Archive for the ‘televisie’Category

Lekker experimenteren met ideeën

‘Het is in de eerste plaats een programma voor kunstenaars en kunstliefhebbers, maar het moet ook interessant zijn voor mensen die toevallig langszappen. Die moeten óók blijven hangen. Dus moet het snel communiceren met de kijker, sneller dan in een kunstcontext, zoals een galerie of een museum. Het moet direct iets losmaken.’

RIETVELD TV (of ‘rieTVeld’) heet het even informatieve als vermakelijke programma van de Gerrit Rietveld Academie, waarvan iedere eerste zaterdag van de maand op AT5 een nieuwe, 12 minuten durende aflevering wordt uitgezonden. Het wordt sinds 2008 gemaakt door Kuno Terwindt en Gijs Müller. Terwindt studeerde zelf af in 1996 aan de Rietveld Academie (‘De lichting van Jeroen de Rijke en Joost Conijn’). ‘Wij vroegen ons af wat er eigenlijk met al ons werk was gebeurd, want officieel was er niets bewaard gebleven. Een bewegend beeld archief was er simpelweg niet.’

Zoektochten door de krochten van de academie en de ‘subarchiefjes’ van docenten en onderwijscoördinatoren leverden een schat aan materiaal op. In allerhande al lang niet meer gangbare filmformaten, van super8 en U-matic tot ‘single reel video’. Van inmiddels bekende kunstenaars als Rob Scholte, Micha Klein, Gerrit de Jager, Michiel Romeyn, Peter Klashorst en Rogier & Maarten van der Ploeg, maar ook van makers van wie na het eindexamen weinig meer is vernomen. Heel goed werk én filmpjes waarvan de makers het bestaan soms liever zouden ontkennen. Maar bijna allemaal ‘echte Rietveld-werk’, aldus Terwindt: ‘Je komt de gekste dingen tegen. Maar ze hebben allemaal dezelfde Rietveld-touch. Wat dat is? Laat ik het zo zeggen: het conceptuele is heel belangrijk op de Rietveld, de uitvoering laat nog wel eens te wensen over. Het is vaak lekker experimenteren met ideeën’.

Vanavond begint het derde seizoen, waarin Terwindt niet langer alleen studentenwerk wil laten zien, maar ook nieuw werk van ex-studenten. ‘Daardoor kunnen we beter inspelen op de actualiteit. Als Inez van Lamsweerde exposeert in Foam, zoals nu het geval is, wil ik haar vragen een bijdrage te leveren aan het programma. Met recent maar ook haar oude werk. Op Terwindts verlanglijstje staan naast Van Lamsweerde vermaarde ex-Rietvelders als Wim T. Schippers, Alex van Warmerdam, Rineke Dijkstra, Fiona Tan, Jan de Bouvrie en Guido van der Werve. Maar de allereerste aflevering is nog op de oude, vertrouwde manier. Het is een afstudeerspecial, met aandacht voor onder anderen Sara Campos, in juni bekroond met de GRA Award, de jonge, uit Afghanistan gevluchte Dawood Hilmandi, die inmiddels is aangenomen op een filmschool in Londen, en voor Quintus Masius, student interaction design – unstable media. Hij maakte Your Nose is Bleeding, een compilatie van fragmenten uit Hollywoodfilms waarin mensen met een bloedneus – van Quentin Tarantino’s Pulp Fiction tot Babel van de Mexicaan Alejandro González Iñárritu. Fraai gemonteerd. En leuk om te bedenken waar al die fragmenten ook alweer uitkomen.

RIETVELD TV. Iedere zaterdagavond van 23.40 tot 23.55 uur op AT5. De uitzendingen zijn daarna ook te bekijken op rietveldtv.nl. De seizoenen 2008-2009 en 2009-2010 zijn ook op dvd verschenen, en te bestellen op filmfreaks.nl.

