Archive for the ‘Beeldende kunst’Category

Taktiek vs. esthetiek: het notitieboekje van trainer/schilder Raymond Cuijpers

DCIM103MEDIA

Eind jaren ’90 vraagt trainer Jan Reker of het 19-jarige talent Raymond Cuijpers bij Roda JC wil komen voetballen. Dat wil hij maar al te graag. Cuijpers komt te spelen in het tweede elftal van de Limburgse Eredivisieclub, met spelers als Ronald Waterreus, Mark Luijpers en Ger Senden.

Terwijl hij bij Roda voetbalt, gaat Cuijpers naar de kunstacademie in Maastricht. Als zijn medespelers zitten te klaverjassen of een film met Jean-Claude Van Damme kijken, leest hij Dostojevski of maakt hij schetsjes. Ze pendelt hij jaren heen en weer tussen twee werelden; tussen de fysieke wereld van het voetbal en het vrije leven van een jonge kunstenaar; tussen Gullit en Da Vinci.

Het notitieboekje van de trainer van Raymond Cuijpers

Na vier jaar – hij was niet verder gekomen dan de bank – komt er een einde aan Cuijpers’ avontuur bij Roda JC. Huub Stevens, net aangesteld als hoofdtrainer, meldt hem dat de club niet met hem verder wil. Twee weken later breekt hij in een oefenwedstrijd een enkel en kan hij zijn carrière helemaal vergeten. Cuijpers studeert af aan de Academie voor Beeldende Kunst en vertrekt in 1996 naar Amsterdam om aan de Rijksakademie te studeren. Hij gaat er ook weer voetballen, bij de amateurs van Zeeburgia.

Inspiratie voor zijn kunst vindt Cuijpers van meet af aan in het voetbal. Hij maakt portretten van spelers (Van der Vaart, Witschge, Nando Rafael); in hun gezichten schildert hij woorden die op hen spel van toepassing zijn. Tijdens de Champions League tussen Ajax en Juventus, in 1996, legt hij de looplijnen van een aantal spelers vast in wilde vegen op het canvas.

DCIM102MEDIA

Ter gelegenheid van het WK Voetbal heeft Galerie van Zijll Langhout / Contemporary Art in een tijdelijke expositieruimte van aan de Oostelijke Handelskade (er zat eerder een Rabobank; er waren plannen voor een Hema) Cuijpers’ vroege, nog redelijk realistische doeken gecombineerd met sculpturen van voetbalstadions en recenter schilderwerk, dat abstracter en daardoor interessanter is.

Neem Nummer 10: op een witte achtergrond staan rode driehoekjes, zwarte rondjes, stippellijntjes en doorgetrokken strepen. Het had zo in de kleedkamer kunnen hangen bij de wedstrijdbespreking van Nederland-Australië, met de looplijn van Robben en de steekbal van Sneijder. Maar het is ook gewoon een mooi abstract expressionistisch schilderij, met dikke klodders verf, laag op laag, en een intuïtieve, maar uitgebalanceerde compositie.

VZL raymond cuijpers oostelijke handelskade 2

‘Voetbaltactiek-schilderijen’ doopte Cuijpers deze werken. Ze zijn gebaseerd op de notitieboekjes die hij bijhield als trainer en de schetsen die hij maakte tijdens wedstrijdbesprekingen. Als hij klaar was, en nog een blik wierp op het bord in de kleedkamer, viel het hem op dat het vaak fraaie tekeningen waren, juist omdat hij alleen maar met tactiek was bezig geweest en niet met esthetiek.

Die staat probeert Cuijpers ook te bereiken als hij schildert; dat hij nauwelijks weet wat hij doet. Tót het moment dat hij achteruit stapt en stopt met schilderen, en beslist – of weet – dat het doek af is. Eerder exposeerde hij zijn rationeel-expressionistische ‘voetbalkunst’ al in Witte de With, het Bonnefantenmuseum en de Kunsthal in Rotterdam. Er komen overigens vooral kunstliefhebbers kijken, de voetbalwereld heeft vooralsnog weinig interesse in Cuijpers’ kunst.

Het notitieboekje van de trainer van Raymond Cuijpers. T/m 30/7 in Galerie van Zijll Langhout / Contemporary Art, Oostelijke Handelskade 1003.

