Archive for the ‘Muziek’Category

Aanmoedigingsprijs voor charmant portret

roosrebergen

Bas Berkhout won op de openingsavond van het Nederlands Film Festival de Filmprijs van de Stad Utrecht met Roos Rebergen – Weet ik niet zo goed, een muzikaal portret van de singer/songwriter Roosbeef. ‘Een klein thema wordt ontroerend verbeeld met heldere shots, mooie animatie, goed gebruik van clips en treffende interviews. Je voelt een sterke band tussen filmmaker en onderwerp. Toch weet de maker knap afstand te bewaren, zodat het portret intiem – maar niet klef – wordt’, aldus de jury. Berkhout: ‘Ik schrok me rot toen ik besefte dat ík had gewonnen. Dan sta je daar opeens op het podium voor al die bekende, respect verdienende mensen.’

Berkhout (Arnhem 1981) hoorde Rebergen een paar jaar geleden in het radioprogramma Šimek ’s Nachts – ze had net de Grote Prijs van Nederland gewonnen – en verbaasde zich erover dat de zangeres zoveel moeite had concrete vragen te beantwoorden, terwijl haar liedjes toch ze veelzeggend zijn. Toen hij ook nog hoorde dat ze bij hem om de hoek woonde, bedacht hij dat het een mooie oefening zou zijn een portret van haar te maken: ‘Ik dacht: daar ga ik gewoon op af.’

De autodidact Berkhout (hij studeerde in 2002 af aan de Reclameschool in Zwolle, werd vervolgens afgewezen voor de Filmacademie, maakte reisreportages en promo’s voor Talpa en begon zijn eigen bedrijf) bedong een uitzendgarantie van Omroep Gelderland en ging aan de slag.  Met een minimaal budget, waarvan het grootste deel opging aan de vrolijke animaties die hij door pas afgestudeerde studenten van kunstacademies liet maken. Verder deed hij alles zelf, van script en productie tot het camerawerk en de montage.

Berkhout volgde Roosbeef ruim een jaar en confronteert haar met zachte, doch dwingende hand met het feit dat ze volwassen aan het worden is. Over de boerderij van haar ouders gaat het, die wordt afgebroken. En over een jongen die ze leuk vindt, maar al een vriendin blijkt te hebben. ‘Heb ik weer.’ Vaak zoekt ze naar woorden, maar over haar liedjes zegt ze: ‘Die zinnen, die komen sneller dan ik erover nadenk. Ik denk niet bij elke zin: dit is een diamantje.’

Er waren de nodige wrijvingen tijdens de opnamen, maar achteraf vond Roosbeef de film geweldig. ‘Dat was een hele opluchting’, aldus Berkhout. Wat zijn charmante filmpje – dat eerder ook al werd bekroond met de Publieksprijs van het Go Short International Short Film Festival Nijmegen en het Bronzen Ei op het Filmfront Festival van Gorkum – hem verder zal brengen, weet hij niet. ‘Ik kreeg een mail van de NPS dat ze gaan kijken of ze ‘m kunnen uitzenden. Terwijl ze hem drie keer hebben afgewezen.’

Concrete plannen heeft Berkhout nog nog niet. ‘Met mijn bedrijfje blijf ik gewoon toegepast werk maken. En als ik weer een onderwerp vind waar ik verliefd op ben, ga ik er op af.’

Roos Rebergen – Weet ik niet zo goed is te zien op het Nederlands Film Festival, dat duurt t/m 2 oktober.

27

09 2009

‘In elkaar geflanst plakwerk’

Niet iedereen is onder de indruk van de nieuwe muziek bij J’accuse, zo blijkt uit onderstaande brief van filmmuziekhistoricus Theodore van Houten, die via via in mijn mailbox belandde:

“Er wordt veel tijd, geld en expertise geinvesteerd in het restaureren van films, die tot het begin van de jaren 1930 zonder geluidsspoor werden geproduceerd. Deze zwijgende films kenden geen dialoog. Tussentitels hielpen het verhaal vertellen, musici van vlees en bloed begeleidden de voorstelling. Terwijl men er in filmmusea alles aan doet om films terug te restaurereren naar het origineel, wordt de muzikale begeleidingspraktijk vergeten of genegeerd. Filmmuziek werd destijds live in de orkestbak of aan het theaterorgel van de bioscoop gespeeld. Terwijl er tegenwoordig geen noot Mozart of Bach wordt gespeeld, zonder die aan de authentieke uitvoeringspraktijk te toetsen, is het met het live begeleiden van oude films droevig gesteld.  Een buitengewoon genant voorbeeld was deze week de presentatie in de Amsterdamse Stadsschouwburg van Abel Gance’s pacifistisch bedoelde meesterwerk J’accuse uit 1919. J’accuse is een lamento over de Eerste Wereldoorlog. Abel Gance had zelf op de slagvelden als cameraman gewerkt en wist hoe oorlog eruit zag. De prachtige, door het Nederlands Filmmuseum gerestaureerde kopie van J’accuse werd hier begeleid door een electrische gitaar – die met WOI weinig te maken heeft – en Ensemble Caméléon (VK, 17 juni). De score bestond uit tenenkrommend, in elkaar geflanst plakwerk, waar weinig inspiratie aan te pas gekomen is en geen enkel gevoel voor functie en plaats van filmmuziek. Nederland beschikt over grote talenten, die dit specifieke vak zeer goed verstaan, zoals Loek Dikker, Hugo van Neck en Maud Nelissen. Holland Festival en Filmmuseum zouden er verstandig aan gedaan hebben om J’accuse toe te vertrouwen aan dergelijke specialisten. Het Filmmuseum schijnt er een traditie van te hebben gemaakt om zwijgende films zo afstotend mogelijk te presenteren, met een zo ineffectief mogelijke muzikale begeleiding, door musici met zo min mogelijk kijk op cinema. Zo werd Gance’s meesterlijke film J’accuse nieuw leven ingeblazen, door hem te vermoorden.”

