Archive for the ‘Documentaire’Category

Ingrepen in en aan een monumentaal gebouw

Art Dubai confirms position as leading art fair in the Middle East with strong sales and record attendance - Art Dubai official sponsor of annual Rietveld Academy graduation show van Mrova (foto Dietmar Gunne)

Vlak voor de officiële opening van de Eindexamenexpositie van de Gerrit Rietveld Academie waren twee mannen in de weer om een enorme tag van de witte gevel van het monumentale gebouw te verwijderen. Met hogedrukspuiten, enorme borstels en groene zeep. Dat is dan tenminste duidelijk: de graffiti – een rokend, slordig getekend, Bart Simpson-achtig mannetje – hoort niet bij het eindexamenwerk. En het wapperende spandoek erboven dus wel, net als de gouden vlaggenhouders onder de naam van de school, en de rode lijn die over de metershoge gevel loopt.

In en rond de Rietveld is dezer dagen het werk te zien van 189 studenten, afkomstig uit alle windstreken, afstuderend in disciplines als Textiel, Mode, Beeld & Taal, Keramiek, Fotografie, Beeldende Kunst, Grafisch Ontwerp en Audiovisueel. Zij doen dat met foto’s, fröbelwerkjes en haarfijne tekeningen, enorme abstracte doeken, maquettes en installaties, glaswerk, films en performances. En ingrepen in en aan het gebouw.

Read the rest of this entry →

Weg met de inhakers!

Poldercup van Maider López

Niet alleen de reclamewereld haakt gretig in op de Oranjekoorts en het WK Voetbal, ook tal van culturele instellingen menen hun programmering aan te moeten passen. Alsof voetbalwaanzinnigen tijdens het WK in iets anders geïnteresseerd zijn dan voor- en nabeschouwingen en wedstrijden (tot en met Ivoorkust- Korea aan toe); beter ware het om juist iets totaal anders te programmeren…

Hoe het ook zij: de Spaanse kunstenaar Maider López nodigt voetbal- en kunstliefhebbers uit om gratis deel te nemen aan de Poldercup, ‘een sportief, vrolijk en mediageniek kunstevenement’. (De ‘aftrap’ was op 3 juni bij Witte de With in Rotterdam.) Het Tropenmuseum afficheert zich dezer dagen met Zuid-Afrika, en Zuid-Afrika is de rode draad tijdens het 21ste Beeld voor Beeld documentairefestival, het documentaire filmfestival waarbij cultuur en beeldvorming centraal staan, en het WK Voetbal is óók te zien op het videoscherm CASZuidas op het Zuidplein in Zuidas (‘uniek in Amsterdam’). Rondom de voetbalwedstrijden is een speciaal kunstprogramma te zien, waarin voetbal en sport, concentratie, beweging en inspanning de hoofdrol spelen. Met werken van onder meer Annette Apon, Michel François, Beate Geissler/Oliver Sann, Jan van Nuenen en PARS PRO TOTO. Ook IDFA TV, de online bioscoop van het IDFA, doet aan voetbal. Op het programma staan vier voetbaldocumentaires: Fodbolddrengen van Anders Gustafsson (Denemarken, 2001), Football, Iranian Style van Maziar Bahari (Iran, 2001), The Other Cup van Damian Cukierkorn (Argentinië, 2006) en Mostar United van Claudia Tosi (Italië/Slovenië, 2008).

Ik had  wel een paar andere documentaires geweten. Maar liever ná het WK Voetbal…

04

06 2010

‘Heel Italië wordt door de televisie voor de gek gehouden’

Wat een officiële boycot al niet vermag. Ruim voor aanvang van de enige persvoorstelling van de Italiaanse documentaire Draquila – l’Italia che trema, in Cannes opgenomen in de officiële selectie, probeerden opgefokte journalisten op een zo gunstig mogelijke positie voor de deuren van het festivalpaleis terecht te komen om maar een plek te kunnen bemachtigen. Er werd geduwd en getrokken. ‘Het festival mag de Italiaanse regering wel dankbaar zijn’, zei een Duitse journalist. ‘Zonder die boycot had ik nooit van het bestaan van deze documentaire geweten.’