Post to Twitter Tweet This Post

03

09 2010

Nieuwe Telefilms in juli, september en oktober

Vanaf zaterdag 17 juli zendt de Publieke Omroep zes nieuwe tekenfilms uit. Althans, maanden geleden werd de eerste nieuwe Telefilm, het charmante Sekjoeritie van Nicole van Kilsdonk, al uitgezonden op een doordeweekse avond – heel toepasselijk tegenover de Gemeenteraadsverkiezingen, met alle gevolgen van dien voor de kijkcijfers.

Twee andere nieuwe Telefilms, het houterige ontvoerings/familiedrama Kom niet aan mijn kinderen van Ron Termaat (zou Paula van der Oest die niet regisseren?) en het geslaagde Zuidas-drama Win-win van Jaap van Heusden, zijn intussen al even in de bioscoop te zien geweest. Blijven er drie echte nieuwe Telefilms over. De laatste reis van meneer van Leeuwen van Hanro Smitsman, Köfte van Michiel van Jaarsveld en Lellebelle van Mischa Kamp (‘een film over en mét seks’).

Ze worden uitgezonden in juli, begin september en begin oktober. Op Nederland 1, 2 en 3. Lang leve de horizontale programmering! En lang leve de netmanagers, natuurlijk! Zo wordt het natuurlijk nooit wat met drama van eigen bodem…

Post to Twitter Tweet This Post

12

07 2010

Rake klappen en losse flodders

Boksfilms zijn bijna even oud als de film zelf. De Amerikaanse zakenman en uitvinder Thomas Edison was op 16 juni 1894 de eerste die twee ‘acterende’ boksers filmde met zijn kinetoscoop. En in 1897 was het titelgevecht tussen Jim Corbet en Bob Fitzsimmons het eerste sportevenement dat op film werd vastgelegd.

Boksen leent zich goed voor film; het is een ogenschijnlijk simpele, overzichtelijke sport, die ook voor leken direct te begrijpen is. Twee mannen gaan elkaar – zo goed als naakt; hun getrainde lijven zijn goed zichtbaar – te lijf, met hun vuisten en niets anders. De sterkste wint. Het heeft zowel iets primitiefs als iets mythisch.

Er hangt een zweem van tragiek en romantiek rond de sport. Vooral van romantiek. Vooral in Hollywood-films.

De meeste Hollywood-films laveren tussen twee uitersten: enerzijds de geromantiseerde biografische films over boksers die tot de verbeelding spreken, anderzijds de films waarin boksen een (halfbakken) metafoor is voor het leven zelf. Soms win je, soms verlies je. Een man wordt gevormd door de klappen die hij krijgt. Wie het beste kan incasseren, komt het verst.

Michael Manns Ali (2001) is een voorbeeld uit de eerste categorie. Will Smith kwam bijna twintig kilo aan, imiteerde vaardig Ali’s dictie, leerde boksen en werd genomineerd voor een Oscar. Maar het is allemaal buitenkant; de beweegredenen en angsten van de charismatische dienstweigeraar, stand-up comedian, politicus én sporter blijven onderbelicht.

De Rocky-films bevinden zich aan de andere kant van het spectrum. Rocky Balboa is waarschijnlijk de bekendste bokser uit de filmgeschiedenis, maar de eerste Rocky gaat eigenlijk niet over boksen. Het is in de eerste plaats een liefdesverhaal, een feelgood film. Rocky is de ultieme representant van de Amerikaanse droom, een nul die een held wordt, omdat hij de moed heeft in de ring te gaan staan om te doen wat hij het beste kan: boksen. En hoeveel klappen hij ook moet incasseren, hoe zijn gezicht ook opzwelt, aan het eind van het gevecht is het leed geleden. De winnaar staat nog overeind en wordt bejubeld.

En zo wordt boksen, toch allesbehalve een feelgood sport, eigenlijk heel vaak misbruikt in feelgood Hollywood-films. Arm tegen rijk, zwart tegen wit, jong tegen oud, goed tegen slecht, met meisjes: het sluit naadloos aan bij de blockbusterclichés. Boksfilms, of beter: films waarin wordt gebokst, bieden de mogelijkheid om veilig te genieten van een gevaarlijke sport. Boksfilms worden bezocht door mensen die het niet in hun hoofd zouden halen naar een echt boksgevecht te gaan.

