Archive for the ‘Documentaire’Category

Zo ziet macht eruit: saai!

“Het maakt de heersende economische machtsstructuren visueel: zo ziet macht eruit”, orakelde de jury van de Dutch Doc Award 2013. De prijs voor het beste documentaire fotoproject van het jaar was voor The Table of Power 2 van beeldend kunstenaar Jacqueline Hassink. “Uitzonderlijk”, aldus de jury onder leiding van Gerrit Jan Wolffensperger. “De kwaliteit van de fotografie is op alle pagina’s onovertroffen hoog.”

Tsja. Ik zie wat saaie, monotone foto’s van saaie bestuurskamers en lege vergaderzalen van banken en multinationals zoals lege Shell, ING en BNP Paribas. Ik vond alle andere genomineerden beter: Poppy – In het spoor van de Afghaanse heroïne van Robert Knoth en Antoinette de Jong; Nederland – Uit voorraad leverbaar van Hans van der Meer; A Possible Life van Ben Krewinkel; Touch van Peter Dekens en vooral Via PanAm van Kadir van Lohuizen.

Wat mij betreft had laatstgenoemde die 20 duizend euro moeten winnen. De veelbekroonde documentairefotograaf Van Lohuizen reisde 40.000 km langs de Pan-American Highway om het fenomeen migratie in kaart te brengen. Hij deed verslag van zijn reis in kranten, tijdschriften, op de radio, op blogs, en via een iPad-applicatie. Er wordt nog gewerkt aan een kloek fotoboek, de dummy was vorig jaar al te zien tijdens de eerste editie van Unseen.

Het omvangrijke project van Kadir van Lohuizen maakt de heersende economische machtsstructuren visueel: zo ziet migratie eruit. Uitzonderlijk! De kwaliteit van de fotografie is op alle pagina’s onovertroffen hoog!

07

06 2013

Niet eens één aanvraag!

‘Johan van der Keuken / Tegen het licht. Filmer en fotograaf’ staat nog tot en met zondag in EYE. Toen directeur Sandra den Hamer de expositie eind maart opende, maakte ze ook trots melding van een fietstocht door het centrum van Amsterdam, ‘door de ogen van cineast Van der Keuken’. “Geïnspireerd op Amsterdam Global Village en andere films van Van der Keuken, waarin hij zijn visie op tolerant Amsterdam verbeeldt. Maar ook ‘historisch’ Amsterdam zoals in Beppie: kijken, zien en fietsen…”

Dat leek me wel wat, en ik vroeg of er een kaartje met de route was. Dat was niet ter plekke beschikbaar, ik werd doorverwezen naar Marianne Schutte van ‘cultureel organisatiebureau’ ARTTRA. Schutte vertelde dat het niet de bedoeling was om de route individueel te fietsen, maar groepsgewijs, onder begeleiding van een deskundige gids van ARTTRA.

“Op avontuur met uw kunsthistorische gids ontdekt u per fiets allerlei plekken waar verschillende nationaliteiten, religieuze overtuigingen en culturele gewoonten zich manifesteren! Van typisch Jordanese volkscultuur, Chinatown tot Armeense christenen. De gids laat geheel in de geest van Van der Keuken u op een nieuwe manier naar Amsterdam kijken.

De kosten voor de 2 uur durende fietstocht? “€ 235,95 inclusief BTW per keer, maximaal aantal deelnemers 20 per gids. Hierbij is geen fietshuur inbegrepen. Wij verzorgen voor groepen ook fietsen vanaf EYE of een andere locatie in het centrum van Amsterdam. Vraag offerte op maat aan bij ARTTRA.”

Ik vertelde dat ik graag mee wilde fietsen, voor een reportage in Het Parool. Dat kon.

Half april kreeg ik echter een mail: “Helaas hebben wij weinig aanmeldingen voor de Johan van der Keuken-rondleidingen in EYE en nog helemaal niet voor de fietstocht. Maar wat niet is kan nog komen. Zodra de eerste is laten wij het weten.”

