Archive for the ‘Galerie’Category

Galerie – Beeldende kunst in Amsterdam

Nicole van Harskamp, Yours in Solidarity / Reading Anarchism. T/m 19/5 in New Art Space Amsterdam (NASA, vh Smart Project Space), Arie Biemondstraat 105-113.

Yours in Solidarity heet het uitgebreide kunstproject van Nicole van Harskamp in NASA, een verwijzing naar een veel gebruikte anarchistische ondertekening. Daarin draait het om de nalatenschap van de Nederlandse anarchist Karl Max Kreuger (1946-1999). In diens correspondentiearchief, dat wordt beheerd door het Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis in Zeeburg, bevinden zich honderden brieven waarin amateur-ideologen verhalen over hun persoonlijke en politieke belevenissen tussen 1989 en 1999, de drempel van wat een nieuw politiek tijdperk leek te worden.

Aan de hand van citaten en handschriftanalyses reconstrueerde Van Harskamp, die in 2009 de Prix de Rome won voor haar videokunst en geënsceneerde debatten over formele en informele machtsstructuren, de levensverhalen van zestig van amateur-ideologen. Met acteurs van dezelfde leeftijd en nationaliteit bedacht ze vervolgens een volledig geënsceneerde bijeenkomst, waarin zij suggereert wat er zou gebeuren als de brievenschrijvers elkaar vandaag zouden ontmoeten.

Het resultaat is een prikkelende kruising tussen videokunst en sociaalwetenschappelijk onderzoek, tussen performance en installatie. Aan hagelwitte muren hangen honderden A4-tjes in kaarsrechte rijen: kopies van correspondentie, voorzien van aantekeningen die aantonen hoe grondig Van Hartskamp te werk is gegaan bij haar research. Er staan tientallen projectoren, die werksessies laten zien met de acteurs, kernbegrippen uit het werk van Kreuger en gedachtenspinsels over de wereld waarin wij hadden kunnen leven.

Het hart van de expositie, die vorig jaar zijn wereldpremière beleefde op Manifesta 9, is een driekanaals video-installatie. Daarin gaat Van Harskamp in op de kracht van het gesproken woord bij het vormgeven van ideeën en persoonlijke ideologieën. Of preciezer: ze legt de tegenstrijdigheden bloot tussen ideologische opvattingen en de personen van vlees en bloed die die opvattingen verwoorden, maar hun ego’s en eigenaardigheden niet zomaar opzij kunnen zetten.

Er komen serieuze (politieke) zaken aan de orde, zoals zelfbeheer en syndicalisme en het afwijzen van het parlementarisme en het kapitalisme, maar ook zeer alledaagse. ‘Everybody wants to make a revolution, but nobody wants to wash the dishes’, klaagt een man. Een ander haalt herinneringen op aan zijn oude liefdes in een commune, aan het grote hart dat hij had, en aan de jaloezie. Hij zegt dat-ie zich niet schuldig had hoeven voelen maar dat wel deed. Er wordt begrijpend geknikt.

Wie na het zien van de films de geest heeft gekregen, kan terecht in een speciaal ingericht leeszaaltje, met honderden voor de expositie vervaardigde A5-boekjes met alle teksten die gearchiveerd zijn op theanarchistlibrary.org, van Michail Bakoenins The capitalist system tot The struggle against the state and other essays van de Oekraïense anarchist Nestor Makhno. Ook is het mogelijk om eigen exemplaren uit te printen en in te binden, en zijn er op woensdagavonden lezingen en voordrachten: vanavond spreekt Mariko Peters, volgende week Frans Bromet.

13

04 2013

Galerie – Beeldende kunst in Amsterdam

Wijnanda Deroo, Het lege museum – Het Rijksmuseum gefotografeerd (2004-2013). T/m 11 mei in Wetering Galerie, Lijnbaansgracht 288

In de zomer van 2004 werd Wijnanda Deroo door de Rijksgebouwendienst gevraagd of ‘iets’ met het lege Rijksmuseum te doen. Ze had twee weken de tijd om in het museum te fotograferen, voordat er werd begonnen met de sloop.

De fotoseries die ze in korte tijd maakte, leidden in 2004 tot een tentoonstelling in het informatiecentrum van het Rijks, vervolgens werden de werken opgenomen in de collective van het museum.

