Archive for the ‘Grafische vormgeving’Category

Vijf nominaties 10e Cinema.nl Afficheprijs

De filmposters van De gelukkige huisvrouw, Great Kills Road, Meat, Win/Win en Zonder pardon maken kans op de tiende Cinema.nl Afficheprijs. Ze zijn genomineerd door een vakjury, die de keuze had uit 44 posters. Jij bepaalt mede wie de winnaar wordt van de Afficheprijs, bestaande uit een wisseltrofee (een ingelijst affiche van de klassieker Jonge harten, ontworpen door Titus Leeser) en een geldprijs van 2.500 euro.

De 10e Cinema.nl Afficheprijs wordt uitgereikt op woensdag 29 september in de Festivaltalkshow van Claudia de Breij. Alle affiches worden opgenomen in de museale collectie van het EYE Film Instituut.

Breng nu je stem uit op cinema.nl/afficheprijs.

Read the rest of this entry →

Post to Twitter Tweet This Post

Een stripverhaal van de rijke geschiedenis van het Stedelijk Museum

‘Een stripverhaal van de rijke geschiedenis van het Stedelijk Museum’, zo typeert curator Carolien Glazenburg de affiche-expositie in de rondgang rond de beroemde trap van het Stedelijk Museum: in 109 affiches wordt zichtbaar wat er sinds de opening in 1895 allemaal is gebeurd in het Stedelijk Museum: hoe de functie van het gebouw veranderde; wat roemruchte directeuren als Willem Sandberg, Edy de Wilde, Wim Beeren en Rudi Fuchs aan iconische tentoonstellingen organiseerden; en hoe rijk de Nederlandse ontwerpgeschiedenis is.

De jongste poster is voor ‘Off the Record’ uit 2009 (grafisch ontwerp: Sabine Verschueren), een expositie van de gemeentelijke kunstaankopen tijdens Art Amsterdam; het museum had toen al even geen eigen onderkomen meer. Het alleroudste affiche dateert uit 1909, en maakt reclame voor een expositie over de hofhouding van Koning Willem III (‘toegang vrij’); het museum deed dienst als kunsthal, waar allerlei groepen en instanties gebruik van konden maken. De gemeente Amsterdam toonde er bijvoorbeeld welke nieuwe formulieren er gebruikt gingen worden voor het innen van belastingen.

De meeste affiches zijn, hoe kan het ook anders, van de hand van Willem Sandberg, die van 1945 tot 1962 ‘designing director’ van het Stedelijk was. Hij maakt heldere, zwierige, schijnbaar simpele letteraffiches – stuk voor stuk kunstwerken op zichzelf. Het rijke oeuvre van Sandberg laat zien hoe verscheidenheid en continuïteit kunnen uitmonden in een consequente grafische stijl van een museum. Dwars is hij ook: in de poster voor ‘150 jaar mode’ verwerkt hij tijdens de oorlog het woord moffen; die moest op last van de Duitsers direct worden verwijderd.

Na Sandberg komt Wim Crouwel, die ook letteraffiches maakt, maar dan naar Zwitsers voorbeeld, volgens een strak stramien (fameus is zijn zwart-witte poster voor de expositie ‘Vormgevers’ uit 1968 met een handgemaakt grid). Na Crouwel komt Anthon Beeke, die uitpakt met ‘staged photography’: hij bouwt hele installaties en beschildert mensen, fotografeert die vervolgens en gebruikt het beeld als basis voor het affiche.

Glazenburg koos posters van roemruchte exposities en van zo’n beetje iedere Nederlandse ontwerper van naam: Jans Bons is vertegenwoordigd, Wild Plakken, Hard Werken, Irma Boom (met niet zo’n heel erg fraaie poster, voor het World Wide Video Festival in 1998), Lex Reitsma, Esther Noyons (de gewonde stierenvechter voor een expositie van fotografe Rineke Dijkstra; eerst hing een teaserposter zonder tekst in de stad, later de echte met de naam van het museum erop) en Mevis & Van Deursen. Het Amsterdamse grafisch ontwerpduo tekent ook voor de nieuwe, tijdelijke huisstijl: een dieproze T bestaand uit twee banen. Hun poster voor ‘the temporary stedelijk at the stedelijk museum’ hangt overigens niet in het museum, maar in de stad: in de abri’s van JCDecaux.