Zelfs ook als acteurs niet kunnen boksen, kan een gevecht nog meeslepend worden verbeeld. Dankzij de montage, en omdat de meeste acteurs wel kunnen acteren. Toen bleek dat de trainingssessies tot niets leidden, schreef Sylvester Stallone het sleutelgevecht uit de eerste Rocky-film helemaal uit. 32 pagina’s tekst: een linkse hoek, een rechtse hoek, een stap naar achteren, een stap naar voren, gevolgd door een uppercut – het was pure poëzie. Het gevecht werd vervolgens wekenlang, acht uur per dag, ingestudeerd, als de choreografie van een gewelddadige dans.

Joyce Carol Oates, schrijfster van On Boxing, een klassiek geworden essay over the sweet science, heeft weinig op met Rocky. Hij is weggelopen uit een stripboek, schrijft ze. Hij heeft het lichaam van een bodybuilder, niet van een bokser, en zijn wedstrijden zijn ‘comic book matches’, hoe Stallone ook zijn best heeft gedaan de stijl te imiteren van de legendarische bokser Rocky Marciano (49-0-0 met 43 knock- outs).

Boksen gaat volgens Oates over geslagen worden, meer dan over slaan, net zoals het meer gaat over het incasseren van pijn, zo niet een verwoestende psychologische verlamming, dan over winnen.

Een van de weinige films waarin dat ook zo is, is Martin Scorsese’s on-Amerikaans sombere Raging Bull uit 1980, gebaseerd op de memoires van bokser Jack LaMotta (‘de stier van de Bronx’, die tussen 1949 en 1951 wereldkampioen bij de middengewichten was). Bij Scorsese is naast de zelfhaat en zelfdestructie geen plaats voor valse romantiek; Raging Bull laat zien dat de schoonheid van de sport in de nederlaag schuilt, in de pijn.

De enscenering van de vechtscènes is fabuleus: gestileerd zwart-wit, veel slow motion, close-ups en vreemde camerahoeken. Bloed en zweet spetteren alle kanten op. Elk gevecht is in een andere stijl gefilmd, afhankelijk van hoe LaMotta zich voelde. Een gevecht tegen zijn grote rivaal Sugar Ray Robinson dat hij op punten verloor, is bijna zonder focus in beeld gebracht. Soms zijn de gezichten van de boksers niet zichtbaar, dan zit het touw van de ring ervoor, of bevinden ze zich net buiten het frame.

De film kreeg acht Oscar-nominaties maar won er slechts twee, voor de montage (Scorsese’s partner Thelma Schoonmaker) en voor de mannelijke hoofdrol van Robert De Niro. De Niro wás Jack LaMotta, hij rookte zelfs dezelfde sigaren. Tijdens de opnamen verdween hij drie maanden spoorloos om dertig kilo aan te komen voor de rol. En voordat de opnamen begonnen, bokste hij gedurende een jaar meer dan duizend rondes met de echte Jack LaMotta. ‘Toen ik klaar met hem was, kon hij zo als beroeps aan de slag’, zei de bokser later over de acteur.

Op Nederland 3 zijn t/m vrijdag iedere avond boksfilms te zien. Woensdag 30 juni Ali en Cinderella Man, donderdag 1 juli Million Dollar Baby en Girlfight, vrijdag 2 juli de documentaire Tyson.

Post to Twitter Tweet This Post

30

06 2010

‘Ter plekke bleek het verhaal nog veel mooier’

Donderdagavond wordt op Nederland 2 Babaji, an Indian Love Story uitgezonden, de tweede documentaire van Jiska Rickels. De jonge documentairemaker maakte razendsnel naam: met haar krap 25 minuten durende eindexamenfilm Untertage won ze in 2003 een karrenvracht aan prijzen. 4 Elements, de eerste speelfilm van de Duits-Nederlandse Rickels, werd eind 2006 uitverkoren om het Amsterdamse documentairefestival IDFA te openen.

