Archive for the ‘Muziek’Category

Oogstrelende ode aan Mozart

Danseres Siti wordt verscheurd door haar liefde voor twee mannen: haar hardwerkende echtgenoot Setio en de gemene Ludiro. Die begeerde de mooie Siti altijd al en ziet zijn kans schoon als Setio op zakenreis is.

Het gegeven van de driehoeksverhouding is zo oud als maar kan (letterlijk: Opera Jawa is een verfilming van het eeuwenoude Ramayana-epos), maar in de uitvoering van de Indonesiër Garin Nugroho levert het een frisse, wervelende film op.

Nugroho, wiens Leaf on a Pillow in 1999 de openingsfilm was van het International Film Festival Rotterdam, combineert klassieke met hedendaagse dans, traditionele Indonesische gamelanmuziek en Javaanse liederen met hedendaagse invloeden. De aankleding is rijk, de decors zijn oogstrelend.

Opera Jawa maakt onderdeel uit van het zeer geslaagde project New Crowned Hope, een serie auteursfilms gemaakt in het kader van de viering van de 250ste verjaardag van Mozart, vorig jaar in Wenen. De Amerikaanse curator en theatermaker Peter Sellars en de Brit Simon Field, oud-directeur van het IFFR, gaven zeven regisseurs – onder wie Apichatpong Weerasethakul, Mahamet-Saleh Haroun, Tsai Ming-liang en Bohman Ghobadi – de opdracht een film te maken die op de een of andere manier iets met de Weense componist te maken heeft.

Sommige van de regisseurs hielden niet van Mozart; anderen waren nauwelijks bekend met diens oeuvre. De Indonesiër Garin Nugroho wilde zijn bijdrage aanvankelijk Requiem from Java noemen, om maar aan te geven dat er wel degelijk een band is. Die is er ook, maar hij is veel wezenlijker. Opera Jawa is een overrompelende, opzwepende film. Voor wie zich eraan over geeft, tenminste; voor wie durft weg te dromen. Wie dat niet kan heeft een zware zit; het verhaal is moeilijk te volgen, en de meeste symboliek zal waarschijnlijk ook aan de Westerse kijker voorbijgaan.

Opera Jawa van Garin Nugroho. Zaterdag 26 januari, 0.10 uur, Ned 2.

22

01 2013

‘Het is mijn feestje’

Het is alweer vijf jaar geleden dat Control, het speelfilmdebuut van de 51-jarige Nederlandse fotograaf, clipregisseur en grafisch ontwerper Anton Corbijn, was uitverkoren als openingsfilm van de Cannes-parallelsectie de Quinzaine des Réalisateurs.

De verwachtingen waren hooggespannen; het invloedrijke tijdschrift Variety had Control al uitgeroepen tot een van de must-sees van het festival. De rijen waren navenant, bij de drie officiële voorstellingen stonden donderdag boze festivalgangers met entreebewijzen en badges te zwaaien omdat ze er niet meer bij pasten.

Control is een film over de laatste jaren van Ian Curtis, de leadzanger van de legendarische new wave-band Joy Division die in 1980 op 23-jarige leeftijd zelfmoord pleegde. Dat is geen toeval: Joy Division was een van de eerste bands die Corbijn kon fotograferen toen hij aan het einde van de jaren zeventig naar Engeland was verhuisd. Geen blad wilde de foto’s aanvankelijk plaatsen. Maar toen Curtis zichzelf niet veel later ophing, wilde het Britse muziekblad New Musical Express ze graag publiceren.

Corbijn toont Ian Curtis als een twijfelende jongeman met een groot talent, een baby en een zwakke gezondheid, die heen en weer wordt geslingerd tussen zijn echtgenote Deborah en zijn vriendin Annik Honore. Touching From a Distance, het boek van Deborah Curtis uit 1995, diende als uitgangspunt voor de film.