27

06 2014

Cure It!: is kunst een medicijn?

studie-bal-tabarin-878_vrbig

Dat kunnen wij ook, moeten ze bij het Stedelijk hebben gedacht toen ze zagen hoeveel publiciteit het Rijksmuseum genereerde met Alain de Bottons expo Art is Therapy.

Dus organiseert het Stedelijk vanavond Cure It!, ‘een evenement met een medisch tintje’.

Zou kunst kunnen helpen bij genezing? Is kunst een medicijn?. De Blikopeners van het Stedelijk gaan het met de bezoekers onderzoeken. Zij doen dat aan de hand van vier kunstwerken uit de vaste collectie: L’accord bleu van Yves Klein, Bal Tabarin van Jan Sluijters, Op het terras van Nola Hatterman, en Who’s Afraid of Red, Yellow and Blue III van Barnett Newman.

Bij binnenkomst krijgt de bezoeker een aantal vragen voorgelegd, waarmee zijn of haar ‘profiel’ wordt bepaald, aan de hand waarvan hij of zij naar een van de vier werken wordt doorverwezen. Ieder schilderij is weer gekoppeld aan een thema, zoals ‘beweging’ of ‘bezinning’. “Door middel van een interactief programma worden de werken op een nieuwe manier belicht en verschillende zintuigen geprikkeld,” aldus de Blikvangers.

Ik heb werkelijk geen idee wat ik me erbij moet voorstellen.

Er wordt ook een ‘spons-gevecht op doek’ gehouden tussen twee teams met verschillende kleuren blauw. Er is een performance geïnspireerd door Bal Tabarin, Akwasi komt geïnspireerd rappen, en een yogadocent geeft ‘bezinnings-workshops’, gekoppeld aan Who’s Afraid.

Het belooft een memorabele avond te worden.

26

06 2014

Hoe kunst de liefde bevordert

Een liefdesverklaring in licht spread 2

Liefde in de Stad begon een jaar of tien geleden als een onderzoek naar ‘liefdesbevorderende kunst’ in de openbare ruimte. Kunstenaars als Martijn Engelbregt, Theun Mosk, Arno Coenen en DUS architects kregen de opdracht een werk te vervaardigen in de openbare ruimte in Amsterdam. Zeventien, vaak tijdelijke, kunstwerken zijn nu samengebracht in een fraai vormgegeven boek over kunst, de liefde, Amsterdam en zijn bewoners – ik zou willen dat ik het zelf verzonnen had.

De meeste projecten kende ik wel, ik heb alleen nooit een verband gelegd tussen

het moderne schuttersstuk van Arno Coenen, het geknakte bankje van Edwin Spier en de über-romantische neon ‘Ik hou van je’ van Leonard van Munster.

P1050563

En ik wist ook niet dat mijn hardloopmaatje Dirk Jan Roeleven zijn vrouw ten huwelijk heeft gevraagd in het kunstwerk Full Llove Inn van Federico D’Orazio, een gestripte Opel Kadet op metershoge palen, met een comfortabel ingericht interieur dat zes weken dienst deed als extra hotelkamer van het Lloyd Hotel. Het verblijf in de kamer was gratis; gasten konden maximaal één nacht reserveren en mochten geen last hebben van hoogtevrees.

“Ik had alle registers opengetrokken: de auto van binnen met hartjes versierd, een mixtape gemaakt, hapjes en liefdeslikeur (‘Volmaakt Geluk’) geregeld en zat op de dag zelf te wachten op mijn vriendin, die ik hoog boven vanuit de auto aan zag komen fietsen. […] Toen ze uiteindelijk schoorvoetend via de kofferbak de auto binnenklom zette ik Johnny Cash op (‘Rose of my Heart’) en vroeg ik haar ten huwelijk.”

Dat Dirk goed kan vertellen, wist ik dan weer wel…

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Ik vreesde even dat het boek een eindpunt markeert, maar dat is gelukkig niet het geval. De initiatoren Lisa Boersen en Jeldau Kwikkel zijn bezig met een nieuw kunstwerk voor komend jaar. Het werk Pas de Deux van Laurent de Wolf, een beeld van een dansend paar dat wordt aangedreven door de wind dat eerder op de Hortusbrug stond, zal deze zomer waarschijnlijk bij de Tolhuistuin geplaatst worden.

