Archive for the ‘Theater’Category

“Wat een lichamen”

Op het Oerol Festival wordt de bezoeker op allerlei manieren uitgedaagd te participeren in een voorstelling. In Door de wind (hoorspel met tachtig deelnemers) van staessens & co krijgen, zoals de titel al enigszins aangeeft, alle tachtig bezoekers een rol in de totstandkoming van een hoorspel dat losjes is gebaseerd op de legende van De Vliegende Hollander. Dat varieert van het rinkelen met flessen tot het produceren van zeemansgeluiden (vereiste: een zware stem).

In Ik wil mijn geld terug! is het in een geblindeerde stadsbus gepropte publiek niet alleen getuige van de live-opnames van de reactionaire radiozender Krachradio (107.5). Tijdens de voorstellingen annex live-uitzendingen worden de waargebeurde verhalen van door de crisis gedupeerde Nederlanders voorgelezen. De bezoekers bepalen vervolgens wie van hen aansprak mag maken op een ‘crisiscompensatie’ van 2500 euro. Ook kunnen ze in de live-uitzending pardoes een microfoon onder de neus geduwd krijgen, om antwoord te geven op vragen als: welk Europese land moet er uit de Europese Unie? Het antwoord ‘Portugal’, en vooral de reden (“omdat ze ons hebben uitgeschakeld op het EK”) zorgde voor de nodige sneren van de talkshowhost dj Alex – de meeste Oerolgangers kunnen gelukkig wel wat hebben.

Voor aanvang van Bonte Avond van Bodybuilders werd het publiek uitgenodigd om na afloop gezellig na te praten met de acteurs. Dat waren negen kickboxers, door regisseur Jetse Batelaan uit een sportschool in Rotterdam-Zuid geplukt. Zij speelden bakker en klant; dokter, patiënt en doktersassistente; en drugsdealers en drugsverslaafde in lullige toneelstukjes. Zingend, en slechts gekleed in een zwartglanzende boksbroekjes. Het zorgde iedere voorstelling weer voor een verregaande staat van opwinding onder het gros van de vrouwelijke bezoekers. “Wat een lichamen”, verzuchtte een vijftigplusser met kort haar en een rode bril. “Ooh, jij mag wel met mij mee”, wierp een ander een van de jongens toe, die in een van de toneelstukjes door de anderen was achtergelaten.

Ook bij de geweldige Terminator Trilogie van het jonge Vlaamse gezelschap FC Bergman wordt een actieve tol van de toeschouwer verwacht. Het is een stil spektakel met weidse vergezichten, tientallen in prachtige avondjurken en pakken gestoken figuranten, een stretched limo en een almaar rondjes rijdende tractor die een spoor van zeepsop achterlaat, waar hoegenaamd geen chocola van te maken is.

De imponerende hoofdolspeler Stef Aerts doet een hardhandige poging zichzelf op te hangen en hij heeft vreugdeloze seks. Hij werpt zich keer op keer op het zilte zand van de enorme zandplaat de Noordsvaarder en beukt met enorme kracht tegen een billboard waarop de jonge Arnold Schwarzenegger zijn bi- en triceps toont.

Juist toen Aerts in uiterste vervoering bezig was met een woordeloze monoloog had een vijftiger met Noorse trui en wollen muts er genoeg van. Hij koos er niet voor om stilletjes in de nacht te verdwijnen, maar bleef seconden lang voor de tribune staan, met zijn arm gestrekt en zijn duim pontificaal naar beneden. Keizer Nero in het amfitheater; de hoofdrolspeler in zijn eigen stuk. Dat is dan waarschijnlijk de keerzijde van de publieksparticipatie op Oerol…

Terschellings Oerol duurt nog t/m zondag 24 juni. Terminator Trilogie van FC Bergman is ook te zien op het Over het IJ Festival, van 5 t/m 15 juli in Amsterdam Noord. Foto’s: Anke Teunissen en Pieter Crucq.

23

06 2012

“Ik hoop dat er veel geliefden komen”

“De veertjes blijven echt wel zitten, hoor.” Sarkis wijst naar zijn witte fiets. “Dit is mijn privé-exemplaar; hij is wat kleiner dan de andere fietsen. Ik rijd er al tien dagen op en zie: hij zit nog onder de veren.” Boijmans van Beuningen-directeur Sjarel Ex kijkt naar het verenspoor dat daags voor de officiële opening al in de Onderzeebootloods ligt, en onderwerpt dan de met witte donsveertjes beplakte fiets van Sarkis aan een nauwkeurige inspectie. “Mochten ze toch snel loslaten, dan plakken we er gewoon weer nieuwe op.”