‘Het grootste verschil is dat het boek over Debby Curtis gaat en mijn film over Ian Curtis’, vertelde Anton Corbijn op een druk bezochte persconferentie. ‘Het boek is de basis, maar ik heb geprobeerd iedereen te spreken te krijgen die er destijds bij was.’ Hij schoot zijn film in zwart-wit. ‘Als ik aan die tijd denk, aan Ian Curtis en aan Joy Division, zijn mijn herinneringen in zwart-wit. Dat is logisch, want er bestaan bijna geen kleurenbeelden van de band.’

Corbijn noemt Control een ‘heel persoonlijke film’. ‘Het gaat mij om de innerlijke ervaringen, niet om de buitenkant. Dat geldt ook voor mijn fotografie: ik ben niet geïnteresseerd in de spectaculaire momenten tijdens een optreden, niet in de rockster, maar wil weten wat er achter de façade zit.’

Voor de hoofdrol koos Corbijn nieuwkomer Sam Riley. Die stond shirts op te vouwen in een warenhuis in Leeds toen hij werd gebeld door zijn agent. Het was een gelukkige zet: Riley overtuigt niet alleen als acteur, hij zingt ook zelf (hij is ook zanger van de band 10,000 Things). Corbijn: ‘Het is mijn eerste film en het is zijn eerste film. We gingen er samen voor; we hadden niet zo veel te verliezen.’

Debby en Annik hebben de film allebei gezien. Corbijn: ‘Ik weet niet of ze er blij mee zijn, het is nog wat vroeg, maar ze hebben er geen problemen mee.’ Ook de overgebleven bandleden (later verenigd in New Order) die de muziek voor de film componeerden, zagen Control. ‘Ze zijn het over bijna niets met elkaar eens, maar dit vinden ze allemaal een geslaagde film.’

De totstandkoming van Control ging niet over rozen. Het was moeilijk om geld in Engeland te vinden, terwijl de film toch een heel Engels verhaal vertelt. Uiteindelijk moest Corbijn zijn debuut zelf produceren. ‘Dat had ook voordelen. Ik en niemand anders had het voor het zeggen.’

Toen de persconferentie al een half uur bezig was, en ondanks zijn meermaals herhaalde verzoek ook de acteurs achter de tafel iets te vragen alle journalisten zich tot de regisseur bleven richten, stelde Corbijn zelf maar een vraag aan de Duitse actrice Alexandra Maria Lara. ‘Waarom wilde jij Annik zo graag spelen?’, vroeg Corbijn. ‘Je had me al eens gefotografeerd en dat vond ik geweldig. Daarom wilde ik je ook zien werken op een filmset, en echt, het was fantastisch!’, luidde het antwoord. Ging het toch weer over Anton.

Uren later, op de afterparty, ging het misschien wel iets te weinig over hem. In zijn eentje stond de beroemde fotograaf aan de bar, waar het personeel (in T-shirts met de tekst ‘I’m in control’) hem net zo lang op zijn champagne liet wachten als de andere genodigden. ‘Mag ik misschien wat bestellen?’, probeerde Corbijn beleefd. ‘Het is mijn feestje.’

Anton Corbijn, Control. Zondag 14 oktober, 23.40 uur, Canvas.

14

10 2012

Blues Before Sunrise

I have the blues before sunrise,
Tears standing in my eyes.
I have the blues before sunrise,
Tears standing in my eyes.
It was a miserable feeling,
Now babe, a feeling I do despise.

De blues-klassieker Blues Before Sunrise van Leroy Carr (tekst, zang en piano) en Scrapper Blackwall (gitaar) vormt de inspiratiebron voor het gelijknamige, even simpele als ingrijpende ‘landschapsproject’ in het Vondelpark van de Britse, parttime in Amsterdam woonachtige kunstenaar en regisseur (Hunger, Shame) Steve McQueen. Zoals Daan van Golden ooit alle paden in de Hortus Botanicus bedekte met blauwe kiezelstenen, zo heeft McQueen ervoor gezorgd dat alle 275 straatlantarens in het park niet het gebruikelijke warme witte licht afgeven, maar een ingetogen kleur blauw: 075 om precies te zijn, ofwel ‘evening blue’.