Liefde in de Stad. Onder redactie van Anneloes van Gaalen, vormgegeven door Lilian van Dongen Torman. 80 pagina’s, €15,00; te koop via paradisowinkel.nl.

24

06 2014

Het Groene Strand is weer de toonkamer van Oerols laboratoriumfunctie

Wadland_foto Anke Teunissen

Vrijdagmiddag wordt het 33e Oerol officieel geopend. Het festival legt tien dagen lang een laag van verbeelding over het Terschellinger landschap. Zo wordt een kwelder een Mondriaan.

Doedens_foto Anke Teunissen_0621226257

“Toeter maar Joop!”, roept Bruno Doedens. Het bovenlijf van Doedens, artistiek leider van Stichting Landschapstheater en Meer (SLeM), steekt uit het open dak van de jeep van Oerols creatief directeur Joop Mulder.

Mulders jeep – op de zijkanten staat met grote letters Oerol – draait stationair op de Noordsvaarder, een natuurgebied ten westen van West-Terschelling. Daar is vorige maand door studenten, onder meer van de Academie van Bouwkunst Amsterdam, met ‘watervertragende bouwsels’ van wilgentenen het zogenaamde Wadland geconstrueerd, waarmee inzichtelijk wordt gemaakt hoe kwelders ontstaan.

jeep

Doedens liet zich voor het labyrint van takjes, met een omvang van 150 bij 150 meter, inspireren door Piet Mondriaans abstract-kubistische schilderij Pier en oceaan (Compositie nr. 10) uit 1915. “Als de mens toch het landschap vormt, waarom dan niet in de vorm van cultureel erfgoed?”, aldus Doedens. “Op deze manier worden allerlei zaken met elkaar verbonden”, vult Mulder aan. “Wetenschap, natuur, kunst, cultuur en landschapsvorming. Dit is ‘sense of place’ in optima forma!”

Als Mulder zijn claxon indrukt, zet het publiek dat rondom het Wadland staat opgesteld zich in beweging. Op blote voeten. Ze hebben van Doedens de opdracht gekregen ‘het werk te verkennen, erin te verdwalen en het wad te ondergaan’. En foto’s te maken – een overbodige opdracht. Doedens ziet vanuit de jeep dat het goed is, als een veldheer zijn troepen overziet.

slem

De dagen voor het festival bestond het publiek uit deelnemers aan een Oerol-symposium over culturele landschapsontwikkeling: wetenschappers, beleidsmakers, kunstenaars, studenten, organisatoren van Leeuwarden Culturele Hoofdstad 2018. Vanaf vrijdag kan ook het ‘gewone’ Oerol-publiek een kijkje komen nemen op de Noordsvaarder en het Groene Strand.

Daar stond de voorgaande edities nog een enorm podium waar bandjes speelden en dj’s tot ’s avonds laat plaatjes draaiden. Voor een publiek dat nauwelijks naar andere, échte Oerol-voorstellingen ging. Deze 33e editie, die vrijdagmiddag wordt geopend door de Friese commissaris van de Koning John Jorritsma, hebben Oerol en SLeM er dus het Wadland geconstrueerd, en staat er een kerkje dat onderdak biedt aan een tentoonstelling over landschapskunstprojecten en info over Leeuwarden 2018.

Kerkje

Bp4iARUCEAAXdRF

Spinvis speelt op de Noordsvaarder Kintsukuroi, een ‘gedanste opera’ over een seismoloog die onderzoek doet voor de kust van Japan. “Het onmetelijke uitzicht accentueert de nietigheid van de mens”, aldus Spinvis.

Het Noord Nederlands Toneel en Sarah Moeremans proberen er een extra laag aan te brengen in hun stuk over een klokkenluider – vrij naar Ibsen. En Lotte van den Berg voert er in haar verstilde, vijf uur durende voorstelling Building conversation prikkelende gesprekken met het publiek over de kunst van het gesprek.

