Archive for the ‘Beeldende kunst’Category

Lekker experimenteren met ideeën

‘Het is in de eerste plaats een programma voor kunstenaars en kunstliefhebbers, maar het moet ook interessant zijn voor mensen die toevallig langszappen. Die moeten óók blijven hangen. Dus moet het snel communiceren met de kijker, sneller dan in een kunstcontext, zoals een galerie of een museum. Het moet direct iets losmaken.’

RIETVELD TV (of ‘rieTVeld’) heet het even informatieve als vermakelijke programma van de Gerrit Rietveld Academie, waarvan iedere eerste zaterdag van de maand op AT5 een nieuwe, 12 minuten durende aflevering wordt uitgezonden. Het wordt sinds 2008 gemaakt door Kuno Terwindt en Gijs Müller. Terwindt studeerde zelf af in 1996 aan de Rietveld Academie (‘De lichting van Jeroen de Rijke en Joost Conijn’). ‘Wij vroegen ons af wat er eigenlijk met al ons werk was gebeurd, want officieel was er niets bewaard gebleven. Een bewegend beeld archief was er simpelweg niet.’

Zoektochten door de krochten van de academie en de ‘subarchiefjes’ van docenten en onderwijscoördinatoren leverden een schat aan materiaal op. In allerhande al lang niet meer gangbare filmformaten, van super8 en U-matic tot ‘single reel video’. Van inmiddels bekende kunstenaars als Rob Scholte, Micha Klein, Gerrit de Jager, Michiel Romeyn, Peter Klashorst en Rogier & Maarten van der Ploeg, maar ook van makers van wie na het eindexamen weinig meer is vernomen. Heel goed werk én filmpjes waarvan de makers het bestaan soms liever zouden ontkennen. Maar bijna allemaal ‘echte Rietveld-werk’, aldus Terwindt: ‘Je komt de gekste dingen tegen. Maar ze hebben allemaal dezelfde Rietveld-touch. Wat dat is? Laat ik het zo zeggen: het conceptuele is heel belangrijk op de Rietveld, de uitvoering laat nog wel eens te wensen over. Het is vaak lekker experimenteren met ideeën’.

Vanavond begint het derde seizoen, waarin Terwindt niet langer alleen studentenwerk wil laten zien, maar ook nieuw werk van ex-studenten. ‘Daardoor kunnen we beter inspelen op de actualiteit. Als Inez van Lamsweerde exposeert in Foam, zoals nu het geval is, wil ik haar vragen een bijdrage te leveren aan het programma. Met recent maar ook haar oude werk. Op Terwindts verlanglijstje staan naast Van Lamsweerde vermaarde ex-Rietvelders als Wim T. Schippers, Alex van Warmerdam, Rineke Dijkstra, Fiona Tan, Jan de Bouvrie en Guido van der Werve. Maar de allereerste aflevering is nog op de oude, vertrouwde manier. Het is een afstudeerspecial, met aandacht voor onder anderen Sara Campos, in juni bekroond met de GRA Award, de jonge, uit Afghanistan gevluchte Dawood Hilmandi, die inmiddels is aangenomen op een filmschool in Londen, en voor Quintus Masius, student interaction design – unstable media. Hij maakte Your Nose is Bleeding, een compilatie van fragmenten uit Hollywoodfilms waarin mensen met een bloedneus – van Quentin Tarantino’s Pulp Fiction tot Babel van de Mexicaan Alejandro González Iñárritu. Fraai gemonteerd. En leuk om te bedenken waar al die fragmenten ook alweer uitkomen.

RIETVELD TV. Iedere zaterdagavond van 23.40 tot 23.55 uur op AT5. De uitzendingen zijn daarna ook te bekijken op rietveldtv.nl. De seizoenen 2008-2009 en 2009-2010 zijn ook op dvd verschenen, en te bestellen op filmfreaks.nl.

03

09 2010

Ingrepen in en aan een monumentaal gebouw

Art Dubai confirms position as leading art fair in the Middle East with strong sales and record attendance - Art Dubai official sponsor of annual Rietveld Academy graduation show van Mrova (foto Dietmar Gunne)

Vlak voor de officiële opening van de Eindexamenexpositie van de Gerrit Rietveld Academie waren twee mannen in de weer om een enorme tag van de witte gevel van het monumentale gebouw te verwijderen. Met hogedrukspuiten, enorme borstels en groene zeep. Dat is dan tenminste duidelijk: de graffiti – een rokend, slordig getekend, Bart Simpson-achtig mannetje – hoort niet bij het eindexamenwerk. En het wapperende spandoek erboven dus wel, net als de gouden vlaggenhouders onder de naam van de school, en de rode lijn die over de metershoge gevel loopt.