Die boycot werd koor voor het begin van Cannes afgekondigd door de Italiaanse Minister van Cultuur Sandro Bondi. Hij noemt Draquila – l’Italia che trema ‘een propagandafilm, die de waarheid en de Italiaanse bevolking beledigt’. Bondi sprak de verwachting uit dat andere landgenoten hem zouden bijstaan in zijn boycot, maar Italiaanse regisseurs als Marco Bellocchio, Daniele Luchetti en Mario Monicelli hebben de boycot door de Italiaanse regering streng veroordeeld. Ook linkse Italiaanse politici in het Europarlement veroordeelden het besluit van minister Bondi om niet naar Cannes te komen. De voorstelling in Cannes begon een half uur later dan gepland – de hand van Berlusconi, grapte iemand.

In Draquila – l’Italia che trema (een flauwe samenvoeging van Dracula en L’Aquila, een stadje in centraal-Italië, waar in de nacht van 5 op 6 april 2009 een verwoestende aardbeving plaatsvond, waarnaar ook de woordspelige toevoeging ‘Italië beeft’ verwijst) laat regisseuse Sabina Guzzanti zien hoe de Italiaanse minister-president Silvio Berlusconi de ramp in L’Aquila (308 doden, duizenden gewonden) heeft gebruikt om zijn imago op te krikken, terwijl hij in de media onder vuur lag met nieuws over seksschandalen. Bovendien, zo stelt Guzzanti, hebben de bedrijven die betrokken waren bij de heropbouw nauwe banden met de Italiaanse regering, die zo een monopolie over de werken kreeg.

Guzzanti nam in haar satirische programma RaiOt de politieke vaudeville in Italië en met name premier Berlusconi ook al op de korrel. Na één aflevering werd de show van de buis gehaald. Daarop maakte ze de documentaire Viva Zapatero!, waarin ze de monopolisering van de media en de beperkingen van de vrijheid van meningsuiting aan de kaak stelt.

In Draquila – l’Italia che trema trekt Guzzanti op dezelfde manier van leer, in een van Michael Moore gekopieerde stijl. Met manipulatief gemonteerde archiefbeelden van Berlusconi cum suis, geinige, Monty Python-achtige animatiefilmpjes, als feiten gepresenteerde cijfers en bedragen, en empatische interviews met slachtoffers. Ook de scènes waarin Guzzanti het filmen onmogelijk wordt gemaakt – een lompe hand voor de camera – ontbreken niet.

Berlusconi maakt goede sier bij de oplevering van de eerste nieuwe woningen (in de koelkast ligt een fles Prosecco), maar een jaar na de ramp is L’Aquila nog altijd een spookstad, toont Guzzanti. ‘Heel Italië wordt door de televisie voor de gek gehouden’, zegt iemand dan ook met ontsteltenis. Hoe ontluisterend, cynisch en schrijnend hij ook is, het is maar de vraag of Guzzanti’s breed meanderende documentaire daar verandering in zal brengen. Al helpt de extra publiciteit van zo’n malle boycot wel: in Italië, waar de film deze week al te zien is in de biocopen, is Draquila – l’Italia che trema een hit.

16

05 2010

Een Deen in de Giro d’Italia

In aanloop naar de start van de Giro d’Italia, volgende week zaterdag op het Museumplein, heeft ook de OBA zijn programmering aangepast. In de bibliotheek hangen fijne oude wielershirts, in de fotogalerij exposeert sportfotograaf Cor Vos zijn mooiste wielerfoto’s, er zijn talkshows, en zondag wordt in samenwerking met het IDFA de klassieke wielerdocumentaire The Stars and the Watercarriers (1974) van de Deen Jørgen Leth vertoond.

De dichter, schrijver en filmmaker Leth geniet hier te lande nog het meeste bekendheid door The Five Obstructions uit 2003, vijf variaties op zijn eigen Det perfekte menneske (‘de perfecte mens’) met telkens een andere, door Lars Von Trier bedachte beperking. Een van zijn vele passies is wielrennen; Leth heeft veelvuldig de Tour de France becommentarieert voor de Deense televisie en maakte een aantal documentaires rondom wielerwedstrijden, zoals En forårsdag i Helvede (‘een voorjaarsdag in de Hel’), over de voorjaarsklassieker Parijs-Roubaix. Hij werkte mee aan The Yellow Jersey, een nooit afgemaakte Hollywoodfilm over de Tour de France (Dustin Hoffman, die de hoofdrol zou spelen, kreeg met iedereen ruzie) en schreef een boek over de Tour.