Babaji, an Indian Love Story gaat over een stokoude Indiase wonderdokter. Zijn vrouw is overleden. Babaji liet haar volgens Hindoegebruiken cremeren, maar omdat hij kon geen afscheid van haar kon nemen, begroef hij haar verkoolde resten op zijn erf – zeer tegen de Hindoegebruiken in. Ernaast delfde hij zijn eigen graf. Elke ochtend gaat hij erin liggen wachten tot de dood hem komt halen. ‘Ik denk dat er elementen inzitten die een link hebben met 4 Elements, maar het is wel weer een heel andere film.’

Het idee voor de film kreeg Rickels aangereikt door Jos de Putter. ‘Hij had in de Hindustan Times een bericht gelezen over een vreemde, meer dan honderd jaar oude man die zijn dagen in een graf slijt. Jos dacht dat ik dat goed in beelden zou kunnen omzetten.’

Rickels toog naar het dorp van Babaji, gelegen tussen Varanasi en Calcutta in het straatarme noordoosten van India. Met een cameraman, een geluidsman, een tolk en een camera-assistent (‘Die krijg je er in India bij als je een camera huurt’) ‘Ter plekke bleek het verhaal nog veel mooier, rijker en bizarder dan ik had verwacht. Babaji is een sjamaan, zijn vrouw was muzikant. Het leek me direct een mooi idee hun passie voor muziek te verbeelden met kitscherige muziekstukken over de liefde.’

In een stad in de buurt vond Rickels een orkestje dat op feesten en partijen speelt. Met handen en voeten heeft ze hen uitgelegd welk gevoel de muziek zou moeten uitdrukken. De dag voordat ze naar Nederland terugvloog, kreeg ze verschillende traditionele liederen uit de twintiger en dertiger jaren voorgespeeld, en maakte ze een keuze. ‘We hadden net genoeg tijd om ze een paar keer op te nemen.’

De musici hadden nog nooit van Babaji gehoord. ‘In zijn dorp kent iedereen hem, in de regio is hij ook wel bekend. De krant volgt hem nog steeds. En vergeet niet dat een Indiase Minister van Financiën hem naar Delhi heeft gehaald om hem te behandelen.’

Toen zijn eigen vrouw kanker kreeg, stond Babaji machteloos. ‘Hij is de eerste om toe te geven dat hij niet almachtig is. Voor ons is hij een soort wonderdokter, maar daar is wat hij doet het heel normaal. Dat heeft ook gevaarlijke kanten, maar hij is er zelf vrij reëel in. Kanker kan hij met zijn kruiden en zalfjes niet genezen.’

Babaji laat zich niet van zijn stuk brengen door alle (media)aandacht. ‘Omdat wij er waren, kwamen er nog meer mensen kijken op zijn erf. Maar als het hem te veel werd, liep hij gewoon weg.’

Zijn dochter vond het bijzonder dat er een filmploeg helemaal uit Nederland kwam om haar vader te filmen. ‘Daarin schuilt natuurlijk ook een gevaar: doe je niet hetzelfde als daar ook gebeurt. Iemand schrijft een artikeltje, het wordt groter en groter, mensen stromen toe… Maar Babaji heeft daar natuurlijk niet om gevraagd. Wij wilden per se voorkomen dat we zelf ook voyeurs werden. Door echt de tijd te nemen. Door ons te verbinden. Wij wilden een mens van hem maken, het mocht geen freakshow worden.’

Babaji, an Indian Love Story Nederland 2, 22.50 uur.

