Archive for the ‘Beeldende kunst’Category

Galerie: Flying Carpet Works van Cristina Lucas

_MG_7673

De Spaanse kunstenares Cristina Lucas, van wie kort geleden in De Appel nog een vrolijk videowerk te zien was met paaldansers en -danseressen die halsbrekende capriolen uithalen in Mondriaan-composities, toont met de monumentale expositie Flying Carpet Works een andere, meer duistere en kant.

De tentoonstellingstitel refereert dan ook niet alleen aan het sprookje uit Duizend-en-één-nacht, waarin Aladdin zich dankzij zijn vliegende kleedje uit de meest benarde situaties weet te redden, maar evenzeer aan clusterbommen en bommentapijten.

_MG_7646kopie

Pièce de résistance van de expositie, die tevens gezien moet worden als ode aan Picasso’s Guernica, is een driescherms video-installatie, waarop de burgerslachtoffers ten gevolge van bombardementen in kaart zijn gebracht sinds de Italiaanse luitenant Giulio Cavotti op 1 november 1911 de Ottomaanse stellingen bestookte door vier bommen van elk 2 kilogram uit zijn Taube-vliegtuigje te laten vallen.

Het middelste scherm toont een kaart, waarop wordt ingezoomd op de plaatsen van de bominslagen, op het linkerscherm loopt de teller met slachtoffers, op het rechterscherm zijn beelden te zien uit de media uit die dagen. Op de achtergrond is het geluid hoorbaar van een reclamevliegtuigje dat – in de video-loop Piper Prometheus die elders in de galerie wordt geprojecteerd – boven Barcelona een banier voorttrekt met de formule waarmee de grootte van de liftkracht wordt berekend.

_MG_7662

Die formule betekende de vervulling van een droom die zou oud was als de mensheid zelf. Maar het verlangen om te vliegen en op grote hoogten andere perspectieven te ontdekken, leidde vrijwel direct tot de drang om het luchtruim te veroveren. Lucas verbeeldt de gevolgen op fraaie wijze, zonder opgeheven vingertje. Maar de haren rijzen je te berge.

Flying Carpet Works van Cristina Lucas. T/m 7/12 bij Tegenboschvanvreden, Bloemgracht 57.

06

11 2013

Galerie – De Service Garage viert zesde verjaardag met “Iedereen”

SG_IEDEREEN

De Service Garage bestaat zes jaar, en dat wordt gevierd met de groepsexpositie IEDEREEN, waarvoor alle kunstenaars die sinds de oprichting een actieve rol speelden in het collectief één werk leverden. In de verzameling werken is nauwelijks een lijn te bekennen. Er is dan ook géén sprake van inhoudelijke samenwerking, de broedplaats annex tentoonstellingsruimte heeft ook geen grondbeginselen die onderschreven moeten worden.

De Service Garage – zelf schrijven ze deSERVICEGARAGE – werd in 2007 opgericht door ex-Rietveld Academiestudenten Frank Ammerlaan en Thijs Rhijnsburger en verhuisde begin 2011 van de Stephensonstraat naar een enorme loods aan de Cruquiusweg, aan de rafelranden van Oost. Acht kunstenaars hebben er een eigen atelier en er zijn twee grote expositieruimtes, waar doorgaans tentoonstellingen zijn van andere, geestverwante kunstenaars.

zoro

Maar nu dus niet. In de ene ruimte springt direct een “kinetisch object” in het oog van Zoro Feigl, die eerder dit jaar was genomineerd voor de Volkskrant Beeldende Kunst Prijs. Het door een motortje aangedreven, naar lieve lust rondzwiepende groene slang piept en knarst. Als je er lang naar kijkt, word je tureluurs van die slang die een rare, onvoorspelbare dans met zichzelf maakt.

Service Garage_Oscar Peters_Slasher

Ook bij Oscar Peters gaat het materiaal min of meer zijn eigen weg. Hij bevestigde een gipsen hand met een dolk erin aan een motortje. Zodra zich bezoekers melden, zet een van de aanwezige kunstenaars de schakelaar even om en begint het apparaat monotoon-mechanisch in een muur te hakken. Tsjak. Tsjak. Tsjak.

service02

Er zijn video’s (met performances), foto’s, beeldhouwwerken, geluidswerken en bloemen van plastic, vilt en staal die tot het plafond reiken. Grafisch vormgever Michiel Schuurman ontwierp de fraaie poster voor de expositie, die in een oplage van 100 te koop is: Frank Ammerlaan maakte een schitterend schilderij als een olievlek. Al even betoverend: Alex Winters maakte drie sculpturen naar afbeeldingen die doorgaans op stillevens te zien zijn: een doodshoofd, een fles en een karaf, maar dan geheel en al van zwartgrijs grafiet.

Map with darts

Het meest ontregelende werk is van de performance- en installatiekunstenaars Sachi Miyachi en Judith Leysner: een enorm, blankhouten paneel met een plattegrond van Amsterdam, waarin darts steken, en even zoveel plankjes met foto’s van objecten als een strijkbout, een paraplu en een kurkentrekker. Er is ongetwijfeld een verband en het heeft vast iets te betekenen, maar wat?

IEDEREEN. T/m 10/11 in De Service Garage, Ms. van Cruquiusweg 79.

