Archive for the ‘Beeldende kunst’Category

Ook in het ondoordringbaarste deel van de wereld dragen mannen shirts van Barcelona en Manchester United

Beeldend kunstenaar Roy Villevoye en portretfotograaf Koos Breukel fotografeerden alle 120 inwoners van Tí, een nederzetting aan het andere eind van de wereld. Het eerste dat opvalt? Dat de inwoners van Tí niet hun vrolijkste gezicht opzetten als ze worden gefotografeerd. In tegendeel: ze kijken nors, stoer, stuurs of boos. Op alle foto’s is slechts één lach te zien, op het gezicht van een joch in het blauwe shirt van het Franse nationale voetbalelftal. Op zijn hoofd staat een pet. Dwars. Waarom hij lacht is een raadsel, de rest van het gezin kijkt wél stuurs in de lens van Roy Villevoye.

De beeldend kunstenaar trok met fotograaf Koos Breukel naar Tí, een nederzetting in de provincie Papoea in het uiterste oosten van Indonesië. Het gebied, ongeveer zo groot als Nederland, bestaat voor het grootste deel uit ondoordringbaar mangrovemoeras; er is geen elektriciteit, geen radio of televisie en er zijn geen kranten. Het is er zoals het er altijd is geweest.

Het laatste deel van de ellenlange reis naar Tí gaat per motorprauw, over de bovenloop van de Unir-rivier, en duurt alleen al een dag of drie. Veel bezoek krijgen de Asmat dan ook niet – voor Villevoye juist reden wél aan de barre reis te beginnen. De kunstenaar reist de wereld al over sinds 1990; uitgekeken als hij was op de westerse cultuur ging hij op zoek naar een tegenpool die hem nog wél kon inspireren.

Op zijn reizen naar de Asmat – jagers en verzamelaars, die leven van wat er in de bossen en de rivieren is te vinden – nam Villevoye vaak foto’s mee van zijn eerdere bezoeken; eind vorig jaar bracht hij Koos Breukel mee naar Tí. Om samen alle 120 inwoners te fotograferen. De portretfotograaf zette de Tí-ers tegen een brokkelige muur in een special ingerichte ‘daglichtstudio’; de beeldend kunstenaar fotografeerde ze gewoon buiten, in het gras, met de stromende rivier op de achtergrond.

Breukel maakt klassieke, technisch perfecte portretten, waarop iedere groef en ieder pukkeltje of wondje zichtbaar is. De foto’s zijn zo scherp en de belichting is zo goed dat de fotograaf zelf vaak zichtbaar is in de pupillen van de geportretteerde.

Villevoye fotografeert ze Asmat meest ten voeten uit. Zo ontdek je dat ook in het ondoordringbaarste deel van de wereld mannen voetbalshirts dragen van clubs als Barcelona, AC Milan, Arsenal en Manchester United. Ook camouflageprints en legerjasjes zijn populair, net als T-shirts met opdruk. ‘We must love one another or die’ staat er op het shirt van een vrouw; in haar rechterarm zit haar dochtertje, die ook al wantrouwig naar de camera kijkt.

De verzamelde portretten zetten als vanzelf de hersenen in werking. Is het kunst of antropologie? Of aapjes kijken? Weten de Asmat dat ze in een museum hangen? Weten ze eigenlijk wel wat dat is, een museum? En wat vinden ze ervan dat ze in een museum te zien zijn en dat er een kunstboek te koop is met al hun foto’s erin?

Is er in onze geglobaliseerde wereld nog ruimte voor uniciteit en authenticiteit? Hoe zagen de Asmat hun fotografen; poseerden ze, en hoe wisten ze dan hoe? Zijn zij zelf tevreden over hun portretten; hebben de Asmat eigenlijk wel een zelfbeeld? Waarom kijken ze zo boos?

In het kleinste zaaltje van Foam zijn foto’s te zien waarop Breukel en Villevoye aan het werk zijn. Op een daarvan kijkt een Asmat-man naar een vers printje van zijn eigen portret. Lachend.

Koos Breukel & Roy Villevoye, . T/m 19/6 in Foam, Keizersgracht. Bij de tentoonstelling is een gelijknamig boek verschenen, uitgegeven door Lecturis & Van Zoetendaal. ISBN 978-94-6226-008-5, € 35,-.

01

05 2013

Hoge kunst, lage drempels

Ook de Bijenkorf staat de komende maand in het teken van de heropening van het Rijksmuseum. In het warenhuis zijn ‘stillevens’ ingericht door kunstenaars, er zijn etalages gewijd aan het museum en er is een grote ‘shop-in-shop’ van het Rijks.

Ook moderne kunst ontbreekt niet. We Like Art, een platform dat de verkoop van beeldende kunst stimuleert door middel van originele (online) presentaties, toont op de vierde verdieping 64 speciaal geselecteerde kunstwerken. Daarmee wordt een oude traditie in ere hersteld; de Cobra schilders waren eerder in de Bijenkorf te zien dan in het Stedelijk Museum. Toen Benno Premsela er nog als ‘hoofd etalages en binnenopmaak’ werkte, werd er steevast moderne kunst geëxposeerd in de Bijenkorf.