Deroo, die sinds 1988 pendelt tussen Amsterdam New York, is ook daarna doorgegaan met fotograferen. Het ging haar daarbij niet om de werkzaamheden zelf, maar om de metamorfoses die het Spaanse architectenduo Antonio Cruz en Antonio Ortiz te weeg brachten in de oorspronkelijke schepping van architect Pierre Cuypers.

Een kleine, fijne selectie van haar zorgvuldig gecomponeerde beelden is nu te zien in Wetering Galerie. Er zijn foto’s van zalen, die bijna geheel verborgen zijn achter steigers en zakken cement, stapels bakstenen en bergen puin; van gestripte muren en gangen, maar Deroo was er ook bij toen aan de herinrichting werd begonnen en er A4-tjes op de muren waren bevestigd om de plek van de Vermeers en de Rembrandts aan te geven.

De complete serie is door meestervormgeefster Irma Boom (die ook verantwoordelijk is voor de nieuwe huisstijl van het Rijks, inclusief het logo met spatie) in een fraai, vuistdik koffietafel vervat. Te koop in de galerie, de museumshop en via de uitgever nai010.

Andrea Lehmann, Athelda. T/m 13/4 in Gerhard Hofland, Bilderdijkstraat 165-C.

Andrea Lehmann (1975 Düsseldorf) schildert de wereld zoals zij hem ziet en zij alleen. Onnavolgbaar. Vaak is zij zelf het middelpunt in haar wonderlijke, sprookjesachtige, bepaald surrealistische werelden vol fabelbeesten en poppenhuizen, groen beklede bergen en kitscherige watervallen.

Dat geldt ook voor de zeer persoonlijke nieuwe werken die nu bij Gerhard Hofland te zien zijn; ze zijn dramatisch geladen, en sterk beïnvloed door de Romantiek. Er zijn metersgrote doeken vol bizarre details en veel kleinere zelfportretten – de perfectie druipt met name van de zeer gedetailleerde gezichten.

Sommige voorstellingen zijn op doek, de meeste op papier. Lehmann scheurt, knipt en plakt; er zijn werken die vol deuren en luikjes zitten die open en dicht kunnen, als op een adventskalender. Hier en daar heeft Lehmann haar eigen haar verwerkt in haar schilderijen; soms weggestopt onder een dikke laklaag.

En toch ziet alles er op een bepaalde manier ook uit alsof het de normaalste zaak van de wereld is.

11

04 2013

Galerie – Beeldende kunst in Amsterdam

Wim T. Schippers. T/m 14/4 in Arti et Amicitiae, Rokin 112.

Vorige week ontving Wim T. Schippers (Groningen 1942) de Arti-medaille 2013, een tweejaarlijks eerbetoon van de leden van Arti et Amicitiae aan een eigentijdse collega-kunstenaars. De prijs bestaat uit 5000 euro, een medaille en een tentoonstelling in de expositieruimte boven de Amsterdamse sociëteit.

Te zien zijn zwart-witfoto’s van zijn vroege performance-achtige activiteiten in Museum Fodor en van zijn Pindakaasvloer – zonder iets van toelichting overigens. Er staan vitrinekasten boordevol Sjef van Oekel-strips, Ronflonflon-boeken, dvd’s met hilarische televisieklassiekers als De lachende scheerkwast, en programmaboekjes en flyers van toneelstukken als Wuivend graan en Het laatste nippertje.

Maar het leukst is de beeldende kunst. Van zijn Composition avec Cube (1969) tot zijn Komposition Rudimentär (1982); elk werk geeft blijk van een gedegen vakmanschap én een soort superieure minachting voor dat vakmanschap en – vooral – Kunst met een hoofdletter K. Er toch vielen de fraaie collages en tekeningen zo in de smaak van Stedelijk Museum-directeur Willem Sandberg dat die ze aankocht en de jonge kunstenaar subiet een tentoonstelling in het vooruitzicht stelde.

Ook Tulips (1966) wordt vertoond, de nog geen drie minuten durende eerste aflevering uit een reeks ‘genuine sad movies’, waarvoor Schippers het scenario schreef: de camera draait langzaam om een bosje tulpen dat op een jaren vijftig-wandmeubel staat en terwijl de dramatische muziek aanzwelt, valt een enkel blaadje. The End.