Tags:

Gaat dat zien!

Niels-Bekkema

knopen

Dit weekeinde voor het laatst te zien in Amsterdam: de Koninklijke Prijs voor Vrije Schilderkunst-expositie in het Paleis op de Dam, met fraai werk van o.a. Philipp Kremer, Anne Forest, Dorus Tossijn en Niels Bekkema, en de bijzondere kettingen, broches en objecten van ‘knopenkoning’ Henk Leppink bij Ron Lang Art.

Malevich zelfportret in twee dimensies, 1915

looming_fire_press_image006

Ook zeer de moeite waard: Malevich in het Stedelijk, de video-expositie Sluimerend vuur van Péter Forgács in EYE, en de foto-expositie Ons dagelijks brood van Henk Wildschut in het Rijksmuseum.

in_search_of_uiq

En mooi maar iets verder weg: Dread: Fear in the Age of Technological Acceleration in De Hallen in Haarlem. Naar aanleiding van deze tentoonstelling organiseert EYE zaterdag 26 oktober een symposium, waarop curatoren, kunstenaars, wetenschappers en filmers spreken over de impact van de digitale media en sociale netwerken op onze ervaringswereld. ‘s Avonds is er een speciaal film- en muziekprogramma, net als de expositie samengesteld door Juha van ’t Zelfde, met onder meer de vertoning van In Search of UIQ van Silvia Maglioni en Graeme Thomson.

25

10 2013

Overrompelend overzicht van radicale schilder

Malevich-Kasimir--zelfportret-1910

‘Het grootste overzicht in ruim twintig jaar van een van de belangrijkste grondleggers van de abstracte kunst’ – zo kondigt het Stedelijk Museum de door door Koningin Máxima geopende expositie Kazimir Malevich en de Russische avant-garde aan. Die ronkende woorden zijn volkomen terecht: de tentoonstelling biedt een overrompelend overzicht van Malevitsj’ kunnen.

Meer dan 600 werken zijn er te zien, waarvan 338 van Malevitsj zelf. Zijn werk – 69 schilderijen, 264 werken op papier, 4 sculpturen en 1 object – is aangevuld met dat van tientallen vermaarde, avant-gardistische tijdgenoten.

Alle ontwikkelingsfasen van Malevitsj’ kunstenaarschap komen aan bod, chronologisch, verdeeld over 11 zalen. Dat is vaak een beetje makkelijk en saai, als de bezoeker zo bij de hand wordt genomen, maar in dit geval werkt het wél. Omdat Malevitsj (1879-1935) een spectaculaire ontwikkeling doormaakte én omdat de wereld om hem heen zo razendsnel veranderde: toen hij begon met schilderen werd het Russische Rijk nog geregeerd door tsaar Nicolaas II, toen hij stierf werd de USSR, de Unie der Socialistische Sovjetrepublieken, met ijzeren vuist geleid door Stalin.

vrouw met krant a7648_original

De vroegste werken dateren uit het begin van de twintigste eeuw; geïnspireerd door Franse meesters als Monet en Cézanne maakte Malevitsj, die twee keer was geweigerd aan de kunstacademie van Moskou, impressionistische schilderijen, zoals het verre van volmaakte, in vlakke pasteltinten gevatte Vrouw met krant op schoot (1904).

In de volgende zalen is te zien hoe Malevitsj van een navolger verandert in een radicale wegbereider. Breekpunt is het jaar 1913, toen Malevitsj een eerste zwarte vierkantje kriebelde in een van zijn schriftjes en hij de kostuums en het decor ontwierp voor de futuristische opera Overwinning op de zon, waarin de zon stond voor Poesjkin, het tsaristisch bewind, de traditie en eigenlijk alles wat mensen ervan weerhoudt om naar de toekomst te kijken.

Twee jaar later lanceert Malevitsj het suprematisme, een zuiver objectloze kunst van geometrische vormen tegen een witte achtergrond. De term is – weinig bescheiden – afgeleid van supremus, Latijn voor ‘het meest perfecte’. Het betekent een radicale breuk met de omringende werkelijkheid; van representatie was geen sprake meer, kleur en vorm, compositie en ritme volstonden. “Ik vernietigde de grens van de horizon en stapte uit de wereld der dingen”, schrijft Malevitsj, die volgens de overlevering zo opgewonden was dat hij een week niet kon eten.

zaal zwart kruis

black_square

De zaal vol suprematistische werken – min of meer ingericht zoals 0,10. De Laatste Futuristische Tentoonstelling in 1915 in het toenmalige Petrograd – is het absolute hoogtepunt van de expositie. Met onder meer het iconische Zwart vierkant uit 1929 hoog in een hoek bevestigd, een volledig abstract zelfportret, en het enige suprematistisch schilderij met een niet-geometrische vorm: een traan, het symbool voor het verstrijken van de tijd.

In de volgende zaal, met vier fantastische wit-op-witte doeken, is te zien hoe Malevitsj een eindpunt bereikt binnen de abstracte kunst. Daarna wordt de vrijheid van de avant-gardisten steeds verder ingeperkt en keert Malevitsj noodgedwongen terug naar herkenbare voorstellingen. Malevitsj is terug bij af. Alhoewel, wie goed kijkt, kan ook in de late werken de nodige (sublimatieve) suprematistische abstracties ontdekken.