We Like Art wil laten zien dat je ook met een relatief klein budget kunst kunt kopen van kunstenaars met museale en internationale tentoonstellingen. Kunstenaar Michiel Hogenboom, samen met kunstadviseur Carolien Smit de drijvende kracht achter We Like Art: “Hoge kunst, lage drempels; dat is ons credo. We tonen niet alleen aanstormend talent, maar ook kunstenaars over wie je leest op de kunstpagina’s van de grote kranten. Het zijn echt buitenkansjes.”

Hogenboom en Smit selecteerden foto’s van onder anderen Paul Kooiker, Popel Coumou, Charlotte Dumas en Anouk Kruithof. Er hangen werken op papier van Tim Ayres en Joncquil, en schilderijen van de door de AVRO tot ‘Nieuwe Rembrandt’ gebombardeerde Alex Jacobs & Ellemieke Schoenmaker. Niels Broszat maakte een bloemstilleven met verf op piepschuim, Jasper de Beijer toverde een borstbeeld uit een 3D-printer.

Bijna alle werken kosten minder dan 1.500 euro. Hogenboom: “De werken hangen in een zogenaamde prijstransparante salonopstelling en zijn voorzien van titelbordjes met prijsinformatie. Gek genoeg is dat niet zo gangbaar in de kunstwereld, meestal moet je vragen naar de prijs. Het duurste werk is Flash #1, een joekel van een foto van het aanstormende talent Isabelle Wenzel, voor 1.645 euro. Het goedkoopste is Fire still live van Elspeth Diederix: 245 euro, ingelijst en wel.”

Alle werken zijn hem even dierbaar, natuurlijk, maar als Hogenboom een favoriet moet noemen, is het de foto B. Dreaming van Inez van Lamsweerde en Vinoodh Matadin. “Die hing een poosje geleden nog prominent op hun overzichtstentoonstelling in FOAM. Nu bij ons te koop voor 532 euro. Super toch?”

We Like Art @ de Bijenkorf. T/m 19/5 in de Bijenkorf, Dam1.

13

04 2013

Galerie – Beeldende kunst in Amsterdam

Wim T. Schippers. T/m 14/4 in Arti et Amicitiae, Rokin 112.

Vorige week ontving Wim T. Schippers (Groningen 1942) de Arti-medaille 2013, een tweejaarlijks eerbetoon van de leden van Arti et Amicitiae aan een eigentijdse collega-kunstenaars. De prijs bestaat uit 5000 euro, een medaille en een tentoonstelling in de expositieruimte boven de Amsterdamse sociëteit.

Te zien zijn zwart-witfoto’s van zijn vroege performance-achtige activiteiten in Museum Fodor en van zijn Pindakaasvloer – zonder iets van toelichting overigens. Er staan vitrinekasten boordevol Sjef van Oekel-strips, Ronflonflon-boeken, dvd’s met hilarische televisieklassiekers als De lachende scheerkwast, en programmaboekjes en flyers van toneelstukken als Wuivend graan en Het laatste nippertje.

Maar het leukst is de beeldende kunst. Van zijn Composition avec Cube (1969) tot zijn Komposition Rudimentär (1982); elk werk geeft blijk van een gedegen vakmanschap én een soort superieure minachting voor dat vakmanschap en – vooral – Kunst met een hoofdletter K. Er toch vielen de fraaie collages en tekeningen zo in de smaak van Stedelijk Museum-directeur Willem Sandberg dat die ze aankocht en de jonge kunstenaar subiet een tentoonstelling in het vooruitzicht stelde.

Ook Tulips (1966) wordt vertoond, de nog geen drie minuten durende eerste aflevering uit een reeks ‘genuine sad movies’, waarvoor Schippers het scenario schreef: de camera draait langzaam om een bosje tulpen dat op een jaren vijftig-wandmeubel staat en terwijl de dramatische muziek aanzwelt, valt een enkel blaadje. The End.

Ernaast staat een Tinguely-achtige machine, met de onuitsprekelijke naam djnoQstrvixsc (2002), die draait en puft en knippert. Ja, Schippers is waarlijk van vele markten thuis. Zijn Duchamps-achtige genie komt misschien nog wel het beste naar voren uit een werk dat geen werk is: in een hoek hangt een vieze theedoek aan de thermostaat. De lap zou na de opening per ongeluk kunnen zijn blijven hangen, het is echter een welbewuste ingreep van de kunstenaar. Op het klimaatbeheersingsapparaat eronder ligt iets wat op een zwabber lijkt en er steekt ook een groen takje uit.

‘Het lukt Wim T. Schippers telkens weer zijn publiek in verwarring te brengen en met vragen achter te laten,’ stelt de Arti-jury met recht in zijn rapport. ‘Met zijn absurde werken en acties tart hij de vaak te serieuze en zelfingenomen posities van de kunstwereld. Schippers is een constante bron van ideeën en altijd bereid zichzelf en zijn handelen als kunst te manifesteren.’

