Archive for the ‘DVD’Category

“Ik ben de trait-d’union”

Met de vertoning van Soldaat van Oranje en Het Grootste van het Grootste brengt EYE op 3 mei een hommage aan producent Rob Houwer. Voorafgaand aan Soldaat van Oranje, om ca. 20.30 uur, wordt Houwer geïnterviewd door Martin Koolhoven. Samen met Ronald Ockhuysen sprak ik Houwer een aantal jaar geleden, bij de voltooiing van ‘De Rob Houwer Film Collectie’. Houwer nam destijds bepaald geen blad voor de mond.

Een prijs voor een flop. Zo noemt Rob Houwer de Gouden Film, de prijs van het Filmfonds en het Nederlands Film Festival die wordt uitgereikt wanneer 100 duizend bezoekers naar een Nederlandse film zijn geweest. ‘Dat is echt helemaal niks. Een mislukking. Pas vanaf zo’n 350 duizend verkochte bioscoopkaartjes begint het voor de producent ergens op te lijken. Het is onbegrijpelijk dat de media over die prijs berichten. Waarom slikt iedereen deze ongein voor zoete koek?’

Bij binnenkomst had hij het al gezegd: hij heeft niet meer zo’n zin in de Nederlandse filmwereld. En daarmee bedoelt hij niet het productievak, maar het rumoer erom heen. ‘Ik bevind me in een teruggetrokken positie. Ik houd niet van de show. De mooiste film, daar gaat het om. En niet om mijn eigen ego.’ Houwer heeft weinig collega’s in Nederland voor wie hij professioneel waardering kan opbrengen. Eigenlijk kan hij er nauwelijks een noemen. ‘Het is zaak hard te werken en verder niet al te hoog van de toren te blazen, vind ik. Hier is de praktijk andersom.’

Aanleiding voor het gesprek is de verschijning van ‘De Rob Houwer Film Collectie’, een dvdbox met veertien speelfilms die hij produceerde. Het is, vindt Houwer, niet vreemd dat films als Turks fruit (Paul Verhoeven, 1973), Soldaat van Oranje (Paul Verhoeven, 1977) en Als je begrijpt wat ik bedoel (artistieke supervisie: Rob Houwer & Marten Toonder, 1983) onder de naam van de producent op dvd verschijnen. ‘Ik ben van al die films de trait-d’union. Dan moet je dat ook zo doen.’

Hij heeft er geen seconde over gedacht De gulle minnaar (Mady Saks, 1990) en De zeemeerman uit de verzameling weg te laten. ‘Ik blijf altijd eindverantwoordelijk. Ook als ik een enkele keer een regisseur op een project zette die een miskleun was.’ Hoe dergelijke fouten gebeuren? ‘Ik had van Mady Saks Iris gezien, en dacht: die past bij De gulle minnaar. Ik wist toen niet dat cameraman Frans Bromet Iris eigenlijk had gemaakt.’ Een verkeerde inschatting. ‘Mady heeft tijdens het draaien van De gulle minnaar haar volgende huwelijk voorbereid. Kun je nagaan met wat voor instelling ze op de set heeft gestaan. En Herrebout bleek bij nader inzien een bluffende kwebbelaar. Hij kreeg zojuist voor zijn tweede speelfilm de prijs voor de slechtste regie en de slechtste Nederlandse film [Joy-Ride, 2005] en haalde die nog trots zelf op ook, de ijdele ezel’.

Hoewel de dvd-serie zijn naam draagt, wil Houwer van chique kwalificaties niets weten. ‘Persoonlijke geschiedschrijving? Zo zie ik dat niet. Het is een moment om het verleden vast te zetten. Meer niet. Ik ben niet zo’n terugkijker.’ Hij is door het Nederlands Film Festival wel eens benaderd om Gast van het Jaar te zijn. ‘Gast, of een cultuurprijs. Ik denk dan aan Bert Haanstra of Johan van der Keuken. Niet aan iemand die nog leeft.’

