraat 165-C.

Andrea Lehmann (1975 Düsseldorf) schildert de wereld zoals zij hem ziet en zij alleen. Onnavolgbaar. Vaak is zij zelf het middelpunt in haar wonderlijke, sprookjesachtige, bepaald surrealistische werelden vol fabelbeesten en poppenhuizen, groen beklede bergen en kitscherige watervallen.

Dat geldt ook voor de zeer persoonlijke nieuwe werken die nu bij Gerhard Hofland te zien zijn; ze zijn dramatisch geladen, en sterk beïnvloed door de Romantiek. Er zijn metersgrote doeken vol bizarre details en veel kleinere zelfportretten – de perfectie druipt met name van de zeer gedetailleerde gezichten.

Sommige voorstellingen zijn op doek, de meeste op papier. Lehmann scheurt, knipt en plakt; er zijn werken die vol deuren en luikjes zitten die open en dicht kunnen, als op een adventskalender. Hier en daar heeft Lehmann haar eigen haar verwerkt in haar schilderijen; soms weggestopt onder een dikke laklaag.

En toch ziet alles er op een bepaalde manier ook uit alsof het de normaalste zaak van de wereld is.

11

04 2013

Met Barry Atsma naar de Middeleeuwen

‘Waarom is De Nachtwacht eigenlijk zo wereldberoemd? Het is gewoon een portret van een groep Amsterdamse schutters in de 17de eeuw’, zegt acteur Barry Atsma. ‘Schutters verdedigden de stad en bewaakten de openbare orde. Dit zijn kloveniers, de compagnie onder leiding van kapitein Frans Banninck Cocq en luitenant Willem van Ruytenburch. Ze staan op het punt om overdag door de stad te marcheren. De titel ‘Nachtwacht’ kreeg het schilderij in de 19de eeuw omdat het zo donker was. Dat klinkt mooi, maar klopt dus niet.’

De stem van Atsma zit in de nieuwe Rijksmuseum-app; het lijkt alsof hij naast je door het museum wandelt. Jij kijkt om je heen, Atsma vertelt. En laat je beter kijken: ‘Het meisje links is eigenlijk een soort mascotte’, zegt hij. ‘De klauwen van de vogel aan haar riem zijn het symbool van de kloveniers, die ook wel klauweniers werden genoemd.’ Atsma wijst op de dramatische lichtinval en op de gebaren en houdingen van de schutters. ‘In plaats van de mannen braaf op een rij in het gelid te zetten, koos Rembrandt voor deze nogal ordeloze opstelling, alsof ze zó gaan vertrekken. Het is een groep in actie en dat maakt dit schilderij zo bijzonder.’

‘Meer zien’ is het uitgangspunt van de Rijksmuseum-app, die vanaf de opening op 13 april te downloaden is op iedere smartphone. De app maakt gebruik van 3D-audio, waardoor de luisteraar zich in een driedimensionale ruimte waant. Speciaal gecomponeerde soundscapes maken de beleving compleet.

Mieke van der Weij leende haar stem aan de zogenaamde ‘gebouwentour’; Atsma leidt de bezoeker door de ‘Hoogtepunten’ en de ‘Gouden Eeuw’. Dat de acteur dezer dagen op televisie te zien is als Vincent van Gogh is geen bezwaar, aldus Annemies Broekgaarden, hoofd Publiek & Educatie van het Rijks: ‘We verkopen het niet als een Barry Atsma-tour; we hebben hem gekozen omdat hij zo’n mooie stem heeft.’

Een andere troef van de nieuwe app is de zogenaamde ‘magischvensterfunctie’, die van een smartphone afwisselend een vergrootglas, een verrekijker, een tijdmachine, een infrarood-apparaat, een schetsvel of een toverstaf maakt, aldus Peter Gorgels, internetmanager van het Rijksmuseum.

Op het magisch venster is bijvoorbeeld te zien dat Rembrandt De Nachtwacht onder een afdakje in zijn tuin schilderde, omdat zijn atelier te klein was. Bij Het melkmeisje wordt een infraroodopname getoond, waarop te zien is hoe Vermeer een kaart aan de muur weg schilderde zodat die de aandacht niet afleidt van het melkmeisje. En dat in de vlek rechtsonder een mand met kleren stond, die Vermeer verving door een stoof en een plint met Delftsblauwe tegels.