In Stjernerne og vandbærerne, zoals de oorspronkelijke titel van The Stars and the Watercarriers luidt, volgt Leth de 56e Giro d’Italia. Van de start, op 18 mei 1973 in Verviers, België (het was de eerste keer dat de ronde buiten de eigen landsgrenzen van start ging), tot de finish, op 9 juni in Triëst. Er deden 140 renners mee, verdeeld over 14 ploegen. ‘De meesten zijn Italianen’, vertelt Leth droogjes in voice-over, terwijl een vrolijk mopje muziek klinkt, ‘daarnaast Belgen, Nederlanders en Spanjaarden, een paar Fransen, West-Duitsers en Zwitsers, één Luxemburger, één Zweed en één Deen.’

Die Nederlanders waren Olympisch Kampioen Hennie Kuiper, die als 16e eindigde, en Gerben Karstens, die de 5e etappe won, van Saint-Vincent-d’Aoste naar Milaan. Maar het meest in beeld komen de Belg Eddy Merckx, die de Giro al won in 1968 en 1971 en deze editie vanaf de proloog de roze leiderstruis draagt, Leths landgenoot Ole Ritter, en de Italianen Marino Basso en Felice Gimondi. Leth volgt de renners op de motor, van zeer dichtbij.

Maar hij heeft niet alleen aandacht voor de beproevingen van de ‘sterren’ en de ‘waterdragers’ in het peloton, Leth toont ook het circus dat de renners dag in dag uit volgt: van het gesleutel aan de fietsen door de mecaniciens tot het mediacircus. ‘140 menselijke reclamezuilen, die reclame maken voor softdrinks, worstjes, lampen, matrassen, bier, ijsjes en fietsen.’

Wat dát betreft is er weinig veranderd. Het gaat vandaag de dag allemaal alleen wel een stuk sneller.

The Stars and the Watercarriers van Jørgen Leth draait zondag 2 mei om 14.00 uur in Theater van ’t Woord in de OBA. Na afloop praat sportjournalist Marcel Rözer met de oud-wielrenners Peter Winnen en Gerben Karstens. Vanaf 3 mei is de film ook gratis te bekijken op IDFA TV.

01

05 2010

‘Eén, twee, misschien drie klapjes. Nou, klappen misschien’

Nog geen tien jaar geleden stond Glenn Helder onder contract bij het Londense Arsenal. Hij speelde er in een team met Dennis Bergkamp, Ian Wright en Tony Addams. Het leven lachte de wispelturige buitenspeler toe, maar een gokverslaving betekende het begin van het einde. Helder, die vier keer in het Nederlands elftal speelde, kreeg steeds grotere schulden, steeds foutere vrienden en ging steeds gekkere dingen doen. In 2007 werd Helder vastgezet omdat hij zijn ex-vriendin had lastiggevallen en haar vriend mishandeld. ‘Eén, twee, misschien drie klapjes. Nou, klappen misschien. Maar ik heb niet vol geslagen, ofzo. Ik heb niets gebroken ofzo’, zegt Helder daarover in de documentaire Glenn Helder: c’est la vie van Jessica Villerius (die eerder een fascinerende documentaire over Marc Dutroux maakte) en cameraman Ferenc Lorch. Het zou grappig zijn als het niet zo erg was.

Een psychologisch onderzoek wees uit dat Helder lijdt aan een narcistische persoonlijkheidsstoornis met borderline-trekken. Begin 2008 werd hij veroordeeld tot 373 dagen cel waarvan 180 voorwaardelijk, wegens bedreiging, belaging, mishandeling en vuurwapenbezit. ‘Van Arsenal naar de bajes, dat is natuurlijk een groot verschil. Maar, c’est la vie, hè.’

Het hoe en waarom wordt niet al te goed duidelijk, niet uit de weinig coherente verhalen van Helder, noch uit de verklaringen van oud-collega’s of vrienden. Lastige vragen worden er niet gesteld. Drummen werkt therapeutisch, net als een potje beach soccer met artiesten en oud-internationals. En voor zijn zoontje gaat Helder door ramen en ruiten: ‘Mijn kleine, da’s mijn lust en mijn leven.’

Glenn Helder: c’est la vie van Jessica Villerius & Ferenc Lorch. Nederland 3, 20.25 – 21.25 uur.

17

03 2010

‘Ter plekke bleek het verhaal nog veel mooier’

Donderdagavond wordt op Nederland 2 Babaji, an Indian Love Story uitgezonden, de tweede documentaire van Jiska Rickels. De jonge documentairemaker maakte razendsnel naam: met haar krap 25 minuten durende eindexamenfilm Untertage won ze in 2003 een karrenvracht aan prijzen. 4 Elements, de eerste speelfilm van de Duits-Nederlandse Rickels, werd eind 2006 uitverkoren om het Amsterdamse documentairefestival IDFA te openen.