In en rond de Rietveld is dezer dagen het werk te zien van 189 studenten, afkomstig uit alle windstreken, afstuderend in disciplines als Textiel, Mode, Beeld & Taal, Keramiek, Fotografie, Beeldende Kunst, Grafisch Ontwerp en Audiovisueel. Zij doen dat met foto’s, fröbelwerkjes en haarfijne tekeningen, enorme abstracte doeken, maquettes en installaties, glaswerk, films en performances. En ingrepen in en aan het gebouw.

Read the rest of this entry →

Schilders maken andere films dan filmmakers

Pixelwalk van Hannah Kay Piché

De afdeling Voorheen Audiovisueel (VAV) van de Gerrit Rietveld Academie combineert disciplines als film, video, animatie, geluid, nieuwe media, beeldende kunst, schilderen, performance en vertelkunst. In een ideale wereld leidt dat tot aanstekelijke disciplinaire dubbelzinnigheden, want schilders maken andere films dan filmmakers.

Veel afstudeerwerk van de dertig jonge, uit alle hoeken van de wereld afkomstige performers, uitvinders, vertellende en tekenende schilders, filmende installatiemakers en timmerende en bouwende verbeeldenaars is echter teleurstellend recht-toe-recht-aan. Dat geldt – zoals de laatste jaren te doen gebruikelijk – met name de producties die in de filmzaal worden vertoond.

Read the rest of this entry →

08

07 2010

Speciale shirts voor 4-4-2 én 4-3-3

Klaas-Jan Huntelaar. © Floor Wesseling. fotografie Wouter Stelwagen

Toen een Hongaarse vriend van de Amsterdamse ontwerper Floor Wesseling een paar jaar geleden naar Milaan verhuisde, twijfelden de achterblijvers of ze hem een shirt van Inter of van AC cadeau zouden doen. Wesseling bracht uitkomst: hij combineerde het rood-zwart van AC Milan met het blauw-zwart van Inter. Met behulp van een handleiding heraldiek die zijn vader hem had gegeven en die nog van zijn opa was geweest (althans, zijn opa, die familiewapens maakte voor mensen die rijk waren maar niet van adel, had het nooit teruggebracht naar het gemeentearchief van Assen).

Van het een kwam het ander. De 35-jarige Wesseling, in 2002 afgestudeerd aan de Rietveld Academie, maakte sindsdien meer dan honderdvijftig voetbalshirts. Met allerhande delingen: doorsneden, doorgesneden en halfgedeeld, gevierendeeld. geschuind, gebalkt, etcetera. Soms breekt Wesseling een regeltje en legt hij blauw tegen blauw of rood tegen een andere tint rood. Het esthetische aspect is belangrijker dan de regels; het moeten wel mooie shirts worden.

Met zijn shirt vertelt Wesseling verhalen. Verhalen van carrières bijvoorbeeld: zo maakte hij een gevierendeeld shirt voor Huntelaar, toen die nog in de spits bij Ajax speelde. Met een kwart Ajax, een kwart Heerenveen, een kwart PSV, een kwart AGOVV en een hartschild van De Graafschap. En hij maakte een horizontaal gebalkt carrièreshirt voor Zlatan Ibrahimovic, met een lichtblauwe balk van het shirt van Malmö, en daarboven balken Ajax, Juventus, Inter en Barcelona. Een bevriende voetbalmakelaar vertrouwde Wesseling overigens toe dat het shirt toe is aan revisie: volgend jaar schijnt Ibrahimovic in het lichtblauw van Manchester City te spelen.

Wesseling maakte shirts van de traditionele topdrie (Ajax, Feyenoord, PSV), een ‘superjodenshirt’ (Ajax gecombineerd met het nationale tricot van Israël) en verscheidene Berlusconi-shirts (o.a. het roodzwart van AC Milan gecombineerd met het roze van Palermo, de maffiahoofdstad). Hij maakte een shirt van de tricots van alle Premier League-clubs uit Londen, om de twee jaar maakt hij een nieuw Nederland-Duitsland shirt, en Wesseling maakte de nieuwe shirts voor zijn eigen elftal: de spelers van het tweede van Zeeburgia dragen komend seizoen shirts waarvan hun positie in het veld is af te lezen. Het maakt niet uit welke tactiek het team kiest: Wesseling maakte shirts voor zowel 4-4-2 als voor 4-3-3.