Met Paul Verhoeven, met wie hij vijf producties van de grond tilde die nu als ijkpunten binnen de Nedelandse film gelden, vormt Houwer nog altijd een ‘een congeniaal paar’, ondanks Verhoevens gewoonte de budgetten ‘soms halverwege al helemaal te hebben opgesoupeerd’. Aanvankelijk zou Houwer ook Verhoevens nieuwe film Zwartboek produceren. De samenwerking ketste af toen Houwer aangaf dat hij drie jaar nodig had om de financiering rond te krijgen. ‘Dat was op dat moment nog 12 miljoen. Paul had weinig geduld. Ik zei: ”dan moet je hiermee maar naar een ander”.’

Tijdens de topjaren, tussen 1971 en 1983, waren de films van Houwer en Verhoeven nationale gebeurtenissen waarop miljoenen mensen af kwamen. ‘Van dat succes is niets over. We zitten in Nederland tussen het servet en het tafellaken. De Denen, die altijd als voorbeeld worden genoemd van hoe het wél moet, kunnen niets anders dan samenwerken. Die vormen een kleine, homogene samenleving. Wij zijn net iets groter, ontberen daardoor de saamhorigheid. Erger: we concurreren elkaar de tent uit.’

Hij heeft nooit de ambitie gehad net als Verhoeven naar Amerika te gaan. Dat komt vooral doordat hij altijd in Duitsland werk heeft gehad, al vanaf het begin van zijn loopbaan eind jaren vijftig toen hij aan de Filmacademie in München studeerde. Eerst als regisseur, en daarna als producent; Houwer maakte in Duitsland al zo’n 120 producties, waarvan vijftien speelfilms ‘die hier nauwelijks iemand kent ofschoon er vette prijswinnaars tussen zitten’.

Duitsland is meer dan genoeg, internationaal gezien. ‘Door de jaren heen is mijn naam in Nederland en Duitsland de mensen iets gaan zeggen. Het is een soort trademark. Dan is het niet aantrekkelijk om in Los Angeles weer bij nul te beginnen. Ik zou ook echt gestoord raken van het intercontinentale heen en weer vliegen.’

Houwer is doordrenkt van cinefilie, zegt hij. Die passie dwingt hem te blijven streven naar de ultieme film. ‘Het kan altijd beter. Een goede film. Een goed script. Dat is zo moeilijk. Vooral het script. Dat is de pijler. Een slechte regisseur kan een goed script verknoeien, maar van een slecht script is geen goede film te maken.’

Zijn imago is niet bepaald dat van een benaderbare, vriendelijke man – om het zacht uit te drukken. Aan Houwer kleven verhalen over knalharde contracten, en dictatoriaal gezag op de set. Zo zou hij van zijn acteurs eisen dat ze 24 uur per dag oproepbaar zijn.

Onzin, oordeelt hij. ‘Ik ben niemand ook maar een cent schuldig.’ Wel is hij ‘zakelijk nogal precies ingesteld’, en daar hebben Nederlanders het moeilijk mee. Houwer wil dat ook acteurs zich aan de letter van het contract houden. Net zoals hij dat zelf doet. Dat is niet te veel gevraagd, toch? ‘Tegenwoordig zijn acteurs niet meer zoals vroeger. Ze kunnen lezen, hebben advocaten, managers. Achteraf zeuren vind ik volstrekte flauwekul.’

Zijn reputatie van Einzelgänger is niet iets waar hij zich druk om maakt, al noemt hij zichzelf liever ‘professioneel’. ‘Dan horen dit soort verhalen er blijkbaar bij. Dat moet dan maar. Ik ben geen voorstander van gezelligheid op de set. Een goede film maak je niet met kletspraat.’

En de kapitalen die hij met films vergaarde? Ook overdreven? ‘Ik heb een zakelijke rust gecreëerd met de verkoop van FilmNet Abonnee-TV, de eerste commerciële omroep in Nederland, die heb ik bedacht en groot gemaakt. Dat kwam me op de jaloezie van de meeste collega-filmproducenten te staan. Sindsdien worden er kwaadaardige roddels in de branche over me verspreid. Maar het raakt me niet en armer ben ik er niet van geworden.’ En ja: hij rijdt in een Jaguar, inderdaad. ‘Die is tien jaar oud, en net opnieuw gespoten. Dus hij kan nog wel tien jaar mee.’ Wat pas echt iets is om opgewonden over te raken, vindt Houwer, zijn producenten die hun contracten niet nakomen en hun mensen niet betalen en die intussen zelf wel een dik inkomen uit een film halen. ‘Dát zou bij mij nooit gebeuren.’