Na Atelier Van Lieshout (2010) en het Scandinavische kunstenaarsduo Elmgreen en Dragset (2011) werd de in 1938 in Istanbul geboren, sinds de jaren ’60 in Parijs woonachtige, in Nederland niet al te bekende conceptuele kunstenaar Sarkis Zabunyan uitgenodigd om een expositie te maken in de Onderzeebootloods in de Rotterdamse haven.

Toen hij de gigantische dependance van Museum Boijmans Van Beuningen in de winter van 2010 voor het eerst betrad, lag er overal sneeuw. Er was een bovenraam stuk; alles was zacht-wit en betoverend stil. Nu dwarrelen er witte veertjes door de Onderzeebootloods, afkomstig van zestig door Union beschikbaar gestelde fietsen en van een metershoge lamp. Daarin beweegt een lichtbron op en neer, langzaam, op het ritme van de ademhaling van de kunstenaar.

Ook in de tweede hal plaatste Sarkis een enorm verticaal gevaarte, dat, net als de lamp, een verbinding legt tussen het dak van de hemel en de diepte der zeeën: een carillon bestaande uit 43 aan hoge boomstammen bevestigde klokken. Zoals de ‘zuchtende lamp’ veertjes verspreidt over de zalen, vullen de klokken de ruimte met de ijle tonen van John Cage’s Litany for the Whale (‘smeekgebed voor de walvis’).

Het carillon baadt in rood licht, doordat er gekleurde filters achter de hoge ramen van de loods zijn bevestigd. Het is een theatrale kunstgreep, die Sarkis al vaker toepaste en die hier schitterend uitpakt. Sterker: het is met afstand de belangrijkste ingreep in de loods, waarin verder her en der wat kunstwerken staan opgesteld. Zo staat er een gouden picknicktafel op zijn kant en is er een oude boot waarover geluidstape is gedrapeerd – een werk van Sarkis dat lang geleden al in Amsterdam te zien was tijdens de tentoonstelling Century ’87.

Ook het werk Futuro van de Finse architect Matti Suuronen benadrukt de relatie tussen het heden en verleden. Het is een futuristische vakantiewoning uit 1968; het lijkt alsof er marsmannetjes zijn neergestreken in Rotterdam.

Langs de muren staan waterautomaten. Twaalf stuks om precies te zien; als een ware kabbalist baseerde Sarkis álle afmetingen en aantallen binnen de tentoonstelling op het getal twaalf. En in hoek staat een forse leestafel, met boeken van en over zijn voornaamste inspiratiebronnen: Cage, de architecten Rietveld en Le Corbusier en de Nederlandse schilder Pieter Saenredam.

De 17e-eeuwse kerkinterieurs van laatstgenoemde, met net zulke hoge plafonds als in de Onderzeebootloods, vormen het beginpunt van de expositie. Dat waren geen gewijde plekken, aldus Sarkis, maar levendige ontmoetingsplekken, waar bedelaars rondliepen, spelende kinderen en honden.

En hoewel honden niet zijn toegestaan in de Onderzeebootloods (uitgezonderd blindengeleidehonden) is ‘Ballads’, zoals Sarkis zijn expositie doopte, dat ook; een levendige ontmoetingsplek. Het is een wereld van mystiek en symboliek, waarin alles – oud en nieuw, water en lucht, hoog en laag – met elkaar wordt verbonden. Leuk om gewoon doorheen te wandelen, fietsen of te skaten, razend interessant naarmate je er meer over leest en weet. Zelf spreekt Sarkis van een exposition d’amour. “Ik hoop dat er veel geliefden komen.”

Sarkis, Ballads. T/m 30/9 in de Onderzeebootloods, RDM-straat 1 Rotterdam.

13

06 2012

Schitterend sprookje over de schepping van een meesterwerk

In John Maddens Shakespeare in Love worstelt de jonge dichter en toneelschrijver Will (Joseph Fiennes) met een writers block; hij krijgt zelfs geen handtekening meer op papier. Dat treft slecht, want hij heeft het Londense Rose Theater een nieuw stuk beloofd met de welluidende werktitel Romeo en Ethel, de zeeroversdochter.

Een komedie moet het worden, met zeerovers, een schipbreuk en mysterieuze eilanden. En met een hond, want dat vindt het volk leuk, weet Philip Henslowe (Geoffrey Rush), de eigenaar van The Rose. Een anachronistisch bezoek aan de psychiater biedt uitkomst: Will moet op zoek naar een nieuwe muze; mevrouw Shakespeare en de kinderen zijn immers ver weg, in zijn geboorteplaats Stratford-upon-Avon.

Will ontmoet de rijke, beeldschone koopmansdochter Viola de Lesseps (Gwyneth Paltrow), die maar drie dingen wil in het leven: liefde, avontuur en poëzie. Zij is verzot op Shakespeares stukken, kent ze woord voor woord, maar in het zestiende-eeuwse Engeland is het podium verboden terrein voor vrouwen. Alle rollen, ook de vrouwenrollen, worden door mannen vertolkt.