30

03 2013

Galerie – Beeldende kunst in Amsterdam

Lidy Jacobs, Pink Couple. T/m 7 of 14/3 in Marian Cramer Projects, Chopinstraat 31.

“Mam, moet dat nou?!,” vroegen de opgroeiende zonen van Marian Cramer toen ze de expliciete beeldjes van Lidy Jacobs een plek gaf in haar galerie aan huis in Oud-Zuid. De wat oudere buurtbewoners ziet Cramer wel eens een wenkbrauw optrekken als ze de beeldjes bekijken die voor het woonkamerraam staan opgesteld. Maar tot tumult heeft Jacobs’ kunst niet geleid; Cramer heeft haar ramen niet wit hoeven schilderen, zoals expositieruimte Milk aan de Witte de Withstraat recent moest doen na klachten uit de buurt.

De poppen en poppetjes van Jacobs (Heerlen 1959), gemaakt van roze stof of fimo-klei, balanceren tussen erotiek en kinderlijke onschuld. Ze zijn aandoenlijk; knuffelbaar, maar ook een beetje eng. Half man, half vrouw; half mens, half beest.

Met haar knuffels is Jacobs op zoek naar authentieke seksualiteit en onthult ze de dualiteit van seksuele gevoelens. Dat luistert nauw. Nadat Cramer een pluizig konijnenstelletje had neergezet in de hal, liet Jacobs weten dat het niet de bedoeling is dat het lijkt alsof het mannetje het vrouwtje aanrandt. Dat hij met zijn genitaliën naast het kruis van het vrouwtje zit, is niet erg. Als het er maar uitziet alsof hij een beetje vergeten is wat hij doet; dat zijn gedachten ergens anders zijn…

Marie Cécile Thijs, Food Portraits. T/m 27/4 in Eduard Planting Gallery | Fine Art Photographs, Eerste Bloemdwarsstraat 2 links.

Marie Cécile Thijs (Heerlen 1964) maakte nadat ze in 2000 van de advocatuur overstapte naar de fotografie naam met schilderachtige, naar de Gouden Eeuw knipogende portretten – niet alleen van mensen en dieren (katten, Salinero), maar ook van voedsel.

Voor de weekeindbijlage van Het Financieele Dagblad fotografeerde Thijs onder meer tientallen kikkererwten die roerloos in de lucht hangen; een enorme stapel matzes in een bed van opstuivende bloem; rode wijn die – bepaald onorthodox – wordt gedecanteerd in een keukenmachine; en schijfjes citroen die op raadselachtige wijze blijven zweven.

Het moet zeeën van tijd en bergen ingrediënten hebben gekost, maar het resultaat is er naar; Thijs’ fraaie, vindingrijke voedselportretten zijn zowel gekunsteld als ingetogen; en verstild en dynamisch tegelijk.

27

03 2013

Chocoladesiroop is het doucheputje

Als Psycho na een tumultueuze productieperiode en een echtelijke crisis in huize Hitchcock dan eindelijk in première gaat, staat Alfred Hitchcock moederziel alleen in de hal naar de uitverkochte zaal. Hij doet de zaaldeuren een stukje open en gluurt naar binnen, benieuwd als hij is naar de reacties. Hoewel, benieuwd is een understatement. Hitchcock is doodsbenauwd, zijn filmende leven hangt van de film af. Geen studio zag brood in Psycho; hij heeft een hypotheek op zijn landhuis moeten nemen om de horrorfilm te financieren.

Hitchcock ziet al snel dat het goed is. En als de ijzingwekkend krassende violen klinken, slaat hij als een dirigent de maat. Alsof hij het publiek aan een touwtje heeft. De zaal gilt, Hitchcock grijnst. De rest is geschiedenis: Psycho werd het grootste commerciële succes uit de carrière van ‘the master of suspense’.

Zo gaat het althans in Hitchcock, Sacha Gervasi’s vermakelijke drama over de totstandkoming van Psycho (1960). Daarin is ook te zien hoe Hitchcock (Anthony Hopkins) de strijd aangaat met de censors, die geen bloed of bloot willen zien. “Ze is niet naakt, ze draagt een badmuts”, zegt Hitchcock. Ook de door Scarlett Johansson gespeelde Janet Leigh (die Marion Crane speelt in Hitchcocks Psycho) maakt zich druk om haar naaktscène: “Ik zie er nu eenmaal niet bepaald jongensachtig uit”.

Hitchcock neemt zelf het keukenmes ter hand; tijdens de opnames heeft hij zijn vrouw en de man die haar het hof maakt voor ogen en hakt er vervolgens lustig op in. “Ik denk dat ik nooit meer een douche neem”, zegt personal assistent annex script supervisor Peggy Robertson als de film ten kantore wordt vertoond.

Het zijn slechts een paar van de ontelbare verhalen over Psycho, die variëren van onwaarschijnlijke, maar ware gebeurtenissen tot prachtige fabels. ‘De moeder van alle moderne horrorfilms’ werd bij de release neergesabeld door de kritiek, maar het publiek stroomde toe en was onder de indruk. En er waren inderdaad mensen die niet meer onder de douche durfden. Hitchcock ontving naar verluidt een brief van een woedende man, die schreef dat zijn dochter na Les Diaboliques niet meer in bad durfde en na het zien van Psycho vergelijkbare angsten had voor de douche. “Stuur haar naar de stomerij,” zou het antwoord van Hitchcock hebben geluid.