Babaji, an Indian Love Story gaat over een stokoude Indiase wonderdokter. Zijn vrouw is overleden. Babaji liet haar volgens Hindoegebruiken cremeren, maar omdat hij kon geen afscheid van haar kon nemen, begroef hij haar verkoolde resten op zijn erf – zeer tegen de Hindoegebruiken in. Ernaast delfde hij zijn eigen graf. Elke ochtend gaat hij erin liggen wachten tot de dood hem komt halen. ‘Ik denk dat er elementen inzitten die een link hebben met 4 Elements, maar het is wel weer een heel andere film.’

Het idee voor de film kreeg Rickels aangereikt door Jos de Putter. ‘Hij had in de Hindustan Times een bericht gelezen over een vreemde, meer dan honderd jaar oude man die zijn dagen in een graf slijt. Jos dacht dat ik dat goed in beelden zou kunnen omzetten.’

Rickels toog naar het dorp van Babaji, gelegen tussen Varanasi en Calcutta in het straatarme noordoosten van India. Met een cameraman, een geluidsman, een tolk en een camera-assistent (‘Die krijg je er in India bij als je een camera huurt’) ‘Ter plekke bleek het verhaal nog veel mooier, rijker en bizarder dan ik had verwacht. Babaji is een sjamaan, zijn vrouw was muzikant. Het leek me direct een mooi idee hun passie voor muziek te verbeelden met kitscherige muziekstukken over de liefde.’

In een stad in de buurt vond Rickels een orkestje dat op feesten en partijen speelt. Met handen en voeten heeft ze hen uitgelegd welk gevoel de muziek zou moeten uitdrukken. De dag voordat ze naar Nederland terugvloog, kreeg ze verschillende traditionele liederen uit de twintiger en dertiger jaren voorgespeeld, en maakte ze een keuze. ‘We hadden net genoeg tijd om ze een paar keer op te nemen.’

De musici hadden nog nooit van Babaji gehoord. ‘In zijn dorp kent iedereen hem, in de regio is hij ook wel bekend. De krant volgt hem nog steeds. En vergeet niet dat een Indiase Minister van Financiën hem naar Delhi heeft gehaald om hem te behandelen.’

Toen zijn eigen vrouw kanker kreeg, stond Babaji machteloos. ‘Hij is de eerste om toe te geven dat hij niet almachtig is. Voor ons is hij een soort wonderdokter, maar daar is wat hij doet het heel normaal. Dat heeft ook gevaarlijke kanten, maar hij is er zelf vrij reëel in. Kanker kan hij met zijn kruiden en zalfjes niet genezen.’

Babaji laat zich niet van zijn stuk brengen door alle (media)aandacht. ‘Omdat wij er waren, kwamen er nog meer mensen kijken op zijn erf. Maar als het hem te veel werd, liep hij gewoon weg.’

Zijn dochter vond het bijzonder dat er een filmploeg helemaal uit Nederland kwam om haar vader te filmen. ‘Daarin schuilt natuurlijk ook een gevaar: doe je niet hetzelfde als daar ook gebeurt. Iemand schrijft een artikeltje, het wordt groter en groter, mensen stromen toe… Maar Babaji heeft daar natuurlijk niet om gevraagd. Wij wilden per se voorkomen dat we zelf ook voyeurs werden. Door echt de tijd te nemen. Door ons te verbinden. Wij wilden een mens van hem maken, het mocht geen freakshow worden.’

Babaji, an Indian Love Story Nederland 2, 22.50 uur.

21

01 2010

Film van de Week: The Player

De vader van John Appel voor een van de vele Mercedessen die hij versleet.

Zo goed als de Joris Ivens Award-winnaar André Hazes – Zij gelooft in mij is hij niet, net niet, maar met The Player, een liefdevolle ode aan zijn gokverslaafde vader, toont John Appel zich andermaal een van Nederlands beste documentairemakers.

‘Misschien is niets geheel waar’, citeert Appel Multatuli aan het begin van de film. ‘En zelfs dàt niet.’ Het citaat slaat op de verhalen van de drie gokverslaafde mannen die Appel opvoert, maar óók op de verhalen die Appel junior zelf opdist over zijn vader. Het zijn zíjn (subjectieve) herinneringen, wil hij maar zeggen.