Opvallend én confronterend is ook het tekstaffiche dat een tijdlang in de entree van het Stedelijk Museum CS heeft gehangen, om toeristen erop te wijzen dat in dit tijdelijke onderkomen geen plek was voor ‘oude’ kunstenaars als Rietveld, Mondriaan en Picasso. Door hun namen staat een dikke streep. De uitsmijter: ‘… de vaste collectie ziet u eind 2009 weer in het Stedelijk Museum aan het Museumplein!’.

Zo ver is het nog niet, helaas.

Wanneer het museum weer permanent opengaat, blijft de rondgang rond de trap (‘Zaal 30’) de plek voor affiches. Nu zijn er nog reprints te zien, die niet allemaal even mooi van kleur zijn en soms ook wel wat vlekkerig. Dan, als de klimaatbeheersing functioneert, kan de rijkdom van de postercollectie van het Stedelijk – meer dan 30 duizend stuks – pas écht goed zichtbaar worden. Opschieten! ‘Stedelijk in affiches’ maakt hongerig.

stedelijk in affiches. t/m 9 januari 2011 in The Temporary Stedelijk in het Stedelijk Museum, Paulus Potterstraat 13.

Post to Twitter Tweet This Post

02

09 2010

Stedelijk en Di Sciullo van elkaar af

Pierre di Sciullo (rechts) tijdens zijn pitch. V.l.n.r.: Voormalig SM-directeur Gijs van Tuyl, extern adviseur Gerard Hadders en Marjolijn Bronkhuyzen, hoofd Communicatie en Marketing.

Het Stedelijk Museum en Pierre di Sciullo bereiken overeenstemming over afwikkeling samenwerking’, laat het onzichtbare museum weten in een persbericht. De Sciullo begon begin 2009, na het winnen van een omvangrijke pitch, met zijn werk. Eind 2009 was een aantal ontwerpen drukklaar. In februari 2010 kreeg hij echter een brief: ‘I, as the new director of the Stedelijk Museum, in essence have a different view than my predecessor on the museum’s graphic identity’ liet de nieuwe directeur Ann Goldstein hem weten.

Begin vorige week eiste Di Sciullo nog voor het Amsterdamse kantongerecht dat de overeenkomst zou worden nagekomen, en dat het Stedelijk een rectificatie plaatst in de Volkskrant, NRC, Telegraaf, Trouw en Het Parool met de boodschap dat Di Sciullo de grafisch ontwerper is die de huisstijl gaat maken.

En nu is de zaak dus in den minne geschikt. Benieuwd hoeveel er is betaald, maar geen van de partijen geeft nader commentaar. Hier moeten we het mee doen:

‘Nadat het Stedelijk Museum eerder dit jaar bekendmaakte de samenwerking met grafisch ontwerper Pierre di Sciullo te beëindigen, hebben het Stedelijk en Pierre di Sciullo overeenstemming bereikt over de afwikkeling van de samenwerking.

In maart 2010 maakte het Stedelijk Museum na zorgvuldig beraad en met diep respect voor ontwerper Pierre di Sciullo bekend de samenwerking met de ontwerper te beëindigen. Dit besluit werd genomen door Ann Goldstein, directeur van het Stedelijk Museum, met instemming van de Raad van Toezicht.

Het proces dat leidde tot de keuze voor Pierre di Sciullo werd in 2006 gestart tegen de achtergrond van een heropening van het museum in 2009. Tegen de tijd dat Ann Goldstein werd benoemd als nieuwe directeur van het Stedelijk Museum per januari 2010, werkte Pierre di Sciullo in een constructieve samenwerking met het museum aan de visuele identiteit. Ann Goldstein heeft als nieuwe directeur van het Stedelijk Museum echter een andere visie op de visuele identiteit en de branding van het Stedelijk, en besloot de samenwerking te beëindigen.

Het Stedelijk Museum benadrukt dat Pierre di Sciullo op zeer professionele wijze en zeer vakkundig zijn opdracht uitvoerde. Als gerespecteerd kunstenaar en ontwerper met een internationale reputatie maakt zijn werk een belangrijk onderdeel uit van de collectie van het Stedelijk Museum. Het Stedelijk maakt van deze gelegenheid gebruik om zijn waardering uit te drukken voor de ontwerper en voor allen die aan het ontwerpproces hebben bijgedragen.