Daarna hoorde ik niets meer, dus zelf nog maar eens gemaild. 31 mei kreeg ik antwoord van Marianne Schutte: “Je kan het bijna niet geloven, niet eens één aanvraag! Waarom? Ik zou het niet weten, behalve dan dat onbekend, onbemind maakt. Misschien ligt het ook aan onze pr hoor. Nu maar hopen dat de side-programma’s van Fellini wel gaan lopen. Zo gaan wij naast rondleidingen door de tentoonstelling in EYE vanaf 30 juni boottochten à la Fellini organiseren, met Italiaanse lunches en diners met muziek van Nino Rota.”

Laten we hopen dat de pr snel verbetert. En misschien moet het prijsbeleid ook nog eens tegen het licht worden gehouden…

07

06 2013

“Tot hoe laat is Venetië eigenlijk open?”

“Wij zijn geen figuranten! Wij zijn gewone burgers, die deze stad bewonen!,” schreeuwt een man naar een gigantisch cruiseschip dat koerst richting de Terminal Venezia Passeggeri, de cruiseterminal van Venetië. Een aantal mannen op de kade laat demonstratief hun broek zakken. “Weg! Weg! Weg! Jullie zijn te groot. Jullie verwoesten de lagune. Jullie verwoesten de kanalen, de huizen en de kades,”, roepen ze richting de toeristen aan boord van het bakbeest. “Wij zijn geen ansichtkaart! Wij zijn een stad!”

Het kunstenaarsduo Racké en Muskens, bestaande uit Quirine Racké (1965) en Helena Muskens (1963), maakte I Love Venice, een even onthutsend als betoverend portret van een stad die ten gevolge van massatoerisme steeds meer op een pretpark is gaan lijken. En over zijn bewoners, die wegvluchten omdat het gemeentebestuur en de politiek doof zijn voor hun protesten. De film kan worden gezien als de antipode van Celebration (2005), hun documentaire over een stadje in Florida, bedacht, ontwikkeld en beheerd door de Disney Company.

Het idee voor I Love Venice ontstond een jaar of tien geleden, tijdens reizen naar Salzburg en Dubrovnik. In Salzburg werden ‘Sound of Music-tours’ georganiseerd, ontdekten Racké en Muskens; in de binnenstad van Dubrovnik liepen zoveel toeristen rond dat de marmeren straten er glad gepolijst zijn.

Dat beeld, van de historische binnenstad als openluchtmuseum, bleef hangen. Racké en Muskens vroegen zich vervolgens af welke functies de stadscentra van UNESCO Werelderfgoedsteden als Amsterdam en Brugge nog hebben. In deze tijd van city marketeers wordt geschiedenis ingezet als product; steden worden aangeboden als themapark. In I Love Venice vertelt een de stad uit gevluchte bewoner dat hem weleens is gevraagd tot hoe laat Venetië eigenlijk open is.

Op een ‘normale’ zomerse dag wordt de stad, waar nu nog minder dan 60.000 mensen wonen, overspoeld door meer dan 80.000 toeristen en dagjesmensen. En het wordt alleen maar erger, weeklaagt want Lidia Fersuoch, de voorzitter van de erfgoedorganisatie Italia Nostra. “De Chinezen, de opkomende economieën, mensen uit India; iedereen wil naar Venetië. Iedereen heeft ook het recht Venetië te bezoeken, maar onder de voorwaarde dat dat niet tot de ondergang van de stad leidt”.

Racké en Muskens schetsen de Venetiaanse problemen op prachtige wijze, een oplossing biedt hun documentaire niet. Die is er ook niet, vreest Quirine Racké: “We hebben gesproken met de wethouder Publieke Zaken. Die hield een pr-achtig verhaal waarin hij alles zo formuleerde dat het leek alsof er helemaal geen probleem is. Van tevoren vertelde zijn woordvoerder echter een ander verhaal. Het is vreselijk, zei hij – off the record helaas. Wij zijn misschien wel de laatste generatie Venetianen.

Holland Doc: I Love Venice van Racké en Muskens. Wo 5/6, 23.00 uur, Ned 2.