Gaat dat zien!

Kazimir Malevich en de Russische avant-garde, met selecties uit de Khardzhiev- en Costakis-collecties. T/m 2 februari 2014 in het Stedelijk Museum Amsterdam.

img-171013-164.onlineBild

 

23

10 2013

The Modernists and More

Aëgerter

Een ander Zwart vierkant van Malevitsj, uit 1932, was in 2010 te zien op de tentoonstelling Matisse tot Malevich. Pioniers van de moderne Kunst in de Hermitage. Bij die gelegenheid maakte de Franse, in Amsterdam wonende multidisciplinair kunstenaar Laurence Aëgerter de fotoserie The Modernists and More. Daarvoor plaatste ze personen en objecten vóór de modernistische meesterwerken, zodat zij het beeld op de werken deels blokkeren maar tegelijk één geheel vormen met het kunstwerk zelf. Een selectie is t/m 20 februari 2014 te zien in de Hermitage. Zonder Zwart vierkant overigens…

19

10 2013

Galerie: Mental Mass – André Volten

Volten_Vijf open cirkels met open vierkant*

Als de naam André Volten al een belletje doet rinkelen, is het door zijn monumentale kunstwerken in de openbare ruimte. Zo is de in 2002 overleden beeldhouwer onder meer verantwoordelijk voor de half verzonken cirkel van roze graniet in het plein voor het Stadhuis/Muziektheater en maakte hij de ‘Knakenzuil’, een beeld op het Frederiksplein van op elkaar gestapelde platte schijven van roestvrijstaal. Ook ‘de Knoop’, de staalconstructie die met één poot in Noord en met de ander in het IJ-water staat, is van de hand van Volten.

Met de tentoonstelling Mental Mass toont Galerie Nieuw Dakota nu – op een steenworp afstand van de NDSM-Werf, waar Volten van 1954 tot 1957 werkte als lasser en experimenteerde als er tijd was – een compleet ander aspect van Voltens kunstenaarschap.

In de kale, industriële ruimte zijn tien bijzondere modellen, maquettes en voorstudies, op klein(er) formaat te zien. Het is vrij werk, maar ook deze constructivistische sculpturen zijn veelal opgebouwd uit geometrische vormen. De beeldhouwwerken zijn afkomstig uit de collecties van vrienden en zakenrelaties en uit Voltens woning annex werkplaats aan de Asterdwarsweg. De meeste zijn nooit eerder geëxposeerd.

Volten_Stoel*

Op de betonnen vloer ligt een roestvrijstalen kom met de bolle kant naar boven, die volgens samensteller Paul Goede bij Volten thuis dienst heeft gedaan om hapjes te presenteren. Ernaast staat een uit drie soortgelijke schijven opgebouwde stoel, die ingenieus in elkaar zijn gestoken en vast gelast. Volten hoopte dat de stoel in productie zou worden genomen, maar meer dan drie heeft hij er niet gemaakt.

Aan een muur hangen vijf dobbelsteenachtige reliëfs, gemaakt van op ebbenhout bevestigd messing. Het zijn zeer verfijnde voorstudies voor metersgrote (verticale) zitjes, aan de muur lijken het sierraden of schilderijtjes, die opvallen door hun perfecte afronding en het enorme contrast tussen het staalharde materiaal en ze zijdezachte bolvormpjes.

Volten_Vijf vierkante reliëfs

Aan de muur tegenover de reliëfs hangen vijf metersgrote Mondriaan-achtige open cirkels. Navraag leert dat het schaalmodellen zijn voor een enorm mobiel, dat aan de gevel van advocatenbureau Boekel De Nerée aan de Zuidas had moet komen te hangen. Er schijnen ook veel kleinere modellen van te bestaan, die door Voltens vrouw Sophie als oorbellen werden gedragen.

Het meest bijzondere werk op de expositie behoorde eveneens toe aan Sophie: het is de zogenaamde ‘Bal-jurk’, die Volten in 1970 in eendrachtige samenwerking maakte met modeontwerper Frans Molenaar. Het crèmekleurige wollen gewaad wordt op zijn plek gehouden met twee aan de schouderbanden bevestigde roestvrijstalen ballen, die aan de achterzijde als contragewichten functioneren.

De jurk onderschrijft dat kunst en privé voor Volten hand in hand gingen. Zoals hij zelf zei: “Pas veel later heb ik (nog altijd zonder pretentie, maar wel ietsje anders) voor een klein deeltje in het grote gebeuren van de beeldende kunst mogen deelhebben en deelnemen. Dat deeltje is mijn werk geworden, mijn leven ook.”

Mental Mass van André Volten. T/m 17/11 in Nieuw Dakota, Ms. van Riemsdijkweg 41b. Op 26/10, tijdens 24H Noord NDSM, praten hedendaagse kunstenaars als Hans van Houwelingen, Jeanne van Heeswijk en Wouter Klein Velderman over de betekenis van Voltens werk en de invloed van deze culturele erfenis op kunstenaars die nu werken in het publieke domein. André Volten op de kaart, een overzicht van de 21 kunstwerken van André Volten in Amsterdam, is te downloaden van de website van Nieuw Dakota.