Betonning

Het muziekprogramma is van het Groene Strand verplaatst naar een andere locatie in West, De Betonning, die de rest van het jaar dienst doet als opslag voor de bewegwijzering voor de scheepvaart op de Waddenzee. Er mogen dan ruim 2000 handtekeningen zijn aangeboden waarmee voor het behoud van het muziekpodium op het Groene Strand wordt gepleit, artistiek leider Kees Lesuis ziet alleen maar voordelen. “De Betonning is een prachtige nieuwe locatie en we kunnen het Groene Strand eindelijk weer gebruiken als toonkamer van de laboratoriumfunctie van Oerol.”

Nu locatietheater snel aan betekenis inboet, wil Oerol doorpakken met Sense of place. “Elk theaterfestival doet tegenwoordig wel iets met locatietheater, maar vaak speelt de locatie niet per se een rol van betekenis. Sense of place gaat meer over het verhouden tot een locatie en de bewustwording van een plek”, aldus Lesuis. “Het is een inhoudelijke lijn in het hele programma, die de komende jaren alleen maar prominenter zal worden.”

Slem2

Ook het enorme landschappelijke project Wadland blijkt slechts een voorstudie; het is de bedoeling dat er de komende jaren een vijftig keer zo grote Mondriaan-kwelder wordt gemaakt in een buitendijks gebied bij Striep, ten zuiden van Midsland. “Naar Mondriaan”, expliceert Doedens. “Het wordt géén exacte Mondriaan.”

Dat Mondriaan bepaald niet heilig is, blijkt uit het feit dat Pier en oceaan de komende dagen nog een kunstgreep zal ondergaan. Het festival, dat tien dagen lang een laag van verbeelding over het Terschellinger landschap legt, nodigt zijn publiek dan uit het kwelderkunstwerk te betreden in rode, gele en blauwe jasjes en shirts. Doedens: “Door een van zijn vroege werken te combineren met het late, veel bekendere Victory Boogie Woogie maak ik mijn eigen Mondriaanse schilderij.”

Terschellings Oerol duurt t/m 22/6.

EkkerMulder01

EkkerMulder02

EkkerMulder03

14

06 2014

Ode aan de schoonheid van het menselijk lichaam of smakeloos en nodeloos kwetsend?

Bikinibar langs spoor

Kunst in de openbare ruimte moet het vaak ontgelden. Omdat het geldverspilling is of lelijk. Of omdat het botst met iemands religie, ras, politieke voorkeur of seksuele geaardheid. Dode dieren leiden doorgaans ook tot felle discussies.

In het najaar van 2009 voerden omwonenden van de 1e Constantijn Huygensstraat actie tegen het kunstwerk How to meet an angel – een bronzen beeld van een man op een ladder, hoog boven het dak van de psychiatrische kliniek Mentrum –, omdat het patiënten zou aansporen tot zelfdoding.

kabakov

Volgens het vermaarde Russische kunstenaarsduo Ilya en Emilia Kabakov verbeeldt hun beeld het stapsgewijze genezingsproces waar de cliënten van een psychiatrische kliniek dagelijks mee te kampen hebben en de actieve houding die daarbij nodig is. “De man draagt een rugzak met symbolische mentale bagage. Zo treedt hij zijn vrijheid tegemoet en reikt hij naar het hogere.”

“Figuurlijk is het een sprong naar de vrijheid, maar letterlijk wordt dit een bloedbad,” meende stadsdeelraadslid Daniël van Kesteren (D66) destijds.

Ik dacht destijds dat het wel zo los zou lopen (wat ook zo was); ik vond het vooral niet zo’n sterk beeld, maar moest er aan denken toen NS-machinisten vorige week protesteerden tegen Joep van Lieshouts Bikinibar, een prikkelend, negen meter lang beeld van een vrouwenlichaam in paarse bikini, met afgehakte armen, benen en hoofd, dat in een weiland bij Lisse langs het spoor was gelegd als blikvanger voor een tentoonstelling in de tuinen van Kasteel Keukenhof.

“Een ode aan de schoonheid van het menselijk lichaam”, vond Van Lieshout. “Een smakeloos en nodeloos kwetsend kunstwerk”, meenden de machinisten. “Als je net een aanrijding met een persoon achter de rug hebt, geeft de Bikinibar een heel confronterende aanblik’, aldus machinist en kaderlid van FNV Spoor Ron Christiaanse.
Bikinibar op festival

Kasteel Keukenhof wilde aanvankelijk niet ingaan op het verzoek van de NS het beeld te verplaatsen. “Wij vinden Bikinibar geen luguber beeld.” Gegriefde machinisten werden door Van Lieshout uitgenodigd voor een persoonlijke rondleiding door de expositie. Die hadden daar weinig behoefte aan, antwoordde Christiaanse. “Bij deze nodig ik Van Lieshout uit voor een rondleiding rond een trein vlak na een aanrijding met een persoon.”