05

06 2013

Onvoorstelbare vriendschap

Nadat de rolluiken voor de ramen zijn opgehaald, zoomt de camera in op het portret van een mooie jonge vrouw, dat hangt in een appartement in oneindig veel bruintinten. “Dit is mijn grootmoeder Gerda,” zegt een mannenstem in voice-over. “Ze is vorige maand overleden. Sindsdien is hier niemand meer geweest; alles staat er nog precies zo bij als toen. We staan voor een zware taak: wat mag blijven en wat moet er weg.”

Zo begint The Flat, de tweede documentaire van de Israëlische filmmaker Arnon Goldfinger (1963): als een registratie van een opruimklus. Van een gigantische opruimklus: het heeft er alle schijn van dat zijn 98-jarige grootmoeder Gerda Tuchler nooit iets heeft weggegooid in de 70 jaar dat ze in het appartement in Tel Aviv heeft gewoond. Er zijn kasten vol schoenen en kleding, laden vol handschoenen en sierraden, de boekenkasten staan vol Duitse boeken.

Dan stuit Arnon Goldfinger tussen de paperassen van zijn al vele jaren eerder overleden grootvader Kurt Tuchler op nazipropaganda. Enig speurwerk leert hem vervolgens dat Kurt en Gerda in 1933 samen met de SS-officier Leopold von Mildenstein een reis van Duitsland naar Palestina hebben gemaakt. Nog meer speurwerk leert dat Von Mildenstein Adolf Eichmann zijn baan gaf, op goede voet stond met Goering en Goebbels, en dat hij tijdens de Processen van Neurenberg door Eichmann werd aangewezen als hoofdverantwoordelijke voor het masterplan om alle Joden uit Duitsland te deporteren.

Ook Arnon Goldfingers overgrootmoeder werd vermoord tijdens de Tweede Wereldoorlog. Desalniettemin, zo constateert hij tot zijn grote verbijstering, hebben zijn grootouders na de oorlog de banden met Von Mildenstein en zijn vrouw weer aangehaald. Fotoboeken vol gezellige vakantiekiekjes zijn het onweerlegbare bewijs van de onvoorstelbare vriendschap.

Samen met zijn moeder – die zegt van niks te weten en het verleden liever zou willen laten rusten – reist Goldfinger naar Duitsland, om uit te zoeken wat de reden van de vriendschap geweest kan zijn. De reis is voor beiden louterend. “Het was óók een kans om haar manier van denken te leren begrijpen, haar psychologie,” aldus Goldfinger in meerdere interviews.

The Flat van Arnon Goldfinger, die al met veel succes vertoond is op festivals over de hele wereld, wordt vanaf 27/4 zeven keer uitgezonden op Holland Doc 24, als onderdeel van ‘Door dik en dun’, een themaprogramma met documentaires over vriendschap. Deze recensie is geschreven voor De Vriend, een eenmalige uitgave van Castrum Peregrini.

27

04 2013

Botsende beelden, een kakofonie van geluid

‘Johan van der Keuken / Tegen het licht. Filmer en fotograaf’ is alweer de vijfde grote expositie in EYE. Het is de eerste die in zijn geheel is gewijd aan het oeuvre van een Nederlandse filmmaker. En het is de eerste waarvoor de tentoonstellingsruimte (1200 m2) niet is opgedeeld in verschillende ruimtes.

Waar het FOAM eind 2010 nog Van der Keukens fotowerk toonde, focust EYE op het filmische oeuvre. Maar, zoals de drievoudige tentoonstellingstitel al aangeeft, in relatie tot zijn fotografie. Van filmsequenties naar beeldreeksen, met nadruk op Van der Keukens bijzondere oog voor montage.

Daartoe worden in de enorme ruimte gedemonteerde beeldreeksen uit Van der Keukens rijke oeuvre naast elkaar getoond. Meerdere botsende, associatief samengevoegde beeldreeksen op tientallen schermen – je komt ogen tekort en je oren gaan ervan piepen; bij alle beelden is namelijk de oorspronkelijke score hoorbaar.