Dus verkleedt Viola zich als man, meldt ze zich als Thomas Kent voor de audities en krijgt ze de rol van Romeo. Als zichzelf wordt Viola ondertussen verliefd op Shakespeare. Het is een onmogelijke liefde, want Viola is uitgehuwelijkt aan een vermogend en jaloers heerschap.

De heimelijke ontmoetingen tussen Will en Viola blijven niet zonder gevolgen: ze veranderen de toon en de loop van het stuk. De komedie verandert langzaam in een liefdesgeschiedenis. De nieuwe titel krijgt Shakespeare ingefluisterd door Christopher Marlowe, van het concurrerende Curtains Theater: het stuk zal Romeo en Julia gaan heten.

Shakespeare in Love is een sprookje over de schepping van een meesterwerk; van de eerste krabbels op papier tot en met de première, waar arm en rijk en jong en oud voor uitlopen. De film is, net als Shakespeares komedies, een fijnzinnig allegaartje, met slaande deuren, zwaardgevechten, verkleedpartijen, seks en romantiek. Een liefdesverhaal vermomd als kostuumdrama, een toneelstuk verpakt als soap. Feiten over Shakespeares leven en het Londen ten tijde van koningin Elisabeth I worden afgewisseld met fictie, vette grappen met subtiele Shakespeare-verwijzingen.

Volgens Maddens film is er weinig veranderd in de manier waarop vierhonderd jaar geleden een toneelstuk tot stand kwam en tegenwoordig veel films. De eigenaar van het Rose Theater zit op zwart zaad en belooft zijn acteurs een deel van de winst (dus niks), de ijdele financier staat zelf ook graag in de schijnwerpers en krijgt een rolletje, de veerman is eigenlijk toneelschrijver en de schrijver is, in Henslowes woorden, niemand.

Die stelling wordt door Maddens film weerlegd. Het ingenieuze script van Marc Norman en Tom Stoppard werd achtereenvolgens bekroond met een Golden Globe, een Zilveren Beer in Berlijn en de Oscar. Shakespeare in Love won ook Oscars voor Beste Film, Beste Art Direction, Beste Kostuums en Beste Muziek. Gwyneth Paltrow werd bekroond als Beste Bijrolactrice; Judi Dench als Beste Actrice in een Bijrol.

Veel tijd krijgt Dench (die eerder koningin Victoria speelde in Mrs. Brown) niet, maar haar pragmatische koningin Elizabeth maakt indruk, net als veel andere bijrollen (Ben Affleck als de steracteur Ned Alleyn, Tom Wilkinson als geldschieter). Ze zorgen ervoor dat het slapstick-achtige begin en wat mal gedoe met Will als vrouwelijke chaperonne van Viola snel vergeten zijn.

‘Dat zal ze doen bulderen’, zegt Philip Henslow als Shakespeare hem vertelt hoe hij het einde van zijn stuk voor zich ziet, met Romeo die gif inneemt en Julia die daarop zelfmoord pleegt met Romeo’s dolk. Zijn cynisme is niet terecht. Er mag dan geen hond in het stuk voorkomen, de première is een groot succes. Zelfs een stotterende acteur verandert in een spraakwaterval, en het publiek is dolenthousiast. Bij Shakespeare in Love was het – terecht – niet anders.

Shakespeare in Love van John Madden. Zondag 15 januari, 22.00 uur, RTL8.

15

01 2012

Gezien – Bij het kanaal naar links

Of hij nu een filmposter maakt, een boekomslag of een theateraffiche; veel verschil is er niet, aldus Alex van Warmerdam. “De mate van vrijheid is vooral psychologisch.”

Bij filmposters heeft hij te maken met distributeurs, en die zijn soms zeer behoudend. Bij de affiches die Van Warmerdam maakt voor de theaterproducties van zijn gezelschap de Mexicaanse Hond heeft hij alleen te maken met zijn broer Marc. Die doet enorm zijn best hem ertoe te bewegen de tekst zo groot mogelijk op de affiches te zetten, zodat het goed leesbaar is als je door de stad fietst. Maar verder laat hij hem helemaal vrij.

Omdat Van Warmerdam op het gebied van computers “hopeloos achter” loopt, moet hij voor de typografie vaak de hulp van een vormgever inroepen. De ene keer is die weinig meer dan de “transporteur” van zijn ideeën en krijgt hij geen credit; soms heeft de vormgever wél enige invloed, zoals in het geval van Bij het kanaal naar links. De naam van Ivo Mulder staat dan ook keurig op de poster vermeld.