Een paar dagen later werd alsnog besloten de Bikinibar driehonderd meter te verplaatsen. Zonder medeweten van Van Lieshout, overigens, maar waarom ook niet? De machinisten vielen toch niet over het onderwerp van de kunst, ze lieten van zich horen omdat het beeld pijnlijke herinneringen opriep aan aanrijdingen met zelfmoordenaars.

VRIJSTAAT van Atelier Van Lieshout. T/m 19/10 in Kasteel Keukenhof Art Foundation, Keukenhof 1, 2161 AN Lisse.

09

06 2014

De KunstRAI in foto’s

Open deuren en quasidiepzinnige schimpscheuten op oversized post-its

De Botton Armstrong

De Botton Armstrong

Ze zijn niet groter dan een centimeter of 15 bij 20, en toch zijn ze maar al te vaak voer voor discussie: tekstbordjes in musea. Wat staat er? En vooral: wat staat er niet? Voor wie is de tekst geschreven; voor ingewijden of voor Henk en Ingrid? Zijn ze feitelijk of interpreterend; staat erop te lezen wat er op het schilderij te zien is of geven ze achtergrondinformatie bij museumobjecten, waardoor de bezoeker er wellicht iets van opsteekt?

De huis-tuin-en-keuken-filosoof Alain de Botton en de filosofische kunsthistoricus John Armstrong gooien het in het Rijksmuseum over een andere boeg. Zij plakten bij 200 schilderijen, prenten, beelden en andere kunstwerken enorme, gele post-its die niet de kunst, maar de bezoeker centraal stelt: ‘jouw ambities, jouw telerstellingen, jouw ergernissen en jouw verlangens. Daarover heeft kunst vaak specifieke en nuttige dingen te zeggen’.

Workaholics dienen tot rust te komen bij een kerkinterieur van Saenredam, roemzoekers krijgen de suggestie eens goed naar Het straatje van Vermeer te kijken en meer waardering op te brengen voor het gewone leven. Overal hangen gele bordjes met dit soort betuttelende ‘filosofische graffiti’ – van de garderobe en de toiletten tot het café (‘wat zou Adriaan Coorte hier zien?’) en de draaideuren. Met dezelfde kinderachtige krul aan de onderkant en bedrukt met een lettertype dat dan weer veel te klein is voor van die oversized post-its – het ontbreekt er nog maar aan dat er een handschrift-lettertje is gebruikt.

Rijks3

Rijks1

En telkens keert dezelfde, op niets gebaseerde stelling terug, vaak in afschuwelijk Nederlands: ‘Sommige werken die we als meesterwerken zouden moeten beschouwen, doen ons vaak eigenlijk gewoon niets’. Of: ‘Omdat dit schilderij in het Rijksmuseum hangt en omdat we het wellicht al vaker in boeken of op ansichtkaarten zijn tegengekomen, denken we waarschijnlijk dat Van Ruisdael ons iets moois toont’. Bij Lucas van Leydens drieluik De dans om het gouden kalf staat: ‘Als we heel eerlijk zijn over hoe we ons in musea voelen, moeten we toegeven dat vrij veel objecten ons koud laten en dat onze gedachten opvallend vaak naar koffie met appeltaart in het museumcafé afdwalen’. We? Ons? Praat voor jezelf!

Zo gaat het maar door – er zijn zelfs zalen waarin ieder werk van een post-it is voorzien –, steeds weer volgens hetzelfde procedé: De Botton en Armstrong trappen een open deur in of beweren iets mals en zeggen vervolgens dat dat mal is. Of preciezer: ze zeggen dat ‘wij’ dat toch anders ervaren.

Rijks4

De meeste quasidiepzinnige schimpscheuten zijn volstrekt inwisselbaar; vrijwel elke post-it had ook bij een ander schilderij kunnen hangen. Sommige teksten komen meermaals terug, zoals de prikkelend bedoelde vraag ‘Uit welk jaar is dit schilderij?’. Het maakt benieuwd naar de interventies die De Botton tegelijkertijd uitvoerde in de Art Gallery of Ontario (Canada) en de National Gallery of Victoria (Australië). Bij welke werken zal De Botton daar dezelfde vraag hebben gehangen?