De nog geen drie minuten durende douchescène werd in zeven dagen opgenomen, met ruim zeventig verschillende camera-instellingen. Hitchcock had een torso laten maken waaruit het bloed had moeten spuiten, maar besloot die toch niet te gebruiken. In zijn boek The Girl in Hitchcock’s Shower onthult Robert Graysmith dat het naaktmodel Marli Renfro voor het bedrag van vierhonderd dollar als body double fungeerde, maar volgens Janet Leigh is zij zelf en niemand anders te zien in de douchescène. Haar borsten waren tijdens de opnamen bedekt met huidkleurige stof.

Tijdens de keuring meenden drie van de vijf censors desalniettemin een tepel te zien en Hitchcock werd opgedragen het shot te verwijderen. Hij nam de film mee en bracht hem de volgende dag ongewijzigd terug. De sluwe vos was er terecht van uitgegaan dat de censors het toch niet in de gaten hadden.

De douche-scène is in de loop der jaren ontelbare keren nagemaakt, geparodieerd en geciteerd, en niet alleen in horrorfilms als George A. Romero’s The Crazies (1973), Tobe Hoopers The Funhouse (1981) of Les lèvres rouges / Daughters of Darkness (1971) van de Vlaming Harry Kümel. Homer die in de animatieserie The Simpsons van een krukje valt, zich vastgrijpt aan het wegglijdende tafelkleed, een verfpot omgooit en de verf in een putje ziet weglopen? Psycho! In Looney Tunes: Back in Action (2003) spoelt Bugs Bunny chocoladesiroop door het afvoerputje (Hitchcock gebruikte dezelfde substantie in plaats van bloed).

Natuurlijk knipoogt Richard Franklin in Psycho II (1983) naar de befaamde douchescène; in Tim Burton’s Charlie and the Chocolate Factory (2005) is de douchescène op een televisie te zien; en in Red Rain, Matthijs van Heijningen jr.’s fraaie ode aan Psycho, overleeft Kim van Kooten weliswaar de douche in het afgelegen, uitgestorven motel waar ze in het holst van de nacht in de stromende regen belandt, maar ook hier blijkt de waard niet te vertrouwen.

Jon Amiel toont zich met Copycat (1995) zelf een copycat in een scène waarin Sigourney Weaver onder de douche stapt. Maar de meest hardnekkige navolger is Brian De Palma, de regisseur met een ware Hitchcock-obsessie. In Carrie (1976) staat de piepjonge Sissy Spacek onder de douche na een potje volleybal. Het bloed dat zich hier met het water vermengt, wordt niet veroorzaakt door messteken, maar is Carries eerste menstruatiebloed. In de openingsscène van Dressed to Kill (1980) denkt Angie Dickinson tijdens een vrijpartij dat ze onder de stromende douche wordt gewurgd. Binnen het half uur komt zij inderdaad aan haar eind. Niet onder de douche, maar in de lift, waar ze door haar psychiater in mootjes wordt gehakt.

In Blow Out (1981) is het opnieuw raak. De film begint met een variatie op Psycho. Op het moment dat het schreeuwende meisje – mét blote borsten – in stukken wordt gehakt, wijkt de camera achteruit en verschijnt lachend geluidsman John Travolta in beeld. Hij zit in een studio naar rushes van de low budget horrorfilm Angst in het internaat te kijken. “Wat een slechte gil!,” luidt zijn commentaar.

In de vermakelijke parodie High Anxiety (1977) gaat Mel Brooks aan de haal met zo’n beetje alle Hitchcock-klassiekers, ook met Psycho. De schim die achter het douchegordijn opduikt, blijkt een piccolo. Die zwaait niet met een mes, maar met de krant waar Brooks al een paar keer om had gevraagd. In het doucheputje loopt de uitgelopen inkt weg.

Gus van Sant ging zover in zijn adoratie dat hij Hitchcocks meesterwerk shot voor shot namaakte (Psycho, 1998). Maar in de badkamerscène wijkt Van Sant om ondoorgrondelijke redenen af van het origineel: bij hem zetten de violen pas in ná de eerste messteken. Hitchcock wilde aanvankelijk alleen een gillende vrouwenstem laten horen of helemaal geen geluid onder de scène zetten. Maar de ijzingwekkend krassende violen die Herrmann bedacht, maakten de scène nog sterker, vond Hitchcock. Van Sants versie bewijst zijn gelijk.

Twee keer wordt het mes gezet in de rug van Marion Crane (hier gespeeld door Anne Heche). Tussendoor zijn beelden gemonteerd van een onheilspellend bewolkte lucht. Ook het kleurgebruik heeft geen toegevoegde waarde; het dieprode bloed dat in Van Sants doucheputje wegstroomt, maakt minder indruk dan de chocoladesiroop van Hitchcock. Met de suggestie verdwijnt de spanning.