Van Warmerdam schilderde de gezichten van zijn hoofdrolspelers na van fotootjes. Zijn partner Annet Malherbe heeft hij nog even “apart op een stoeltje gezet”. Het groene pak van de Vlaamse acteur Tom Dewispelaere was al gepast, maar dat ging hem toen de poster klaar was zo tegenstaan (“Die Rien Poortvliet-jager achtige uitstraling”) dat hij het in de voorstelling heeft vervangen. Voor de poster had dat geen gevolgen. “Dat vind ik onbelangrijk. Het is toch niet zo dat het dan opeens niet meer klopt?!”

Voor de boekomslagen wordt alle informatie opnieuw gerangschikt door vormgever Volken Beck. Dat luistert nauw, want het moet “lekker in zijn vel zitten” en Van Warmerdam is een enorme muggenzifter.

Bij de herdruk van De hand van een vreemde, zijn debuutroman uit 1987, nam Van Warmerdam de gelegenheid te baat het omslag (“Een beetje saai, artistiek helikoptershot van opgedroogde verf”) te vervangen door een uitsnede van een eigen schilderij. Met resultaat: de tweede druk is ook alweer bijna uitverkocht.

Bij het kanaal naar links van De Mexicaanse Hond i.s.m. Olympique Dramatique is donderdag, vrijdag en zaterdag nog te zien in de Stadsschouwburg.

Gezien – (zomer)festivals

De citymarketeers van I amsterdam hebben zelfs een speciale verzamelposter laten maken, zo groot is het festivalaanbod. Op die poster staat een pronkende pauw; in zijn staart zijn foto’s verwerkt van onder meer muzikanten, acteurs en actrices, publiek en een draaimolen. Eronder staan de namen vermeld van een aantal zomerse Amsterdamse festivals – van het Vondelparkfestival en Julidans tot de Uitmarkt en het Nederlands Theater Festival.

Maar er zijn er nóg veel meer, zomerse festivals en zomerfestivals. Op de posters van de meeste wordt middels veel groen en allerhande beesten nadrukkelijk een link gelegd met de buitenlucht en de natuur. Op de poster van het festival Amsterdam Duurzaam staat een blonde juffrouw met een bloterige jurk van blaadjes; op die van de Zomer in de Tolhuistuin een vrouw met een geel hemdje en een soort van boeket op de plek van haar hoofd. Wat er precies te doen is t/m 28 augustus, dat vertelt de poster dan weer niet.

Op het affiche van Appelsap lijkt het Oosterpark wel een tropisch regenwoud, A day at the park en Dance Valley lijken zich af te spelen in een sprookjesbos, en ook Dutch Valley communiceert middels een weiland en een koe weinig meer dan dat het oer-Hollands is.

Op de poster van het Over het IJ-festival staan ook een paar bomen, maar die vallen in het niet bij de markante kraan van de NDSM-werf, de thuishaven van het festival. De stalen middenconstructie is met Photoshop vervangen door een onmenselijk ogende wervelkolom. Ernaast staan in een pietepeuterig klein lettertype een aantal wetenswaardigheden over het festival: 61 theatermakers, 407 koptelefoons, 3 botters, 12 zeecontainers…

Dat zal allemaal wel, maar vanwaar die wervelkolom? Als belofte dat het een wervelend festival wordt? Of moet het beeld duidelijk maken dat Over het IJ een festival met ruggengraat is?

14

07 2011

Moederziel alleen in de overweldigende natuur

Op een duin op de Boschplaat, een natuurgebied in het uiterste oosten van Terschelling, staan acht houten hokjes in een cirkel – vanuit de verte lijkt het Stonehenge wel. In de hokken zitten verrekijkers en telescopen gemonteerd, elk gefocust op een performer die kleine repetitieve handelingen uitvoert. Van ‘s ochtends tot het einde van de middag, moederziel alleen, in de overweldigende natuur.

Een man kijkt uit over de waddenkust – om zijn hoofd zwerven meeuwen, een vrouw dreigt het zeewater in te lopen. Een man loopt nerveus rondjes over een duin, een vrouw lijkt iets te zoeken. Een vrouw in lange, witte jurk dreigt het Noordzeewater in lopen, een man graaft een gat langs een schelpenpad. De dreigende soundscape die uit de koptelefoon komt maakt het tafereel nóg unheimischer en surrealistischer.

‘Saturn I’ heet de schitterende installatie annex performance, speciaal voor de ongerepte locatie gemaakt door de Gentse kunstenaar Karl Van Welden. Hij toont de mens als nietig object in de immense natuur. En de natuur zelf; een verrekijkers is gericht op het helmgras, een andere op een broedlocatie van meeuwen.