In Het Sint Nicolaasfeest verschijnt opeens een gefotografeerde ‘hedendaagse’ goedheiligman met vuurrode mijter en tabberd, om duidelijk te maken dat er niet eens zo veel veranderd is sinds Jan Steen zijn schilderij maakte. In een ander filmpje wordt een toren van Delftsblauw aardewerk gebouwd, waar vervolgens veelkleurige bloemen in worden gestoken. In voice-over wordt uitgelegd dat het een bloempiramide is, ook wel bekend als tulpenvaas, maar dat hij ook voor allerlei andere soorten snijbloemen werd gebruikt.

‘Alles staat in dienst van de museumervaring’, aldus Gorgels. ‘Daarom is voor heel korte beeldfragmenten gekozen; het is niet de bedoeling dat je de hele tijd naar je telefoon loopt te turen.’ Ook de filmpjes waarin conservatoren, restaurateurs (externe) experts én bezoekers aan het woord komen, zijn bewust kort gehouden. Daarin komt onder anderen architect Sjoerd Soeters aan het woord naar aanleiding van De bocht van de Herengracht van de 17de-eeuwse Haarlemse stadsgezichtenschilder Gerrit Berckheyde. Theateracteur Jochum ten Haaf (en dus niet Barry Atsma), die furore maakte in Londen met Vincent in Brixton, vertelt bij een zelfportret van Van Gogh hoe het is om in zijn huid te kruipen. Bij De Nachtwacht vertelt directeur Wim Pijbes wat hij zelf zo bijzonder vindt aan Rembrandt.

De gebruiker hoeft overigens niet per se voor een schilderij te staan om de informatie tot zich te nemen; anders dan bijvoorbeeld in het Van Gogh Museum maakt de app geen gebruik van Augmented Reality (AR), de techniek waarmee virtuele informatie over fysieke objecten wordt geprojecteerd. Een bewuste keuze, aldus Gorgels. ‘De app is echt bedoeld om in het museum te gebruiken, en Augmented Reality is nu eenmaal niet altijd even handig in een druk museum, met al die mensen die voor een schilderij langslopen. Omdat de app niet als camera wordt gebruikt, is het strikt genomen geen AR, maar het magisch venster heeft min of meer hetzelfde effect. Ook de audiotour legt in zekere zin een media-laag over de werkelijkheid.’

Nieuw media-kunstenaar Sander Veenhof, die bij de vertoning van Jaws in Eye virtuele haaien in het IJ liet zwemmen en – zonder toestemming – een virtuele 7de verdieping, inclusief virtuele kunst, op het New Yorkse MoMA plaatste, begrijpt de keuze van het Rijksmuseum, maar benadrukt dat AR juist mogelijkheden biedt buiten de openingstijden en op andere locaties. ‘Het Stedelijk Museum organiseerde een paar jaar geleden bijvoorbeeld een virtuele 3D-expositie voor de deur, op het Museumplein. En ik heb vorig jaar zelf een app gemaakt voor het Tropenmuseum. Dat ging toen door de bezuinigingen een dag per week dicht ging, maar door mijn app konden ze communiceren dat het museum zeven dagen per week 24 uur per dag open was. Met AR kun je stukken uit de collectie presenteren die anders nooit uit het depot komen. En je kunt Berckheyde’s De bocht van de Herengracht in de Gouden Bocht laten zien, op de plek waar-ie is geschilderd. Eigenlijk kan alles.’

Volgens Broekgaarden is het de bedoeling dat in nieuwe versies nieuwe objecten en functionaliteiten aan de app worden toegevoegd. ‘Maar’, zegt Gorgels, ‘dat doen we alleen als het een toegevoegde waarde heeft. De techniek is ondergeschikt, maar we houden de nieuwste ontwikkelingen natuurlijk wel in de gaten.’ Veenhof verwacht in dit opzicht veel van Google Glass, een AR-bril die de drager voortdurend alert maakt op dingen die voor hem of haar relevant zijn. ‘Per persoon op maat. Dat is de audiotour van de toekomst.’