01

07 2009

Vernieuwde beschuldiging

jaccuse

Dinsdag 23 en woensdag 24 juni is in de Amsterdamse Stadsschouwburg J’accuse te zien, Abel Gance’s baanbrekende anti-oorlogsepos uit 1919. In een gerestaureerde versie. Met kakelverse muziek, waaraan het afgelopen weekeinde pas de laatste hand is gelegd door de Nederlands componist Reza Namavar, de Amerikaanse gitaarvirtuoos Gary Lucas en het EnsembleCaméléon.

166 minuten duurt J’accuse, waar volgens Wilmar de Visser, contrabassist van EnsembleCaméléon, ‘een goeie anderhalve uur concrete muziek’ voor nodig is, ‘maar ook veel ruis en geroffel’. ‘Je wilt niet de hele tijd muziek horen. Door af en toe een stilte te laten vallen, voel je de spanning veel beter.’

In eerste instantie was er ook nog sprake van een dj, maar dat vonden alle betrokkenen te rommelig worden. Het kostte De Visser zo ook al genoeg hoofdbrekens de drie verschillende talen te integreren: de gitaarmuziek van Lucas, het voormalige bandlid van Captain Beefhearts Magic Band en muzikaal partner van wijlen Jeff Buckley; de nieuwe compositie van Manavar (‘Dromerige muziek. Vrij motorisch ook, met een puls erin’) en de kamermuziek die zijn EnsembleCaméléon selecteerde (Liszt, Britten, Satie, Beethoven).

Gesprekken over de functie van filmmuziek hebben ze niet gevoerd, de partijen kwamen direct to the point en hakten de film in delen. Namavar had de eerste keus, en pikte de scènes eruit ‘waar hij muzikaal het meest mee heeft.’

‘Het is een reuze spannende, gekke manier van werken. Maar het voelt alsof het leuk gaat worden’, aldus Namavar. De Visser: ‘Iedereen heeft er zo veel energie ingestopt. Reza, wij, Gary die in New York bij nacht en ontij de studio induikt… er komt veel los. Dat is heel inspirerend.’

Het complete verhaal en een filmpje met de nieuwe muziek van J’accuse staan op de website van de Volkskrant.

22

06 2009

Herinnert u zich deze nog-nog-nog?

cat1

Quentin Tarantino heeft een reputatie waar het de soundtracks van zijn films betreft. Zo ontrukte hij Little Green Bag van de George Baker Selection aan de vergetelheid, en poetste hij ook Santa Esmeralda’s Please Don’t Let Me Be Misunderstood weer op.

Het meest opvallende nummer in Inglorious Basterds is Cat People (Putting Out Fire) van David Bowie. Dat was al eens eerder in een film te horen. Sterker: Bowie schreef het nummer in 1982 speciaal voor Paul Schraders remake van Cat People, samen met Giorgio Moroder, die tekende voor het grootste deel van de soundtrack.

In Inglorious Basterds zit het nummer onder een scène waarin de aan de wrede SS-kolonel Hans Landa ontsnapte Shosanna Dreyfus zich opmaakt voor de wereldpremière van de Duitse propagandafilm Stolz der Nation in haar Parijse filmtheater, in aanwezigheid van de Nazi-kopstukken Adolf Hitler, Joseph Goebbels, Herman Göring en Martin Bormann.

Shosanna Dreyfus wordt overigens gespeeld door de Française Mélanie Laurent, die eerder (kort) te zien was in Indigènes en De battre mon coeur s’est arrêté (van regisseur Jacques Audiard, wiens Un prophète deze editie door velen wordt getipt als winnaar van de Gouden Palm). Laurent regisseert zelf ook. Vorig jaar dong haar De moins en moins in Cannes mee naar de Gouden Palm voor de beste kortfilm.

NB. In Inglorious Basterds zit één scène twee keer, van Hitler in de bioscoop. Foutje of expres? Volgens welingevoerde bronnen is de film in grote haast vervolmaakt, en zal er nog wel het een en ander aan worden veranderd voordat hij in de reguliere bioscoop wordt uitgebracht…

    Quentin Tarantino en de cast van Inglorious Basterds. Links Mélanie Laurent. Foto Vanity Fair.

Quentin Tarantino en de cast van Inglorious Basterds. Links Mélanie Laurent. Foto Vanity Fair.

22

05 2009