The Player – op het afgelopen IDFA bekroond als beste Nederlandse documentaire en genomineerd voor de Joris Ivens Award die niet meer zo heet – eindigt met een anekdote: John zit naast zijn vader in de Mercedes, hij was 9 of 10 jaar oud. Hij moet heel goed op de weg letten, zegt zijn vader, die tien seconden met zijn ogen dicht wil proberen te rijden – dat durft niemand! ‘Hij deed zijn ogen dicht en begon te tellen: een-en-twintig, twee-en-twintig-drie-en-twintig…’

Appel illustreert het verhaal met vale beelden, geschoten door de voorruit van een zachtgroene Mercedes, alsof de kleine John die dag een videocameraatje bij zich had. Dat was natuurlijk niet het geval; de beelden zijn speciaal voor de film opgenomen en oud gemaakt. Met het zelfgemaakte ‘archiefmateriaal’ wil Appel het gevoel van toen oproepen, en hij slaagt daar glansrijk in – mede door de nuancering aan het begin van zijn film.

The Player van John Appel draait vanaf 7 januari in de filmtheaters.

07

01 2010

Film van de week: The Sound of Insects

01

The Sound of Insects – Record of a Mummy begint in de sneeuw. Van grote afstand is te zien hoe een lichaam naar een ambulance wordt gedragen. Een vrouwenstem vertelt dat een jager een jaar geleden in een hut van plastic zeilen op een ondoordringbare plek in een afgelegen bos een mummie heeft gevonden. En dat er tussen zijn benen een dagboek lag. ‘According to a true story’ staat er op de begintitels.

Wat volgt is een secuur verslag van een volhardende wens om dood te gaan. Beelden van fris-groene blaadjes en bomen. Op de geluidsband klinkt het vrolijke gefluit van vogeltjes. Dan begint een mannenstem te vertellen, zonder al te veel emotie: ‘Dag 1. 7 Augustus. Ik ben gestopt met eten. Voor het laatst iets gegeten in een snackbar in de stad. Hoewel het mijn laatste maal was, lukte het me niet om meer dan anders te eten. Het was goedkoop, dus ik had geld over. Dat heb ik in de flipperkast gegooid.’

De naamloze man vertelt over de muziek die hij op zijn radio hoort, over zijn steeds heftiger hoofdpijn en maagkrampen, en over zijn leven, dat hij onbetekenend noemt. Na een dag of dertig schrijft hij dat hij trots is dat hij iets doet dat niemand hem na zal willen doen. Na vijftig dagen – de man was vastbesloten na veertig dagen dood te zijn – schrijft hij dat het belachelijk is dat hij nog steeds leeft. ‘Ik verdien een plek in het Guinness Book of Records.’ Op dag 62 is zijn laatste, korte teken van leven. ‘Er is licht.’ Ruim honderd dagen later wordt hij, een mummie nog slechts, gevonden. Bij toeval. Niemand had naar hem gezocht; niemand had hem gemist.

Welkom in de wereld van Peter Liechti. De Zwitserse filmmaker, scenarioschrijver, cameraman en producent hoopt dat zijn intuïtieve beeldenstroom ervoor zorgt dat de kijker meegaat met de doodswens van de onbekende man. ‘Als het goed is wil je dat hij slaagt. Niet omdat je hem haat, maar juist omdat je van hem houdt. Dat vind ik interessant: dat je je identificeert uit empathie, niet uit sympathie. Dat de kijker begrijpt dat dit zijn kans is speciaal te zijn. Dat dit zijn kans is om het leven te ervaren. Door dood te gaan kan hij het leven ervaren. Hij kwam helemaal niets te kort, was goed opgeleid, en had vrienden en vriendinnen. De man was niet boos op de wereld, niet ontslagen of teleurgesteld in de liefde. Hij wilde alleen maar dood. Zijn eenzaamheid is niet gelinkt aan de wereld om hem heen, maar existentieel van aard.’

Peter Liechti (1951, St. Gallen) studeerde kunstgeschiedenis in Zürich, en was vanaf 1983 bij diverse filmprojecten betrokken als schrijver en als cameraman. In 1984 maakte hij zijn eerste eigen experimentele Super-8 film, Sommerhügel. Sindsdien heeft hij een eigenzinnig oeuvre opgebouwd van experimentele documentaires, essays, kunstenaarsportretten (van het Zwitserse musique concrète-duo Voice Crack en met name van en met de Zwitserse kunstenaar Roman Singer), fictiefilms en combinaties van al deze genres.