Post to Twitter Tweet This Post

21

01 2010

Watten eten tegen de honger

Regisseur Nadine Kuiper in haar modellentijd

Regisseur Nadine Kuiper in haar modellentijd

Nadine Kuipers studeerde in 2007 af aan de Filmacademie met het intrigerende egodocument Moeders mooiste. Daarin reist ze met haar aan drugs verslaafde, aan een rolstoel gekluisterde moeder, die ze 23 jaar niet heeft gezien, in een camper naar Lourdes. Onderweg hoopt ze haar beter te leren kennen, met de camera aan haar zijde.

In de documentaire Kiev-Paris, the Next Top Model eist de maakster opnieuw zelf een hoofdrol op, en opnieuw is dat volkomen natuurlijk en overtuigend. Kuipers was zelf model, vanaf haar negentiende, zes jaar lang, vertelt ze in voice-over. Op instigatie van haar agency heeft ze destijds haar ‘dracula-tanden’ laten bijwerken. ‘Twee weken later was het bureau failliet, de rekening is nooit betaald…’

Kuipers reist naar de Oekraïne, waar piepjonge Oostblok-meisjes via een tussenstap in Kiev de sprong naar Parijs hopen te maken. Ze hebben er alles voor over. Letterlijk. Ze slikken paardenmiddelen om slank te worden/blijven en eten watten tegen de honger, vertelt een niet al te frisse Franse scout die de meisjes keurt als stamboekvee.

Hoewel de voice-overs wat te talrijk zijn en soms al te stichtelijk, is Kiev-Paris, the Next Top Model een eigenwijze, dwarse waarschuwing tegen de perverse modellenwereld. Helaas zullen de meisjes uit de Oekraïne ‘m niet zien. En dan nog was het waarschijnlijk aan dovemansoren gericht, zo laat Kuipers zien. De wereld waar de meisjes vandaan komen is zo desolaat dat je wel snapt dat ze er alles voor over hebben om eraan te ontsnappen.

Kiev-Paris, the Next Top Model van Nadine Kuipers. Zaterdag 19 december, 21.05 uur, Nederland 3.

Post to Twitter Tweet This Post

18

12 2009

Moedige tobbers met Amsterdam als nadrukkelijke achtergrond

url

In Angst volgt Michiel van Erp, de chroniqueur van modern Nederland, zes mensen met een angststoornis. Van zeer dichtbij, en als hij er zelf niet bij kan zijn, laat Van Erp ze zichzelf filmen. Het resultaat is een even schrijnend als bewonderenswaardig openhartig portret van moedige tobbers, met Amsterdam als nadrukkelijke achtergrond; Arthur Japin verwoordt de grote stad.

Alleen de verhaallijn over een homoseksuele man die door Marokkaanse jongens in elkaar werd geslagen, valt enigszins uit de toon in de door Stichting Psychische Gezondheid ondersteunde documentaire. Zijn straatangst is alweer geweken; het verhaal over zijn terminale kanker hoort eigenlijk in een andere film.

Angst van Michel van Erp, donderdagavond 10 december in Holland Doc, 22.50 uur, Nederland 2.

Post to Twitter Tweet This Post

10

12 2009

Wolkenkrabbers, Amsterdammertjes en andere fallussymbolen

stijve

Affiches proberen mensen te verleiden tot een bioscoopbezoek. Daarbij is veel geoorloofd, maar niet alles. Niet alleen de films, ook de posters van films die in de Verenigde Staten in de bioscoop worden uitgebracht, worden gekeurd door de MPAA, de Motion Picture Association of America. Helemaal helder zijn de richtlijnen niet, blijkt uit de documentaire This Film Is Not Yet Rated, waarin regisseur Kirby Dick zich beklaagt over de keuring. De MPAA is volgens Dick (zijn echte naam, overigens) overdreven preuts, terwijl geweld vaak wel oogluikend wordt toegestaan.