Alle shirts zijn nu op model gefotografeerd door Marques Malacia voor het mooi vormgegeven boek ‘Blood In Blood Out’, waarin ook een overzicht is opgenomen van de systematiek en symboliek van de heraldiek en dat fraaie verhalen bevat over de derby’s die de verschillende shirts verbeelden. Een selectie van Wesselings shirts is bovendien te zien in de etalage van het Graphic Design Museum in Breda. Een selectie min één, overigens: het shirt dat hij speciaal voor de Bredase expositie maakte, een verbeelding van dé regioderby NAC-Willen II, mag niet worden getoond; het museum is bang dat de harde supporterskernen de ruiten ingooien.

Blood In Blood Out door Floor Wesseling. Bis Publishers. ISBN 978-90-6369-244-5. 224 pagina’s, 34 euro. T/m 6 september in het Graphic Design Museum in Breda.

29

06 2010

Een dromerig, driedubbel gelaagd wajangspel

Carroussel. Daniel de Roo, 2010. Mixed media, video. 171x70x58 cm.

Eigenlijk is het zo simpel als wat. Op een witgeschilderde houten kist die tegen een witte muur is gepositioneerd, staan twee witte, wankele, vellen papier – ze zijn licht gevouwen, zodat ze rechtovereind blijven staan. En zodra daar van achter uit de zaal de lichtsequenties van een echt theaterstuk op worden geprojecteerd, verandert het wankele bouwwerk in een echt theater. Als bij toverslag. Een theater waarin alleen het licht voortdurend verandert – verder gebeurt er niets. Het stuk moet de kijker er zelf bij verzinnen, wat verbluffend weinig moeite kost.

Het is de grote kwaliteit van ‘sculpturale video-installaties’ van de jonge Amsterdammer Daniel de Roo: ze zetten direct de verbeelding in werking. De Roo studeerde vorige jaar zomer cum laude af aan de Gerrit Rietveld Academie, met een soortgelijke, al even prikkelende installatie: een filmstudio op miniformaat. Dankzij een beamer komen een cameraman, geluidsman, regisseur en de acteurs tot leven op een uitgeknipte witte achtergrond, waarvoor papieren silhouetten van een statief, een lamp en drie stoelen zijn geplaatst. Het resultaat is een dromerig, driedubbel gelaagd wajangspel.

Zijn filmstudio bezorgde De Roo de Beeldende Kunst Aanmoedigingsprijs 2009 en de Ron Mandos Young Blood Award, bestaand uit een geldbedrag en een presentatie in de galerie, waar het fraaie fröbelwerkje nu opnieuw te zien is.

Ook in de overige vier werken speelt De Roo een schrander spel met werkelijkheid en kunstmatigheid. De wind lijkt het dichte doek van een circustent in beweging te zetten (‘wat zou erachter gebeuren?’, denk je als vanzelf); een filmprojector van multiplex projecteert een documentaire over de werking van televisie op een oud beeldscherm (het is net een duel tussen twee cowboys zoals ze tegenover elkaar staan).

De afmetingen spelen een belangrijke rol in het werk van De Roo. Een icoon als de kerk presenteert hij op minuscuul formaat, als een uiterst fragiel object dat bij het eerste het beste zuchtje lijkt om te vallen. Ook de twee stoere brandweermannen in de sculpturale video-installatie ‘Heros’ – projecties op geboetseerde mannen van klei die niet hard wordt – zijn net iets kleiner dan in werkelijkheid.

En zoals het papieren minikerkje alleen een voorkant heeft, als de huizen in de oude westerns, hebben de brandweermannen ook maar één kant, een achterkant. Het wringt en het vergroot de desoriëntatie. De iconen blijven zichtbaar; dat het ook mensen zijn, zie je maar zo over het hoofd.

A Cinematography of Silence van Daniel de Roo. T/m 17 juli in Galerie Ron Mandos, Prinsengracht 282 Amsterdam. www.ronmandos.nl.

17

06 2010

Weg met de inhakers!