Volgens Ann Goldstein, directeur van het Stedelijk Museum, dat de ingreep mede mogelijk maakte, zal McQueen’s Blues Before Sunrise niet alleen onze perceptie van het Vondelpark veranderen, maar zal het ook “de dagelijkse routine van mensen in een ander licht zetten en een openbare plek veranderen in een mooie en geheimzinnige ervaring, die zeer aanwezig is en tegelijkertijd ook ongrijpbaar”.

Well now goodbye, goodbye baby,
I’ll see you on some rainy day.
Well now goodbye baby,
I’ll see you on some rainy day.
You can go ahead now little darling,
‘Cause I want you to have your way.

Blues Before Sunrise van Steve McQueen. T/m 25 maart in het Vondelpark. Het moment dat de straatverlichting aangaat wisselt, afhankelijk van een zonnecel in het centrale kantoor van de Amsterdamse stadverlichting.

07

03 2012

Gezien – SoccerRocker

Afgelopen weekend organiseerde voetbalclub DVVA (Door Vriendschap Verenigd Amsterdam) aan het Drieburgpad de vierde editie van SoccerRocker, hét voetbal- en muziekfestival van Amsterdam. Er deden 24 herenteams en 12 damesteams mee, met welluidende namen als Ruud en de Bloes, Die Mannschaft en Swaffel FC. Na afloop waren er optredens van (rock)bands zoals Anatopia, Shaking Godspeed, Paceshifters.

Leden uit laatstgenoemde bands figureren in de campagne van SoccerRocker (creatie Van Gennep, foto Wim te Brake). Met sportkleren én gitaar. De poster is gebaseerd op een fameuze foto van Paul Huf uit 1967, van de toenmalige Ajax-voorhoede bestaande uit Johan Cruijff, Sjaak Swart, Piet Keizer en Klaas Nuninga.

Dat beeld wordt wel vaker gekopieerd. Fotograaf Erwin Otten nam de foto vorig jaar als voorbeeld voor de poster van Eurovoetbal, met (drie in plaats van vier) jonge FC Groningen-talenten (Leandro Bacuna, Tim Matavz en Daley Blind, die destijds door FC Groningen gehuurd werd van Ajax). Pim Ras maakte in 2004 een soortgelijke foto van de Ajax-spelers John Heitinga, Nigel de Jong, Wesley Sneijder en Rafael van der Vaart. Het Parool-fotograaf Jan van Breda maakte een Huf-remake met spelers van het 8e van AFC. En Fred van Diem fotografeerde een aantal speelsters van het Hogeschool van Amsterdam-vrouwenvoetbalteam zoals Cruijff cum suis voor de cover van het hogeschoolblad Havana.

Het iconische beeld wordt ook gebruikt om andere sporten te promoten. In 2004 liet de Koninklijke Nederlandse Atletiek Unie fotograaf Michel Olden een vijftal (!) sporters in het Olympische tenue van 2004 fotograferen. Frank Basters van Adidas bracht het Paul Huf-beeld mee naar de studio en vroeg hem het als uitgangspunt voor de foto te gebruiken.

Adriaan Elligens van het Maria Austria Instituut, het fotoarchief dat het werk van Huf beheert, was not amused. Hij bestempelde de foto als een remake en vond het ‘flauw en makkelijk’ om zo op een bekend beeld te leunen.

01

06 2011

‘Héé, daar heb je Eminem die het voor een homo opneemt!’

Vanavond is 8 Mile op televisie. Ik sprak regisseur Curtis Hanson ten tijd evan de Nederlandse première. Hij deelde uit. Alle journalisten die bij hem aanschoven in zijn suite in het Amsterdamse Amstel hotel kregen de cd More Music from 8 Mile cadeau. Op de cd staat géén muziek van Eminem, maar muziek uit 1995, de tijd waarin de film speelt. Want 8 Mile mag dan het acteerdebuut van Eminem zijn, ‘het is géén Eminem-film’, benadrukt Hanson, die eerder de Oscarwinnaar L.A. Confidential regisseerde. ‘Géén twee uur durende video, géén twee uur durend excuus voor een soundtrack.’