De kakofonie doet afbreuk aan de enorme visuele rijkdom. Hopelijk wordt het geluid in de komende weken nog wat teruggeschroefd; de koptelefoons bieden namelijk ook geen uitkomst.

Johan van der Keuken / Tegen het licht. Filmer en fotograaf. T/m 9/6 in EYE. Er is een uitgebreid ‘flankerend filmprogramma’.

04

04 2013

Jan Luijkenstraat 1, 1071 CJ Amsterdam. 6 maart 2013, 10.21 uur.

Verwarring bij de achteringang van het Rijksmuseum, op de hoek van de Hobbemastraat en de Paulus Potterstraat. “Staat u op ‘continue’ of op de weeklijst?,” wil een van de beveiligers weten. “Wij zijn hier al jaren aan het draaien,” legt regisseur Oeke Hoogendijk uit. “We moeten naar de Middeleeuwen. En we weten de weg.”

De beveiliger laat zich niet zo makkelijk overtuigen en mompelt was in zijn portofoon. “Wij hebben nooit beveiliging,” zegt cameraman Sander Snoep. “Dat zou voor het eerst zijn.”

Even later staat het sein op groen; de crew mag zonder begeleiding naar de Middeleeuwen. Na een wandeling door eindeloze gangen, langs de apparatuur van Jan de Bont, die een commercial voor voor het museum opneemt met Ruud Gullit, en de nieuwe, enorme entree van de Spaanse architecten Cruz en Ortiz naast het vermaledijde fietserstunneltje, belanden Hoogendijk, Snoep en geluidsman Mark Wessner in de krochten van het Rijksmuseum, waar conservator Frits Scholten – opgestroopte mouwen, witte handschoentjes – bezig is vitrinekasten in te richten.

“Dat gewei was toch van de zoon van Karel de Grote?,” vraagt Hoogendijk, wijzend op een rijk gedecoreerd gewei van een eland, dat recent werd teruggevonden in het depot en bij die gelegenheid zelfs De Wereld Draait Door haalde. “Nee, dat is wat te kort door de bocht,” antwoordt Scholten. “Het is inderdaad gevonden in de graftombe van Lodewijk de Vrome, een zoon van Karel de Grote. Maar onderzoek heeft uitgewezen dat het daar pas na zijn dood is neergelegd. Het gewei heeft in ruim duizend jaar een reis gemaakt van Metz naar Sint Petersburg naar Amsterdam.”

“Ho ho,” maant Hoogendijk. “Niet alles nu al vertellen, Frits. Nog even wachten tot de camera draait.” Als Snoep en Wessner zich hebben geïnstalleerd hangt Scholten het waardevolle stuk aan een iel haakje in een vitrinekast. Hij kijkt nog eens goed of het helemaal goed hangt en plaatst dan in een razend tempo twee ivoren kistjes, een Islamitisch bekken en een jachthoorn van olifantentand in de kast. “Het ziet er allemaal fantastisch uit, Frits, maar het gaat me allemaal veel te snel,” zegt Hoogendijk. Lachend: “Ze hadden me al gewaarschuwd voor je tempo.”

Scholten plaatst de Middeleeuwse voorwerpen een aantal keer opnieuw in de vitrinekast; de conservator past en meet en kijkt als een volleerd acteur. Daarna vertelt hij voor de camera nog twee keer het boeiende relaas over de geschiedenis van het gewei.

Als de camera weer draait, klinkt opeens het krakende geluid van een portofoon. Twee bewakers steken hun neus om de hoek. “Zou het misschien wat stiller kunnen? Wij zijn bezig met opnames,” zegt Hoogendijk. “Wij zijn hier ook aan het werk,” antwoordt de bewaker. Als hij iets onduidelijks heeft doorgegeven aan de meldkamer, vervolgt hij zijn weg. “Dank voor uw geduld.”