Ernaast staat een Tinguely-achtige machine, met de onuitsprekelijke naam djnoQstrvixsc (2002), die draait en puft en knippert. Ja, Schippers is waarlijk van vele markten thuis. Zijn Duchamps-achtige genie komt misschien nog wel het beste naar voren uit een werk dat geen werk is: in een hoek hangt een vieze theedoek aan de thermostaat. De lap zou na de opening per ongeluk kunnen zijn blijven hangen, het is echter een welbewuste ingreep van de kunstenaar. Op het klimaatbeheersingsapparaat eronder ligt iets wat op een zwabber lijkt en er steekt ook een groen takje uit.

‘Het lukt Wim T. Schippers telkens weer zijn publiek in verwarring te brengen en met vragen achter te laten,’ stelt de Arti-jury met recht in zijn rapport. ‘Met zijn absurde werken en acties tart hij de vaak te serieuze en zelfingenomen posities van de kunstwereld. Schippers is een constante bron van ideeën en altijd bereid zichzelf en zijn handelen als kunst te manifesteren.’

30

03 2013

Galerie – Beeldende kunst in Amsterdam

Lidy Jacobs, Pink Couple. T/m 7 of 14/3 in Marian Cramer Projects, Chopinstraat 31.

“Mam, moet dat nou?!,” vroegen de opgroeiende zonen van Marian Cramer toen ze de expliciete beeldjes van Lidy Jacobs een plek gaf in haar galerie aan huis in Oud-Zuid. De wat oudere buurtbewoners ziet Cramer wel eens een wenkbrauw optrekken als ze de beeldjes bekijken die voor het woonkamerraam staan opgesteld. Maar tot tumult heeft Jacobs’ kunst niet geleid; Cramer heeft haar ramen niet wit hoeven schilderen, zoals expositieruimte Milk aan de Witte de Withstraat recent moest doen na klachten uit de buurt.

De poppen en poppetjes van Jacobs (Heerlen 1959), gemaakt van roze stof of fimo-klei, balanceren tussen erotiek en kinderlijke onschuld. Ze zijn aandoenlijk; knuffelbaar, maar ook een beetje eng. Half man, half vrouw; half mens, half beest.

Met haar knuffels is Jacobs op zoek naar authentieke seksualiteit en onthult ze de dualiteit van seksuele gevoelens. Dat luistert nauw. Nadat Cramer een pluizig konijnenstelletje had neergezet in de hal, liet Jacobs weten dat het niet de bedoeling is dat het lijkt alsof het mannetje het vrouwtje aanrandt. Dat hij met zijn genitaliën naast het kruis van het vrouwtje zit, is niet erg. Als het er maar uitziet alsof hij een beetje vergeten is wat hij doet; dat zijn gedachten ergens anders zijn…

Marie Cécile Thijs, Food Portraits. T/m 27/4 in Eduard Planting Gallery | Fine Art Photographs, Eerste Bloemdwarsstraat 2 links.

Marie Cécile Thijs (Heerlen 1964) maakte nadat ze in 2000 van de advocatuur overstapte naar de fotografie naam met schilderachtige, naar de Gouden Eeuw knipogende portretten – niet alleen van mensen en dieren (katten, Salinero), maar ook van voedsel.

Voor de weekeindbijlage van Het Financieele Dagblad fotografeerde Thijs onder meer tientallen kikkererwten die roerloos in de lucht hangen; een enorme stapel matzes in een bed van opstuivende bloem; rode wijn die – bepaald onorthodox – wordt gedecanteerd in een keukenmachine; en schijfjes citroen die op raadselachtige wijze blijven zweven.

Het moet zeeën van tijd en bergen ingrediënten hebben gekost, maar het resultaat is er naar; Thijs’ fraaie, vindingrijke voedselportretten zijn zowel gekunsteld als ingetogen; en verstild en dynamisch tegelijk.