Niet alleen filmmakers gingen aan de haal met Psycho; de Zwitserse conceptuele kunstenaar Christoph Draeger maakte in 2004 Schitzo (redux), waarin hij de versie van Van Sant over het origineel van Hitchcock projecteerde. De Schotse videokunstenaar Douglas Gordon rekte Psycho op tot een 24 uur durende ‘dual-channel video-installatie, 24 Hour Psycho Back and Forth and To and Fro. De Nederlandse kunstenaar Jeroen Offerman gaat in To Become, Shift, Transfer, Copy and Erase JANET LEIGH aan de hand van de fameuze douchescène na of het mogelijk is om de acteur en zijn/haar personage van elkaar te scheiden. Offerman bouwde de badkamer na, en liet in deze ‘filmsetsculptuur’ eerst Anouk Bax, vervolgens een andere acteur en ten slotte zichzelf de rol van Janet Leigh spelen.

Scarlett Johansson had weinig problemen om in de huid te kruipen van Janet Leigh die in de huid kroop van Marion Crane. “Je moet gewoon je tanden op elkaar zetten en onder de douche stappen. En dan staat Anthony Hopkins opeens voor je neus met een enorm keukenmes te zwaaien,” vertelde ze in het Amerikaanse modeblad V Magazine.

“Anthony mag een schatje zijn, hij is ook angstaanjagend. Misschien kwam het omdat ik Silence of the Lambs te vaak gezien heb toen ik klein was, ik had in ieder geval weinig moeite om me in te leven.”

Sacha Gervasi’s Hitchcock draait nu in de Nederlandse bioscopen.
Nota bene: voor dit artikel, gepubliceerd in Het Parool, heb ik gebruik gemaakt van een stuk dat ik eind vorige eeuw schreef voor
de Volkskrant.

18

03 2013

Kunstbeurs voor en door jonge kunstenaars

“Waarin Unfair zich onderscheid van andere kunstbeurzen?” De organisatoren Adam Nillissen, Boris de Beijer en Peter van der Es kijken elkaar even aan, en formuleren dan samen een antwoord, een beetje als Kwik, Kwek en Kwak. Van der Es: “Het is een overzicht van een jonge generatie kunstenaars, die niet langer dan vijf jaar geleden zijn afgestudeerd.” Nillissen: “De beurs is voor een belangrijk deel gefinancierd met crowd funding, waarvoor alle geselecteerde kunstenaars hun eigen netwerk hebben aangesproken.” “Alle kunstenaars helpen ook mee met de fysieke opbouw van de beurs: de muurtjes optrekken, schuren, verven, timmeren…,” vult De Beijer aan.

Daags voor de opening van Unfair zijn tientallen jonge kunstenaars in de enorme Bagagehal van Loods 6 aan de KNSM-eiland in de weer met witrollers en elektrische schroevendraaiers. Ook de organisatoren doen mee. Hun werk maakt dan ook deel uit van de kunstbeurs. De Beijer (27), anderhalf jaar geleden afgestudeerd aan de Rietveld, presenteert ruimtelijk werk; Van der Es (27), in 2010 afgestudeerd aan de ArtEZ hogeschool voor de kunsten, komt met nieuwe videowerken; en Nillissen (29), eveneens in 2010 afgestudeerd aan ArtEZ, toont een 5-scherms video-installatie en tekeningen.

Naast hun eigen werk selecteerden de drie, in samenspraak met het kunstblad Mister Motley, werk van 27 collega-kunstenaars, onder wie Joost Krijnen, Willem Popelier, Anne Forest en Jan Hoek. Van der Es: “Je wilt niet alleen jezelf in een expo’tje neerzetten… we willen een hele generatie laten zien. We zitten allemaal in hetzelfde schuitje. Er is de afgelopen jaren veel veranderd voor net afgestudeerde kunstenaars; subsidie is veel minder vanzelfsprekend geworden, er is veel ondersteuning weggevallen, en dat zal op de korte termijn niet beter worden.”

Op Unfair wordt ‘een mix van alles’ gepresenteerd, van installaties en schilderkunst tot foto’s en videowerken. Nillissen: “We hebben niets willen uitsluiten. Het is een doorsnede, een overzicht van de eerste vijf jaar na zoveel mogelijk verschillende kunstacademies.” Van der Es: “Wel hebben we de deelnemende kunstenaars gevraagd om nieuw werk te maken of om werk af te ronden of werk op een nieuwe manier te presenteren. We willen vooruitkijken, en niet zoals veel andere beurzen bekend werk tonen of werk dat al in een galerie te zien is geweest.”

De Beijer: “Er zijn wel kunstenaars bij die al een galerie hebben. Maar dat is geen probleem; wij concurreren niet met de galeries. Wij ontvangen geen percentage van de verkoopprijs en vragen ook geen geld voor de standhuur. De opbrengst gaat in zijn geheel naar de kunstenaars.”