19

10 2013

“Als je naar werk op papier kijkt, kijk je in de ziel van de kunstenaar”

“Wij wilden iets wat er nog niet was, maar dat binnen het brede veld van de beeldende kunst wel degelijk een enorme kwaliteit heeft. En Francis en ik dragen werk op papier een uitermate warm hart toe. Net zoals heel veel andere galeriehouders, en net als, naar is gebleken, een groot publiek.”

Donderdag opent de tweede editie van Drawing Amsterdam. In een speciaal gebouwd paviljoen met een beursvloer van ruim 1000 vierkante meter, die plaats biedt aan veertig kabinetten, waarin evenzoveel galeries werk van een veelvoud aan kunstenaars tonen. Organisatoren van de kunstbeurs zijn Hans Gieles en Francis Boeske, de eigenaren van de eveneens op de NDSM-werf gevestigde galerie VOUS ETES ICI.

VOUS ETES ICI verhuisde vorig jaar zomer van de Lijnbaansgracht naar Noord. Om de galerie in één klap op de kaart te zetten, organiseerden Gieles en Boeske samen met buurman Nieuw Dakota een beurs met origineel werk op papier. Gieles: “Het was – vergeef me dat ik alleen maar in superlatieven kan spreken – een waanzinnig succes. De deelnemers waren dolenthousiast. De bezoekers vonden het fantastisch. Het stadsdeel vond het fantastisch. En de pers vond het ook fantastisch.”

Hoewel met name de intimiteit werd geprezen, koos Gieles cum suis ervoor uit te breiden van achttien naar veertig galeries. “In de ruimte die we vorig jaar tot ons beschikking hadden, konden we er niet meer herbergen. Daarom kozen we bewust alleen voor Amsterdamse galeries. Maar zeer gewaardeerde collega’s van buiten de stad, zoals Cokkie Snoei uit Rotterdam en Livingstone Gallery en Galerie Nouvelles Images uit Den Haag, hebben we direct ingelicht dat we ze er bij een volgende gelegenheid graag bij wilden hebben. Je kunt zo’n evenement niet blijven organiseren met alleen een stuk of twintig Amsterdamse deelnemers; de kwaliteit die wordt geboden door het collegiale veld in binnen- en buitenland is namelijk veel groter.”

Gieles en Boeske vroegen galeries uit Londen, uit België, drie uit Duitsland, één uit Japan, één uit Zwitserland en één uit Parijs. “Iedereen stond te trappelen. Voor volgend jaar hebben we alweer tien nieuwe galeries op het oog. Honderdtwintig worden het er nooit. Maar misschien is vijftig wel een optie. We houden de vinger aan de pols hoe het publiek reageert. De signalen zijn goed; vorig jaar merkten we al dat het vermoeidheidsaspect in veel minder grote mate optrad dan bij een reguliere beurs met verschillende media en standaard standbouw.”

Wat de uitgenodigde galeries tonen, mogen ze zelf weten. Het enige vereiste is dat de drager papier is. “Maar het hoeven niet per se tekeningen te zijn. De beurs heet weliswaar Amsterdam Drawing – het hondje moest een naam hebben –, maar de subtitel luidt ‘een kunstbeurs voor origineel werk op papier’. Dat kunnen dus ook aquarellen zijn. Van Christof Mascher, een kunstenaar die wij nu in de galerie hebben hangen, laten we twee kleine olieverfwerken op papier zien. Dat kan ook. We tonen ook werk van Rose Wylie, een 77-jaar oude Engelse kunstenares die collages maakt. Alles mag, zolang de drager maar papier is en het werk maar uniek.”

De diversiteit op Amsterdam Drawing is groot. Art Affair komt met een solopresentatie van Herman de Vries, Fons Welters combineert hele kleine werkjes van Claire Harvey met grote werken van Matthew Monahan. Thomas Rehbein Galerie uit Keulen brengt heel dromerige figuratie, Slewe Gallery toont kleurencomposities op papier van Steven Aalders. “Dat is heel uitzonderlijk; die zie je niet zo vaak.”

De prijzen op de beurs lopen uiteen van een paar honderd euro tot plusminus twintig duizend euro. “De exacte bedragen weet ik niet, daar gaan wij ook niet over. Maar de werken van de Amerikaanse kunstenaar Raymond Pettibon, bijvoorbeeld, die zullen niet goedkoop zijn. Het is dan ook heel bijzonder dat die door een Nederlandse galerie worden getoond.”

Over de vraag wat werk op papier dan zo bijzonder maakt, hoeft Gieles niet lang na te denken. “De Nederlandse kunstenaar Henk Visch heeft eens gezegd: als ik teken dan ben ik hardop aan het denken. En volgens de Duitse galeriehouder Martin Kudlek kijk je, als je naar werk op papier kijkt, in de ziel van de kunstenaar. Dat betekent niet dat de ziel afwezig is bij het maken van een schilderij hoor. Maar werk op papier is volgens mij net wat intiemer, losser en spontaner.”

Gieles kijkt er naar uit om alle werken aan de vers opgetrokken muren te zien hangen. Allemaal. Een favoriet werk heeft hij niet, zegt hij. “Daar mag ik me als organisator natuurlijk niet over uitlaten. Vorig jaar hebben Frances en ik ook iets gekocht, maar dat hebben we ook aan niemand verteld. Dat zou een signaalwerking kunnen hebben die we niet willen. Wij zijn gelukkig met alle deelnemers.”