27

03 2013

Galerie – Beeldende kunst in Amsterdam

Aanstaand weekeinde zijn de laatste rondleidingen door de gezamenlijke tentoonstelling van de kunstcollecties van Kennedy Van der Laan, ABN AMRO en ING, met schilderijen van onder anderen Michael Raedecker, Roger Raveel, Sara van der Heide en Natasja Kensmil. Aanmelden voor de rondleiding door kunstenaar Erik Mattijssen in het kantoor van Kennedy Van der Laan kan door een e-mail te sturen naar stefanie.van.der.woude@kvdl.nl.

14

03 2013

Galerie – Beeldende kunst in Amsterdam

Douglas Perez Castro, A whisper in the wind. T/m 23/3 in Galerie Metis-nl, Lijnbaansgracht 316.

Een duizendpoot die over vijf enorme, veelkleurige doeken kronkelt. Een draak die in zijn eigen staart bijt. Een skelet, een ineenstortend gebouw. Een smal pad tussen de rietsuikervelden. Of is het toch een bord met wisselkoersen?

Er valt veel te zien en te ontdekken in de vierde solotentoonstelling in Metis-nl van de Cubaanse schilder Douglas Pérez Castro (Cienfuegos 1972). Perez Castro, die na een kunstopleiding in Havana aan de Rijksakademie van Beeldende Kunsten in Amsterdam studeerde, becommentarieert niet alleen de sociale geschiedenis van zijn land, maar put ook gretig uit de (West-Europese) kunstgeschiedenis. In een vrolijke, bijkans kinderlijke, maar overweldigende en virtuoze stijl.

Als je het kronkelende gevaarte van dichtbij bekijkt, zie je tientallen mannen en vrouwen met lange, dunne nekken, enorme borsten en piemels, en D&G- en YSL-logo’s op het blote lijf, uitgemergelde arbeiders en zakenlieden met grote zakken dollars. Mocht nog niet duidelijk zijn wat het allemaal te betekenen heeft, dan biedt de titel uitkomst: Ecosystem. Alles is met elkaar verbonden, wil Pérez Castro maar zeggen.

Social Media Art, met werk van Menno Kok en Afke Besseling. T/m 30/3 in Boef, Buikslotermeerplein.

De tentoonstelling Social Media Art beslaat, zoals de titel al aangeeft, twee kunstprojecten die zonder sociale media nooit in deze vorm zouden zijn ontstaan. Fotograaf Menno Kok, die in 1997 afstudeerde aan de Rietveld Academie en inmiddels docent is aan de Fotoacademie, plaatst sinds 2010 foto’s van matrassen op Facebook. Van afgedankte matrassen welteverstaan; beschimmelde, doorgelegen of anderszins beduimelde exemplaren die aantreft bij vuilstortplaatsen of gewoon langs de kant van de weg. Kok fotografeert ze met zijn smartphone, even snel in het voorbijgaan. Zijn dagelijkse posts op Facebook inspireerden vrienden en vrienden van vrienden om hetzelfde te doen; het resultaat is Everyday Mattress, een gesamtkunstwerk dat door de veelheid en eenheid van vorm niet alleen grappig is, maar ook gezien kan worden als commentaar op onze wegwerpmaatschappij.

Naast de opgespelde printjes van Kok hangt de ‘verveelkunst’ van beeldend kunstenaar Afke Besseling: bewust klungelige computertekeningen met onbedaarlijk leuke, vaak grove of vervreemdende bijschriften, die ze dagelijks publiceert op haar Facebookpagina. Te zien in BOEF, een anagram van FEBO; de tijdelijke galerie is gevestigd in de voormalige vetput op de kop van het Buikslotermeerplein in Noord.

En verder: in EYE zijn ‘scène-interpretaties’ te zien die fotografen als Bertien van Manen en Robin de Puy maakten naar aanleiding van Norbert ter Hall speelfilm &Me, die deze week in première gaat. In galerie Cultural Speech staat nog de overzichtstentoonstelling Represent, met werk van de New Yorkse straatfotograaf Jamel Shabazz.

Galerie – Beeldende kunst in Amsterdam

Rancinan, Chaos. T/m 24/3 bij Galerie Fontana Fortuna in Nieuw Dakota, Ms. van Riemsdijkweg 41b.