Open en bloot mag niet; sensuele monden, verleidelijke blote ruggen, buiken en décolletés mogen doorgaans wel. Net als fallussymbolen. Dus staat shockradiomaker Howard Stern op de poster van Private Parts naakt tussen enorme wolkenkrabbers, en zit gigolo Rob Schnieder op het affiche van Deuce Bigalow: European Gigolo olijk op een bankje voor de scheve toren van Pisa (op het dvdhoesje verving de Nederlandse distributeur de toren door een Amsterdammertje; de film speelt helemaal niet in Pisa maar werd voor het grootste deel in Amsterdam opgenomen). Ook zeer prozaïsch: Josh Hartnett liggend onderaan de poster van de pikante tienerkomedie 40 Days and 40 Nights, met de filmtitel en alle credits gestapeld in de vorm van een enorme penis (helemaal onderaan staat ‘coming soon’).

Ook fraai is de poster van De viagraman, een voor televisie gemaakte documentaire over de opmerkelijke geschiedenis van het pilletje dat tien jaar geleden op de markt kwam en de seksuele evolutie op zijn kop zette. Het is een verhaal over viriliteit, schroom en de ‘toestand van de hedendaagse man’, dat perfect wordt verbeeld door het onderlijf van een jongeman, die een beetje ongemakkelijk staat, alsof  zijn stijve piemel hem enorm in de weg zit. De oorzaak van het leed – de ‘Blue Diamond’ – is schrander verwerkt in het puntje van de i.

De Viagraman van Michael Schaap. Woensdag 2 december, 20.30 uur, Nederland 3.

Post to Twitter Tweet This Post

02

12 2009

Hoe beter de One Night Stand, hoe lager de kijkcijfers

ONS_Alex in Amsterdam3

Alex in Amsterdam van Michiel ten Horn is de tweede van negen nieuwe One Night Stands. Het is een soort polder-Amélie, waarin een bakkerszoon uit Limburg het in Amsterdam aanlegt met een Groninger bakkersdochter.

Op de vooravond van het afgelopen Nederlands Film Festival werd Alex in Amsterdam genomineerd voor de Filmprijs van de Stad Utrecht, de prijs voor het beste debuut. Het was de voorbode van een zegereeks van de One Night Stands: in haar considerans stelde de Gouden Kalverenjury dat zij zeer te spreken was over de kwaliteit én originaliteit van de negen single plays in de serie. ‘De jury kijkt dan ook met grote verwachting uit naar toekomstig werk van deze nieuwe generatie filmmakers’.

De jury gaf al haar nominaties in de categorie ‘Beste Televisiefilm’ aan een One Night Stand: Maite was hier van Boudewijn Koole Vorige week uitgezonden; goed voor 139.000 kijkers, wat zeker niet gek is), Barbosa van Iván López Núñez en Anvers van Martijn Maria Smits.Ook twee van de drie nominaties in de categorie ‘Beste Korte Film’ waren voor speciaal voor televisie gemaakte filmpjes: Pivot van André Bergs en Sunset From a Rooftop van Marinus Groothof, beide afkomstig uit de NPS-reeks KORT!.

De prijzen- en nominatieregen is het resultaat van een doelbewust beleid, ingezet om talent klaar te stomen voor een eerste échte speelfilm. ‘Deltaplan Talent’ heet het samenwerkingsverband tussen een aantal film- en televisiefondsen en de omroepen NPS, VARA, en VPRO. Het is ‘geen voorgeschreven route, maar een landschap met verschillende stromen, waarin makers, afhankelijk van talent, temperament en voorkeur, zelf hun weg kunnen vinden.’ De ideale route lijkt via KORT! (jaarlijks 10 films van maximaal 10 minuten, gemaakt voor 73,5 duizend euro), en de One Night Stands (jaarlijks 9 films van 40 minuten, gemaakt voor 225 duizend euro) te leiden naar de Telefims (jaarlijks 6 films gericht op een breed publiek, gemaakt voor 800 duizend euro).

De nauwe samenwerking tussen de film- en de televisiesector is niet zo vanzelfsprekend als dikwijls wordt aangenomen. Film en televisie verstaan elkaar namelijk vaak slecht. Jonge filmmakers willen graag filmkunst maken, wat vaak in duistere, weerbarstige films resulteert. De omroepen houden het liever licht en luchtig; donkere beelden zijn gegarandeerde zapmomenten.