28

04 2013

Gezien – Spetters

Het schandaal spat niet bepaald van het fleurige affiche van Paul Verhoevens Spetters uit 1980. Daarop staan, als de blaadjes van een bloem, de hoofden van de hoofdrolspelers: de fatale patatkraamprinses Fientje (Renée Soutendijk), de drie huwbare mannen uit het dorp Eef (Toon Agterberg), Hans (Maarten Spanjer) en Rien (Hans van Tongeren), en diens bezorgde vriendin Maya (Marianne Boyer).

Bij de rerelease – EYE vertoont vanaf vandaag een ‘gerestaureerde volledige versie’ – is een prikkelende nieuwe poster gemaakt, met een beeld dat tevens de cover siert van de nieuwe dvd en blue-ray die in de museumwinkel te koop zijn. Die is gebaseerd op het Deense dvd-hoesje. Alleen is het fraaie titelbeeld vervangen door een redelijk standaard lettertje en zijn de hotdog en de hamburger (nogal onbeholpen) weggewerkt. Een kroket stond – en staat – er niet op, terwijl Fientje’s motto toch luidt: “Het leven is net een kroket; als je weet wat erin zit dan hoef je ‘m niet meer.”

Erik Kriek, die een fraaie verstripping van Spetters maakte voor het koffietafelboek Filmfanfare, zette een bak patat en een lillende knijpfles mayonaise op zijn alternatieve filmaffiche. In Fientjes rechterhand stopte hij een bulk bankbiljetten.

Het beeld van Fientje in haar gele hemdje staat ook op een Amerikaans videohoesje; een aantal andere buitenlandse video- en dvdhoesjes toont Fientje wat kuiser, in haar leren jack. De Franse distributeur koos voor een vage achtervolgingsscène in de Rotterdamse metro. De geweldige Italiaanse poster doet de film misschien nog wel het meeste recht; de filmproducenten Luigi en Aurelio De Laurentiis verkochten Spetters als vuige B-film.

09

05 2012

“Breng het zeewater aan de kook”

In het najaar sloot het wereldvermaarde 3-sterren restaurant El Bulli definitief zijn deuren. Sindsdien is het bashen van het restaurant én kok en eigenaar Ferran Adrià opeens ‘bon ton’ – zo gaan die dingen.

Nederlands meest vermaarde restaurantrecensent Johannes van Dam schreef dat Adrià’s gedachten “volledig zijn losgezongen van enige gastronomische betekenis en alleen dienstdoen pour épater le bourgeois, om burgers te overdonderen. Het moet maar eens gezegd!”.

Gelukkig wordt links en rechts wel recht gedaan aan de erfenis van het Catalaanse culinaire genie. Zo maakte de Duitse regisseur Gereon Wetzel – hij maakte eerder films over uiteenlopende onderwerpen als de Bedoeïenen in het zuiden van Israël, taalgrenzen binnen Duitsland en de kinderwens van een theaterregisseuse – de documentaire El Bulli – Cooking in Progress.

Gegeten had Wetzel nooit in El Bulli en hij wil zichzelf ook geen fijnproever noemen. Maar toen hij en zijn Spaanse vrouw Anna Ginesti Roselli in Barcelona woonden, en ze de verhalen over het 45-gangenmenu van El Bulli en de complexe keukentechnieken van Adrià hoorden, raakte hij geïnteresseerd. Hij stuurde Adrià een voorstel per mail; de meesterkok, die toch niet verlegen zat om aandacht, hapte direct toe.

“In eerdere reportages ging het meestal om de eetervaring. Gereon wilde iets anders. Hij wilde in beeld brengen wat wij precies doen, hoe gerechten tot stand komen, hoe ingewikkeld dat ook is”, vertelde Adrià vorig jaar tijdens een bliksembezoek aan Amsterdam in het kader van het IDFA. “Het is ontzettend moeilijk om te laten zien hoe ideeën ontstaan. Het wordt al snel karikaturaal. Hier niet. Dat vind ik belangrijk, dat mensen weten en begrijpen waar El Bulli voor staat.”