Riot heet de foto; oproer. Erop staat een gestrande witte Amerikaanse slee, tegen een grof geschilderde skyline van Los Angeles. Tegen de auto ligt een brandende band, erachter staat een man op het punt een molotov cocktail te gooien. ‘We ain’t gonna lose all the time’ staat er op zijn besmeurde hemd.

Op de kofferbak zit een donkere kerel met ontbloot bovenlijf. Zijn gespierde borstkast zit onder de tatoeages, in zijn handen houdt hij een honkbalknuppel. Op de slee staan vier mannen, allen van boven tot onder getatoeëerd, allen omhangen met bling bling. De achterste heeft een baksteen in zijn hand, de man naast hem een videocamera, de voorsten planten een Amerikaanse vlag.

Hun pose is onmiskenbaar gemodelleerd naar een foto van Joseph Rosenthal, waarop Amerikaanse mariniers tegen het einde van de Tweede Wereldoorlog samen de Amerikaanse vlag planten op het Japanse eiland Iwo Jima. De Franse fotograaf Gérard Rancinan en schrijfster/medekunstenaar Caroline Gaudriault gebruiken het iconische beeld om iets te zeggen over de verwarrende tijden waarin wij leven: ‘chaos is the mirror of our changing time’. De broeierige foto is ook een verwijzing naar de rellen die in 1992 in Los Angeles uitbraken nadat Rodney King was afgetuigd door de politie.

Riot maakt deel uit van de serie Chaos, die weer onderdeel is van de Trilogy of the Moderns, die al met veel succes in het Palais de Tokyo in Parijs te zien was. Zo’n zeventig foto’s omvat deze cyclus over de ‘weg van de mensheid in de geschiedenis’ inmiddels, stuk voor stuk enorme, barokke, overweldigende zoekplaatjes, die tegelijk een tikje banaal én hoogdravend én diepgravend zijn. Het laatste avondmaal met megabekers popcorn. Mickey Mouse met gepiercete oren. Aan sommige beelden heeft Rancinan meer dan drie maanden gewerkt in zijn Parijse studio, samen met tientallen assistenten, castingdirectors, setdressers en make up-artiesten. Photoshop gebruikt Rancinan alleen voor de afwerking.

Als je de zorgvuldig geënsceneerde, gekmakend gedetailleerde foto’s in Nieuw Dakota ziet is het nauwelijks voorstelbaar, maar Rancinan is zijn fotograferende leven begonnen als fotojournalist. Een van zijn in Libanon geschoten oorlogsfoto’s is te zien op de voorpagina van een krant, die een nieuwsconsument voor zijn hoofd heeft op een – opmerkelijk ‘kale’ – foto getiteld Press Power. De man krijgt een camera als een pistool tegen zijn hoofd gedrukt. Door een (ver)blinde journalist.

De rubriek Galerie verschijnt iedere woensdag in PS Kunst van Het Parool. Lees die krant!

28

02 2013

Galerie – Beeldende kunst in Amsterdam

Paul Nassenstein, Devil’s new wardrobe en Charles Vreuls, Zwischen den Linien steht das Gesetz. T/m 16/2 in Galerie Metis-nl, Lijnbaansgracht 316.

‘Band with peeping girl’ heet het minuscule, schitterende schilderijtje. Erop is, zoals de titel al aangeeft een popbandje te zien: drie gitaristen en een drummer. Op een brede steiger doen ze, op enorme afstand van elkaar, emotieloos hun ding. Op de voorgrond kringelt een plukje onkruid omhoog. Waar het precies vandaan komt, is niet duidelijk, maar het zorgt voor een vreemd perspectief: de mannetjes zijn niet alleen piepklein geschilderd; ze zijn ‘écht’ heel klein. Dat vreemde bolletje haar op de achtergrond moet dan wel het meisje zijn, dat probeert naar binnen te gluren in het kijkdoos-theatertje.

De priegelige, nauwgezette werken van Paul Nassenstein (Amsterdam 1966), winnaar van de Koninklijke Prijs voor de Schilderkunst (in 1995 en 1997) en de Prix de Rome – tekenen (in 1998), worden bevolkt door piepkleine figuurtjes, gepositioneerd in allerhande vreemde situaties. Optochten nergens naar toe, langs grote, grauwe niets-gebouwen; banken en stoelen, keurig geordend op kleur of vorm; enorme theaters met schots en scheve podia waarop zich onwerkelijke taferelen afspelen.