Eminem speelt de getalenteerde blanke rapper Jimmy Smith, die als Bunny Rabbit carrière probeert te maken in een wereld waarin zwarten de dienst uitmaken. Jimmy heeft het niet makkelijk: hij is gedumpt door zijn vriendin, zijn werkloze moeder wil hem niet meer in haar gammele stacaravan. En tijdens de wekelijkse rap battles, waar hij hoopt door te breken, heeft hij zijn zenuwen niet onder controle.

‘Het is een dun verhaaltje’, erkent Hanson. ‘Maar juist daarom hoef ik daar niet al te veel tijd aan te spenderen en krijg ik alle ruimte om de onbekende wereld van de hiphop te verkennen.’

8 Mile is gesitueerd in Detroit anno 1995. Hiphop was toen al ‘big and boiling’, maar nog niet in dezelfde mate als nu. Hanson kende de muziek, had ook wel wat cd’s van de grote namen, maar wil zichzelf geen hiphop- of rapfan noemen. ‘Het was voor Eminem dus minstens zo’n gok als voor mij.’

Hanson had grote twijfels of Eminem in staat zou zijn het personage van Jimmy geloofwaardig te spelen, of hij de film zou kunnen dragen. ‘Ik wist natuurlijk dat hij, beter dan wie dan ook, zou slagen als de rapper. Het grote vraagteken was of hij ook als acteur zou slagen.’

De regisseur repeteerde zes weken met zijn hoofdrolspeler, maar ook daarna was hij nooit helemaal zeker van zijn zaak. ‘Tot op de laatste opnamedag was ik niet overtuigd. Het was vechten en hopen. Voor mij én voor hem.’

Voor de opnamen gaf Hanson Eminem een lading video’s – films waarin andere acteurs met veel succes debuteren. ‘Het was een ”good luck present”. Ik wilde hem laten zien dat het goed mogelijk is vanuit het niets iedereen te verrassen. Maar het was nooit mijn bedoeling dat hij van allemaal iets moest kopiëren. Het waren de debuutfilms van James Dean, Warren Beatty, Jon Voight en Dustin Hoffman; dat zou een héél merkwaardige acteerstijl hebben opgeleverd. Eminem heeft de films overigens nooit bekeken.’

Veel keus had Hanson niet. Hij wilde de film met Eminem maken, of helemaal niet. ‘Ik kan niemand bedenken die beter kan acteren én rappen. Toen Russel Crowe, hoofdrolspeler in L.A. Confidential, hoorde dat ik ermee bezig was, stuurde mij een mailtje: Goed onderwerp, Curtis. Wie gaat Eminem spelen?’.

Een film mét Eminem, maar geen film over het leven van Eminem. Maar een groot aantal elementen is er wél aan ontleend. Hanson schept er in 8 Mile genoegen in te spelen met feit en fictie. In een scène neemt Jimmy het op voor een homoseksuele collega op de staalfabriek; Eminem werd in het verleden meermalen van homohaat beschuldigd. ‘Homofobia is deel van het leven. En érg aanwezig in de hiphop-scene. Niet alleen bij Eminem, het is verweven in de taal van de rap battles. Ik vind het interessant om jonge hiphop-fans te confronteren met een man die wordt beledigd om zijn geaardheid. Ik hoop dat ze zo emotioneel betrokken zijn, dat het ze verwart.’

Hij heeft de scène niet bedacht omdat Eminem de hoofdrol speelt, benadrukt Hanson. ‘Integendeel. Zijn controversiële imago was bijna reden de scène te schrappen. Ik was bang dat het teveel zou afleiden: Héé, daar heb je Eminem die het voor een homo opneemt!. Uiteindelijk heb ik de scène toch gehandhaafd. Het is de gok waard, denk ik.’