Van der Es: “Het economische aspect is heel belangrijk. De beurs is mogelijk door allerhande samenwerkingsverbanden; een daarvan is met het veilinghuis Christie’s. Daarmee hopen we het beurspubliek óók binnen te krijgen.” Nillissen: “Daarnaast komt Christie’s veilingmeester Benthe Tupker donderdagmiddag de beurs openen.” Van der Es: “Dat vinden wij wel mooi; dat iemand van zo’n commercieel bedrijf dat doet.”

Nog voor de opening is de beurs voor de organisatoren al geslaagd, door de contacten die er zijn gelegd tussen de kunstenaars en door de energie die die contacten hebben opgeleverd. Nillissen: “Maar je gaat de lat vanzelf hoger leggen. Nu richten we ons op zo hoog mogelijke bezoekersaantallen. En als dat gelukt is op een zo groot mogelijke verkoop.”

Over de vraag wat zo hoog mogelijk is, hoeft Nillissen niet lang na te denken. “Hoeveel bezoekers had Unseen? 22 duizend? Dan gaan wij voor de helft: 10 duizend, dat zou leuk zijn.” De Beijer: “Als je deze vraag een paar maanden geleden had gesteld, was het een stuk lager geweest. Maar door alle samenwerkingsverbanden hebben we inmiddels een enorm draagvlak gecreëerd. Het wordt echt iets.”

Unfair Amsterdam. 14 t/m 17/3 in Loods 6, KNSM-laan 143.

15

03 2013

Galerie – Beeldende kunst in Amsterdam

Aanstaand weekeinde zijn de laatste rondleidingen door de gezamenlijke tentoonstelling van de kunstcollecties van Kennedy Van der Laan, ABN AMRO en ING, met schilderijen van onder anderen Michael Raedecker, Roger Raveel, Sara van der Heide en Natasja Kensmil. Aanmelden voor de rondleiding door kunstenaar Erik Mattijssen in het kantoor van Kennedy Van der Laan kan door een e-mail te sturen naar stefanie.van.der.woude@kvdl.nl.

14

03 2013

Het troosteloze leven in de grote stad wervelend verbeeld

Soft City heet het belangrijkste werk van de 72-jarige Noorse kunstenaar Pushwagner. Die titel moet ironisch worden opgevat, Soft City is een zwartgallig, 154 pagina’s tellend beeldverhaal over dystopia: een geautomatiseerde grootstad met niets dan negatieve eigenschappen, waarin iedereen de godganse dag hetzelfde doet.

Alle brave huisvader vaders staan tegelijk op, slikken een enorme pil waardoor ze het leven aankunnen, en stappen dan allemaal tegelijk, als verdoofd, in hun identieke auto’s, uitgezwaaid door hun vrouw met baby op de arm, om vervolgens allemaal bij hetzelfde bedrijf in te klokken. Enzovoort, et cetera; de doodsheid en sleur worden door Pushwagner vervat in zwart-wit pentekeningen met eindeloze herhalingen en humorrijke details.

Hariton Pushwagner is een pseudoniem voor Terje Brofos (Oslo 1940); een knipoog naar de Hare Krishna en andere Oosterse filosofieën én naar winkelwagentjes (‘push wagons’). Hij volgde zijn opleiding aan de Kunstacademie in Oslo en de Cité Internationale des Arts Paris. Daarna leidde Pushwagner een armetierig, anoniem en zwervend bestaan, met veel drank en drugs.

Aan het beeldverhaal Soft City werkte Pushwagner al vanaf 1969, geïnspireerd door een ontmoeting met de Noorse scifi-auteur Axel Jensen. Pas in 2008 zorgde het hallucinerende toekomstvisioen voor zijn internationale doorbraak, toen het in zijn geheel werd getoond op de 5e Biënnale van Berlijn en het werd vergeleken met Aldous Huxley’s Brave New World en Fritz Langs meesterwerk Metropolis. Sindsdien koesterde directeur Sjarel Ex ook de wens Pushwagners werk in Museum Boijmans Van Beuningen tentoon te stellen.

Vijf jaar later is het zover. Via een entree, verscholen in een knalroze, pop art-achtige mond, belandt de museumbezoeker in Pushwagners krankzinnige universum. De losse bladen van Soft City zijn er te zien, net als de voorbereidende schetsen, en een paar minuten durende pilot voor een lange animatiefilm over het troosteloze leven in de grote stad. Dezelfde thematiek keert terug in A day in the life of family man uit 1980, een reeks van 34 fraaie zijdezeefdrukken in roze, zwart en grijs.

Misschien wel het mooist is Apocalypse Frieze, een serie van zeven zeer complexe schilderijen. In dit hedendaagse altaarstuk, gegroepeerd in de stijl van Het Lam Gods van de gebroeders Van Eyck, verbeeldt Pushwagner de waanzin van oorlog, milieuvervuiling en hongersnood. In gekmakend gedetailleerde schilderijen, met titels als Dadadata en Heptashinok, van werkkampen met duizenden mannetjes die nietsvermoedend hun dood tegemoet wandelen, op een zee van skeletten en lijken varende oorlogsschepen en luchten die zwart worden gekleurd door bommenwerpers, die als in een houtgravure van Escher in elkaar passen.