Hoe langer je kijkt, hoe meer je ziet in de doekjes, die dan weer ironisch en cynisch zijn, dan weer poëtisch, speels en cartoonesk. En soms alles tegelijk.

Nassensteins intrigerende zoekplaatjes worden in Metis-nl gecombineerd met een expositie van Charles Vreuls (Schaesberg 1953). Om niet alleen afhankelijk te zijn van subsidie nam Vreuls jaren geleden al een bijbaantje als beveiligingsbeambte. Achter de balie van een enorm kantoorpand gaf hij zichzelf eerst de opdracht de wereldliteratuur te lezen, vervolgens ging hij aan het werk.

Het zou een gouache van Nassenstein kunnen zijn: van ’s ochtends vroeg tot ’s avonds laat maakte Vreuls, verscholen achter de balie van de kantoorkolos, merendeels abstracte, kleine tekeningen, waarop hij de woorden uit Hölderlins lyrische vers Mnemosyne in steeds andere vormen giet. Letterlijk: de kriebelige teksten, die lang niet altijd leesbaar zijn, wordt vorm. Pas als je er, zoals Nassensteins glurende meisje, met je neus bovenop gaat staan, beginnen bepaalde woorden zich aan je op te dringen, waardoor ze nieuwe, verrassende betekenissen krijgen.

Anuschka Blommers en Niels Schumm, Delusions. T/m 3/3 in The Ravestijn Gallery, Westerdoksdijk 603-A.

Het lijken foto’s van borsten, billen, het bikinibroekje van een liggende vrouw en het naakte onderlichaam van een vrouw. Maar ze heten respectievelijk Blad, Boek, Lamp en Hal. En als je maar hard genoeg je best doet, zie je daadwerkelijk een stuk papier, een opengeslagen boek, een Ikea-lamp en een halletje (met een peertje aan het plafond). Maar net zo snel verdwijnen ze weer uit beeld en dringen de borsten, billen en schaamstreken zich weer aan je op.

Delusions heet de tentoonstelling in The Ravestijn Gallery treffend. De voorwerpen worden immers anders beleefd, je wordt op een gewiekste manier gemanipuleerd, waardoor je ze voor iets anders aanziet. De gelikte, maar razendknappe delusies zijn gemaakt door Anuschka Blommers (1969) en Niels Schumm (1969), die in 1996 afstudeerden aan de Gerrit Rietveld Academie en vervolgens samen naam maakten als mode- en portretfotografen.

Portretten hangen er ook. Op zijn kop. Op het eerste gezicht lijkt er niets mee mis, maar als je je hoofd omdraait, zie je dat de monden en ogen van de meisjes ondersteboven zitten. De ogenschijnlijk normale, weliswaar ondersteboven hangende vrouwenportretten zijn bij nadere beschouwing doodeng. Zinsbegoocheling in optima forma.

Yael Davids, Obliterating an Image. T/m 9/3 in Galerie Stigter van Doesburg, Elandsstraat 90.

Aan het plafond van Galerie Stigter van Doesburg (de nieuwe naam van Galerie Diana Stigter) hangen vijf enorme glazen platen en twee even grote zwart-lemen borden. De transparante, breekbare, maar massieve platen vormen een soort gangenstelsel, waardoor de bezoeker als vanzelf langs dertien aan de muren geprikte A4-tjes wordt geleid.

Het is de vertaling van een performance, die de in Israël geboren, aan de Rietveld opgeleide beeldend kunstenaar annex danser Yael Davids in de galerie heeft uitgevoerd. De korte, ontroerende anekdotes, de uitgeprinte stills uit een kunstfilmpje van Andy Warhol en de gebutste objecten, waaronder een gelijmd aardewerken kommetje op een plankje; alles draait om identiteit en breekbaarheid/kwetsbaarheid. Maar wegdromen bij het ongrijpbare, poëtische werk is gevaarlijk, voordat je het weet stoot je je neus tegen de enorme zwevende platen.

NB: AVRO’s Kunstuur besteedt zaterdag 23/2 aandacht aan Yael Davids’ performance.