Voor het zover is loopt Barry Atsma met de bezoeker door het Rijksmuseum, als een goeie vriend. ‘Ah, daar is ze dan, het beroemde melkmeisje. Zo verdiept in haar werk dat ze ons niet opmerkt. Het binnenstromende daglicht weerkaatst in de hele ruimte, maar vooral in het stilleven op tafel en in de melkkan in haar handen. Het lijkt wel of de melk nog stroomt. Dit schitterende effect bereikte Vermeer door kleurstipjes te schilderen op de plekken waar het licht weerkaatst.’

De Rijksmuseum-app is vanaf 13/4 te downloaden in de Mac App Store en de Google Play Store. In het museum zijn ook devices met de multimediatour te huur. Thuis de collectie van het Rijksmuseum exploreren kan door een Rijksstudio aan te maken op de site van het Rijksmuseum.

05

04 2013

Galerie – Beeldende kunst in Amsterdam

Lidy Jacobs, Pink Couple. T/m 7 of 14/3 in Marian Cramer Projects, Chopinstraat 31.

“Mam, moet dat nou?!,” vroegen de opgroeiende zonen van Marian Cramer toen ze de expliciete beeldjes van Lidy Jacobs een plek gaf in haar galerie aan huis in Oud-Zuid. De wat oudere buurtbewoners ziet Cramer wel eens een wenkbrauw optrekken als ze de beeldjes bekijken die voor het woonkamerraam staan opgesteld. Maar tot tumult heeft Jacobs’ kunst niet geleid; Cramer heeft haar ramen niet wit hoeven schilderen, zoals expositieruimte Milk aan de Witte de Withstraat recent moest doen na klachten uit de buurt.

De poppen en poppetjes van Jacobs (Heerlen 1959), gemaakt van roze stof of fimo-klei, balanceren tussen erotiek en kinderlijke onschuld. Ze zijn aandoenlijk; knuffelbaar, maar ook een beetje eng. Half man, half vrouw; half mens, half beest.

Met haar knuffels is Jacobs op zoek naar authentieke seksualiteit en onthult ze de dualiteit van seksuele gevoelens. Dat luistert nauw. Nadat Cramer een pluizig konijnenstelletje had neergezet in de hal, liet Jacobs weten dat het niet de bedoeling is dat het lijkt alsof het mannetje het vrouwtje aanrandt. Dat hij met zijn genitaliën naast het kruis van het vrouwtje zit, is niet erg. Als het er maar uitziet alsof hij een beetje vergeten is wat hij doet; dat zijn gedachten ergens anders zijn…

Marie Cécile Thijs, Food Portraits. T/m 27/4 in Eduard Planting Gallery | Fine Art Photographs, Eerste Bloemdwarsstraat 2 links.

Marie Cécile Thijs (Heerlen 1964) maakte nadat ze in 2000 van de advocatuur overstapte naar de fotografie naam met schilderachtige, naar de Gouden Eeuw knipogende portretten – niet alleen van mensen en dieren (katten, Salinero), maar ook van voedsel.

Voor de weekeindbijlage van Het Financieele Dagblad fotografeerde Thijs onder meer tientallen kikkererwten die roerloos in de lucht hangen; een enorme stapel matzes in een bed van opstuivende bloem; rode wijn die – bepaald onorthodox – wordt gedecanteerd in een keukenmachine; en schijfjes citroen die op raadselachtige wijze blijven zweven.

Het moet zeeën van tijd en bergen ingrediënten hebben gekost, maar het resultaat is er naar; Thijs’ fraaie, vindingrijke voedselportretten zijn zowel gekunsteld als ingetogen; en verstild en dynamisch tegelijk.

27

03 2013

Galerie – Beeldende kunst in Amsterdam

F. Franciscus, After Memling – fotografische portretten door Franciscus & Franciscus. T/m 6/4 in Flatland Gallery, Lijnbaansgracht 314.

F. Franciscus (Utrecht 1959) maakte naam met schilderijen waarin hij elementen uit de (klassieke) schilderkunst combineert met popcultuur en andere modeverschijnselen. Zijn hoofdrolspelers dragen gouden polshorloges en iPhones, Adidas-strepen en rijglaarzen, blingbling, tatoeages en een strak aangesnoerd korset. Eclecticisme, anachronismen en een uiterst persoonlijke stilering gaan hand in hand.