Pushwagners zinderende Zelfportret spant de kroon: het is een contour van een hoofd, waarin ontelbare, eendere mannetjes in eindeloze cirkels lopen, gadegeslagen door nóg veel meer (naakte) vrouwen. Iedere millimeter van het metersgrote, maniakale, duizelingwekkende werk is volgetekend, wat deels de datering verklaart: 1973-1993.

Zelfportret hoeft overigens niet letterlijk genomen te worden, vertelde de in gekreukt zwart geklede, breekbaar ogende, aan een met sterke drank aangelengd flesje cola lurkende Pushwagner bij de opening van de expositie. ‘Of ik mezelf zo zie? Nee! Zelfportret, mijn reet! Misschien is het Bin Laden wel. Of de linksbuiten van Arsenal.’

Pushwagner: Soft City. T/m 26/5 in Museum Boijmans van Beuningen.

13

03 2013

Galerie – Beeldende kunst in Amsterdam

Douglas Perez Castro, A whisper in the wind. T/m 23/3 in Galerie Metis-nl, Lijnbaansgracht 316.

Een duizendpoot die over vijf enorme, veelkleurige doeken kronkelt. Een draak die in zijn eigen staart bijt. Een skelet, een ineenstortend gebouw. Een smal pad tussen de rietsuikervelden. Of is het toch een bord met wisselkoersen?

Er valt veel te zien en te ontdekken in de vierde solotentoonstelling in Metis-nl van de Cubaanse schilder Douglas Pérez Castro (Cienfuegos 1972). Perez Castro, die na een kunstopleiding in Havana aan de Rijksakademie van Beeldende Kunsten in Amsterdam studeerde, becommentarieert niet alleen de sociale geschiedenis van zijn land, maar put ook gretig uit de (West-Europese) kunstgeschiedenis. In een vrolijke, bijkans kinderlijke, maar overweldigende en virtuoze stijl.

Als je het kronkelende gevaarte van dichtbij bekijkt, zie je tientallen mannen en vrouwen met lange, dunne nekken, enorme borsten en piemels, en D&G- en YSL-logo’s op het blote lijf, uitgemergelde arbeiders en zakenlieden met grote zakken dollars. Mocht nog niet duidelijk zijn wat het allemaal te betekenen heeft, dan biedt de titel uitkomst: Ecosystem. Alles is met elkaar verbonden, wil Pérez Castro maar zeggen.

Social Media Art, met werk van Menno Kok en Afke Besseling. T/m 30/3 in Boef, Buikslotermeerplein.

De tentoonstelling Social Media Art beslaat, zoals de titel al aangeeft, twee kunstprojecten die zonder sociale media nooit in deze vorm zouden zijn ontstaan. Fotograaf Menno Kok, die in 1997 afstudeerde aan de Rietveld Academie en inmiddels docent is aan de Fotoacademie, plaatst sinds 2010 foto’s van matrassen op Facebook. Van afgedankte matrassen welteverstaan; beschimmelde, doorgelegen of anderszins beduimelde exemplaren die aantreft bij vuilstortplaatsen of gewoon langs de kant van de weg. Kok fotografeert ze met zijn smartphone, even snel in het voorbijgaan. Zijn dagelijkse posts op Facebook inspireerden vrienden en vrienden van vrienden om hetzelfde te doen; het resultaat is Everyday Mattress, een gesamtkunstwerk dat door de veelheid en eenheid van vorm niet alleen grappig is, maar ook gezien kan worden als commentaar op onze wegwerpmaatschappij.

Naast de opgespelde printjes van Kok hangt de ‘verveelkunst’ van beeldend kunstenaar Afke Besseling: bewust klungelige computertekeningen met onbedaarlijk leuke, vaak grove of vervreemdende bijschriften, die ze dagelijks publiceert op haar Facebookpagina. Te zien in BOEF, een anagram van FEBO; de tijdelijke galerie is gevestigd in de voormalige vetput op de kop van het Buikslotermeerplein in Noord.

En verder: in EYE zijn ‘scène-interpretaties’ te zien die fotografen als Bertien van Manen en Robin de Puy maakten naar aanleiding van Norbert ter Hall speelfilm &Me, die deze week in première gaat. In galerie Cultural Speech staat nog de overzichtstentoonstelling Represent, met werk van de New Yorkse straatfotograaf Jamel Shabazz.

Bewegend beeld is booming op Rotterdamse beurs

Waar Art Amsterdam vorig jaar aan ruzie ten onder ging, dijt Art Rotterdam almaar uit. Er zijn weer veel Amsterdamse galeries present, ook op Projections, de jongste kunstbeurs.

Het rode doek van het verlaten, Art Deco-achtige theatertje gaat open. De melancholische muziek zet in, achter de bühne verschijnt een aquarel van een vliegveld. Een groepje stewardessen komt links het beeld in wandelen. Ze kwebbelen onhoorbaar, dan verdwijnen ze weer aan de rechter kant van het beeld. De achtergrond verandert, kindertjes lopen van links naar rechts, een jogger met zijn hond, gevolgd door een peloton wielrenners.