De Terschellinger natuur, of preciezer: een ingreep in die natuur, vormt ook de inspiratie voor ‘When Animals Dream of Sheep’ van de Nieuw-Zeelandse theatermaker Stephen Bain. Toen hij in 2009 op het eiland was, hoorde hij het verhaal van de illegale introductie van herten op het eiland – een uit de hand gelopen grap die nog steeds onder de rechter is. Hij kwam een jaar later terug om het verhaal in detail op te tekenen uit de monden van de Eilanders, en verwerkte het in de breed uitwaaiende voorstelling, waarin – typisch Oerol – documentaire, dans en muziektheater elkaar afwisselen.

Ook Klemens Patijn vond het onderwerp van zijn muzikale theatervoorstelling toen hij over het eiland zwierf. Hij stuitte op de bunkers bij het strand van Formerum, restanten van de Duitse Atlantikwall, waarvan een deel tegenwoordig in gebruik is als vakantiehuisje.

De bunkers inspireerden Patijn tot ‘Gewapend Beton’, een even schrander als lichtvoetig stuk over veiligheid en burenruzies, waarin heden en verleden even soepel in elkaar overgaan als jolijt en ernst, en schlagers en marsmuziek. “De muren zijn op sommige plekken metersdik. Onderhoudsvrij voor de komende honderd jaar”, zegt de aalgladde makelaar, die de Oerolgangers rondleidt in het stelsel van bunkers. “Het uitzicht krijgt u er gratis bij!”

Karina Kroft bewerkte Alain Resnais’ filmklassieker ‘Hiroshima mon amour’ speciaal voor het Oerolfestival tot een monoloog: Johanna ter Steege doet Marguerite Duras. Haar hotelkamer in het naoorlogse Hiroshima bevindt zich in de enorme paddock van een manege in Hoorn, tegen een achtergrond van paardenboxen.

Ter Steege vertelt over de kortstondige overspelige liefde tussen een Franse actrice en een Japanse architect – soms schakelt ze naar zijn tekst, vloeiend, zonder dat haar stem of intonatie verandert. Ter Steege haalt alles uit de kast: ze schreeuwt, veinst een vrijpartij, en hijst zich in een wit verpleegstersjurkje. Ze gooit tien emmers water over zichzelf heen, kruipt op handen en voeten door het zand, en doet een dansje op ‘Comin’ back to me’ van Jefferson Airplane. Het is een beetje veel van het goede.

Kaler, en daardoor beter en intenser is de monoloog van Wendell Jaspers, ‘4.48 Psychosis’. “Ik ben als mens een volslagen mislukking”, luidt de kwintessens van de inktzwarte tekst die de Engelse theaterauteur Sarah Kane in 1998 vlak voor haar eigen zelfmoord schreef. Het is een objectieve constatering, zonder iedere vorm van zelfmedelijden, die de volgepropte tribune treft als een mokerslag.

Jaspers schakelt moeiteloos tussen de wanhopige schrijfster en haar niet-begrijpende geneesheren, tussen waanzin en rede, tussen pure poëzie en ellenlange opsommingen uit haar medisch dossier. Ieder woord is raak; ook de soundscape van regisseur Thibaud Delpeut (‘Nacht’) draagt bij aan de horrorervaring.

Op een bepaalde manier geldt hetzelfde voor de locatie: een kale, immense opslagloods van de firma Combibouw Terschelling BV op een grauw bedrijventerrein in West. Veel toostelozer en lelijker plekken zijn er niet te vinden op het eiland.

Terschellings Oerol duurt t/m zondag. ‘4.48 Psychosis’ is ook te zien op het Over het IJ festival, van 7 t/m 17 juli.

25

06 2011

De worsteling van het individu

De botter waarop de voorstelling van Stichting Nieuwe Helden zich afspeelt kon niet uitvaren door het onstuimige water. De installatie ‘Harmonic Fields’ in het Arjensdune, waar de Terschellinger wind honderden zelfgebouwde instrumenten bespeelt in een onheilspellend knekelveld, moest om veiligheidsredenen worden gesloten. En de provisorische toegangspoort bij het dorp Oosterend, waar de Peking Opera Troupe Beijing zijn tenten heeft opgeslagen, ging aan flarden.

Het regende en waaide dit weekeinde op Terschelling. Een stevige zuidwestenwind – langs de kust werd windkracht 7 à 8 gemeten – deed een beroep op het improvisatievermogen van de organisatie, de artiesten én het publiek.

Bij Anouk van Dijks dansvoorstelling ‘Mensch’, bovenop de waddendijk bij het gehucht Kinnum, gaf de wind een extra dimensie aan ‘de worsteling van het individu’: de dansers kwamen nauwelijks tegen de storm in. Ook het publiek werd bijkans uit poncho’s en regenpakken geblazen.