Wat dat betreft weinig nieuws onder de zon in zijn nieuwe, fraaie serie olieverfschilderijen, die nu te zien is in Flatland Gallery, de verrassing zit hem in een reeks surrealistische collages die F. Franciscus maakte in nauwe samenwerking met zijn partner en grafisch ontwerper Rienus Gündel. Het zijn digitaal bewerkte fotografische portretten, die refereren aan Hans Memling, een van de voornaamste representanten van de Vlaamse Primitieven.

Franciscus & Franciscus plaatsen hun uit meerdere foto’s opgebouwde, dromerig voor zich uit kijkende modellen tegen eveneens zelf gemaakte achtergronden van boekenkasten, duistere bossen en grootsteedse skylines. In hun hand houden ze een ‘attribuut’: aan sappige appel of een veertje, een vlinder, een chihuahua of een doodshoofd. Ruud van Empel ontmoet Erwin Olaf.

Dat F. Franciscus’ smaak breder is, bewijst de expositie For the Sake of Paint 2; The Flood in Witteveen Visual Art Center, die hij cureerde. De groepstentoonstelling, min of meer geïnspireerd door het melodramatische, heftige doek Scène de Déluge van Girodet, is zéér eclectisch. Van abstract tot expressionistisch, van realistisch tot verfijnd figuratief. Er hangen (zelf)portretten en (fantasie)landschappen, veelal op groot formaat met veel schilderkunstig effecten, van uiteenlopende schilders als Ronald Ophuis, Philip Akkerman, Sven Kroner, Ron Amir en Gé-Karel van der Sterren. After Memling en For the Sake of Paint zijn beide, op geheel verschillende manieren, odes aan een vorm van schilderkunst die allesbehalve bescheiden is. (Tot 23/2 in Witteveen Visual Art Center, Konijnenstraat 16A.)

16

03 2013

Kunstbeurs voor en door jonge kunstenaars

“Waarin Unfair zich onderscheid van andere kunstbeurzen?” De organisatoren Adam Nillissen, Boris de Beijer en Peter van der Es kijken elkaar even aan, en formuleren dan samen een antwoord, een beetje als Kwik, Kwek en Kwak. Van der Es: “Het is een overzicht van een jonge generatie kunstenaars, die niet langer dan vijf jaar geleden zijn afgestudeerd.” Nillissen: “De beurs is voor een belangrijk deel gefinancierd met crowd funding, waarvoor alle geselecteerde kunstenaars hun eigen netwerk hebben aangesproken.” “Alle kunstenaars helpen ook mee met de fysieke opbouw van de beurs: de muurtjes optrekken, schuren, verven, timmeren…,” vult De Beijer aan.

Daags voor de opening van Unfair zijn tientallen jonge kunstenaars in de enorme Bagagehal van Loods 6 aan de KNSM-eiland in de weer met witrollers en elektrische schroevendraaiers. Ook de organisatoren doen mee. Hun werk maakt dan ook deel uit van de kunstbeurs. De Beijer (27), anderhalf jaar geleden afgestudeerd aan de Rietveld, presenteert ruimtelijk werk; Van der Es (27), in 2010 afgestudeerd aan de ArtEZ hogeschool voor de kunsten, komt met nieuwe videowerken; en Nillissen (29), eveneens in 2010 afgestudeerd aan ArtEZ, toont een 5-scherms video-installatie en tekeningen.

Naast hun eigen werk selecteerden de drie, in samenspraak met het kunstblad Mister Motley, werk van 27 collega-kunstenaars, onder wie Joost Krijnen, Willem Popelier, Anne Forest en Jan Hoek. Van der Es: “Je wilt niet alleen jezelf in een expo’tje neerzetten… we willen een hele generatie laten zien. We zitten allemaal in hetzelfde schuitje. Er is de afgelopen jaren veel veranderd voor net afgestudeerde kunstenaars; subsidie is veel minder vanzelfsprekend geworden, er is veel ondersteuning weggevallen, en dat zal op de korte termijn niet beter worden.”