Ook bij de museumwinkel hangt een mega-post-it. ‘In een ideale wereld zouden we geen Vermeer-souvenirs hebben, maar objecten die Vermeer mooi zou vinden als hij nu zou leven. Suggestie: een Vermeer-theedoek…’ Huh?

Rijks5

Pal onder het bordje liggen enorme stapels met De Bottons vorig jaar verschenen Phaidon-uitgave Kunst als therapie, boekjes met 20 ansichtkaarten uit de expositie, en een als post-it vormgegeven catalogus die geen catalogus is. Met een stuk of 50 lege, gele pagina’s aan het einde, waarop de kopende bezoeker desgewenst zijn eigen gedachten kan noteren. Ernaast liggen canvastassen, à 42 euro.

De Bottons mag dan op talrijke talrijke post-its betogen dat consumentisme slecht is, geld stinkt niet.

Art Is Therapy van Alain de Botton. T/m 7/9 in het Rijksmuseum.

De niet te reproduceren reproducties van Ryan McGinness

13435492913_2c55de0b41_z

Een van de fijnste werken in het Rotterdamse Museum Boijmans Van Beuningen is een beeld van Maurizio Cattelan: de Italiaanse kunstenaar liet een gat zagen in de vloer van een zaal vol negentiende-eeuwse schilderijen en posteerde daarin een naar zijn eigen beeld geschapen mannetje dat met onbevangen blik naar de oude meesters kijkt.

Dit zelfportret, waarmee Cattelan een overtuigend spel speelt met echt en namaak, werkelijkheid en suggestie, is een van de tweehonderd werken uit de vaste collectie van het Boijmans die de Amerikaanse kunstenaar Ryan McGinness natekende voor zijn expositie ‘Art History Is Not Linear (Boijmans)’, nu te zien in VOUS ETES ICI.

Untitled (Black Hole, Dark Energy 24.4) (2014)

McGinness (Virginia Beach, 1972) groeide op aan de westkust van de VS, was na zijn studie een tijdje assistent-curator in het Andy Warholl Museum in Pittsburgh en werkte vervolgens als grafisch ontwerper. Nu woont en werkt hij in New York; zijn kunst is aangekocht door onder meer het MoMA en de Saatchi Gallery

Hij is sterk beïnvloed door de surf- en skate-cultuur, door graffiti en pop-art, zo tonen de stripachtige symbolen die McGinness destilleerde uit de iconische werken uit het Boijmans. Van die, met de computer gestroomlijnde icoontjes liet hij vervolgens mallen maken, zodat hij ze zo vaak als hij maar wilde kon reproduceren.

cattelan

Ryan McGinness_Art History is not Linear

Acht grote, kleurrijke, vrolijk stemmende schilderijen zijn het resultaat. Het zijn gelaagde zoekplaatjes, waarin je meer ontdekt naarmate je er langer naar kijkt. Als je er niet uitkomt, kun je te rade gaan bij de zwart-witposter bij de entree van de galerie. Daarop zijn alle 200 werken afgebeeld. Erbij staan nummers die verwijzen naar drie vuistdikke ringbanden, waarin alle schetsen en tussenstadia zijn opgenomen. Het proces is net zo belangrijk als de werken zelf.

Dat is ook het uitgangspunt van een tweede expositie, in de galerie van Ron Mandos: ‘Everything is Everywhere’ met schilderijen uit de series ‘Mindscapes’ en ‘Black Holes’. In een zaal is precies te zien hoe de expositie tot stand is gekomen, op een groot scherm draait een kortfilm waarin McGinness aan het werk is in zijn studio in New York.

Ryan McGinness_Everything is Everywhere

Ook in de ‘Mindscapes’ zijn onnoemlijk veel strak-gestroomlijnde figuurtjes over, door en aan elkaar aangebracht, van punaises, een haas op de rug van een schildpad, Man Ray’s metronoom met oog, mannetjes die zo uit de schilderijen van Jeroen Bosch lijken te zijn weggelopen en Glassex-flesjes met armen en vrouwelijke heupen. Sommige zijn rechtstreeks op de galeriemuren aangebracht: reproduceerbaar en toch site-specific.