Amsterdam Drawing. T/m 22/9 op de NDSM-werf. Tt. Neveritaweg 6, Amsterdam-Noord.

19

09 2013

Het nieuwe galerieseizoen is begonnen. Een greep uit het enorme aanbod.

Door KEES KEIJER en JAN PIETER EKKER.
Dit artikel verscheen eerder in HET PAROOL.

De Amsterdamse galeries hielden de afgelopen maanden traditiegetrouw hun zomerslaap. Het leek dit jaar stiller dan ooit. Ook allerlei andere kunstinstituten als W139 en Stedelijk Museum Bureau Amsterdam hadden hun deuren gesloten, zodat er buiten de musea bitter weinig te beleven was op kunstgebied. Een vreemde situatie, want tegelijk wordt de stad bevolkt door hordes toeristen die in kunst geïnteresseerd zijn. Hoe dan ook, het afgelopen weekeinde werden de witte wijnflessen weer ontkurkt; het nieuwe galerieseizoen is begonnen en we doen een greep uit het enorme aanbod.

Galerie Stigter Van Doesburg pakt uit met een solo-expositie van Helen Verhoeven. Het zijn iconische portretten van moeders, veelal met kind. Klassiek van compositie, maar ze gaan stuk voor stuk aan de haal met het clichébeeld: de ene keer is het kind een lelijke jaren zeventig-lamp, de andere keer is het kind de moeder van een ander schilderij.

Grote delen zijn geweldig geschilderd, andere stukken bewust onbeholpen. Hoe langer je ernaar kijkt, hoe mee je ziet: de tien schilderijen zijn bonte zoekplaatjes, boordevol terugkerende motieven en thema’s. Die bovendien vele facetten van het moederschap laten zien – van de totale verbondenheid tussen moeder en kind tot de afwezige moeder.

Familiebanden zijn ook het thema van Alex Verhaest, die bij Grimm een reeks grote en kleine videowerken laat zien. Op het eerste gezicht lijken het bewerkte foto’s, tot je kleine bewegingen van figuren ziet, of een vlinder die door het beeld dwarrelt. Sommige werken zijn interactief. Een familieportret komt tot leven als de bezoeker een telefoonnummer belt. Dan blijkt ook dat alle werken eigenlijk met elkaar verbonden zijn. Ze zijn bovendien gedrenkt in een wonderlijke sfeer, die herinnert aan David Lynch en Jheronimus Bosch.

Bij Annet Gelink presenteert Roger Hiorns een intrigerend plan om een Boeing 737 onder de grond te begraven. Wordt misschien ooit een huiveringwekkend bezienswaardigheid, ergens ter wereld. De meeste werken op de tentoonstelling maken echter deel uit van Hiorns ‘foam pieces’. Uit roestvrijstalen en keramische kommen die zijn verbonden met luchtslangen verrijzen, belletje voor belletje, toeters van schuim. Een van de werken bevat gepureerde hersenen van een koe, waardoor de serie inhoudelijk een andere wending krijgt.

Ook het werk van Maartje Korstanje bij Upstream gaat op zoek naar de condition humaine en de grens tussen leven en dood. Korstanje maakte een reeks nieuwe sculpturen bij het Europees Keramisch Werkcentrum in ’s-Hertogenbosch. Ze doen denken aan geslachte karkassen die aan touwen hangen. Een bekend thema in de kunst, zoals bij De geslachte os van Rembrandt, maar een steeds zeldzamer gezicht in het dagelijks leven, waar vlees bijna onherkenbaar en steriel in de supermarkt ligt. Andere keramische werken van Korstanje doen denken aan gemummificeerde lichamen, die als bodemvondsten op grote tafels worden gepresenteerd.

Gerhard Hofland heeft schilderijen van de Zweedse Malin Persson: abstracte werken die geometrisch zijn opgedeeld in ruiten. Iedere ruit met zijn eigen, sombere blauw- of groentint en een eigen intensiteit. Het zijn verbeeldingen van landschappen, zo wordt duidelijk door een aantal tweeluiken, bestaande uit een figuratieve representatie van een landschap en een (soms pas maanden later gemaakte) abstrahering of interpretatie van dat landschap op het tweede doek.

Ook Erwin Olaf ging aan de slag met zijn eigen werk. Flatland Gallery toont de carbon-prints die hij maakte op basis van zijn (digitale) fotoserie van Berlijn in het interbellum, waarin, zoals zo vaak bij Olaf, schoonheid, decadentie, vergankelijkheid en verval hand in hand gaan.

In de achterzaal hangt de kleurenafdruk van een joch met sproeten op zijn wangen en een strenge scheiding in zijn haar, gezeten in een lederen fauteuil in een loge van de vrijmetselaars. In de grote ruimte hangt de petieterige kooldruk in oneindig veel grijstinten, waarop de bruine haren zwart zijn geworden, en de sproetjes bijna onzichtbaar zijn. Dan vallen je weer andere dingen op: van de uitgebalanceerde compositie tot de superieure blik van de jongen en zijn zwartleren handschoenen.