Op Unfair wordt ‘een mix van alles’ gepresenteerd, van installaties en schilderkunst tot foto’s en videowerken. Nillissen: “We hebben niets willen uitsluiten. Het is een doorsnede, een overzicht van de eerste vijf jaar na zoveel mogelijk verschillende kunstacademies.” Van der Es: “Wel hebben we de deelnemende kunstenaars gevraagd om nieuw werk te maken of om werk af te ronden of werk op een nieuwe manier te presenteren. We willen vooruitkijken, en niet zoals veel andere beurzen bekend werk tonen of werk dat al in een galerie te zien is geweest.”

De Beijer: “Er zijn wel kunstenaars bij die al een galerie hebben. Maar dat is geen probleem; wij concurreren niet met de galeries. Wij ontvangen geen percentage van de verkoopprijs en vragen ook geen geld voor de standhuur. De opbrengst gaat in zijn geheel naar de kunstenaars.”

Van der Es: “Het economische aspect is heel belangrijk. De beurs is mogelijk door allerhande samenwerkingsverbanden; een daarvan is met het veilinghuis Christie’s. Daarmee hopen we het beurspubliek óók binnen te krijgen.” Nillissen: “Daarnaast komt Christie’s veilingmeester Benthe Tupker donderdagmiddag de beurs openen.” Van der Es: “Dat vinden wij wel mooi; dat iemand van zo’n commercieel bedrijf dat doet.”

Nog voor de opening is de beurs voor de organisatoren al geslaagd, door de contacten die er zijn gelegd tussen de kunstenaars en door de energie die die contacten hebben opgeleverd. Nillissen: “Maar je gaat de lat vanzelf hoger leggen. Nu richten we ons op zo hoog mogelijke bezoekersaantallen. En als dat gelukt is op een zo groot mogelijke verkoop.”

Over de vraag wat zo hoog mogelijk is, hoeft Nillissen niet lang na te denken. “Hoeveel bezoekers had Unseen? 22 duizend? Dan gaan wij voor de helft: 10 duizend, dat zou leuk zijn.” De Beijer: “Als je deze vraag een paar maanden geleden had gesteld, was het een stuk lager geweest. Maar door alle samenwerkingsverbanden hebben we inmiddels een enorm draagvlak gecreëerd. Het wordt echt iets.”

Unfair Amsterdam. 14 t/m 17/3 in Loods 6, KNSM-laan 143.

15

03 2013

Galerie – Beeldende kunst in Amsterdam

Aanstaand weekeinde zijn de laatste rondleidingen door de gezamenlijke tentoonstelling van de kunstcollecties van Kennedy Van der Laan, ABN AMRO en ING, met schilderijen van onder anderen Michael Raedecker, Roger Raveel, Sara van der Heide en Natasja Kensmil. Aanmelden voor de rondleiding door kunstenaar Erik Mattijssen in het kantoor van Kennedy Van der Laan kan door een e-mail te sturen naar stefanie.van.der.woude@kvdl.nl.

14

03 2013

Galerie – Beeldende kunst in Amsterdam

Douglas Perez Castro, A whisper in the wind. T/m 23/3 in Galerie Metis-nl, Lijnbaansgracht 316.

Een duizendpoot die over vijf enorme, veelkleurige doeken kronkelt. Een draak die in zijn eigen staart bijt. Een skelet, een ineenstortend gebouw. Een smal pad tussen de rietsuikervelden. Of is het toch een bord met wisselkoersen?

Er valt veel te zien en te ontdekken in de vierde solotentoonstelling in Metis-nl van de Cubaanse schilder Douglas Pérez Castro (Cienfuegos 1972). Perez Castro, die na een kunstopleiding in Havana aan de Rijksakademie van Beeldende Kunsten in Amsterdam studeerde, becommentarieert niet alleen de sociale geschiedenis van zijn land, maar put ook gretig uit de (West-Europese) kunstgeschiedenis. In een vrolijke, bijkans kinderlijke, maar overweldigende en virtuoze stijl.

Als je het kronkelende gevaarte van dichtbij bekijkt, zie je tientallen mannen en vrouwen met lange, dunne nekken, enorme borsten en piemels, en D&G- en YSL-logo’s op het blote lijf, uitgemergelde arbeiders en zakenlieden met grote zakken dollars. Mocht nog niet duidelijk zijn wat het allemaal te betekenen heeft, dan biedt de titel uitkomst: Ecosystem. Alles is met elkaar verbonden, wil Pérez Castro maar zeggen.