De film is nu op dvd verschenen, in een fraai vormgegeven cassette, met videoportretten van tien Nederlandse en Vlaamse sterrenchefs. Jonnie Boer (chef van het 3-sterrenrestaurant De Librije en het 2-sterrenrestaurant Librije’s zusje, beide in Zwolle) noemt Adrià ‘een vrijheidsstrijder’. Ron Blaauw (twee sterren) prijst zijn “enorme warenkennis” En Angélique Schmeinck, de enige vrouw in het gezelschap, zegt dat ze Adrià misschien wel meer bewondert als kunstenaar dan als kok. “Hij is niet alleen meester over zijn keuken, maar vooral de baas over zijn creatieve geest”.

De ‘culinaire hommage’ omvat tevens een recept van alle meesterchefs – van tomaat & spaghetti (Moshik Roth) en kabeljuw & ui (Kristof Coppens) tot bloemkool & Houtskool (Kobe Desramalauts) en aardappel & zee (Edwin Vinke).

Niet alles is even eenvoudig te bereiden. “Breng het zeewater aan de kook met de Agar”, staat er op tweederde van Vinke’s (chef van 2-sterrenrestaurant De Kromme Watergang in het Zeeuwse Hoofdplaat) recept voor zeewatergelei. Welk zeewater? Is dat in flessen te koop?

El Bulli – Cooking in Progress van Gereon Wetzel. Inclusief het 54 pagina’s tellende boekje Culinaire Hommage. Distributie Cinema Delicatessen. € 34,95

05

12 2011

Kleine edelstenen

In beeld verschijnt het ene na het andere lezende, bloedmooie meisje. In voice-over mijmert een man met donkerbruine stem: “Als ik weer ’s op een doodgewone dag dwaal door de stad, met al haar parken, pleinen en plekken waar alle mensen alle mensen tegen kunnen komen, rijst steeds opnieuw dezelfde vraag: waarom lezen mooie meisjes boeken in het openbaar? Waarom niet gewoon thuis, of in bed met een kopje thee? In een tuinstoel of op het balkon?

Ik vertel jou je eigen droom is de poëtische titel van het prikkelende filmpje, naar een uitspraak van Desiderius Erasmus. De Nederlandse theoloog en humanist verzamelde meer dan drieduizend Griekse en Latijnse spreuken en korte betogen in zijn Adagia. Het zijn zinnen die tot de verbeelding spreken en te denken geven; zelf noemde hij het ‘kleine edelstenen’.

Vijfhonderd jaar later kozen de filmmakers Mark de Cloe en Jeroen Berkvens er dertig uit voor even zoveel korte films. Op het afgelopen Nederlands Film Festival was de complete reeksgenomineerd voor het Gouden Kalf voor Beste Korte Film.

Berkvens (Jimmy Rosenberg – de vader, de zoon en het talent) maakte tien minidocumentaires (met De Cloe als assistent), onder meer over een mythische motorrijder/waaghals die in 1989 de 35km lange Périphérique rond Parijs rondreed in elf minuten (‘Ik overhandig de fakkel aan het einde van de race); en over de 8-jarige Engelsman Kieron Williamson, een wonderkind wiens schilderijen voor duizenden euro’s de galeries uit gaan (‘Een poëet wordt geboren niet gemaakt). In het Spaanse Buñol filmden ze met een 8mm-camera het jaarlijks tomatensmijtspektakel (‘Je hebt angst waar niets te vrezen valt’).

De Cloe (Het leven uit een dag) maakte twintig fictiefilmpjes (met Berkvens als assistent), veelal in dezelfde poëtische stijl van zijn veelgeprezen Boy Meets Girl Stories, en opnieuw met de beste (aanstormende) Nederlandse acteurs en actrices – van Gaite Jansen en Bracha van Doesburgh tot Robert de Hoog en Rifka Lodeizen.

Sylvia Hoeks is mooi op haar plaats als het meisje in een tolhokje; als ze het wisselgeld teruggeeft, wordt haar hand net iets te lang vastgeklampt door mannen van middelbare leeftijd (Liefde komt met kijken). Matthijs van de Sande Bakhuyzen is indrukwekkend in een telefonische monoloog over zijn overleden vader (En hun kind’s kinderen).