Poldercup van Maider López

Niet alleen de reclamewereld haakt gretig in op de Oranjekoorts en het WK Voetbal, ook tal van culturele instellingen menen hun programmering aan te moeten passen. Alsof voetbalwaanzinnigen tijdens het WK in iets anders geïnteresseerd zijn dan voor- en nabeschouwingen en wedstrijden (tot en met Ivoorkust- Korea aan toe); beter ware het om juist iets totaal anders te programmeren…

Hoe het ook zij: de Spaanse kunstenaar Maider López nodigt voetbal- en kunstliefhebbers uit om gratis deel te nemen aan de Poldercup, ‘een sportief, vrolijk en mediageniek kunstevenement’. (De ‘aftrap’ was op 3 juni bij Witte de With in Rotterdam.) Het Tropenmuseum afficheert zich dezer dagen met Zuid-Afrika, en Zuid-Afrika is de rode draad tijdens het 21ste Beeld voor Beeld documentairefestival, het documentaire filmfestival waarbij cultuur en beeldvorming centraal staan, en het WK Voetbal is óók te zien op het videoscherm CASZuidas op het Zuidplein in Zuidas (‘uniek in Amsterdam’). Rondom de voetbalwedstrijden is een speciaal kunstprogramma te zien, waarin voetbal en sport, concentratie, beweging en inspanning de hoofdrol spelen. Met werken van onder meer Annette Apon, Michel François, Beate Geissler/Oliver Sann, Jan van Nuenen en PARS PRO TOTO. Ook IDFA TV, de online bioscoop van het IDFA, doet aan voetbal. Op het programma staan vier voetbaldocumentaires: Fodbolddrengen van Anders Gustafsson (Denemarken, 2001), Football, Iranian Style van Maziar Bahari (Iran, 2001), The Other Cup van Damian Cukierkorn (Argentinië, 2006) en Mostar United van Claudia Tosi (Italië/Slovenië, 2008).

Ik had  wel een paar andere documentaires geweten. Maar liever ná het WK Voetbal…

04

06 2010

Moonen als vorm van protest

Untitled (Limited Ambition). Oil on canvas, 2010, 80x60 cm.

Zelf heeft ze nooit gemoond. Niet serieus in ieder geval, niet in het openbaar. Maar ze heeft wel een vriend die er gek op is. ‘Als ik een serieus gesprek heb, zie ik hem vaak in een ooghoek zijn broek laten zakken. Daar krijg ik een erg oncomfortabel gevoel van.’

De Zweedse kunstenares Jenny Lindblom (Eskilstuna, 1981) maakt schilderijen van moonende jonge vrouwen; van meisjes die na een avondje stappen betrapt lijken door een paparazzo – de metersgrote doeken maken van de toeschouwer een soort voyeur. ‘Limited Ambition’ heet de serie; de titel is een ironisch commentaar op het stereotypische brave meisjesgedrag waaraan ze zichzelf naar eigen zeggen ook maar al te vaak bezondigt.

Lindblom kwam in 2005 vanuit Uppsala naar Amsterdam, studeerde in 2008 af aan de Gerrit Rietveld Academie, en volgt nu een masteropleiding aan het Amsterdamse Sanberg Instituut. ‘Ik ben de meest low-tech kunstenaar die er rondloopt. Maar ze vonden dat ik iets nieuws deed met het oude medium schilderkunst.’ Ze haalt haar schouders op: ‘Iedereen probeert toch iets nieuws te doen?’

Haar werk is op dit moment te zien in Bonniers Konsthall in Stockholm en op de Kunstvlaai in Cultuurpark Westergasfabriek. Ze schilderde er vijf nieuwe doeken voor. Binnen drie weken. Op de opening was de verf van een schilderij nog niet droog.

Ze voelt zich verbonden met de buitenbeentjes, met jonge vrouwen die niet aan de verwachtingen van anderen willen voldoen; die na hun opleiding niet een jaar door Thailand gaan reizen… Haar schilderijen zijn een subtiel commentaar. Moonen, het toekeren van het eigen blote achterwerk om een ander in verlegenheid te brengen, is eigenlijk vooral een mannending. ‘In de kunst is vrouwelijk bloot gemeengoed. Maar dit soort bloot dan weer niet. Mijn meisjes moonen als protest. Het is een offensieve daad, een eigen keuze. Het is geen geobjectiveerd bloot.’

Limited Ambition van Jenny Lindblom is t/m 23 mei te zien op de Kunstvlaai.

20

05 2010

Eindeloze variaties op een thema

Als je er niet met je neus bovenop staat, zie je het niet, dat ene penseelstreekje van nog geen centimeter op een metersgroot doek met enorme, overlappende zwarte en witte cirkels. Het is helder paars. En het verraadt dat de cirkels niet zwart zijn maar dieppaars. Het zit er dus niet voor niets. Zoals elke buts, inkeping en klodder op de uiterst precieze schilderijen van de Duitser Jens Wolf weloverdacht is.