8 Mile van Curtis Hanson. Zaterdag 9 april, 22.00 uur, RTL 7.

09

04 2011

Gezien – Gooische vrouwen

Twee posters zijn er van Gooische vrouwen. De ene doet enigszins denken aan Sie kommen!, een befaamde (naakte)foto met vier vrouwen van Helmut Newton, waarnaar ontwerper Gijs Kuijper een paar jaar geleden ook de twee posters voor Amazones modelleerde.

Het andere Gooische vrouwen-affiche is onmiskenbaar gebaseerd op de platenhoes van het Beatles-album Abbey Road. Met Anouk, Roelien, Claire en Cheryl op een zebrapad, in plaats van John Lennon, Paul McCartney, George Harrison en Ringo Starr. En in Parijs in plaats van op het zebrapad op Abbey Road, dat sinds 22 december 2010 op de werelderfgoedlijst staat.

De originele hoesfoto, in nog geen tien minuten gemaakt door fotograaf Iain MacMillan, is al ontelbare malen geïmiteerd. Door andere muzikanten, zoals de Red Hot Chili Peppers (met een sok over hun geslacht), rapper Kanye West (in zijn eentje) en Louis Andriessen, Reinbert de Leeuw, Mischa Mengelberg en Peter Schat (op een zebrapad in de Amsterdamse Emmastraat).

De Britse komiek Benny Hill trok een mal gezicht op het zebrapad, net als Charlie Brown en The Simpsons. Het iconische beeld werd ook al eerder voor een filmposter gebruikt. Op het affiche van de muziekfilm The Boat that Rocked lopen vier van de hoofdrolspelers over een loopplank van hun radiopiratenschip. Ook in dit geval is volstrekt onduidelijk waarom; in de muziekfilm zit geen enkel nummer van The Beatles…

(De rubriek Gezien verschijnt iedere woensdag in PS Kunst in Het Parool)

17

03 2011

Aanmoedigingsprijs voor charmant portret

roosrebergen

Bas Berkhout won op de openingsavond van het Nederlands Film Festival de Filmprijs van de Stad Utrecht met Roos Rebergen – Weet ik niet zo goed, een muzikaal portret van de singer/songwriter Roosbeef. ‘Een klein thema wordt ontroerend verbeeld met heldere shots, mooie animatie, goed gebruik van clips en treffende interviews. Je voelt een sterke band tussen filmmaker en onderwerp. Toch weet de maker knap afstand te bewaren, zodat het portret intiem – maar niet klef – wordt’, aldus de jury. Berkhout: ‘Ik schrok me rot toen ik besefte dat ík had gewonnen. Dan sta je daar opeens op het podium voor al die bekende, respect verdienende mensen.’

Berkhout (Arnhem 1981) hoorde Rebergen een paar jaar geleden in het radioprogramma Šimek ’s Nachts – ze had net de Grote Prijs van Nederland gewonnen – en verbaasde zich erover dat de zangeres zoveel moeite had concrete vragen te beantwoorden, terwijl haar liedjes toch ze veelzeggend zijn. Toen hij ook nog hoorde dat ze bij hem om de hoek woonde, bedacht hij dat het een mooie oefening zou zijn een portret van haar te maken: ‘Ik dacht: daar ga ik gewoon op af.’

De autodidact Berkhout (hij studeerde in 2002 af aan de Reclameschool in Zwolle, werd vervolgens afgewezen voor de Filmacademie, maakte reisreportages en promo’s voor Talpa en begon zijn eigen bedrijf) bedong een uitzendgarantie van Omroep Gelderland en ging aan de slag.  Met een minimaal budget, waarvan het grootste deel opging aan de vrolijke animaties die hij door pas afgestudeerde studenten van kunstacademies liet maken. Verder deed hij alles zelf, van script en productie tot het camerawerk en de montage.

Berkhout volgde Roosbeef ruim een jaar en confronteert haar met zachte, doch dwingende hand met het feit dat ze volwassen aan het worden is. Over de boerderij van haar ouders gaat het, die wordt afgebroken. En over een jongen die ze leuk vindt, maar al een vriendin blijkt te hebben. ‘Heb ik weer.’ Vaak zoekt ze naar woorden, maar over haar liedjes zegt ze: ‘Die zinnen, die komen sneller dan ik erover nadenk. Ik denk niet bij elke zin: dit is een diamantje.’