Zo gaat het maar door in Parade, de nieuwste videoproductie van de Vlaming Hans Op de Beeck. Het ene tableau vivant volgt op het andere, in een schijnbaar oneindige sliert. Een uitbundige groep majorettes wordt gevolgd door een stemmige begrafenisstoet; het leven door de dood, zou je ook kunnen zeggen. Tot slot gaat het doek weer dicht.

Het gestileerde Parade beleeft zijn Nederlandse première op Projections, het jongste onderdeel van de steeds verder uitdijende Art Rotterdam Week. Er is een beurs in de Cruise Terminal op de Wilhelminapier, voor de veertiende keer alweer, waarop, aldus de organisatie, de ‘volledige top van de Nederlandse galeries aanwezig is, niemand uitgezonderd’. Op Katendrecht, aan de andere kant van de Rijnhaven, vindt in pakhuis Santos tegelijkertijd de alternatieve beurs RAW plaats (‘een vernieuwende beurs ervaring’). Even verderop in de Fenixloods, waar vorig jaar de eerste editie van RAW plaatsvond, is nu de nóg alternatievere beurs Art at the Warehouse.

En dat is nog niet alles. In het Nederlands Architectuurinstituut is de designbeurs OBJECT, in bioscoop LantarenVenster is een presentatie van 35 jonge kunstenaars die in 2011 een startstipendium van het Mondriaan Fonds hebben ontvangen. Aan de Blaak is Re:Rotterdam, nog maar een kunstbeurs. Ook zijn er site fairs, open ateliers, pop-up shows, performances en feestjes. Kortom, Rotterdam bruist.

Maar ‘the place to be’, dat is dus de videobeurs Projections, aldus Art Rotterdam-directeur Fons Hof. ‘Bewegend beeld is booming. Videokunst maakt een steeds belangrijker onderdeel uit van de kunstenaarspraktijk en de tentoonstellingen in musea en internationale biënnales. Wij bieden echter geen benauwde hokjes, maar de mogelijkheid vrij rond te lopen, in direct contact met de galeriehouder. Onderscheidend en uniek in de wereld!’

In het voormalige pakhuis Las Palmas – de locatie is markant; begin van deze eeuw had hier het Filmmuseum moeten verrijzen – presenteren 19 gerenommeerde galeries, waarvan een groot aantal uit Amsterdam, hun videokunst. Op metersgrote schermen, van kunstzinnige dansfilms en abstracte computeranimaties tot ondoorgrondelijke, op 16mm geschoten beeldenbrijen en korte dramaproducties.

De projecties van de Duitse Sophia Pompéry laten een rimpeling verschijnen op het wateroppervlak van een halfvolle badkuip; in het Zweedse dramafilmpje Family Dinner, dat later dit jaar ook te zien zal zijn op het filmfestival van Cannes, zit een jonge vrouw in een bad opwindende tekstberichten te sturen naar haar minnaar, terwijl haar man en dochtertje in de designkeuken het avondmaal bereiden.

De Israëlische Keren Cytter presenteert een aantal ironische, soapy afleveringen uit haar serie Vengeance; de Duitse Josephine Meckseper maakte een fraaie zwart-witremix van gelikte, hightech autocommercials, op de pompende beat van NON’s Total war. 6 minuten duurt het duizelingwekkende filmpje; het is op Art Rotterdam Projections te koop voor 22.000 euro.

Art Rotterdam duurt t/m 10/2.


ANDAZ HOTEL
Het Andaz Hotel aan de Prinsengracht, dat in de lobby, het restaurant en de gangen film- en videokunst vertoont, is een van de sponsors van Art Rotterdam. Het hotel heeft een vakjury twee aankopen laten doen. De ontroerende, zwart-wit ‘dubbelprojectie’ Defect in Vision van de Japanse videokunstenaar Meiro Koizumi wordt geschonken aan het Stedelijk Museum en De Hallen Haarlem. Vengeance, the complete Episodes 1-7 van Keren Cytter wordt opgenomen in de eigen The Mind’s Eye-collectie, een samenwerking tussen hoteleigenaar Paul Geertman en vormgever Marcel Wanders waarin al werken zijn opgenomen van Pipilotti Rist, Marc Bijl, Yael Bartana, Erwin Olaf en Ryan Gander.

ALFREDO JAAR
Het entreebewijs van Art Rotterdam biedt tevens toegang tot de meesterlijke installatie The Sound of Silence van de Chileen Alfredo Jaar in het Nederlands Fotomuseum, pal tegenover de Cruise Terminal. In een aantal korte zinnetjes – witte schrijfmachineletters tegen een zwarte achtergrond – vertelt Jaar het dramatische levensverhaal van de Zuid-Afrikaanse fotograaf Kevin Carter, die in 1993 tijdens een hongersnood in Sudan een foto maakte van een hongerend kind, met een gier op de achtergrond. De omstreden foto verschijnt maar een paar tellen in beeld, maar laat een verpletterende indruk achter.

09

02 2013