Het leukste filmpje is Lente volgt op winter, een geweldig gemonteerde dialoog tussen een oude, knorrige naaldboom (met de stem van Frank Lammers) en een verliefde, lentegroene loofboom (Michiel de Jong). Het beste filmpje is Aan de rand van het ravijn bloeien de mooiste bloemen, over de volkswijsheid dat je een mooie vriendin nooit voor jezelf alleen hebt. Met geweldige rollen van Samira Maas (Gouden Kalf-nominatie voor Joy) en haar echte vriendje, Sam de Jong, die regie studeert aan de Filmacademie en nog nooit had geacteerd. Het resultaat is een ‘kleine edelsteen’.

Life is Beautiful van Mark de Cloe en Jeroen Berkvens. Dvd-distributie A-film. Prijs 17,99 euro. HUMAN zendt de filmpjes vanaf 2 oktober uit.

03

10 2011

Het mes snijdt aan twee kanten

De Engelse graffiti artist Banksy treedt niet vaak in de openbaarheid, en als hij het al doet, is het meestal met een apenmasker. Banksy wil namelijk niet worden herkend, omdat hij zijn kunstwerken illegaal aanbrengt op plekken in de openbare ruimte. Mocht zijn identiteit bekend worden dan is de kans groot dat hij terstond wordt gearresteerd vanwege vandalisme – de definitie die de autoriteiten hanteren voor zijn straatkunst.

Zijn zelfverkozen anonimiteit zorgde voor een bijzonder dilemma bij de  Oscaruitreiking eerder dit jaar, waar Banksy’s Exit Through the Gift Shop was genomineerd voor de Oscar voor Beste Documentaire. Wie moest de prijs in ontvangst komen nemen? “The fun but disquieting scenario is that if the film wins and five guys in monkey masks come to the stage all saying, ‘I’m Banksy,’ who the hell do we give it to?” aldus Bruce Davis, executive director van de Academy Awards. Vijf mannen met apenmaskers, die allemaal claimen Banksy te zijn en vechten om de Oscar voor Beste Documentaire; het zou een passende apotheose zijn geweest van de aaneenschakeling van mystificaties rond Banksy’s Exit Through the Gift Shop.

In Exit Through the Gift Shop maken we kennis met Thierry Guetta, een naar Los Angeles geëmigreerde Fransman, die met zijn videocamera de collega-kunstenaars van zijn neef, de Parijse straatkunstenaar Space Invader, begint te filmen. Via Shepard Fairy, de man die Obama’s iconische Hope-campagneposter maakte, komt Guetta vervolgens met Banksy in contact. En aan Banksy blijft Guetta plakken. In acht jaar tijd schiet hij duizenden uren materiaal, maar hij weet er geen coherent geheel uit te monteren. “Hij is geen filmmaker”, concludeert Banksy met vervormde stem vanonder zijn capuchon ergens halverwege Exit Through the Gift Shop. Banksy besluit om zelf een film te maken van Guetta’s materiaal en moedigt de Fransman dan maar aan om straatkunstenaar te worden.

Het mes snijdt aan twee kanten; Guetta, die onder de naam Mr. Brainwash straatkunst gaat maken, wordt van de ene op de andere dag een sensatie in de kunstwereld (hij mag zelfs het hoesje van Madonna’s cd Celebration ontwerpen). En Banksy maakt een formidabele inkijkje in diezelfde, o zo opportunistische subcultuur. Bedoeld of onbedoeld? Echt of onecht? Fake of waar gebeurd? Exit Through the Gift Shop is zo geslaagd omdat je niet zeker weet of het een documentaire is of een mockumentary (van het Engelse werkwoord ‘to mock’, ergens de spot mee drijven): een fictiefilm in documentairestijl. De aftiteling verraadt niets; de makers verraden niets, waarbij het natuurlijk helpt dat Banksy toch al nauwelijks interviews geeft en het gewoon wordt gevonden dat hij zich in nevelen hult. “Misschien ben ik Banksy wel”, trok Mr. Brainwash nog maar eens een rookgordijn op in een interview met The Wall Street Journal.

Read the rest of this entry →

01

09 2011

Cannes dag 3 – vrijdag 13 mei

“Ik hoorde dat u van plan bent een film te gaan maken in Stockholm. Kunt u daar iets meer over vertellen?”