Post to Twitter Tweet This Post

12

07 2010

Ingrepen in en aan een monumentaal gebouw

Art Dubai confirms position as leading art fair in the Middle East with strong sales and record attendance - Art Dubai official sponsor of annual Rietveld Academy graduation show van Mrova (foto Dietmar Gunne)

Vlak voor de officiële opening van de Eindexamenexpositie van de Gerrit Rietveld Academie waren twee mannen in de weer om een enorme tag van de witte gevel van het monumentale gebouw te verwijderen. Met hogedrukspuiten, enorme borstels en groene zeep. Dat is dan tenminste duidelijk: de graffiti – een rokend, slordig getekend, Bart Simpson-achtig mannetje – hoort niet bij het eindexamenwerk. En het wapperende spandoek erboven dus wel, net als de gouden vlaggenhouders onder de naam van de school, en de rode lijn die over de metershoge gevel loopt.

In en rond de Rietveld is dezer dagen het werk te zien van 189 studenten, afkomstig uit alle windstreken, afstuderend in disciplines als Textiel, Mode, Beeld & Taal, Keramiek, Fotografie, Beeldende Kunst, Grafisch Ontwerp en Audiovisueel. Zij doen dat met foto’s, fröbelwerkjes en haarfijne tekeningen, enorme abstracte doeken, maquettes en installaties, glaswerk, films en performances. En ingrepen in en aan het gebouw.

Read the rest of this entry →

Post to Twitter Tweet This Post

‘Wanneer doorziet iemand mijn gebrek?’

‘Boeken maken is wat ik het liefste doe. En ik denk ook dat dat is wat ik het beste kan…’ Irma Boom ontwerpt boeken. En hoe: Booms boeken zijn kunstwerken, vrij van elk compromis, waarmee ze iedere keer weer de begrenzingen van de gemiddelde drukpers overschrijdt. Ze won tientallen onderscheidingen voor haar werk – van de Gutenbergprijs en de titel het Best Verzorgde Boek tot een gouden medaille voor het mooiste boek ter wereld. Ze doceert aan de universiteit van Yale en heeft opdrachtgevers over de hele wereld. Architect Rem Koolhaas en kunstenaar Sheila Hicks staken de loftrompet op Boom, ter gelegenheid van haar solo-expositie in Bijzondere Collecties – ze is daar de eerste levende ontwerper met een solo boekententoonstelling. Recent waren haar boeken al te zien op de expositie elles@centrepompidou in het Centre Pompidou in Parijs; het MoMA in New York heeft Booms boeken eveneens opgenomen in de vaste collectie en heeft haar ook een tentoonstelling in het vooruitzicht gesteld.

En toch is Boom uitermate kritisch over het gros van haar boeken. ‘Ik ben zelf mijn grootste criticus’, zegt ze. ‘Ik beschouw mezelf helemaal niet als een goede ontwerper. Ik denk altijd: wanneer doorziet iemand mijn gebrek?’

Read the rest of this entry →

Post to Twitter Tweet This Post

12

06 2010

Think small.

‘Think small.’, luidt de pay-off van de iconische Volkswagen Kever-advertentie die art director Helmut Krone (en in net iets mindere mate copywriter Julian Koenig) een godenstatus bezorgde. Met een punt erachter. Onder een groot wit vlak met een kleine afbeelding van een Kever. Het VW-logo staat onopvallend tussen de tekst. Want een logo zegt volgens Krone ‘Ik ben een advertentie, blader maar snel door en kijk vooral niet wat ik te vertellen heb. Door het logo onopvallend te plaatsen, werd de héle advertentie een logo, was de gedachte van Krone.

Je zou het nu niet zeggen, maar destijds was het revolutionair; in de meeste advertenties stonden stralende gezinnetjes rond de glimmende koopwaar afgebeeld. In 1999 werd de campagne door het Amerikaanse vakblad Advertising Age dan ook verkozen tot de beste aller tijden. Terecht, want Krone was erin geslaagd een ‘nazi-auto’ een succes te maken in de  ‘Joodse stad’ New York.