Over grenzen en begrenzingen gaat de performance, over identiteit en tolerantie, verbeeld door middel van struikelpartijen en gewapper met de Nederlandse driekleur en andere vlaggen. Via koptelefoons krijgt het publiek niet alleen de bonzende ademhaling van de dansers te horen, maar ook begrippen als ‘gezellig’ en ‘gemeenschap’, ‘gestigmatiseerd’ en ‘gemarginaliseerd’ ingefluisterd. Die teksten mogen een tikje simplistisch zijn, de compositie maakt wél diepe indruk: een oer-Hollandse landschap met groene weiden, de zee (met donderkopjes), en lijnen als van Mondriaan, waartegen de silhouetten van de dansers scherp aftekenen.

Ook Boukje Schweigmans bloedstollende, beeldschone locatietheatervoorstelling ‘Zweep’ is niet zonder ontberingen. Die zijn echter niet van klimatologische aard, maar worden veroorzaakt door knallende leren zwepen. In een boerenschuur is een eigele, vierkante arena neergezet, waarin vier danseressen elkaar en het publiek te lijf gaan met een indrukwekkend arsenaal aan zwepen. Striemen op knieën, armen en schouders maken duidelijk dat het spectaculaire optreden niet zonder gevaren is voor de performers.

Schweigman leerde de zweep hanteren van Taoïstische en Boeddhistische monniken toen zij in 2009 als ‘artist in residence’ met mimespeelster Ibelisse Guardia Ferragutti naar China trok. Het contrast tussen het kwetsbare lichaam en de kracht van de zweep vormde het uitgangspunt voor ‘Zweep’; geen zachtheid zonder hardheid.

De zwepen ritselen en ruisen, zwiepen en knallen – het geluid heeft een haast meditatief effect. Flats, flats, tsjak! Flats, flats, tsjak! De vier transformeren van briesende beesten in sensuele danseressen; hun zwepen van kattenstaarten in voelsprieten, die soms een eigen leven lijken te leiden. Markeringspunten op de betonnen vloer moeten ervoor zorgen dat het publiek buiten bereik blijft – maar het scheelt soms bijna niets.

Van wéér een totaal andere aard zijn de  ontberingen bij ‘Sweet Dreams’ van aan andere Oerol-habitué: Alexandra Broeder. Bij het vallen van de nacht wordt een vijftigkoppig publiek door nimfachtige kinderen met beestenmaskers naar een plek diep in een dennenbos geleid, waar vijftig bedden staan opgesteld onder de sterrenhemel. Mobiele telefoons en horloges dienen te worden ingeleverd, melden de kindertjes streng; het moet de Oerolganger helpen zich over te geven aan de elementen en alle overtollige ballast die hij met zich meetorst los te laten.

Wanneer iedereen onder een schapenvachtje en een plastic afdekzeil ligt, galmen er giechelende kinderstemmetjes door het bos, kreten van mysterieuze beesten, flarden muziek en geruststellende mededelingen: “Deze plek is niet van plan u iets te doen. U bent zelf misschien wel het gevaarlijkste wezen dat hier ligt.”

‘Sweet Dreams’ is een psychologisch experiment, voorzien van een vleugje David Lynch. Zoals eerder in ‘Wasteland’ en ‘CandyLand’ combineert Alexandra Broeder haar fascinatie voor suspense en een bovennatuurlijke sfeer met thema’s als de desillusie van het volwassen worden, het kantelpunt van de onschuld, en de (machts)verhoudingen tussen jong en oud.

Bij het ochtendgloren blijkt de betovering weer snel verbroken. De meute volwassenen grijpt naar sigaretten en halfzware shag; met de teruggegeven mobieltjes worden terstond de fraai verklede kindertjes gefotografeerd en de echte wereld in getwitterd.

Loslaten is nog niet eenvoudig.

Terschellings Oerol duurt t/m 26 juni. Mensch van Anouk van Dijk en Sweet Dreams van Alexandra Brooeder zijn ook te zien op het Over het IJ festival, van 7 t/m 17 juli. Zweep van Boukje Schweigman is in het najaar te zien tijdens Frascati op Locatie.

20

06 2011

Luisteren naar het eiland

“We hebben in dertig jaar al verschillende stormen doorstaan”, aldus Joop Mulder, Oerols creatief directeur van het eerste uur. “Steeds opnieuw moesten we aantonen waarom Oerol steun verdient. En net nu we het gevoel hadden dat we in wat rustiger vaarwater waren aanbeland, komt er in één keer een nieuwe storm opzetten. En wat voor een. Toen Oerol dertig jaar geleden begon, hadden we nog een minister van Cultuur; daarna een staatssecretaris en nu hebben we te stellen met een saneringsambtenaar.”