Woody Allen was nauwelijks gaan zitten voor het groepsinterview over Midnight in Paris of mijn Zweedse collega stelde hem een vraag waarvan het antwoord alleen hem, maar dan ook werkelijk niemand anders een zier kon schelen.

Daarmee was het hek van de dam. Een Duitse journalist wilde weten of Allen plannen had voor een film in Berlijn, een Argentijnse informeerde naar de mogelijkheden in Buenos Aires.

Allen antwoordde dat hij in principe overal een film kan en wil maken, als iemand hem een zak geld geeft. “Zelfs in Bora Bora.”

Journalisten… Bij Habemus Papam zat er een Italiaanse journalist naast me die doodgemoederd zijn telefoon aannam toen hij onder de film werd gebeld. Bij Haerat shulayim kwam er een collega uit het Oostblok naast me zitten die zo’n kegel had dat-ie drie rijen verder nog te ruiken was.

Bij de persconferentie van de slim gehypte documentaire Unlawful Killing meldde een journalist voordat hij zijn vraag wilde stellen dat hij de film niet had kunnen zien. Waarom niet?, wilde regisseur Keith Allen weten, die blijkbaar niet bekend was met het deurbeleid van het ingehuurde persbureau. Slechts weinigen mochten naar de marktscreening. Slechts weinigen, maar niet per se dezelfden, mochten naar de aansluitende persconferentie.

Dinsdag is het weer raak. Dan staat een interview gepland met de Franse regisseur 000, drie dagen voor de eerste persvertoning van zijn film La conquete, waarin door de Franse regisseur Xavier Durringer – naar verluidt – een nogal negatief beeld wordt geschetst van Nicolas Sarkozy in de aanloop van de Franse presidentsverkiezingen van 2007. Tsja, wat vraag je hem dan?

Werd ook nog gebeld of ik interviews wilde doen met de makers van 3D Sex & Zen: Extreme Ecstasy, in Cannes geafficheerd als ‘de eerste erotische film in 3D’. De vertoning was ook al geweest, maar dat was volgens het persbureau geen enkel bezwaar.

Tussen alle interviews door ook nog wat films gezien: de Israëlische competitiefilm Hearat shulayim van Joseph Cedar (Beaufort) is een al te gestileerd, quasi-hip gevisualiseerd drama over de competitie tussen een vader en zoon, beiden expert in de Talmoed. En Habemus Papam van de Italiaanse ijdeltuit Nanni Moretti is een klucht over een kardinaal die terstond onder de druk bezwijkt als hij door zijn 107 collega’s – of door god, wie zal het zeggen? – tot nieuwe paus wordt verkozen. Nog voor de witte rook uit de schoorsteen van het Vaticaan kringelt, kiest hij het hazenpad.

De rol die Moretti zichzelf toebedeelde, als ijdele, babbelzieke psychoanalyticus, maakt dat de film tussen drama en komedie komt te schipperen. Het einde is zwak, maar Michel Piccoli is groots als de man die steeds heviger twijfelt aan zijn roeping.

Na afloop wilde de Italiaanse pers eten of kans maakt op de gouden palm. Er is altijd een kans, antwoordde ik, en ik moest denken aan Jim Carrey in Dumb & Dumber…

15

05 2011

Een voice-over voor een bredere doelgroep

Toen Nadine, Erik de Bruyns langverwachte opvolger van Wilde mossels, september 2007 in première ging op het Nederlands Film Festival was de kritiek niet mals. Met name de uitleggerige voice-over moest het ontgelden.

‘Volgende keer wel die voice-over met zijn overbodige benoemen van dingen lekker weglaten. Die haalt het niveau van de film omlaag’, noteerde De Filmkrant. De Volkskrant was van oordeel dat de voice-over, waarin de motieven van de tobbende Nadine in loze woorden worden samengevat, botste met De Bruyns voorkeur voor visuele poëzie. ‘Het is een raadsel waarom de maker zijn talent niet vertrouwt en de desperate Nadine als overbodige voice-over laat terugblikken op wat we zien’, schreef Het Parool. ‘Dat ze zich in soapzinnen uitdrukt, maakt het er niet beter op.’