Krone (1925-1996) was dertig jaar werkzaam voor het Amerikaanse reclamebureau Doyle Dane Bernbach (DDB) van Bill Bernbach, Ned Doyle and Maxwell Dane wordt beschouwd als een van de grondleggers van de hedendaagse reclamevormgeving. In de geniale, eveneens veelvuldig bekroonde serie Mad Men, waarvan de VARA vanavond het eerste deel van de tweede serie uitzendt, is DDB de belangrijkste concurrent van het fictieve reclamebureau Sterling Cooper, waar de kettingrokende, whisky slempende copywriter Don Draper cum suis werkt.

Ter ere van de start van het nieuwe seizoen én het feit dat het derde (!) seizoen van de serie inmiddels op dvd is verschenen (bij A-Film) is in Pakhuis De Zwijger in Amsterdam een kleine (‘Think small.’…) expositie – afkomstig uit de verzameling van de Zweedse copywriter Claes Bergquist – ingericht met in Amerikaanse tijdschriften verschenen advertenties van Helmut Krone: veel werk voor Volkswagen, en verder onder meer voor AVIS, American Airlines, Porsche en Chanel.

Om te zien hoe geniaal het is, had er eigenlijk wat werk van tijdgenoten naast moeten hangen, maar zo is het ook fijn…

Mad Men. Iedere dinsdagavond bij de VARA om 23:00 uur op Nederland 2. Seizoen 1, 2 en 3 zijn op dvd en blu-ray uitgebracht door A-Film. Alles over het werk van Krone staat in het fraaie boek Helmut Krone. The book. Op 21 juni ’s avonds is er een speciale Mad Men-bijeenkomst van Women Inc in De Zwijger. De Krone-expositie in De Zwijger duurt tot 30 juni.

Post to Twitter Tweet This Post

08

06 2010

Stadsdeellogo’s met een doorsneden lettersymbool

Amsterdam doet het vanaf vandaag met minder stadsdelen: zeven in plaats van veertien. De halvering moet leiden tot minder bureaucratie en een snellere besluitvorming. Tot minder deelraadsleden, bestuurders en ambtenaren.

Slechts drie van de oude stadsdelen zijn blijven bestaan: Amsterdam Centrum, Amsterdam Zuidoost en Amsterdam Noord; de rest is opgegaan in grotere deelgemeenten. Oost-Watergraafsmeer en Zeeburg vormen samen Oost; Oud-Zuid en ZuiderAmstel zijn samen Stadsdeel Zuid; Westerpark, Oud-West, De Baarsjes, Bos en Lommer zijn samen Stadsdeel West; en Geuzenveld-Slotermeer, Osdorp en Slotervaart vormen nu samen Stadsdeel Nieuw-West.

Een vorm van ‘collateral damage’ zijn de nieuwe stadsdeellogo’s, in eendrachtige samenwerking ontworpen door de gerenommeerde, vast niet heel goedkope bureaus Thonik en Edenspiegelmann. Een van de uitgangspunten was dat er een herkenbaar familieverband moest ontstaan, wat is gelukt door alle logo’s een lettersymbool mee te geven.

De ‘oude’ Stadsdelen Centrum en Noord hadden dat al, maar dan wel een stuk frivoler dan de nieuwe: zo is in de C van Stadsdeel Centrum ook de grachtengordel te herkennen, en mocht Noord als enige deelidentiteit het vormteken bóven de Andreaskruisen plaatsen, omdat het zich geografisch gezien aan de bovenkant van de stad Amsterdam bevindt. Stadsdeel Zuidoost voert sinds 2004 geen letter, maar het zogenaamde Tai-ati teken onder de drie rode Andreskruisen – een oud symbool voor verbondenheid.

De vier nieuwe Stadsdeellogo’s hebben helaas kraak noch smaak. De vrolijke icoontjes van verdwenen stadsdelen als Bos en Lommer en Zeeburg zijn vervangen door de eerste, lelijk doorsneden letter van het betreffende stadsdeel: een groene W voor West, een turkooise O voor Oost. Ernaast staat, om geen misverstand te laten bestaan, de naam van het stadsdeel nog eens voluit geschreven.

Jammer, maar over een jaar of tien gaat alles toch weer op de schop.

Meer werk van Thonik is te zien op de expositie Woordbeeld – thonik in de oba. T/m 27 juni in de expozaal van de Openbare Bibliotheek Amsterdam aan de Oosterdokskade 143.