De ‘Black Holes’ bestaan eveneens uit ontelbare lagen. Hier echter geen figuurtjes, maar geometrische figuren, die uit een spirograaf afkomstig lijken. Grijs en zwart op zwart of in alle kleuren van de regenboog.

Year_2008_1

Het mooist zijn de fluoriserende zwarte gaten in een verduisterde ruimte achterin de galerie: het zijn hallucinante cirkels met zwierige tentakels aan de randen. De uitgekiende belichting zorgt voor een magische ervaring. Een ervaring die niet reproduceerbaar is.

Notabene: in the American Book Center is zaterdag 12/4 de presentatie van het kunstenaarsboek Everything Is Everywhere met werken uit beide exposities. Ryan McGinness zal vanaf 15.00 uur zijn boek signeren. De ‘Art History Is Not Linear (Boijmans)’-poster is voor € 50,00 te koop bij VOUS ETES ICI.

Ryan McGinness, Everything Is Everywhere, t/m 10/5 in Galerie Ron Mandos, Prinsengracht 282. Art History Is Not Linear (Boijmans), t/m 10/5 in VOUS ETES ICI, Ms. van Riemsdijkweg 41A

17

04 2014

“Mijn kunst loopt altijd een beetje mijn leven achterna”

vanderwerve

“Mijn kunst loopt altijd een beetje mijn leven achterna. Ik ben klaar met sport-projecten; ik ga me nu richten op mijn eigen geest”, vertelde beeldend kunstenaar Guido van der Werve donderdagavond in een openbaar interview met Stedelijk Museum-conservator Bart Rutten, voor de vertoning van zijn magistrale Gouden Kalf-winnaar nummer veertien, home.

Hij is geen ‘studio-kunstenaar’ die dagen achtereen in zijn atelier gaat zitten broeden, zei Van der Werve verder. Dat kan ook helemaal niet. De afgelopen tijd trainde hij 22 uur per week; Van der Werve hoopt zich eind juli te kwalificeren voor het WK Iron Man in Zwitserland.

Dat is het laatste van de drie doelen die hij zichzelf ooit stelde; de andere twee waren een marathon binnen de drie uur lopen en een zwart T-shirt bemachtigen aan de finish van de triatlon van Norseman, Noorwegen. Beide wapenfeiten zijn opgenomen in het kloeke boek nummer vijftien, at war with oneself, een bundeling van de werken van Van der Werve uit de periode 2008-2012, allemaal gebaseerd op sport.

Van der Werve noemt hardlopen een vorm van meditatie voor actieve mensen. Het zorgt voor een betere doorbloeding van de frontale hersenkwab, een scheidingsfilter die je helpt inzien wat al dan niet belangrijk is. Hardlopen zelf vindt hij niet bijzonder leuk; hij ziet het als investering. “Door sport kan ik heel veel doen in weinig tijd.”

Je leert er bovendien door afzien, en dat is goed voor een kunstenaar. “Ook al zie je ergens de zin niet van in, je blijft toch doorgaan.” Inmiddels werkt hij aan nummer zestien, dat een tegenhanger moet worden van nummer veertien. “nummer veertien gaat over het verleden en de dood, nummer zestien over het nu. nummer veertien gaat over het lichaam, nummer zestien over de geest. En de muziek in nummer veertien is in een 12 mineur toonladder, de muziek in zestien wordt een 12 majeur toonladder.”

Van der Werve had gehoopt zijn nieuwe project te kunnen realiseren voor het Nederlands paviljoen op de 56ste Biënnale van Venetië, maar het plan dat hij samen met Bart Rutten indiende haalde de shortlist van het Mondriaan Fonds niet. Dat heeft ook voordelen, want hij houdt niet van deadlines en de stress die die met zich meebrengen.

Hij hoopt dat zijn persoonlijke films het publiek raken. “Als een popliedje waarvan je denkt dat het over jou gaat.” Zijn films moeten beslist niet worden gezien als maatschappijkritiek, aldus Van der Werve. “Ik vind kunst daar niet het juiste podium voor. With art you can move people. But you can’t move them in a certain direction. Als ik politieke aspiraties zou hebben, zou ik de politiek in gaan.”