De regisseur heeft zich de kritiek aangetrokken. Nadine verscheen in een aangepaste versie op dvd. Het was De Bruyn tijdens de première zelf ook al opgevallen dat Nadines voice-over wel erg uitleggerig was. Omdat hij zijn film zo de geschiedenis niet wilde laten ingaan, vroeg hij distributeur A-Film of hij de geluidsmix kon aanpassen.

Vreemd? Nee, aldus De Bruyn. ‘In de schilderkunst is het heel normaal dat je denkt: zo, dat doek is klaar, en er vervolgens nog een zwarte veeg overheen zet.’ Hoe het ook zij; de aanpassing is een enorme verbetering.

De voice-over was toegevoegd aan zijn kunstzinnige film, waarin de hoofdrol wordt gespeeld door drie actrices,  omdat hij dan beter geschikt zou zijn voor een bredere doelgroep, aldus De Bruyn. Dat was een idee-fixe van de distributeur: er kwamen slechts 7.326 mensen kijken naar de film met voice-over.

Nadine van Erik de Bruyn. Zaterdag 2 april, 23.45 uur. Canvas.

02

04 2011

‘In deze scène zit geen politiek; alleen maar grote insecten’

‘De film gaat over de hedendaagse Amerikaanse politiek. De laatste dertig jaar is er een tendens dat Amerika geweld gebruikt tegen iedereen die het niet met ze eens is….

Paul Verhoeven neemt geen blad voor de mond op de nieuwe dvd-versie van Starship Troopers. Met aanstekelijk enthousiasme legt hij uit wat critici en publiek bij de release in 1997 over het hoofd hebben gezien.

De distributeur zette voor de zekerheid een disclaimer voor het regisseurscommentaar: ‘de mening en zienswijze zoals geuit in het audiocommentaar zijn die van de individuele sprekers en representeren niet de zienswijze van Buena Vista of één van haar gelieerde partijen’.

Starship Troopers, over jongelui met uit beton gehouwen kaaklijnen die de strijd aanbinden met reuze-insecten, verscheen al eens eerder op dvd, op een schijf die halverwege moest worden omgedraaid, zonder extra’s. Dat wordt nu goedgemaakt. Behalve het commentaar van Verhoeven (‘In deze scène zit geen politiek; alleen maar grote insecten’) en scenarist Edward Neumeier (‘Mijn linkse vrienden vonden Robocop fascistisch’) bevat de schijf onder meer een making of, trailers, de screentests van Casper Van Dien en Denise Richards en een aantal verwijderde scènes, vooral van dezelfde Richards.

‘We zetten haar neer als een meisje dat twee jongens leuk vindt. Daar houdt het publiek niet van’, aldus Verhoeven. Neumeier: ‘Sommige mensen vonden dat ze dood moest.’

Neumeier vertelt ook dat veel mensen medelijden hadden met het opper-insect als hij aan het eind van de film gevangen is genomen en in een net wordt versleept door een juichende meute soldaten.

‘Een vriend uit Texas zei: ‘Natuurlijk is hij bang. Zoals elke vijand van Amerika bang moet zijn en ook is’.’

Verhoeven: ‘Maar dat is typisch Texaans, toch? Dat is politiek. En we zouden het niet over politiek hebben.’

Zijn laatste woorden, als de aftiteling bijna afgelopen is, nog steeds kraaiend van enthousiasme: ‘Vooruit ga het leger in! Nu!’

Starship Troopers van Paul Verhoeven. Zondag 13 maart, 20:30, Veronica.

13

03 2011

“Een mix van film-in-een-film en film-over-film”

‘Over de tekst nog even’, zegt de door Tara Elders gespeelde actrice die als twee druppels water op Tara Elders lijkt tegen regisseur Dick Tuinder die min of meer zichzelf speelt. ‘Ik vind het natuurlijk niet erg als er niets van te begrijpen is, maar dan wil ik dat wel graag begrijpen.’

Tuinder is een beetje een vreemd geval. In vele opzichten. Na een productieproces waaraan geen einde leek te komen, werkte hij zich een slag in de rondte om zijn Droste blikje-achtige speelfilmdebuut Winterland op tijd klaar te krijgen voor het afgelopen Nederlands Film Festival, september vorig jaar. Nadat de film daar met redelijk succes was vertoond, begon hij gewoon weer van voor af. Op de net verschenen dvd staat een geheel nieuwe hermontage.