Hoogendijk legt uit dat ze nergens meer van op kijkt. “Het Rijks is een enorm instituut met héél veel afdelingen.” Ze is al negen jaar bezig met haar documentaire-project; toen ze begon met filmen was de sloop net begonnen en Ronald de Leeuw nog directeur. Inmiddels is ze er wel 200 keer geweest en schoot ze al meer dan 300 uur materiaal. “Toen ik begon dacht ik dat ik in één of twee jaar wel klaar zou zijn. Ik had buiten de welstandscommissies, failliete bouwbedrijven en boze fietsers gerekend.”

In de aanloop naar de opening van het Rijksmuseum op 13 april a.s. wordt eerst Oeke Hoogendijks documentaire Het nieuwe Rijksmuseum in twee delen herhaald in Het uur van de wolf. In Het nieuwe Rijksmuseum, in 2010 bekroond een Beeld en Geluid Award in de categorie cultuur en genomineerd voor het Gouden Kalf voor Beste Lange Documentaire, wordt de eerste vier jaar van de verbouwing gevolgd. Vervolgens zijn de twee nieuwe delen te zien op televisie. Met het nieuwe materiaal maakt Hoogendijk ook een bioscoopversie, Clair Obscur, die, als alles goed gaat, eind 2013 eerst op het IDFA en aansluitend in de filmhuizen te zien zal zijn.

Het nieuwe Rijksmuseum | Scenario en regie: Oeke Hoogendijk | Camera: Sander Snoep, Gregor Meerman | Montage: Gys Zevenbergen | Productie: Column Film | Muziek: Maurice Horsthuis (uitgevoerd door het Nederlands Symfonieorkest, Elastic Jargon, Quartet Quinetique en Orkest Amsterdam Drama) | Kleur, 2×54’ | Omroep: NTR (Het uur van de wolf) | Distributie: Column Film | Te zien: Deel 3 op 7 april, Deel 4 op 14 april 20.25, beide om 20.25 uur op Nederland 2.

De rubriek Actie! verschijnt maandelijks in de Filmkrant. Suggesties? Stuur een mail. Foto’s Bob Bronshoff.

29

03 2013

Tragisch verkeersongeluk of brute moord?

De Chinese conceptueel kunstenaar, politiek activist, filosoof, architect, fotograaf en filmmaker Ai Weiwei maakt deel uit van de Tiger-jury van het IFFR. Omdat hij het land niet uit mag, doet hij dat vanuit zijn huis in Beijing; het festival heeft hem een stapeltje dvd’s gestuurd; er wordt overlegd via skype.

In Rotterdam is ook een nieuwe, uiterst kritische documentaire te zien van de Ai Weiwei Studio. Op 27 december 2010 kwam het dorpshoofd Qian Yunhui om bij een verkeersongeluk in Yueqing, in het oosten van China: hij werd vermorzeld onder het linker voorwiel van een enorme rode vrachtwagen. Dat was althans de lezing van de Chinese autoriteiten, al snel werd de trucker veroordeeld. Maar al even snel rees er twijfel; volgens zijn familie en vele dorpsgenoten was er sprake van moord. Het protest nam al snel toe, vooral online, waar ook gruwelijke foto’s verschenen van het geplette lichaam van Qian Yunhui.

Ai Weiwei Studio, de productiemaatschappij van ’s werelds vermaardste luis in de pels Ai Weiwei, dook ook in de zaak. In de grondige documentaire Ping’an Yueqing verschijnen doodsbange dorpsgenoten voor de camera en wordt het ongeluk gereconstrueerd. Gaandeweg wordt en duidelijk dat Qian Yunhui een lastpak was voor de autoriteiten, en dat het ‘Qian Yunhui-incident’ niet op zichzelf staat. Ook in de andere gevallen staat de politie lijnrecht tegenover het volk; tragisch verkeersongeluk of brute moord?

De vertoningstijden van Ping’an Yueqing zijn te vinden op de site van het IFFR.

25

01 2013

Monument voor onthaasting

In 1984 vroeg de Duitse regisseur Philip Gröning de Nederlandse prior Dom Marcellin Theeuwes al toestemming om te filmen in La Grande Chartreuse, het moederklooster van de strengste katholieke orde ter wereld, de Kartuizers. ‘Te vroeg’, luidde diens antwoord destijds. ‘Over tien, dertien jaar misschien.’ In 2000 kreeg Gröning een telefoontje. Of hij nog geïnteresseerd was.