Paul Andriesse toont de geweldige potloodtekeningen die beeldend kunstenaar Jan van de Pavert maakte voor zijn kortfilm-in-ontwikkeling Lounge II, die wordt bevolkt door figuren die op de één of andere manier zijn idee van vrijheid representeren. Het zijn halffabrikaten en eindproducten tegelijk, die met behulp van de computer in reliëf zijn gegoten: twee Provo’s worden achterna gezeten door de bereden politie, jongelui liggen verstrengeld in het gras, twee Jane Fonda’s staan hand in hand.

Het aanbod in de galeries is dus overweldigend. Er zijn formalistische en conceptuele kunstwerken te vinden bij Slewe (Paul Drissen), Juliette Jongma (Lisa Oppenheim) of bij Martin van Zomeren (diverse kunstenaars). Of meer klassieke tekeningen bij Ron Mandos, waar Levi van Veluw bovendien een zinsbegoochelende installatie maakte.

De zelfkant van het leven komt aan bod bij de rauwe portretten van Kathe Burkhart bij Lumen Travo (Liz Taylor als ‘kutwijf’). En bij de schilderijen van Dawn Mellor bij Gabriel Rolt, waarin andere beroemde Hollywoodsterren worden omgetoverd tot afzichtelijke wezens. Het is weer voorbij, die stille zomer.

13

09 2013

Wat doet die man daar?

– Is-ie echt?
– Hij is gewoon nep!
– Hij lijkt echt hoor…
– Waarom staat die neppe meneer daar?
– Hoe heet hij?
– Waarom is hij hier neergezet?
– Een normaal persoon zou nooit zo lang stil blijven staan, alleen van die levende standbeelden.
– Beweegt-ie?
– Hij heb zijn ogen dicht!
– Het zal wel een reclamestunt wezen.

Binnen een paar minuten ving ik bovenstaande vragen en reacties op bij het wassen beeld Tank Man in Hoog Catharijne. Het is een levensgrote replica van de man die in 1989 in China een colonne tanks tegenhield, gemaakt door de Spaanse beeldhouwer, video- en installatiekunstenaar Fernando Sánchez Castillo. En het staat midden tussen het winkelend publiek, als onderdeel van de geweldige expositie Call of the Mall, een internationale kunstmanifestatie met werk van meer dan 25 kunstenaars uit binnen- en buitenland, die markeert dat het winkelcentrum 40 jaar bestaat.

Veel werken zijn goed, van Pilvi Takala bijvoorbeeld, en van Maze de Boer, Christian Jankowski, Robbie Cornelissen, Gabriel Lester en Wilfredo Prieto, maar Tank Man werkt het beste. Misschien ook wel omdat mensen nauwelijks in de gaten hebben dat het kunst. Toen hij net in Hoog Catharijne was neergezet, wilde iedereen hem aanraken. Dezelfde dag nog stond hij weer veilig opgeborgen in een magazijn en werden er plannen gemaakt om Tank Man in een glazen vitrinekast te zetten. Nu staat hij tussen een soort rode loper-afrastering. Alleen van donderdag tot en met zondag, en niet eens de hele dag. Met een bewaker erbij.

Maar zodra Tank Man er staat, drommen er mensen om hem heen, wat als vanzelf tot discussies leidt. Als iemand het wil horen, leggen de bewakers uit dat Tank Man symbool staat voor de dappere eenling die zich verzet tegen de macht van een systeem waarin de menselijke maat verloren dreigt te gaan.

De bewakers vertellen weer niet, althans niet de keren dat ik er was, dat het winkelpubliek in de voetsporen van Tank Man kan treden. Volgens de website kunstinhetstationsgebied is Fernando Sánchez Castillo op zoek naar iemand met een bijzonder verhaal, die op zijn/haar eigen wijze de moed heeft getoond om in een moeilijke situatie te gaan staan voor een wereld waarin ieder individu vrijuit kan spreken en wordt gehoord. Afhankelijk van de inzendingen kiest de kunstenaar één persoon en maakt hij een levensecht model van het gezicht. De nieuwe versie van Tank Man zal in de laatste weken van Call of the Mall worden getoond. Foto’s en motivaties kunnen t/m 14 augustus worden ingestuurd onder vermelding van ‘Open Call Tank Man’.

Best benieuwd wie zich aan de anonieme – dode – Chinese held durft te spiegelen…

14

07 2013

Alles voor de kunst

tekst JAN PIETER EKKER en KEES KEIJER illustratie YTJE VEENSTRA.
Dit artikel verscheen eerder in HET PAROOL

‘Fake it till you make it, zeggen ze wel eens. Je moet doen alsof je een florerend bedrijf hebt, anders komen er geen klanten.” Enige flair kan Marnix van Boetzelaer niet worden ontzegd en dat komt in deze tijden waarschijnlijk goed van pas. Met Linda van Nispen opende hij vorig jaar oktober galerie Boetzelaer Nispen in de De Clercqstraat. Ondanks de crisis gaat het volgens de eigenaars steeds beter met de zaken.

Van Boetzelaer: “Het is absoluut niet makkelijk, maar als je nu een winstgevend galerieprogramma kunt neerzetten, weet je dat je verder wel goed zit. Als we in 2007 waren begonnen, hadden we nu waarschijnlijk een probleem gehad. Nu zijn wij gewend om met weinig middelen te overleven.”