Post to Twitter Tweet This Post

02

05 2010

Carice van Houten als postermeisje

Twee recente boekverfilmingen met Carice van Houten in de hoofdrol hebben logischerwijs ook allebei Nederlands’ enige echte filmster prominent op de poster staan. Maar in beide gevallen is ze behoorlijk onherkenbaar. En bovendien niet half zo mooi als ze werkelijk is. Op de poster van Komt een vrouw bij de dokter lijkt ze een paspop en heeft ze een krankzinnig gefotoshopt figuur. Op de poster van De gelukkige huisvrouw lijkt het alsof voormalig Frizzle Sizzle-zangers Laura Vlasblom model heeft gestaan. Ook opmerkelijk: in beide gevallen heeft haar tegenspeler totaal geen oog voor haar. Minder opmerkelijk: op de poster van KEVBDD geen spoor van kanker en de dood, op die van DGH geen enkele verwijzing naar vacuümpomp of psychose…

Post to Twitter Tweet This Post

17

04 2010

Van de Big Bang tot Bo, het hondje van de Obama’s

‘Nee, het is geen kunst. Pertinent niet. Voor mij is het visual journalism. Ik heb materiaal verzameld, interviews gedaan, en vervolgens een systeem bedacht om mijn verhaal te vertellen. Net zoals journalisten dat doen, toch? Alleen is mijn verhaal altijd en beeldverslag.’

In het Graphic Design Museum in Breda én op de museumwebsite toont informatieontwerpster Gerlinde Schuller de ontwikkeling van informatiedesign en datavisualisatie door de eeuwen heen. Het adagium ‘kennis is macht’ vormt daarbij haar uitgangspunt. Betekent dit dat iemand of een organisatie die de universele kennis van de hele wereld bezit dus ook de ultieme macht heeft? Als dat zo is, stelt Schuller, is Google een van de machtigste organisaties ter wereld. ‘Google neemt het ene na het andere bedrijf over, en verzamelt op die manier kennis. En macht: ze hebben zoveel macht dat zelfs de Chinese overheid met ze rond de tafel moet gaan zitten om te overleggen.’

In 2009 maakte Schuller het fascinerende boek Designing Universal Knowledge, een zoektocht naar de grootste kennisverzamelingen ter wereld. Ze vroeg 50 mensen wat volgens hen de meest universele beelden, gebeurtenissen en personen in de wereldgeschiedenis zijn. Die historische data verwerkte ze in een tijdlijn van 16 pagina’s, waarin ze tevens plaats inruimde voor de mijlpalen in de geschiedenis van het informatiedesign. Schuller, die na haar studie visuele communicatie in Offenbach, Duitsland naar Amsterdam kwam, een aantal jaar voor Irma Boom werkte, het telefoonboek onder handen nam, en nu infographics maakt voor kranten en bladen: ‘Het systeem van het boek is enigszins vergelijkbaar met Wikipedia, maar ik heb de saaie begrippen weggelaten. Ik heb mijn eigen keuzes gemaakt en mijn eigen interesses onderzocht; het is een heel persoonlijk onderzoek.’

Het Graphic Design Museum vroeg Schuller haar papieren onderzoek in een expositie te vertalen. Het resultaat is een tijdlijn op een 26 meter lange wand, die begint bij de ‘Big Bang’, en via grottekeningen, het wiel, de piramides en het Paard van Troje; de uitvinding van de boekdrukkunst; de Tweede Wereldoorlog en, de millenniumbug (‘No computer crash’) eindigt met Bo, het nieuwe hondje van de Obama’s, en het hoogste gebouw in de wereld: de Burj Khalifa in Dubai (828 meter).

‘Het paard van Troje komt er twee keer op voor. Aan het begin van de tijdlijn en tegen het einde, maar dan in de vorm van een computervirus. Hetzelfde geldt voor de Bibliotheek van Alexandrië. Die komt terug in 2004, omdat er een nieuwe bibliotheek is gebouwd in Egypte: de Bibliotheca Alexandrina.’

De eerste informatieontwerper is Johannes Gutenberg, de uitvinder van de drukpers. ‘Er is natuurlijk discussie wie de ware uitvinder is, maar het gaat mij om de boekdrukkunst zelf. Na Gutenberg werd de drukpers wereldwijd bekend. Het werd mogelijk grote hoeveelheden informatie wereldwijd te verspreiden.’