13

02 2013

Galerie – Beeldende kunst in Amsterdam

Jasper Hagenaar, Haven. T/m 2/2 in Jeanine Hofland Contemporary Art, De Clercqstraat 62.

Het olieverfschilderijtje is nog geen 40 centimeter breed en nog geen 30 centimeter hoog. En dan is het landschapje ook nog eens ingekaderd door een geschilderde, wittige rand. Geen wonder dus, dat je de twee minuscule figuurtjes in de rechter benedenhoek maar zo over het hoofd ziet.

Ze staan een metertje uit elkaar, een man en een vrouw. Op een open plek aan de rand van een grauw-groen bos. Staan ze al lang zo? Praten ze? Zoekt een van beiden toenadering? Zijn het geliefden, die elkaar in het geheim ontmoeten?

De dromerige sfeer wordt versterkt door de schildertechniek: het tafereel is geschilderd op papier, dat vervolgens op een paneel is geplakt. Omdat de olie direct in het papier is gezogen, ziet het eruit alsof er een waas over het beeld ligt.

Het doekje, The encounter genaamd, maakt deel uit van de expositie Haven bij Jeanine Hofland Contemporary Art, en is geschilderd door Jasper Hagenaar (Tilburg 1977). De Rijksakademie-alumnus won eind vorig jaar zowel de Koninklijke Prijs voor Vrije Schilderkunst als de bijbehorende Publieksprijs, en werd onlangs door de Elegance op de eerste plek gezet in een lijst met kunstenaars die het dit jaar gaan maken.

Hagenaar heeft het al gemaakt, zo bewijst Haven, alhoewel de fijne expositie uit slechts negen schilderijen bestaat, waarvan de meeste nóg kleiner zijn dan The encounter. De zeggingskracht is enorm; de werken mogen dan sober, bijkans schraal zijn geschilderd, ze zijn tegelijkertijd uiterst precies. Van het hoofdloze jochie in te groot Spiderman-shirt tot de bijna transparante bloemen, van het spierwitte ijskonijn in een vitrine tot de opgegraven urn, waarop in krakkemikkige, veelkleurige letters Hollywood staat geschreven. Ofwel: Hollywood ontdaan van alle glamour; een droom aan barrels.

Notabene: woensdagavond is Jeanine Hofland in het kader van ‘West Wednesdays’ tot 21.00 uur geopend. In de galerie wordt op instigatie van Hagenaar Good Taste Made Bad Taste vertoond, een Nieuw-Zeelandse documentaire uit 1988 over de plotselinge populariteit van Peter Jackson’s horror-komedie Bad taste.

The Last Dance, met werk van o.a. Marie Cécile Thijs, Thom Hoffman. T/m 20/1 in Melkweg Galerie, Marnixstraat 409.

Deze maand neemt Suzanne Dechert afscheid van de Melkweg, na ruim 40 jaar, waarin ze werkte als staflid, theater- en dansprogrammeur en – de afgelopen vijftien jaar – curator van de Melkweg Galerie. Ze maakte 320 tentoonstellingen, met onder anderen Bertien van Manen en Emile van Moerkerken, Hans van der Meer en Inez van Lamsweerde.

Haar afscheidstentoonstelling The Last Dance bevat een selectie uit al die exposities, vooral portretten, in kleur en zwart-wit, van wereldvermaarde en wat minder bekende fotografen uit binnen- en buitenland, onder wie Erwin Olaf, Joost van den Broek (de super-afgetrainde Pieter van den Hoogenband in laag zwembroekje) en de Zuid-Afrikaanse Cindy Marler, die in 1990 met Amsterdam’s Angels haar eerste solo-expositie had in de Melkweg Galerie.

Ook zijn er fraaie documentaireseries te zien, onder meer van Bert Verhoeff, en – hoe kan het ook anders in de Melkweg – foto’s van artiesten en optredens, van fotografen als Kees Tabak, Oski Collado en de jonge Duitse fotograaf Gerrit Starczewski. “Het was alles rock ‘n’ roll”, aldus Suzanne Dechert, die wordt opgevolgd door Fleurie Kloostra, die in de Brakke Grond verantwoordelijk was voor exposities en beeldende-kunstprogramma’s.

Luuk Wezenberg, Strong Fluent Equal. T/m 28/2 in 16cc, Kadijksplein 16.