Terschellings Oerol, Nederlands grootste locatietheaterfestival, viert vanaf vandaag zijn dertigste verjaardag. Een beetje in mineur; vorige week maakte staatssecretaris Halbe Zijlstra bekend dat het festival vanaf 2013 niet langer kan rekenen op 4 ton uit de ‘basis infrastructuur’, maar dat het moet gaan aankloppen bij het Fonds Podiumkunsten. Dat moet óók een flink deel van zijn budget inleveren en krijgt bovendien meer aanvragen te verwerken – niet alleen van Oerol, maar ook van gezelschappen die al jaren vaste gast op het eiland zijn, zoals De Appel en Tryater.

“Oerol behaalt 77% eigen inkomsten, maar in plaats van dat we daarvoor worden geprezen, worden we gestraft”, zegt algemeen directeur Marelie van Rongen, die aan haar eerste festival begint. Om haar woorden kracht bij te zetten, legt ze een rapport op tafel over de betekenis van de festivals in de basis infrastructuur, gemaakt door het gerenommeerde bureau Andersson Elffers Felix in opdracht van het ministerie van OCW.

Oerol wordt erin geprezen vanwege zijn cultureel ondernemerschap en krijgt bovendien lof toegezwaaid vanwege Atelier Oerol, de broedplaats voor jong talent. Van Rongen: “Je kunt zeggen: het is maar vier ton. Maar het is wel meerjarig vier ton. En die vier ton is het fundament waarop we bouwen. Als dat fundament weg valt, bouw je op los zand.”

Van Rongen is bezig de Tweede Kamer te bestoken, en wil de komende dagen ‘de kracht Oerol’ laten zien. Dat gebeurt middels 43 theatervoorstellingen en 25 theatrale en beeldende ‘paspoortprojecten’. “28 van die 43 zijn spiksplinternieuw. Dat zorgt voor een gigantische energie”, aldus Kees Lesuis, die sinds 2006 artistiek leider van het festival is. “Het zijn urgente voorstellingen; verhalen die ergens over gaan, die per se verteld moeten worden. Door jonge, ondernemende groepen, die de kunst vooruit helpen. Met minimale middelen zetten ze enorme dingen neer op het eiland.”

‘Het geluid van een eiland’ is het thema van deze editie. Mulder: “Het veelzijdige Terschellinger landsschap vormt nog steeds het uitgangspunt, maar nu nodigen we iedereen uit er niet alleen naar te kijken, maar om ook eens goed te luisteren. Naar de geluiden die het eiland ons brengt en waar wij zelf ook onderdeel van zijn. Het geluid van de wind en de zee, van vogels, bomen en het gras. Maar ook van de mens. Letterlijk en figuurlijk, in een maatschappelijke context en van alles wat ons bezighoudt.”

De klanken komen uit alle windstreken. De Keulse muzikant annex kunstenaar Andreas Hirsch werkt aan een soundscape die in 2013 gebruikt moet worden in een voorstelling van de Amerikaanse regisseur Robert Wilson. De vooronderzoeken zijn deze editie al te horen. Of neem Harmonic Fields van het Franse gezelschap Lieux Publics & Cie, een kruising tussen een concert, een performance en een landschappelijke werk. Lesuis: “Dat is het geluid van het eiland in optima forma. Want de 500 instrumenten worden in beweging gezet door de wind. En de wind is van Terschelling.”

De Peking Opera Troupe Beijing is neergestreken in Oosterend. Het kan niemand ontgaan; overal hangen rode vlaggen en lampionnen, en de straatnamen zijn in het Chinees vertaald. Ze brengen geen volledige opera, maar, op speciaal verzoek van Mulder, drie fragmenten uit verschillende opera’s. “Het is een enorm spektakel, vol acrobatiek en kung-fu, waarmee we de kleurrijkheid van de Peking Opera willen laten zien. Het is eigenlijk een schot voor de boeg. Door de traditie van China ruimte te geven op Oerol, brengen we de communicatie tot stand die er uiteindelijk toe moet leiden dat we straks de Chinese avant-garde op Terschelling kunnen verwelkomen. Je moet ergens beginnen. Maar het is niet zo maar een kleurrijke voorstelling. Er zit wel degelijk een visie achter.”

Terschellings Oerol duurt t/m 26 juni.

19

06 2011

Gezien – Hete vrede

Hete vrede heet de nieuwste, veel geprezen theatervoorstelling van Claudia de Breij. De show is vernoemd naar de roerige tijd waarin wij leven. De rood-blauw-beige poster is – het kan geen mens ontgaan – een variatie op Shepard Fairey’s iconische ‘Hope-poster’.

De Amerikaanse graffitikunstenaar Fairey maakte zijn portret van presidentskandidaat Barack Obama ruim voordat duidelijk was dat hij de verkiezingen zou gaan winnen. Toen de poster populair werd, benaderde Obama’s campagneteam Fairey om een paar officiële versies te maken, maar dan met ‘HOPE’ en andere trefwoorden die beter in de campagne pasten, in plaats van het woord ‘PROGRESS’ eronder.