Daarna krijg je kettingreacties op het gebied van informatiedesign, stelt Schuller. ‘Zonder Gutenberg was de Belgische bibliograaf Paul Otlet er niet geweest. Die heeft in 1910 het idee opgevat om de complete kennis van de wereld in een ‘Universele Bibliotheek’ te verzamelen en daarvoor een classificeringssysteem  te bedenken. Hij was de eerste die termen gebruikte die je zou kunnen vergelijken met ‘hyperlinks’. Geïnspireerd door Otlet filosofeerde Ted Nelson in de jaren ’60, toen er nog geen sprake was van het internet, over hypertekst: tekst met direct activeerbare verwijzingen. Tim Berners-Lee, de bedenker en grondlegger van het World Wide Web, werd dan weer geïnspireerd door Nelsons Xanadu Project.

In haar tijdlijn maakt Schuller onderscheid tussen zwarte begrippen (de wereldgeschiedenis) en blauwe (de ontwikkeling van de informatiemaatschappij en de belangrijkste informatieontwerpers). Met een edding stift kunnen de bezoekers van het museum hun eigen highlights toevoegen op de muur. ‘De meeste mensen schrijven hun naam op, en natuurlijk zijn er op heel veel afbeeldingen brilletjes getekend. Maar ook de val van het kabinet is toegevoegd, en andere mensen leveren echt commentaar. “Coca Cola is evil; bought Santa Claus” schreef iemand, en een ander “Quite an eye-opener”. Dat is een soort minirecensie  – dat vind ik wel leuk. En als iemand anders het daar niet mee eens is, kan hij dat ook opschrijven. Er wordt geen redactie gevoerd door het museum. Alleen als het té vol wordt, dan moeten de stiften weg.’

Volgens Schuller is de volgende échte belangrijke stap voor de informatiemaatschappij de uitvinding van een goed vertaalprogramma. ‘Daar wordt aan gewerkt, Google, Yahoo en SDL plc. zijn ermee bezig. De huidige vertaalprogramma’s geven nog hele grappige verhaspelingen, maar stel dat het wordt geperfectioneerd, dan zijn er wereldwijd geen taalbarrières meer. Iedereen begrijpt iedereen. Dat is net zo’n revolutie als de drukpers.’

Infodecodata. T/m 2 september in het Graphic Design Museum Breda. De ‘Designing Universal Knowledge-Tijdlijn’ is ook te zien op www.graphicdesignmuseum.nl. The World as Flatland – Report 1: Designing Universal Knowledge van Gerlinde Schuller is verschenen bij Lars Müller Publishers, ISBN 978-3-03778-149-4.

Post to Twitter Tweet This Post

De sporen van het menselijk tekort

Tsjernobyl, controlepaneel. Uit: Memory Traces’ van Cary Markerink‘

Ik heb me altijd verzet tegen de romantische landschapsfotografie… tegen die kalenderplaatjes met een ondergaande zon. Het landschap ziet er toch heel anders uit? Als ik een ondergaande zon zou fotograferen, staat er op de voorgrond een kerncentrale.’

Fotograaf Cary Markerink (Medan, Indonesië, 1951), exponent van de atoomgeneratie, reisde de hele wereld over om ‘zijn’ geschiedenis te verbeelden. Hij trok naar Hiroshima en Nagasaki, de Bikini-atol waar tientallen atoomproeven plaatsvonden en Tsjernobyl, naar de Vietnamese dorpen My Lai en Khe San, Sarajevo en de Potsdamer Platz in Berlijn. Hij keek er om zich heen en fotografeerde, verbaasde zich en schreef. En bundelde al zijn ervaringen ten slotte in ‘Memory Traces’: een monument voor de in het landschap gegrifte sporen van het menselijk tekort.

In zijn Amsterdamse woning annex atelier staat een loden zakje met de geigerteller die hij meenam naar Tsjernobyl. ‘Die is zelf radioactief geworden. Als je ‘m aanzet, gaat-ie meteen piepen. Ik moet het bedrijf waar ik hem heb gekocht eens bellen, want dit geef je niet met het chemisch afval mee.’