Er waren de nodige wrijvingen tijdens de opnamen, maar achteraf vond Roosbeef de film geweldig. ‘Dat was een hele opluchting’, aldus Berkhout. Wat zijn charmante filmpje – dat eerder ook al werd bekroond met de Publieksprijs van het Go Short International Short Film Festival Nijmegen en het Bronzen Ei op het Filmfront Festival van Gorkum – hem verder zal brengen, weet hij niet. ‘Ik kreeg een mail van de NPS dat ze gaan kijken of ze ‘m kunnen uitzenden. Terwijl ze hem drie keer hebben afgewezen.’

Concrete plannen heeft Berkhout nog nog niet. ‘Met mijn bedrijfje blijf ik gewoon toegepast werk maken. En als ik weer een onderwerp vind waar ik verliefd op ben, ga ik er op af.’

Roos Rebergen – Weet ik niet zo goed is te zien op het Nederlands Film Festival, dat duurt t/m 2 oktober.

27

09 2009

‘In elkaar geflanst plakwerk’

Niet iedereen is onder de indruk van de nieuwe muziek bij J’accuse, zo blijkt uit onderstaande brief van filmmuziekhistoricus Theodore van Houten, die via via in mijn mailbox belandde:

“Er wordt veel tijd, geld en expertise geinvesteerd in het restaureren van films, die tot het begin van de jaren 1930 zonder geluidsspoor werden geproduceerd. Deze zwijgende films kenden geen dialoog. Tussentitels hielpen het verhaal vertellen, musici van vlees en bloed begeleidden de voorstelling. Terwijl men er in filmmusea alles aan doet om films terug te restaurereren naar het origineel, wordt de muzikale begeleidingspraktijk vergeten of genegeerd. Filmmuziek werd destijds live in de orkestbak of aan het theaterorgel van de bioscoop gespeeld. Terwijl er tegenwoordig geen noot Mozart of Bach wordt gespeeld, zonder die aan de authentieke uitvoeringspraktijk te toetsen, is het met het live begeleiden van oude films droevig gesteld.  Een buitengewoon genant voorbeeld was deze week de presentatie in de Amsterdamse Stadsschouwburg van Abel Gance’s pacifistisch bedoelde meesterwerk J’accuse uit 1919. J’accuse is een lamento over de Eerste Wereldoorlog. Abel Gance had zelf op de slagvelden als cameraman gewerkt en wist hoe oorlog eruit zag. De prachtige, door het Nederlands Filmmuseum gerestaureerde kopie van J’accuse werd hier begeleid door een electrische gitaar – die met WOI weinig te maken heeft – en Ensemble Caméléon (VK, 17 juni). De score bestond uit tenenkrommend, in elkaar geflanst plakwerk, waar weinig inspiratie aan te pas gekomen is en geen enkel gevoel voor functie en plaats van filmmuziek. Nederland beschikt over grote talenten, die dit specifieke vak zeer goed verstaan, zoals Loek Dikker, Hugo van Neck en Maud Nelissen. Holland Festival en Filmmuseum zouden er verstandig aan gedaan hebben om J’accuse toe te vertrouwen aan dergelijke specialisten. Het Filmmuseum schijnt er een traditie van te hebben gemaakt om zwijgende films zo afstotend mogelijk te presenteren, met een zo ineffectief mogelijke muzikale begeleiding, door musici met zo min mogelijk kijk op cinema. Zo werd Gance’s meesterlijke film J’accuse nieuw leven ingeblazen, door hem te vermoorden.”

01

07 2009

Vernieuwde beschuldiging

jaccuse

Dinsdag 23 en woensdag 24 juni is in de Amsterdamse Stadsschouwburg J’accuse te zien, Abel Gance’s baanbrekende anti-oorlogsepos uit 1919. In een gerestaureerde versie. Met kakelverse muziek, waaraan het afgelopen weekeinde pas de laatste hand is gelegd door de Nederlands componist Reza Namavar, de Amerikaanse gitaarvirtuoos Gary Lucas en het EnsembleCaméléon.