De krachtige manier waarop de verhalen in beeld worden gebracht in de prijswinnende One Night Stand Anvers mag volgens de Gouden Kalverenjury dan bijdragen aan de grote, maar beheerste emotionaliteit. En de rauwe, haast documentaire stijl mag de jury doen verlangen naar meer, een garantie voor hoge kijkcijfers is dit alles niet. Integendeel, de kans dat slechts een handvol kijkers het einde haalt van het aan het werk van de Waalse broers Jean-Pierre en Luc Dardenne (Rosetta, Le silence de Lorna) refererende Anvers lijkt vele malen groter.

De schokschouderende cameravoering, de grauwe setting, de onbekende acteurs en het vrijwel plotloze verhaal doen het doorgaans slecht op tv. Ook het sferische, Servisch gesproken Sunset From a Rooftop, de winnaar van het Gouden Kalf voor Beste Korte Film én de Nederlandse inzending voor de Oscar voor beste Kortfilm, lijkt een grotere toekomst te hebben in het festivalcircuit dan op de Nederlandse televisie.

De omgekeerd evenredigheid tussen kijkcijfers en artisticiteit wordt ook geïllustreerd door de Telefilm De Punt van Hanro Smitsman, waarin een aantal betrokkenen in Met andere ogen, een talkshow die het midden houdt tussen Rondom Tien en Het spijt me (een malle, maar op televisie vertrouwde setting), terugblikken op de treinkaping in De Punt, Drenthe, in de zomer van 1977.

De stichtelijke Telefilm was eerder dit jaar goed voor 802 duizend kijkers, met afstand het hoogste aantal sinds de start van het Telefilmproject tien jaar geleden. Voor de Gouden Kalfcompetitie werd het niet al te filmische De Punt echter niet goed genoeg bevonden.

One Night Stand IV – Alex in Amsterdam van Michiel ten Horn Nederland 2, 22.50 uur.

Post to Twitter Tweet This Post

16

10 2009

‘Hee Hansie’

a3bfb9c0-1496-3172-b011-75c3757792b0

‘Praten over voetbal heeft een functie’, zegt Youri Mulder in de Sportweek van deze week. ‘Voetbal – en dat is het leuke – bestaat niet alleen uit negentig minuten, maar ook uit het gedoe eromheen.’ Hoera, het nieuwe voetbalseizoen is weeg begonnen! En minstens zo belangrijk: ook de wekelijkse praatprogramma’s op tv.

Mijn persoonlijke favoriet is Voetbal International (voorheen Voetbal Insite), op maandagavond half 10 op RTL7, waarin Wilfred Genee ‘de discussies leidt over de laatste ontwikkelingen rond Koning Voetbal’.

Met Voetbal International-hoofdredacteur Johan Derksen en de vaste gasten René van der Gijp en Hans Kraay jr. worden wedstrijden en strategieën geanalyseerd en hoofdrolspelers tegen het licht gehouden, waarbij bepaald geen blad voor de mond wordt genomen. ‘Aisatti is toch een beetje een speeltuinvoetballer’, meent Derksen zomaar opeens, maar volgende week kan alles weer heel anders zijn. Derksen is de eerste om het toe te geven.

Er worden flauwe grappen gemaakt over het geverfde haar van Genee, en het fluctuerende gewicht van Derksen. Kraay jr. wordt voortdurend als een kleine jongen in de hoek gezet. ‘Hee Hansie’, zegt Van der Gijp dan, die dan wel voortdurend in de lach dreigt te schieten bij alles wat hij zegt, maar geen wedstrijd mist en goed is ingevoerd. Zijn notering in de topvijf van meest irritante voetbalanalytici in de Sportweek Eredivisiespecial slaat nergens op.