De rest is, zoals dat heet, geschiedenis: het beeld kwam terecht op miljoenen stickers, buttons, posters, briefkaarten, T-shirts en mokken. En vervolgens werd het gekopieerd en geparodieerd – zo gaan die dingen. Op filmaffiches, posters voor televisieseries en tijdschriftcovers; door kunstenaars, fotografen, vormgevers en cartoonisten. Met andere teksten en/of met andere personen. Van Obama’s tegenstrever John McCain, bijvoorbeeld, van addict/zangeres Amy Whitehouse en Mad’s Alfred E. Neuman, met ‘NOPE’, ‘DOPE’ en ‘HOPELESS’ eronder.

De Breij koos het beeld omdat het een connotatie heeft met ‘hoop’ en ‘revolutie’ die ze ‘leuk linksig’ vindt, maar ook ‘iets machtswellustigs en licht fascistoïdes’. Dat spanningsveld, dat vindt ze mooi; dat je niet bij voorbaat kunt inschatten of ze wel of niet deugt.

Shepard Fairey gebruikte ongevraagd een foto van Associated Press-fotograaf Michael Cramer, wat tot een slepende rechtzaak leidde. De portretfoto van De Breij werd speciaal voor de gelegenheid gemaakt door Bob Bronshoff. Het verzorgde ontwerp is van Bloemendaal & Dekkers.

Het lijkt zo simpel, maar wie zichzelf al eens de ‘Obama-behandeling’ heeft gegeven (obamiconme is een veel gebruikte online ‘Obama-icon generator’), weet dat het nog niet meevalt een gezicht herkenbaar te houden.

De rubriek Gezien verschijnt iedere woensdag in PS Kunst van Het Parool

11

04 2011

Autonoom kunstenaar onder de grafisch ontwerpers

“Een affiche moet ontregelen, net even de geijkte paden verlaten”, aldus Marten Jongema, de vaste, meermaals bekroonde ontwerper van onder meer de Parade. “Je moet niet laten zien wat het is, maar laten zien wat het níet is, zodat de mensen geïnteresseerd raken.” Donderdag overleed Jongema (1951 Elburg) aan de ziekte van Kahler, een vorm van kanker; hij was al geruime tijd ziek. Jongema laat een zoon en een dochter na.

Jongema was een autonoom kunstenaar onder de grafisch ontwerpers; hij gebruikte veelal eigengemaakte schilderijen, beelden en collages, vaak in combinatie met sjabloonletters. Hij ontwierp tijdschriftcovers (onder meer voor Noorderbreedte), boekomslagen (voor Connie Palmen en Ischa Meijer), postzegels en jaarverslagen; met schrijver en goede vriend K. Schippers maakte hij een kunstwerk langs de oevers van het Eemskanaal. Maar het opvallendst en best waren zijn tikje vervreemdende afficheontwerpen, meest voor culturele instellingen zoals de Boulevard of Broken Dreams, Springdance, de Parade en de Winterparade.

In 1992 was Jongema de eerste winnaar van de TheaterAffichePrijs met een poster voor het stuk Elektra van Toneelgroep Carroussel. Daarna werd hij nog meermaals genomineerd. In 1999 kreeg hij de prestigieuze H.N. Werkmanprijs van het Amsterdams Fonds voor de Kunst, eveneens voor zijn uiterst herkenbare affiches voor de Boulevard of Broken Dreams en de Parade. Jongema, die is afgestudeerd aan de Academie voor Kunst en Industrie in Enschede en daarna kunstgeschiedenis en archeologie studeerde in Amsterdam: “Affiches maken heb ik altijd leuk gevonden. Aanvankelijk maakte ik ze voor niets, maar naarmate het vaker gebeurde en er opdrachtgevers waren die de waarde van affiches onderkenden, kon er langzamerhand een boterham mee verdiend worden.”

Sinds 2004 was Jongema tevens in dienst van het Stedelijk Museum, eerst als conservator Grafische Vormgeving, later als curator Presentaties. Hij maakte diverse collectiepresentaties en tentoonstellingen zoals Next Level en Deep Screen (in SMCS), De best verzorgde boeken, en samen met eertijds directeur Gijs van Tuyl Heilig Vuur, religie en spiritualiteit in de moderne kunst, eind 2008 in De Nieuwe Kerk. Jongema dacht mee over de ontwikkeling van een ‘artistieke game’ voor het Stedelijk en zat tevens in de werkgroep die twee jaar geleden een nieuwe grafische identiteit voor het Stedelijk Museum moest ontwikkelen.