Ze herinneren aan het Russische constructivisme, maar doen op een bepaalde manier ook denken aan de hippe logo’s van benzinemerken of garages. Het zijn letters, ontworpen door de Amsterdamse typograaf en grafisch ontwerper Luuk Wezenberg. Los van de andere zijn ze nauwelijks als zodanig te herkennen; samen vormen ze een bijzonder alfabet: kapitalen in rood en zwart, met wulpse én strakke vormen.

In zijn studio in Amsterdam, Innit Design, creëert Wezenberg naast letters ook grotere ‘letter gerelateerde vormen’, die hij eveneens in laagjes vilt op vilt aanbrengt. Ook daarvan zijn bijzondere voorbeelden te zien in 16cc: teksten en begrippen als ‘Talking loud and saying nothing’ en ‘Amsterdam’, gezet in zwierige, bijpassende letters. Ook die kunnen aan de bar worden afgerekend en direct worden meegenomen.

10

01 2013

Galerie – Beeldende kunst in Amsterdam

Dan Walwin, tele-. T/m 23/12 in P/////AKT platform for contemporary art, Zeeburgerpad 53.

In een aardedonkere loods staan twee lederen fauteuils voor een beeldscherm. Daarop zijn flarden te zien van wat op het eerste gezicht een misdaadfilm lijkt: vier mannen kijken strak voor zich uit in een zilvergrijze Renault-familiewagen die over eindeloze plattelandswegen rijdt. Ze spreken geen woord. Soms stapt een van de mannen uit, even later zitten ze weer met zijn vieren in de auto. In het holst van de nacht passeren ze een wegafzetting. Dan lopen ze weer door het ruige, uiterst fotogenieke landschap. Hoewel er vrijwel niets gebeurt, is de sfeer dreigend – of lijkt dat maar zo?

Op een tweede, veel groter scherm glijdt de camera over groene boomtoppen, om uit te komen bij een open plek in het bos, waar jongelui staan te springen en te dansen op (niet hoorbare) muziek: een rave party, in alle vroegte zo te zien, maar veel tijd krijg je niet om het tafereel te bestuderen, want hup, daar glijdt de camera al weer verder.

Beide video’s, respectievelijk Telemotive en Immortality getiteld, zijn gemaakt door de jonge, talentvolle Britse kunstenaar Dan Walwin, die momenteel resideert aan de Rijksakademie. Ze zijn majestueus gefilmd, narratief en abstract tegelijk, en beurtelings intrigerend, vervreemdend en overweldigend.

Wie daar geen genoegen mee neemt, kan uit een begeleidend essay onder meer opmaken dat ‘Walwins benadering van beeldproductie Jacques Rancière’s concept van dialectische en symbolische montage resoneert, waarin hij het effect van het samenbrengen van ongelijksoortige onderwerpen bespreekt als “het assimileren van heterogene elementen en het combineren van onverenigbare grootheden…” teneinde door middel van beeld twee verschillende affecten te creëren’.

Soms is geen uitleg beter.


Gregory Halpern, A. T/m 5/1/2013 in Galerie Wouter van Leeuwen, Hazenstraat 27.

In de palm van een zwart-gehandschoende hand ligt een enorme, ongetwijfeld peperdure parelketting. Onderaan de foto is een stuk van een crossfiets zichtbaar, verder is de achtergrond onbestemd – en deels onscherp. Van wie de hand is, is niet duidelijk. Van wie de ketting evenmin.

De Amerikaanse fotograaf Gregory Halpern is al jaren bezig met het in kaart brengen van de Rust Belt, het gebied in het noorden van de Verenigde Staten dat jarenlang het zwaartepunt van de (zware) industrie vormde. Nu ademt alles er armoe en treurnis, van de man met een jaap op zijn neus tot de wilde kat op een lege weg. Van de aftandse huizen en de leegstaande fabrieken tot de vervuilde natuur.

De fraaie foto’s van het postindustriële Amerika zijn samengebracht (in een boek en een expositie) onder de noemer A. Die A staat voor Abandoned, Acrid, Animalistic, American en Ambiguous, ofwel: verlaten, vervuild, dierlijk, Amerikaans en dubbelzinnig.

13

12 2012