Gröning verbleef meer dan zes maanden tussen de dertig monniken in het in de Franse Alpen verscholen klooster. Zonder crew, en onder omstandigheden die Spartaans te noemen zijn. De monniken zwijgen het grootste deel van de dag; de communicatie verloopt via briefjes. Slechts een keer per week, op zondag, maken ze gezamenlijk een wandeling.

Meer dan 120 uur film schoot Gröning tijdens zijn verblijf, alles bij natuurlijk licht. Er zijn lang aangehouden shots, waarin de camera nauwelijks beweegt, van monniken die geknield zitten te bidden. Vaak filmt Gröning vanuit een ander vertrek, door een half openstaande deur, en valt er een straaltje, majestueus licht op zijn hoofdpersonen.

De dagelijkse beslommeringen in en rond het klooster worden doorsneden met beelden van de monniken die in de lens kijken en van de natuur; van bloempjes en sneeuwvlokken. Soms zijn die scènes bijna abstract, als in een experimentele film van Stan Brakhage.

Op de geluidsband klinkt het gefluit van vogeltjes, en wat flarden koorzang. Een voice-over ontbreekt; in een scène worden twee jongemannen, die denken dat ze willen toetreden, voorgelezen uit het huishoudelijk reglement van de orde. Verder overheerst de stilte. In beeld keert een aantal Bijbelspreuken een paar keer terug. ‘Wie geen afstand doet van al zijn bezittingen, en mij niet volgt, kan mijn discipel niet zijn’. Pas tegen het eind, na ruim tweeënhalf uur, laat Gröning een stokoude, blinde monnik aan het woord.

Die grosse Stille, die in Nederland onder de Engelse titel Into Great Silence is uitgebracht, beantwoordt geen vragen. Grönings documentaire is een monument voor de onthaasting, voor een levensstijl die bijna is verdwenen. Puurdere cinema is zelden te zien.

Die Grosse Stille van Philip Gröning. Dinsdag 1 januari, 0.20 uur, Ned 2.

24

12 2012

“Iedereen met een camera denkt maar dat hij een film kan maken”

“Ik moet wat bekennen”, zei de stokoude Russische regisseuse Ludmila Stanukinas na afloop van de vertoning van haar documentaire The Tram Runs through the City voor een bomvolle zaal in Tuschinski. “Een van de vrouwen die in de tram stappen, is een vriendin van mij. Ik had haar speciaal gevraagd, zodat ik zeker wist dat er in ieder geval één mooie vrouw voor mijn camera zou komen…”

“Je stelt me teleur”, riposteerde haar landgenoot Victor Kossakovsky, die Stanukinas’ film opnam in zijn Top-10 met favoriete documentaires die hij op verzoek van het International Documentary Film Festival Amsterdam samenstelde. Met een lach: “Ik zal je film uit mijn lijst moeten verwijderen.”

Victor Kossakovsky is een van de troetelkinderen van het IDFA. In 1993 won hij de Joris Ivens Award én de Publieksprijs met de plattelands-tragikomedie Belovy; in 1998 won hij de Speciale Juryprijs met Pavel and Lyalya (A Jerusalem Romance); en in 2002 werd Tishe! genomineerd voor hoofdprijs van het festival.

In zijn Top-10 staan niet alleen erkende meesterwerken, zoals Man with a Movie Camera (Dziga Vertov, 1929) en Stand van de sterren (Leonard Retel Helmrich, 2010); Kossakovksy koos ook een aantal korte documentaires die zelden of nooit te zien zijn op het grote doek. “Deze films laten de kijker iets zien, in plaats van dat ze iets willen zeggen,” aldus Kossakovsky. “Als je alle vernieuwende elementen uit deze films bij elkaar optelt, kom je tot het perfecte documentaire-alfabet.”