166 minuten duurt J’accuse, waar volgens Wilmar de Visser, contrabassist van EnsembleCaméléon, ‘een goeie anderhalve uur concrete muziek’ voor nodig is, ‘maar ook veel ruis en geroffel’. ‘Je wilt niet de hele tijd muziek horen. Door af en toe een stilte te laten vallen, voel je de spanning veel beter.’

In eerste instantie was er ook nog sprake van een dj, maar dat vonden alle betrokkenen te rommelig worden. Het kostte De Visser zo ook al genoeg hoofdbrekens de drie verschillende talen te integreren: de gitaarmuziek van Lucas, het voormalige bandlid van Captain Beefhearts Magic Band en muzikaal partner van wijlen Jeff Buckley; de nieuwe compositie van Manavar (‘Dromerige muziek. Vrij motorisch ook, met een puls erin’) en de kamermuziek die zijn EnsembleCaméléon selecteerde (Liszt, Britten, Satie, Beethoven).

Gesprekken over de functie van filmmuziek hebben ze niet gevoerd, de partijen kwamen direct to the point en hakten de film in delen. Namavar had de eerste keus, en pikte de scènes eruit ‘waar hij muzikaal het meest mee heeft.’

‘Het is een reuze spannende, gekke manier van werken. Maar het voelt alsof het leuk gaat worden’, aldus Namavar. De Visser: ‘Iedereen heeft er zo veel energie ingestopt. Reza, wij, Gary die in New York bij nacht en ontij de studio induikt… er komt veel los. Dat is heel inspirerend.’

Het complete verhaal en een filmpje met de nieuwe muziek van J’accuse staan op de website van de Volkskrant.

22

06 2009

Herinnert u zich deze nog-nog-nog?

cat1

Quentin Tarantino heeft een reputatie waar het de soundtracks van zijn films betreft. Zo ontrukte hij Little Green Bag van de George Baker Selection aan de vergetelheid, en poetste hij ook Santa Esmeralda’s Please Don’t Let Me Be Misunderstood weer op.

Het meest opvallende nummer in Inglorious Basterds is Cat People (Putting Out Fire) van David Bowie. Dat was al eens eerder in een film te horen. Sterker: Bowie schreef het nummer in 1982 speciaal voor Paul Schraders remake van Cat People, samen met Giorgio Moroder, die tekende voor het grootste deel van de soundtrack.

In Inglorious Basterds zit het nummer onder een scène waarin de aan de wrede SS-kolonel Hans Landa ontsnapte Shosanna Dreyfus zich opmaakt voor de wereldpremière van de Duitse propagandafilm Stolz der Nation in haar Parijse filmtheater, in aanwezigheid van de Nazi-kopstukken Adolf Hitler, Joseph Goebbels, Herman Göring en Martin Bormann.

Shosanna Dreyfus wordt overigens gespeeld door de Française Mélanie Laurent, die eerder (kort) te zien was in Indigènes en De battre mon coeur s’est arrêté (van regisseur Jacques Audiard, wiens Un prophète deze editie door velen wordt getipt als winnaar van de Gouden Palm). Laurent regisseert zelf ook. Vorig jaar dong haar De moins en moins in Cannes mee naar de Gouden Palm voor de beste kortfilm.

NB. In Inglorious Basterds zit één scène twee keer, van Hitler in de bioscoop. Foutje of expres? Volgens welingevoerde bronnen is de film in grote haast vervolmaakt, en zal er nog wel het een en ander aan worden veranderd voordat hij in de reguliere bioscoop wordt uitgebracht…

    Quentin Tarantino en de cast van Inglorious Basterds. Links Mélanie Laurent. Foto Vanity Fair.

Quentin Tarantino en de cast van Inglorious Basterds. Links Mélanie Laurent. Foto Vanity Fair.

22

05 2009