Wolf (Heilbronn, 1967), die aan de Staatliche Akademie der Bildenden Künste in Karlsruhe studeerde onder Helmut Dorner en Luc Tuymans, schildert sinds jaar en dag geometrische vormen op multiplexplaten. In een onvoltooide staat. Of beter: zijn zichtbare, diep in het hout gedrukte potloodlijnen maken het productieproces transparant. Schets en eindresultaat zijn tegelijkertijd zichtbaar.

Ondanks het feit dat Wolf eigenlijk continu hetzelfde werk maakt, met telkens weer dezelfde techniek, is iedere variatie weer verrassend, zo blijkt uit de expositie in Aschenbach & Hofland Galleries. In twee ruimtes hangen twaalf schilderijen: concentrische cirkels, uitsneden van cirkels, vierkanten en rechthoeken, art deco-achtige, meanderende constructies en andere geometrische vormen. In steeds minder kleuren: zwart, wit, crème en een beetje eigeel.

De oudste is uit 2008, de meeste zijn uit 2009, een enkele stamt uit 2010. Het zijn eindeloze variaties op een klein aantal thema’s, met namen die al even consequent-minimalistisch zijn, zoals 09.55 en 09.56: Wolf begint elk jaar weer opnieuw te nummeren. En benoemt zijn referenties – Frank Stella, Kenneth Noland, Josef Albers – dus niet (Een eigele cirkel, met witte en crèmekleurige uitsparingen op wit hout heeft een bijna Russisch-constructivistische uitstraling, maar blijkt gebaseerd op een Amerikaans werk dat hij op het internet vond).

En hoe strak en hard-helder de werken ook zijn, ze hebben ook iets zachts, iets poëtisch. Het onbewerkte hout, de afwisseling tussen gladde, ‘gelikte’ stroken acrylverf (aangebracht op met houtlijm geprepareerde stukken) en kale stukken (waarvan de verf is weggeveegd of die waren afgeplakt met tape) maken de panelen zo tactiel dat je ze stiekem even wilt aanraken.

Jens Wolf. T/m 29 mei in Aschenbach & Hofland Galleries, Bilderdijkstraat 165-c

01

05 2010

Van de Big Bang tot Bo, het hondje van de Obama’s

‘Nee, het is geen kunst. Pertinent niet. Voor mij is het visual journalism. Ik heb materiaal verzameld, interviews gedaan, en vervolgens een systeem bedacht om mijn verhaal te vertellen. Net zoals journalisten dat doen, toch? Alleen is mijn verhaal altijd en beeldverslag.’

In het Graphic Design Museum in Breda én op de museumwebsite toont informatieontwerpster Gerlinde Schuller de ontwikkeling van informatiedesign en datavisualisatie door de eeuwen heen. Het adagium ‘kennis is macht’ vormt daarbij haar uitgangspunt. Betekent dit dat iemand of een organisatie die de universele kennis van de hele wereld bezit dus ook de ultieme macht heeft? Als dat zo is, stelt Schuller, is Google een van de machtigste organisaties ter wereld. ‘Google neemt het ene na het andere bedrijf over, en verzamelt op die manier kennis. En macht: ze hebben zoveel macht dat zelfs de Chinese overheid met ze rond de tafel moet gaan zitten om te overleggen.’

In 2009 maakte Schuller het fascinerende boek Designing Universal Knowledge, een zoektocht naar de grootste kennisverzamelingen ter wereld. Ze vroeg 50 mensen wat volgens hen de meest universele beelden, gebeurtenissen en personen in de wereldgeschiedenis zijn. Die historische data verwerkte ze in een tijdlijn van 16 pagina’s, waarin ze tevens plaats inruimde voor de mijlpalen in de geschiedenis van het informatiedesign. Schuller, die na haar studie visuele communicatie in Offenbach, Duitsland naar Amsterdam kwam, een aantal jaar voor Irma Boom werkte, het telefoonboek onder handen nam, en nu infographics maakt voor kranten en bladen: ‘Het systeem van het boek is enigszins vergelijkbaar met Wikipedia, maar ik heb de saaie begrippen weggelaten. Ik heb mijn eigen keuzes gemaakt en mijn eigen interesses onderzocht; het is een heel persoonlijk onderzoek.’