Alle films zijn bijzonder, maar de allerbijzonderste film uit Kossakovsky’s Top-10 is Seasons of the Year van de Armeens filmmaker Artavazd Pelechian, een in gloedvol zwart-wit geschoten filmgedicht over het bikkelharde boerenbestaan in een afgelegen bergdorp. We zien boeren met hun schapen door een kolkende rivier waden, we zien boeren met hun schapen in de winter op hun billen van besneeuwde bergen afroetsjen. Altijd staat de camera op de juiste plek, de montage is verbluffend ritmisch – net als in Kossakovsky eigen films.

Ook de invloed van de verborgen camera-films Look at the Face (waarin Pavel Kogan laat zien wat Leonardo Da Vinci’s schilderij Madonna Litta teweegbrengt bij de bezoekers van de Hermitage) en The Tram Runs through the City (waarin Ludmila Stanukinas de bestuurster en passagiers van een kachelende tram in Leningrad observeert) is onmiskenbaar. Ze moeten Kossakovsky hebben geïnspireerd voor Svyato (2005), waarin hij zijn tweejarige zoontje filmde, die zichzelf voor het eerst in zijn leven in de spiegel ziet, en voor Tishe!, waarin hij vanuit het open raam van zijn appartement in hartje Sint-Petersburg een jaar lang alles filmde wat hem opviel voor zijn digitale camera.

Beide Kossakovsky-films zijn te zien op IDFA, als onderdeel van een compleet retrospectief, waarin ook zijn debuut Losev uit 1989 en zijn recente meesterwerk ¡Vivan las antipodas! zijn opgenomen.

Tijdens de opnamen van laatstgenoemde film werd Kossakovsky gevolgd door zijn oude Chileense vriend Carlos Klein Frohlich. Het resultaat is Where the Condors Fly, een documentaire, ‘making of’ en masterclass ineen.

“Iedereen met een camera denkt maar dat hij een film kan maken,” zegt Kossakovsky daarin tegen Klein Frohlich, als die hem op een stoel heeft plaats laten nemen om hem over zijn manier van werken te laten vertellen. “Ach, het maakt ook niet uit. Als je me filmt omdat je me iets wil laten zeggen, heeft het toch geen waarde. Film moet de kijker iets geven wat hij nog niet eerder hebt gezien. Dit heeft geen enkele waarde.”

Veel Top-10-films en films van Victor Kossakovsky zijn de komende dagen nog te zien op IDFA, dat duurt t/m 25/11.

24

11 2012

Geen beter vermaak dan leedvermaak

In Queen of Versailles volgt fotografe Lauren Greenfield de bijna bejaarde steenrijke zakenman David Siegel, die zijn imperium opbouwde met time-sharing – op de hebzucht van anderen, zeg maar – en die George Bush naar eigen zeggen nog aan zijn herverkiezing heeft geholpen.

Met zijn derde echtgenote Jackie, een veel jongere voormalige Miss Florida met blonde lokken en enorme siliconenborsten, is hij bezig het grootste huis van de Verenigde Staten te bouwen, in de stijl van Versailles, voorzien van sushi-bar, bowlingbaan en Louis XIV-antiek. Waarom? Gewoon, omdat het kan…

Dan breekt de kredietcrisis uit. “Ik dacht dat het geld dat door de regering in de banken is gepompt, doorgesluisd zou worden naar gewone mensen. Naar ons”, zeggen de Siegeltjes nog. En ook dat ze heel gewone problemen hebben, dat alleen de schaal anders is.

Maar sls de hele familie voor het eerst in hun leven een gewone vlucht neemt, vragen de kinderen aan Jackie wat al die mensen in hun vliegtuig doen; als Jackie een huurauto afhaalt, informeert ze nonchalant naar de naam van haar chauffeur. Om je gek te lachen; het tijdpad mag vrij ondoorzichtig zijn, net als de precieze details van de financiële positie van de familie Spiegel, amusant zijn hun wederwaardigheden wel. Geen beter vermaak dan leedvermaak.

Queen of Versailles van Lauren Greenfield, Do 22/11, 22.55 uur. Nederland 2. Zo 25/11, 10.00 uur, Munt 11.

22

11 2012