Om daar direct aan toe te voegen: “Het enige wat ik wilde laten zien aan al die PVV-stemmers is dat kunstenaars niet lui zijn.”

10

04 2014

Beatrix Ruf directeur van het Stedelijk

Persbericht nieuwe directeur Stedelijk Museum Amsterdam-1

“Ladies and Gentlemen: we got him!”, zei Paul Bremer, het hoofd van de Amerikaanse bezettingsmacht in Irak, toen Saddam Hoessein op 13 december 2003 eindelijk was gevonden.

“Ladies & gentleman: we got her! Beatrix Ruf is de opvolger van Ann Goldstein”, twitterde Karin van Gilst, zakelijk directeur van het Stedelijk Museum toen dinsdagmiddag, na een maandenlange zoektocht, eindelijk een nieuwe directeur was benoemd.

Tsja.

Het Parool berichtte eind vorig jaar al dat de Duitse Ruf, op dit moment directeur van de Kunsthalle Zürich, de opvolgster van de Amerikaanse Goldstein zou worden. Dat werd destijds door alle betrokkenen ontkend. Sterker: Alexander Ribbink, voorzitter van de Raad van Toezicht, was not amused en deed Rufs kandidatuur af als ‘een onzinverhaal’.

Wat zal er sindsdien allemaal zijn gebeurd?

Hoe dan ook. De Raad van Toezicht roemt Rufs oog voor kwaliteit en voor jong talent, haar uitgebreide netwerk, het herkenbare, radicale en zelfverzekerde programma dat zij neerzette in de Kunsthalle Zürich en de bevlogen manier waarop zij persoonlijk het instituut aan de buitenwereld presenteerde en onderdeel maakte van het culturele debat.

Dat komt zo ongeveer overeen met alle kwalificaties die Ann Goldstein vier jaar geleden werden toegedicht (“Haar kennis van de kunst van de 20e en 21e eeuw zal zeer relevant zijn voor haar nieuwe positie in het Stedelijk, evenals haar progressieve, goed geïnformeerde en prikkelende ideeën over de rol van een museum in deze tijd. Goldstein beschikt over een uitgebreid internationaal netwerk van kunstenaars, curatoren, wetenschappers en verzamelaars. Vanuit Amerika heeft ze altijd aandacht gehad voor Europese kunstenaars en instituten. Naast haar prestaties op kunstgebied, worden haar jaren bij het MOCA gekenmerkt door sterk leiderschap en goede resultaten in fondsenwerving. Als senior staff member bij het MOCA beschikt Goldstein over de ervaring en de kwaliteiten die vereist zijn om een museum te leiden”).

Ruf gaat samen met Van Gilst de directie vormen. “Ik zie erg uit naar de samenwerking met Beatrix Ruf” laat Van Gilst weten. “Dit is een uitstekend moment om samen met haar het artistieke DNA, wat natuurlijk het allerbelangrijkste is voor het museum, verder te ontwikkelen.”

Hier rijst de vraag wie het voor het zeggen krijgt in het Stedelijk; de artistiek directeur of de zakelijk directeur? Of hebben beiden precies even veel te vertellen over het artistieke DNA van het museum?

We gaan het zien. Ruf toont zich in ieder geval een teamspeler. ”Ik ben zeer vereerd en ook geroerd dat ik het vertrouwen en de kans krijg om directeur van het Stedelijk Museum te worden en samen met het hele team vorm te geven aan de collectie en het uitzonderlijke programma. De uitdagende en toonaangevende tentoonstellingen, zowel de hedendaagse als de kunsthistorische, en de wereldberoemde collectie moderne en hedendaagse kunst en vormgeving, waren altijd een voorbeeld en een baken voor mijn eigen werken en denken, en een leidraad in de discussies met kunstenaars en collega’s. Het Stedelijk is een museum dat ons laat zien hoe te leven in het nu en hoe de toekomst kan worden gebouwd op traditie. Ik vind het geweldig om voor dit unieke instituut aan de slag te gaan, met dit team en deze collectie.”

Oja, Saddam Hoessein werd twee weken nadat Paul Bremer zo triomfantelijk ‘We got him!’ riep, geëxecuteerd…

08

04 2014