Het Graphic Design Museum vroeg Schuller haar papieren onderzoek in een expositie te vertalen. Het resultaat is een tijdlijn op een 26 meter lange wand, die begint bij de ‘Big Bang’, en via grottekeningen, het wiel, de piramides en het Paard van Troje; de uitvinding van de boekdrukkunst; de Tweede Wereldoorlog en, de millenniumbug (‘No computer crash’) eindigt met Bo, het nieuwe hondje van de Obama’s, en het hoogste gebouw in de wereld: de Burj Khalifa in Dubai (828 meter).

‘Het paard van Troje komt er twee keer op voor. Aan het begin van de tijdlijn en tegen het einde, maar dan in de vorm van een computervirus. Hetzelfde geldt voor de Bibliotheek van Alexandrië. Die komt terug in 2004, omdat er een nieuwe bibliotheek is gebouwd in Egypte: de Bibliotheca Alexandrina.’

De eerste informatieontwerper is Johannes Gutenberg, de uitvinder van de drukpers. ‘Er is natuurlijk discussie wie de ware uitvinder is, maar het gaat mij om de boekdrukkunst zelf. Na Gutenberg werd de drukpers wereldwijd bekend. Het werd mogelijk grote hoeveelheden informatie wereldwijd te verspreiden.’

Daarna krijg je kettingreacties op het gebied van informatiedesign, stelt Schuller. ‘Zonder Gutenberg was de Belgische bibliograaf Paul Otlet er niet geweest. Die heeft in 1910 het idee opgevat om de complete kennis van de wereld in een ‘Universele Bibliotheek’ te verzamelen en daarvoor een classificeringssysteem  te bedenken. Hij was de eerste die termen gebruikte die je zou kunnen vergelijken met ‘hyperlinks’. Geïnspireerd door Otlet filosofeerde Ted Nelson in de jaren ’60, toen er nog geen sprake was van het internet, over hypertekst: tekst met direct activeerbare verwijzingen. Tim Berners-Lee, de bedenker en grondlegger van het World Wide Web, werd dan weer geïnspireerd door Nelsons Xanadu Project.

In haar tijdlijn maakt Schuller onderscheid tussen zwarte begrippen (de wereldgeschiedenis) en blauwe (de ontwikkeling van de informatiemaatschappij en de belangrijkste informatieontwerpers). Met een edding stift kunnen de bezoekers van het museum hun eigen highlights toevoegen op de muur. ‘De meeste mensen schrijven hun naam op, en natuurlijk zijn er op heel veel afbeeldingen brilletjes getekend. Maar ook de val van het kabinet is toegevoegd, en andere mensen leveren echt commentaar. “Coca Cola is evil; bought Santa Claus” schreef iemand, en een ander “Quite an eye-opener”. Dat is een soort minirecensie  – dat vind ik wel leuk. En als iemand anders het daar niet mee eens is, kan hij dat ook opschrijven. Er wordt geen redactie gevoerd door het museum. Alleen als het té vol wordt, dan moeten de stiften weg.’

Volgens Schuller is de volgende échte belangrijke stap voor de informatiemaatschappij de uitvinding van een goed vertaalprogramma. ‘Daar wordt aan gewerkt, Google, Yahoo en SDL plc. zijn ermee bezig. De huidige vertaalprogramma’s geven nog hele grappige verhaspelingen, maar stel dat het wordt geperfectioneerd, dan zijn er wereldwijd geen taalbarrières meer. Iedereen begrijpt iedereen. Dat is net zo’n revolutie als de drukpers.’

Infodecodata. T/m 2 september in het Graphic Design Museum Breda. De ‘Designing Universal Knowledge-Tijdlijn’ is ook te zien op www.graphicdesignmuseum.nl. The World as Flatland – Report 1: Designing Universal Knowledge van Gerlinde Schuller is verschenen bij Lars Müller Publishers, ISBN 978-3-03778-149-4.

Bh’s aan de bomen

De natuur is van slag. Op de eerste mooie lentedag van het jaar, 24 maart j.l., groeiden er in een van de weinige bomen die nog overeind staan op het Rembrandtplein bh’s. Althans, ze waren nog niet goed en wel opgehangen door een paar werkstudenten, in opdracht van de firma Hunkemöller, of de politie en de milieudienst hadden al ingegrepen. Het veelkleurige ondergoed moest terstond worden verwijderd. ‘Boomvervuiling’, aldus een kordate politieagent…

Gisteren had de marketingafdeling van EYE/Filmmuseum een soortgelijke actie bedacht. Ter gelegenheid van de start van de Film Biënnale waren er in het Vondelpark duizend ‘Biënnale-bloemen’ tot bloei gekomen. Zal het helpen? Zal het de komende dagen storm lopen?

08

04 2010