Op sommige plekken mocht hij niet komen, in Nevada bijvoorbeeld, waar de Amerikanen hun atoombommen testten, en het kostte jaren voordat hij in Tsjernobyl mocht doen wat hij wilde. ‘Je kon er wel heen, maar je mocht de centrale niet in. Dát landschap wilde ik fotograferen; de controlekamer waar dat catastrofale experiment heeft plaatsgevonden…’

Bepaalde plekken heeft hij overgeslagen. ‘In de buurt van Tsjernobyl staat een verbrand zwart bos, helemaal versteend. Dat was een fantastische foto geweest, maar op weg erheen begon de geigerteller te keer te gaan… De radioactiviteit was er volgens Amerikaanse normen levensgevaarlijk. Dat bos heb ik dus maar overgeslagen. Ik wil niet dood. Er zijn mensen die vragen of ik ’s nacht oplicht. Natuurlijk, antwoord ik dan. Mijn vriendin hoeft in bed niet lang naar me te zoeken.’

Markerink werkte ruim vijftien jaar aan het project. Na het fotograferen – de eerste foto maakte hij al in 1997, de laatste stamt uit 2008 – nam hij alle tijd om zijn ideeën over documentaire landschapsfotografie als spiegel van onze cultuur op papier te zetten. Dat gebeurt in verschillende vormen, van reisverslagen en ‘geschreven foto’s’ tot fictie. Vervolgens nam de vormgeving ruim een jaar in beslag.

Daarvoor vroeg Markerink de gelauwerde ontwerpster Irma Boom. ‘Tijdens onze eerste gesprekken zei ze dat ze een boek wilde maken op staand formaat. Ik kon mijn oren niet geloven. Ik maak vaak panoramafoto’s, die wilde ik zo groot mogelijk zodat je alle details goed ziet. Dat kan niet anders dan liggend, dacht ik.’

Toch liet hij Boom haar gang gaan, en spijt heeft hij daarvan niet gehad; ze maakte een prachtig boek waarin de gelaagdheid van beeld en tekst, landschap, geschiedenis en herinnering volledig tot hun recht komen. Sommige foto’s vallen binnen de marge, de meeste kun je uitklappen. ‘Ik werk graag met een extreme groothoek, omdat dat een enorm zuigend perspectief oplevert. Ik wil de kijker het beeld in hebben, erbij betrekken. Het enige nadeel van zo’n lens is dat-ie ook veel voorgrond oplevert. Die moet ik dus aansnijden. Dat doe ik op gevoel. Daardoor zijn de formaten altijd net weer anders. Ik hou me niet graag aan de kaders van de foto-industrie.

Het fotoboek is verpakt in een speciaal ontworpen doos waarin nog twee kleine boekjes schuilgaan: een met de grofkorrelige familiekiekjes van een filmpje dat Markerink in een ontruimd en geplunderd huis nabij Tsjernobyl vond en een thriller gesitueerd in de kunstwereld, waarin hij zijn ideeën over fotografie verwoordt.

Het even verontrustende als fraaie boek zelf omvat slechts dertig foto’s, en dat hadden het er nog minder kunnen zijn: oorspronkelijk wilde Markerink maar één foto per locatie. ‘Ik zeg altijd dat ik uit de negentiende eeuw kom: de tijd dat één foto van ver weg mensen eindeloos deed fantaseren.’

Als hij terugkijkt is hij een tikkeltje teleurgesteld. ‘Wij mensen kunnen fantastische machines maken; we hebben zoveel kennis, en toch vallen we iedere keer terug op destructief gedrag. Ik vind het jammer dat we het met z’n allen niet een beetje leuker maken. Er zit zoveel meer in mensen. Ik klink nu vast als de late jaren 70-jongen die ik nu eenmaal ben, maar het kan toch veel beter?!’

Maar ondanks alle destructie is Markerink positief gestemd. ‘Je ziet dat dingen weer herstellen; als wij van de aarde verdwijnen, is de natuur er zo weer bovenop. In Tsjernobyl groeien de bomen alweer driehoog uit het tapijt. Als wij op tijd uitsterven, blijft die aarde nog wel een tijdje doordraaien… De natuur is grenzeloos vitaal.’

Memory Traces is te bestellen op www.carymarkerink.nl. ISBN 978-94-90506-01-8. Prijs € 150,00. Werk van Cary Markerink is t/m 17 april te zien in Johan Deumens Gallery, Donkere Spaarne 32ZW in Haarlem. www.johandeumens.blogspot.com

Post to Twitter Tweet This Post

08

04 2010