Zijn muziekfilm Kick That Habit was in 2005 tijdens het IFFR te zien in Witte de With; Liechti’s enige echte speelfilm Marthas Garden, een winterse film noir in gloedvol zwart-wit, dong in 1998 in Rotterdam mee naar de Tiger Awards. Zijn documentaire Hans im Glück, waarin Liechti verslag doet van zijn pogingen om te stoppen met roken, werd in 2003 genomineerd voor de Joris Ivens Award op het Amsterdamse IDFA.

The Sound of Insects, eerder deze maand verrassend bekroond als beste Europese documentaire, is een bewerking van Miira ni narumade (‘totdat ik een mummie ben’), een kort verhaal in dagboekvorm van de Japanner Masahiko Shimada. Dat verhaal is weer gebaseerd op de waargebeurde geschiedenis van een 40-jarige man die zelfmoord pleegde door verhongering. ‘De tekst drukt alles uit wat ik vind en voel over de tijd waarin we leven. Over mijn culturele onbehagen; mijn gevoel nergens heen te gaan’.

Peter Liechti: een groot hoofd met stoppeltjes waar het niet kaal is. Twee grote zilveren ringen in zijn linkeroor. Groenblauwe ogen, en een stem die zachter klinkt dan je bij zijn postuur zou verwachten. Hij formuleert bedachtzaam, in zijn kleine, tikje sjofele kantoor in Zürich (in een stellingkast staan archiefdozen met materiaal van al zijn films; her en der staan wat computers op tafels; aan de muren hangen posters van Liechti’s films; tegen het plafond hangt een irritant haperende tl-balk).

Hij leerde het verhaal van de mummie vijf jaar geleden kennen via een cd van de Japanse musicus en componist Otomo Yoshihide. Liechti kreeg hem van zijn vriendin, en was direct diep onder de indruk van de registratie van de performance met Oostenrijke kunstenaars.

Hij werkte destijds nog aan een andere film, maar het idee voor The Sound of Insects nestelde zich als een zaadje in zijn hoofd. Toen Masahiko Shimada later in Italië aan het werk was, nam hij contact met hem op. ‘Hij stemde direct in met mijn plannen. Ik vroeg hem wat voor soort stem hij zich voorstelde bij de dagboekfragmenten. Hij suggereerde dat ik verschillende stemmen zou gebruiken. Van een jong meisje tot een oude man. Ik antwoordde dat me dat wat al te theatraal leek. Dat zoiets volgens mij niet zou werken in een film. Hij zei dat ik het zelf moest weten.’

Vanaf het begin af aan had hij een vast omlijnd idee hoe hij de wereld van de mummie wilde verbeelden. ‘Het bos is zijn realiteit. Dat heb ik gefilmd in HD. Daarnaast heb je zijn herinneringen aan de stad, die langzaam minder worden en aan het einde van de film totaal zijn verdwenen. Als derde laag zijn er zijn verlangens en herinneringen; zijn dromen en hallucinaties. Die laatste categorieën bestaan vooral uit Super-8 beelden, een deel nieuw geschoten en een deel afkomstig uit mijn archief.’

Hij wilde niet teveel uitleggen en interpreteren, zegt Liechti, maar juist ruimte laten voor de verbeelding van de kijker. ‘Het zijn natuurlijk míjn beelden en mijn associaties, maar het gaat niet om mij en wat ik bij de beelden voel. Een goed beeld is persoonlijk, niet privé. Privé-beelden zijn saai; daar voelt het publiek niets bij, daar kan het zich niet mee identificeren. Ik ben op zoek gegaan naar archetypische beelden, waar we allemaal op reageren. Het haar van een vrouw in de wind, bijvoorbeeld. Dat is op de rand van kitsch, maar tegelijkertijd raakt het je, doet het iets met je. Hetzelfde geldt voor de zon en palmbomen, voor beelden van landschappen, van vliegtuigen of teddyberen. Die roepen bij iedereen direct bepaalde associaties op, terwijl ik toch de enige ben die er die ene speciale band mee heb.’

Tijdens de montage organiseerde Liechti diverse test screenings om te controleren of zijn bedoelingen wel voldoende duidelijk werden. ‘Dat doe ik altijd. Ik maak precies wat ik wil; doe absoluut geen concessies, maar ik wil wel weten of ik wel begrepen word. Iedereen mag vinden wat hij wil van mijn films, maar ik wil wel begrepen worden.’