Nieuw element is de ‘Gillette Speler van de Week’, die de heren met zichtbare tegenzin uit naam van de sponsor dienen uit te reiken. ‘Een hele grote lelijke beker’ aldus Derksen. ‘Ik dacht dat het de biertap was.’

De heren hebben ieder hun eigen lijntjes en contacten en schermen met geheime rapporten. Het belangrijkste nieuws? ‘We hadden in Nederland natuurlijk onwaarschijnlijk slechte voetbalvelden, maar dat is opgelost door een rozenkweker uit Waddinxveen’, wist Derksen te melden in de eerste uitzending van het nieuwe seizoen.

Tussendoor wordt er ook nog een enkele gemailde vraag van een kijker beantwoord, en vult Derksen de voetbaltoto in. En als Genee dan meldt dat ‘al die wedstrijden te zien zijn op Eredivisie live’, voegt Derksen daar schaamteloos aan toe: ‘Daar hebben we ook een riante schnabbel, nietwaar.’

Voetbal International is formidabel geklets.

Post to Twitter Tweet This Post

05

08 2009

Het verschil tussen links- en rechtsbuitens

Met de klok mee: regisseur Ramon Gieling, rechtsback Dick Schneider, rechtsbuiten Sjaak Swart en linksbuiten Robbie de Wit. FOTO BOB BRONSHOFF

Met de klok mee: regisseur Ramon Gieling, rechtsback Dick Schneider, rechtsbuiten Sjaak Swart en linksbuiten Robbie de Wit. FOTO BOB BRONSHOFF

In de week dat de kluizenaar Piet Keizer weer eens van zich deed spreken – in een column op de website SportAmstelveen.nl raadde hij Ajax aan een skileraar op te nemen in de technische staf – duikt het voormalige fenomeen ook op in een aflevering van KRO Profiel: De Linksbuiten, gemaakt door Ramón Gieling (Johan Cruijff – En un momento dado). Hier laat hij zijn voeten spreken: keer op keer zijn de beelden te zien uit de beginfase van de Europacup 1-finale tussen Ajax en het Griekse Panathinaikos: passeerbeweging buitenom Keizer, voorzetje, kopbal Dick van Dijk. 0-1.

Eigenlijk had Gieling, die zelf nog een blauwe maandag linksbuiten speelde in de betaalde jeugd van Vitesse, het profiel in zijn geheel aan Piet Keizer willen wijden (de werktitel luidde De Schaar of Het Grote Zwijgen). Maar toen de publiciteitsschuwe Keizer niet mee wilde werken, besloot de filmmaker zijn aandacht te verleggen naar de positie van linksbuiten in het algemeen en de schaar in het bijzonder.

In een setting die refereert aan de beroemde fotoserie van Edward Muybridge laat Gieling de schaarbeweging eindeloos uitvoeren, in slowmotion, begeleid door klassieke muziek. Bewegingswetenschapper Ronald van Gelder analyseert de passeerbeweging; schrijver en oud-voetballer Herman Brusselmans en Ajax-teammanager David Endt (een voormalige rechtsback) mijmeren over de vele briljante gekken die de positie hebben ingenomen. De bewonderenswaardig afgetrainde Sjaak Swart is opgetrommeld om het verschil tussen links- en rechtsbuitens te verduidelijken.

Er zijn heerlijke beelden van Real Madrid-ster Francisco Gento en de Braziliaan Garrincha. Het slangenmens Rob Rensenbrink, Feyenoord-icoon Coen Moulijn en de onfortuinlijke Rob de Wit (de linksbuiten die het Nederlands elftal met een briljante beweging – géén schaar – langs Hongarije loodste, en daarna, in de bloei van zijn carrière, door een hersenbloeding werd getroffen) komen aan het woord over de schaar van Piet Keizer. Ze zijn het allemaal met elkaar eens: Pietje deed ’m echt perfect!

KRO Profiel: De linksbuiten, do 14 mei, 22.50 uur, Nederland 2.

Post to Twitter Tweet This Post

12

05 2009