Aan de essentie is echter weinig veranderd: in Winterland speelt de regisseur annex beeldend kunstenaar, net als in zijn eerdere, als extra opgenomen kortfilms De Tijdreiziger (1996), Most Things Never Happen (2005) en The Garden of Nothing (2008), een even schrander als onnavolgbaar spel met de werkelijkheid. Bordkartonnen decors, prikkelende, hoogdravende dialogen, en echte en getekende acteurs geven een fascinerende blik in het brein van de kunstenaar en bewijzen eens te meer dat je je vragen kunt blijven stellen bij dé werkelijkheid. ‘Een mix van film-in-een-film en film-over-film” noemt Tuinder het zelf, een “pratend en bewegend schilderij van anderhalf uur”.

De dvd is verpakt in een fraai, door Tuinder zelf als soort van krant vormgeven doosje. Koop deze dvd niet! staat er in grote letters op. “Na overleg met de direct betrokkenen menen wij er goed aan te doen om een deel van het kijkerspubliek er op te attenderen dat deze film geen goede afloop heeft”, schrijven Tuinder en producent Gijs van de Westelaken in een bericht “aan de lezer”. “Niet omdat het de makers ontbrak aan een optimistische kijk op de werkelijkheid en de mogelijkheden van de individuele mens om zich – indien gewenst – aan zijn door het lot toegewezen omstandigheden te ontworstelen, maar om de simpele reden dat de film in beginsel geen einde, en uiteindelijk geen begin heeft, daar de gebeurtenissen waarvan in de film verslag wordt gedaan nooit hebben plaatsgevonden.”

Vermoeiende onzin? Dan kunt u Winterland inderdaad beter links laten liggen.

Winterland is onder meer verkrijgbaar bij het Eye Film Instituut, Atheneum Nieuwscentrum, Concerto en via de website van Column Film.


01

03 2011

Een sfeerrijk sprookje over onschuld en incestueuze liefde, het lot en het hart dat ‘boum’ zegt

‘Je wordt nooit wat je gedacht had te worden. En je doet nooit wat je gedacht had te doen’, zei Arthur Rimbaud nadat hij wapenhandelaar was geworden in Abessinië.

Deze gedachte vormt het uitgangspunt voor Toto le héros, het fantastische speelfilmdebuut van de Waal Jaco van Dormael uit 1991. Daarin blikt de oude Thomas van Hasebroeck terug op zijn leven. Thomas is ervan overtuigd dat hij vlak na zijn geboorte bij een brand is verwisseld met zijn rijke buurjongetje Alfred. Op zijn oude dag zint hij op wraak; hij meent dat zijn leven hem is ontstolen, in een sfeerrijk sprookje over onschuld en incestueuze liefde, het lot en het hart dat ‘boum’ zegt.

Toto le héros werd overladen met prijzen, waaronder de Gouden Camera in Cannes. In 1999 werd Van Dormaels scenario ook verkozen tot het beste Belgische scenario uit de periode 1984-1999.

In de documentaire Mémoires de héros, een van de extra’s op de fraaie dubbeldvd, vertelt Van Dormael uitgebreid over zijn werkwijze. ‘Ik heb bakken vol kaarten met uiteenlopende ideeën. Die leg ik op een tafel, onderwerp bij onderwerp. Als er een kaartje op de grond valt, komt dat idee niet in de film terecht.’

Na zijn overrompelende debuut maakte Van Dormael Le huitième jour, in 1996 de openingsfilm van het festival van Cannes. Vorig jaar was zijn prachtige, megalomane mislukking Mr. Nobody kortstondig in de Nederlandse bioscopen te zien. ‘Toen ik jong was’, zegt Van Dormael ook nog in Mémoires de héros, ‘maakte ik me meer zorgen over wat ik met mijn leven moest doen. Nu weet ik dat het leven me door de vingers glipt.’

Toto le Héros van Jaco Van Dormael. Zondag 6 februari, 21:00 uur, TV5. De film is op dvd uitgebracht door A-film HE.

06

02 2011