De Amsterdamse galeriewereld is in transitie. Door de economische crisis, de opkomst van de internetgalerie en de ‘beursificatie’ van de kunstmarkt zou de galerie zoals wij die kennen zelfs helemaal verdwijnen. Klopt het idealistische beeld nog dat ‘Nederlandse galeriehouders oprechte kunstminnaars zijn, maar geen gehaaide zakenlui’, zoals Dominic van den Boogerd schrijft in Positioning the art gallery, een onlangs verschenen studie over de Amsterdamse galeries?

Veel nieuwe initiatieven zijn er de laatste jaren niet bijgekomen, maar het aantal galeries in Amsterdam is nog altijd groot. Het handelsregister van de Kamer van Koophandel geeft liefst 197 resultaten op ‘galerie kunst Amsterdam’.

Worstelen met de huurprijs

Boetzelaer Nispen was voorheen gevestigd in Londen; de galerie maakte de overstap naar Amsterdam om de kosten te drukken. Het grootste verschil tussen galeries in beide steden is volgens Van Boetzelaer de bereidheid jonge kunstenaars te ondersteunen. “Ik denk dat het hier moeilijker is om werk boven de tien- of twintigduizend euro te verkopen. Daar is het moeilijker om werk onder de tienduizend euro te verkopen.”

Galeries hebben, zeker in vergelijking met andere ondernemers, veel ruimte nodig om hun waar te tonen. Die hoge huurkosten blijken voor veel beginnende galeriehouders een obstakel. Van Boetzelaer: “Je kunt een door de gemeente gesponsorde ruimte betrekken in de Bijlmer. Maar anders moet je als beginner een ruimte huren die eigenlijk te duur is.”

Eén van de Amsterdamse galeries die worstelen met de huurprijs is Metis op de Lijnbaansgracht. Eigenaar Ron Lang, die de galerie sinds 2002 met zijn vrouw Rossana Alberico runt: “De huur is niet omhooggegaan, maar het wordt steeds moeilijker die op te brengen, naast alle andere kosten.” Sinds het begin van de financiële crisis zijn de verkopen minder geworden.

Metis gaat binnenkort op een andere manier verder en wil weer actiever naar beurzen gaan. Lang gaat vier keer per jaar exposities organiseren bij Galerie Witteveen in de Konijnenstraat. “Het mes snijdt aan twee kanten: ik ben verlost van heel veel vaste kosten en we kunnen weer andere activiteiten ontplooien.”

Metis is niet de eerste galerie die van de Lijnbaansgracht verdwijnt. Om uiteenlopende redenen zijn de afgelopen jaren ook The Living Room, Van Wijngaarden, Hakkens, Vous êtes ici en uitgeverij Artimo vertrokken. Volgens Lang kan het elders in de stad ook niet lang goed blijven gaan. “Je hoort allerlei verhalen en die zijn niet vaak positief.”

Martin Rogge van Flatland Gallery, die vorig jaar van Utrecht naar het galeriecomplex op de Lijnbaansgracht verhuisde, merkt niets van een teruggang. “Dat komt, en ik denk dat dit ook geldt voor onze buren Lumen Travo en Akinci, doordat onze focus niet lokaal is. Hoe cool de Lijnbaansgracht ook is gelegen, namelijk vlak bij het Rijksmuseum, het Stedelijk en Foam, het accent van onze werkzaamheden ligt buiten Amsterdam. Dat trekt geestig genoeg weer meer Amsterdammers aan.”

Anders dan Flatland heeft Metis vooral kunstenaars gepresenteerd die jong en tamelijk onbekend zijn. Lang: “Wij hebben ons ook altijd verlaten op een grote achterban van beginnende verzamelaars, mensen die hier een keer bij toeval zijn binnengekomen en daarna dingen hebben gekocht. Maar juist in die groep vallen nu de grootste klappen. Die mensen kopen nu minder.”

Hij ziet ook een groot verschil tussen galeries die voornamelijk werk verkopen tot tienduizend euro en galeries die daar ver boven gaan. “Grote galeries die veel duurder werk aanbieden gaan ook in deze tijd nog fantastisch. Verzamelaars komen bij Grimm met hun privéchauffeur voorrijden. Dat is echt een andere categorie.”

Met twee grote ruimtes, op de Keizersgracht en in de Frans Halsstraat, en klinkende internationale namen als Matthew Day Jackson, Atelier Van Lieshout en Daniel Richter wordt Jorg Grimm, actief sinds 2005, beschouwd als de succesvolste groeier van de afgelopen jaren. Last van de crisis heeft hij niet. “Als je gewoon goede kunst brengt, kunst die ergens over gaat en die ertoe doet, is dat een beetje los gezongen van de economische realiteit. Er zijn altijd mensen die hun geld aan kunst willen besteden. Wat we wel meer horen is dat mensen weliswaar kopen, maar dat ze pas na een maand of wat betalen.”

Grimm is net als andere ambitieuze galeriehouders actief op buitenlandse beurzen. Daar kan zo veel geld worden verdiend dat sommige galeries de afgelopen jaren bezuinigden op vierkante meters in Amsterdam. Een slechte ontwikkeling, volgens Grimm. “Hier wordt veel te weinig geïnvesteerd in ruimtes. Galeries blijven vaak jaren in een pijpenla. Terwijl het goed is voor hun kunstenaars om hun werk eens in een grotere ruimte te tonen.”