Social Media Art, met werk van Menno Kok en Afke Besseling. T/m 30/3 in Boef, Buikslotermeerplein.

De tentoonstelling Social Media Art beslaat, zoals de titel al aangeeft, twee kunstprojecten die zonder sociale media nooit in deze vorm zouden zijn ontstaan. Fotograaf Menno Kok, die in 1997 afstudeerde aan de Rietveld Academie en inmiddels docent is aan de Fotoacademie, plaatst sinds 2010 foto’s van matrassen op Facebook. Van afgedankte matrassen welteverstaan; beschimmelde, doorgelegen of anderszins beduimelde exemplaren die aantreft bij vuilstortplaatsen of gewoon langs de kant van de weg. Kok fotografeert ze met zijn smartphone, even snel in het voorbijgaan. Zijn dagelijkse posts op Facebook inspireerden vrienden en vrienden van vrienden om hetzelfde te doen; het resultaat is Everyday Mattress, een gesamtkunstwerk dat door de veelheid en eenheid van vorm niet alleen grappig is, maar ook gezien kan worden als commentaar op onze wegwerpmaatschappij.

Naast de opgespelde printjes van Kok hangt de ‘verveelkunst’ van beeldend kunstenaar Afke Besseling: bewust klungelige computertekeningen met onbedaarlijk leuke, vaak grove of vervreemdende bijschriften, die ze dagelijks publiceert op haar Facebookpagina. Te zien in BOEF, een anagram van FEBO; de tijdelijke galerie is gevestigd in de voormalige vetput op de kop van het Buikslotermeerplein in Noord.

En verder: in EYE zijn ‘scène-interpretaties’ te zien die fotografen als Bertien van Manen en Robin de Puy maakten naar aanleiding van Norbert ter Hall speelfilm &Me, die deze week in première gaat. In galerie Cultural Speech staat nog de overzichtstentoonstelling Represent, met werk van de New Yorkse straatfotograaf Jamel Shabazz.

‘Mijn ervaringen met cinema hebben de basis gelegd voor mijn manier van kijken’

Een paar dagen voor de opening legt de Vlaamse kunstenaar Luc Tuymans in het Gemeentemuseum Den Haag de laatste hand aan zijn expositie. Letterlijk. Uit een klein busje strooit hij wat talkpoeder over het zwarte paneel van zijn werk The Rumour. “Het moet duivenstront voorstellen”, lacht hij. “Moet het meer zijn? Nee, je moet niet overdrijven.”

Het Gemeentemuseum kreeg The Rumour van de vriendenvereniging, ter ere van de tentoonstelling en de gelijknamige oeuvrecatalogus Luc Tuymans – Grafisch werk 1989 – 2012. De installatie bestaat uit zeven kleurenlithografieën, gemonteerd op vier houten panelen achter beschilderd plexiglas. En een duiventil.

The Rumour vindt zijn oorsprong in een jeugdherinnering van Tuymans. ‘in Bretagne, waar Tuymans (Mortsel 1958) in zijn jeugd de vakantie doorbracht. ‘We bezochten er verschillende kastelen en ik zag bij de ingang telkens een klein, koepelvormig gebouwtje staan met aan de bovenkant een kleine opening, maar zonder vensters of deuren. Dat waren duiventillen, ontdekte ik. Ik hoorde een vader zijn zoon uitleggen dat je de oppervlakte van het landgoed van de kasteelheer kon afmeten aan de grootte van de duiventoren. In de 18e eeuw konden boeren uiteraard geen eigen duiven houden; dat was het privilege van de adel. Het eerste wat de boeren deden toen de Franse revolutie uitbrak, was alle duiven de nek omdraaien. Anders dan voor Picasso zijn duiven voor mij dan ook geen vredesymbool, het zijn veeleer vliegende ratten.’

Zo laat Tuymans – die geldt als een van de belangrijkste hedendaagse kunstenaars; zijn werk is opgenomen in de collecties van onder meer het MoMA, Tate Modern en het Centre Pompidou – de beesten ook zien: ambigue, naast een minuscuul, vervaagd portret van een aristocraat en een voorovergebogen, machteloos, misbruikt figuur in onderbroek.