Aan één ding wenste hij vast te houden, wat anderen er ook van vonden. Liechti wilde geen dag overslaan; het publiek moet alle dagen meebeleven. ‘Als je bij hem weggaat, creëer je afstand. Je laat hem alleen, en gaat dan kijken of hij er nog is. Ik wil het publiek juist dwingen om bij hem te blijven. Het publiek moet hem worden; daarom zie je hem ook niet. Er zullen mensen zijn die de herhaling als saai ervaren. Voor mij werkt het meditatief, soms zelfs hallucinatief. Als het goed is raak je in een soort trance. Je moet er even de tijd voor nemen om zijn wereld binnen te gaan. Als je dat niet doet, kom je er niet in, dat realiseer ik me. En als je het wel doet, dan beloof ik dat je er iets voor terugkrijgt, dat je weldadig wordt beloond.’

Het filmklimaat mag er niet op vooruit zijn gegaan sinds Liechti films begon te maken (zijn vorige lange film, Namibia Crossings uit 2004, trok in Zwitserland nog geen 1500 bezoekers; toch vulde Liechti op een subsidieaanvraagformulier voor The Sound of Insects ‘20 duizend’ in bij verwacht aantal bezoekers), zijn insteek is nog steeds hetzelfde. ‘Toen ik Kick That Habit maakte over Voice Crack of Signers Koffer over de beeldend kunstenaar Roman Signer werden zij beschouwd als moeilijke, ondoordringbare kunstenaars. Niemand begreep wat ze precies deden, alleen wat specialisten in de art-scene. Ik wilde hun kunst in de bioscoop brengen; toegankelijk maken voor een groter publiek. Hetzelfde wil ik nu weer. De cd van Masahiko Shimada is alleen bekend in de avant garde-scene; het verhaal van Masahiko Shimada geniet nauwelijks bekendheid buiten Japan. Dat vind ik zowel jammer als onterecht. Ik ben er zeker van dat er een veel groter publiek is dat ervan kan genieten.’

The Sound of Insects is vanaf deze week in de Nederlandse filmhuizen te zien.

23

12 2009

Watten eten tegen de honger

Regisseur Nadine Kuiper in haar modellentijd

Regisseur Nadine Kuiper in haar modellentijd

Nadine Kuipers studeerde in 2007 af aan de Filmacademie met het intrigerende egodocument Moeders mooiste. Daarin reist ze met haar aan drugs verslaafde, aan een rolstoel gekluisterde moeder, die ze 23 jaar niet heeft gezien, in een camper naar Lourdes. Onderweg hoopt ze haar beter te leren kennen, met de camera aan haar zijde.

In de documentaire Kiev-Paris, the Next Top Model eist de maakster opnieuw zelf een hoofdrol op, en opnieuw is dat volkomen natuurlijk en overtuigend. Kuipers was zelf model, vanaf haar negentiende, zes jaar lang, vertelt ze in voice-over. Op instigatie van haar agency heeft ze destijds haar ‘dracula-tanden’ laten bijwerken. ‘Twee weken later was het bureau failliet, de rekening is nooit betaald…’

Kuipers reist naar de Oekraïne, waar piepjonge Oostblok-meisjes via een tussenstap in Kiev de sprong naar Parijs hopen te maken. Ze hebben er alles voor over. Letterlijk. Ze slikken paardenmiddelen om slank te worden/blijven en eten watten tegen de honger, vertelt een niet al te frisse Franse scout die de meisjes keurt als stamboekvee.

Hoewel de voice-overs wat te talrijk zijn en soms al te stichtelijk, is Kiev-Paris, the Next Top Model een eigenwijze, dwarse waarschuwing tegen de perverse modellenwereld. Helaas zullen de meisjes uit de Oekraïne ‘m niet zien. En dan nog was het waarschijnlijk aan dovemansoren gericht, zo laat Kuipers zien. De wereld waar de meisjes vandaan komen is zo desolaat dat je wel snapt dat ze er alles voor over hebben om eraan te ontsnappen.

Kiev-Paris, the Next Top Model van Nadine Kuipers. Zaterdag 19 december, 21.05 uur, Nederland 3.

18

12 2009

Actie! – Zaterdag 14 november, 14.49 uur. Amersfoortsestraatweg 1 Naarden

V.l.n.r.: Bea Willemstein, Mark van Aller, Michel van Erp en Rob Dul. Foto Bob Bronshoff.