Het Stedelijk als klant

Volgens Grimm is het succes van een galerie moeilijk zichtbaar. “Je hebt wereldwijd galeries waar de incrowd op elke opening massaal bier staat te drinken, maar die staan op de rand van faillissement. Andere galeries halen miljoenenomzetten, enkel en alleen door telefonische contacten. Ook in Amsterdam geldt: de enige indicatie voor succes is het galerieprogramma. Zijn het kunstenaars die alleen gesubsidieerd in een bepaalde museumcontext hun werk kwijt kunnen? Of is het makkelijk verkoopbaar werk? Een succesvolle galerie heeft beide.”

“Je hebt het respect nodig van curatoren, medegaleriehouders en museumdirecteuren, anders zul je nooit goed verkopen aan verzamelaars die op de openingen van het Stedelijk komen.”

Niet geheel toevallig zit Grimms vestiging in De Pijp vlak bij het Stedelijk. Sinds de heropening is de toeloop groter, aldus Jorg Grimm. Ook directeur Ann Goldstein komt wel eens over de vloer, maar hij verwacht geen steun vanuit het museum. “Ik vind het geen automatische verplichting dat het de Amsterdamse galeries steunt, alleen omdat we in dezelfde stad zitten.”

Toch koopt het Stedelijk Museum regelmatig bij de Amsterdamse galeries. Conservator Leontine Coelewij: “We proberen zo goed mogelijk in de gaten te houden wat er wordt getoond, bij de gesettelde galeries, maar ook bij de jongste aanwas, zoals Jeanine Hofland of Boetzelaer Nispen. Daar vind je weer een heel andere energie. Omdat ze werken met kunstenaars van hun eigen generatie, die vaak net van de academie komen, zie je op openingen vaak weer een heel ander publiek.”

Recentelijk kocht het museum onder meer werk van Guido van der Werve bij Juliètte Jongma, van de Turkse kunstenaar Cevdet Erek bij Akinci, Commission van Erik van Lieshout bij Annet Gelink en iets van Mark Boulos bij Stigter Van Doesburg. “Je ziet in Amsterdam veel passie. In New York is het vooral big business, hier gaat het meer om de kunst; de betrokkenheid van de galeriehouders bij de kunstenaars is enorm.”

Toch wordt in de Amsterdamse galeriewereld gemopperd over de rol van het Stedelijk. Het museum zou minder betrokken en alert zijn dan musea in Den Haag en Rotterdam. “Er werd laatst door Museum Boijmans Van Beuningen een tentoonstelling in de Rotterdamse Onderzeeloods georganiseerd,” zegt een galeriehouder die anoniem wil blijven. Veel Amsterdamse galeries werden uitgenodigd voor een exclusieve preview. “Elke galerie mocht drie verzamelaars meenemen. Dat is voor iedereen ongelofelijk goed. Maar in Amsterdam neemt het Stedelijk Museum nooit het voortouw bij zulke initiatieven.”

De gevestigde orde

Annet Gelink: Draait een programma met internationale kunstenaars als Anya Gallaccio, Ryan Gander en Yael Bartana. Staat op de allerbeste kunstbeurzen ter wereld als Art Basel en de Frieze in Londen. Laurierstraat 187-189.
Paul Andriesse
: Verhuist uit het gebouw aan de Westerstraat naar de ruimte van De Expeditie van Zsa Zsa Eyck, die de komende tijd geen galerietentoonstellingen meer organiseert.
Fons Welters
: Is zijn jeugdig elan een beetje kwijt, maar heeft nog steeds goede kunstenaars zoals Job Koelewijn, Gabriel Lester, Folkert de Jong en David Jablonowski. Bloemstraat 140.
Stigter Van Doesburg
: Galerie Diana Stigter runde haar galerie al jaren samen met haar partner David van Doesburg, vandaar sinds kort een nieuwe naam. Elandsstraat 90.

De nieuwe golf

Martin van Zomeren: Experimenteel programma, moet op zoek naar een grotere ruimte. Prinsengracht 276.
Juliètte Jongma
: Begon in De Pijp met veel werk op papier, tegenwoordig steeds conceptueler. Gerard Doustraat 128a.
Grimm
: De golden wonderboy van zijn generatie. Is nu zelfs toegelaten tot Art Basel Unlimited. Keizersgracht 82, Frans Halsstraat 26.
Upstream
: Heeft dankzij kunstenaars als Marc Bijl en Izaak Zwartjes een tegendraads imago. Van Ostadestraat 294.
Gabriel Rolt
: Internationaal programma, locatie tussen de drogisten en kappers is niet ideaal. Elandsgracht 34.

De nieuwste lichting

Jeanine Hofland: Jonge conceptuele kunst. Durfde als een van de weinigen naar West te gaan. De Clercqstraat 62.
Tegenboschvanvreden: Begonnen eind 2009, accent op kunstenaars uit de Benelux. Bloemgracht 57.
Milk: Kleine ruimte met veel installaties. Witte de Withstraat 25.
Boetzelaer Nispen: Mix van kunstenaars uit Engeland en Nederland, vaak piepjong. De Clercqstraat 64.

09

07 2013