Het paneel met spectaculair gekleurde close-ups van duivenogen onderschrijft nog eens de onderzoekende aard van Tuymans werk. ‘Ik vond ze in een boek over duivensport, een druk beoefende discipline in België. Duivenmelkers herkennen aan de manier waarop de ogen in hun kassen zitten de kwaliteit van de duiven.’

Zo zit achter ieder werk veel meer dan je in eerste instantie ziet. ‘Dat is de opdracht die ik mijzelf stel. Omdat ik werk met bestaande beelden, met representatie, wil ik weten wat het is en waar het precies over gaat. Maar dat wil niet zeggen dat de toeschouwer dat ook allemaal moet weten. Het is in de eerste plaats een visueel medium; wat je erin ziet staat vrij. Sommige titels zijn indirect, zoals The Rumour, andere juist zeer direct. Als je bij mijn schilderij Gaskamer de titel weglaat, dan is dat gewoon een geschilderde kelder.’

Met een totaalbeeld, portretten van de ‘hoofdrolspeler’ en close-ups van veelzeggende details lijkt The Rumour ‘gemonteerd’ als een film. ‘Mijn ervaringen met cinema hebben de basis gelegd voor mijn manier van kijken. De montage, de beweging van het beeld, de close-up, dat is allemaal extreem belangrijk in mijn werk. Niet alleen in The Rumour, maar in de gehele expositie. Elke tentoonstelling – ik maakte er al meer dan honderd – moet een geheel zijn. Het moet natuurlijk aanvoelen. Alles moet juist hangen, alles moet juist zijn. Ik maak gebruik van een computerprogramma, waar ik alle zalen die ons ter beschikking staan in heb ingevoerd. Vervolgens ga ik aan de slag, maar het is interessant om te zien dat het in de praktijk zelden volledig klopt. Ook hier niet. We hielden een aantal werken over.’

In Den Haag zijn inktjetprints, (kleuren)fotokopieën, kunstenaarsboeken en filmstills te zien, zeefdrukken, pigmentprints, etsen, monotypen, zilvergelatinedrukken en litho’s. Van planten, ramen en deuren, van machthebbers en seriemoordenaars. Het grafisch werk is aangevuld met tien schilderijen.

Zijn recente, even monumentale als intieme portret van Koningin Beatrix blijft echter gewoon in het Stedelijk hangen. Tuymans maakte het ter gelegenheid van de heropening. In één dag. In opdracht. ‘Ik werk vrijwel nooit in opdracht. In dit geval wel, omwille van de persoon van de Koningin. Ik heb haar leren kennen als lid van de jury van de Koninklijke Prijs voor Vrije Schilderkunst. Ik heb met haar mogen lunchen en was onder de indruk van de persoon, de vrouw. Zij is een open geest, cultureel geïnteresseerd en zeer sympathiek. Anders had ik het niet gedaan.’

Doorgaans werkt Tuymans met bestaande foto’s, uit kranten en tijdschriften of van internet. ‘Dat heb ik nu ook geprobeerd maar het werkte niet. Ze waren te stijf. Ze hadden te weinig mee van de mens. Hare Majesteit is op mijn verzoek langs gekomen in Huis ten Bosch; in de Oranjezaal heb ik met mijn iPhone een aantal foto’s van haar gemaakt.’

Het was natuurlijk een delicate opdracht. ‘Ik moest direct denken aan de staatsieportretten van Goya en Velazquez, maar het moest natuurlijk een schilderij van mij zijn. En een verdoezelend portret moet men mij niet vragen te schilderen, dat doe ik niet. Ik heb geprobeerd haar respectvol af te beelden, maar ze heeft een bepaalde leeftijd en ze gebruikt ook redelijk veel oogschaduw…’

Zijn ambigue portretten zullen nooit iedereen kunnen bekoren, weet Tuymans. ‘Dat is ook niet de bedoeling. Dat heeft de koningin trouwens zelf ook perfect begrepen. Tijdens de opening van het Stedelijk – ze droeg dezelfde jurk – zei ze tegen mij: “Er is veel controverse rond mijn beeltenis. Maar met een goed kunstwerk hoort dat ook zo.’

Luc Tuymans, Grafisch werk 1989-2012. T/m 2/6 in Gemeentemuseum Den Haag.

21

02 2013