V.l.n.r.: Bea Willemstein, Mark van Aller, Michel van Erp en Rob Dul. Foto Bob Bronshoff.

Filmcrews zijn doorgaans zo groot dat je ze niet over het hoofd kunt zien. Dit keer is het anders; het gaat dan ook om een documentaire. In de leeszaal van de ‘Vivium Zorggroep Naarderheem’ hijsen de leden van de coverband Oude Liefde Roest Niet zich op een zacht-zonnige herfstdag in hun nette kloffie. ‘Dat is een muzieklegende’, zegt regisseur Michiel van Erp, wijzend op zanger Jan Vredenburg. ‘Hij zat vroeger in Champagne. Hij stond altijd rechts. En hij daar… hij zat in The Millionaires. En zij is Bea. Voor haar zijn we hier.’

Zangeres Bea Willemstein staat in een hoek een glaasje jus d’orange te drinken. Ze maakt grapjes. Het lijkt alsof ze helemaal geen last heeft van cameraman Mark van Aller en geluidsman Rob Dul, die haar toch van zeer nabij volgen. ‘Moet jij nog inzingen’, wil Van Erp van haar weten. Nee, dat hoeft niet. ‘Dan hobbelen we achter je aan, Bea’, zegt Van Erp.

Als de bandleden de recreatieruimte binnenkomen, worden de oudjes naar binnen geholpen door vrijwilligers. ‘Er stond eigenlijk een klassiek concert gepland’, spreekt een vrouw de zaal toe. ‘Maar de musici zijn geveld door de griep. Deze band zou eigenlijk in een ander tehuis optreden. Maar daar waren de bewoners en het personeel ziek. Nu zijn ze hier. Het belooft een hele leuke middag te worden.’

Oude Liefde Roest Niet (‘Voor een avond vol nostalgie’) zet direct een medley in. De muziek is een beetje hard; veel oudjes grijpen naar hun oren. Van Erp deint en klapt mee en maakt foto’s met zijn iPhone. Af en toe is er oogcontact met cameraman Van Aller, en pakt hij een andere lens of wordt het statief verplaatst.

Bea (hoogblond, zuurstokroze mantelpakje, topje met zilveren glitters) zingt Kleine kokette Katinka, waarmee De Spelbrekers in 1962 meededen aan het Eurovisie Songfestival, en Anneke Grönlohs Soerabaja (‘met je zee en je hemel zo blauw’). Samen onder moeders paraplu, Een beetje en In de bus van Bussum naar Naarden komen voorbij, You Are My Sunshine, Seven Lonely Days en andere vrolijke liedjes uit de jaren ’50 en ’60. Van Aller en Dul bewegen soepel tussen de bandleden door. Van Erp is in zijn sas. ‘Het is een beetje een experminent, zo uit de losse pols.’

Bea Willemstein is een van de zeven naamgenoten (‘Bea’s, Trixen en Beatrixen’) van Koningin Beatrix in Van Erps mozaïekdocumentaire Beatrix, Majesteit, ‘een zoektocht naar de emoties en drijfveren van ons staatshoofd’. Door de kijker deelgenoot te maken van de twijfels, emoties en zorgen van een aantal andere Beatrixen – ‘allemaal vrouwen die voor een bepaald facet uit het leven van de koningin staan; voor de een is dat het openbaar bestuur, een ander vertelt hoe je een familiebedrijf het beste kunt overdragen aan je zoon en schoondochter’ – wil Van Erp een dieper, persoonlijker inzicht bieden in de drijfveren van de koningin.

Beatrix, Majesteit werd gemaakt in het kader van het Teledoc-project van de Publieke Omroep, het Filmfonds en het CoBO-fonds: een variatie op het Telefilm-project bedoeld voor lange documentaires met een eigentijds Nederlands onderwerp. Het is niet Van Erps eerste film over het koningshuis; eerder maakte hij onder meer  Prins Claus: Op Handen Gedragen, De Koningin komt eraan en Het defilé. Hoe dat komt? ‘Het blijft fascinerend. Het is een wereld waarin je nooit echt kunt doordringen.’

Zondag 20 december is in het Ketelhuis in Amsterdam een exclusieve voorvertoning van Beatrix, Majesteit voor naamgenoten. Vrijdag 25 december, wordt de documentaire om 21.00 uur uitgezonden op Nederland 2. Daarna is hij op dvd verkrijgbaar via www.defamilie.net.

Zie ook www.bobbronshoff.nl/

17

12 2009